Hebreeën 13
Vermaningen, het altaar buiten het kamp, zegenbede en groeten
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Laatste vermaningen
φιλοξενία (philoxenia), ‘gastvrijheid’, letterlijk ‘liefde voor vreemden’.
‘Engelen ontvangen’ verwijst naar Abraham (Gen. 18:1–8) en Lot (Gen. 19:1–3); ons OT-bestand noemt in Gen. 19:1 ‘de twee engelen’, in Gen. 18:2 ‘drie mannen’.
De brief noemt geen naam.
Zie ook Gen. 18:2; Gen. 19:1; 1 Petr. 4:9; Tit. 1:8.
Het werkwoord ‘is’ ontbreekt in het Grieks; de zin kan een vaststelling (‘het huwelijk is eervol’) of een opdracht (‘het huwelijk zij eervol’) zijn.
Wij kiezen de vaststelling, omdat het ‘want’ erna een oordeel geeft. κοίτη (koite), ‘bed’, hier het huwelijksbed; ἀμίαντος (amiantos), ‘onbezoedeld’. πόρνος (pornos), ‘ontuchtige’; μοιχός (moichos), ‘overspeler’.
De SBLGNT markeert bij γάρ (gar), ‘want’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De zin ‘Ik zal je beslist niet loslaten en je beslist niet verlaten’ staat zo niet woordelijk in het OT.
Vergelijk Deut. 31:6 en 31:8 (Mozes spreekt over Yahweh in de derde persoon: ‘Hij zal jullie niet loslaten en jullie niet verlaten’) en Joz. 1:5 (Yahweh spreekt: ‘Ik zal je niet loslaten en je niet verlaten’).
Het Griekse citaat staat in de eerste persoon en lijkt het meest op Joz. 1:5.
Wij zetten het citaat rood, omdat Yahweh zelf spreekt (‘Hij heeft Zelf gezegd’).
Ons OT-bestand heeft ‘loslaten’ en ‘verlaten’. ἀφιλάργυρος (aphilargyros), ‘zonder geldzucht’; de dubbele ontkenning οὐ μή (ou me) versterkt: ‘beslist niet’.
Zie ook Deut. 31:6; Deut. 31:8; Joz. 1:5; 1 Tim. 6:8–10.
De SBLGNT markeert bij ἐγκαταλίπω (enkatalipo), ‘ik zal verlaten’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Citaat uit Ps. 118:6 (Hebreeuwse telling = NL-telling).
Ons OT-bestand heeft: ‘Yahweh is aan mijn kant, ik zal niet vrezen.
Wat kan een mens mij doen?’
De Griekse tekst heeft ‘Heer is mij een helper’; ‘helper’ (βοηθός, boethos) staat alleen in de Griekse tekst van de brief; ons Hebreeuws heeft ‘aan mijn kant’.
Wij zetten het citaat zwart: een gelovige spreekt over Yahweh in de derde persoon, en de brief laat ‘wij’ deze woorden zeggen.
Het Griekse κύριος (kyrios) geven wij als Yahweh weer.
Zie ook Ps. 118:6.
De SBLGNT markeert bij οὐ (ou), ‘niet’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Yeshua is dezelfde; buiten het kamp
ἡγούμενοι (hegoumenoi), ‘leiders’: zoals in vers 17 en 24.
‘Zij die het woord van Elohim tot jullie gesproken hebben’ zijn leiders van vroeger; het Grieks zegt niet of zij nog leven (vergelijk ‘uitkomst van hun levenswandel’). ἔκβασις (ekbasis), ‘uitkomst, einde’; ἀναστροφή (anastrophe), ‘levenswandel’.
Zie ook Hebr. 13:17; Hebr. 13:24.
‘Vreemde leringen’: leringen die niet bij het evangelie horen. βρώματα (bromata), ‘spijzen’: zoals in 9:10; het Grieks zegt niet om welke regels het gaat (vergelijk vers 10). βεβαιόω (bebaioo), ‘versterken, bevestigen’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen, leven’.
Zie ook Hebr. 9:10; Hebr. 13:10.
De SBLGNT markeert bij περιπατοῦντες (peripatountes), ‘wandelden’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’: hier de plaats van het offer van Yeshua.
‘Zij die de tent dienen’ (οἱ τῇ σκηνῇ λατρεύοντες): de priesters van het oude verbond, zoals in 8:5 en 9:9.
Zij hadden recht op delen van het offer (Lev. 7:6, 7:31), maar niet op wat voor de zonde werd verbrand (Lev. 6:23).
Zie ook Hebr. 8:5; Hebr. 9:9; Lev. 6:23.
Vergelijk Lev. 16:27, in ons OT-bestand: ‘De stier van het zondoffer en de bok van het zondoffer, waarvan het bloed binnengebracht is om verzoening te doen in het heiligdom, moet hij naar buiten brengen.
Buiten het kamp.’
Zie ook Lev. 4:12 en 16:28. παρεμβολή (parembole), ‘kamp’. τὰ ἅγια (ta hagia), ‘het heiligdom’: de plaats van Elohim, zoals Lev. 16:2. κατακαίεται (katakaietai), ‘wordt verbrand’.
Zie ook Lev. 16:27; Lev. 16:28; Lev. 4:12; Lev. 16:2.
‘Buiten de poort’: de poort van Jeruzalem, naar het beeld van het kamp.
Yeshua is gekruisigd buiten de stad (zie Joh. 19:17–20). ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’, in de zin van afzonderen voor Elohim, zoals in 2:11, 10:10, 10:14 en 13:12; zie ook 10:29. ἴδιος (idios), ‘eigen’.
Zie ook Hebr. 2:11; Hebr. 10:10; Hebr. 10:29; Joh. 19:17.
Offers van lof en goeddoen
Vergelijk Hos. 14:3 (Hebreeuwse telling; NL-telling 14:2).
Ons OT-bestand heeft: ‘Neem woorden met jullie mee en keer terug tot Yahweh.
Zeg tot Hem: „Neem alle schuld weg en ontvang het goede.
Dan betalen wij de stieren van onze lippen.”’ De brief heeft ‘vrucht van lippen’ (καρπὸν χειλέων, karpon cheileon) waar ons Hebreeuws ‘stieren van onze lippen’ heeft; wij vertalen wat het Grieks heeft. θυσία αἰνέσεως (thysia aineseos), ‘lofoffer’: vergelijk Lev. 7:12 (‘dankoffer’) en Ps. 50:14. ἀναφέρω (anaphero), ‘opbrengen, op het altaar leggen’. ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’.
Zie ook Hos. 14:3; Lev. 7:12; Ps. 50:14; 1 Petr. 2:5.
De SBLGNT markeert bij οὖν (oun), ‘dan’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
εὐποιΐα (eupoiia), ‘goeddoen, weldadigheid’; κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap, delen met anderen’. εὐαρεστέομαι (euaresteomai), ‘behagen vinden’: Elohim heeft behagen in zulke offers.
Zie ook Hebr. 13:15.
Leiders en gebed
ἡγούμενοι (hegoumenoi), ‘leiders’, hier de leiders die er nu zijn. πείθομαι (peithomai), ‘zich laten overtuigen, gehoorzamen’; ὑπείκω (hypeiko), ‘toegeven, zich schikken’. ἀγρυπνέω (agrypneo), ‘waken’. ἀλυσιτελής (alysiteles), ‘nadelig, geen voordeel brengend’.
‘Rekenschap afleggen’ (λόγον ἀποδιδόναι, logon apodidonai): zoals 4:13.
Zie ook Hebr. 4:13; Hebr. 13:7.
‘Bid voor ons’: de schrijver verbindt zich met een ‘wij’. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’, zoals 9:9, 9:14 en 10:22. ἀναστρέφομαι (anastrephomai), ‘wandelen, zich gedragen’.
Zie ook Hebr. 9:14; Hebr. 10:22; 1 Tim. 1:5; 1 Petr. 3:16.
De SBLGNT markeert bij πειθόμεθα (peithometha), ‘wij zijn overtuigd’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀποκαθίστημι (apokathistemi), ‘terugbrengen, herstellen’: de schrijver hoopt spoedig bij hen terug te zijn.
Wat hem tegenhoudt, noemt de brief niet.
Zegenbede en slotgroet
‘De Elohim van de vrede’: vergelijk 1 Thess. 5:23 en Rom. 15:33. ἀνάγω (anago), ‘terugbrengen, omhoog brengen’; ‘uit de doden’ is de opwekking van Yeshua.
‘De grote Herder van de schapen’: vergelijk Jes. 63:11, in ons OT-bestand ‘Waar is Hij die hen uit de zee deed opkomen, met de herders van Zijn kudde?’; de Griekse tekst heeft ‘de herder van de schapen’.
‘Door het bloed van een eeuwig verbond’: vergelijk Zach. 9:11 (‘door het bloed van je verbond heb Ik je gevangenen vrijgelaten’) en Exod. 24:8 (‘het bloed van het verbond’); ‘eeuwig verbond’ ook in Jes. 55:3 en Jer. 32:40.
De ‘eeuwige’ verlossing staat in 9:12 en de erfenis in 9:15; zie ook 12:24.
Zie ook Jes. 63:11; Zach. 9:11; Exod. 24:8; Jes. 55:3; Jer. 32:40; Hebr. 9:12; Hebr. 12:24; 1 Petr. 2:25; 1 Petr. 5:4; Fil. 4:9.
καταρτίζω (katartizo), ‘toerusten, volledig gereedmaken’: ook gebruikt voor het herstellen van netten (Matt. 4:21).
De zin loopt door van vers 20: de Elohim van de vrede ‘moge toerusten’ (een wens in de aanvoegende wijs).
‘Door Yeshua de Messias’: Hij werkt door Yeshua.
Het ‘Hem’ in ‘Hem zij de heerlijkheid’ (ᾧ, ho) kan op Elohim of op Yeshua slaan; wij laten dit open. ἀμήν (amen), ‘voorwaar, zo zij het’.
Zie ook Matt. 4:21.
De SBLGNT markeert bij παντί (panti), ‘alles’, bij ἡμῖν (hemin), ‘ons’, en bij αἰῶνας (aionas), ‘eeuwen’, varianten.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters, zoals in 10:19. ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen, aanvaarden’.
‘Het woord van vermaning’ (λόγος τῆς παρακλήσεως, logos tes parakleseos) is de hele brief; vergelijk Hand. 13:15, waar hetzelfde woord een toespraak in de synagoge aanduidt. διὰ βραχέων (dia brachean), ‘in weinig woorden’.
Zie ook Hebr. 10:19; Hand. 13:15.
Timoteüs (Τιμόθεος): de brief zegt niet wie hij is en noemt hem alleen hier; vergelijk Hand. 16:1. ἀπολύω (apolyo) betekent ‘loslaten, vrijlaten, wegsturen’: Timoteüs is vrijgelaten uit de gevangenis, of hij is op reis gestuurd.
Wij kiezen ‘vrijgelaten’.
Vergelijk vers 3.
Zie ook Hebr. 13:3; Hand. 16:1.
De SBLGNT markeert bij ἡμῶν (hemon), ‘onze’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Zie Italië (vasteland): Italië is het schiereiland waarop Rome ligt.
De omtrek hier is de moderne kustlijn van het vasteland, bij benadering.
οἱ ἀπὸ τῆς Ἰταλίας (hoi apo tes Italias), ‘zij van Italië’: kan betekenen ‘zij die uit Italië zijn’ (de schrijver is in Italië) of ‘zij die uit Italië komen en nu elders zijn’.
Wij kiezen de eerste weergave; de tweede blijft mogelijk. ἡγούμενοι (hegoumenoi), ‘leiders’, zoals in vers 7 en 17. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’.
Zie ook Hebr. 13:7; Hebr. 13:17.