Open in de app Alle boeken Spreuken ← 19 21 → Spreuken 20 Wijn, koningen, maat en gewicht en de schreden van de mens
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1 Wijn is een spotter en sterke drank een lawaaimaker. Ieder die erdoor dwaalt, wordt niet wijs.
שֵׁכָ֑ר
(shekhar)
sterke drank
יֶחְכָּֽם
(yechkam)
wordt wijs
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לֵץ (letz), ‘spotter’, en הֹמֶה (homeh), ‘luidruchtig’: wijn en sterke drank worden hier voorgesteld als personen die de drinker bespotten en tot rumoer brengen.
שֹׁגֶה (shoge), ‘dwaalt’: raakt op een dwaalspoor.
2 Het gebrul van een jonge leeuw is de schrik van een koning; wie hem tot toorn prikkelt, zondigt tegen zijn eigen leven.
כַּ֭כְּפִיר
(kakefir)
als van een jonge leeuw
מֶ֑לֶךְ
(melekh)
een koning
מִ֝תְעַבְּר֗וֹ
(mitabero)
wie hem tot toorn prikkelt
חוֹטֵ֥א
(chote)
zondigt tegen
נַפְשֽׁוֹ
(nafsho)
zijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Spr. 19:12.
מִתְעַבְּרוֹ (mit’abbero), ‘wie hem tot toorn prikkelt’: wie de koning kwaad maakt, brengt zijn eigen leven in gevaar.
3 Het is een eer voor een man van twist af te blijven, maar elke zot barst los.
לָ֭אִישׁ
(laish)
voor een man
שֶׁ֣בֶת
(shevet)
het ophouden
יִתְגַּלָּֽע
(yitgala)
barst los
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כָּבוֹד (kavod), hier ‘eer’, omdat het om een mens gaat.
אֱוִיל (evil), ‘zot’.
4 Vanwege de herfst ploegt de luiaard niet. In de oogst vraagt hij, maar er is niets.
מֵ֭חֹרֶף
(mechoref)
vanwege de herfst
יַחֲרֹ֑שׁ
(yacharosh)
ploegt
וְשָׁאַ֖ל
(veshaal)
en hij vraagt
בַּקָּצִ֣יר
(baqatsir)
in de oogst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מֵחֹרֶף (mecheref), ‘vanwege de herfst’: het ploegseizoen na de eerste regens.
Het woord kan ook ‘vanwege de kou’ of ‘uit schande’ betekenen.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is יִשְׁאַל (yish’al), ‘hij zal vragen’.
De gelezen vorm (qere) is וְשָׁאַל (vesha’al), ‘en hij vraagt’.
Wij volgen het qere.
5 Raad in het hart van een man is diep water, maar een man van verstand put het op.
בְלֶב
(belev)
in het hart van
וְאִ֖ישׁ
(veish)
maar een man van
תְּבוּנָ֣ה
(tevuna)
verstand
יִדְלֶֽנָּה
(yidlena)
put het op
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּבוּנָה (tevuna), ‘verstand’.
Wie verstand heeft, haalt de raad uit het hart van een ander omhoog.
6 De meeste mensen roepen ieder hun eigen trouw uit, maar een man van betrouwbaarheid, wie vindt hem?
אָדָ֗ם
(adam)
van de mensen
יִ֭קְרָא
(yiqra)
roepen uit
חַסְדּ֑וֹ
(chasdo)
zijn trouw
וְאִ֥ישׁ
(veish)
maar een man van
אֱ֝מוּנִ֗ים
(emunim)
betrouwbaarheid
יִמְצָֽא
(yimtsa)
vindt hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חַסְדּוֹ (chasdo), ‘zijn trouw’: de meeste mensen beweren dat zij trouw zijn.
אֱמוּנִים (emunim), ‘betrouwbaarheid’: wie werkelijk betrouwbaar is, is zeldzaam.
7 Een rechtvaardige die onberispelijk leeft: gelukkig zijn zonen na hem.
מִתְהַלֵּ֣ךְ
(mithalekh)
wie wandelt
בְּתֻמּ֣וֹ
(betumo)
in zijn onberispelijkheid
צַדִּ֑יק
(tsadiq)
een rechtvaardige
אַשְׁרֵ֖י
(ashrei)
gelukkig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּתֻמּוֹ (betummo), ‘in zijn onberispelijkheid’; zie Spr. 19:1.
8 Een koning die op de troon van het oordeel zit, drijft met zijn ogen al het kwaad uiteen.
מֶ֗לֶךְ
(melekh)
een koning
כִּסֵּא
(kise)
de troon van
מְזָרֶ֖ה
(mezare)
die uiteendrijft
בְעֵינָ֣יו
(beeinav)
met zijn ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְזָרֶה (mezareh), ‘drijft uiteen’: het beeld is dat van het wannen van graan, waarbij het kaf wordt weggeblazen.
Zie ook Spr. 20:26.
9 Wie kan zeggen: „Ik heb mijn hart zuiver gemaakt; ik ben rein van mijn zonde”?
זִכִּ֣יתִי
(zikiti)
ik heb zuiver gemaakt
טָ֝הַ֗רְתִּי
(taharti)
ik ben rein
מֵחַטָּאתִֽי
(mechatati)
van mijn zonde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
זִכִּיתִי (zikkiti), ‘ik heb zuiver gemaakt’: de vraag is retorisch.
Niemand kan dat van zichzelf zeggen.
Zie ook 1 Kon. 8:46.
10 Een steen en een steen, een efa en een efa: een gruwel voor Yahweh zijn zij, allebei.
וָ֭אֶבֶן
(vaeven)
en een steen
וְאֵיפָ֑ה
(veeifa)
en een efa
תּוֹעֲבַ֥ת
(toavat)
gruwel van
שְׁנֵיהֶֽם
(sheneihem)
beide
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֶבֶן (even), ‘steen’: de gewichtsstenen waarmee men zilver woog.
‘Een steen en een steen’ en ‘een efa en een efa’ zijn ongelijke gewichten en maten: een lichte om te verkopen, een zware om te kopen.
Een efa is ongeveer 22 liter.
Vergelijk Spr. 20:23, waar de steen en de steen ook een gruwel voor Yahweh zijn; zie ook Deut. 25:13–16.
11 Zelfs een jongen maakt zich door zijn daden kenbaar: of zijn werk zuiver is en of het oprecht is.
בְּ֭מַעֲלָלָיו
(bemaalalav)
door zijn daden
יִתְנַכֶּר
(yitnaker)
maakt zich kenbaar
יָשָׁ֣ר
(yashar)
oprecht is
פָּעֳלֽוֹ
(paolo)
zijn werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יִתְנַכֶּר (yitnakker), ‘maakt zich kenbaar’: een kind laat door zijn daden zien wat voor mens het is.
12 Een horend oor en een ziend oog: Yahweh heeft ze allebei gemaakt.
וְעַ֣יִן
(veayin)
en een oog
עָשָׂ֥ה
(asa)
heeft gemaakt
שְׁנֵיהֶֽם
(sheneihem)
beide
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Ps. 94:9, waar hetzelfde gezegd wordt.
13 Heb de slaap niet lief, anders word je arm. Open je ogen, wees verzadigd van brood.
תֶּֽאֱהַ֣ב
(teehav)
heb lief
תִּוָּרֵ֑שׁ
(tivaresh)
word je arm
עֵינֶ֣יךָ
(eineikha)
je ogen
שְֽׂבַֽע
(seva)
wees verzadigd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תִּוָּרֵשׁ (turash), ‘word je arm’: letterlijk ‘word je beroofd van bezit’.
14 „Slecht, slecht,” zegt de koper; maar als hij weggaat, dan roemt hij zich.
הַקּוֹנֶ֑ה
(haqone)
de koper
וְאֹזֵ֥ל
(veozel)
en hij gaat weg
יִתְהַלָּֽל
(yithalal)
roemt hij zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רַע (ra), ‘slecht’: de koper zegt dat de waar slecht is om de prijs te drukken; daarna roemt hij zijn koop.
15 Er is goud en een overvloed aan parels, maar een kostbaar kleinood zijn lippen van kennis.
וְרָב
(verav)
en overvloed van
פְּנִינִ֑ים
(peninim)
parels
וּכְלִ֥י
(ukheli)
en een kleinood
שִׂפְתֵי
(siftei)
lippen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וּכְלִי יְקָר (keli yaqar), ‘een kostbaar kleinood’: lippen die kennis spreken zijn kostbaarder dan goud en parels.
16 Neem zijn kleed, want hij heeft borg gestaan voor een vreemde. Neem hem in pand ter wille van een vreemde vrouw.
בִּ֭גְדוֹ
(bigdo)
zijn kleed
עָ֣רַב
(arav)
hij stond borg
נָכְרִיָּ֣ה
(nakheriya)
een vreemde vrouw
חַבְלֵֽהוּ
(chavlehu)
neem hem in pand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Wie borg is geworden voor een vreemde, verliest zijn kleed als onderpand.
Dezelfde spreuk staat in Spr. 27:13; zie ook Spr. 11:15.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is נכרים (nokrim), ‘vreemden’.
De gelezen vorm (qere) is נָכְרִיָּה (nokriyah), ‘vreemde vrouw’.
Wij volgen het qere.
17 Brood van bedrog is zoet voor een man, maar daarna wordt zijn mond met kiezel gevuld.
לָ֭אִישׁ
(laish)
voor een man
וְ֝אַחַ֗ר
(veachar)
en daarna
יִמָּֽלֵא
(yimale)
wordt gevuld
חָצָֽץ
(chatsats)
met kiezel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עָרֵב (arev), ‘zoet’.
Het voordeel van bedrog smaakt eerst zoet, maar daarna is het als kiezel in de mond.
18 Plannen komen tot stand door raad, en met bekwaam beleid voer je oorlog.
מַ֭חֲשָׁבוֹת
(machashavot)
plannen
בְּעֵצָ֣ה
(beetsa)
door raad
תִכּ֑וֹן
(tikon)
worden bevestigd
וּ֝בְתַחְבֻּל֗וֹת
(uvetachbulot)
en met bekwaam beleid
מִלְחָמָֽה
(milchama)
oorlog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וּבְתַחְבֻּלוֹת (uvetachbulot), ‘bekwaam beleid’: het woord komt van het touwwerk waarmee een schip wordt bestuurd.
Wijze leiding is nodig, ook in oorlog.
19 Een lasteraar die rondgaat, onthult het geheim. Meng je niet met wie zijn lippen wijd openzet.
הוֹלֵ֣ךְ
(holekh)
rondgaand
רָכִ֑יל
(rakhil)
als lasteraar
וּלְפֹתֶ֥ה
(ulefote)
en met wie wijd opent
שְׂ֝פָתָ֗יו
(sefatav)
zijn lippen
תִתְעָרָֽב
(titarav)
meng je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רָכִיל (rakil), ‘lasteraar’: iemand die rondloopt en geheimen verspreidt, zoals in Spr. 11:13.
Wij vertalen de laatste regel: ‘Meng je niet met wie zijn lippen wijd openzet’.
Letterlijk: ‘met wie zijn lippen verleidt/openzet’.
20 Wie zijn vader en zijn moeder vervloekt, zijn lamp wordt gedoofd in de diepste duisternis.
מְ֭קַלֵּל
(meqalel)
wie vervloekt
וְאִמּ֑וֹ
(veimo)
en zijn moeder
יִֽדְעַ֥ךְ
(yidakh)
wordt gedoofd
בֶּאֱשׁ֥וּן
(beeshun)
in het midden van
חֹֽשֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Zie ook Exod. 21:17 en Lev. 20:9.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is באישון (be’ishon), de gelezen vorm (qere) is בֶּאֱשׁוּן (be’eshun); beide betekenen ‘in het midden’ (letterlijk ‘in de pupil’) van de duisternis.
Wij vertalen ‘in de diepste duisternis’.
21 Een erfdeel dat in het begin haastig verkregen is, wordt aan het einde niet gezegend.
נַ֭חֲלָה
(nachala)
een erfdeel
מְבֹהֶ֣לֶת
(mevohelet)
haastig verkregen
בָּרִאשֹׁנָ֑ה
(barishona)
in het begin
וְ֝אַחֲרִיתָ֗הּ
(veacharitah)
en haar einde
תְבֹרָֽךְ
(tevorakh)
wordt gezegend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is מבחלת (mevochelet), ‘verafschuwd’ of ‘met afkeer gekregen’.
De gelezen vorm (qere) is מְבֹהֶלֶת (mevohelet), ‘haastig verkregen’.
Wij volgen het qere.
22 Zeg niet: „Ik zal kwaad vergelden.” Wacht op Yahweh, en Hij zal je redden.
אֲשַׁלְּמָה
(ashalema)
ik zal vergelden
לַֽ֝יהוָ֗ה
(laYahweh)
op Yahweh
וְיֹ֣שַֽׁע
(veyosha)
en Hij zal redden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Spr. 24:29 en Deut. 32:35.
23 Een gruwel voor Yahweh zijn een steen en een steen, en een weegschaal van bedrog is niet goed.
תּוֹעֲבַ֣ת
(toavat)
gruwel van
וָאָ֑בֶן
(vaaven)
en een steen
וּמֹאזְנֵ֖י
(umoznei)
en weegschalen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Zie Spr. 20:10 en Deut. 25:13–16.
24 Van Yahweh zijn de schreden van een man; hoe zou een mens zijn eigen weg begrijpen?
מֵיהוָ֥ה
(meYahweh)
van Yahweh
מִצְעֲדֵי
(mitsadei)
de schreden van
וְ֝אָדָ֗ם
(veadam)
en een mens
יָּבִ֥ין
(yavin)
begrijpt hij
דַּרְכּֽוֹ
(darko)
zijn weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִצְעֲדֵי (mitsade), ‘de schreden van’: de stappen die iemand zet.
גָבֶר (gaver), ‘man’: een sterke man; וְאָדָם (adam), ‘mens’.
Zelfs een sterke man ziet zijn eigen weg niet.
25 Het is een valstrik voor een mens overhaast uit te roepen: „Heilig!” en pas na de geloften te onderzoeken.
יָ֣לַע
(yala)
overhaast uit te roepen
וְאַחַ֖ר
(veachar)
en daarna
נְדָרִ֣ים
(nedarim)
geloften
לְבַקֵּֽר
(levaqer)
om te onderzoeken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יָלַע (yala), ‘overhaast uitroepen’: het werkwoord betekent ook ‘slikken’ en ‘onbezonnen spreken’.
Wie iets ‘heilig’ verklaart, belooft het aan Yahweh en hoort daarna niet te zoeken naar een uitweg.
Zie Lev. 27 en Deut. 23:22–24.
26 Een wijze koning drijft goddelozen uiteen en laat het dorswiel over hen heen gaan.
מְזָרֶ֣ה
(mezare)
die uiteendrijft
רְ֭שָׁעִים
(reshaim)
goddelozen
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
een koning
וַיָּ֖שֶׁב
(vayashev)
en laat terugkeren
עֲלֵיהֶ֣ם
(aleihem)
over hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אוֹפָן (ofan), ‘het wiel’: het dorswiel waarmee het graan wordt gedorst.
Zie ook Spr. 20:8.
27 De adem van een mens is een lamp van Yahweh; zij doorzoekt alle kamers van het binnenste.
נִשְׁמַ֣ת
(nishmat)
adem van
חֹ֝פֵ֗שׂ
(chofes)
doorzoekt
חַדְרֵי
(chadrei)
kamers van
בָֽטֶן
(baten)
het binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נִשְׁמַת (nishmat), ‘adem’: de levensadem die Yahweh de mens gaf (Gen. 2:7).
חַדְרֵי בָטֶן (chadre baten), ‘kamers van het binnenste’: het diepste innerlijk, ook de gedachten.
28 Trouw en waarheid behoeden de koning, en door trouw ondersteunt hij zijn troon.
וֶ֭אֱמֶת
(veemet)
en waarheid
יִצְּרוּ
(yitseru)
behoeden
וְסָעַ֖ד
(vesaad)
en ondersteunt
בַּחֶ֣סֶד
(bachesed)
door trouw
כִּסְאֽוֹ
(kiso)
zijn troon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֶסֶד (chesed), ‘trouw’, en וֶאֱמֶת (emet), ‘waarheid’: dit paar komt ook voor in Ps. 25:10 en Ps. 85:11.
29 Het sieraad van jongemannen is hun kracht, en de luister van oude mannen is grijs haar.
תִּפְאֶ֣רֶת
(tiferet)
sieraad van
בַּחוּרִ֣ים
(bachurim)
jongemannen
כֹּחָ֑ם
(kocham)
hun kracht
וַהֲדַ֖ר
(vahadar)
en luister van
זְקֵנִ֣ים
(zeqenim)
oude mannen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30 Striemen van wonden zijn een zuivering voor het kwaad, en slagen dringen door tot de kamers van het binnenste.
חַבֻּר֣וֹת
(chaburot)
striemen van
תַּמְר֣וּק
(tamruq)
zuivering
בְּרָ֑ע
(bera)
voor het kwaad
וּ֝מַכּ֗וֹת
(umakot)
en slagen
חַדְרֵי
(chadrei)
kamers van
בָֽטֶן
(baten)
het binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De spreuk is moeilijk.
תַּמְרוּק (tamruq), ‘zuivering’ (het geschreven woord, ketiv, is תַּמְרִיק , tamriq): schoonmaken, poetsen.
Pijnlijke straf kan het kwaad uit iemand wegnemen.