Elohim Bijbel

Jesaja 32

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Een koning van gerechtigheid; de Geest wordt uitgestort

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een koning in gerechtigheid

1Zie, een koning zal in gerechtigheid regeren, en oversten zullen met recht heersen.
הֵ֥ן
(hen)
zie
לְצֶ֖דֶק
(letsedeq)
in gerechtigheid
יִמְלָךְ
(yimlakh)
zal regeren
מֶ֑לֶךְ
(melekh)
een koning
וּלְשָׂרִ֖ים
(ulesarim)
en oversten
לְמִשְׁפָּ֥ט
(lemishpat)
met recht
יָשֹֽׂרוּ
(yasoru)
zullen heersen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֵן (hen), ‘zie’: een uitroep die de aandacht vraagt.

Wij vertalen ‘zie’.

וּלְשָׂרִים (sarim), ‘oversten’: bestuurders onder de koning.

2Een man zal zijn als een schuilplaats tegen de wind en een toevlucht tegen de stortregen. Hij zal zijn als waterbeken in dorre grond, als de schaduw van een zware rots in een vermoeid land.
וְהָיָה
(vehaya)
en zal zijn
אִ֥ישׁ
(ish)
een man
כְּמַֽחֲבֵא
(kemachave)
als een schuilplaats
ר֖וּחַ
(ruach)
wind
וְסֵ֣תֶר
(veseter)
en een toevlucht
זָ֑רֶם
(zarem)
stortregen
כְּפַלְגֵי
(kefalgei)
als waterbeken van
מַ֣יִם
(mayim)
water
בְּצָי֔וֹן
(betsayon)
in dorre grond
כְּצֵ֥ל
(ketsel)
als schaduw van
סֶֽלַע
(sela)
rots
כָּבֵ֖ד
(kaved)
zware
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in een land
עֲיֵפָֽה
(ayefa)
vermoeid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִישׁ (ish), ‘een man’: het Hebreeuws zegt niet wie.

Het kan de koning zijn of ieder van de oversten uit vers 1.

בְּצָיוֹן (betsayon), ‘in dorre grond’: tsayon is een droge streek. Het woord lijkt op Sion (tsiyyon), maar het is een ander woord.

3De ogen van wie zien zullen niet meer gesloten zijn, en de oren van wie horen zullen opletten.
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
תִשְׁעֶ֖ינָה
(tisheina)
zullen gesloten zijn
עֵינֵ֣י
(einei)
de ogen van
רֹאִ֑ים
(roim)
zienden
וְאָזְנֵ֥י
(veazenei)
en de oren van
שֹׁמְעִ֖ים
(shomeim)
horenden
תִּקְשַֽׁבְנָה
(tiqshavna)
zullen opletten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תִשְׁעֶינָה (tisha’ena), ‘zullen gesloten zijn’: de betekenis van dit werkwoord is onzeker.

Het kan ook ‘wegkijken’ betekenen.

4Het hart van de haastigen zal inzicht hebben om te weten. De tong van de stamelaars zal er snel bij zijn om helder te spreken.
וּלְבַ֥ב
(ulevav)
en het hart van
נִמְהָרִ֖ים
(nimharim)
haastigen
יָבִ֣ין
(yavin)
zal inzicht hebben
לָדָ֑עַת
(ladaat)
om te weten
וּלְשׁ֣וֹן
(uleshon)
en de tong van
עִלְּגִ֔ים
(ilegim)
stamelaars
תְּמַהֵ֖ר
(temaher)
zal snel zijn
לְדַבֵּ֥ר
(ledaber)
om te spreken
צָחֽוֹת
(tsachot)
helder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִמְהָרִים (nimharim), ‘haastigen’: mensen die overhaast oordelen.

עִלְּגִים (illegim), ‘stamelaars’: wie moeilijk spreekt.

צָחוֹת (tsachot), ‘helder’: duidelijk en zuiver gesproken.

De dwaas en de edele

5De dwaas zal niet meer edel worden genoemd, en de schurk zal niet meer voornaam worden genoemd.
לֹֽא
(lo)
niet
יִקָּרֵ֥א
(yiqare)
zal worden genoemd
ע֛וֹד
(od)
meer
לְנָבָ֖ל
(lenaval)
de dwaas
נָדִ֑יב
(nadiv)
edel
וּלְכִילַ֕י
(ulekhilay)
en de schurk
לֹ֥א
(lo)
niet
יֵֽאָמֵ֖ר
(yeamer)
zal worden gezegd
שֽׁוֹעַ
(shoa)
voornaam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְנָבָל (naval), ‘dwaas’: wie Elohim niet in rekening brengt; zie Ps. 14:1.

נָדִיב (nadiv), ‘edel’: wie edelmoedig is.

וּלְכִילַי (kilai), ‘schurk’: een zeldzaam woord. De betekenis is onzeker; het staat opnieuw in vers 7.

שׁוֹעַ (shoa), ‘voornaam’: wie hoog in aanzien staat.

6Want de dwaas spreekt dwaasheid, en zijn hart doet onrecht. Hij bedrijft goddeloosheid en spreekt verkeerdheid over Yahweh. Hij laat de hongerige ziel leeg achter en onthoudt de dorstige drank.
כִּ֤י
(ki)
want
נָבָל֙
(naval)
de dwaas
נְבָלָ֣ה
(nevala)
dwaasheid
יְדַבֵּ֔ר
(yedaber)
spreekt
וְלִבּ֖וֹ
(velibo)
en zijn hart
יַעֲשֶׂה
(yaase)
doet
אָ֑וֶן
(aven)
onrecht
לַעֲשׂ֣וֹת
(laasot)
om te bedrijven
חֹ֗נֶף
(chonef)
goddeloosheid
וּלְדַבֵּ֤ר
(uledaber)
en om te spreken
אֶל
(el)
over
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
תּוֹעָ֔ה
(toa)
verkeerdheid
לְהָרִיק֙
(lehariq)
om leeg te laten
נֶ֣פֶשׁ
(nefesh)
de ziel van
רָעֵ֔ב
(raev)
hongerige
וּמַשְׁקֶ֥ה
(umashqe)
en drank
צָמֵ֖א
(tsame)
dorstige
יַחְסִֽיר
(yachsir)
hij onthoudt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹנֶף (chonef), ‘goddeloosheid’, en תּוֹעָה (toah), ‘verkeerdheid’: het tweede woord is zeldzaam.

De betekenis is niet helemaal zeker.

אָוֶן (aven), ‘onrecht’: ook ‘onheil’.

7De wapens van de schurk zijn kwaad. Hij bedenkt snode plannen om de armen te gronde te richten met leugenwoorden, ook wanneer de behoeftige recht spreekt.
וְכֵלַ֖י
(vekhelay)
en de schurk
כֵּלָ֣יו
(kelav)
zijn wapens
רָעִ֑ים
(raim)
kwaad
ה֚וּא
(hu)
hij
זִמּ֣וֹת
(zimot)
plannen
יָעָ֔ץ
(yaats)
bedenkt
לְחַבֵּ֤ל
(lechabel)
om te gronde te richten
עֲנִיִּים֙
(aniyim)
armen
בְּאִמְרֵי
(beimrei)
met woorden van
שֶׁ֔קֶר
(sheqer)
leugen
וּבְדַבֵּ֥ר
(uvedaber)
en wanneer spreekt
אֶבְי֖וֹן
(evyon)
de behoeftige
מִשְׁפָּֽט
(mishpat)
recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְכֵלַי (vekhelai), ‘en de schurk’: waarschijnlijk hetzelfde woord als kilai in vers 5.

De betekenis is onzeker.

זִמּוֹת (zimmot), ‘plannen’: hier plannen met een slecht doel.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is ענוים (anavim), ‘ootmoedigen’.

De voorgelezen tekst (qere) is עֲנִיִּים (aniyyim), ‘armen’.

Wij volgen de qere.

8Maar de edele bedenkt wat edel is, en bij wat edel is houdt hij stand.
וְנָדִ֖יב
(venadiv)
maar de edele
נְדִיב֣וֹת
(nedivot)
edele dingen
יָעָ֑ץ
(yaats)
bedenkt
וְה֖וּא
(vehu)
en hij
עַל
(al)
bij
נְדִיב֥וֹת
(nedivot)
edele dingen
יָקֽוּם
(yaqum)
houdt stand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְדִיבוֹת (nedivot), ‘edele dingen’: plannen en daden van een edelmoedig mens.

יָקוּם (yaqum), ‘houdt stand’: letterlijk ‘staat op’.

Zorgeloze vrouwen, beef

9Zorgeloze vrouwen, sta op en hoor mijn stem. Zelfverzekerde dochters, luister naar mijn woord.
נָשִׁים֙
(nashim)
vrouwen
שַֽׁאֲנַנּ֔וֹת
(shaananot)
zorgeloze
קֹ֖מְנָה
(qomena)
staat op
שְׁמַ֣עְנָה
(shemana)
hoort
קוֹלִ֑י
(qoli)
mijn stem
בָּנוֹת֙
(banot)
dochters
בֹּֽטח֔וֹת
(botchot)
zelfverzekerde
הַאְזֵ֖נָּה
(hazena)
luistert
אִמְרָתִֽי
(imrati)
naar mijn woord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שַׁאֲנַנּוֹת (shaananot), ‘zorgeloze’, en בֹּטחוֹת (betachot), ‘zelfverzekerde’: beide woorden staan in de vrouwelijke vorm.

Het gaat om gemak en gevoel van veiligheid.

Zie ook Am. 6:1.

10Over een jaar en enkele dagen zullen jullie beven, zelfverzekerden. Want de druivenpluk is afgelopen, en de oogst komt niet.
יָמִים֙
(yamim)
dagen
עַל
(al)
boven
שָׁנָ֔ה
(shana)
een jaar
תִּרְגַּ֖זְנָה
(tirgazna)
zullen jullie beven
בֹּֽטְח֑וֹת
(botechot)
zelfverzekerden
כִּ֚י
(ki)
want
כָּלָ֣ה
(kala)
is afgelopen
בָצִ֔יר
(batsir)
de druivenpluk
אֹ֖סֶף
(osef)
de oogst
בְּלִ֥י
(beli)
zonder
יָבֽוֹא
(yavo)
komt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָמִים עַל שָׁנָה (yamim al shanah), ‘over een jaar en enkele dagen’: letterlijk ‘dagen boven een jaar’.

Het is dus iets meer dan een jaar.

De betekenis is niet helemaal zeker.

בָצִיר (batsir), ‘de druivenpluk’, en אֹסֶף (asif), ‘de oogst’: de oogst van wijn en van andere vruchten.

11Beef, zorgelozen. Sidder, zelfverzekerden. Kleed je uit, ontbloot je en gord je om de heupen.
חִרְדוּ֙
(chirdu)
beeft
שַֽׁאֲנַנּ֔וֹת
(shaananot)
zorgelozen
רְגָ֖זָה
(regaza)
sidder
בֹּֽטְח֑וֹת
(botechot)
zelfverzekerden
פְּשֹׁ֣טָֽה
(peshota)
kleedt je uit
וְעֹ֔רָה
(veora)
en ontbloot je
וַחֲג֖וֹרָה
(vachagora)
en gordt je
עַל
(al)
om
חֲלָצָֽיִם
(chalatsayim)
heupen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַחֲגוֹרָה (vachgora), ‘en gord je’: het Hebreeuws noemt niet wat men omgordt.

Bedoeld is een rouwkleed, zoals in Am. 8:10.

12Zij slaan zich rouwend op de borst om de heerlijke velden, om de vruchtbare wijnstok.
עַל
(al)
op
שָׁדַ֖יִם
(shadayim)
borsten
סֹֽפְדִ֑ים
(sofedim)
rouwend
עַל
(al)
om
שְׂדֵי
(sedei)
velden van
חֶ֕מֶד
(chemed)
heerlijkheid
עַל
(al)
om
גֶּ֖פֶן
(gefen)
wijnstok
פֹּרִיָּֽה
(poriya)
vruchtbare
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֹפְדִים (sofdim), ‘rouwend’: het werkwoord betekent ‘rouwen’, ‘een klaaglied zingen’.

Het slaan op de borst hoort bij de rouw.

13Op de grond van mijn volk komen doornen en doornstruiken op, ja, boven alle huizen van vreugde in de uitgelaten stad.
עַ֚ל
(al)
op
אַדְמַ֣ת
(admat)
de grond van
עַמִּ֔י
(ami)
mijn volk
ק֥וֹץ
(qots)
doorn
שָׁמִ֖יר
(shamir)
doornstruik
תַּֽעֲלֶ֑ה
(taale)
zal opkomen
כִּ֚י
(ki)
ja
עַל
(al)
boven
כָּל
(kal)
alle
בָּתֵּ֣י
(batei)
huizen van
מָשׂ֔וֹשׂ
(masos)
vreugde
קִרְיָ֖ה
(qirya)
stad
עַלִּיזָֽה
(aliza)
uitgelaten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קוֹץ שָׁמִיר (qots shamir), ‘doornen en doornstruiken’: twee woorden voor stekelig onkruid; zie ook Jes. 5:6 en 10:17.

In Gen. 3:18 staan andere woorden (‘doorns en distels’).

מָשׂוֹשׂ קִרְיָה עַלִּיזָה (masos qiryah alizah), ‘vreugde’ en ‘uitgelaten stad’: de stad wordt niet genoemd. Waarschijnlijk is het Jeruzalem.

14Want het paleis is verlaten, het gedruis van de stad is achtergelaten. Ofel en wachttoren zijn voor eeuwig grotten geworden, een vreugde voor wilde ezels, een weide voor kudden.
כִּֽי
(ki)
want
אַרְמ֣וֹן
(armon)
paleis
נֻטָּ֔שׁ
(nutash)
is verlaten
הֲמ֥וֹן
(hamon)
gedruis van
עִ֖יר
(ir)
stad
עֻזָּ֑ב
(uzav)
is achtergelaten
עֹ֣פֶל
(ofel)
Ofel
וָבַ֜חַן
(vavachan)
en wachttoren
הָיָ֨ה
(haya)
zijn geworden
בְעַ֤ד
(bead)
tot
מְעָרוֹת֙
(mearot)
grotten
עַד
(ad)
tot
עוֹלָ֔ם
(olam)
eeuwig
מְשׂ֥וֹשׂ
(mesos)
vreugde van
פְּרָאִ֖ים
(peraim)
wilde ezels
מִרְעֵ֥ה
(mire)
weide van
עֲדָרִֽים
(adarim)
kudden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ofel (Jeruzalem): De Ofel is de zuidelijke uitloper van de tempelberg in Jeruzalem.

Uitleg

עֹפֶל (Ofel): de heuvel ten zuiden van de tempelberg in Jeruzalem; zie 2 Kron. 27:3 en 33:14.

וָבַחַן (bachan), ‘wachttoren’: een zeldzaam woord. De betekenis is onzeker.

בְעַד (ba’ad): het woordje betekent eigenlijk ‘achter’ of ‘voor’. De zin is moeilijk; wij kiezen ‘zijn … grotten geworden’.

פְּרָאִים (pera’im), ‘wilde ezels’: dieren van de woestijn.

Totdat de Geest wordt uitgestort

15Totdat de Geest over ons wordt uitgestort uit de hoogte. Dan wordt de woestijn vruchtbaar land, en het vruchtbare land wordt als een bos gerekend.
עַד
(ad)
totdat
יֵ֨עָרֶ֥ה
(yeare)
wordt uitgestort
עָלֵ֛ינוּ
(aleinu)
over ons
ר֖וּחַ
(ruach)
Geest
מִמָּר֑וֹם
(mimarom)
uit de hoogte
וְהָיָ֤ה
(vehaya)
en wordt
מִדְבָּר֙
(midbar)
woestijn
לַכַּרְמֶ֔ל
(lakarmel)
tot vruchtbaar land
וְהַכַּרְמֶ֖ל
(vehakarmel)
en het vruchtbare land
לַיַּ֥עַר
(layaar)
tot bos
יֵחָשֵֽׁב
(yechashev)
wordt gerekend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ (ruach), ‘Geest’: het woord betekent ook ‘wind’.

Hier is het de Geest van Yahweh, die ‘uit de hoogte’ komt.

Vergelijk de belofte in Joël 3:1 (Hebr.): ‘Ik stort Mijn Geest uit’.

Daar staat een ander werkwoord.

לַכַּרְמֶל (karmel), ‘vruchtbaar land’: het woord is ook de naam van de berg Karmel. Door de tegenstelling met ‘woestijn’ en ‘bos’ is hier ‘vruchtbaar land’ bedoeld. De keuze is niet zeker.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is וכרמל (vekarmel), ‘en vruchtbaar land’.

De voorgelezen tekst (qere) is וְהַכַּרְמֶל (vehakarmel), ‘en het vruchtbare land’.

Wij volgen de qere.

16Dan zal recht wonen in de woestijn, en gerechtigheid zal verblijven in het vruchtbare land.
וְשָׁכַ֥ן
(veshakhan)
en zal wonen
בַּמִּדְבָּ֖ר
(bamidbar)
in de woestijn
מִשְׁפָּ֑ט
(mishpat)
recht
וּצְדָקָ֖ה
(utsedaqa)
en gerechtigheid
בַּכַּרְמֶ֥ל
(bakarmel)
in het vruchtbare land
תֵּשֵֽׁב
(teshev)
zal verblijven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בַּכַּרְמֶל (karmel), ‘vruchtbaar land’: zie vers 15.

17Het werk van de gerechtigheid zal vrede zijn, en de arbeid van de gerechtigheid rust en veiligheid voor eeuwig.
וְהָיָ֛ה
(vehaya)
en zal zijn
מַעֲשֵׂ֥ה
(maase)
het werk van
הַצְּדָקָ֖ה
(hatsedaqa)
de gerechtigheid
שָׁל֑וֹם
(shalom)
vrede
וַֽעֲבֹדַת֙
(vaavodat)
en de arbeid van
הַצְּדָקָ֔ה
(hatsedaqa)
de gerechtigheid
הַשְׁקֵ֥ט
(hashqet)
rust
וָבֶ֖טַח
(vavetach)
en veiligheid
עַד
(ad)
tot
עוֹלָֽם
(olam)
eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׁלוֹם (shalom), ‘vrede’: ook heelheid en welzijn.

הַשְׁקֵט (hashqet), ‘rust’, en וָבֶטַח (vavetach), ‘veiligheid’: de vrucht van gerechtigheid.

18Mijn volk zal wonen in een woning van vrede, in veilige verblijven en op rustplaatsen vol zorgeloosheid.
וְיָשַׁ֥ב
(veyashav)
en zal wonen
עַמִּ֖י
(ami)
mijn volk
בִּנְוֵ֣ה
(binve)
in een woning van
שָׁל֑וֹם
(shalom)
vrede
וּֽבְמִשְׁכְּנוֹת֙
(uvemishkenot)
en in verblijven
מִבְטַחִ֔ים
(mivtachim)
van veiligheid
וּבִמְנוּחֹ֖ת
(uvimnuchot)
en op rustplaatsen van
שַׁאֲנַנּֽוֹת
(shaananot)
zorgeloosheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Maar hagel zal vallen terwijl het woud neerstort, en de stad wordt diep vernederd.
וּבָרַ֖ד
(uvarad)
en hagel
בְּרֶ֣דֶת
(beredet)
bij het neerdalen van
הַיָּ֑עַר
(hayaar)
het woud
וּבַשִּׁפְלָ֖ה
(uvashifla)
en in de laagte
תִּשְׁפַּ֥ל
(tishpal)
wordt vernederd
הָעִֽיר
(hair)
de stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is moeilijk.

בְּרֶדֶת (beredet) komt van het werkwoord yarad, ‘dalen’.

Het kan ook betekenen: ‘Als het woud neerstort in hagel’ of ‘Het zal hagelen als het woud valt’.

Ook is niet zeker wat het ‘woud’ en de ‘stad’ voorstellen.

Wij kiezen de meest letterlijke weergave.

20Gelukkig jullie die zaaien langs alle wateren en de ossen en de ezels vrij laten gaan.
אַשְׁרֵיכֶ֕ם
(ashreikhem)
gelukkig jullie
זֹרְעֵ֖י
(zoreei)
zaaiers
עַל
(al)
aan
כָּל
(kal)
alle
מָ֑יִם
(mayim)
wateren
מְשַׁלְּחֵ֥י
(meshalechei)
die vrij laten
רֶֽגֶל
(regel)
de voet van
הַשּׁ֖וֹר
(hashor)
de os
וְהַחֲמֽוֹר
(vehachamor)
en de ezel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְשַׁלְּחֵי רֶגֶל הַשּׁוֹר וְהַחֲמוֹר (meshalechei regel hashor vehachamor), ‘die de ossen en de ezels vrij laten gaan’: letterlijk ‘die de voet van de os en de ezel loslaten’.

Men laat de dieren vrij lopen, om te grazen of om het land te bewerken.