Galaten 5
Vrijheid in de Messias: het vlees en de Geest
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Sta vast in de vrijheid
ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’, en ἐλευθερόω (eleutheroo), ‘vrijmaken’: de vrijheid van de knecht die vrijgelaten wordt, tegenover het knechtschap van 4:24–25. ζυγός (zygos), ‘juk’: een balk over de nek van een trekdier, hier een beeld voor een zware verplichting; vergelijk Matt. 11:29–30 en Hand. 15:10.
Het Grieks heeft ‘voor de vrijheid’ (een naamval zonder voorzetsel); het kan ook ‘met de vrijheid’ of ‘in de vrijheid’ bedoelen.
Zie ook Matt. 11:29–30; Hand. 15:10.
περιτέμνω (peritemno), ‘besnijden’; hier een vorm die ‘zich laten besnijden’ betekent.
Besnijdenis is het teken van het verbond met Abraham (Gen. 17:10–12).
Hier gaat het om besnijdenis als voorwaarde om rechtvaardig verklaard te worden (vergelijk vers 4), niet om de gewoonte op zich. ὠφελέω (opheleo), ‘baten’: van nut zijn.
Zie ook Gen. 17:10–12; Hand. 15:1.
ὀφειλέτης (opheletes), ‘verplicht’: letterlijk ‘schuldenaar’, iemand die iets verschuldigd is.
‘De hele wet doen’ (ποιῆσαι, poiesai): de wet is een geheel; wie een deel aanneemt, neemt het geheel op zich.
κατηργήθητε ἀπὸ Χριστοῦ (katergethete apo Christou), ‘jullie zijn buiten werking gesteld, los van de Messias’: καταργέω (katargeo) betekent ‘buiten werking stellen’, zoals in 3:17 en 5:11.
Hier: wat de Messias betreft zijn zij buiten werking, afgesneden van Hem.
δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: het Griekse werkwoord is rechterlijk, ‘vrijspreken’, uitspreken dat iemand gerecht is. Het Grieks heeft de tegenwoordige tijd (‘worden’); het kan ook bedoelen ‘proberen rechtvaardig verklaard te worden’. ἐν νόμῳ (en nomo), ‘in de wet’: zoals in 3:11. ἐκπίπτω (ekpipto), ‘vallen uit’: de genade verlaten.
Zie ook Gal. 2:16; Gal. 3:11; Gal. 3:17.
ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘verwachten’: met verlangen uitkijken.
‘De hoop op gerechtigheid’: de genitief kan bedoelen dat de hoop uit gerechtigheid bestaat, of dat zij op gerechtigheid gericht is (de uitspraak ‘rechtvaardig’ aan het einde). δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’.
περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’: letterlijk ‘voorhuid’; de toestand van wie niet besneden is. ἰσχύω (ischyo), ‘kracht hebben’. ἐνεργουμένη (energoumene), ‘werkzaam’: een vorm die ‘werkend’ of ‘in werking gezet’ kan betekenen; wij houden ‘dat door liefde werkzaam is’. πίστις (pistis), ‘geloof’.
Zie ook Gal. 6:15.
Een waarschuwing
Ἐτρέχετε (Etrechete), ‘jullie liepen’: een beeld uit de wedloop. ἐγκόπτω (enkopto), ‘belemmeren’: iemand in de weg komen terwijl hij loopt. πείθομαι (peithomai), ‘gehoorzamen, zich laten overtuigen’: hetzelfde stamwoord als πεισμονή in vers 8.
πεισμονή (peismone), ‘overreding’: het zelfstandig naamwoord bij πείθω (peitho), ‘overtuigen’.
‘Hem die jullie roept’ (ὁ καλῶν, ho kalon): Elohim; vergelijk 1:6.
ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’: de Heer is Yeshua. ὅστις ἐὰν ᾖ (hostis ean ei), ‘wie hij ook is’: Paulus noemt de persoon niet bij naam. κρίμα (krima), ‘oordeel’.
Paulus stelt hier een vraag: als hij nog besnijdenis zou verkondigen, zou hij niet meer vervolgd worden.
Het Grieks zegt niet wie dat van hem beweert. σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: iets waar men over struikelt; wij vertalen overal zo, zoals Matt. 16:23.
‘Buiten werking gesteld’: καταργέω (katargeo), zie 5:4 en 3:17. σταυρός (stauros), ‘kruis’.
ἀποκόπτω (apokopto), ‘afsnijden’: het woord kan bedoelen dat men zich laat verminken, in aansluiting bij de besnijdenis, of dat men zich van de gemeente laat afsnijden.
De tekst zegt het niet; wij vertalen letterlijk. ἀναστατόω (anastatoo), ‘op zijn kop zetten’: zoals in Hand. 17:6.
Zie ook Hand. 17:6.
Vrijheid en liefde
Het Grieks heeft in de tweede zin geen werkwoord; wij vullen ‘gebruik’ aan. ἀφορμή (aphorme), ‘aanleiding’: letterlijk een uitgangspunt, een ‘steunpunt’ om iets te beginnen. σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier de zwakke menselijke natuur die tegenover de Geest staat (vers 16–17). δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’: dezelfde stam als δοῦλος; vrijheid wordt dienen door liefde.
Het citaat is uit Lev. 19:18.
Onze Hebreeuwse tekst heeft: ‘Heb je naaste lief als jezelf.’
De woorden zijn in Leviticus van Yahweh, maar Paulus haalt ze hier aan zonder ze als woorden van Elohim in te leiden; wij zetten ze zwart.
Yeshua haalt dit gebod ook aan.
πεπλήρωται (pepleroutai), ‘is vervuld’: de hele wet is in dit ene woord vervuld.
Zie ook Lev. 19:18; Matt. 22:39; Mark. 12:31.
δάκνω (dakno), ‘bijten’, κατεσθίω (katesthio), ‘verslinden’ en ἀναλίσκω (analisko), ‘verteren’: beelden van dieren die elkaar opeten.
Het vlees en de Geest
περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: leven.
‘Door de Geest wandelen’ is een uitdrukking voor een leven dat door de Geest wordt bepaald. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’.
De zin met ἵνα (hina), ‘opdat’, is dubbelzinnig: de Geest en het vlees staan zo tegenover elkaar dat jullie niet doen wat jullie ook maar willen, of: dat jullie niet kunnen doen wat jullie willen.
Het Grieks zegt het niet uitdrukkelijk.
Wij houden de letterlijke vorm.
ἄγω (ago), ‘leiden’.
‘Onder de wet’: zie 4:4 en 4:21.
De werken van het vlees
πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele zonde buiten het huwelijk. ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’. ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’: leven zonder rem.
φαρμακεία (pharmakeia), ‘toverij’: het gebruik van middelen en spreuken om iets te bewerken. ζῆλος (zelos), ‘naijver’: hetzelfde woord als ‘ijver’ (4:17), hier in kwade zin. ἐριθεῖαι (eritheiai), ‘zelfzucht’. αἵρεσις (hairesis), ‘partijschap’: een groep met een eigen leer; elders ‘richting’ (Hand. 5:17; 15:5).
Zie ook Hand. 5:17; Hand. 15:5.
κῶμος (komos), ‘braspartij’: een feestelijke, losbandige optocht. προλέγω (prolego), ‘vooraf zeggen’: Paulus herinnert aan wat hij eerder zei. κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’. βασιλεία θεοῦ (basileia theou), ‘koninkrijk van Elohim’.
De vrucht van de Geest
καρπός (karpos), ‘vrucht’: het Grieks heeft het enkelvoud, ook na een lijst van negen. πίστις (pistis), ‘geloof’: in een lijst van eigenschappen kan het ook ‘trouw’ of ‘betrouwbaarheid’ betekenen. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘lange adem’. χρηστότης (chrestotes), ‘vriendelijkheid’. ἀγαθωσύνη (agathosyne), ‘goedheid’.
πραΰτης (prauties), ‘zachtmoedigheid’: zoals Matt. 5:5. ἐγκράτεια (enkrateia), ‘zelfbeheersing’.
‘Tegen zulke dingen is geen wet’: er is geen wet die dit verbiedt.
στοιχέω (stoicheo), ‘in de pas lopen’: letterlijk ‘in de rij lopen’; verwant met στοιχεῖα (4:3) en συστοιχέω (4:25).
Zo ook 6:16. πνεύματι (pneumati) staat tweemaal: ‘door de Geest leven’ en ‘door de Geest in de pas lopen’.
κενόδοξος (kenodoxos), ‘ijdel’: letterlijk ‘leeg van eer’, iemand die om eer ijdel is. προκαλέομαι (prokaleomai), ‘uitdagen’. φθονέω (phthoneo), ‘benijden’.