Elohim Bijbel

Hebreeën 13

12345678910111213

Vermaningen, het altaar buiten het kamp, zegenbede en groeten

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Laatste vermaningen

1Laat de broederliefde blijven.
Ἡ
(He)
de
φιλαδελφία
(philadelphia)
broederliefde
μενέτω
(meneto)
blijve
Bron: SBLGNT
Uitleg

φιλαδελφία (philadelphia), ‘broederliefde’: liefde voor broers en zussen in het geloof (vergelijk 10:19 en 3:1). μενέτω (meneto) is een gebiedende wijs: ‘laat blijven’.

Zie ook Hebr. 3:1; Hebr. 10:19.

2Vergeet de gastvrijheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen ontvangen.
τῆς
(tes)
de
φιλοξενίας
(philoxenias)
gastvrijheid
μὴ
(me)
niet
ἐπιλανθάνεσθε
(epilanthanesthe)
vergeet
διὰ
(dia)
door
ταύτης
(tautes)
deze
γὰρ
(gar)
want
ἔλαθόν
(elathon)
bleven onopgemerkt
τινες
(tines)
sommigen
ξενίσαντες
(xenisantes)
gastvrij ontvangen hebbend
ἀγγέλους
(angelous)
engelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

φιλοξενία (philoxenia), ‘gastvrijheid’, letterlijk ‘liefde voor vreemden’.

‘Engelen ontvangen’ verwijst naar Abraham (Gen. 18:1–8) en Lot (Gen. 19:1–3); ons OT-bestand noemt in Gen. 19:1 ‘de twee engelen’, in Gen. 18:2 ‘drie mannen’.

De brief noemt geen naam.

Zie ook Gen. 18:2; Gen. 19:1; 1 Petr. 4:9; Tit. 1:8.

3Denk aan de gevangenen, alsof jullie met hen gevangen zijn, en aan hen die mishandeld worden, omdat ook jullie zelf in het lichaam zijn.
μιμνῄσκεσθε
(mimneskesthe)
denkt
τῶν
(ton)
aan de
δεσμίων
(desmion)
gevangenen
ὡς
(hos)
alsof
συνδεδεμένοι
(syndedemenoi)
mede-gevangenen
τῶν
(ton)
aan de
κακουχουμένων
(kakouchoumenon)
mishandelden
ὡς
(hos)
alsof
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
ὄντες
(ontes)
zijnde
ἐν
(en)
in
σώματι
(somati)
lichaam
Bron: SBLGNT
Uitleg

δέσμιος (desmios), ‘gevangene’; συνδέω (syndeo), ‘mede-gevangen zijn’: zoals 10:34. κακουχέω (kakoucheo), ‘mishandelen’, zoals 11:37.

‘In het lichaam zijn’ betekent: zelf ook kwetsbaar.

Zie ook Hebr. 10:34; Hebr. 11:37.

4Het huwelijk is eervol onder allen, en het bed onbezoedeld, want ontuchtigen en overspelers zal Elohim oordelen.
τίμιος
(timios)
eervol
ὁ
(ho)
het
γάμος
(gamos)
huwelijk
ἐν
(en)
onder
πᾶσιν
(pasin)
allen
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
κοίτη
(koite)
bed
ἀμίαντος
(amiantos)
onbezoedeld
πόρνους
(pornous)
ontuchtigen
γὰρ
(gar)
want
καὶ
(kai)
en
μοιχοὺς
(moichous)
overspelers
κρινεῖ
(krinei)
zal oordelen
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het werkwoord ‘is’ ontbreekt in het Grieks; de zin kan een vaststelling (‘het huwelijk is eervol’) of een opdracht (‘het huwelijk zij eervol’) zijn.

Wij kiezen de vaststelling, omdat het ‘want’ erna een oordeel geeft. κοίτη (koite), ‘bed’, hier het huwelijksbed; ἀμίαντος (amiantos), ‘onbezoedeld’. πόρνος (pornos), ‘ontuchtige’; μοιχός (moichos), ‘overspeler’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij γάρ (gar), ‘want’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

5Laat jullie levenswijze vrij zijn van geldzucht en wees tevreden met wat er is. Want Hij heeft Zelf gezegd: „Ik zal je beslist niet loslaten en je beslist niet verlaten.”
ἀφιλάργυρος
(aphilargyros)
zonder geldzucht
ὁ
(ho)
de
τρόπος
(tropos)
levenswijze
ἀρκούμενοι
(arkoumenoi)
tevreden
τοῖς
(tois)
met het
παροῦσιν
(parousin)
aanwezige
αὐτὸς
(autos)
Hij
γὰρ
(gar)
want
εἴρηκεν
(eireken)
heeft gezegd
Οὐ
(Ou)
niet
μή
(me)
geenszins
σε
(se)
je
ἀνῶ
(ano)
zal Ik loslaten
οὐδ’
(oud’)
noch
οὐ
(ou)
niet
μή
(me)
geenszins
σε
(se)
je
ἐγκαταλίπω
(enkatalipo)
zal Ik verlaten
Bron: SBLGNT
Uitleg

De zin ‘Ik zal je beslist niet loslaten en je beslist niet verlaten’ staat zo niet woordelijk in het OT.

Vergelijk Deut. 31:6 en 31:8 (Mozes spreekt over Yahweh in de derde persoon: ‘Hij zal jullie niet loslaten en jullie niet verlaten’) en Joz. 1:5 (Yahweh spreekt: ‘Ik zal je niet loslaten en je niet verlaten’).

Het Griekse citaat staat in de eerste persoon en lijkt het meest op Joz. 1:5.

Wij zetten het citaat rood, omdat Yahweh zelf spreekt (‘Hij heeft Zelf gezegd’).

Ons OT-bestand heeft ‘loslaten’ en ‘verlaten’. ἀφιλάργυρος (aphilargyros), ‘zonder geldzucht’; de dubbele ontkenning οὐ μή (ou me) versterkt: ‘beslist niet’.

Zie ook Deut. 31:6; Deut. 31:8; Joz. 1:5; 1 Tim. 6:8–10.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἐγκαταλίπω (enkatalipo), ‘ik zal verlaten’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

6Zodat wij vol vertrouwen kunnen zeggen: „Yahweh is mijn helper, ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?”
ὥστε
(hoste)
zodat
θαρροῦντας
(tharrountas)
vol vertrouwen
ἡμᾶς
(hemas)
wij
λέγειν
(legein)
zeggen
Κύριος
(Kyrios)
Yahweh
ἐμοὶ
(emoi)
mij
βοηθός
(boethos)
helper
οὐ
(ou)
niet
φοβηθήσομαι
(phobethesomai)
zal ik vrezen
τί
(ti)
wat
ποιήσει
(poiesei)
zal doen
μοι
(moi)
mij
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Ps. 118:6 (Hebreeuwse telling = NL-telling).

Ons OT-bestand heeft: ‘Yahweh is aan mijn kant, ik zal niet vrezen.

Wat kan een mens mij doen?’

De Griekse tekst heeft ‘Heer is mij een helper’; ‘helper’ (βοηθός, boethos) staat alleen in de Griekse tekst van de brief; ons Hebreeuws heeft ‘aan mijn kant’.

Wij zetten het citaat zwart: een gelovige spreekt over Yahweh in de derde persoon, en de brief laat ‘wij’ deze woorden zeggen.

Het Griekse κύριος (kyrios) geven wij als Yahweh weer.

Zie ook Ps. 118:6.

Lezing

De SBLGNT markeert bij οὐ (ou), ‘niet’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookPs 118:6

Yeshua is dezelfde; buiten het kamp

7Gedenk jullie leiders, die het woord van Elohim tot jullie gesproken hebben. Beschouw de uitkomst van hun levenswandel en volg hun geloof na.
Μνημονεύετε
(Mnemoneuete)
gedenkt
τῶν
(ton)
de
ἡγουμένων
(hegoumenon)
leiders
ὑμῶν
(hymon)
jullie
οἵτινες
(hoitines)
die
ἐλάλησαν
(elalesan)
spraken
ὑμῖν
(hymin)
tot jullie
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὧν
(hon)
van wie
ἀναθεωροῦντες
(anatheorountes)
beschouwend
τὴν
(ten)
de
ἔκβασιν
(ekbasin)
uitkomst
τῆς
(tes)
van de
ἀναστροφῆς
(anastrophes)
levenswandel
μιμεῖσθε
(mimeisthe)
volgt na
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡγούμενοι (hegoumenoi), ‘leiders’: zoals in vers 17 en 24.

‘Zij die het woord van Elohim tot jullie gesproken hebben’ zijn leiders van vroeger; het Grieks zegt niet of zij nog leven (vergelijk ‘uitkomst van hun levenswandel’). ἔκβασις (ekbasis), ‘uitkomst, einde’; ἀναστροφή (anastrophe), ‘levenswandel’.

Zie ook Hebr. 13:17; Hebr. 13:24.

8Yeshua de Messias is gisteren en vandaag dezelfde, en tot in de eeuwen.
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Χριστὸς
(Christos)
Messias
ἐχθὲς
(echthes)
gisteren
καὶ
(kai)
en
σήμερον
(semeron)
vandaag
ὁ
(ho)
de
αὐτός
(autos)
dezelfde
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Yeshua de Messias is gisteren en vandaag dezelfde, en tot in de eeuwen’: een bekentenis tussen de vermaningen.

Vergelijk 1:12 (‘Jij bent dezelfde’) en 7:24. αἰών (aion), ‘eeuw’, hier meervoud: ‘tot in de eeuwen’, zoals elders in de brief.

Zie ook Hebr. 1:12; Hebr. 7:24.

9Laat jullie niet meevoeren door allerlei vreemde leringen. Want het is goed dat het hart door genade gesterkt wordt, niet door spijzen, waarvan zij die erin wandelden, geen voordeel hebben gehad.
διδαχαῖς
(didachais)
door leringen
ποικίλαις
(poikilais)
velerlei
καὶ
(kai)
en
ξέναις
(xenais)
vreemde
μὴ
(me)
niet
παραφέρεσθε
(parapheresthe)
laat jullie meevoeren
καλὸν
(kalon)
goed
γὰρ
(gar)
want
χάριτι
(chariti)
door genade
βεβαιοῦσθαι
(bebaiousthai)
gesterkt te worden
τὴν
(ten)
het
καρδίαν
(kardian)
hart
οὐ
(ou)
niet
βρώμασιν
(bromasin)
door spijzen
ἐν
(en)
in
οἷς
(hois)
welke
οὐκ
(ouk)
niet
ὠφελήθησαν
(ophelethesan)
werden geholpen
οἱ
(hoi)
zij die
περιπατοῦντες
(peripatountes)
wandelden
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Vreemde leringen’: leringen die niet bij het evangelie horen. βρώματα (bromata), ‘spijzen’: zoals in 9:10; het Grieks zegt niet om welke regels het gaat (vergelijk vers 10). βεβαιόω (bebaioo), ‘versterken, bevestigen’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen, leven’.

Zie ook Hebr. 9:10; Hebr. 13:10.

Lezing

De SBLGNT markeert bij περιπατοῦντες (peripatountes), ‘wandelden’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

10Wij hebben een altaar waarvan zij die de tent dienen, niet het recht hebben te eten.
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
θυσιαστήριον
(thysiasterion)
altaar
ἐξ
(ex)
van
οὗ
(hou)
welk
φαγεῖν
(phagein)
te eten
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
ἐξουσίαν
(exousian)
recht
οἱ
(hoi)
zij die
τῇ
(te)
de
σκηνῇ
(skene)
tent
λατρεύοντες
(latreuontes)
dienen
Bron: SBLGNT
Uitleg

θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’: hier de plaats van het offer van Yeshua.

‘Zij die de tent dienen’ (οἱ τῇ σκηνῇ λατρεύοντες): de priesters van het oude verbond, zoals in 8:5 en 9:9.

Zij hadden recht op delen van het offer (Lev. 7:6, 7:31), maar niet op wat voor de zonde werd verbrand (Lev. 6:23).

Zie ook Hebr. 8:5; Hebr. 9:9; Lev. 6:23.

11Want de lichamen van de dieren, waarvan het bloed voor de zonde door de hogepriester het heiligdom wordt binnengebracht, worden buiten het kamp verbrand.
ὧν
(hon)
van welke
γὰρ
(gar)
want
εἰσφέρεται
(eispheretai)
wordt binnengebracht
ζῴων
(zoon)
dieren
τὸ
(to)
het
αἷμα
(haima)
bloed
περὶ
(peri)
voor
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
εἰς
(eis)
in
τὰ
(ta)
het
ἅγια
(hagia)
heiligdom
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
ἀρχιερέως
(archiereos)
hogepriester
τούτων
(touton)
van deze
τὰ
(ta)
de
σώματα
(somata)
lichamen
κατακαίεται
(katakaietai)
worden verbrand
ἔξω
(exo)
buiten
τῆς
(tes)
het
παρεμβολῆς
(paremboles)
kamp
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Lev. 16:27, in ons OT-bestand: ‘De stier van het zondoffer en de bok van het zondoffer, waarvan het bloed binnengebracht is om verzoening te doen in het heiligdom, moet hij naar buiten brengen.

Buiten het kamp.’

Zie ook Lev. 4:12 en 16:28. παρεμβολή (parembole), ‘kamp’. τὰ ἅγια (ta hagia), ‘het heiligdom’: de plaats van Elohim, zoals Lev. 16:2. κατακαίεται (katakaietai), ‘wordt verbrand’.

Zie ook Lev. 16:27; Lev. 16:28; Lev. 4:12; Lev. 16:2.

12Daarom heeft ook Yeshua buiten de poort geleden, om het volk door Zijn eigen bloed te heiligen.
διὸ
(dio)
daarom
καὶ
(kai)
ook
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἵνα
(hina)
opdat
ἁγιάσῃ
(hagiase)
Hij heiligt
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
het
ἰδίου
(idiou)
eigen
αἵματος
(haimatos)
bloed
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
ἔξω
(exo)
buiten
τῆς
(tes)
de
πύλης
(pyles)
poort
ἔπαθεν
(epathen)
heeft geleden
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Buiten de poort’: de poort van Jeruzalem, naar het beeld van het kamp.

Yeshua is gekruisigd buiten de stad (zie Joh. 19:17–20). ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’, in de zin van afzonderen voor Elohim, zoals in 2:11, 10:10, 10:14 en 13:12; zie ook 10:29. ἴδιος (idios), ‘eigen’.

Zie ook Hebr. 2:11; Hebr. 10:10; Hebr. 10:29; Joh. 19:17.

13Laten wij dus naar Hem uitgaan, buiten het kamp, en Zijn smaad dragen.
τοίνυν
(toinyn)
dus
ἐξερχώμεθα
(exerchometha)
laten wij uitgaan
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἔξω
(exo)
buiten
τῆς
(tes)
het
παρεμβολῆς
(paremboles)
kamp
τὸν
(ton)
de
ὀνειδισμὸν
(oneidismon)
smaad
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
φέροντες
(pherontes)
dragend
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Buiten het kamp’: de plaats van de smaad, buiten wat veilig en vertrouwd is. ὀνειδισμός (oneidismos), ‘smaad’, zoals 11:26 (‘de smaad van de Messias’) en 10:33.

‘Naar Hem uitgaan’ betekent: Hem volgen op Zijn weg.

Zie ook Hebr. 11:26; Hebr. 10:33.

14Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de komende.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
ὧδε
(hode)
hier
μένουσαν
(menousan)
blijvende
πόλιν
(polin)
stad
ἀλλὰ
(alla)
maar
τὴν
(ten)
de
μέλλουσαν
(mellousan)
komende
ἐπιζητοῦμεν
(epizetoumen)
zoeken wij
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Een blijvende stad’ staat tegenover ‘de komende’: de stad met fundamenten (11:10, 11:16), het hemelse Jeruzalem (12:22). ἐπιζητέω (epizeteo), ‘zoeken, verlangen naar’.

Zie ook Hebr. 11:10; Hebr. 11:16; Hebr. 12:22.

Offers van lof en goeddoen

15Laten wij dan door Hem voortdurend een lofoffer aan Elohim opbrengen, dat wil zeggen de vrucht van lippen die Zijn naam belijden.
δι’
(di’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
οὖν
(oun)
dan
ἀναφέρωμεν
(anapheromen)
laten wij opbrengen
θυσίαν
(thysian)
offer
αἰνέσεως
(aineseos)
van lof
διὰ
(dia)
door
παντὸς
(pantos)
altijd
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
τοῦτ’
(tout’)
dat
ἔστιν
(estin)
is
καρπὸν
(karpon)
vrucht
χειλέων
(cheileon)
van lippen
ὁμολογούντων
(homologounton)
belijdend
τῷ
(to)
aan de
ὀνόματι
(onomati)
naam
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Hos. 14:3 (Hebreeuwse telling; NL-telling 14:2).

Ons OT-bestand heeft: ‘Neem woorden met jullie mee en keer terug tot Yahweh.

Zeg tot Hem: „Neem alle schuld weg en ontvang het goede.

Dan betalen wij de stieren van onze lippen.”’ De brief heeft ‘vrucht van lippen’ (καρπὸν χειλέων, karpon cheileon) waar ons Hebreeuws ‘stieren van onze lippen’ heeft; wij vertalen wat het Grieks heeft. θυσία αἰνέσεως (thysia aineseos), ‘lofoffer’: vergelijk Lev. 7:12 (‘dankoffer’) en Ps. 50:14. ἀναφέρω (anaphero), ‘opbrengen, op het altaar leggen’. ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’.

Zie ook Hos. 14:3; Lev. 7:12; Ps. 50:14; 1 Petr. 2:5.

Lezing

De SBLGNT markeert bij οὖν (oun), ‘dan’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

16Vergeet echter het goeddoen en het delen niet, want aan zulke offers heeft Elohim behagen.
τῆς
(tes)
de
δὲ
(de)
maar
εὐποιΐας
(eupoiias)
weldadigheid
καὶ
(kai)
en
κοινωνίας
(koinonias)
gemeenschap
μὴ
(me)
niet
ἐπιλανθάνεσθε
(epilanthanesthe)
vergeet
τοιαύταις
(toiautais)
zulke
γὰρ
(gar)
want
θυσίαις
(thysiais)
offers
εὐαρεστεῖται
(euaresteitai)
heeft behagen
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐποιΐα (eupoiia), ‘goeddoen, weldadigheid’; κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap, delen met anderen’. εὐαρεστέομαι (euaresteomai), ‘behagen vinden’: Elohim heeft behagen in zulke offers.

Zie ook Hebr. 13:15.

Zie ookHeb 13:15

Leiders en gebed

17Wees gehoorzaam aan jullie leiders en geef toe, want zij waken over jullie zielen, als mensen die rekenschap zullen afleggen. Laten zij dit met vreugde doen en niet zuchtend, want dat zou voor jullie nadelig zijn.
Πείθεσθε
(Peithesthe)
wees gehoorzaam
τοῖς
(tois)
aan de
ἡγουμένοις
(hegoumenois)
leiders
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
ὑπείκετε
(hypeikete)
geef toe
αὐτοὶ
(autoi)
zij
γὰρ
(gar)
want
ἀγρυπνοῦσιν
(agrypnousin)
waken
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῶν
(ton)
de
ψυχῶν
(psychon)
zielen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὡς
(hos)
als
λόγον
(logon)
rekenschap
ἀποδώσοντες
(apodosontes)
die zullen afleggen
ἵνα
(hina)
opdat
μετὰ
(meta)
met
χαρᾶς
(charas)
vreugde
τοῦτο
(touto)
dit
ποιῶσιν
(poiosin)
zij doen
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
στενάζοντες
(stenazontes)
zuchtend
ἀλυσιτελὲς
(alysiteles)
nadelig
γὰρ
(gar)
want
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
τοῦτο
(touto)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡγούμενοι (hegoumenoi), ‘leiders’, hier de leiders die er nu zijn. πείθομαι (peithomai), ‘zich laten overtuigen, gehoorzamen’; ὑπείκω (hypeiko), ‘toegeven, zich schikken’. ἀγρυπνέω (agrypneo), ‘waken’. ἀλυσιτελής (alysiteles), ‘nadelig, geen voordeel brengend’.

‘Rekenschap afleggen’ (λόγον ἀποδιδόναι, logon apodidonai): zoals 4:13.

Zie ook Hebr. 4:13; Hebr. 13:7.

18Bid voor ons, want wij zijn ervan overtuigd dat wij een goed geweten hebben, daar wij in alles goed willen wandelen.
Προσεύχεσθε
(Proseuchesthe)
bidt
περὶ
(peri)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
πειθόμεθα
(peithometha)
wij zijn overtuigd
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
καλὴν
(kalen)
goed
συνείδησιν
(syneidesin)
geweten
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
alles
καλῶς
(kalos)
goed
θέλοντες
(thelontes)
willend
ἀναστρέφεσθαι
(anastrephesthai)
wandelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Bid voor ons’: de schrijver verbindt zich met een ‘wij’. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’, zoals 9:9, 9:14 en 10:22. ἀναστρέφομαι (anastrephomai), ‘wandelen, zich gedragen’.

Zie ook Hebr. 9:14; Hebr. 10:22; 1 Tim. 1:5; 1 Petr. 3:16.

Lezing

De SBLGNT markeert bij πειθόμεθα (peithometha), ‘wij zijn overtuigd’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

19Ik vermaan jullie nog dringender dit te doen, opdat ik sneller aan jullie teruggegeven word.
περισσοτέρως
(perissoteros)
nog dringender
δὲ
(de)
maar
παρακαλῶ
(parakalo)
ik vermaan
τοῦτο
(touto)
dit
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
ἵνα
(hina)
opdat
τάχιον
(tachion)
sneller
ἀποκατασταθῶ
(apokatastatho)
ik teruggegeven word
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποκαθίστημι (apokathistemi), ‘terugbrengen, herstellen’: de schrijver hoopt spoedig bij hen terug te zijn.

Wat hem tegenhoudt, noemt de brief niet.

Zegenbede en slotgroet

20En de Elohim van de vrede, die de grote Herder van de schapen uit de doden heeft teruggebracht, onze Heer Yeshua, door het bloed van een eeuwig verbond,
Ὁ
(Ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
τῆς
(tes)
van de
εἰρήνης
(eirenes)
vrede
ὁ
(ho)
die
ἀναγαγὼν
(anagagon)
teruggebracht heeft
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
τὸν
(ton)
de
ποιμένα
(poimena)
herder
τῶν
(ton)
van de
προβάτων
(probaton)
schapen
τὸν
(ton)
de
μέγαν
(megan)
grote
ἐν
(en)
in
αἵματι
(haimati)
bloed
διαθήκης
(diathekes)
van verbond
αἰωνίου
(aioniou)
eeuwig
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De Elohim van de vrede’: vergelijk 1 Thess. 5:23 en Rom. 15:33. ἀνάγω (anago), ‘terugbrengen, omhoog brengen’; ‘uit de doden’ is de opwekking van Yeshua.

‘De grote Herder van de schapen’: vergelijk Jes. 63:11, in ons OT-bestand ‘Waar is Hij die hen uit de zee deed opkomen, met de herders van Zijn kudde?’; de Griekse tekst heeft ‘de herder van de schapen’.

‘Door het bloed van een eeuwig verbond’: vergelijk Zach. 9:11 (‘door het bloed van je verbond heb Ik je gevangenen vrijgelaten’) en Exod. 24:8 (‘het bloed van het verbond’); ‘eeuwig verbond’ ook in Jes. 55:3 en Jer. 32:40.

De ‘eeuwige’ verlossing staat in 9:12 en de erfenis in 9:15; zie ook 12:24.

Zie ook Jes. 63:11; Zach. 9:11; Exod. 24:8; Jes. 55:3; Jer. 32:40; Hebr. 9:12; Hebr. 12:24; 1 Petr. 2:25; 1 Petr. 5:4; Fil. 4:9.

21moge Hij jullie in alles wat goed is toerusten om Zijn wil te doen, en in ons uitwerken wat in Zijn ogen welgevallig is, door Yeshua de Messias. Hem zij de heerlijkheid tot in de eeuwen. Amen.
καταρτίσαι
(katartisai)
moge toerusten
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
ἀγαθῷ
(agatho)
goeds
εἰς
(eis)
om
τὸ
(to)
het
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
ποιῶν
(poion)
werkend
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
τὸ
(to)
het
εὐάρεστον
(euareston)
welbehaaglijke
ἐνώπιον
(enopion)
voor
αὐτοῦ
(autou)
Hem
διὰ
(dia)
door
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
ᾧ
(ho)
wie
ἡ
(he)
de
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
ἀμήν
(amen)
amen
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταρτίζω (katartizo), ‘toerusten, volledig gereedmaken’: ook gebruikt voor het herstellen van netten (Matt. 4:21).

De zin loopt door van vers 20: de Elohim van de vrede ‘moge toerusten’ (een wens in de aanvoegende wijs).

‘Door Yeshua de Messias’: Hij werkt door Yeshua.

Het ‘Hem’ in ‘Hem zij de heerlijkheid’ (ᾧ, ho) kan op Elohim of op Yeshua slaan; wij laten dit open. ἀμήν (amen), ‘voorwaar, zo zij het’.

Zie ook Matt. 4:21.

Lezing

De SBLGNT markeert bij παντί (panti), ‘alles’, bij ἡμῖν (hemin), ‘ons’, en bij αἰῶνας (aionas), ‘eeuwen’, varianten.

Wij volgen de SBLGNT.

22Ik vermaan jullie, broers: verdraag dit woord van vermaning, want ik heb jullie slechts in weinig woorden geschreven.
Παρακαλῶ
(Parakalo)
ik vermaan
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἀνέχεσθε
(anechesthe)
verdraagt
τοῦ
(tou)
het
λόγου
(logou)
woord
τῆς
(tes)
van de
παρακλήσεως
(parakleseos)
vermaning
καὶ
(kai)
ja
γὰρ
(gar)
want
διὰ
(dia)
met
βραχέων
(bracheon)
weinige
ἐπέστειλα
(epesteila)
heb geschreven
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters, zoals in 10:19. ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen, aanvaarden’.

‘Het woord van vermaning’ (λόγος τῆς παρακλήσεως, logos tes parakleseos) is de hele brief; vergelijk Hand. 13:15, waar hetzelfde woord een toespraak in de synagoge aanduidt. διὰ βραχέων (dia brachean), ‘in weinig woorden’.

Zie ook Hebr. 10:19; Hand. 13:15.

23Weet dat onze broer Timoteüs is vrijgelaten. Met hem zal ik jullie zien, als hij snel komt.
γινώσκετε
(ginoskete)
weet
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Τιμόθεον
(Timotheon)
Timoteüs
ἀπολελυμένον
(apolelymenon)
vrijgelaten
μεθ’
(meth’)
met
οὗ
(hou)
wie
ἐὰν
(ean)
als
τάχιον
(tachion)
spoedig
ἔρχηται
(erchetai)
hij komt
ὄψομαι
(opsomai)
zal ik zien
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Timoteüs (Τιμόθεος): de brief zegt niet wie hij is en noemt hem alleen hier; vergelijk Hand. 16:1. ἀπολύω (apolyo) betekent ‘loslaten, vrijlaten, wegsturen’: Timoteüs is vrijgelaten uit de gevangenis, of hij is op reis gestuurd.

Wij kiezen ‘vrijgelaten’.

Vergelijk vers 3.

Zie ook Hebr. 13:3; Hand. 16:1.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἡμῶν (hemon), ‘onze’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

24Groet al jullie leiders en alle heiligen. Zij die uit Italië zijn, groeten jullie.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
de
ἡγουμένους
(hegoumenous)
leiders
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
de
ἁγίους
(hagious)
heiligen
ἀσπάζονται
(aspazontai)
groeten
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
οἱ
(hoi)
zij die
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
het
Ἰταλίας
(Italias)
Italië
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Italië (vasteland): Italië is het schiereiland waarop Rome ligt.

De omtrek hier is de moderne kustlijn van het vasteland, bij benadering.

Uitleg

οἱ ἀπὸ τῆς Ἰταλίας (hoi apo tes Italias), ‘zij van Italië’: kan betekenen ‘zij die uit Italië zijn’ (de schrijver is in Italië) of ‘zij die uit Italië komen en nu elders zijn’.

Wij kiezen de eerste weergave; de tweede blijft mogelijk. ἡγούμενοι (hegoumenoi), ‘leiders’, zoals in vers 7 en 17. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’.

Zie ook Hebr. 13:7; Hebr. 13:17.

25De genade zij met jullie allen.
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
μετὰ
(meta)
met
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Slotwens: ‘de genade zij met jullie allen’; vergelijk Kol. 4:18.

Zie ook Kol. 4:18; Tit. 3:15.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὑμῶν (hymon), ‘jullie’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.