Elohim Bijbel

Spreuken 4

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

De vader onderwijst: verwerf wijsheid en bewaak je hart

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een vader onderwijst zijn zonen

1Luister, zonen, naar de tucht van een vader. Let goed op, om inzicht te kennen.
שִׁמְע֣וּ
(shimu)
luister
בָ֭נִים
(banim)
zonen
מ֣וּסַר
(musar)
naar de tucht van
אָ֑ב
(av)
een vader
וְ֝הַקְשִׁ֗יבוּ
(vehaqshivu)
en let goed op
לָדַ֥עַת
(ladaat)
om te kennen
בִּינָֽה
(bina)
inzicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוּסָר (musar), ‘tucht’: het woord betekent ook ‘onderricht’ en ‘vermaning’.

Het gaat om opvoeding die een mens vormt, met zo nodig correctie.

בִּינָה (binah), ‘inzicht’: het vermogen om te onderscheiden en te begrijpen. Wij vertalen steeds ‘inzicht’.

2Want ik heb jullie goede lering gegeven. Verlaat mijn onderwijs niet.
כִּ֤י
(ki)
want
לֶ֣קַח
(leqach)
lering
ט֭וֹב
(tov)
goede
נָתַ֣תִּי
(natati)
ik heb gegeven
לָכֶ֑ם
(lakhem)
aan jullie
תּֽ֝וֹרָתִ֗י
(torati)
mijn onderwijs
אַֽל
(al)
niet
תַּעֲזֹֽבוּ
(taazovu)
verlaat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹרָה (torah), ‘onderwijs’: wat de vader zijn zoon leert.

Het woord betekent ook ‘wet’; waar het om de wet van Elohim gaat, vertalen wij ‘wet’.

לֶקַח (leqach), ‘lering’: onderricht dat een leerling aanneemt.

3Want ik was zelf een zoon van mijn vader, teer en enig kind voor mijn moeder.
כִּי
(ki)
want
בֵ֭ן
(ben)
een zoon
הָיִ֣יתִי
(hayiti)
ik was
לְאָבִ֑י
(leavi)
van mijn vader
רַ֥ךְ
(rakh)
teer
וְ֝יָחִ֗יד
(veyachid)
en enig
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
אִמִּֽי
(imi)
mijn moeder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf vers 3 vertelt de vader hoe hijzelf door zijn eigen vader werd onderwezen.

De woorden van die oudere vader staan in vers 4 tot en met 9.

4Hij onderwees mij en zei tot mij: „Laat je hart mijn woorden vasthouden. Onderhoud mijn geboden en leef.
וַיֹּרֵ֗נִי
(vayoreni)
en hij onderwees mij
וַיֹּ֥אמֶר
(vayomer)
en hij zei
לִ֗י
(li)
tot mij
יִֽתְמָךְ
(yitmakh)
laat vasthouden
דְּבָרַ֥י
(devaray)
mijn woorden
לִבֶּ֑ךָ
(libekha)
je hart
שְׁמֹ֖ר
(shemor)
onderhoud
מִצְוֺתַ֣י
(mitsvotay)
mijn geboden
וֶֽחְיֵֽה
(vechye)
en leef
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Verwerf wijsheid, verwerf inzicht. Vergeet niet en wijk niet af van de woorden van mijn mond.
קְנֵ֣ה
(qene)
verwerf
חָ֭כְמָה
(chakhema)
wijsheid
קְנֵ֣ה
(qene)
verwerf
בִינָ֑ה
(bina)
inzicht
אַל
(al)
niet
תִּשְׁכַּ֥ח
(tishkach)
vergeet
וְאַל
(veal)
en niet
תֵּ֝֗ט
(tet)
wijk af
מֵֽאִמְרֵי
(meimrei)
van de woorden van
פִֽי
(pi)
mijn mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קְנֵה (qeneh), ‘verwerf’: het werkwoord betekent ‘kopen, verwerven, bezitten’.

Het komt terug in vers 7 en in Spr. 8:22.

6Verlaat haar niet, en zij zal je bewaken. Heb haar lief, en zij zal je behoeden.
אַל
(al)
niet
תַּעַזְבֶ֥הָ
(taazveha)
verlaat haar
וְתִשְׁמְרֶ֑ךָּ
(vetishmereka)
en zij zal je bewaken
אֱהָבֶ֥הָ
(ehaveha)
heb haar lief
וְתִצְּרֶֽךָּ
(vetitsereka)
en zij zal je behoeden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Het begin van wijsheid: verwerf wijsheid. Verwerf inzicht met alles wat je bezit.
רֵאשִׁ֣ית
(reshit)
het begin van
חָ֭כְמָה
(chakhema)
wijsheid
קְנֵ֣ה
(qene)
verwerf
חָכְמָ֑ה
(chakhema)
wijsheid
וּבְכָל
(uvekhal)
en met alles van
קִ֝נְיָנְךָ֗
(qinyanekha)
je bezit
קְנֵ֣ה
(qene)
verwerf
בִינָֽה
(bina)
inzicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רֵאשִׁית חָכְמָה (reshit chokmah): wij lezen ‘het begin van wijsheid: verwerf wijsheid’.

De zin kan ook zijn: ‘Het voornaamste is wijsheid; verwerf wijsheid.’

8Acht haar hoog, en zij zal je verheffen. Zij zal je eer geven wanneer je haar omarmt.
סַלְסְלֶ֥הָ
(salseleha)
acht haar hoog
וּֽתְרוֹמְמֶ֑ךָּ
(uteromemeka)
en zij zal je verheffen
תְּ֝כַבֵּ֗דְךָ
(tekhabedekha)
zij zal je eren
כִּ֣י
(ki)
wanneer
תְחַבְּקֶֽנָּה
(techabeqena)
je haar omarmt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סַלְסְלֶהָ (salselah), ‘acht haar hoog’: dit woord komt maar één keer voor.

De betekenis is onzeker; mogelijk ‘ophogen’ of ‘hoog schatten’.

9Zij zal je hoofd een krans van gunst geven. Een kroon van pracht zal zij je schenken.”
תִּתֵּ֣ן
(titen)
zij zal geven
לְ֭רֹאשְׁךָ
(leroshkha)
aan je hoofd
לִוְיַת
(livyat)
een krans van
חֵ֑ן
(chen)
gunst
עֲטֶ֖רֶת
(ateret)
een kroon van
תִּפְאֶ֣רֶת
(tiferet)
pracht
תְּמַגְּנֶֽךָּ
(temageneka)
zij zal je schenken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּמַגֵּנֶךָּ (temaggenekka), ‘zal je schenken’: het werkwoord komt maar zelden voor.

Het betekent ook ‘omhullen’ of ‘overhandigen’ (vergelijk Gen. 14:20).

Het pad van de wijsheid

10Luister, mijn zoon, en neem mijn woorden aan, en de jaren van je leven worden talrijk.
שְׁמַ֣ע
(shema)
luister
בְּ֭נִי
(beni)
mijn zoon
וְקַ֣ח
(veqach)
en neem aan
אֲמָרָ֑י
(amaray)
mijn woorden
וְיִרְבּ֥וּ
(veyirbu)
en zullen talrijk worden
לְ֝ךָ֗
(lekha)
voor jou
שְׁנ֣וֹת
(shenot)
jaren van
חַיִּֽים
(chayim)
leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Ik heb je onderwezen in de weg van de wijsheid. Ik heb je laten gaan op rechte paden.
בְּדֶ֣רֶךְ
(bederekh)
op de weg van
חָ֭כְמָה
(chakhema)
wijsheid
הֹרֵתִ֑יךָ
(horetikha)
ik heb je onderwezen
הִ֝דְרַכְתִּ֗יךָ
(hidrakhtikha)
ik heb je laten gaan
בְּמַעְגְּלֵי
(bemagelei)
op de paden van
יֹֽשֶׁר
(yosher)
rechtheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Als je gaat, wordt je pas niet belemmerd. En als je rent, struikel je niet.
בְּֽ֭לֶכְתְּךָ
(belekhtekha)
bij je gaan
לֹא
(lo)
niet
יֵצַ֣ר
(yetsar)
wordt belemmerd
צַעֲדֶ֑ךָ
(tsaadekha)
je pas
וְאִם
(veim)
en als
תָּ֝ר֗וּץ
(taruts)
je rent
לֹ֣א
(lo)
niet
תִכָּשֵֽׁל
(tikashel)
struikel je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֹא יֵצַר (lo yetsar): letterlijk ‘wordt niet nauw’.

Je pas heeft ruimte; niets houdt je tegen.

13Houd vast aan de tucht en laat haar niet los. Bewaar haar, want zij is je leven.
הַחֲזֵ֣ק
(hachazeq)
houd vast
בַּמּוּסָ֣ר
(bamusar)
aan de tucht
אַל
(al)
niet
תֶּ֑רֶף
(teref)
laat los
נִ֝צְּרֶ֗הָ
(nitsereha)
bewaar haar
כִּי
(ki)
want
הִ֥יא
(hi)
zij
חַיֶּֽיךָ
(chayeikha)
je leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Mijd de weg van de goddelozen

14Ga het pad van goddelozen niet op en schrijd niet voort op de weg van slechte mensen.
בְּאֹ֣רַח
(beorach)
op het pad van
רְ֭שָׁעִים
(reshaim)
goddelozen
אַל
(al)
niet
תָּבֹ֑א
(tavo)
ga
וְאַל
(veal)
en niet
תְּ֝אַשֵּׁ֗ר
(teasher)
schrijd voort
בְּדֶ֣רֶךְ
(bederekh)
op de weg van
רָעִֽים
(raim)
slechte mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Mijd het en loop er niet door. Wijk ervan af en ga voorbij.
פְּרָעֵ֥הוּ
(peraehu)
mijd het
אַל
(al)
niet
תַּעֲבָר
(taavar)
loop
בּ֑וֹ
(bo)
erdoor
שְׂטֵ֖ה
(sete)
wijk af
מֵעָלָ֣יו
(mealav)
van het weg
וַעֲבֽוֹר
(vaavor)
en ga voorbij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Want zij kunnen niet slapen als zij geen kwaad hebben gedaan. Hun slaap wordt hun ontnomen als zij niemand hebben laten struikelen.
כִּ֤י
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
יִֽ֭שְׁנוּ
(yishnu)
slapen zij
אִם
(im)
als
לֹ֣א
(lo)
niet
יָרֵ֑עוּ
(yareu)
zij kwaad doen
וְֽנִגְזְלָ֥ה
(venigzela)
en wordt ontnomen
שְׁ֝נָתָ֗ם
(shenatam)
hun slaap
אִם
(im)
als
לֹ֥א
(lo)
niet
יַכְשִֽׁילוּ
(yakhshilu)
zij laten struikelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is יכשולו (yikshulu), ‘zij struikelen’.

De gelezen vorm (qere) is יַכְשִׁילוּ (yakshilu), ‘zij laten struikelen’.

Wij volgen de gelezen vorm.

17Want zij eten brood van goddeloosheid en drinken wijn van geweld.
כִּ֣י
(ki)
want
לָ֭חֲמוּ
(lachamu)
zij eten
לֶ֣חֶם
(lechem)
brood van
רֶ֑שַׁע
(resha)
goddeloosheid
וְיֵ֖ין
(veyein)
en wijn van
חֲמָסִ֣ים
(chamasim)
gewelddaden
יִשְׁתּֽוּ
(yishtu)
zij drinken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Maar het pad van de rechtvaardigen is als het stralende licht: het wordt steeds helderder, tot het volle dag is.
וְאֹ֣רַח
(veorach)
en het pad van
צַ֭דִּיקִים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
כְּא֣וֹר
(keor)
als licht van
נֹ֑גַהּ
(nogah)
glans
הוֹלֵ֥ךְ
(holekh)
gaande
וָ֝א֗וֹר
(vaor)
en lichter wordend
עַד
(ad)
tot
נְכ֥וֹן
(nekhon)
vast staan van
הַיּֽוֹם
(hayom)
de dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְכוֹן הַיּוֹם (nekon hayyom), ‘het vaststaan van de dag’: het moment waarop de dag op zijn hoogtepunt is, ongeveer het midden van de dag.

Wij vertalen ‘tot het volle dag is’.

19De weg van goddelozen is als diepe duisternis. Zij weten niet waarover zij struikelen.
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
de weg van
רְ֭שָׁעִים
(reshaim)
goddelozen
כָּֽאֲפֵלָ֑ה
(kaafela)
als diepe duisternis
לֹ֥א
(lo)
niet
יָ֝דְע֗וּ
(yadeu)
zij weten
בַּמֶּ֥ה
(bame)
waarover
יִכָּשֵֽׁלוּ
(yikashelu)
zij struikelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Let op mijn woorden en bewaak je hart

20Mijn zoon, let op mijn woorden. Buig je oor naar mijn zeggingen.
בְּ֭נִי
(beni)
mijn zoon
לִדְבָרַ֣י
(lidvaray)
op mijn woorden
הַקְשִׁ֑יבָה
(haqshiva)
let op
לַ֝אֲמָרַ֗י
(laamaray)
op mijn zeggingen
הַט
(hat)
neig
אָזְנֶֽךָ
(azenekha)
je oor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Laat ze niet uit je ogen verdwijnen. Bewaar ze in het midden van je hart.
אַל
(al)
niet
יַלִּ֥יזוּ
(yalizu)
laat ze verdwijnen
מֵעֵינֶ֑יךָ
(meeineikha)
uit je ogen
שָׁ֝מְרֵ֗ם
(shamerem)
bewaar ze
בְּת֣וֹךְ
(betokh)
in het midden van
לְבָבֶֽךָ
(levavekha)
je hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Want zij zijn leven voor wie ze vindt, en genezing voor heel zijn lichaam.
כִּֽי
(ki)
want
חַיִּ֣ים
(chayim)
leven
הֵ֭ם
(hem)
zij
לְמֹצְאֵיהֶ֑ם
(lemotseeihem)
voor wie ze vinden
וּֽלְכָל
(ulekhal)
en voor heel
בְּשָׂר֥וֹ
(besaro)
zijn lichaam
מַרְפֵּֽא
(marpe)
genezing
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּשָׂר (basar), ‘vlees’: hier het lichaam als geheel.

Wij vertalen ‘lichaam’.

23Bewaak je hart meer dan al het andere dat je bewaakt, want daaruit komt het leven voort.
מִֽכָּל
(mikal)
meer dan alles van
מִ֭שְׁמָר
(mishmar)
wat bewaakt wordt
נְצֹ֣ר
(netsor)
bewaak
לִבֶּ֑ךָ
(libekha)
je hart
כִּֽי
(ki)
want
מִ֝מֶּ֗נּוּ
(mimenu)
daaruit
תּוֹצְא֥וֹת
(totseot)
uitgangen van
חַיִּֽים
(chayim)
leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֵב (lev), ‘hart’: het hart is in het Hebreeuws de plaats van denken, willen en voelen.

מִשְׁמָר (mishmar), ‘wat bewaakt wordt’: de zin kan ook betekenen ‘met alle waakzaamheid’. Dan staat er: ‘Bewaak je hart met alle waakzaamheid.’

תּוֹצְאוֹת (totsa’ot), ‘uitgangen’: de plaatsen waar iets uit voortkomt, zoals een bron.

24Zet de verdraaidheid van de mond van je af en houd de kromme taal van de lippen ver van je.
הָסֵ֣ר
(haser)
verwijder
מִ֭מְּךָ
(mimekha)
van je
עִקְּשׁ֣וּת
(iqeshut)
verdraaidheid van
פֶּ֑ה
(pe)
mond
וּלְז֥וּת
(ulezut)
en kromheid van
שְׂ֝פָתַ֗יִם
(sefatayim)
lippen
הַרְחֵ֥ק
(harcheq)
houd ver
מִמֶּֽךָּ
(mimeka)
van je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְזוּת (lezut), ‘kromme taal’: dit woord komt maar één keer voor.

Het hoort bij het werkwoord ‘wegbuigen’ en staat naast ‘verdraaidheid’.

25Je ogen moeten recht vooruit kijken, en je oogleden recht voor je uit.
עֵ֭ינֶיךָ
(eineikha)
je ogen
לְנֹ֣כַח
(lenokhach)
recht vooruit
יַבִּ֑יטוּ
(yabitu)
laten kijken
וְ֝עַפְעַפֶּ֗יךָ
(veafapeikha)
en je oogleden
יַיְשִׁ֥רוּ
(yayshiru)
laten recht gaan
נֶגְדֶּֽךָ
(negdekha)
tegenover je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Maak het pad van je voet effen, en al je wegen zullen vaststaan.
פַּ֭לֵּס
(pales)
maak effen
מַעְגַּ֣ל
(magal)
het pad van
רַגְלֶ֑ךָ
(raglekha)
je voet
וְֽכָל
(vekhal)
en al
דְּרָכֶ֥יךָ
(derakheikha)
je wegen
יִכֹּֽנוּ
(yikonu)
zullen vaststaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פַּלֵּס (palles), ‘maak effen’: het werkwoord betekent ook ‘afwegen, overwegen’.

Vergelijk Spr. 5:6 en 5:21.

27Wijk niet af naar rechts of naar links. Houd je voet weg van het kwaad.
אַֽל
(al)
niet
תֵּט
(tet)
wijk af
יָמִ֥ין
(yamin)
rechts
וּשְׂמֹ֑אול
(usemovl)
en links
הָסֵ֖ר
(haser)
verwijder
רַגְלְךָ֣
(raglekha)
je voet
מֵרָֽע
(mera)
van kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)