Pashchur slaat Jeremia; Jeremia's laatste klacht en zijn vloek over de dag van zijn geboorte
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Pashchur slaat Jeremia
1Pashchur, de zoon van Immer, de priester, die hoofdopziener was in het huis van Yahweh, hoorde Jeremia deze woorden profeteren.
וַיִּשְׁמַ֤ע
(vayishma)
en hoorde
פַּשְׁחוּר֙
(pashchur)
Pashchur
בֶּן
(ben)
zoon van
אִמֵּ֣ר
(imer)
Immer
הַכֹּהֵ֔ן
(hakohen)
de priester
וְהֽוּא
(vehu)
en hij
פָקִ֥יד
(paqid)
opziener
נָגִ֖יד
(nagid)
leider
בְּבֵ֣ית
(beveit)
in het huis van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶֽת
(et)
(obj.)
יִרְמְיָ֔הוּ
(yirmeyahu)
Jeremia
נִבָּ֖א
(niba)
profeteren
אֶת
(et)
(obj.)
הַדְּבָרִ֥ים
(hadevarim)
de woorden
הָאֵֽלֶּה
(haele)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פַּשְׁחוּר (Pashchur), ‘Pashchur’: een priester, de zoon van אִמֵּר (Immer).
Immer is een priestergeslacht (1 Kron. 24:14).
פָּקִיד נָגִיד (pakid nagid), ‘hoofdopziener’: letterlijk ‘opziener, leider’. Een hoge functie in het huis van Yahweh. Het woord נָגִיד (nagid), ‘leider’, staat ook in 2 Kron. 31:13 voor de leider van het huis van Elohim.
2Pashchur sloeg de profeet Jeremia en zette hem in het blok bij de bovenste poort van Benjamin, in het huis van Yahweh.
וַיַּכֶּ֣ה
(vayake)
en sloeg
פַשְׁח֔וּר
(pashchur)
Pashchur
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
יִרְמְיָ֣הוּ
(yirmeyahu)
Jeremia
הַנָּבִ֑יא
(hanavi)
de profeet
וַיִּתֵּ֨ן
(vayiten)
en zette
אֹת֜וֹ
(oto)
hem
עַל
(al)
in
הַמַּהְפֶּ֗כֶת
(hamahpekhet)
het blok
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
בְּשַׁ֤עַר
(beshaar)
bij de poort van
בִּנְיָמִן֙
(binyamin)
Benjamin
הָֽעֶלְי֔וֹן
(haelyon)
de bovenste
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
בְּבֵ֥ית
(beveit)
in het huis van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Poort van Benjamin (ligging onzeker): De Poort van Benjamin was een stadspoort aan de noordkant van Jeruzalem, op de weg naar het land Benjamin.
De precieze plaats is niet zeker.
Uitleg
הַמַּהְפֶּכֶת (hammahpeket), ‘het blok’: een blok of kluisters waarin een gevangene in een pijnlijke houding werd vastgezet.
Het woord hoort bij een werkwoord dat ‘omdraaien’ betekent.
Zie ook 2 Kron. 16:10, ‘het huis van de blokken’.
שַׁעַר בִּנְיָמִן הָעֶלְיוֹן (sha’ar Binyamin ha’elyon), ‘de bovenste poort van Benjamin’: een poort bij het huis van Yahweh. De plaats is niet precies bekend.
4Want zo zegt Yahweh: ‘Zie, Ik maak je tot een schrik, voor jezelf en voor al wie je liefhebben. Zij zullen door het zwaard van hun vijanden vallen, terwijl jouw ogen het zien. Heel Juda zal Ik in de hand van de koning van Babel geven. Hij zal hen naar Babel wegvoeren en hen met het zwaard neerslaan.
כִּ֣י
(ki)
want
כֹ֣ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֡ה
(Yahweh)
Yahweh
הִנְנִי֩
(hinni)
zie Ik
נֹתֶנְךָ֨
(notenkha)
maak je
לְמָג֜וֹר
(lemagor)
tot een schrik
לְךָ֣
(lekha)
voor jezelf
וּלְכָל
(ulekhal)
en voor alle
אֹהֲבֶ֗יךָ
(ohaveikha)
die je liefhebben
וְנָֽפְל֛וּ
(venafelu)
en zullen vallen
בְּחֶ֥רֶב
(becherev)
door het zwaard van
אֹיְבֵיהֶ֖ם
(oyeveihem)
hun vijanden
וְעֵינֶ֣יךָ
(veeineikha)
en jouw ogen
רֹא֑וֹת
(root)
zien
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
heel
יְהוּדָ֗ה
(yehuda)
Juda
אֶתֵּן֙
(eten)
Ik zal geven
בְּיַ֣ד
(beyad)
in de hand van
מֶֽלֶךְ
(melekh)
de koning van
בָּבֶ֔ל
(bavel)
Babel
וְהִגְלָ֥ם
(vehiglam)
en hij zal hen wegvoeren
בָּבֶ֖לָה
(bavela)
naar Babel
וְהִכָּ֥ם
(vehikam)
en hij zal hen slaan
בֶּחָֽרֶב
(becharev)
met het zwaard
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
Vanaf hier brengt Jeremia de woorden van Yahweh aan Pashchur.
Zij staan rood, in enkele aanhalingstekens binnen Jeremia’s toespraak.
לְמָגוֹר (lemagor), ‘tot een schrik’: hetzelfde woord als in de nieuwe naam.
אֹהֲבֶיךָ (ohavekha), ‘die je liefhebben’: wie op Pashchur vertrouwt, zijn vrienden en aanhangers.
5Alle rijkdom van deze stad zal Ik geven, al haar bezit en al haar kostbaarheden. Alle schatten van de koningen van Juda zal Ik in de hand van hun vijanden geven. Zij zullen ze plunderen, ze nemen en ze naar Babel brengen.
וְנָתַתִּ֗י
(venatati)
en Ik zal geven
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
חֹ֨סֶן֙
(chosen)
de rijkdom van
הָעִ֣יר
(hair)
de stad
הַזֹּ֔את
(hazot)
deze
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
יְגִיעָ֖הּ
(yegiah)
haar bezit
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
יְקָרָ֑הּ
(yeqarah)
haar kostbaarheden
וְאֵ֨ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
אוֹצְר֜וֹת
(otserot)
de schatten van
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
de koningen van
יְהוּדָ֗ה
(yehuda)
Juda
אֶתֵּן֙
(eten)
Ik zal geven
בְּיַ֣ד
(beyad)
in de hand van
אֹֽיְבֵיהֶ֔ם
(oyeveihem)
hun vijanden
וּבְזָזוּם֙
(uvezazum)
en zij zullen ze plunderen
וּלְקָח֔וּם
(uleqachum)
en nemen
וֶהֱבִיא֖וּם
(vehevium)
en brengen ze
בָּבֶֽלָה
(bavela)
naar Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
חֹסֶן (choson), ‘rijkdom’, יְגִיעַ (yegia), ‘bezit’ (letterlijk: wat men met moeite verwerft), יְקָר (yeqar), ‘kostbaarheden’, en אוֹצְרוֹת (otserot), ‘schatten’: vier woorden voor wat Jeruzalem bezit.
6Maar jij, Pashchur, en alle bewoners van je huis, jullie gaan in gevangenschap. Je komt in Babel, daar sterf je en daar word je begraven, jij en al wie je liefhebben, aan wie je leugens hebt geprofeteerd.’”
וְאַתָּ֣ה
(veata)
en jij
פַשְׁח֗וּר
(pashchur)
Pashchur
וְכֹל֙
(vekhol)
en alle
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
inwoners van
בֵיתֶ֔ךָ
(beitekha)
je huis
תֵּלְכ֖וּ
(telekhu)
zullen gaan
בַּשֶּׁ֑בִי
(bashevi)
in gevangenschap
וּבָבֶ֣ל
(uvavel)
en naar Babel
תָּב֗וֹא
(tavo)
zul je komen
וְשָׁ֤ם
(vesham)
en daar
תָּמוּת֙
(tamut)
zul je sterven
וְשָׁ֣ם
(vesham)
en daar
תִּקָּבֵ֔ר
(tiqaver)
zul je begraven worden
אַתָּה֙
(ata)
jij
וְכָל
(vekhal)
en alle
אֹ֣הֲבֶ֔יךָ
(ohaveikha)
die je liefhebben
אֲשֶׁר
(asher)
aan wie
נִבֵּ֥אתָ
(nibeta)
je hebt geprofeteerd
לָהֶ֖ם
(lahem)
hun
בַּשָּֽׁקֶר
(bashaqer)
met leugen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
Pashchur, die de profeet sloeg, gaat zelf in ballingschap.
בַּשֶּׁקֶר (bashsheker), ‘met leugens’: Jeremia beschuldigt Pashchur ervan dat hij mensen met valse woorden gerust heeft gesteld.
7U hebt mij overgehaald, Yahweh, en ik liet mij overhalen. U was sterker dan ik en hebt gewonnen. Ik ben de hele dag een voorwerp van spot geworden; ieder spot met mij.
פִּתִּיתַ֤נִי
(pititani)
U hebt mij overgehaald
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
וָֽאֶפָּ֔ת
(vaepat)
en ik liet mij overhalen
חֲזַקְתַּ֖נִי
(chazaqtani)
U was sterker dan ik
וַתּוּכָ֑ל
(vatukhal)
en U hebt gewonnen
הָיִ֤יתִי
(hayiti)
ik ben geworden
לִשְׂחוֹק֙
(lischoq)
tot een voorwerp van spot
כָּל
(kal)
heel
הַיּ֔וֹם
(hayom)
de dag
כֻּלֹּ֖ה
(kulo)
helemaal
לֹעֵ֥ג
(loeg)
spotter
לִֽי
(li)
met mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vanaf hier spreekt Jeremia tot Yahweh.
Dit is de laatste van zijn klachten, na Jer. 11:18–23, 12:1–6, 15:10–21, 17:14–18 en 18:19–23.
פִּתִּיתַנִי (pittitani), ‘U hebt mij overgehaald’: het werkwoord פָּתָה (patah) betekent ‘overhalen, verleiden’, soms ook ‘misleiden’. Het staat ook in 1 Kon. 22:20–22 en Exod. 22:15. Het is een scherp woord. Wij laten het zoals het er staat: Jeremia zegt dat Yahweh sterker was en hem tot profeet maakte.
חֲזַקְתַּנִי וַתּוּכָל (chazaqtani vattukhal), ‘U was sterker dan ik en hebt gewonnen’: hij kon zich niet verzetten.
8Want zo vaak als ik spreek, schreeuw ik het uit; ik roep: ‘Geweld en verwoesting!’ Want het woord van Yahweh is mij de hele dag tot smaad en tot spot geworden.
כִּֽי
(ki)
want
מִדֵּ֤י
(midei)
zo vaak als
אֲדַבֵּר֙
(adaber)
ik spreek
אֶזְעָ֔ק
(ezaq)
ik schreeuw
חָמָ֥ס
(chamas)
geweld
וָשֹׁ֖ד
(vashod)
en verwoesting
אֶקְרָ֑א
(eqra)
ik roep
כִּֽי
(ki)
want
הָיָ֨ה
(haya)
is geworden
דְבַר
(devar)
het woord van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
לִ֛י
(li)
voor mij
לְחֶרְפָּ֥ה
(lecherpa)
tot smaad
וּלְקֶ֖לֶס
(uleqeles)
en tot spot
כָּל
(kal)
heel
הַיּֽוֹם
(hayom)
de dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חָמָס וָשֹׁד (chamas vashod), ‘geweld en verwoesting’: wat Jeremia steeds moet aankondigen.
Zijn boodschap brengt hem smaad (חֶרְפָּה, cherpah) en spot (קֶלֶס, qeles).
9Ik zei: ‘Ik wil Hem niet meer noemen en niet meer in Zijn naam spreken.’ Maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, opgesloten in mijn beenderen. Ik werd moe van het inhouden en ik kon het niet.
וְאָמַרְתִּ֣י
(veamarti)
en ik zei
לֹֽא
(lo)
niet
אֶזְכְּרֶ֗נּוּ
(ezkerenu)
zal ik Hem noemen
וְלֹֽא
(velo)
en niet
אֲדַבֵּ֥ר
(adaber)
zal ik spreken
עוֹד֙
(od)
meer
בִּשְׁמ֔וֹ
(bishmo)
in Zijn naam
וְהָיָ֤ה
(vehaya)
maar het werd
בְלִבִּי֙
(belibi)
in mijn hart
כְּאֵ֣שׁ
(keesh)
als een vuur
בֹּעֶ֔רֶת
(boeret)
brandend
עָצֻ֖ר
(atsur)
opgesloten
בְּעַצְמֹתָ֑י
(beatsmotay)
in mijn beenderen
וְנִלְאֵ֥יתִי
(venileiti)
en ik werd moe
כַּֽלְכֵ֖ל
(kalkhel)
van het inhouden
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
אוּכָֽל
(ukhal)
kon ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כְּאֵשׁ בֹּעֶרֶת (ke’esh bo’eret), ‘als een brandend vuur’: het woord van Yahweh brandt in hem.
Vergelijk Jer. 23:29: ‘Is Mijn woord niet als vuur?’
כַּלְכֵל (kalkel), ‘inhouden’: het werkwoord betekent ook ‘bevatten, dragen’. Jeremia kan het woord niet meer binnenhouden.
10Want ik heb het gefluister van velen gehoord: ‘Schrik rondom! Geef hem aan, wij zullen hem aangeven!’ Al mijn vrienden letten op mijn val: ‘Misschien laat hij zich overhalen, dan winnen wij het van hem en nemen wij wraak op hem.’
כִּ֣י
(ki)
want
שָׁמַ֜עְתִּי
(shamati)
ik heb gehoord
דִּבַּ֣ת
(dibat)
het gefluister van
רַבִּים֮
(rabim)
velen
מָג֣וֹר
(magor)
schrik
מִסָּבִיב֒
(misaviv)
rondom
הַגִּ֨ידוּ֙
(hagidu)
geef aan
וְנַגִּידֶ֔נּוּ
(venagidenu)
en wij zullen hem aangeven
כֹּ֚ל
(kol)
alle
אֱנ֣וֹשׁ
(enosh)
mensen van
שְׁלוֹמִ֔י
(shelomi)
mijn vrede
שֹׁמְרֵ֖י
(shomerei)
die letten op
צַלְעִ֑י
(tsali)
mijn val
אוּלַ֤י
(ulay)
misschien
יְפֻתֶּה֙
(yefute)
laat hij zich overhalen
וְנ֣וּכְלָה
(venukhela)
en wij zullen winnen
ל֔וֹ
(lo)
van hem
וְנִקְחָ֥ה
(veniqcha)
en wij zullen nemen
נִקְמָתֵ֖נוּ
(niqmatenu)
onze wraak
מִמֶּֽנּוּ
(mimenu)
van hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דִּבַּת רַבִּים (dibbat rabbim), ‘het gefluister van velen’: lasterpraatjes.
כֹּל אֱנוֹשׁ שְׁלוֹמִי (kol enosh shelomi), ‘al mijn vrienden’: letterlijk ‘elke man van mijn vrede’.
צַלְעִי (tsal’i), ‘mijn val’: letterlijk ‘mijn hinken’ of ‘mijn zijde’. Zij wachten tot hij struikelt.
יְפֻתֶּה (yefutteh), ‘laat hij zich overhalen’: hetzelfde werkwoord als in vers 7. Zij hopen dat hij zich laat misleiden.
11Maar Yahweh is met mij als een geduchte held. Daarom zullen mijn vervolgers struikelen en niet winnen. Zij zullen zeer beschaamd zijn, want zij hebben geen inzicht gehad: een schande voor eeuwig, die niet vergeten wordt.
וַֽיהוָ֤ה
(vaYahweh)
maar Yahweh
אוֹתִי֙
(oti)
met mij
כְּגִבּ֣וֹר
(kegibor)
als een held
עָרִ֔יץ
(arits)
geduchte
עַל
(al)
daarom
כֵּ֛ן
(ken)
daarvoor
רֹדְפַ֥י
(rodefay)
mijn vervolgers
יִכָּשְׁל֖וּ
(yikashelu)
zullen struikelen
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יֻכָ֑לוּ
(yukhalu)
zullen winnen
בֹּ֤שׁוּ
(boshu)
zij zijn beschaamd
מְאֹד֙
(meod)
zeer
כִּֽי
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
הִשְׂכִּ֔ילוּ
(hiskilu)
hebben zij inzicht gehad
כְּלִמַּ֥ת
(kelimat)
schande van
עוֹלָ֖ם
(olam)
eeuwigheid
לֹ֥א
(lo)
niet
תִשָּׁכֵֽחַ
(tishakheach)
zal worden vergeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גִּבּוֹר עָרִיץ (gibbor aritz), ‘geduchte held’: een held die ontzag wekt.
כְּלִמַּת עוֹלָם (kelimmat olam), ‘een schande voor eeuwig’: zij worden beschaamd zonder einde.
12Maar Yahweh van de legermachten, U toetst de rechtvaardige, U ziet nieren en hart. Laat mij Uw wraak op hen zien, want aan U heb ik mijn rechtszaak voorgelegd.
וַיהוָ֤ה
(vaYahweh)
en Yahweh
צְבָאוֹת֙
(tsevaot)
van de legermachten
בֹּחֵ֣ן
(bochen)
die toetst
צַדִּ֔יק
(tsadiq)
een rechtvaardige
רֹאֶ֥ה
(roe)
die ziet
כְלָי֖וֹת
(kelayot)
nieren
וָלֵ֑ב
(valev)
en hart
אֶרְאֶ֤ה
(ere)
laat mij zien
נִקְמָֽתְךָ֙
(niqmatekha)
Uw wraak
מֵהֶ֔ם
(mehem)
op hen
כִּ֥י
(ki)
want
אֵלֶ֖יךָ
(eleikha)
aan U
גִּלִּ֥יתִי
(giliti)
heb ik voorgelegd
אֶת
(et)
(obj.)
רִיבִֽי
(rivi)
mijn rechtszaak
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יְהוָה צְבָאוֹת (Yahweh Tsevaot): zie Jer. 2:19.
Dit vers is bijna gelijk aan Jer. 11:20.
כְלָיוֹת (kelayot), ‘nieren’: zie Jer. 17:10.
גִּלִּיתִי (gillti), ‘ik heb voorgelegd’: letterlijk ‘ik heb onthuld’. Jeremia legt zijn zaak in Yahweh’s hand.
16Laat die man zijn als de steden die Yahweh heeft omgekeerd zonder Zich te laten rouwen. Laat hij 's ochtends een noodkreet horen en 's middags een alarmkreet.
וְהָיָה֙
(vehaya)
en laat zijn
הָאִ֣ישׁ
(haish)
de man
הַה֔וּא
(hahu)
die
כֶּֽעָרִ֛ים
(kearim)
als de steden
אֲשֶׁר
(asher)
die
הָפַ֥ךְ
(hafakh)
heeft omgekeerd
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
נִחָ֑ם
(nicham)
Zich liet rouwen
וְשָׁמַ֤ע
(veshama)
en laat horen
זְעָקָה֙
(zeaqa)
een noodkreet
בַּבֹּ֔קֶר
(baboqer)
's ochtends
וּתְרוּעָ֖ה
(uterua)
en een alarmkreet
בְּעֵ֥ת
(beet)
op het uur van
צָהֳרָֽיִם
(tsahorayim)
de middag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כֶּעָרִים אֲשֶׁר־הָפַךְ יְהוָה (ke’arim asher-hafakh Yahweh), ‘als de steden die Yahweh heeft omgekeerd’: Sodom en Gomorra (Gen. 19:25).
וְלֹא נִחָם (velo nicham), ‘zonder Zich te laten rouwen’.
תְּרוּעָה (teru’ah), ‘alarmkreet’: een luid geschreeuw bij oorlog.