Elohim Bijbel

2 Timotheüs 4

1234

Verkondig het woord; Paulus' afscheid: de strijd gestreden, de krans; opdrachten, namen en groeten

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Verkondig het woord

1Ik getuig plechtig voor Elohim en de Messias Yeshua, die levenden en doden zal oordelen, en bij Zijn verschijning en Zijn koninkrijk:
Διαμαρτύρομαι
(Diamartyromai)
ik getuig plechtig
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τοῦ
(tou)
die
μέλλοντος
(mellontos)
op het punt staat
κρίνειν
(krinein)
te oordelen
ζῶντας
(zontas)
levenden
καὶ
(kai)
en
νεκρούς
(nekrous)
doden
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ἐπιφάνειαν
(epiphaneian)
verschijning
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘plechtig getuigen, plechtig vermanen’: Paulus roept Elohim en de Messias als getuigen aan, zoals in 1 Tim. 5:21. κρίνω (krino), ‘oordelen’. ἐπιφάνεια (epifaneia), ‘verschijning’: het komen van Yeshua op de laatste dag; in 1:10 staat hetzelfde woord voor Zijn komst in de wereld.

‘Zijn verschijning en Zijn koninkrijk’ staan in het Grieks in de vierde naamval, direct na ‘ik getuig plechtig’; de constructie wordt verschillend verstaan (‘bij’ of ‘met het oog op’).

Wij vertalen ‘bij’.

‘Die levenden en doden zal oordelen’ is de Messias Yeshua.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het eerste woord ‘ik getuig plechtig’ (Διαμαρτύρομαι), bij de woorden Χριστοῦ Ἰησοῦ (Christou Iesou), ‘de Messias Yeshua’, en bij het woordje καί (kai), ‘en’, voor ‘Zijn verschijning’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 5:21; 1 Tim. 6:13–14; Hand. 10:42; 2 Tim. 1:10.

2verkondig het woord, sta klaar, gelegen of ongelegen. Wijs terecht, bestraf, spoor aan, met alle geduld en onderricht.
κήρυξον
(keryxon)
verkondig
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
ἐπίστηθι
(epistethi)
sta klaar
εὐκαίρως
(eukairos)
gelegen
ἀκαίρως
(akairos)
ongelegen
ἔλεγξον
(elenxon)
wijs terecht
ἐπιτίμησον
(epitimeson)
bestraf
παρακάλεσον
(parakaleson)
spoor aan
ἐν
(en)
met
πάσῃ
(pase)
alle
μακροθυμίᾳ
(makrothymia)
geduld
καὶ
(kai)
en
διδαχῇ
(didache)
onderricht
Bron: SBLGNT
Uitleg

κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen als een heraut’. ἐφίστημι (efistemi), ‘klaarstaan, optreden’. εὐκαίρως ἀκαίρως (eukairos akairos), ‘gelegen, ongelegen’: of het uitkomt of niet. ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’, ‘aan het licht brengen’; ἐπιτιμάω (epitimao), ‘bestraffen’; παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: ook ‘bemoedigen, troosten’. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’. διδαχή (didache), ‘onderricht’.

‘Het woord’ is de boodschap die Timoteüs moet verkondigen; vergelijk vers 5 (‘een verkondiger van de goede boodschap’).

Zie ook Tit. 1:9; Tit. 2:15; 1 Tim. 4:13.

3Want er komt een tijd dat zij het gezonde onderwijs niet zullen verdragen. Naar hun eigen begeerten zullen zij voor zichzelf leraren ophopen, omdat hun gehoor jeukt,
ἔσται
(estai)
zal zijn
γὰρ
(gar)
want
καιρὸς
(kairos)
tijd
ὅτε
(hote)
wanneer
τῆς
(tes)
van het
ὑγιαινούσης
(hygiainouses)
gezonde
διδασκαλίας
(didaskalias)
onderwijs
οὐκ
(ouk)
niet
ἀνέξονται
(anexontai)
zullen verdragen
ἀλλὰ
(alla)
maar
κατὰ
(kata)
volgens
τὰς
(tas)
de
ἰδίας
(idias)
eigen
ἐπιθυμίας
(epithymias)
begeerten
ἑαυτοῖς
(heautois)
voor zichzelf
ἐπισωρεύσουσιν
(episoreusousin)
zullen ophopen
διδασκάλους
(didaskalous)
leraren
κνηθόμενοι
(knethomenoi)
jeukend
τὴν
(ten)
het
ἀκοήν
(akoen)
gehoor
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑγιαίνουσα διδασκαλία (hygiainousa didaskalia), ‘gezond onderwijs’: zoals in 1:13 (‘gezonde woorden’), 1 Tim. 1:10 en Tit. 1:9; 2:1. ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen’. ἐπισωρεύω (episoreuo), ‘ophopen’: een stapel leraren verzamelen. κνήθω (knetho), ‘jeuken, kriebelen’: het beeld is dat het gehoor verlangt naar wat prettig klinkt. ἀκοή (akoe), ‘gehoor’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ἰδίας ἐπιθυμίας (idias epithymias), ‘eigen begeerten’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 1:10; 6:3; Tit. 1:9; Tit. 2:1.

4en zij zullen hun gehoor afwenden van de waarheid en zich keren tot de mythen.
καὶ
(kai)
en
ἀπὸ
(apo)
van
μὲν
(men)
enerzijds
τῆς
(tes)
de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
τὴν
(ten)
het
ἀκοὴν
(akoen)
gehoor
ἀποστρέψουσιν
(apostrepsousin)
zullen afwenden
ἐπὶ
(epi)
naar
δὲ
(de)
anderzijds
τοὺς
(tous)
de
μύθους
(mythous)
mythen
ἐκτραπήσονται
(ektrapesontai)
zullen zich keren
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποστρέφω (apostrefo), ‘afwenden’; ἐκτρέπομαι (ektrepomai), ‘zich afkeren, zich keren naar’. μῦθος (mythos), ‘mythe, verzinsel’: een verhaal dat niet op waarheid rust; ook in 1 Tim. 1:4; 4:7 en Tit. 1:14.

Zie ook 1 Tim. 1:4; 1 Tim. 4:7; Tit. 1:14.

5Maar jij, wees nuchter in alles, lijd kwaad, doe het werk van een verkondiger van de goede boodschap, vervul je dienst volledig.
σὺ
(sy)
jij
δὲ
(de)
maar
νῆφε
(nephe)
wees nuchter
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
alles
κακοπάθησον
(kakopatheson)
lijd kwaad
ἔργον
(ergon)
werk
ποίησον
(poieson)
doe
εὐαγγελιστοῦ
(euangelistou)
van een verkondiger van de goede boodschap
τὴν
(ten)
de
διακονίαν
(diakonian)
dienst
σου
(sou)
jouw
πληροφόρησον
(plerophoreson)
vervul volledig
Bron: SBLGNT
Uitleg

νήφω (nefo), ‘nuchter zijn’: helder en bezonnen. κακοπαθέω (kakopatheo), ‘kwaad lijden’; ook in 2:9. εὐαγγελιστής (euangelistes), ‘verkondiger van de goede boodschap’. πληροφορέω (pleroforeo), ‘volledig uitvoeren, vervullen’. διακονία (diakonia), ‘dienst’.

Zie ook Ef. 4:11; Hand. 21:8; 2 Tim. 2:9.

De strijd is gestreden

6Want ik word al als drankoffer uitgegoten, en het tijdstip van mijn vertrek staat gereed.
Ἐγὼ
(Ego)
ik
γὰρ
(gar)
want
ἤδη
(ede)
al
σπένδομαι
(spendomai)
word uitgegoten als drankoffer
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
καιρὸς
(kairos)
tijd
τῆς
(tes)
van het
ἀναλύσεώς
(analyseos)
vertrek
μου
(mou)
mijn
ἐφέστηκεν
(ephesteken)
staat gereed
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπένδομαι (spendomai), ‘als drankoffer uitgegoten worden’: wijn die bij een offer over het offer wordt uitgegoten.

Paulus gebruikt hetzelfde werkwoord in Fil. 2:17. ἀνάλυσις (analysis), ‘vertrek’: letterlijk ‘losmaking’; Paulus bedoelt zijn heengaan uit dit leven. ἐφίστημι (efistemi), ‘aanstaande zijn’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ἀναλύσεώς μου (analyseos mou), ‘mijn vertrek’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Fil. 2:17; Fil. 1:23.

7Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop voltooid, ik heb het geloof bewaard.
τὸν
(ton)
de
καλὸν
(kalon)
goede
ἀγῶνα
(agona)
strijd
ἠγώνισμαι
(egonismai)
heb gestreden
τὸν
(ton)
de
δρόμον
(dromon)
loop
τετέλεκα
(teteleka)
heb voltooid
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
τετήρηκα
(tetereka)
heb bewaard
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγών (agon), ‘strijd, wedstrijd’; ἀγωνίζομαι (agonizomai), ‘strijden’. δρόμος (dromos), ‘loop’, de wedloop. τελέω (teleo), ‘voltooien’. τηρέω (tereo), ‘bewaren’: zoals de παραθήκη (1:12, 1:14) bewaard wordt.

Het beeld van de wedstrijd staat ook in 2:5.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden καλὸν ἀγῶνα (kalon agona), ‘goede strijd’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Kor. 9:24–27; Fil. 3:12–14; Hand. 20:24; 1 Tim. 6:12.

8Voortaan ligt de krans van de gerechtigheid voor mij klaar. De Heer, de rechtvaardige rechter, zal hem mij op die dag geven, en niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.
λοιπὸν
(loipon)
voortaan
ἀπόκειταί
(apokeitai)
ligt gereed
μοι
(moi)
voor mij
ὁ
(ho)
de
τῆς
(tes)
van de
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
στέφανος
(stephanos)
krans
ὃν
(hon)
die
ἀποδώσει
(apodosei)
zal geven
μοι
(moi)
aan mij
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
ἐν
(en)
op
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὁ
(ho)
de
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardige
κριτής
(krites)
rechter
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
δὲ
(de)
maar
ἐμοὶ
(emoi)
aan mij
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
τοῖς
(tois)
die
ἠγαπηκόσι
(egapekosi)
liefgehad hebben
τὴν
(ten)
de
ἐπιφάνειαν
(epiphaneian)
verschijning
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόκειται (apokeitai), ‘ligt klaar, is weggelegd’. στέφανος τῆς δικαιοσύνης (stefanos tes dikaiosynes), ‘de krans van de gerechtigheid’: de overwinnaarskrans (zie 2:5); het Grieks kan ook zijn ‘de krans die bij de gerechtigheid hoort’.

‘Die dag’: de dag van het oordeel, zoals in 1:12 en 1:18.

‘De Heer, de rechtvaardige rechter’ is Yeshua, vergelijk vers 1. ἠγαπηκόσι (egapekosi), ‘die liefgehad hebben’: de tegenstelling met Demas, die de tegenwoordige eeuw liefhad (vers 10).

Zie ook 1 Kor. 9:25; 2 Tim. 1:12; 2 Tim. 4:1, 4:10.

Persoonlijke opdrachten

9Doe je best snel naar mij toe te komen.
Σπούδασον
(Spoudason)
doe je best
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
πρός
(pros)
naar
με
(me)
mij
ταχέως
(tacheos)
snel
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπουδάζω (spoudazo), ‘zijn best doen’. ταχέως (tacheos), ‘snel’.

Zie ook 2 Tim. 4:21; Tit. 3:12.

10Want Demas heeft mij verlaten, omdat hij de tegenwoordige eeuw liefhad, en is naar Tessalonica gegaan, Crescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië.
Δημᾶς
(Demas)
Demas
γάρ
(gar)
want
με
(me)
mij
ἐγκατέλιπεν
(enkatelipen)
heeft verlaten
ἀγαπήσας
(agapesas)
liefgehad hebbend
τὸν
(ton)
de
νῦν
(nyn)
huidige
αἰῶνα
(aiona)
eeuw
καὶ
(kai)
en
ἐπορεύθη
(eporeuthe)
ging
εἰς
(eis)
naar
Θεσσαλονίκην
(Thessaloniken)
Tessalonica
Κρήσκης
(Kreskes)
Crescens
εἰς
(eis)
naar
Γαλατίαν
(Galatian)
Galatië
Τίτος
(Titos)
Titus
εἰς
(eis)
naar
Δαλματίαν
(Dalmatian)
Dalmatië
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Tessalonica (nu Thessaloniki): Tessalonica was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië, aan de Thermaïsche Golf in het noorden van Griekenland.

De stad heet nu Thessaloniki.

Zij lag aan de grote weg van oost naar west, de Via Egnatia.

Zie Galatië (ongeveer): Galatië is het binnenland van het huidige Turkije, rond Ankara.

Of Paulus de streek in het noorden bedoelt of de Romeinse provincie, die ook Pisidië en Lykaonië omvatte (met Ikonium, Lystra en Derbe), is niet zeker; het punt is bij benadering.

Zie Dalmatië (ongeveer): Dalmatië was het zuidelijke deel van Illyrië, aan de oostkust van de Adriatische Zee.

Uitleg

Demas wordt ook genoemd in Kol. 4:14 en Filem. 24. ἐγκαταλείπω (enkataleipo), ‘verlaten, in de steek laten’. αἰών (aion), ‘eeuw, wereldtijd’: ‘de tegenwoordige eeuw’ is de huidige wereld en tijd; hetzelfde woord, in dezelfde zin, staat in Tit. 2:12.

Crescens wordt alleen hier genoemd.

Galatië: zie Gal. 1:2; de tekst zegt niet naar welk deel van Galatië hij ging.

Dalmatië is een streek aan de oostkust van de Adriatische Zee; Tessalonica: zie 1 Tess. 1:1.

Lezing

Bij het werkwoord ἐγκατέλιπεν (enkatelipen), ‘heeft verlaten’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Kol. 4:14; Filem. 24; Gal. 1:2; 1 Tess. 1:1; Tit. 1:4.

11Alleen Lucas is bij mij. Neem Markus bij je en breng hem met je mee, want hij is mij bruikbaar voor de dienst.
Λουκᾶς
(Loukas)
Lucas
ἐστιν
(estin)
is
μόνος
(monos)
alleen
μετ’
(met’)
bij
ἐμοῦ
(emou)
mij
Μᾶρκον
(Markon)
Markus
ἀναλαβὼν
(analabon)
bij je genomen hebbend
ἄγε
(age)
breng
μετὰ
(meta)
met
σεαυτοῦ
(seautou)
jezelf
ἔστιν
(estin)
is
γάρ
(gar)
want
μοι
(moi)
voor mij
εὔχρηστος
(euchrestos)
bruikbaar
εἰς
(eis)
tot
διακονίαν
(diakonian)
dienst
Bron: SBLGNT
Uitleg

Lucas wordt ook genoemd in Kol. 4:14 en Filem. 24.

Markus: zie Hand. 12:12 en 15:37–39 en Kol. 4:10. ἀναλαμβάνω (analambano), ‘meenemen, bij zich nemen’. εὔχρηστος (euchrestos), ‘bruikbaar’: hetzelfde woord als in 2:21. διακονία (diakonia), ‘dienst’; de tekst zegt niet voor welke dienst Markus nuttig is.

Zie ook Kol. 4:10, 4:14; Filem. 24; Hand. 12:12; Hand. 15:37–39.

12Tychicus heb ik naar Efeze gezonden.
Τυχικὸν
(Tychikon)
Tychicus
δὲ
(de)
maar
ἀπέστειλα
(apesteila)
zond ik
εἰς
(eis)
naar
Ἔφεσον
(Epheson)
Efeze
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.

Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.

Uitleg

Tychicus: zie Hand. 20:4, Ef. 6:21, Kol. 4:7 en Tit. 3:12. ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’.

De tekst zegt niet of Tychicus de brief naar Efeze brengt of Timoteüs vervangt.

Zie ook Hand. 20:4; Ef. 6:21; Kol. 4:7; Tit. 3:12.

13De mantel die ik in Troas bij Carpus heb achtergelaten, breng die mee als je komt, en de boeken, vooral de perkamenten.
τὸν
(ton)
de
φαιλόνην
(phailonen)
mantel
ὃν
(hon)
die
ἀπέλιπον
(apelipon)
liet ik achter
ἐν
(en)
in
Τρῳάδι
(Troadi)
Troas
παρὰ
(para)
bij
Κάρπῳ
(Karpo)
Carpus
ἐρχόμενος
(erchomenos)
komend
φέρε
(phere)
breng
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
βιβλία
(biblia)
boeken
μάλιστα
(malista)
vooral
τὰς
(tas)
de
μεμβράνας
(membranas)
perkamenten
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Troas (Alexandria Troas): Troas (Alexandria Troas) was een havenstad aan de kust van het noordwesten van Turkije, tegenover het eiland Tenedos.

Vanuit Troas voer Paulus naar Macedonië.

Uitleg

φαιλόνης (failones), ‘mantel’: het Griekse woord komt alleen hier voor. βιβλίον (biblion), ‘boek, boekrol’. μεμβράνα (membrana), ‘perkament’: geprepareerde dierenhuid om op te schrijven.

De tekst zegt niet wat er op de boeken en perkamenten stond.

Troas: zie Hand. 16:8, 20:5–12 en 2 Kor. 2:12.

Carpus wordt alleen hier genoemd.

Lezing

Bij het werkwoord ἀπέλιπον (apelipon), ‘ik liet achter’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 16:8; Hand. 20:5–12; 2 Kor. 2:12.

14Alexander, de koperslager, heeft mij veel kwaad laten zien. De Heer zal hem vergelden naar zijn werken.
Ἀλέξανδρος
(Alexandros)
Alexander
ὁ
(ho)
de
χαλκεὺς
(chalkeus)
koperslager
πολλά
(polla)
veel
μοι
(moi)
mij
κακὰ
(kaka)
kwaad
ἐνεδείξατο
(enedeixato)
liet zien
ἀποδώσει
(apodosei)
zal vergelden
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
κατὰ
(kata)
volgens
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Alexander de koperslager (χαλκεύς, chalkeus: smid van koper of brons).

Of dit dezelfde Alexander is als in 1 Tim. 1:20 of Hand. 19:33, zegt de tekst niet. ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘laten zien, betonen’. ἀποδίδωμι (apodidomi), ‘vergelden’.

‘De Heer’ (ὁ κύριος) is hier Yeshua of Elohim; de zin lijkt op Ps. 62:13 (‘U vergeldt ieder naar zijn werk’) en Spr. 24:12; het Grieks citeert niet letterlijk.

Wij schrijven ‘Heer’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de vorm ἀποδώσει (apodosei), ‘zal vergelden’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ps. 62:13; Spr. 24:12; 1 Tim. 1:20; Hand. 19:33.

15Hoed ook jij je voor hem, want hij heeft zich zeer tegen onze woorden verzet.
ὃν
(hon)
voor wie
καὶ
(kai)
ook
σὺ
(sy)
jij
φυλάσσου
(phylassou)
hoed je
λίαν
(lian)
zeer
γὰρ
(gar)
want
ἀντέστη
(anteste)
verzette zich
τοῖς
(tois)
tegen de
ἡμετέροις
(hemeterois)
onze
λόγοις
(logois)
woorden
Bron: SBLGNT
Uitleg

φυλάσσομαι (fylassomai), ‘zich hoeden voor’. ἀνθίστημι (anthistemi), ‘zich verzetten’: hetzelfde werkwoord als in 3:8.

‘Onze woorden’: de tekst zegt niet of Paulus en Timoteüs of Paulus en zijn medewerkers bedoeld worden.

Lezing

Bij het werkwoord ἀντέστη (antesté), ‘hij verzette zich’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

De Heer stond mij bij

16Bij mijn eerste verdediging stond niemand mij terzijde, maar allen verlieten mij. Moge het hun niet worden toegerekend.
Ἐν
(En)
in
τῇ
(te)
de
πρώτῃ
(prote)
eerste
μου
(mou)
mijn
ἀπολογίᾳ
(apologia)
verdediging
οὐδείς
(oudeis)
niemand
μοι
(moi)
mij
παρεγένετο
(paregeneto)
stond terzijde
ἀλλὰ
(alla)
maar
πάντες
(pantes)
allen
με
(me)
mij
ἐγκατέλιπον
(enkatelipon)
verlieten
μὴ
(me)
niet
αὐτοῖς
(autois)
hun
λογισθείη
(logistheie)
moge worden toegerekend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπολογία (apologia), ‘verdediging’, voor een rechter.

De tekst zegt niet welke zitting ‘de eerste verdediging’ was. παραγίνομαι (paraginomai), ‘aanwezig zijn, terzijde staan’. ἐγκαταλείπω (enkataleipo), ‘verlaten’: zoals Demas in vers 10. λογισθείη (logistheie), ‘moge toegerekend worden’: een wens.

De gedachte lijkt op het gebed van Stefanus in Hand. 7:60.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de werkwoorden παρεγένετο (paregeneto), ‘stond terzijde’, en ἐγκατέλιπον (enkatelipon), ‘verlieten’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 7:60; 2 Tim. 1:15; 2 Tim. 4:10.

17Maar de Heer stond mij bij en gaf mij kracht, opdat door mij de verkondiging volledig zou worden vervuld en alle volken zouden horen. En ik ben gered uit de muil van een leeuw.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
κύριός
(kyrios)
Heer
μοι
(moi)
aan mij
παρέστη
(pareste)
stond bij
καὶ
(kai)
en
ἐνεδυνάμωσέν
(enedynamosen)
gaf kracht
με
(me)
mij
ἵνα
(hina)
opdat
δι’
(di’)
door
ἐμοῦ
(emou)
mij
τὸ
(to)
de
κήρυγμα
(kerygma)
verkondiging
πληροφορηθῇ
(plerophorethe)
volledig wordt vervuld
καὶ
(kai)
en
ἀκούσωσιν
(akousosin)
horen
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
καὶ
(kai)
en
ἐρρύσθην
(errysthen)
ik werd gered
ἐκ
(ek)
uit
στόματος
(stomatos)
muil
λέοντος
(leontos)
van een leeuw
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρίστημι (paristemi), ‘terzijde staan’: de tegenstelling met vers 16, waar niemand Paulus terzijde stond. ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘kracht geven’: zoals in 2:1. κήρυγμα (kerygma), ‘verkondiging’. πληροφορέω (pleroforeo), ‘volledig uitvoeren’: zoals in vers 5. ἔθνη (ethne), ‘volken’.

‘Uit de muil van een leeuw’ is beeldspraak voor groot levensgevaar; zie het gebed in Ps. 22:22 en Dan. 6:21–23.

De tekst zegt niet wat het gevaar was.

Lezing

Bij het werkwoord ἀκούσωσιν (akousosin), ‘zouden horen’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ps. 22:22; Dan. 6:21–23; Hand. 23:11; Hand. 27:23–24.

18De Heer zal mij redden van elk kwaad werk en mij behouden voor Zijn hemelse koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.
ῥύσεταί
(rhysetai)
zal redden
με
(me)
mij
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
ἀπὸ
(apo)
van
παντὸς
(pantos)
elk
ἔργου
(ergou)
werk
πονηροῦ
(ponerou)
kwaad
καὶ
(kai)
en
σώσει
(sosei)
zal behouden
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τὴν
(ten)
het
ἐπουράνιον
(epouranion)
hemelse
ᾧ
(ho)
aan wie
ἡ
(he)
de
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
ἀμήν
(amen)
amen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ῥύομαι (ryomai), ‘redden, bevrijden’: zoals in vers 17 en 3:11. ἐπουράνιος (epouranios), ‘hemels’. βασιλεία ἐπουράνιος (basileia epouranios), ‘hemels koninkrijk’.

De lofprijs ‘Hem zij de heerlijkheid tot in de eeuwen der eeuwen’ is gericht tot de Heer. ἀμήν (amen), ‘amen’: Hebreeuws, ‘zo is het’; de gebruikelijke afsluiting van een lofprijs.

Lezing

Bij het werkwoord ῥύσεταί (rysetai), ‘zal redden’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 2 Tim. 3:11; Gal. 1:5; 2 Tim. 4:8.

Groeten en slot

19Groet Priska en Aquila en het huis van Onesiforus.
Ἄσπασαι
(Aspasai)
groet
Πρίσκαν
(Priskan)
Priska
καὶ
(kai)
en
Ἀκύλαν
(Akylan)
Aquila
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
het
Ὀνησιφόρου
(Onesiphorou)
van Onesiforus
οἶκον
(oikon)
huis
Bron: SBLGNT
Uitleg

Priska en Aquila: in Handelingen 18 heet zij Priscilla (Hand. 18:2, 18, 26); in deze brief, zoals in Rom. 16:3 en 1 Kor. 16:19, Priska.

Onesiforus: zie 1:16–18.

Zie ook Hand. 18:2; Hand. 18:18; Hand. 18:26; Rom. 16:3; 1 Kor. 16:19; 2 Tim. 1:16–18.

20Erastus is in Korinte gebleven, en Trofimus heb ik ziek achtergelaten in Milete.
Ἔραστος
(Erastos)
Erastus
ἔμεινεν
(emeinen)
bleef
ἐν
(en)
in
Κορίνθῳ
(Korintho)
Korinte
Τρόφιμον
(Trophimon)
Trofimus
δὲ
(de)
maar
ἀπέλιπον
(apelipon)
liet ik achter
ἐν
(en)
in
Μιλήτῳ
(Mileto)
Milete
ἀσθενοῦντα
(asthenounta)
ziek zijnd
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Korinte: Korinte lag op de landengte tussen het vasteland van Griekenland en de Peloponnesos, met een haven aan elke kant.

Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje.

Zie Milete: Milete lag aan de westkust van Turkije, ongeveer 50 km ten zuiden van Efeze.

Daar nam Paulus afscheid van de oudsten van Efeze.

Uitleg

Erastus: zie ook Hand. 19:22 en Rom. 16:23; of het dezelfde man is, zegt de tekst niet.

Trofimus: zie Hand. 20:4 en Hand. 21:29.

Milete: zie Hand. 20:15, 17. ἀσθενέω (astheneo), ‘ziek zijn’: de tekst zegt niet wat Trofimus mankeerde. ἀπολείπω (apoleipo), ‘achterlaten’.

Lezing

Bij het werkwoord ἀπέλιπον (apelipon), ‘ik liet achter’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 19:22; Rom. 16:23; Hand. 20:4; Hand. 21:29; Hand. 20:15, 17.

21Doe je best vóór de winter te komen. Eubulus groet je, en Pudens, Linus, Claudia en alle broers.
Σπούδασον
(Spoudason)
doe je best
πρὸ
(pro)
vóór
χειμῶνος
(cheimonos)
winter
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
Ἀσπάζεταί
(Aspazetai)
groet
σε
(se)
je
Εὔβουλος
(Euboulos)
Eubulus
καὶ
(kai)
en
Πούδης
(Poudes)
Pudens
καὶ
(kai)
en
Λίνος
(Linos)
Linus
καὶ
(kai)
en
Κλαυδία
(Klaudia)
Claudia
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
πάντες
(pantes)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρὸ χειμῶνος (pro cheimonos), ‘vóór de winter’; vergelijk Tit. 3:12 (overwinteren) en Hand. 27:9–12.

Eubulus, Pudens, Linus en Claudia worden alleen hier genoemd.

Claudia is een vrouwennaam. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het woord omvat in de gemeente ook de zusters.

Zie ook Tit. 3:12; Hand. 27:9–12; 2 Tim. 4:9.

22De Heer zij met je geest. De genade zij met jullie.
Ὁ
(Ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
de
πνεύματός
(pneumatos)
geest
σου
(sou)
jouw
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
μεθ’
(meth’)
met
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Met je geest’ (σου, singular) en ‘met jullie’ (ὑμῶν, plural): de eerste wens is voor Timoteüs, de tweede voor allen die de brief horen.

‘De genade zij met …’ staat ook in de slotgroeten van andere brieven van Paulus, zoals Gal. 6:18 en Kol. 4:18.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord κύριος (kyrios), ‘Heer’, en bij het woord ὑμῶν (hymon), ‘jullie’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Gal. 6:18; Fil. 4:23; Kol. 4:18; 1 Tim. 6:21.