Een koning van gerechtigheid; de Geest wordt uitgestort
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Een koning in gerechtigheid
1Zie, een koning zal in gerechtigheid regeren, en oversten zullen met recht heersen.
הֵ֥ן
(hen)
zie
לְצֶ֖דֶק
(letsedeq)
in gerechtigheid
יִמְלָךְ
(yimlakh)
zal regeren
מֶ֑לֶךְ
(melekh)
een koning
וּלְשָׂרִ֖ים
(ulesarim)
en oversten
לְמִשְׁפָּ֥ט
(lemishpat)
met recht
יָשֹֽׂרוּ
(yasoru)
zullen heersen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הֵן (hen), ‘zie’: een uitroep die de aandacht vraagt.
Wij vertalen ‘zie’.
וּלְשָׂרִים (sarim), ‘oversten’: bestuurders onder de koning.
2Een man zal zijn als een schuilplaats tegen de wind en een toevlucht tegen de stortregen. Hij zal zijn als waterbeken in dorre grond, als de schaduw van een zware rots in een vermoeid land.
וְהָיָה
(vehaya)
en zal zijn
אִ֥ישׁ
(ish)
een man
כְּמַֽחֲבֵא
(kemachave)
als een schuilplaats
ר֖וּחַ
(ruach)
wind
וְסֵ֣תֶר
(veseter)
en een toevlucht
זָ֑רֶם
(zarem)
stortregen
כְּפַלְגֵי
(kefalgei)
als waterbeken van
מַ֣יִם
(mayim)
water
בְּצָי֔וֹן
(betsayon)
in dorre grond
כְּצֵ֥ל
(ketsel)
als schaduw van
סֶֽלַע
(sela)
rots
כָּבֵ֖ד
(kaved)
zware
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in een land
עֲיֵפָֽה
(ayefa)
vermoeid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִישׁ (ish), ‘een man’: het Hebreeuws zegt niet wie.
Het kan de koning zijn of ieder van de oversten uit vers 1.
בְּצָיוֹן (betsayon), ‘in dorre grond’: tsayon is een droge streek. Het woord lijkt op Sion (tsiyyon), maar het is een ander woord.
6Want de dwaas spreekt dwaasheid, en zijn hart doet onrecht. Hij bedrijft goddeloosheid en spreekt verkeerdheid over Yahweh. Hij laat de hongerige ziel leeg achter en onthoudt de dorstige drank.
כִּ֤י
(ki)
want
נָבָל֙
(naval)
de dwaas
נְבָלָ֣ה
(nevala)
dwaasheid
יְדַבֵּ֔ר
(yedaber)
spreekt
וְלִבּ֖וֹ
(velibo)
en zijn hart
יַעֲשֶׂה
(yaase)
doet
אָ֑וֶן
(aven)
onrecht
לַעֲשׂ֣וֹת
(laasot)
om te bedrijven
חֹ֗נֶף
(chonef)
goddeloosheid
וּלְדַבֵּ֤ר
(uledaber)
en om te spreken
אֶל
(el)
over
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
תּוֹעָ֔ה
(toa)
verkeerdheid
לְהָרִיק֙
(lehariq)
om leeg te laten
נֶ֣פֶשׁ
(nefesh)
de ziel van
רָעֵ֔ב
(raev)
hongerige
וּמַשְׁקֶ֥ה
(umashqe)
en drank
צָמֵ֖א
(tsame)
dorstige
יַחְסִֽיר
(yachsir)
hij onthoudt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֹנֶף (chonef), ‘goddeloosheid’, en תּוֹעָה (toah), ‘verkeerdheid’: het tweede woord is zeldzaam.
7De wapens van de schurk zijn kwaad. Hij bedenkt snode plannen om de armen te gronde te richten met leugenwoorden, ook wanneer de behoeftige recht spreekt.
וְכֵלַ֖י
(vekhelay)
en de schurk
כֵּלָ֣יו
(kelav)
zijn wapens
רָעִ֑ים
(raim)
kwaad
ה֚וּא
(hu)
hij
זִמּ֣וֹת
(zimot)
plannen
יָעָ֔ץ
(yaats)
bedenkt
לְחַבֵּ֤ל
(lechabel)
om te gronde te richten
עֲנִיִּים֙
(aniyim)
armen
בְּאִמְרֵי
(beimrei)
met woorden van
שֶׁ֔קֶר
(sheqer)
leugen
וּבְדַבֵּ֥ר
(uvedaber)
en wanneer spreekt
אֶבְי֖וֹן
(evyon)
de behoeftige
מִשְׁפָּֽט
(mishpat)
recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וְכֵלַי (vekhelai), ‘en de schurk’: waarschijnlijk hetzelfde woord als kilai in vers 5.
De betekenis is onzeker.
זִמּוֹת (zimmot), ‘plannen’: hier plannen met een slecht doel.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is ענוים (anavim), ‘ootmoedigen’.
De voorgelezen tekst (qere) is עֲנִיִּים (aniyyim), ‘armen’.
14Want het paleis is verlaten, het gedruis van de stad is achtergelaten. Ofel en wachttoren zijn voor eeuwig grotten geworden, een vreugde voor wilde ezels, een weide voor kudden.
כִּֽי
(ki)
want
אַרְמ֣וֹן
(armon)
paleis
נֻטָּ֔שׁ
(nutash)
is verlaten
הֲמ֥וֹן
(hamon)
gedruis van
עִ֖יר
(ir)
stad
עֻזָּ֑ב
(uzav)
is achtergelaten
עֹ֣פֶל
(ofel)
Ofel
וָבַ֜חַן
(vavachan)
en wachttoren
הָיָ֨ה
(haya)
zijn geworden
בְעַ֤ד
(bead)
tot
מְעָרוֹת֙
(mearot)
grotten
עַד
(ad)
tot
עוֹלָ֔ם
(olam)
eeuwig
מְשׂ֥וֹשׂ
(mesos)
vreugde van
פְּרָאִ֖ים
(peraim)
wilde ezels
מִרְעֵ֥ה
(mire)
weide van
עֲדָרִֽים
(adarim)
kudden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Ofel (Jeruzalem): De Ofel is de zuidelijke uitloper van de tempelberg in Jeruzalem.
Uitleg
עֹפֶל (Ofel): de heuvel ten zuiden van de tempelberg in Jeruzalem; zie 2 Kron. 27:3 en 33:14.
וָבַחַן (bachan), ‘wachttoren’: een zeldzaam woord. De betekenis is onzeker.
בְעַד (ba’ad): het woordje betekent eigenlijk ‘achter’ of ‘voor’. De zin is moeilijk; wij kiezen ‘zijn … grotten geworden’.
פְּרָאִים (pera’im), ‘wilde ezels’: dieren van de woestijn.
15Totdat de Geest over ons wordt uitgestort uit de hoogte. Dan wordt de woestijn vruchtbaar land, en het vruchtbare land wordt als een bos gerekend.
עַד
(ad)
totdat
יֵ֨עָרֶ֥ה
(yeare)
wordt uitgestort
עָלֵ֛ינוּ
(aleinu)
over ons
ר֖וּחַ
(ruach)
Geest
מִמָּר֑וֹם
(mimarom)
uit de hoogte
וְהָיָ֤ה
(vehaya)
en wordt
מִדְבָּר֙
(midbar)
woestijn
לַכַּרְמֶ֔ל
(lakarmel)
tot vruchtbaar land
וְהַכַּרְמֶ֖ל
(vehakarmel)
en het vruchtbare land
לַיַּ֥עַר
(layaar)
tot bos
יֵחָשֵֽׁב
(yechashev)
wordt gerekend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רוּחַ (ruach), ‘Geest’: het woord betekent ook ‘wind’.
Hier is het de Geest van Yahweh, die ‘uit de hoogte’ komt.
Vergelijk de belofte in Joël 3:1 (Hebr.): ‘Ik stort Mijn Geest uit’.
Daar staat een ander werkwoord.
לַכַּרְמֶל (karmel), ‘vruchtbaar land’: het woord is ook de naam van de berg Karmel. Door de tegenstelling met ‘woestijn’ en ‘bos’ is hier ‘vruchtbaar land’ bedoeld. De keuze is niet zeker.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is וכרמל (vekarmel), ‘en vruchtbaar land’.
De voorgelezen tekst (qere) is וְהַכַּרְמֶל (vehakarmel), ‘en het vruchtbare land’.
20Gelukkig jullie die zaaien langs alle wateren en de ossen en de ezels vrij laten gaan.
אַשְׁרֵיכֶ֕ם
(ashreikhem)
gelukkig jullie
זֹרְעֵ֖י
(zoreei)
zaaiers
עַל
(al)
aan
כָּל
(kal)
alle
מָ֑יִם
(mayim)
wateren
מְשַׁלְּחֵ֥י
(meshalechei)
die vrij laten
רֶֽגֶל
(regel)
de voet van
הַשּׁ֖וֹר
(hashor)
de os
וְהַחֲמֽוֹר
(vehachamor)
en de ezel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְשַׁלְּחֵי רֶגֶל הַשּׁוֹר וְהַחֲמוֹר (meshalechei regel hashor vehachamor), ‘die de ossen en de ezels vrij laten gaan’: letterlijk ‘die de voet van de os en de ezel loslaten’.
Men laat de dieren vrij lopen, om te grazen of om het land te bewerken.