Elohim Bijbel

Spreuken 25

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

Spreuken van Salomo, overgeschreven door de mannen van Hizkia

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Nog meer spreuken van Salomo

1Ook dit zijn spreuken van Salomo. De mannen van Hizkia, de koning van Juda, schreven ze over.
גַּם
(gam)
ook
אֵ֭לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁלֵ֣י
(mishlei)
spreuken van
שְׁלֹמֹ֑ה
(shelomo)
Salomo
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
הֶ֝עְתִּ֗יקוּ
(hetiqu)
schreven over
אַנְשֵׁ֤י
(anshei)
de mannen van
חִזְקִיָּ֬ה
(chizqiya)
Hizkia
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָֽה
(yehuda)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֶעְתִּיקוּ (he’tiqu), ‘zij schreven over’: zij verzamelden en schreven over wat al bestond.

Hier begint een tweede verzameling spreuken van Salomo (Spr. 25–29).

Zie ook Spr. 1:1 en 10:1.

Hizkia was koning van Juda; zie 2 Kron. 29–32.

2De heerlijkheid van Elohim is een zaak te verbergen, maar de eer van koningen is een zaak te onderzoeken.
כְּבֹ֣ד
(kevod)
heerlijkheid van
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
הַסְתֵּ֣ר
(haster)
verbergen van
דָּבָ֑ר
(davar)
zaak
וּכְבֹ֥ד
(ukhevod)
en eer van
מְ֝לָכִ֗ים
(melakhim)
koningen
חֲקֹ֣ר
(chaqor)
onderzoeken van
דָּבָֽר
(davar)
zaak
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’ bij Elohim en ‘eer’ bij koningen.

דָּבָר (davar), ‘zaak’: ook ‘woord’ of ‘ding’.

3Voor de hoogte is er de hemel en voor de diepte de aarde, maar het hart van koningen is niet te onderzoeken.
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
hemel
לָ֭רוּם
(larum)
voor de hoogte
וָאָ֣רֶץ
(vaarets)
en aarde
לָעֹ֑מֶק
(laomeq)
voor de diepte
וְלֵ֥ב
(velev)
en hart van
מְ֝לָכִ֗ים
(melakhim)
koningen
אֵ֣ין
(ein)
niet is
חֵֽקֶר
(cheqer)
onderzoek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Verwijder het schuim uit het zilver, dan komt er een vat uit voor de smelter.
הָג֣וֹ
(hago)
verwijder
סִיגִ֣ים
(sigim)
schuim
מִכָּ֑סֶף
(mikasef)
uit het zilver
וַיֵּצֵ֖א
(vayetse)
en er komt uit
לַצֹּרֵ֣ף
(latsoref)
voor de smelter
כֶּֽלִי
(keli)
een vat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָגוֹ (hago), ‘verwijder’: een werkwoord dat ook in vers 5 staat.

In vers 4 volgt het resultaat: er komt een vat voor de smelter.

סִיגִים (sigim), ‘schuim’: het afval dat bij het smelten van zilver bovenkomt.

5Verwijder de goddeloze uit de nabijheid van de koning, dan staat zijn troon vast in gerechtigheid.
הָג֣וֹ
(hago)
verwijder
רָ֭שָׁע
(rasha)
de goddeloze
לִפְנֵי
(lifnei)
voor het aangezicht van
מֶ֑לֶךְ
(melekh)
de koning
וְיִכּ֖וֹן
(veyikon)
en zal vast staan
בַּצֶּ֣דֶק
(batsedeq)
in gerechtigheid
כִּסְאֽוֹ
(kiso)
zijn troon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Verhef jezelf niet voor de koning en sta niet op de plaats van de groten.
אַל
(al)
niet
תִּתְהַדַּ֥ר
(tithadar)
verhef jezelf
לִפְנֵי
(lifnei)
voor het aangezicht van
מֶ֑לֶךְ
(melekh)
koning
וּבִמְק֥וֹם
(uvimqom)
en op de plaats van
גְּ֝דֹלִ֗ים
(gedolim)
groten
אַֽל
(al)
niet
תַּעֲמֹֽד
(taamod)
sta
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Want het is beter dat er tegen je wordt gezegd: „Kom hier omhoog!” Beter dan dat je vernederd wordt voor een edele, die je ogen hebben gezien.
כִּ֤י
(ki)
want
ט֥וֹב
(tov)
goed
אֲמָר
(amar)
gezegd worden
לְךָ֗
(lekha)
tegen jou
עֲֽלֵ֫ה
(ale)
kom omhoog
הֵ֥נָּה
(hena)
hierheen
מֵֽ֭הַשְׁפִּ֣ילְךָ
(mehashpilekha)
dan vernederd te worden
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
נָדִ֑יב
(nadiv)
een edele
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
רָא֣וּ
(rau)
hebben gezien
עֵינֶֽיךָ
(eineikha)
je ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De laatste woorden, ‘die je ogen hebben gezien’, kunnen ook bij vers 8 worden gelezen.

Wij volgen de verdeling van de Masoretische tekst.

8Ga niet haastig een geschil in. Anders: wat zul je doen aan het einde ervan, als je naaste je te schande maakt?
אַל
(al)
niet
תֵּצֵ֥א
(tetse)
ga uit
לָרִ֗ב
(lariv)
naar een geschil
מַ֫הֵ֥ר
(maher)
haastig
פֶּ֣ן
(pen)
anders
מַה
(ma)
wat
תַּ֭עֲשֶׂה
(taase)
zul je doen
בְּאַחֲרִיתָ֑הּ
(beacharitah)
in het einde ervan
בְּהַכְלִ֖ים
(behakhlim)
als te schande maakt
אֹתְךָ֣
(otekha)
jou
רֵעֶֽךָ
(reekha)
je naaste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רִיב (riv), ‘geschil’: een twist of een rechtszaak.

Zo ook vers 9.

רֵעַ (re’a), ‘naaste’: ook ‘vriend’. Zo ook in vers 9, 17, 18 en in Spr. 26–27.

9Voer je geschil met je naaste, maar onthul het geheim van een ander niet.
רִֽ֭יבְךָ
(rivekha)
je geschil
רִ֣יב
(riv)
voer
אֶת
(et)
met
רֵעֶ֑ךָ
(reekha)
je naaste
וְס֖וֹד
(vesod)
en het geheim van
אַחֵ֣ר
(acher)
een ander
אַל
(al)
niet
תְּגָֽל
(tegal)
onthul
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Anders brengt wie het hoort je in schande, en je slechte naam keert niet terug.
פֶּֽן
(pen)
anders
יְחַסֶּדְךָ֥
(yechasedkha)
brengt in schande jou
שֹׁמֵ֑עַ
(shomea)
wie hoort
וְ֝דִבָּתְךָ֗
(vedibatekha)
en je slechte naam
לֹ֣א
(lo)
niet
תָשֽׁוּב
(tashuv)
keert terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְחַסֶּדְךָ (yechassedkha), ‘brengt je in schande’: dit werkwoord is verwant aan חֶסֶד (chesed), ‘trouw’, maar heeft hier de andere betekenis ‘beschamen’.

דִּבָּתְךָ (dibbatkha), ‘je slechte naam’: het kwaad dat over je wordt gezegd. תָשׁוּב (tashuv), ‘keert terug’: ook ‘gaat niet weg’.

Zie ookPs 119:39
11Gouden appels in zilveren snijwerk: een woord, op zijn tijd gesproken.
תַּפּוּחֵ֣י
(tapuchei)
appels van
זָ֭הָב
(zahav)
goud
בְּמַשְׂכִּיּ֥וֹת
(bemaskiyot)
in snijwerk van
כָּ֑סֶף
(kasef)
zilver
דָּ֝בָ֗ר
(davar)
een woord
דָּבֻ֥ר
(davur)
gesproken
עַל
(al)
op
אָפְנָֽיו
(afenav)
zijn tijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּפּוּחֵי זָהָב (tappuchei zahav), ‘gouden appels’: de precieze vrucht is onzeker.

מַשְׂכִּיּוֹת (maskiyyot), ‘snijwerk’: het woord komt maar enkele keren voor; de betekenis is onzeker.

עַל אָפְנָיו (al ofanav), ‘op zijn tijd’: letterlijk ‘op zijn wielen’ of ‘op zijn manier’. De betekenis is onzeker.

12Een gouden ring en een sieraad van fijn goud: een wijze die terechtwijst, voor een oor dat luistert.
נֶ֣זֶם
(nezem)
ring van
זָ֭הָב
(zahav)
goud
וַחֲלִי
(vachali)
en sieraad van
כָ֑תֶם
(katem)
fijn goud
מוֹכִ֥יחַ
(mokhiach)
terechtwijzer
חָ֝כָ֗ם
(chakham)
wijze
עַל
(al)
voor
אֹ֥זֶן
(ozen)
een oor
שֹׁמָֽעַת
(shomaat)
dat luistert
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶזֶם (nezem), ‘ring’: een ring voor de neus of het oor.

מוֹכִיחַ (mochiach), ‘wie terechtwijst’: dezelfde stam als תוֹכַחַת (tochachat), ‘terechtwijzing’ in Spr. 27:5.

13Als de koelte van sneeuw op een dag van de oogst, zo is een betrouwbare bode voor wie hem sturen. Hij brengt de ziel van zijn heren terug.
כְּצִנַּת
(ketsinat)
als koelte van
שֶׁ֨לֶג
(sheleg)
sneeuw
בְּי֬וֹם
(beyom)
op de dag van
קָצִ֗יר
(qatsir)
oogst
צִ֣יר
(tsir)
bode
נֶ֭אֱמָן
(neeman)
betrouwbaar
לְשֹׁלְחָ֑יו
(lesholechav)
voor wie hem sturen
וְנֶ֖פֶשׁ
(venefesh)
en de ziel van
אֲדֹנָ֣יו
(adonav)
zijn heren
יָשִֽׁיב
(yashiv)
brengt hij terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de hele persoon.

Hier zo ook in vers 25.

צִנָּה (tsinnah), ‘koelte’: de koelte van sneeuw of ijs in de hitte van de oogst. Er valt dus geen sneeuw; het gaat om verkoeling.

14Wolken en wind en geen regen: zo is een man die zich beroemt op een gave van leugen.
נְשִׂיאִ֣ים
(nesiim)
wolken
וְ֭רוּחַ
(veruach)
en wind
וְגֶ֣שֶׁם
(vegeshem)
en regen
אָ֑יִן
(ayin)
er is niet
אִ֥ישׁ
(ish)
man
מִ֝תְהַלֵּ֗ל
(mithalel)
die zich beroemt
בְּמַתַּת
(bematat)
op een gave van
שָֽׁקֶר
(shaqer)
leugen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְשִׂיאִים (nesi’im), ‘wolken’: letterlijk ‘opstijgende dampen’.

Het woord betekent elders ook ‘vorsten’.

15Door geduld laat een bevelhebber zich overhalen, en een zachte tong breekt een bot.
בְּאֹ֣רֶךְ
(beorekh)
door lengte van
אַ֭פַּיִם
(apayim)
toorn (geduld)
יְפֻתֶּ֣ה
(yefute)
wordt overgehaald
קָצִ֑ין
(qatsin)
bevelhebber
וְלָשׁ֥וֹן
(velashon)
en tong
רַ֝כָּ֗ה
(raka)
zacht
תִּשְׁבָּר
(tishbar)
breekt
גָּֽרֶם
(garem)
bot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Heb je honing gevonden, eet je dan genoeg. Anders word je er te vol van en braak je het uit.
דְּבַ֣שׁ
(devash)
honing
מָ֭צָאתָ
(matsata)
heb je gevonden
אֱכֹ֣ל
(ekhol)
eet
דַּיֶּ֑ךָּ
(dayeka)
je genoeg
פֶּן
(pen)
anders
תִּ֝שְׂבָּעֶ֗נּוּ
(tisbaenu)
word je er vol van
וַהֲקֵֽאתֽוֹ
(vahaqeto)
en braak je het uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Maak je voet zeldzaam in het huis van je naaste, anders heeft hij genoeg van je en haat hij je.
הֹקַ֣ר
(hoqar)
maak zeldzaam
רַ֭גְלְךָ
(raglekha)
je voet
מִבֵּ֣ית
(mibeit)
uit het huis van
רֵעֶ֑ךָ
(reekha)
je naaste
פֶּן
(pen)
anders
יִ֝שְׂבָּעֲךָ֗
(yisbaakha)
heeft hij genoeg van jou
וּשְׂנֵאֶֽךָ
(useneekha)
en haat hij jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Een knots en een zwaard en een scherpe pijl: zo is een man die als valse getuige tegen zijn naaste antwoordt.
מֵפִ֣יץ
(mefits)
knots
וְ֭חֶרֶב
(vecherev)
en zwaard
וְחֵ֣ץ
(vechets)
en pijl
שָׁנ֑וּן
(shanun)
scherp
אִ֥ישׁ
(ish)
man
עֹנֶ֥ה
(one)
die antwoordt
בְ֝רֵעֵ֗הוּ
(bereehu)
tegen zijn naaste
עֵ֣ד
(ed)
getuige van
שָֽׁקֶר
(shaqer)
leugen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵפִיץ (mefits), ‘knots’: een soort strijdhamer; de betekenis is niet helemaal zeker.

Vergelijk Exod. 20:16.

19Een gebroken tand en een wankelende voet: vertrouwen op een trouweloze op de dag van de nood.
שֵׁ֣ן
(shen)
tand
רֹ֭עָה
(roa)
gebroken
וְרֶ֣גֶל
(veregel)
en voet
מוּעָ֑דֶת
(muadet)
wankelend
מִבְטָ֥ח
(mivtach)
vertrouwen op
בּ֝וֹגֵ֗ד
(boged)
een trouweloze
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
צָרָֽה
(tsara)
nood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Wie een kleed uittrekt op een koude dag, azijn op soda: zo is wie liederen zingt bij een bedroefd hart.
מַ֥עֲדֶה
(maade)
wie uittrekt
בֶּ֨גֶד
(beged)
kleed
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
קָ֭רָה
(qara)
kou
חֹ֣מֶץ
(chomets)
azijn
עַל
(al)
op
נָ֑תֶר
(nater)
soda
וְשָׁ֥ר
(veshar)
en wie zingt
בַּ֝שִּׁרִ֗ים
(bashirim)
liederen
עַ֣ל
(al)
bij
לֶב
(lev)
een hart
רָֽע
(ra)
bedroefd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָתֶר (neter), ‘soda’: een mineraal dat bruist als er azijn op komt.

לֶב רָע (lev ra), letterlijk ‘een slecht hart’: hier een bedroefd of zwaarmoedig hart. Het kleed en de azijn passen niet bij de plaats en de tijd, net als vrolijke liederen bij verdriet.

21Als wie je haat honger heeft, geef hem brood te eten; en als hij dorst heeft, geef hem water te drinken.
אִם
(im)
als
רָעֵ֣ב
(raev)
hongerig is
שֹׂ֭נַאֲךָ
(sonaakha)
die jou haat
הַאֲכִלֵ֣הוּ
(haakhilehu)
geef hem te eten
לָ֑חֶם
(lachem)
brood
וְאִם
(veim)
en als
צָ֝מֵ֗א
(tsame)
dorstig is
הַשְׁקֵ֥הוּ
(hashqehu)
geef hem te drinken
מָֽיִם
(mayim)
water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Want je schept gloeiende kolen op zijn hoofd, en Yahweh zal het je vergelden.
כִּ֤י
(ki)
want
גֶֽחָלִ֗ים
(gechalim)
kolen
אַ֭תָּה
(ata)
jij
חֹתֶ֣ה
(chote)
schept
עַל
(al)
op
רֹאשׁ֑וֹ
(rosho)
zijn hoofd
וַֽ֝יהוָ֗ה
(vaYahweh)
en Yahweh
יְשַׁלֶּם
(yeshalem)
zal vergelden
לָֽךְ
(lakh)
aan jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֶּחָלִים (gechalim), ‘gloeiende kolen’: een beeld voor de uitwerking van vriendelijkheid op een vijand.

De uitleg van het beeld verschilt (schaamte, berouw).

Wij laten het beeld staan.

Zie ook Rom. 12:20.

יְשַׁלֶּם (yeshallem), ‘zal vergelden’: Yahweh zelf geeft de vergoeding; hier in goede zin.

23De noordenwind brengt regen voort, en een boos gezicht een tong die in het geheim spreekt.
ר֣וּחַ
(ruach)
wind van
צָ֭פוֹן
(tsafon)
noorden
תְּח֣וֹלֵֽל
(techolel)
brengt voort
גָּ֑שֶׁם
(gashem)
regen
וּפָנִ֥ים
(ufanim)
en gezichten
נִ֝זְעָמִ֗ים
(nizamim)
boos
לְשׁ֣וֹן
(leshon)
tong van
סָֽתֶר
(sater)
geheim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּחוֹלֵל (techolel), ‘brengt voort’: letterlijk ‘doet baren’.

Het werkwoord kan ook ‘verdrijft’ betekenen.

De betekenis is onzeker.

לְשׁוֹן סָתֶר (leshon seter), ‘een tong die in het geheim spreekt’: roddel achter iemands rug.

24Het is beter te wonen op een hoek van het dak dan met een twistzieke vrouw in een gedeeld huis.
ט֗וֹב
(tov)
goed
שֶׁ֥בֶת
(shevet)
wonen
עַל
(al)
op
פִּנַּת
(pinat)
hoek van
גָּ֑ג
(gag)
dak
מֵאֵ֥שֶׁת
(meeshet)
dan een vrouw van
מִ֝דְיָנִ֗ים
(midyanim)
twisten
וּבֵ֥ית
(uveit)
en een huis van
חָֽבֶר
(chaver)
gezelschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Deze spreuk is gelijk aan Spr. 21:9.

מִדְיָנִים (midyanim), ‘twisten’: een vrouw van twisten is een twistzieke vrouw.

בֵּית חָבֶר (bet chaver), ‘een gedeeld huis’: letterlijk ‘een huis van gezelschap’.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) heeft מדונים (madonim); het gelezen woord (qere) heeft מִדְיָנִים.

De betekenis is gelijk.

25Koud water voor een vermoeide ziel: een goed bericht uit een ver land.
מַ֣יִם
(mayim)
water
קָ֭רִים
(qarim)
koud
עַל
(al)
op
נֶ֣פֶשׁ
(nefesh)
een ziel
עֲיֵפָ֑ה
(ayefa)
vermoeide
וּשְׁמוּעָ֥ה
(ushemua)
en een bericht
ט֝וֹבָ֗ה
(tova)
goed
מֵאֶ֥רֶץ
(meerets)
uit het land van
מֶרְחָֽק
(merchaq)
ver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Een vertroebelde bron en een bedorven bron: een rechtvaardige die wankelt voor een goddeloze.
מַעְיָ֣ן
(mayan)
bron
נִ֭רְפָּשׂ
(nirpas)
vertroebeld
וּמָק֣וֹר
(umaqor)
en bron
מָשְׁחָ֑ת
(mashechat)
bedorven
צַ֝דִּ֗יק
(tsadiq)
rechtvaardige
מָ֣ט
(mat)
wankelend
לִפְנֵֽי
(lifnei)
voor het aangezicht van
רָשָֽׁע
(rasha)
goddeloze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִרְפָּשׂ (nirpas), ‘vertroebeld’: letterlijk ‘vertrapt’; een bron waarin iemand heeft gestaan of geroerd.

מָט (mat), ‘wankelt’: ook ‘zakt in’ of ‘zwicht’.

27Veel honing eten is niet goed, en het onderzoeken van hun eer is eer.
אָ֘כֹ֤ל
(akhol)
eten
דְּבַ֣שׁ
(devash)
honing
הַרְבּ֣וֹת
(harbot)
veel te doen
לֹא
(lo)
niet
ט֑וֹב
(tov)
goed
וְחֵ֖קֶר
(vecheqer)
en onderzoek
כְּבֹדָ֣ם
(kevodam)
hun eer
כָּבֽוֹד
(kavod)
eer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), hier ‘eer’ (bij mensen).

Lezing

Dit vers is in de Masoretische tekst moeilijk.

Wij vertalen letterlijk: ‘het onderzoeken van hun eer is eer’.

Sommige oude vertalingen en lezers zien een andere tekst of een andere samenhang (bijvoorbeeld ‘het onderzoeken van moeilijke zaken is eer’).

De betekenis is onzeker.

28Een stad met bressen, zonder muur: een man zonder beheersing over zijn geest.
עִ֣יר
(ir)
stad
פְּ֭רוּצָה
(perutsa)
doorbroken
אֵ֣ין
(ein)
er is geen
חוֹמָ֑ה
(choma)
muur
אִ֝֗ישׁ
(ish)
man
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
אֵ֖ין
(ein)
er is geen
מַעְצָ֣ר
(matsar)
beheersing
לְרוּחֽוֹ
(lerucho)
voor zijn geest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ (ruach), ‘geest’: de innerlijke drang of gemoedsstemming.

מַעְצָר (ma’tsar), ‘beheersing’: letterlijk ‘wat tegenhoudt’.

Zie ook Spr. 16:32.