Elohim Bijbel

1 Korintiërs 16

12345678910111213141516

De inzameling, reisplannen en groeten

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De inzameling voor de heiligen

1Wat de inzameling voor de heiligen betreft: zoals ik de gemeenten van Galatië opdracht heb gegeven, doe zo ook jullie.
Περὶ
(Peri)
over
δὲ
(de)
maar
τῆς
(tes)
de
λογείας
(logeias)
inzameling
τῆς
(tes)
die
εἰς
(eis)
voor
τοὺς
(tous)
de
ἁγίους
(hagious)
heiligen
ὥσπερ
(hosper)
zoals
διέταξα
(dietaxa)
ik heb opdracht gegeven
ταῖς
(tais)
aan de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
τῆς
(tes)
van
Γαλατίας
(Galatias)
Galatië
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ποιήσατε
(poiesate)
doet
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galatië (ongeveer): Galatië is het binnenland van het huidige Turkije, rond Ankara.

Of Paulus de streek in het noorden bedoelt of de Romeinse provincie, die ook Pisidië en Lykaonië omvatte (met Ikonium, Lystra en Derbe), is niet zeker; het punt is bij benadering.

Uitleg

λογεία (logeia), ‘inzameling’: een woord voor een geldinzameling. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de gelovigen; blijkens vers 3 gaat het om de gelovigen in Jeruzalem. διατάσσω (diatasso), ‘opdracht geven, voorschrijven’: zoals in 7:17; in 9:14 ‘bevelen’, in 11:34 ‘regelen’.

Zie ook Hand. 11:29–30; Hand. 24:17; Gal. 2:10; 2 Kor. 8:1–9:15; Rom. 15:25–26.

2Laat ieder van jullie op elke eerste dag van de week bij zichzelf opzij leggen en sparen wat hem ook maar lukt. Zo vinden er niet pas inzamelingen plaats wanneer ik kom.
κατὰ
(kata)
op elke
μίαν
(mian)
eerste
σαββάτου
(sabbatou)
van de week
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
παρ’
(par’)
bij
ἑαυτῷ
(heauto)
zichzelf
τιθέτω
(titheto)
laat leggen
θησαυρίζων
(thesaurizon)
sparend
ὅ
(ho)
wat
τι
(ti)
ook
ἐὰν
(ean)
maar
εὐοδῶται
(euodotai)
hem lukt
ἵνα
(hina)
zodat
μὴ
(me)
niet
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἔλθω
(eltho)
ik kom
τότε
(tote)
dan
λογεῖαι
(logeiai)
inzamelingen
γίνωνται
(ginontai)
plaatsvinden
Bron: SBLGNT
Uitleg

μία σαββάτου (mia sabbatou), ‘de eerste dag van de week’: letterlijk ‘de eerste van de sabbat’, de dag na de sabbat, zoals in Hand. 20:7. θησαυρίζω (thesaurizo), ‘sparen’: schatten opzij leggen. εὐοδόω (euodoo), ‘lukken’: letterlijk ‘een goede weg hebben’; wat iemand kan missen.

Het Grieks heeft een bevel in de derde persoon: ‘laat hij leggen’. κατά (kata) staat verdelend: op elke eerste dag.

Wij splitsen de zin; ‘zo’ geeft het doel (ἵνα, hina).

Zie ook Hand. 20:7.

Zie ookHand 20:7
3Wanneer ik aankom, zal ik hen die jullie goedkeuren met brieven sturen om jullie gave naar Jeruzalem te brengen.
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
παραγένωμαι
(paragenomai)
ik aankom
οὓς
(hous)
die
ἐὰν
(ean)
als
δοκιμάσητε
(dokimasete)
jullie goedkeuren
δι’
(di’)
met
ἐπιστολῶν
(epistolon)
brieven
τούτους
(toutous)
hen
πέμψω
(pempso)
ik zal sturen
ἀπενεγκεῖν
(apenenkein)
te brengen
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
gave
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

δοκιμάζω (dokimazo), ‘goedkeuren’: op de proef stellen en goedkeuren. δι’ ἐπιστολῶν (di epistolon), ‘met brieven’: het kan bij ‘goedkeuren’ horen (‘die jullie bij brief goedkeuren’) of bij ‘sturen’; wij kiezen ‘met brieven sturen’. χάρις (charis), ‘genade’: hier de gave die uit genade wordt gegeven; wij vertalen ‘gave’.

4En als het de moeite waard is dat ook ik ga, zullen zij met mij meegaan.
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
ἄξιον
(axion)
waardig
ᾖ
(e)
het is
τοῦ
(tou)
dat
κἀμὲ
(kame)
ook ik
πορεύεσθαι
(poreuesthai)
gaan
σὺν
(syn)
met
ἐμοὶ
(emoi)
mij
πορεύσονται
(poreusontai)
zij zullen gaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄξιον (axion), ‘passend, de moeite waard’.

Reisplannen

5Ik zal naar jullie komen wanneer ik Macedonië doorgetrokken ben, want ik trek door Macedonië.
Ἐλεύσομαι
(Eleusomai)
ik zal komen
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὅταν
(hotan)
wanneer
Μακεδονίαν
(Makedonian)
Macedonië
διέλθω
(dieltho)
ik doorgetrokken ben
Μακεδονίαν
(Makedonian)
Macedonië
γὰρ
(gar)
want
διέρχομαι
(dierchomai)
ik trek door
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

διέρχομαι (dierchomai), ‘doortrekken’: het Grieks heeft de tegenwoordige tijd, ‘ik trek door’, voor een voornemen.

Zie ook Hand. 19:21; Hand. 20:1–2.

6Bij jullie blijf ik misschien, of ik overwinter zelfs, zodat jullie mij op weg helpen waarheen ik ook ga.
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
δὲ
(de)
maar
τυχὸν
(tychon)
misschien
παραμενῶ
(parameno)
ik blijf
ἢ
(e)
of
καὶ
(kai)
zelfs
παραχειμάσω
(paracheimaso)
ik overwinter
ἵνα
(hina)
zodat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
με
(me)
mij
προπέμψητε
(propempsete)
op weg helpen
οὗ
(hou)
waarheen
ἐὰν
(ean)
ook
πορεύωμαι
(poreuomai)
ik ga
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραχειμάζω (paracheimazo), ‘overwinteren’. προπέμπω (propempo), ‘op weg helpen’: uitgeleide doen en geven wat voor de reis nodig is. τυχόν (tychon), ‘misschien’.

Zie ook Hand. 20:2–3.

7Want ik wil jullie nu niet slechts in het voorbijgaan zien. Ik hoop immers enige tijd bij jullie te blijven, als de Heer het toestaat.
οὐ
(ou)
niet
θέλω
(thelo)
ik wil
γὰρ
(gar)
want
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἄρτι
(arti)
nu
ἐν
(en)
in
παρόδῳ
(parodo)
voorbijgaan
ἰδεῖν
(idein)
zien
ἐλπίζω
(elpizo)
ik hoop
γὰρ
(gar)
immers
χρόνον
(chronon)
tijd
τινὰ
(tina)
enige
ἐπιμεῖναι
(epimeinai)
blijven
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐὰν
(ean)
als
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
ἐπιτρέψῃ
(epitrepse)
toestaat
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν παρόδῳ (en parodo), ‘in het voorbijgaan’. ὁ κύριος (ho kyrios), ‘de Heer’: Yeshua of Elohim; het Grieks zegt het niet uitdrukkelijk, vergelijk Jak. 4:15.

Wij schrijven ‘de Heer’.

Zie ookJak 4:15
8Maar ik blijf in Efeze tot Pinksteren.
ἐπιμενῶ
(epimeno)
ik blijf
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
Ἐφέσῳ
(Epheso)
Efeze
ἕως
(heos)
tot
τῆς
(tes)
de
πεντηκοστῆς
(pentekostes)
Pinksteren
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.

Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.

Uitleg

πεντηκοστή (pentekoste), ‘Pinksteren’: letterlijk ‘de vijftigste (dag)’, het feest van de weken (Hebreeuws Shavuot), vijftig dagen na Pesach.

Efeze: zie ook 15:32.

Zie ook Hand. 2:1; Hand. 18:19–21; Hand. 19:1; Hand. 20:16.

9Want een grote en doeltreffende deur is voor mij geopend, en er zijn veel tegenstanders.
θύρα
(thyra)
deur
γάρ
(gar)
want
μοι
(moi)
mij
ἀνέῳγεν
(aneogen)
is geopend
μεγάλη
(megale)
grote
καὶ
(kai)
en
ἐνεργής
(energes)
doeltreffende
καὶ
(kai)
en
ἀντικείμενοι
(antikeimenoi)
tegenstanders
πολλοί
(polloi)
velen
Bron: SBLGNT
Uitleg

θύρα (thyra), ‘deur’: een beeld voor een gelegenheid om de goede boodschap te brengen. ἐνεργής (energes), ‘doeltreffend, werkzaam’. ἀντίκειμαι (antikeimai), ‘zich verzetten, tegenover staan’.

Zie ook Hand. 14:27; Hand. 19:8–10; Hand. 19:23–40.

Timoteüs en Apollos

10Als Timoteüs komt, zie erop toe dat hij zonder vrees bij jullie is, want hij doet het werk van de Heer, zoals ik ook.
Ἐὰν
(Ean)
als
δὲ
(de)
maar
ἔλθῃ
(elthe)
komt
Τιμόθεος
(Timotheos)
Timoteüs
βλέπετε
(blepete)
zie erop toe
ἵνα
(hina)
dat
ἀφόβως
(aphobos)
zonder vrees
γένηται
(genetai)
hij is
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τὸ
(to)
het
γὰρ
(gar)
want
ἔργον
(ergon)
werk
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
ἐργάζεται
(ergazetai)
hij doet
ὡς
(hos)
zoals
κἀγώ
(kago)
ook ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

βλέπετε ἵνα (blepete hina), ‘zie erop toe dat’. ἀφόβως (aphobos), ‘zonder vrees’.

‘Het werk van de Heer’: de Heer is Yeshua.

Zie ook Hand. 19:22; 1 Kor. 4:17.

11Laat niemand hem dus minachten. Help hem in vrede op weg, zodat hij naar mij komt, want ik wacht op hem met de broers.
μή
(me)
niet
τις
(tis)
iemand
οὖν
(oun)
dus
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐξουθενήσῃ
(exouthenese)
moet minachten
προπέμψατε
(propempsate)
helpt op weg
δὲ
(de)
maar
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐν
(en)
in
εἰρήνῃ
(eirene)
vrede
ἵνα
(hina)
zodat
ἔλθῃ
(elthe)
hij komt
πρός
(pros)
naar
με
(me)
mij
ἐκδέχομαι
(ekdechomai)
ik wacht op
γὰρ
(gar)
want
αὐτὸν
(auton)
hem
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘minachten’: letterlijk ‘als niets beschouwen’. προπέμπω (propempo): zie vers 6. ἐκδέχομαι (ekdechomai), ‘wachten op’, zoals in 11:33.

‘Met de broers’ (μετὰ τῶν ἀδελφῶν): het Grieks laat open of Timoteüs met de broers komt of dat Paulus hem met de broers verwacht.

Zie ook1 Kor 16:6
12Wat de broer Apollos betreft: ik heb hem dringend gevraagd met de broers naar jullie te komen. Het was helemaal niet de wil dat hij nu zou komen, maar hij zal komen wanneer hij gelegenheid heeft.
Περὶ
(Peri)
over
δὲ
(de)
maar
Ἀπολλῶ
(Apollo)
Apollos
τοῦ
(tou)
de
ἀδελφοῦ
(adelphou)
broer
πολλὰ
(polla)
veel
παρεκάλεσα
(parekalesa)
ik heb gevraagd
αὐτὸν
(auton)
hem
ἵνα
(hina)
dat
ἔλθῃ
(elthe)
hij komt
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
καὶ
(kai)
en
πάντως
(pantos)
helemaal
οὐκ
(ouk)
niet
ἦν
(en)
was
θέλημα
(thelema)
wil
ἵνα
(hina)
dat
νῦν
(nyn)
nu
ἔλθῃ
(elthe)
hij komt
ἐλεύσεται
(eleusetai)
hij zal komen
δὲ
(de)
maar
ὅταν
(hotan)
wanneer
εὐκαιρήσῃ
(eukairese)
hij gelegenheid heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἀπολλῶς (Apollos): zie ook 1:12 en 3:4–6. ἀδελφός (adelphos), ‘broer’: een medegelovige. θέλημα (thelema), ‘wil’: het Grieks heeft ‘het was helemaal niet de wil’ en zegt niet wiens wil, die van Apollos of van Elohim. εὐκαιρέω (eukaireo), ‘gelegenheid hebben’.

Zie ook Hand. 18:24–28; Hand. 19:1.

Laatste vermaningen

13Wees waakzaam, sta vast in het geloof, toon moed, wees sterk.
Γρηγορεῖτε
(Gregoreite)
wees waakzaam
στήκετε
(stekete)
sta vast
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
πίστει
(pistei)
geloof
ἀνδρίζεσθε
(andrizesthe)
toon moed
κραταιοῦσθε
(krataiousthe)
wees sterk
Bron: SBLGNT
Uitleg

γρηγορέω (gregoreo), ‘waakzaam zijn’. στήκω (steko), ‘vaststaan’. ἀνδρίζομαι (andrizomai), ‘moed tonen’: letterlijk ‘zich als een man (ἀνήρ) gedragen’. κραταιόομαι (krataioomai), ‘sterk worden’.

Vier korte bevelen.

14Laat alles van jullie in liefde gebeuren.
πάντα
(panta)
alles
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
γινέσθω
(ginestho)
laat gebeuren
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers sluit aan op hoofdstuk 13 over de liefde.

Zie ook 1 Kor. 13:1–13.

Stefanas, Fortunatus en Achaïcus

15Ik vraag jullie, broers — jullie weten van het huis van Stefanas dat het de eersteling van Achaje is en dat zij zich hebben ingezet voor de dienst aan de heiligen —
Παρακαλῶ
(Parakalo)
ik vraag
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
Στεφανᾶ
(Stephana)
van Stefanas
ὅτι
(hoti)
dat
ἐστὶν
(estin)
het is
ἀπαρχὴ
(aparche)
eersteling
τῆς
(tes)
van
Ἀχαΐας
(Achaias)
Achaje
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
διακονίαν
(diakonian)
dienst
τοῖς
(tois)
aan de
ἁγίοις
(hagiois)
heiligen
ἔταξαν
(etaxan)
zij hebben aangesteld
ἑαυτούς
(heautous)
zichzelf
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

οἰκία (oikia), ‘huis’: het huisgezin, alle bewoners. ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: de eerste gelovigen van Achaje; zie ook 15:20. διακονία (diakonia), ‘dienst’. τάσσω (tasso), ‘aanstellen, ordenen’: wij vertalen ‘zich hebben ingezet’.

De zin begint hier met ‘Ik vraag jullie, broers’ en gaat in vers 16 verder met ‘dat ook jullie …’; daartussen staat de tussenzin over het huis van Stefanas.

Zie ook 1 Kor. 1:16.

16dat ook jullie je onderwerpen aan zulke mensen en aan ieder die meewerkt en zwoegt.
ἵνα
(hina)
dat
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὑποτάσσησθε
(hypotassesthe)
je onderwerpen
τοῖς
(tois)
aan de
τοιούτοις
(toioutois)
zulke
καὶ
(kai)
en
παντὶ
(panti)
aan
τῷ
(to)
ieder
συνεργοῦντι
(synergounti)
die
καὶ
(kai)
meewerkt
κοπιῶντι
(kopionti)
en zwoegt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderwerpen’: zie 14:32 en 14:34. συνεργέω (synergeo), ‘meewerken’; κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’: zie 15:10.

17Ik verheug mij over de komst van Stefanas, Fortunatus en Achaïcus, want wat van jullie kant ontbrak, hebben zij aangevuld.
χαίρω
(chairo)
ik verheug mij
δὲ
(de)
maar
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
de
παρουσίᾳ
(parousia)
komst
Στεφανᾶ
(Stephana)
van Stefanas
καὶ
(kai)
en
Φορτουνάτου
(Phortounatou)
van Fortunatus
καὶ
(kai)
en
Ἀχαϊκοῦ
(Achaikou)
van Achaïcus
ὅτι
(hoti)
omdat
τὸ
(to)
het
ὑμέτερον
(hymeteron)
van jullie
ὑστέρημα
(hysterema)
tekort
οὗτοι
(houtoi)
zij
ἀνεπλήρωσαν
(aneplerosan)
hebben aangevuld
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’; dezelfde weergave als in 15:23. ὑστέρημα (hysterema), ‘tekort’: wat ontbrak.

Het Grieks zegt niet of zij hun eigen aanwezigheid in de plaats van die van de gemeente aanboden of tekorten aanvulden.

18Want zij hebben mijn geest verkwikt, en ook die van jullie. Erken dus zulke mensen.
ἀνέπαυσαν
(anepausan)
zij hebben verkwikt
γὰρ
(gar)
want
τὸ
(to)
de
ἐμὸν
(emon)
mijn
πνεῦμα
(pneuma)
geest
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἐπιγινώσκετε
(epiginoskete)
erkent
οὖν
(oun)
dus
τοὺς
(tous)
de
τοιούτους
(toioutous)
zulke
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναπαύω (anapauo), ‘verkwikken’: rust geven. ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘erkennen’: ten volle kennen en waarderen; zie 13:12.

‘Mijn geest en die van jullie’: wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter, de geest van mensen.

Groeten

19De gemeenten van Asia groeten jullie. Aquila en Priska groeten jullie hartelijk in de Heer, samen met de gemeente in hun huis.
Ἀσπάζονται
(Aspazontai)
groeten
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
αἱ
(hai)
de
ἐκκλησίαι
(ekklesiai)
gemeenten
τῆς
(tes)
van
Ἀσίας
(Asias)
Asia
ἀσπάζεται
(aspazetai)
groet
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
πολλὰ
(polla)
hartelijk
Ἀκύλας
(Akylas)
Aquila
καὶ
(kai)
en
Πρίσκα
(Priska)
Priska
σὺν
(syn)
samen met
τῇ
(te)
de
κατ’
(kat’)
bij
οἶκον
(oikon)
huis
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Ἀσία (Asia): de Romeinse provincie Asia in het westen van het huidige Turkije, met Efeze. Ἀκύλας (Akylas), ‘Aquila’, en Πρίσκα (Priska), ‘Priska’: Hand. 18:2 heeft Πρίσκιλλα (Priskilla), ‘Priscilla’, een verkleinvorm; het gaat om hetzelfde echtpaar.

‘De gemeente in hun huis’: de gemeente kwam bij hen thuis bijeen.

Zie ook Hand. 18:2; Hand. 18:18; Hand. 18:26.

20Alle broers groeten jullie. Groet elkaar met een heilige kus.
ἀσπάζονται
(aspazontai)
groeten
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
οἱ
(hoi)
de
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
πάντες
(pantes)
alle
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἐν
(en)
met
φιλήματι
(philemati)
kus
ἁγίῳ
(hagio)
heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

φίλημα ἅγιον (philema hagion), ‘heilige kus’: een kus als groet onder gelovigen.

Zie ook 2 Kor. 13:12; Rom. 16:16; 1 Tess. 5:26.

Groet met Paulus’ eigen hand

21De groet met mijn eigen hand, van Paulus.
Ὁ
(Ho)
de
ἀσπασμὸς
(aspasmos)
groet
τῇ
(te)
met de
ἐμῇ
(eme)
mijn
χειρὶ
(cheiri)
hand
Παύλου
(Paulou)
van Paulus
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord. τῇ ἐμῇ χειρί (te eme cheiri), ‘met mijn eigen hand’: Paulus noemt zijn eigen hand; vergelijk Gal. 6:11.

Zie ook Gal. 6:11.

Zie ookGal 6:11
22Als iemand de Heer niet liefheeft, laat hij vervloekt zijn. Marana tha.
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
οὐ
(ou)
niet
φιλεῖ
(philei)
heeft lief
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
ἤτω
(eto)
laat hij zijn
ἀνάθεμα
(anathema)
vervloekt
Μαράνα
(Marana)
Marana
θά
(tha)
tha
Bron: SBLGNT
Uitleg

φιλέω (phileo), ‘liefhebben, genegen zijn’: een ander woord dan ἀγάπη (agape) in hoofdstuk 13; vergelijk Joh. 21:15–17. ἀνάθεμα (anathema), ‘vervloekt’: iemand of iets dat aan Elohim is overgegeven om afgezonderd en geoordeeld te worden; zoals in 12:3 en Gal. 1:8–9. ἤτω (eto), ‘laat hij zijn’: een bevel in de derde persoon. Μαράνα θά (Marana tha): Aramees.

De SBLGNT schrijft twee woorden.

Het kan gelezen worden als marana tha, ‘onze Heer, kom!’, of als maran atha, ‘onze Heer is gekomen’ (of ‘komt’); het Grieks laat het open.

Wij laten de woorden onvertaald.

Zie ook Joh. 21:15–17; Gal. 1:8–9; 1 Kor. 12:3; Openb. 22:20.

23De genade van de Heer Yeshua zij met jullie.
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
μεθ’
(meth’)
met
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις (charis), ‘genade’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een lezing in de naam ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT.

24Mijn liefde zij met jullie allen in de Messias Yeshua.
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
μου
(mou)
mijn
μετὰ
(meta)
met
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγάπη (agape), ‘liefde’: het laatste woord van de brief haalt het woord uit hoofdstuk 13 terug.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een lezing; wij vertalen alleen wat in de SBLGNT staat.