Elohim Bijbel

Galaten 3

123456

De Geest en het geloof van Abraham, de vloek van de wet, de belofte en de opvoeder

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De Geest door het geloof

1O onverstandige Galaten, wie heeft jullie betoverd, jullie voor wier ogen Yeshua de Messias als gekruisigde openlijk is voorgesteld?
Ὦ
(O)
o
ἀνόητοι
(anoetoi)
onverstandige
Γαλάται
(Galatai)
Galaten
τίς
(tis)
wie
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐβάσκανεν
(ebaskanen)
heeft betoverd
οἷς
(hois)
voor wie
κατ’
(kat’)
voor
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
προεγράφη
(proegraphe)
is openlijk voorgesteld
ἐσταυρωμένος
(estauromenos)
gekruisigd
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galatië (ongeveer): Galatië is het binnenland van het huidige Turkije, rond Ankara.

Of Paulus de streek in het noorden bedoelt of de Romeinse provincie, die ook Pisidië en Lykaonië omvatte (met Ikonium, Lystra en Derbe), is niet zeker; het punt is bij benadering.

Uitleg

ἀνόητος (anoetos), ‘onverstandig’. βασκαίνω (baskaino), ‘betoveren’: iemand met een boze blik of een toverkracht schaden; Paulus bedoelt: wie heeft jullie het verstand benomen? προγράφω (prografo), ‘openlijk voorstellen’: ook ‘tevoren opschrijven’ of ‘openlijk bekendmaken’, zoals op een aanplakbiljet. ἐσταυρωμένος (estaurromenos), ‘gekruisigd’, van σταυρός (stauros), ‘kruis’.

De Galaten zijn de mensen in Galatië (zie 1:2).

Welke streek met ‘de Galaten’ bedoeld is, zegt de brief niet.

Handelingen noemt ‘het Galatische land’ in Hand. 16:6 en 18:23 en beschrijft Paulus’ werk in Klein-Azië in Hand. 13–14.

Zie ook Hand. 13:14; Hand. 14:1; Hand. 14:8; Hand. 16:6; Hand. 18:23.

2Dit alleen wil ik van jullie weten: hebben jullie de Geest ontvangen uit werken van de wet, of uit het horen met geloof?
τοῦτο
(touto)
dit
μόνον
(monon)
alleen
θέλω
(thelo)
wil ik
μαθεῖν
(mathein)
te leren
ἀφ’
(aph’)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
νόμου
(nomou)
van de wet
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ἐλάβετε
(elabete)
ontvingen jullie
ἢ
(e)
of
ἐξ
(ex)
uit
ἀκοῆς
(akoes)
horen
πίστεως
(pisteos)
van geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀκοή (akoe), ‘het horen’: ook ‘wat gehoord wordt, de boodschap’. πίστεως (pisteos), ‘van geloof’: ‘het horen met geloof’ is ons voorstel; het Grieks kan ook ‘het horen van de boodschap van het geloof’ betekenen. πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’: de Geest van Elohim. ἔργα νόμου: zie 2:16.

Zie ook Gal. 2:16.

Zie ookGal 2:16
3Zijn jullie zo onverstandig? Jullie zijn met de Geest begonnen. Voltooien jullie het nu met het vlees?
οὕτως
(houtos)
zo
ἀνόητοί
(anoetoi)
onverstandig
ἐστε
(este)
zijn jullie
ἐναρξάμενοι
(enarxamenoi)
begonnen hebbend
πνεύματι
(pneumati)
met de Geest
νῦν
(nyn)
nu
σαρκὶ
(sarki)
met vlees
ἐπιτελεῖσθε
(epiteleisthe)
voltooien jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

σάρξ (sarx), ‘vlees’: niet alleen het lichaam, maar ook de zwakke, aardse menselijke natuur, tegenover de Geest. ἐπιτελέω (epiteleo), ‘voltooien’: de Griekse vorm kan ook lijdend zijn: ‘worden jullie nu met het vlees voltooid?’

4Zoveel hebben jullie vergeefs geleden? Als het tenminste vergeefs was.
τοσαῦτα
(tosauta)
zoveel
ἐπάθετε
(epathete)
leden jullie
εἰκῇ
(eike)
vergeefs
εἴ
(ei)
als
γε
(ge)
tenminste
καὶ
(kai)
ook
εἰκῇ
(eike)
vergeefs
Bron: SBLGNT
Uitleg

πάσχω (pascho), ‘lijden’: ook ‘ervaren, meemaken’; Paulus bedoelt wat de Galaten meegemaakt hebben, goed of kwaad. εἰκῇ (eike), ‘vergeefs’: ook ‘zonder reden’. εἴ γε καὶ εἰκῇ (ei ge kai eike), ‘als het tenminste vergeefs was’: Paulus laat open dat het niet vergeefs hoeft te zijn.

5Hij dan die jullie de Geest schenkt en krachten onder jullie werkt: is dat uit werken van de wet, of uit het horen met geloof?
ὁ
(ho)
Hij die
οὖν
(oun)
dan
ἐπιχορηγῶν
(epichoregon)
schenkt
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
καὶ
(kai)
en
ἐνεργῶν
(energon)
werkt
δυνάμεις
(dynameis)
krachten
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
νόμου
(nomou)
van de wet
ἢ
(e)
of
ἐξ
(ex)
uit
ἀκοῆς
(akoes)
horen
πίστεως
(pisteos)
van geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιχορηγέω (epichoregeo), ‘schenken’: rijkelijk verschaffen. δύναμις (dynamis), ‘kracht’: in het meervoud krachtige daden, wonderen. ἐν ὑμῖν (en humin), ‘onder jullie’: ook ‘in jullie’.

Het Grieks heeft in de vraag geen werkwoord; wij vullen ‘is dat’ aan.

Abraham, het geloof en de zegen

6Zoals Abraham Elohim geloofde, en het werd hem toegerekend als gerechtigheid.
καθὼς
(kathos)
zoals
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ἐπίστευσεν
(episteusen)
geloofde
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ἐλογίσθη
(elogisthe)
werd toegerekend
αὐτῷ
(auto)
aan hem
εἰς
(eis)
tot
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Gen. 15:6.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Abram geloofde Yahweh, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid’.

De Griekse tekst heeft ‘Abraham geloofde Elohim, en het werd hem gerekend tot gerechtigheid’: het Griekse citaat noemt Abraham (in Gen. 15:6 heet hij nog Abram), heeft ‘Elohim’ waar ons Hebreeuws ‘Yahweh’ heeft en zet het toerekenen in de lijdende vorm. λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen, toerekenen’: iets op iemands rekening zetten. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’.

Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan.

Zie ook Gen. 15:6.

Zie ookGen 15:6
7Weet dus: wie uit het geloof zijn, die zijn zonen van Abraham.
Γινώσκετε
(Ginoskete)
weet
ἄρα
(ara)
dus
ὅτι
(hoti)
dat
οἱ
(hoi)
die
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
οὗτοι
(houtoi)
dezen
υἱοί
(huioi)
zonen
εἰσιν
(eisin)
zijn
Ἀβραάμ
(Abraam)
van Abraham
Bron: SBLGNT
Uitleg

Γινώσκετε (ginoskete), ‘weet’: de Griekse vorm kan ook een mededeling zijn, ‘jullie weten’. οἱ ἐκ πίστεως (hoi ek pisteos), ‘zij die uit geloof zijn’: wie uit het geloof leeft. υἱοί (huioi), ‘zonen’: het woord omvat in de gemeente ook de dochters, zoals ἀδελφοί bij 1:2.

8De Schrift zag vooraf dat Elohim de volken uit geloof rechtvaardig verklaart. Zij bracht Abraham vooraf de goede boodschap: „In jou zullen alle volken gezegend worden.”
προϊδοῦσα
(proidousa)
voorzien hebbend
δὲ
(de)
maar
ἡ
(he)
de
γραφὴ
(graphe)
Schrift
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
δικαιοῖ
(dikaioi)
rechtvaardig verklaart
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
προευηγγελίσατο
(proeuengelisato)
bracht vooraf de goede boodschap
τῷ
(to)
aan
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐνευλογηθήσονται
(Eneulogethesontai)
zullen gezegend worden
ἐν
(en)
in
σοὶ
(soi)
jou
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
Bron: SBLGNT
Uitleg

γραφή (grafe), ‘Schrift’: de heilige geschriften, hier als sprekend voorgesteld. προευαγγελίζομαι (proeuangelizomai), ‘vooraf de goede boodschap brengen’.

Aanhaling van Gen. 12:3.

Ons Hebreeuws heeft ‘In jou zullen alle families van de grond gezegend worden’; de Griekse tekst heeft ‘alle volken’ (ἔθνη).

Vergelijk Gen. 22:18, waar ons Hebreeuws ‘alle volken van de aarde’ heeft.

In Genesis spreekt Yahweh deze woorden; hier haalt Paulus ze aan als wat de Schrift zegt, daarom zwart.

Zie ook Gen. 12:3; Gen. 22:18.

9Zo worden zij die uit het geloof zijn, gezegend samen met de gelovige Abraham.
ὥστε
(hoste)
zodat
οἱ
(hoi)
die
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
εὐλογοῦνται
(eulogountai)
worden gezegend
σὺν
(syn)
samen met
τῷ
(to)
de
πιστῷ
(pisto)
gelovige
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
Bron: SBLGNT
Uitleg

πιστός (pistos), ‘gelovig’: ook ‘trouw, betrouwbaar’; Abraham wordt hier de gelovige genoemd.

De vloek van de wet en de Messias

10Want allen die uit werken van de wet zijn, staan onder een vloek. Er staat immers geschreven: „Vervloekt is ieder die niet blijft bij alles wat geschreven staat in het boek van de wet, om het te doen.”
Ὅσοι
(Hosoi)
allen die
γὰρ
(gar)
want
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
νόμου
(nomou)
van de wet
εἰσὶν
(eisin)
zijn
ὑπὸ
(hypo)
onder
κατάραν
(kataran)
vloek
εἰσίν
(eisin)
zijn
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐπικατάρατος
(Epikataratos)
vervloekt
πᾶς
(pas)
ieder
ὃς
(hos)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἐμμένει
(emmenei)
blijft
πᾶσιν
(pasin)
bij alle
τοῖς
(tois)
de
γεγραμμένοις
(gegrammenois)
geschrevene
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
βιβλίῳ
(biblio)
boek
τοῦ
(tou)
van de
νόμου
(nomou)
wet
τοῦ
(tou)
om
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
αὐτά
(auta)
ze
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατάρα (katara), ‘vloek’; ἐπικατάρατος (epikataratos), ‘vervloekt’.

Aanhaling van Deut. 27:26.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Vervloekt is wie de woorden van deze wet niet laat standhouden door ze te doen’.

De Griekse tekst heeft: ‘Vervloekt is ieder die niet blijft bij alles wat geschreven staat in het boek van de wet, om het te doen’: met ‘ieder’, ‘alles’ en ‘het boek’. ὅσοι ἐξ ἔργων νόμου (hosoi ex ergon nomou), ‘allen die uit werken van de wet zijn’: wie op de wet vertrouwt.

Zie ook Deut. 27:26.

Zie ookDeut 27:26
11Dat niemand in de wet bij Elohim rechtvaardig verklaard wordt, is duidelijk, want: „De rechtvaardige zal uit geloof leven.”
ὅτι
(hoti)
dat
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
νόμῳ
(nomo)
wet
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
δικαιοῦται
(dikaioutai)
wordt rechtvaardig verklaard
παρὰ
(para)
bij
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
δῆλον
(delon)
duidelijk
ὅτι
(hoti)
dat
Ὁ
(Ho)
de
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardige
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
ζήσεται
(zesetai)
zal leven
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Hab. 2:4.

Ons Hebreeuws heeft: ‘de rechtvaardige zal leven door zijn trouw’.

De Griekse tekst heeft: ‘de rechtvaardige zal uit geloof leven’, zonder ‘zijn’.

Het Hebreeuwse אֱמוּנָה (emunah) betekent ‘trouw, betrouwbaarheid’, het Griekse πίστις (pistis) ‘geloof’. ἐκ πίστεως kan bij ‘de rechtvaardige’ horen (‘de uit geloof rechtvaardige zal leven’) of bij ‘zal leven’; wij kiezen het tweede.

In Habakuk spreekt Yahweh deze woorden; hier haalt Paulus ze aan, daarom zwart. ἐν νόμῳ (en nomo), ‘in de wet’: in het gebied van de wet.

Hetzelfde Griekse ἐν νόμῳ staat in 5:4; wij vertalen het beide keren ‘in de wet’.

Zie ook Hab. 2:4; Gal. 5:4.

12De wet is niet uit geloof, maar: „Wie ze doet, zal erin leven.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
νόμος
(nomos)
wet
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἀλλ’
(all’)
maar
Ὁ
(Ho)
hij die
ποιήσας
(poiesas)
gedaan heeft
αὐτὰ
(auta)
ze
ζήσεται
(zesetai)
zal leven
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
ze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Lev. 18:5.

Ons Hebreeuws heeft: ‘De mens die ze doet, zal erdoor leven’.

De Griekse tekst heeft: ‘Wie ze doet, zal erin leven’.

‘Ze’ zijn de voorschriften en rechtsregels van Yahweh.

‘De wet is niet uit geloof’: de wet vraagt om doen.

Zie ook Lev. 18:5.

Zie ookLev 18:5
13De Messias heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet, door voor ons een vloek te worden. Er staat immers geschreven: „Vervloekt is ieder die aan het hout hangt.”
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐξηγόρασεν
(exegorasen)
kocht vrij
ἐκ
(ek)
van
τῆς
(tes)
de
κατάρας
(kataras)
vloek
τοῦ
(tou)
van de
νόμου
(nomou)
wet
γενόμενος
(genomenos)
geworden
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
κατάρα
(katara)
vloek
ὅτι
(hoti)
want
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
Ἐπικατάρατος
(Epikataratos)
vervloekt
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
κρεμάμενος
(kremamenos)
hangt
ἐπὶ
(epi)
aan
ξύλου
(xylou)
hout
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξαγοράζω (exagorazo), ‘vrijkopen’: met een prijs uit een macht bevrijden. ξύλον (xylon), ‘hout’: ook ‘boom’.

Aanhaling van Deut. 21:23.

Ons Hebreeuws heeft: ‘een gehangene is een vervloeking van Elohim’.

De Griekse tekst heeft: ‘Vervloekt is ieder die aan hout hangt’.

In Deut. 21 gaat het om iemand die gedood is en daarna aan een boom wordt gehangen; Paulus past het toe op de kruisiging van de Messias.

Zie ook Deut. 21:22–23.

14Zo zou de zegen van Abraham in Yeshua de Messias tot de volken komen. Zo zouden wij door het geloof de belofte van de Geest ontvangen.
ἵνα
(hina)
opdat
εἰς
(eis)
tot
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἡ
(he)
de
εὐλογία
(eulogia)
zegen
τοῦ
(tou)
van
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
γένηται
(genetai)
komt
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ἵνα
(hina)
opdat
τὴν
(ten)
de
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
τοῦ
(tou)
van de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
λάβωμεν
(labomen)
wij ontvangen
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
het
πίστεως
(pisteos)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐλογία (eulogia), ‘zegen’. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’.

‘De belofte van de Geest’: de beloofde Geest.

Vergelijk de zegen voor alle volken in vers 8.

Zie ook Gen. 12:3.

De belofte en de wet

15Broers, ik spreek naar menselijke maat. Zelfs een verbond van een mens, als het bekrachtigd is, maakt niemand ongeldig en niemand voegt er iets aan toe.
Ἀδελφοί
(Adelphoi)
broers
κατὰ
(kata)
naar
ἄνθρωπον
(anthropon)
menselijke maat
λέγω
(lego)
ik zeg
ὅμως
(homos)
toch
ἀνθρώπου
(anthropou)
van een mens
κεκυρωμένην
(kekyromenen)
bekrachtigd
διαθήκην
(diatheken)
verbond
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἀθετεῖ
(athetei)
maakt ongeldig
ἢ
(e)
of
ἐπιδιατάσσεται
(epidiatassetai)
voegt eraan toe
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘naar menselijke maat’: zie 1:11. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: in het gewone Grieks ook ‘testament, laatste wil’; hier gaat het om een rechtsgeldige regeling die niemand mag wijzigen. ἀθετέω (atheteo), ‘ongeldig maken’: zie 2:21. ἐπιδιατάσσομαι (epidiatassomai), ‘erbij voorschrijven’: er iets aan toevoegen.

Zie ook Gal. 1:11; Gal. 2:21.

16Aan Abraham zijn de beloften gezegd, en aan zijn zaad. Er wordt niet gezegd: „En aan de zaden”, alsof het om velen ging, maar: „En aan jouw zaad”, alsof het om één ging. Dat is de Messias.
τῷ
(to)
aan
δὲ
(de)
maar
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ἐρρέθησαν
(errethesan)
werden gezegd
αἱ
(hai)
de
ἐπαγγελίαι
(epangeliai)
beloften
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan
σπέρματι
(spermati)
zaad
αὐτοῦ
(autou)
zijn
οὐ
(ou)
niet
λέγει
(legei)
hij zegt
Καὶ
(Kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
σπέρμασιν
(spermasin)
zaden
ὡς
(hos)
alsof
ἐπὶ
(epi)
over
πολλῶν
(pollon)
velen
ἀλλ’
(all’)
maar
ὡς
(hos)
alsof
ἐφ’
(eph’)
over
ἑνός
(henos)
één
Καὶ
(Kai)
en
τῷ
(to)
aan
σπέρματί
(spermati)
zaad
σου
(sou)
jouw
ὅς
(hos)
die
ἐστιν
(estin)
is
Χριστός
(Christos)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπέρμα (sperma), ‘zaad’: in het Hebreeuws זֶרַע (zera), ‘zaad, nageslacht’; het Hebreeuwse woord staat in het enkelvoud ook voor veel nakomelingen.

De belofte aan het nageslacht van Abraham staat in Gen. 12:7, 13:15 en 17:7 (ons Genesis schrijft daar ‘nageslacht’).

Paulus let hier op het enkelvoud van het woord en past het toe op de Messias.

Het Grieks heeft ‘hij zegt’ zonder naam; wij schrijven ‘er wordt gezegd’, omdat de tekst niet zegt of de Schrift of Elohim bedoeld is.

Wij houden ‘zaad’ vast, zodat het enkelvoud zichtbaar blijft. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’.

Zie ook Gen. 12:7; Gen. 13:15; Gen. 17:7.

17Dit bedoel ik. De wet die 430 jaar later kwam, maakt een verbond dat Elohim tevoren bekrachtigd heeft niet krachteloos om de belofte buiten werking te stellen.
τοῦτο
(touto)
dit
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
ik zeg
διαθήκην
(diatheken)
verbond
προκεκυρωμένην
(prokekyromenen)
tevoren bekrachtigd
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὁ
(ho)
de
μετὰ
(meta)
na
τετρακόσια
(tetrakosia)
400
καὶ
(kai)
en
τριάκοντα
(triakonta)
30
ἔτη
(ete)
jaren
γεγονὼς
(gegonos)
geworden
νόμος
(nomos)
wet
οὐκ
(ouk)
niet
ἀκυροῖ
(akyroi)
maakt krachteloos
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
καταργῆσαι
(katargesai)
buiten werking stellen
τὴν
(ten)
de
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘430 jaar’ (in het Grieks ‘400 en 30 jaar’): Paulus rekent van de belofte aan Abraham tot het geven van de wet.

Exod. 12:40 noemt in onze Hebreeuwse tekst 430 jaar voor het verblijf van de zonen van Israël in Egypte; Paulus noemt ze voor de tijd tussen de belofte en de wet.

Zie de voetnoot bij Exod. 12:40 voor de lezing waarin de 430 jaar bij Abraham beginnen.

Hoe men de 430 jaar rekent, zegt de tekst zelf niet. προκυρόω (prokyroo), ‘tevoren bekrachtigen’. ἀκυρόω (akyroo), ‘krachteloos maken’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: wij gebruiken dezelfde weergave in 5:4 en 5:11.

Zie ook Exod. 12:40.

Zie ookEx 12:40
18Want als de erfenis uit de wet komt, komt zij niet meer uit belofte. Maar aan Abraham heeft Elohim haar uit genade geschonken door een belofte.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ἐκ
(ek)
uit
νόμου
(nomou)
wet
ἡ
(he)
de
κληρονομία
(kleronomia)
erfenis
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ἐξ
(ex)
uit
ἐπαγγελίας
(epangelias)
belofte
τῷ
(to)
aan
δὲ
(de)
maar
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
δι’
(di’)
door
ἐπαγγελίας
(epangelias)
belofte
κεχάρισται
(kecharistai)
heeft geschonken
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

κληρονομία (kleronomia), ‘erfenis’. χαρίζομαι (charizomai), ‘uit genade schenken’: verwant aan χάρις (charis), ‘genade’.

De erfenis is wat Elohim aan Abraham beloofd heeft.

Waartoe de wet?

19Wat is de wet dan? Zij is vanwege de overtredingen toegevoegd, totdat het zaad zou komen aan wie het beloofd is. Zij is verordend door engelen, door de hand van een middelaar.
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
τῶν
(ton)
van de
παραβάσεων
(parabaseon)
overtredingen
χάριν
(charin)
vanwege
προσετέθη
(prosetethe)
is toegevoegd
ἄχρις
(achris)
tot
οὗ
(hou)
wanneer
ἔλθῃ
(elthe)
komt
τὸ
(to)
het
σπέρμα
(sperma)
zaad
ᾧ
(ho)
aan wie
ἐπήγγελται
(epengeltai)
is beloofd
διαταγεὶς
(diatageis)
verordend
δι’
(di’)
door
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
ἐν
(en)
in
χειρὶ
(cheiri)
hand
μεσίτου
(mesitou)
van een middelaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 19–20 zijn in het Grieks moeilijk en worden verschillend gelezen; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’. προστίθημι (prostithemi), ‘toevoegen’. χάριν (charin), ‘vanwege’: de tekst zegt niet of dit ‘om overtredingen te laten zien’ of ‘om ze tegen te gaan’ bedoelt. διατάσσω (diatasso), ‘verordenen’. μεσίτης (mesites), ‘middelaar’: wie tussen twee partijen staat; de tekst noemt geen naam; men denkt vaak aan Mozes (vergelijk Deut. 5:5).

‘Door engelen’: engelen bij het geven van de wet; vergelijk Deut. 33:2, waar Yahweh van Sinaï komt met heilige tienduizenden, en Hand. 7:53. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: zie vers 16.

Zie ook Deut. 5:5; Deut. 33:2; Hand. 7:53; Gal. 3:16.

20Een middelaar is niet van één, maar Elohim is één.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
μεσίτης
(mesites)
middelaar
ἑνὸς
(henos)
van één
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
εἷς
(heis)
één
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers is zeer kort en moeilijk.

Letterlijk: ‘Een middelaar is niet van één, maar Elohim is één.’

Een mogelijke lezing: een middelaar staat tussen twee partijen, terwijl Elohim bij de belofte alleen handelde.

Het vers wordt ook anders gelezen; wij laten de beknopte, duistere vorm van de zin staan.

Vergelijk Deut. 6:4: ‘Yahweh is één’.

Zie ook Deut. 6:4.

Zie ookDeut 6:4
21Is de wet dan tegen de beloften van Elohim? Dat nooit! Want als er een wet gegeven was die levend kon maken, dan zou de gerechtigheid werkelijk uit de wet zijn.
Ὁ
(Ho)
de
οὖν
(oun)
dan
νόμος
(nomos)
wet
κατὰ
(kata)
tegen
τῶν
(ton)
de
ἐπαγγελιῶν
(epangelion)
beloften
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μὴ
(me)
niet
γένοιτο
(genoito)
moge het zijn
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
νόμος
(nomos)
wet
ὁ
(ho)
die
δυνάμενος
(dynamenos)
kan
ζῳοποιῆσαι
(zoopoiesai)
levend maken
ὄντως
(ontos)
werkelijk
ἐκ
(ek)
uit
νόμου
(nomou)
wet
ἂν
(an)
zou
ἦν
(en)
was
ἡ
(he)
de
δικαιοσύνη
(dikaiosyne)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

μὴ γένοιτο (me genoito): ‘Dat nooit!’, zoals in 2:17. ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’: leven geven. ὄντως (ontos), ‘werkelijk’. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’: zie 2:21.

Zie ook Gal. 2:17; Gal. 2:21.

22Maar de Schrift heeft alles onder de zonde opgesloten. Zo zou de belofte uit het geloof in Yeshua de Messias gegeven worden aan hen die geloven.
ἀλλὰ
(alla)
maar
συνέκλεισεν
(synekleisen)
sloot op
ἡ
(he)
de
γραφὴ
(graphe)
Schrift
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
ὑπὸ
(hypo)
onder
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
ἵνα
(hina)
opdat
ἡ
(he)
de
ἐπαγγελία
(epangelia)
belofte
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
Ἰησοῦ
(Iesou)
in Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
δοθῇ
(dothe)
gegeven wordt
τοῖς
(tois)
aan de
πιστεύουσιν
(pisteuousin)
gelovenden
Bron: SBLGNT
Uitleg

συγκλείω (sygkleio), ‘opsluiten’: samen insluiten, zoals vissen in een net. ἡ γραφή (he grafe), ‘de Schrift’: zie vers 8. τὰ πάντα (ta panta), ‘alles’: alle dingen, alle mensen. πίστεως Ἰησοῦ Χριστοῦ (pisteos Iesou Christou): wij vertalen ‘het geloof in Yeshua de Messias’; het Grieks kan ook ‘het geloof van’ of ‘de trouw van Yeshua de Messias’ betekenen, zie 2:16.

Zie ook Gal. 2:16.

De opvoeder en de zonen van Elohim

23Voordat het geloof kwam, werden wij onder de wet bewaakt, opgesloten tot het geloof dat onthuld zou worden.
Πρὸ
(Pro)
vóór
τοῦ
(tou)
het
δὲ
(de)
maar
ἐλθεῖν
(elthein)
komen
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
ἐφρουρούμεθα
(ephrouroumetha)
werden wij bewaakt
συγκλειόμενοι
(synkleiomenoi)
opgesloten
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
het
μέλλουσαν
(mellousan)
komende
πίστιν
(pistin)
geloof
ἀποκαλυφθῆναι
(apokalyphthenai)
onthuld te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

φρουρέω (phroureo), ‘bewaken’: zoals soldaten een stad of gevangenen bewaken. συγκλείω (sygkleio), ‘opsluiten’: zie vers 22.

‘Het geloof’ komt hier en wordt onthuld: het geloof in de Messias, die gekomen is.

Zie ookGal 3:22
24Zo is de wet onze opvoeder geworden tot de Messias, opdat wij uit geloof rechtvaardig verklaard zouden worden.
ὥστε
(hoste)
zodat
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
παιδαγωγὸς
(paidagogos)
opvoeder
ἡμῶν
(hemon)
onze
γέγονεν
(gegonen)
is geworden
εἰς
(eis)
tot
Χριστόν
(Christon)
de Messias
ἵνα
(hina)
opdat
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
δικαιωθῶμεν
(dikaiothomen)
wij rechtvaardig verklaard worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

παιδαγωγός (paidagogos), ‘opvoeder’: in de Griekse en Romeinse wereld een slaaf die het kind van het huis naar school begeleidde en toezicht hield; hij was geen leraar. εἰς Χριστόν (eis Christon), ‘tot de Messias’: kan ‘tot aan de komst van de Messias’ of ‘naar de Messias toe’ betekenen.

Zie ook Gal. 3:25.

Zie ookGal 3:25
25Nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een opvoeder.
ἐλθούσης
(elthouses)
gekomen zijnde
δὲ
(de)
maar
τῆς
(tes)
het
πίστεως
(pisteos)
geloof
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ὑπὸ
(hypo)
onder
παιδαγωγόν
(paidagogon)
opvoeder
ἐσμεν
(esmen)
zijn wij
Bron: SBLGNT
26Want jullie zijn allen zonen van Elohim door het geloof in Yeshua de Messias.
πάντες
(pantes)
allen
γὰρ
(gar)
want
υἱοὶ
(huioi)
zonen
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐστε
(este)
zijn jullie
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
het
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

υἱοὶ θεοῦ (huioi theou), ‘zonen van Elohim’: in de gemeente zijn allen, mannen en vrouwen, zonen met erfrecht; vergelijk de verzen 28–29. ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ (en Christo Iesou), ‘in Yeshua de Messias’: kan bij ‘het geloof’ horen of bij ‘zonen zijn’.

27Want ieder van jullie die in de Messias gedoopt is, heeft de Messias aangetrokken.
ὅσοι
(hosoi)
ieder die
γὰρ
(gar)
want
εἰς
(eis)
in
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
ἐβαπτίσθητε
(ebaptisthete)
gedoopt bent
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
ἐνεδύσασθε
(enedysasthe)
trok aan
Bron: SBLGNT
Uitleg

βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’: onderdompelen. εἰς Χριστόν (eis Christon), ‘in de Messias’: ook ‘tot de Messias’. ἐνδύομαι (endyomai), ‘aantrekken’: zich met iets kleden; hier: de Messias aandoen.

28Er is geen Jood en geen Griek. Er is geen knecht en geen vrije. Er is geen mannelijk en vrouwelijk. Want jullie allen zijn één in Yeshua de Messias.
οὐκ
(ouk)
niet
ἔνι
(eni)
is er
Ἰουδαῖος
(Ioudaios)
Jood
οὐδὲ
(oude)
noch
Ἕλλην
(Hellen)
Griek
οὐκ
(ouk)
niet
ἔνι
(eni)
is er
δοῦλος
(doulos)
knecht
οὐδὲ
(oude)
noch
ἐλεύθερος
(eleutheros)
vrije
οὐκ
(ouk)
niet
ἔνι
(eni)
is er
ἄρσεν
(arsen)
mannelijk
καὶ
(kai)
en
θῆλυ
(thely)
vrouwelijk
πάντες
(pantes)
allen
γὰρ
(gar)
want
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
εἷς
(heis)
één
ἐστε
(este)
zijn
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

οὐκ ἔνι (ouk eni), ‘er is niet’: er is geen plaats voor een scheiding. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’; ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrije’. ἄρσεν καὶ θῆλυ (arsen kai thely), ‘mannelijk en vrouwelijk’: de woorden van Gen. 1:27 in de Griekse tekst; in dit derde paar staat ‘en’ in plaats van ‘noch’.

Zie ook Gen. 1:27; Matt. 19:4.

29En als jullie van de Messias zijn, dan zijn jullie zaad van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
ἄρα
(ara)
dan
τοῦ
(tou)
van
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
σπέρμα
(sperma)
zaad
ἐστέ
(este)
zijn
κατ’
(kat’)
volgens
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
κληρονόμοι
(kleronomoi)
erfgenamen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπέρμα (sperma), ‘zaad’: zie vers 16. κληρονόμος (kleronomos), ‘erfgenaam’: zie vers 18. κατ᾽ ἐπαγγελίαν (kat epangelian), ‘volgens de belofte’.

Zie ook Gal. 3:16; Gal. 3:18.