De goede herder, het inwijdingsfeest en de steniging die mislukt
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De herder, de deur en de schapen
1„Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie: wie niet door de deur de schaapskooi van de schapen binnengaat, maar ergens anders omhoogklimt, die is een dief en een rover.
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὁ
(ho)
de
μὴ
(me)
niet
εἰσερχόμενος
(eiserchomenos)
binnengaande
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
θύρας
(thyras)
deur
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
αὐλὴν
(aulen)
schaapskooi
τῶν
(ton)
van de
προβάτων
(probaton)
schapen
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀναβαίνων
(anabainon)
omhoogklimmend
ἀλλαχόθεν
(allachothen)
ergens anders vandaan
ἐκεῖνος
(ekeinos)
die
κλέπτης
(kleptes)
dief
ἐστὶν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
λῃστής
(lestes)
rover
Bron: SBLGNT
Uitleg
Deze rede sluit aan bij Joh. 9:39–41. αὐλή (aule), ‘schaapskooi’: een omheinde ruimte waar de schapen ’s nachts staan. ποιμήν (poimen), ‘herder’.
Elohim wordt in de Schrift vaak herder genoemd, zie Ps. 23:1 en Ezech. 34:11–16.
12De loonarbeider, die geen herder is en aan wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf komen. Hij laat de schapen achter en vlucht. En de wolf grijpt ze en jaagt ze uiteen.
ὁ
(ho)
de
μισθωτὸς
(misthotos)
loonarbeider
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ὢν
(on)
zijnde
ποιμήν
(poimen)
herder
οὗ
(hou)
van wie
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
τὰ
(ta)
de
πρόβατα
(probata)
schapen
ἴδια
(idia)
eigen
θεωρεῖ
(theorei)
ziet
τὸν
(ton)
de
λύκον
(lykon)
wolf
ἐρχόμενον
(erchomenon)
komend
καὶ
(kai)
en
ἀφίησιν
(aphiesin)
laat achter
τὰ
(ta)
de
πρόβατα
(probata)
schapen
καὶ
(kai)
en
φεύγει
(pheugei)
vlucht
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
λύκος
(lykos)
wolf
ἁρπάζει
(harpazei)
grijpt
αὐτὰ
(auta)
ze
καὶ
(kai)
en
σκορπίζει
(skorpizei)
jaagt uiteen
Bron: SBLGNT
Uitleg
μισθωτός (misthotos), ‘loonarbeider’: iemand die voor loon werkt en de schapen niet zelf bezit.
13Want hij is een loonarbeider en bekommert zich niet om de schapen.
ὅτι
(hoti)
omdat
μισθωτός
(misthotos)
loonarbeider
ἐστιν
(estin)
hij is
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
μέλει
(melei)
bekommert zich
αὐτῷ
(auto)
hij
περὶ
(peri)
om
τῶν
(ton)
de
προβάτων
(probaton)
schapen
Bron: SBLGNT
14Ik ben de goede herder. Ik ken de Mijnen, en de Mijnen kennen Mij,
ἐγώ
(ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben
ὁ
(ho)
de
ποιμὴν
(poimen)
herder
ὁ
(ho)
de
καλός
(kalos)
goede
καὶ
(kai)
en
γινώσκω
(ginosko)
Ik ken
τὰ
(ta)
de
ἐμὰ
(ema)
Mijnen
καὶ
(kai)
en
γινώσκουσί
(ginoskousi)
kennen
με
(me)
Mij
τὰ
(ta)
de
ἐμά
(ema)
Mijnen
Bron: SBLGNT
Lezing
Wij volgen de SBLGNT: ‘en de Mijnen kennen Mij’.
In sommige handschriften staat ‘en Ik word door de Mijnen gekend’.
15zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken. En Ik leg Mijn leven neer voor de schapen.
16Ik heb ook andere schapen, die niet uit deze schaapskooi zijn. Ook die moet Ik leiden. Zij zullen naar Mijn stem luisteren, en zij zullen één kudde worden, één herder.
καὶ
(kai)
en
ἄλλα
(alla)
andere
πρόβατα
(probata)
schapen
ἔχω
(echo)
Ik heb
ἃ
(ha)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
zijn
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
αὐλῆς
(aules)
schaapskooi
ταύτης
(tautes)
deze
κἀκεῖνα
(kakeina)
ook die
δεῖ
(dei)
moet
με
(me)
Ik
ἀγαγεῖν
(agagein)
leiden
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
naar de
φωνῆς
(phones)
stem
μου
(mou)
Mijn
ἀκούσουσιν
(akousousin)
zij zullen luisteren
καὶ
(kai)
en
γενήσονται
(genesontai)
zij zullen worden
μία
(mia)
één
ποίμνη
(poimne)
kudde
εἷς
(heis)
één
ποιμήν
(poimen)
herder
Bron: SBLGNT
Uitleg
De ‘andere schapen’ zijn niet uit deze schaapskooi.
Vergelijk Jes. 56:8, waar Elohim nog meer verzamelt naast wie al verzameld zijn, en Ezech. 37:22–24, waar één volk en één herder zijn. ποίμνη (poimne), ‘kudde’, is wat anders dan αὐλή (aule), ‘schaapskooi’.
17Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven neerleg om het weer te nemen.
διὰ
(dia)
om
τοῦτό
(touto)
dit
με
(me)
Mij
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἀγαπᾷ
(agapa)
heeft lief
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐγὼ
(ego)
Ik
τίθημι
(tithemi)
leg neer
τὴν
(ten)
het
ψυχήν
(psychen)
leven
μου
(mou)
Mijn
ἵνα
(hina)
opdat
πάλιν
(palin)
weer
λάβω
(labo)
Ik neem
αὐτήν
(auten)
het
Bron: SBLGNT
18Niemand neemt het van Mij weg, maar Ik leg het uit Mijzelf neer. Ik heb gezag om het neer te leggen, en Ik heb gezag om het weer te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.”
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
αἴρει
(airei)
neemt weg
αὐτὴν
(auten)
het
ἀπ’
(ap’)
van
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐγὼ
(ego)
Ik
τίθημι
(tithemi)
leg neer
αὐτὴν
(auten)
het
ἀπ’
(ap’)
uit
ἐμαυτοῦ
(emautou)
Mijzelf
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἔχω
(echo)
Ik heb
θεῖναι
(theinai)
neer te leggen
αὐτήν
(auten)
het
καὶ
(kai)
en
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἔχω
(echo)
Ik heb
πάλιν
(palin)
weer
λαβεῖν
(labein)
te nemen
αὐτήν
(auten)
het
ταύτην
(tauten)
dit
τὴν
(ten)
het
ἐντολὴν
(entolen)
gebod
ἔλαβον
(elabon)
ontving Ik
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: zoals in Matt. 8:9. ἐντολή (entole), ‘gebod’: een opdracht van de Vader.
34Yeshua antwoordde hun: „Staat er niet in jullie wet geschreven: ‘Ik heb gezegd: Goden zijn jullie’?
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
αὐτοῖς
(autois)
hun
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
γεγραμμένον
(gegrammenon)
geschreven
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
νόμῳ
(nomo)
wet
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐγὼ
(Ego)
Ik
εἶπα
(eipa)
zei
Θεοί
(Theoi)
goden
ἐστε
(este)
zijn jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het citaat is Ps. 82:6.
In het Hebreeuws spreekt Elohim tot de ‘goden’ in Zijn raad, die recht moeten spreken (Ps. 82:1–4): ‘Goden zijn jullie, en zonen van de Allerhoogste, jullie allen.’
Yeshua haalt alleen de eerste helft aan. νόμος (nomos), ‘wet’: hier de hele Schrift.
36zeggen jullie dan tegen Hem die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: ‘U lastert’, omdat Ik zei: ‘Ik ben Zoon van Elohim’?
ὃν
(hon)
die
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἡγίασεν
(hegiasen)
heiligde
καὶ
(kai)
en
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
zond
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
λέγετε
(legete)
zeggen
ὅτι
(hoti)
dat
Βλασφημεῖς
(Blasphemeis)
U lastert
ὅτι
(hoti)
omdat
εἶπον
(eipon)
Ik zei
Υἱὸς
(Huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰμι
(eimi)
Ik ben
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: apart zetten voor Elohim.
37Als Ik de werken van Mijn Vader niet doe, geloof Mij dan niet.
εἰ
(ei)
als
οὐ
(ou)
niet
ποιῶ
(poio)
Ik doe
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
τοῦ
(tou)
van de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
μὴ
(me)
niet
πιστεύετέ
(pisteuete)
geloof
μοι
(moi)
Mij
Bron: SBLGNT
38Maar als Ik ze wel doe, geloof dan de werken, ook al geloven jullie Mij niet. Zo kunnen jullie weten en blijven weten dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader.”
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ποιῶ
(poio)
Ik doe
κἂν
(kan)
ook al
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
μὴ
(me)
niet
πιστεύητε
(pisteuete)
jullie geloven
τοῖς
(tois)
de
ἔργοις
(ergois)
werken
πιστεύετε
(pisteuete)
geloof
ἵνα
(hina)
opdat
γνῶτε
(gnote)
jullie weten
καὶ
(kai)
en
γινώσκητε
(ginoskete)
jullie blijven weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
κἀγὼ
(kago)
en Ik
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πατρί
(patri)
Vader
Bron: SBLGNT
Uitleg
πιστεύω (pisteuo) met de derde naamval betekent ‘iets of iemand geloven’ (‘Mij geloven’, ‘de werken geloven’).
Met εἰς (eis) betekent het ‘in iemand geloven’.
39Weer zochten zij Hem te grijpen, maar Hij ontsnapte uit hun hand.
ἐζήτουν
(ezetoun)
zochten
οὖν
(oun)
dus
πάλιν
(palin)
opnieuw
αὐτὸν
(auton)
Hem
πιάσαι
(piasai)
te grijpen
καὶ
(kai)
en
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ontsnapte
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
χειρὸς
(cheiros)
hand
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Aan de overkant van de Jordaan
40Hij ging weer weg naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes eerst doopte, en bleef daar.
Καὶ
(Kai)
en
ἀπῆλθεν
(apelthen)
ging weg
πάλιν
(palin)
weer
πέραν
(peran)
aan de overkant
τοῦ
(tou)
van de
Ἰορδάνου
(Iordanou)
Jordaan
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
ὅπου
(hopou)
waar
ἦν
(en)
was
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
τὸ
(to)
het
πρῶτον
(proton)
eerst
βαπτίζων
(baptizon)
dopend
καὶ
(kai)
en
ἔμεινεν
(emeinen)
bleef
ἐκεῖ
(ekei)
daar
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
Zie Betanië aan de overkant van de Jordaan (ligging onzeker): Dit Betanië is niet het dorp bij Jeruzalem, maar een plaats aan de oostoever van de Jordaan, waar Johannes doopte.
De ligging is onzeker; voorgesteld wordt het gebied bij Wadi al-Charrar (Al-Maghtas), tegenover Jericho, nu in Jordanië.
Uitleg
Het gaat om de plaats aan de overkant van de Jordaan waar Johannes eerst doopte; zie Joh. 1:28.