Elohim Bijbel

Spreuken 20

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

Wijn, koningen, maat en gewicht en de schreden van de mens

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Wijn is een spotter en sterke drank een lawaaimaker. Ieder die erdoor dwaalt, wordt niet wijs.
לֵ֣ץ
(lets)
een spotter
הַ֭יַּין
(hayayn)
de wijn
הֹמֶ֣ה
(home)
luidruchtig
שֵׁכָ֑ר
(shekhar)
sterke drank
וְכָל
(vekhal)
en ieder
שֹׁ֥גֶה
(shoge)
die dwaalt
בּ֝֗וֹ
(bo)
erdoor
לֹ֣א
(lo)
niet
יֶחְכָּֽם
(yechkam)
wordt wijs
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֵץ (letz), ‘spotter’, en הֹמֶה (homeh), ‘luidruchtig’: wijn en sterke drank worden hier voorgesteld als personen die de drinker bespotten en tot rumoer brengen.

שֹׁגֶה (shoge), ‘dwaalt’: raakt op een dwaalspoor.

2Het gebrul van een jonge leeuw is de schrik van een koning; wie hem tot toorn prikkelt, zondigt tegen zijn eigen leven.
נַ֣הַם
(naham)
gebrul
כַּ֭כְּפִיר
(kakefir)
als van een jonge leeuw
אֵ֣ימַת
(eimat)
schrik van
מֶ֑לֶךְ
(melekh)
een koning
מִ֝תְעַבְּר֗וֹ
(mitabero)
wie hem tot toorn prikkelt
חוֹטֵ֥א
(chote)
zondigt tegen
נַפְשֽׁוֹ
(nafsho)
zijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Spr. 19:12.

מִתְעַבְּרוֹ (mit’abbero), ‘wie hem tot toorn prikkelt’: wie de koning kwaad maakt, brengt zijn eigen leven in gevaar.

3Het is een eer voor een man van twist af te blijven, maar elke zot barst los.
כָּב֣וֹד
(kavod)
eer
לָ֭אִישׁ
(laish)
voor een man
שֶׁ֣בֶת
(shevet)
het ophouden
מֵרִ֑יב
(meriv)
van twist
וְכָל
(vekhal)
en elke
אֱ֝וִ֗יל
(evil)
zot
יִתְגַּלָּֽע
(yitgala)
barst los
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), hier ‘eer’, omdat het om een mens gaat.

אֱוִיל (evil), ‘zot’.

4Vanwege de herfst ploegt de luiaard niet. In de oogst vraagt hij, maar er is niets.
מֵ֭חֹרֶף
(mechoref)
vanwege de herfst
עָצֵ֣ל
(atsel)
een luiaard
לֹא
(lo)
niet
יַחֲרֹ֑שׁ
(yacharosh)
ploegt
וְשָׁאַ֖ל
(veshaal)
en hij vraagt
בַּקָּצִ֣יר
(baqatsir)
in de oogst
וָאָֽיִן
(vaayin)
en niets
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵחֹרֶף (mecheref), ‘vanwege de herfst’: het ploegseizoen na de eerste regens.

Het woord kan ook ‘vanwege de kou’ of ‘uit schande’ betekenen.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is יִשְׁאַל (yish’al), ‘hij zal vragen’.

De gelezen vorm (qere) is וְשָׁאַל (vesha’al), ‘en hij vraagt’.

Wij volgen het qere.

5Raad in het hart van een man is diep water, maar een man van verstand put het op.
מַ֣יִם
(mayim)
water
עֲ֭מֻקִּים
(amuqim)
diepe
עֵצָ֣ה
(etsa)
raad
בְלֶב
(belev)
in het hart van
אִ֑ישׁ
(ish)
een man
וְאִ֖ישׁ
(veish)
maar een man van
תְּבוּנָ֣ה
(tevuna)
verstand
יִדְלֶֽנָּה
(yidlena)
put het op
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּבוּנָה (tevuna), ‘verstand’.

Wie verstand heeft, haalt de raad uit het hart van een ander omhoog.

6De meeste mensen roepen ieder hun eigen trouw uit, maar een man van betrouwbaarheid, wie vindt hem?
רָב
(rav)
velen
אָדָ֗ם
(adam)
van de mensen
יִ֭קְרָא
(yiqra)
roepen uit
אִ֣ישׁ
(ish)
ieder
חַסְדּ֑וֹ
(chasdo)
zijn trouw
וְאִ֥ישׁ
(veish)
maar een man van
אֱ֝מוּנִ֗ים
(emunim)
betrouwbaarheid
מִ֣י
(mi)
wie
יִמְצָֽא
(yimtsa)
vindt hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַסְדּוֹ (chasdo), ‘zijn trouw’: de meeste mensen beweren dat zij trouw zijn.

אֱמוּנִים (emunim), ‘betrouwbaarheid’: wie werkelijk betrouwbaar is, is zeldzaam.

7Een rechtvaardige die onberispelijk leeft: gelukkig zijn zonen na hem.
מִתְהַלֵּ֣ךְ
(mithalekh)
wie wandelt
בְּתֻמּ֣וֹ
(betumo)
in zijn onberispelijkheid
צַדִּ֑יק
(tsadiq)
een rechtvaardige
אַשְׁרֵ֖י
(ashrei)
gelukkig
בָנָ֣יו
(banav)
zijn zonen
אַחֲרָֽיו
(acharav)
na hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּתֻמּוֹ (betummo), ‘in zijn onberispelijkheid’; zie Spr. 19:1.

8Een koning die op de troon van het oordeel zit, drijft met zijn ogen al het kwaad uiteen.
מֶ֗לֶךְ
(melekh)
een koning
יוֹשֵׁ֥ב
(yoshev)
die zit
עַל
(al)
op
כִּסֵּא
(kise)
de troon van
דִ֑ין
(din)
het oordeel
מְזָרֶ֖ה
(mezare)
die uiteendrijft
בְעֵינָ֣יו
(beeinav)
met zijn ogen
כָּל
(kal)
al
רָֽע
(ra)
het kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְזָרֶה (mezareh), ‘drijft uiteen’: het beeld is dat van het wannen van graan, waarbij het kaf wordt weggeblazen.

Zie ook Spr. 20:26.

9Wie kan zeggen: „Ik heb mijn hart zuiver gemaakt; ik ben rein van mijn zonde”?
מִֽי
(mi)
wie
יֹ֭אמַר
(yomar)
kan zeggen
זִכִּ֣יתִי
(zikiti)
ik heb zuiver gemaakt
לִבִּ֑י
(libi)
mijn hart
טָ֝הַ֗רְתִּי
(taharti)
ik ben rein
מֵחַטָּאתִֽי
(mechatati)
van mijn zonde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זִכִּיתִי (zikkiti), ‘ik heb zuiver gemaakt’: de vraag is retorisch.

Niemand kan dat van zichzelf zeggen.

Zie ook 1 Kon. 8:46.

10Een steen en een steen, een efa en een efa: een gruwel voor Yahweh zijn zij, allebei.
אֶ֣בֶן
(even)
een steen
וָ֭אֶבֶן
(vaeven)
en een steen
אֵיפָ֣ה
(eifa)
een efa
וְאֵיפָ֑ה
(veeifa)
en een efa
תּוֹעֲבַ֥ת
(toavat)
gruwel van
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
גַּם
(gam)
ook
שְׁנֵיהֶֽם
(sheneihem)
beide
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֶבֶן (even), ‘steen’: de gewichtsstenen waarmee men zilver woog.

‘Een steen en een steen’ en ‘een efa en een efa’ zijn ongelijke gewichten en maten: een lichte om te verkopen, een zware om te kopen.

Een efa is ongeveer 22 liter.

Vergelijk Spr. 20:23, waar de steen en de steen ook een gruwel voor Yahweh zijn; zie ook Deut. 25:13–16.

11Zelfs een jongen maakt zich door zijn daden kenbaar: of zijn werk zuiver is en of het oprecht is.
גַּ֣ם
(gam)
zelfs
בְּ֭מַעֲלָלָיו
(bemaalalav)
door zijn daden
יִתְנַכֶּר
(yitnaker)
maakt zich kenbaar
נָ֑עַר
(naar)
een jongen
אִם
(im)
of
זַ֖ךְ
(zakh)
zuiver is
וְאִם
(veim)
en of
יָשָׁ֣ר
(yashar)
oprecht is
פָּעֳלֽוֹ
(paolo)
zijn werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִתְנַכֶּר (yitnakker), ‘maakt zich kenbaar’: een kind laat door zijn daden zien wat voor mens het is.

12Een horend oor en een ziend oog: Yahweh heeft ze allebei gemaakt.
אֹ֣זֶן
(ozen)
een oor
שֹׁ֭מַעַת
(shomaat)
horend
וְעַ֣יִן
(veayin)
en een oog
רֹאָ֑ה
(roa)
ziend
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
עָשָׂ֥ה
(asa)
heeft gemaakt
גַם
(gam)
ook
שְׁנֵיהֶֽם
(sheneihem)
beide
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Ps. 94:9, waar hetzelfde gezegd wordt.

13Heb de slaap niet lief, anders word je arm. Open je ogen, wees verzadigd van brood.
אַל
(al)
niet
תֶּֽאֱהַ֣ב
(teehav)
heb lief
שֵׁ֭נָה
(shena)
slaap
פֶּן
(pen)
anders
תִּוָּרֵ֑שׁ
(tivaresh)
word je arm
פְּקַ֖ח
(peqach)
open
עֵינֶ֣יךָ
(eineikha)
je ogen
שְֽׂבַֽע
(seva)
wees verzadigd
לָֽחֶם
(lachem)
brood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תִּוָּרֵשׁ (turash), ‘word je arm’: letterlijk ‘word je beroofd van bezit’.

14„Slecht, slecht,” zegt de koper; maar als hij weggaat, dan roemt hij zich.
רַ֣ע
(ra)
slecht
רַ֭ע
(ra)
slecht
יֹאמַ֣ר
(yomar)
zegt
הַקּוֹנֶ֑ה
(haqone)
de koper
וְאֹזֵ֥ל
(veozel)
en hij gaat weg
ל֝֗וֹ
(lo)
voor zich
אָ֣ז
(az)
dan
יִתְהַלָּֽל
(yithalal)
roemt hij zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רַע (ra), ‘slecht’: de koper zegt dat de waar slecht is om de prijs te drukken; daarna roemt hij zijn koop.

15Er is goud en een overvloed aan parels, maar een kostbaar kleinood zijn lippen van kennis.
יֵ֣שׁ
(yesh)
er is
זָ֭הָב
(zahav)
goud
וְרָב
(verav)
en overvloed van
פְּנִינִ֑ים
(peninim)
parels
וּכְלִ֥י
(ukheli)
en een kleinood
יְ֝קָ֗ר
(yeqar)
kostbaar
שִׂפְתֵי
(siftei)
lippen van
דָֽעַת
(daat)
kennis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וּכְלִי יְקָר (keli yaqar), ‘een kostbaar kleinood’: lippen die kennis spreken zijn kostbaarder dan goud en parels.

16Neem zijn kleed, want hij heeft borg gestaan voor een vreemde. Neem hem in pand ter wille van een vreemde vrouw.
לְֽקַח
(leqach)
neem
בִּ֭גְדוֹ
(bigdo)
zijn kleed
כִּי
(ki)
want
עָ֣רַב
(arav)
hij stond borg
זָ֑ר
(zar)
een vreemde
וּבְעַ֖ד
(uvead)
en voor
נָכְרִיָּ֣ה
(nakheriya)
een vreemde vrouw
חַבְלֵֽהוּ
(chavlehu)
neem hem in pand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wie borg is geworden voor een vreemde, verliest zijn kleed als onderpand.

Dezelfde spreuk staat in Spr. 27:13; zie ook Spr. 11:15.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is נכרים (nokrim), ‘vreemden’.

De gelezen vorm (qere) is נָכְרִיָּה (nokriyah), ‘vreemde vrouw’.

Wij volgen het qere.

17Brood van bedrog is zoet voor een man, maar daarna wordt zijn mond met kiezel gevuld.
עָרֵ֣ב
(arev)
zoet
לָ֭אִישׁ
(laish)
voor een man
לֶ֣חֶם
(lechem)
brood van
שָׁ֑קֶר
(shaqer)
bedrog
וְ֝אַחַ֗ר
(veachar)
en daarna
יִמָּֽלֵא
(yimale)
wordt gevuld
פִ֥יהוּ
(pihu)
zijn mond
חָצָֽץ
(chatsats)
met kiezel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָרֵב (arev), ‘zoet’.

Het voordeel van bedrog smaakt eerst zoet, maar daarna is het als kiezel in de mond.

18Plannen komen tot stand door raad, en met bekwaam beleid voer je oorlog.
מַ֭חֲשָׁבוֹת
(machashavot)
plannen
בְּעֵצָ֣ה
(beetsa)
door raad
תִכּ֑וֹן
(tikon)
worden bevestigd
וּ֝בְתַחְבֻּל֗וֹת
(uvetachbulot)
en met bekwaam beleid
עֲשֵׂ֣ה
(ase)
voer
מִלְחָמָֽה
(milchama)
oorlog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וּבְתַחְבֻּלוֹת (uvetachbulot), ‘bekwaam beleid’: het woord komt van het touwwerk waarmee een schip wordt bestuurd.

Wijze leiding is nodig, ook in oorlog.

19Een lasteraar die rondgaat, onthult het geheim. Meng je niet met wie zijn lippen wijd openzet.
גּֽוֹלֶה
(gole)
onthult
סּ֭וֹד
(sod)
geheim
הוֹלֵ֣ךְ
(holekh)
rondgaand
רָכִ֑יל
(rakhil)
als lasteraar
וּלְפֹתֶ֥ה
(ulefote)
en met wie wijd opent
שְׂ֝פָתָ֗יו
(sefatav)
zijn lippen
לֹ֣א
(lo)
niet
תִתְעָרָֽב
(titarav)
meng je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רָכִיל (rakil), ‘lasteraar’: iemand die rondloopt en geheimen verspreidt, zoals in Spr. 11:13.

Wij vertalen de laatste regel: ‘Meng je niet met wie zijn lippen wijd openzet’.

Letterlijk: ‘met wie zijn lippen verleidt/openzet’.

20Wie zijn vader en zijn moeder vervloekt, zijn lamp wordt gedoofd in de diepste duisternis.
מְ֭קַלֵּל
(meqalel)
wie vervloekt
אָבִ֣יו
(aviv)
zijn vader
וְאִמּ֑וֹ
(veimo)
en zijn moeder
יִֽדְעַ֥ךְ
(yidakh)
wordt gedoofd
נֵ֝ר֗וֹ
(nero)
zijn lamp
בֶּאֱשׁ֥וּן
(beeshun)
in het midden van
חֹֽשֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook Exod. 21:17 en Lev. 20:9.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is באישון (be’ishon), de gelezen vorm (qere) is בֶּאֱשׁוּן (be’eshun); beide betekenen ‘in het midden’ (letterlijk ‘in de pupil’) van de duisternis.

Wij vertalen ‘in de diepste duisternis’.

21Een erfdeel dat in het begin haastig verkregen is, wordt aan het einde niet gezegend.
נַ֭חֲלָה
(nachala)
een erfdeel
מְבֹהֶ֣לֶת
(mevohelet)
haastig verkregen
בָּרִאשֹׁנָ֑ה
(barishona)
in het begin
וְ֝אַחֲרִיתָ֗הּ
(veacharitah)
en haar einde
לֹ֣א
(lo)
niet
תְבֹרָֽךְ
(tevorakh)
wordt gezegend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is מבחלת (mevochelet), ‘verafschuwd’ of ‘met afkeer gekregen’.

De gelezen vorm (qere) is מְבֹהֶלֶת (mevohelet), ‘haastig verkregen’.

Wij volgen het qere.

22Zeg niet: „Ik zal kwaad vergelden.” Wacht op Yahweh, en Hij zal je redden.
אַל
(al)
niet
תֹּאמַ֥ר
(tomar)
zeg
אֲשַׁלְּמָה
(ashalema)
ik zal vergelden
רָ֑ע
(ra)
kwaad
קַוֵּ֥ה
(qave)
wacht
לַֽ֝יהוָ֗ה
(laYahweh)
op Yahweh
וְיֹ֣שַֽׁע
(veyosha)
en Hij zal redden
לָֽךְ
(lakh)
je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Spr. 24:29 en Deut. 32:35.

23Een gruwel voor Yahweh zijn een steen en een steen, en een weegschaal van bedrog is niet goed.
תּוֹעֲבַ֣ת
(toavat)
gruwel van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
אֶ֣בֶן
(even)
een steen
וָאָ֑בֶן
(vaaven)
en een steen
וּמֹאזְנֵ֖י
(umoznei)
en weegschalen van
מִרְמָ֣ה
(mirma)
bedrog
לֹא
(lo)
niet
טֽוֹב
(tov)
goed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie Spr. 20:10 en Deut. 25:13–16.

24Van Yahweh zijn de schreden van een man; hoe zou een mens zijn eigen weg begrijpen?
מֵיהוָ֥ה
(meYahweh)
van Yahweh
מִצְעֲדֵי
(mitsadei)
de schreden van
גָ֑בֶר
(gaver)
een man
וְ֝אָדָ֗ם
(veadam)
en een mens
מַה
(ma)
hoe
יָּבִ֥ין
(yavin)
begrijpt hij
דַּרְכּֽוֹ
(darko)
zijn weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִצְעֲדֵי (mitsade), ‘de schreden van’: de stappen die iemand zet.

גָבֶר (gaver), ‘man’: een sterke man; וְאָדָם (adam), ‘mens’.

Zelfs een sterke man ziet zijn eigen weg niet.

25Het is een valstrik voor een mens overhaast uit te roepen: „Heilig!” en pas na de geloften te onderzoeken.
מוֹקֵ֣שׁ
(moqesh)
valstrik
אָ֭דָם
(adam)
een mens
יָ֣לַע
(yala)
overhaast uit te roepen
קֹ֑דֶשׁ
(qodesh)
heilig
וְאַחַ֖ר
(veachar)
en daarna
נְדָרִ֣ים
(nedarim)
geloften
לְבַקֵּֽר
(levaqer)
om te onderzoeken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָלַע (yala), ‘overhaast uitroepen’: het werkwoord betekent ook ‘slikken’ en ‘onbezonnen spreken’.

Wie iets ‘heilig’ verklaart, belooft het aan Yahweh en hoort daarna niet te zoeken naar een uitweg.

Zie Lev. 27 en Deut. 23:22–24.

26Een wijze koning drijft goddelozen uiteen en laat het dorswiel over hen heen gaan.
מְזָרֶ֣ה
(mezare)
die uiteendrijft
רְ֭שָׁעִים
(reshaim)
goddelozen
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
een koning
חָכָ֑ם
(chakham)
wijs
וַיָּ֖שֶׁב
(vayashev)
en laat terugkeren
עֲלֵיהֶ֣ם
(aleihem)
over hen
אוֹפָֽן
(ofan)
het wiel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אוֹפָן (ofan), ‘het wiel’: het dorswiel waarmee het graan wordt gedorst.

Zie ook Spr. 20:8.

27De adem van een mens is een lamp van Yahweh; zij doorzoekt alle kamers van het binnenste.
נֵ֣ר
(ner)
lamp van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
נִשְׁמַ֣ת
(nishmat)
adem van
אָדָ֑ם
(adam)
een mens
חֹ֝פֵ֗שׂ
(chofes)
doorzoekt
כָּל
(kal)
alle
חַדְרֵי
(chadrei)
kamers van
בָֽטֶן
(baten)
het binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִשְׁמַת (nishmat), ‘adem’: de levensadem die Yahweh de mens gaf (Gen. 2:7).

חַדְרֵי בָטֶן (chadre baten), ‘kamers van het binnenste’: het diepste innerlijk, ook de gedachten.

28Trouw en waarheid behoeden de koning, en door trouw ondersteunt hij zijn troon.
חֶ֣סֶד
(chesed)
trouw
וֶ֭אֱמֶת
(veemet)
en waarheid
יִצְּרוּ
(yitseru)
behoeden
מֶ֑לֶךְ
(melekh)
de koning
וְסָעַ֖ד
(vesaad)
en ondersteunt
בַּחֶ֣סֶד
(bachesed)
door trouw
כִּסְאֽוֹ
(kiso)
zijn troon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’, en וֶאֱמֶת (emet), ‘waarheid’: dit paar komt ook voor in Ps. 25:10 en Ps. 85:11.

29Het sieraad van jongemannen is hun kracht, en de luister van oude mannen is grijs haar.
תִּפְאֶ֣רֶת
(tiferet)
sieraad van
בַּחוּרִ֣ים
(bachurim)
jongemannen
כֹּחָ֑ם
(kocham)
hun kracht
וַהֲדַ֖ר
(vahadar)
en luister van
זְקֵנִ֣ים
(zeqenim)
oude mannen
שֵׂיבָֽה
(seiva)
grijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Striemen van wonden zijn een zuivering voor het kwaad, en slagen dringen door tot de kamers van het binnenste.
חַבֻּר֣וֹת
(chaburot)
striemen van
פֶּ֭צַע
(petsa)
wond
תַּמְר֣וּק
(tamruq)
zuivering
בְּרָ֑ע
(bera)
voor het kwaad
וּ֝מַכּ֗וֹת
(umakot)
en slagen
חַדְרֵי
(chadrei)
kamers van
בָֽטֶן
(baten)
het binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De spreuk is moeilijk.

תַּמְרוּק (tamruq), ‘zuivering’ (het geschreven woord, ketiv, is תַּמְרִיק, tamriq): schoonmaken, poetsen.

Pijnlijke straf kan het kwaad uit iemand wegnemen.