Elohim Bijbel

Galaten 5

123456

Vrijheid in de Messias: het vlees en de Geest

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Sta vast in de vrijheid

1Voor de vrijheid heeft de Messias ons vrijgemaakt. Blijf dus pal staan en laat jullie niet opnieuw gevangen houden door een juk van knechtschap.
τῇ
(te)
voor de
ἐλευθερίᾳ
(eleutheria)
vrijheid
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἠλευθέρωσεν
(eleutherosen)
heeft vrijgemaakt
στήκετε
(stekete)
blijf staan
οὖν
(oun)
dus
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
πάλιν
(palin)
weer
ζυγῷ
(zygo)
door een juk
δουλείας
(douleias)
van knechtschap
ἐνέχεσθε
(enechesthe)
laat jullie gevangen houden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’, en ἐλευθερόω (eleutheroo), ‘vrijmaken’: de vrijheid van de knecht die vrijgelaten wordt, tegenover het knechtschap van 4:24–25. ζυγός (zygos), ‘juk’: een balk over de nek van een trekdier, hier een beeld voor een zware verplichting; vergelijk Matt. 11:29–30 en Hand. 15:10.

Het Grieks heeft ‘voor de vrijheid’ (een naamval zonder voorzetsel); het kan ook ‘met de vrijheid’ of ‘in de vrijheid’ bedoelen.

Zie ook Matt. 11:29–30; Hand. 15:10.

2Zie, ik, Paulus, zeg jullie: als jullie je laten besnijden, zal de Messias jullie niets baten.
Ἴδε
(Ide)
zie
ἐγὼ
(ego)
ik
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἐὰν
(ean)
als
περιτέμνησθε
(peritemnesthe)
jullie je laten besnijden
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
οὐδὲν
(ouden)
niets
ὠφελήσει
(ophelesei)
zal baten
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιτέμνω (peritemno), ‘besnijden’; hier een vorm die ‘zich laten besnijden’ betekent.

Besnijdenis is het teken van het verbond met Abraham (Gen. 17:10–12).

Hier gaat het om besnijdenis als voorwaarde om rechtvaardig verklaard te worden (vergelijk vers 4), niet om de gewoonte op zich. ὠφελέω (opheleo), ‘baten’: van nut zijn.

Zie ook Gen. 17:10–12; Hand. 15:1.

3Ik betuig opnieuw aan ieder mens die zich laat besnijden dat hij verplicht is de hele wet te doen.
μαρτύρομαι
(martyromai)
ik betuig
δὲ
(de)
nu
πάλιν
(palin)
opnieuw
παντὶ
(panti)
aan ieder
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
mens
περιτεμνομένῳ
(peritemnomeno)
die zich laat besnijden
ὅτι
(hoti)
dat
ὀφειλέτης
(opheiletes)
verplicht
ἐστὶν
(estin)
is
ὅλον
(holon)
de hele
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀφειλέτης (opheletes), ‘verplicht’: letterlijk ‘schuldenaar’, iemand die iets verschuldigd is.

‘De hele wet doen’ (ποιῆσαι, poiesai): de wet is een geheel; wie een deel aanneemt, neemt het geheel op zich.

4Jullie zijn buiten werking gesteld, los van de Messias, jullie die in de wet rechtvaardig verklaard worden. Jullie zijn uit de genade gevallen.
κατηργήθητε
(katergethete)
zijn buiten werking gesteld
ἀπὸ
(apo)
van
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
οἵτινες
(hoitines)
jullie die
ἐν
(en)
in
νόμῳ
(nomo)
wet
δικαιοῦσθε
(dikaiousthe)
rechtvaardig verklaard worden
τῆς
(tes)
van de
χάριτος
(charitos)
genade
ἐξεπέσατε
(exepesate)
zijn jullie gevallen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατηργήθητε ἀπὸ Χριστοῦ (katergethete apo Christou), ‘jullie zijn buiten werking gesteld, los van de Messias’: καταργέω (katargeo) betekent ‘buiten werking stellen’, zoals in 3:17 en 5:11.

Hier: wat de Messias betreft zijn zij buiten werking, afgesneden van Hem.

δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: het Griekse werkwoord is rechterlijk, ‘vrijspreken’, uitspreken dat iemand gerecht is. Het Grieks heeft de tegenwoordige tijd (‘worden’); het kan ook bedoelen ‘proberen rechtvaardig verklaard te worden’. ἐν νόμῳ (en nomo), ‘in de wet’: zoals in 3:11. ἐκπίπτω (ekpipto), ‘vallen uit’: de genade verlaten.

Zie ook Gal. 2:16; Gal. 3:11; Gal. 3:17.

5Want wij verwachten door de Geest, uit geloof, de hoop op gerechtigheid.
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
γὰρ
(gar)
want
πνεύματι
(pneumati)
door de Geest
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἐλπίδα
(elpida)
hoop
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
op gerechtigheid
ἀπεκδεχόμεθα
(apekdechometha)
verwachten wij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘verwachten’: met verlangen uitkijken.

‘De hoop op gerechtigheid’: de genitief kan bedoelen dat de hoop uit gerechtigheid bestaat, of dat zij op gerechtigheid gericht is (de uitspraak ‘rechtvaardig’ aan het einde). δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’.

6Want in de Messias Yeshua heeft noch besnijdenis noch onbesnedenheid enige kracht, maar geloof dat door liefde werkzaam is.
ἐν
(en)
in
γὰρ
(gar)
want
Χριστῷ
(Christo)
Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
οὔτε
(oute)
noch
περιτομή
(peritome)
besnijdenis
τι
(ti)
enige
ἰσχύει
(ischyei)
kracht heeft
οὔτε
(oute)
noch
ἀκροβυστία
(akrobystia)
onbesnedenheid
ἀλλὰ
(alla)
maar
πίστις
(pistis)
geloof
δι’
(di’)
door
ἀγάπης
(agapes)
liefde
ἐνεργουμένη
(energoumene)
werkzaam
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’: letterlijk ‘voorhuid’; de toestand van wie niet besneden is. ἰσχύω (ischyo), ‘kracht hebben’. ἐνεργουμένη (energoumene), ‘werkzaam’: een vorm die ‘werkend’ of ‘in werking gezet’ kan betekenen; wij houden ‘dat door liefde werkzaam is’. πίστις (pistis), ‘geloof’.

Zie ook Gal. 6:15.

Zie ookGal 6:15

Een waarschuwing

7Jullie liepen goed. Wie heeft jullie belemmerd om de waarheid te gehoorzamen?
Ἐτρέχετε
(Etrechete)
jullie liepen
καλῶς
(kalos)
goed
τίς
(tis)
wie
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐνέκοψεν
(enekopsen)
heeft belemmerd
τῇ
(te)
de
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
μὴ
(me)
niet
πείθεσθαι
(peithesthai)
te gehoorzamen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἐτρέχετε (Etrechete), ‘jullie liepen’: een beeld uit de wedloop. ἐγκόπτω (enkopto), ‘belemmeren’: iemand in de weg komen terwijl hij loopt. πείθομαι (peithomai), ‘gehoorzamen, zich laten overtuigen’: hetzelfde stamwoord als πεισμονή in vers 8.

Zie ookGal 5:8
8Die overreding komt niet van Hem die jullie roept.
ἡ
(he)
de
πεισμονὴ
(peismone)
overreding
οὐκ
(ouk)
niet
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
Hem die
καλοῦντος
(kalountos)
roept
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

πεισμονή (peismone), ‘overreding’: het zelfstandig naamwoord bij πείθω (peitho), ‘overtuigen’.

‘Hem die jullie roept’ (ὁ καλῶν, ho kalon): Elohim; vergelijk 1:6.

9Een beetje zuurdesem maakt het hele deeg zuur.
μικρὰ
(mikra)
een beetje
ζύμη
(zyme)
zuurdesem
ὅλον
(holon)
het hele
τὸ
(to)
de
φύραμα
(phyrama)
deeg
ζυμοῖ
(zymoi)
maakt zuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζύμη (zyme), ‘zuurdesem’: deeg dat het hele brooddeeg laat rijzen; hier een beeld voor een kleine invloed die alles doortrekt, zoals in Matt. 16:6.

Dit gezegde staat ook in 1 Kor. 5:6.

Zie ook Matt. 16:6; 1 Kor. 5:6.

10Ik heb in de Heer het vertrouwen over jullie dat jullie niets anders zullen denken. Maar wie jullie in verwarring brengt, zal het oordeel dragen, wie hij ook is.
ἐγὼ
(ego)
ik
πέποιθα
(pepoitha)
heb vertrouwen
εἰς
(eis)
over
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
ὅτι
(hoti)
dat
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἄλλο
(allo)
anders
φρονήσετε
(phronesete)
jullie zullen denken
ὁ
(ho)
die
δὲ
(de)
maar
ταράσσων
(tarasson)
in verwarring brengt
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
βαστάσει
(bastasei)
zal dragen
τὸ
(to)
het
κρίμα
(krima)
oordeel
ὅστις
(hostis)
wie
ἐὰν
(ean)
ook
ᾖ
(e)
hij is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’: de Heer is Yeshua. ὅστις ἐὰν ᾖ (hostis ean ei), ‘wie hij ook is’: Paulus noemt de persoon niet bij naam. κρίμα (krima), ‘oordeel’.

11Maar ik, broers, als ik nog besnijdenis verkondig, waarom word ik dan nog vervolgd? Dan is het struikelblok van het kruis immers buiten werking gesteld.
ἐγὼ
(ego)
ik
δέ
(de)
maar
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
εἰ
(ei)
als
περιτομὴν
(peritomen)
besnijdenis
ἔτι
(eti)
nog
κηρύσσω
(kerysso)
ik verkondig
τί
(ti)
waarom
ἔτι
(eti)
nog
διώκομαι
(diokomai)
word ik vervolgd
ἄρα
(ara)
dan
κατήργηται
(katergetai)
is buiten werking gesteld
τὸ
(to)
het
σκάνδαλον
(skandalon)
struikelblok
τοῦ
(tou)
van het
σταυροῦ
(staurou)
kruis
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus stelt hier een vraag: als hij nog besnijdenis zou verkondigen, zou hij niet meer vervolgd worden.

Het Grieks zegt niet wie dat van hem beweert. σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: iets waar men over struikelt; wij vertalen overal zo, zoals Matt. 16:23.

‘Buiten werking gesteld’: καταργέω (katargeo), zie 5:4 en 3:17. σταυρός (stauros), ‘kruis’.

Zie ookMat 16:23
12Ik wou dat zij die jullie op zijn kop zetten, zich zelfs lieten afsnijden.
ὄφελον
(ophelon)
ik wou
καὶ
(kai)
zelfs
ἀποκόψονται
(apokopsontai)
zullen zich laten afsnijden
οἱ
(hoi)
zij die
ἀναστατοῦντες
(anastatountes)
op zijn kop zetten
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποκόπτω (apokopto), ‘afsnijden’: het woord kan bedoelen dat men zich laat verminken, in aansluiting bij de besnijdenis, of dat men zich van de gemeente laat afsnijden.

De tekst zegt het niet; wij vertalen letterlijk. ἀναστατόω (anastatoo), ‘op zijn kop zetten’: zoals in Hand. 17:6.

Zie ook Hand. 17:6.

Zie ookHand 17:6

Vrijheid en liefde

13Want jullie zijn tot vrijheid geroepen, broers. Gebruik de vrijheid alleen niet als aanleiding voor het vlees, maar dien elkaar als knechten door de liefde.
Ὑμεῖς
(Hymeis)
jullie
γὰρ
(gar)
want
ἐπ’
(ep’)
tot
ἐλευθερίᾳ
(eleutheria)
vrijheid
ἐκλήθητε
(eklethete)
zijn geroepen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μόνον
(monon)
alleen
μὴ
(me)
niet
τὴν
(ten)
de
ἐλευθερίαν
(eleutherian)
vrijheid
εἰς
(eis)
tot
ἀφορμὴν
(aphormen)
aanleiding
τῇ
(te)
voor het
σαρκί
(sarki)
vlees
ἀλλὰ
(alla)
maar
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
ἀγάπης
(agapes)
liefde
δουλεύετε
(douleuete)
dient als knechten
ἀλλήλοις
(allelois)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft in de tweede zin geen werkwoord; wij vullen ‘gebruik’ aan. ἀφορμή (aphorme), ‘aanleiding’: letterlijk een uitgangspunt, een ‘steunpunt’ om iets te beginnen. σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier de zwakke menselijke natuur die tegenover de Geest staat (vers 16–17). δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’: dezelfde stam als δοῦλος; vrijheid wordt dienen door liefde.

14Want de hele wet is in één woord vervuld, in dit: „Heb je naaste lief als jezelf.”
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
πᾶς
(pas)
hele
νόμος
(nomos)
wet
ἐν
(en)
in
ἑνὶ
(heni)
één
λόγῳ
(logo)
woord
πεπλήρωται
(peplerotai)
is vervuld
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
dit
Ἀγαπήσεις
(Agapeseis)
je zult liefhebben
τὸν
(ton)
de
πλησίον
(plesion)
naaste
σου
(sou)
je
ὡς
(hos)
als
σεαυτόν
(seauton)
jezelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is uit Lev. 19:18.

Onze Hebreeuwse tekst heeft: ‘Heb je naaste lief als jezelf.’

De woorden zijn in Leviticus van Yahweh, maar Paulus haalt ze hier aan zonder ze als woorden van Elohim in te leiden; wij zetten ze zwart.

Yeshua haalt dit gebod ook aan.

πεπλήρωται (pepleroutai), ‘is vervuld’: de hele wet is in dit ene woord vervuld.

Zie ook Lev. 19:18; Matt. 22:39; Mark. 12:31.

15Maar als jullie elkaar bijten en verslinden, pas dan op dat jullie niet door elkaar worden verteerd.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
δάκνετε
(daknete)
jullie bijten
καὶ
(kai)
en
κατεσθίετε
(katesthiete)
verslinden
βλέπετε
(blepete)
pas op
μὴ
(me)
dat niet
ὑπ’
(hyp’)
door
ἀλλήλων
(allelon)
elkaar
ἀναλωθῆτε
(analothete)
jullie worden verteerd
Bron: SBLGNT
Uitleg

δάκνω (dakno), ‘bijten’, κατεσθίω (katesthio), ‘verslinden’ en ἀναλίσκω (analisko), ‘verteren’: beelden van dieren die elkaar opeten.

Het vlees en de Geest

16Ik zeg nu: wandel door de Geest, en jullie zullen de begeerte van het vlees beslist niet volbrengen.
Λέγω
(Lego)
ik zeg
δέ
(de)
nu
πνεύματι
(pneumati)
door de Geest
περιπατεῖτε
(peripateite)
wandel
καὶ
(kai)
en
ἐπιθυμίαν
(epithymian)
begeerte
σαρκὸς
(sarkos)
van het vlees
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
τελέσητε
(telesete)
jullie zullen volbrengen
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: leven.

‘Door de Geest wandelen’ is een uitdrukking voor een leven dat door de Geest wordt bepaald. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’.

17Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees. Deze staan immers tegenover elkaar, opdat jullie niet datgene doen wat jullie ook maar willen.
ἡ
(he)
het
γὰρ
(gar)
want
σὰρξ
(sarx)
vlees
ἐπιθυμεῖ
(epithymei)
begeert
κατὰ
(kata)
tegen
τοῦ
(tou)
de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
τὸ
(to)
de
δὲ
(de)
maar
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
κατὰ
(kata)
tegen
τῆς
(tes)
het
σαρκός
(sarkos)
vlees
ταῦτα
(tauta)
deze
γὰρ
(gar)
want
ἀλλήλοις
(allelois)
tegenover elkaar
ἀντίκειται
(antikeitai)
staan
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ἃ
(ha)
wat
ἐὰν
(ean)
ook maar
θέλητε
(thelete)
jullie willen
ταῦτα
(tauta)
dat
ποιῆτε
(poiete)
jullie doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

De zin met ἵνα (hina), ‘opdat’, is dubbelzinnig: de Geest en het vlees staan zo tegenover elkaar dat jullie niet doen wat jullie ook maar willen, of: dat jullie niet kunnen doen wat jullie willen.

Het Grieks zegt het niet uitdrukkelijk.

Wij houden de letterlijke vorm.

18Maar als jullie door de Geest geleid worden, zijn jullie niet onder de wet.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
πνεύματι
(pneumati)
door de Geest
ἄγεσθε
(agesthe)
jullie geleid worden
οὐκ
(ouk)
niet
ἐστὲ
(este)
jullie zijn
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄγω (ago), ‘leiden’.

‘Onder de wet’: zie 4:4 en 4:21.

De werken van het vlees

19De werken van het vlees zijn duidelijk. Dat zijn: ontucht, onreinheid, losbandigheid,
φανερὰ
(phanera)
duidelijk
δέ
(de)
nu
ἐστιν
(estin)
zijn
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
τῆς
(tes)
van het
σαρκός
(sarkos)
vlees
ἅτινά
(hatina)
welke
ἐστιν
(estin)
zijn
πορνεία
(porneia)
ontucht
ἀκαθαρσία
(akatharsia)
onreinheid
ἀσέλγεια
(aselgeia)
losbandigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele zonde buiten het huwelijk. ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’. ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’: leven zonder rem.

20afgodendienst, toverij, vijandschappen, twist, naijver, driftbuien, zelfzucht, verdeeldheid, partijschappen,
εἰδωλολατρία
(eidololatria)
afgodendienst
φαρμακεία
(pharmakeia)
toverij
ἔχθραι
(echthrai)
vijandschappen
ἔρις
(eris)
twist
ζῆλος
(zelos)
naijver
θυμοί
(thymoi)
driftbuien
ἐριθεῖαι
(eritheiai)
zelfzucht
διχοστασίαι
(dichostasiai)
verdeeldheid
αἱρέσεις
(haireseis)
partijschappen
Bron: SBLGNT
Uitleg

φαρμακεία (pharmakeia), ‘toverij’: het gebruik van middelen en spreuken om iets te bewerken. ζῆλος (zelos), ‘naijver’: hetzelfde woord als ‘ijver’ (4:17), hier in kwade zin. ἐριθεῖαι (eritheiai), ‘zelfzucht’. αἵρεσις (hairesis), ‘partijschap’: een groep met een eigen leer; elders ‘richting’ (Hand. 5:17; 15:5).

Zie ook Hand. 5:17; Hand. 15:5.

21afgunst, dronkenschap, braspartijen en dergelijke. Hierover zeg ik jullie vooraf, zoals ik ook al eerder heb gezegd: wie zulke dingen doen, zullen het koninkrijk van Elohim niet erven.
φθόνοι
(phthonoi)
afgunst
μέθαι
(methai)
dronkenschap
κῶμοι
(komoi)
braspartijen
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
ὅμοια
(homoia)
dergelijke
τούτοις
(toutois)
aan deze
ἃ
(ha)
wat
προλέγω
(prolego)
ik zeg vooraf
ὑμῖν
(hymin)
jullie
καθὼς
(kathos)
zoals
προεῖπον
(proeipon)
ik zei eerder
ὅτι
(hoti)
dat
οἱ
(hoi)
zij die
τὰ
(ta)
de
τοιαῦτα
(toiauta)
zulke dingen
πράσσοντες
(prassontes)
doen
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
θεοῦ
(theou)
van Elohim
οὐ
(ou)
niet
κληρονομήσουσιν
(kleronomesousin)
zullen erven
Bron: SBLGNT
Uitleg

κῶμος (komos), ‘braspartij’: een feestelijke, losbandige optocht. προλέγω (prolego), ‘vooraf zeggen’: Paulus herinnert aan wat hij eerder zei. κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’. βασιλεία θεοῦ (basileia theou), ‘koninkrijk van Elohim’.

De vrucht van de Geest

22Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof,
Ὁ
(Ho)
de
δὲ
(de)
maar
καρπὸς
(karpos)
vrucht
τοῦ
(tou)
van de
πνεύματός
(pneumatos)
Geest
ἐστιν
(estin)
is
ἀγάπη
(agape)
liefde
χαρά
(chara)
vreugde
εἰρήνη
(eirene)
vrede
μακροθυμία
(makrothymia)
geduld
χρηστότης
(chrestotes)
vriendelijkheid
ἀγαθωσύνη
(agathosyne)
goedheid
πίστις
(pistis)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

καρπός (karpos), ‘vrucht’: het Grieks heeft het enkelvoud, ook na een lijst van negen. πίστις (pistis), ‘geloof’: in een lijst van eigenschappen kan het ook ‘trouw’ of ‘betrouwbaarheid’ betekenen. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘lange adem’. χρηστότης (chrestotes), ‘vriendelijkheid’. ἀγαθωσύνη (agathosyne), ‘goedheid’.

23zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zulke dingen is geen wet.
πραΰτης
(prautes)
zachtmoedigheid
ἐγκράτεια
(enkrateia)
zelfbeheersing
κατὰ
(kata)
tegen
τῶν
(ton)
de
τοιούτων
(toiouton)
zulke
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
νόμος
(nomos)
wet
Bron: SBLGNT
Uitleg

πραΰτης (prauties), ‘zachtmoedigheid’: zoals Matt. 5:5. ἐγκράτεια (enkrateia), ‘zelfbeheersing’.

‘Tegen zulke dingen is geen wet’: er is geen wet die dit verbiedt.

Zie ookMat 5:5
24Zij die van de Messias zijn, hebben het vlees samen met de hartstochten en de begeerten gekruisigd.
οἱ
(hoi)
zij die
δὲ
(de)
maar
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
τὴν
(ten)
het
σάρκα
(sarka)
vlees
ἐσταύρωσαν
(estaurosan)
hebben gekruisigd
σὺν
(syn)
samen met
τοῖς
(tois)
de
παθήμασιν
(pathemasin)
hartstochten
καὶ
(kai)
en
ταῖς
(tais)
de
ἐπιθυμίαις
(epithymiais)
begeerten
Bron: SBLGNT
Uitleg

σταυρόω (stauroo), ‘kruisigen’. πάθημα (pathema), ‘hartstocht’: letterlijk wat iemand ondergaat; hier de driften die met het vlees meekomen.

Zie ook 2:19 en 6:14.

Zie ook Gal. 2:19; Gal. 6:14.

25Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest in de pas lopen.
εἰ
(ei)
als
ζῶμεν
(zomen)
wij leven
πνεύματι
(pneumati)
door de Geest
πνεύματι
(pneumati)
door de Geest
καὶ
(kai)
ook
στοιχῶμεν
(stoichomen)
laten wij in de pas lopen
Bron: SBLGNT
Uitleg

στοιχέω (stoicheo), ‘in de pas lopen’: letterlijk ‘in de rij lopen’; verwant met στοιχεῖα (4:3) en συστοιχέω (4:25).

Zo ook 6:16. πνεύματι (pneumati) staat tweemaal: ‘door de Geest leven’ en ‘door de Geest in de pas lopen’.

26Laten wij niet ijdel worden: elkaar uitdagen en elkaar benijden.
μὴ
(me)
niet
γινώμεθα
(ginometha)
laten wij worden
κενόδοξοι
(kenodoxoi)
ijdel
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
προκαλούμενοι
(prokaloumenoi)
uitdagend
ἀλλήλοις
(allelois)
elkaar
φθονοῦντες
(phthonountes)
benijdend
Bron: SBLGNT
Uitleg

κενόδοξος (kenodoxos), ‘ijdel’: letterlijk ‘leeg van eer’, iemand die om eer ijdel is. προκαλέομαι (prokaleomai), ‘uitdagen’. φθονέω (phthoneo), ‘benijden’.