Het feestmaal van Belsazar en het schrift op de muur
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het feestmaal van Belsazar
1Koning Belsazar gaf een groot feestmaal voor duizend van zijn edelen. Tegenover die duizend dronk hij wijn.
בֵּלְשַׁאצַּ֣ר
(beleshatsar)
Belsazar
מַלְכָּ֗א
(malka)
de koning
עֲבַד֙
(avad)
maakte
לְחֶ֣ם
(lechem)
een maal
רַ֔ב
(rav)
groot
לְרַבְרְבָנ֖וֹהִי
(leravrevanohi)
voor zijn edelen
אֲלַ֑ף
(alaf)
duizend
וְלָקֳבֵ֥ל
(velaqovel)
en tegenover
אַלְפָּ֖א
(alpa)
de duizend
חַמְרָ֥א
(chamra)
wijn
שָׁתֵֽה
(shate)
dronk hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בֵּלְשַׁאצַּר (Belshatsar), ‘Belsazar’: de koning van Babel in dit hoofdstuk.
Hij wordt in de Hebreeuwse Bijbel alleen in het boek Daniël genoemd (ook 7:1 en 8:1).
אֲלַף (alaf), ‘duizend’: duizend edelen aan zijn tafel.
2Onder de invloed van de wijn zei Belsazar dat men de vaten van goud en zilver moest brengen. Zijn vader Nebukadnezar had ze uit de tempel in Jeruzalem weggehaald. De koning, zijn edelen, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen zouden eruit drinken.
בֵּלְשַׁאצַּ֞ר
(beleshatsar)
Belsazar
אֲמַ֣ר
(amar)
zei
בִּטְעֵ֣ם
(bitem)
onder de smaak van
חַמְרָ֗א
(chamra)
de wijn
לְהַיְתָיָה֙
(lehaytaya)
om te brengen
לְמָאנֵי֙
(lemanei)
de vaten van
דַּהֲבָ֣א
(dahava)
goud
וְכַסְפָּ֔א
(vekhaspa)
en zilver
דִּ֤י
(di)
die
הַנְפֵּק֙
(hanpeq)
had weggehaald
נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
אֲב֔וּהִי
(avuhi)
zijn vader
מִן
(min)
uit
הֵיכְלָ֖א
(heikhela)
de tempel
דִּ֣י
(di)
die
בִירוּשְׁלֶ֑ם
(birushelem)
in Jeruzalem
וְיִשְׁתּ֣וֹן
(veyishton)
en zouden drinken
בְּה֗וֹן
(behon)
daaruit
מַלְכָּא֙
(malka)
de koning
וְרַבְרְבָנ֔וֹהִי
(veravrevanohi)
en zijn edelen
שֵׁגְלָתֵ֖הּ
(shegelateh)
zijn vrouwen
וּלְחֵנָתֵֽהּ
(ulechenateh)
en zijn bijvrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
אֲבוּהִי (abuhi), ‘zijn vader’: het Aramese woord kan ook ‘voorvader’ betekenen; wij vertalen ‘vader’, zoals de tekst zegt (zie ook de verzen 11, 13, 18 en 22).
De vaten uit de tempel: zie Dan. 1:2, 2 Kon. 25:13–15 en 2 Kron. 36:7, 36:10.
שֵׁגָלָן (shegalan), ‘vrouwen’, en לְחֵנָן (lechenan), ‘bijvrouwen’: de vrouwen van het hof.
3Toen brachten zij de gouden vaten die waren weggehaald uit de tempel, het huis van Elohim in Jeruzalem. De koning en zijn edelen, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen dronken eruit.
בֵּאדַ֗יִן
(bedayin)
toen
הַיְתִיו֙
(haytiv)
brachten zij
מָאנֵ֣י
(manei)
vaten van
דַהֲבָ֔א
(dahava)
goud
דִּ֣י
(di)
die
הַנְפִּ֗קוּ
(hanpiqu)
waren weggehaald
מִן
(min)
uit
הֵֽיכְלָ֛א
(heikhela)
de tempel
דִּֽי
(di)
van
בֵ֥ית
(beit)
het huis van
אֱלָהָ֖א
(elaha)
Elohim
דִּ֣י
(di)
dat
בִירֽוּשְׁלֶ֑ם
(birushelem)
in Jeruzalem
וְאִשְׁתִּ֣יו
(veishtiv)
en dronken
בְּה֗וֹן
(behon)
daaruit
מַלְכָּא֙
(malka)
de koning
וְרַבְרְבָנ֔וֹהִי
(veravrevanohi)
en zijn edelen
שֵׁגְלָתֵ֖הּ
(shegelateh)
zijn vrouwen
וּלְחֵנָתֵֽהּ
(ulechenateh)
en zijn bijvrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
4Zij dronken wijn en prezen de goden van goud en zilver, van brons, ijzer, hout en steen.
אִשְׁתִּ֖יו
(ishtiv)
zij dronken
חַמְרָ֑א
(chamra)
wijn
וְ֠שַׁבַּחוּ
(veshabachu)
en prezen
לֵֽאלָהֵ֞י
(lelahei)
de goden van
דַּהֲבָ֧א
(dahava)
goud
וְכַסְפָּ֛א
(vekhaspa)
en zilver
נְחָשָׁ֥א
(nechasha)
brons
פַרְזְלָ֖א
(parzela)
ijzer
אָעָ֥א
(aa)
hout
וְאַבְנָֽא
(veavna)
en steen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Op datzelfde uur kwamen er vingers van een mensenhand tevoorschijn. Zij schreven tegenover de kandelaar op de kalk van de muur van het paleis van de koning. De koning zag het deel van de hand dat schreef.
בַּהּ
(bah)
op dat
שַׁעֲתָ֗ה
(shaata)
uur
נְפַ֨קָה֙
(nefaqa)
kwamen tevoorschijn
אֶצְבְּעָן֙
(etsbean)
vingers van
דִּ֣י
(di)
een
יַד
(yad)
hand van
אֱנָ֔שׁ
(enash)
een mens
וְכָֽתְבָן֙
(vekhatevan)
en schrijvend
לָקֳבֵ֣ל
(laqovel)
tegenover
נֶבְרַשְׁתָּ֔א
(nevrashta)
de kandelaar
עַל
(al)
op
גִּירָ֕א
(gira)
de kalk van
דִּֽי
(di)
de
כְתַ֥ל
(ketal)
muur van
הֵיכְלָ֖א
(heikhela)
het paleis
דִּ֣י
(di)
van
מַלְכָּ֑א
(malka)
de koning
וּמַלְכָּ֣א
(umalka)
en de koning
חָזֵ֔ה
(chaze)
zag
פַּ֥ס
(pas)
het deel van
יְדָ֖ה
(yeda)
de hand
דִּ֥י
(di)
die
כָתְבָֽה
(kateva)
schreef
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נִבְרַשְׁתָּא (nevrashta), ‘kandelaar’: een lampenstandaard.
Het woord komt alleen hier voor.
גִּירָא (gira), ‘kalk’: de witte pleisterlaag op de muur.
פַּס (pas), ‘het deel van’: het woord komt alleen in dit hoofdstuk voor (ook vers 24); de betekenis is niet zeker. Het gaat om een deel van de hand, mogelijk de handpalm.
הֵיכַל (heikal), ‘paleis’: elders in dit hoofdstuk (verzen 2 en 3) ‘tempel’.
6Toen veranderde het gelaat van de koning. Zijn gedachten verontrustten hem, de banden van zijn heupen raakten los en zijn knieën sloegen tegen elkaar.
אֱדַ֤יִן
(edayin)
toen
מַלְכָּא֙
(malka)
de koning
זִיוֺ֣הִי
(zivohi)
zijn gelaat
שְׁנ֔וֹהִי
(shenohi)
veranderde
וְרַעיֹנֹ֖הִי
(verayonohi)
en zijn gedachten
יְבַהֲלוּנֵּ֑הּ
(yevahaluneh)
verontrustten hem
וְקִטְרֵ֤י
(veqitrei)
en de banden van
חַרְצֵהּ֙
(chartseh)
zijn heupen
מִשְׁתָּרַ֔יִן
(mishtarayin)
raakten los
וְאַ֨רְכֻבָּתֵ֔הּ
(vearkhubateh)
en zijn knieën
דָּ֥א
(da)
de een
לְדָ֖א
(leda)
tegen de ander
נָֽקְשָֽׁן
(naqeshan)
sloegen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7De koning riep met luide stem dat men de bezweerders, de Chaldeeën en de waarzeggers moest binnenbrengen. De koning antwoordde en zei tegen de wijzen van Babel: „Wie dit geschrift leest en mij de uitleg ervan bekendmaakt, wordt in purper gekleed. Hij krijgt een gouden keten om zijn hals en zal als derde heersen in het koninkrijk.”
קָרֵ֤א
(qare)
riep
מַלְכָּא֙
(malka)
de koning
בְּחַ֔יִל
(bechayil)
met kracht
לְהֶֽעָלָה֙
(leheala)
om binnen te brengen
לְאָ֣שְׁפַיָּ֔א
(leashefaya)
de bezweerders
כַּשְׂדָּאֵ֖י
(kasdaei)
de Chaldeeën
וְגָזְרַיָּ֑א
(vegazeraya)
en de waarzeggers
עָנֵ֨ה
(ane)
antwoordde
מַלְכָּ֜א
(malka)
de koning
וְאָמַ֣ר
(veamar)
en zei
לְחַכִּימֵ֣י
(lechakimei)
tegen de wijzen van
בָבֶ֗ל
(bavel)
Babel
דִּ֣י
(di)
wie
כָל
(kal)
elk
אֱ֠נָשׁ
(enash)
mens
דִּֽי
(di)
die
יִקְרֵ֞ה
(yiqre)
leest
כְּתָבָ֣ה
(ketava)
geschrift
דְנָ֗ה
(dena)
dit
וּפִשְׁרֵהּ֙
(ufishreh)
en de uitleg ervan
יְחַוִּנַּ֔נִי
(yechavinani)
mij bekendmaakt
אַרְגְּוָנָ֣א
(argevana)
purper
יִלְבַּ֗שׁ
(yilbash)
zal gekleed worden in
וְהַֽמְנִיכָ֤א
(vehamnikha)
en een keten
דִֽי
(di)
van
דַהֲבָא֙
(dahava)
goud
עַֽל
(al)
om
צַוְּארֵ֔הּ
(tsavereh)
zijn hals
וְתַלְתִּ֥י
(vetalti)
en als derde
בְמַלְכוּתָ֖א
(bemalkhuta)
in het koninkrijk
יִשְׁלַֽט
(yishlat)
zal hij heersen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
אַרְגְּוָנָא (argevana), ‘purper’: een dure, rode of paarse stof, voor koningen en rijken.
הַמְנִיכָא (hamnika), ‘keten’: een gouden halsketen als teken van eer. Zie ook Gen. 41:42.
תַּלְתִּי (talti), ‘als derde’: derde in rang na de koning en een andere hoge man. Het woord kan ook ‘een van de drie bestuurders’ betekenen (vergelijk 6:3, NL 6:2). Wij houden ‘als derde’ aan.
10Vanwege de woorden van de koning en zijn edelen kwam de koningin de feestzaal binnen. De koningin antwoordde en zei: „Koning, leef voor eeuwig. Laat uw gedachten u niet verontrusten en laat uw gelaat niet veranderen.
מַלְכְּתָ֕א
(malketa)
de koningin
לָקֳבֵ֨ל
(laqovel)
vanwege
מִלֵּ֤י
(milei)
de woorden van
מַלְכָּא֙
(malka)
de koning
וְרַבְרְבָנ֔וֹהִי
(veravrevanohi)
en zijn edelen
לְבֵ֥ית
(leveit)
het huis van
מִשְׁתְּיָ֖א
(mishteya)
het drinkfeest
עַלַּ֑ת
(alat)
kwam binnen
עֲנָ֨ת
(anat)
antwoordde
מַלְכְּתָ֜א
(malketa)
de koningin
וַאֲמֶ֗רֶת
(vaameret)
en zei
מַלְכָּא֙
(malka)
koning
לְעָלְמִ֣ין
(lealemin)
voor eeuwig
חֱיִ֔י
(cheyi)
leef
אַֽל
(al)
niet
יְבַהֲלוּךְ֙
(yevahalukh)
laten verontrusten u
רַעְיוֹנָ֔ךְ
(rayonakh)
uw gedachten
וְזִיוָ֖יךְ
(vezivaykh)
en uw gelaat
אַל
(al)
niet
יִשְׁתַּנּֽוֹ
(yishtano)
laat veranderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַלְכְּתָא (malkta), ‘de koningin’: de tekst zegt niet wie zij is.
Zij kent de tijd van Nebukadnezar, dus mogelijk is zij de koningin-moeder.
Wij laten het open.
לְעָלְמִין חֱיִי (le’almin chayi), ‘leef voor eeuwig’: een hofformule, ook in 2:4, 3:9 en 6:7.
בֵּית מִשְׁתְּיָא (beit mishtayya), ‘feestzaal’: letterlijk ‘huis van het drinken’.
11Er is een man in uw koninkrijk in wie de geest van heilige goden is. In de dagen van uw vader zijn bij hem licht, inzicht en wijsheid gevonden, zoals de wijsheid van goden. Koning Nebukadnezar, uw vader, heeft hem aangesteld als hoofd van de magiërs, bezweerders, Chaldeeën en waarzeggers; ja, uw vader, de koning.
אִיתַ֨י
(itay)
er is
גְּבַ֜ר
(gevar)
een man
בְּמַלְכוּתָ֗ךְ
(bemalkhutakh)
in uw koninkrijk
דִּ֠י
(di)
in wie
ר֣וּחַ
(ruach)
geest van
אֱלָהִ֣ין
(elahin)
goden
קַדִּישִׁין֮
(qadishin)
heilige
בֵּהּ֒
(beh)
in hem
וּבְיוֹמֵ֣י
(uveyomei)
en in de dagen van
אֲב֗וּךְ
(avukh)
uw vader
נַהִיר֧וּ
(nahiru)
licht
וְשָׂכְלְתָנ֛וּ
(vesakheletanu)
en inzicht
וְחָכְמָ֥ה
(vechakhema)
en wijsheid
כְּחָכְמַת
(kechakhemat)
zoals de wijsheid van
אֱלָהִ֖ין
(elahin)
goden
הִשְׁתְּכַ֣חַת
(hishtekhachat)
werd gevonden
בֵּ֑הּ
(beh)
in hem
וּמַלְכָּ֤א
(umalka)
en koning
נְבֻֽכַדְנֶצַּר֙
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
אֲב֔וּךְ
(avukh)
uw vader
רַ֧ב
(rav)
hoofd van
חַרְטֻמִּ֣ין
(chartumin)
magiërs
אָֽשְׁפִ֗ין
(ashefin)
bezweerders
כַּשְׂדָּאִין֙
(kasdain)
Chaldeeën
גָּזְרִ֔ין
(gazerin)
waarzeggers
הֲקִימֵ֖הּ
(haqimeh)
stelde hem aan
אֲב֥וּךְ
(avukh)
uw vader
מַלְכָּֽא
(malka)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֱלָהִין קַדִּישִׁין (elahin qaddishin), ‘heilige goden’: zoals in 4:5; de koningin spreekt als heiden.
12Want een buitengewone geest, kennis en inzicht zijn bij hem gevonden, bij Daniël, aan wie de koning de naam Beltsazar gaf. Hij kan dromen uitleggen, raadsels verklaren en knopen ontwarren. Laat Daniël nu geroepen worden, dan zal hij de uitleg tonen.”
כָּל
(kal)
alles
קֳבֵ֡ל
(qovel)
tegenover
דִּ֣י
(di)
dat
ר֣וּחַ
(ruach)
geest
יַתִּירָ֡ה
(yatira)
buitengewone
וּמַנְדַּ֡ע
(umanda)
en kennis
וְשָׂכְלְתָנ֡וּ
(vesakheletanu)
en inzicht
מְפַשַּׁ֣ר
(mefashar)
uit te leggen
חֶלְמִין֩
(chelmin)
dromen
וַֽאַֽחֲוָיַ֨ת
(vaachavayat)
en het verklaren van
אֲחִידָ֜ן
(achidan)
raadsels
וּמְשָׁרֵ֣א
(umeshare)
en het ontwarren van
קִטְרִ֗ין
(qitrin)
knopen
הִשְׁתְּכַ֤חַת
(hishtekhachat)
werd gevonden
בֵּהּ֙
(beh)
in hem
בְּדָ֣נִיֵּ֔אל
(bedaniyel)
in Daniël
דִּֽי
(di)
wie
מַלְכָּ֥א
(malka)
de koning
שָׂם
(sam)
gaf
שְׁמֵ֖הּ
(shemeh)
de naam
בֵּלְטְשַׁאצַּ֑ר
(beleteshatsar)
Beltsazar
כְּעַ֛ן
(kean)
nu
דָּנִיֵּ֥אל
(daniyel)
Daniël
יִתְקְרֵ֖י
(yitqerei)
laat geroepen worden
וּפִשְׁרָ֥ה
(ufishra)
en de uitleg
יְהַֽחֲוֵֽה
(yehachave)
zal hij tonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֲחִידָן (achidan), ‘raadsels’, en קִטְרִין (qitrin), ‘knopen’: moeilijke zaken die ontward moeten worden.
‘Knopen ontwarren’ is een beeld voor het oplossen van wat vast zit.
הַשְׁתְּכַחַת (hishtekachat), ‘werd gevonden’: het werkwoord staat in het hele hoofdstuk voor wat iemand bij Daniël aantreft (verzen 11, 12, 14 en 27).
13Toen werd Daniël voor de koning gebracht. De koning antwoordde en zei tegen Daniël: „Ben jij Daniël, een van de ballingen van Juda, die de koning, mijn vader, uit Juda heeft meegebracht?
בֵּאדַ֨יִן֙
(bedayin)
toen
דָּֽנִיֵּ֔אל
(daniyel)
Daniël
הֻעַ֖ל
(hual)
werd binnengebracht
קֳדָ֣ם
(qodam)
voor
מַלְכָּ֑א
(malka)
de koning
עָנֵ֨ה
(ane)
antwoordde
מַלְכָּ֜א
(malka)
de koning
וְאָמַ֣ר
(veamar)
en zei
לְדָנִיֵּ֗אל
(ledaniyel)
tegen Daniël
אַנְתְּ
(ant)
jij
ה֤וּא
(hu)
ben
דָנִיֵּאל֙
(daniyel)
Daniël
דִּֽי
(di)
die
מִן
(min)
van
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
גָלוּתָא֙
(galuta)
de ballingschap
דִּ֣י
(di)
van
יְה֔וּד
(yehud)
Juda
דִּ֥י
(di)
die
הַיְתִ֛י
(hayti)
heeft meegebracht
מַלְכָּ֥א
(malka)
de koning
אַ֖בִי
(avi)
mijn vader
מִן
(min)
uit
יְהֽוּד
(yehud)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.
Uitleg
בְּנֵי גָלוּתָא (benei galuta), ‘de zonen van de ballingschap’: een van de ballingen.
15Nu zijn de wijzen en de bezweerders voor mij gebracht om dit geschrift te lezen en mij de uitleg ervan bekend te maken. Maar zij kunnen de uitleg van de zaak niet bekendmaken.
וּכְעַ֞ן
(ukhean)
en nu
הֻעַ֣לּוּ
(hualu)
zijn binnengebracht
קָֽדָמַ֗י
(qadamay)
voor mij
חַכִּֽימַיָּא֙
(chakimaya)
de wijzen
אָֽשְׁפַיָּ֔א
(ashefaya)
de bezweerders
דִּֽי
(di)
opdat
כְתָבָ֤ה
(ketava)
het geschrift
דְנָה֙
(dena)
dit
יִקְר֔וֹן
(yiqron)
zij lezen
וּפִשְׁרֵ֖הּ
(ufishreh)
en de uitleg ervan
לְהוֹדָעֻתַ֑נִי
(lehodautani)
mij bekendmaken
וְלָֽא
(vela)
en niet
כָהֲלִ֥ין
(kahalin)
kunnen zij
פְּשַֽׁר
(peshar)
de uitleg van
מִלְּתָ֖א
(mileta)
de zaak
לְהַחֲוָיָֽה
(lehachavaya)
bekendmaken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Ik heb over jou gehoord dat jij uitleg kunt geven en knopen kunt ontwarren. Nu, als jij het geschrift kunt lezen en mij de uitleg ervan bekendmaakt, word je in purper gekleed. Je krijgt een gouden keten om je hals en je zult als derde heersen in het koninkrijk.”
וַאֲנָה֙
(vaana)
en ik
שִׁמְעֵ֣ת
(shimet)
heb gehoord
עֲלָ֔ךְ
(alakh)
over jou
דִּֽי
(di)
dat
תִיכּ֥וּל
(tikul)
jij kunt
פִּשְׁרִ֛ין
(pishrin)
uitleggingen
לְמִפְשַׁ֖ר
(lemifshar)
geven
וְקִטְרִ֣ין
(veqitrin)
en knopen
לְמִשְׁרֵ֑א
(lemishre)
ontwarren
כְּעַ֡ן
(kean)
nu
הֵן֩
(hen)
als
תִּכ֨וּל
(tikhul)
je kunt
כְּתָבָ֜א
(ketava)
het geschrift
לְמִקְרֵ֗א
(lemiqre)
lezen
וּפִשְׁרֵהּ֙
(ufishreh)
en de uitleg ervan
לְהוֹדָ֣עֻתַ֔נִי
(lehodautani)
mij bekendmaken
אַרְגְּוָנָ֣א
(argevana)
purper
תִלְבַּ֗שׁ
(tilbash)
word je gekleed in
וְהַֽמְנִיכָ֤א
(vehamnikha)
en een keten
דִֽי
(di)
van
דַהֲבָא֙
(dahava)
goud
עַֽל
(al)
om
צַוְּארָ֔ךְ
(tsaverakh)
je hals
וְתַלְתָּ֥א
(vetalta)
en als derde
בְמַלְכוּתָ֖א
(bemalkhuta)
in het koninkrijk
תִּשְׁלַֽט
(tishlat)
zul je heersen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het hier gebruikte beeld ‘knopen ontwarren’ is hetzelfde als in vers 12.
17Toen antwoordde Daniël en zei tegen de koning: „Uw geschenken mogen voor uzelf blijven, en geef uw beloningen aan een ander. Toch zal ik het geschrift voor de koning lezen en hem de uitleg bekendmaken.
בֵּאדַ֜יִן
(bedayin)
toen
עָנֵ֣ה
(ane)
antwoordde
דָנִיֵּ֗אל
(daniyel)
Daniël
וְאָמַר֙
(veamar)
en zei
קֳדָ֣ם
(qodam)
voor
מַלְכָּ֔א
(malka)
de koning
מַתְּנָתָךְ֙
(matenatakh)
uw geschenken
לָ֣ךְ
(lakh)
voor u
לֶֽהֶוְיָ֔ן
(lehevyan)
laat zijn
וּנְבָ֥זְבְּיָתָ֖ךְ
(unevazbeyatakh)
en uw beloningen
לְאָחֳרָ֣ן
(leachoran)
aan een ander
הַ֑ב
(hav)
geef
בְּרַ֗ם
(beram)
nochtans
כְּתָבָא֙
(ketava)
het geschrift
אֶקְרֵ֣א
(eqre)
zal ik lezen
לְמַלְכָּ֔א
(lemalka)
voor de koning
וּפִשְׁרָ֖א
(ufishra)
en de uitleg
אֲהוֹדְעִנֵּֽהּ
(ahodeineh)
zal ik hem bekendmaken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Daniël zegt ‘u’ tegen de koning.
Hij wijst de beloning af, maar zal de uitleg wel geven.
19Vanwege de grootheid die Hij hem gaf, beefden alle volken, naties en talen en vreesden zij voor zijn aangezicht. Wie hij wilde, doodde hij, en wie hij wilde, liet hij leven. Wie hij wilde, verhief hij, en wie hij wilde, vernederde hij.
וּמִן
(umin)
en vanwege
רְבוּתָא֙
(revuta)
de grootheid
דִּ֣י
(di)
die
יְהַב
(yehav)
Hij gaf
לֵ֔הּ
(leh)
aan hem
כֹּ֣ל
(kol)
alle
עַֽמְמַיָּ֗א
(ammaya)
volken
אֻמַיָּא֙
(umaya)
naties
וְלִשָּׁ֣נַיָּ֔א
(velishanaya)
en talen
הֲו֛וֹ
(havo)
waren
זָיְעִ֥ין
(zayein)
beven
וְדָחֲלִ֖ין
(vedachalin)
en vrezen
מִן
(min)
voor
קֳדָמ֑וֹהִי
(qodamohi)
zijn aangezicht
דִּֽי
(di)
wie
הֲוָ֨ה
(hava)
hij was
צָבֵ֜א
(tsave)
willend
הֲוָ֣א
(hava)
hij was
קָטֵ֗ל
(qatel)
doodde
וְדִֽי
(vedi)
en wie
הֲוָ֤ה
(hava)
hij was
צָבֵא֙
(tsave)
willend
הֲוָ֣ה
(hava)
hij was
מַחֵ֔א
(mache)
liet leven
וְדִֽי
(vedi)
en wie
הֲוָ֤ה
(hava)
hij was
צָבֵא֙
(tsave)
willend
הֲוָ֣ה
(hava)
hij was
מָרִ֔ים
(marim)
verhief
וְדִֽי
(vedi)
en wie
הֲוָ֥ה
(hava)
hij was
צָבֵ֖א
(tsave)
willend
הֲוָ֥ה
(hava)
hij was
מַשְׁפִּֽיל
(mashpil)
vernederde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְחָא (mecha): het woord kan ‘slaan’ betekenen, maar staat hier tegenover ‘doden’; wij vertalen daarom ‘liet leven’.
De betekenis is niet helemaal zeker.
זָיְעִין (za’in), ‘beven’: zo reageerden de volken op de macht van Nebukadnezar.
20Maar toen zijn hart zich verhief en zijn geest zich verhardde tot overmoed, werd hij van de troon van zijn koningschap afgezet. Men nam zijn eer van hem weg.
וּכְדִי֙
(ukhedi)
en toen
רִ֣ם
(rim)
werd verheven
לִבְבֵ֔הּ
(livveh)
zijn hart
וְרוּחֵ֖הּ
(verucheh)
en zijn geest
תִּֽקְפַ֣ת
(tiqfat)
werd hard
לַהֲזָדָ֑ה
(lahazada)
tot overmoed
הָנְחַת֙
(hanechat)
werd hij afgezet
מִן
(min)
van
כָּרְסֵ֣א
(karese)
de troon van
מַלְכוּתֵ֔הּ
(malkhuteh)
zijn koningschap
וִֽיקָרָ֖ה
(viqara)
en zijn eer
הֶעְדִּ֥יוּ
(hediu)
namen zij weg
מִנֵּֽהּ
(mineh)
van hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Hij werd uit het midden van de mensen verjaagd. Men maakte zijn hart gelijk aan dat van de dieren, en zijn woonplaats was bij de wilde ezels. Men liet hem gras eten als runderen, en zijn lichaam werd nat van de dauw van de hemel. Zo ging het, totdat hij erkende dat Elohim, de Hoogste, heerst over het koninkrijk van de mensen en erover aanstelt wie Hij wil.
וּמִן
(umin)
en uit
בְּנֵי֩
(benei)
de zonen van
אֲנָשָׁ֨א
(anasha)
mensen
טְרִ֜יד
(terid)
werd hij verjaagd
וְלִבְבֵ֣הּ
(velivveh)
en zijn hart
עִם
(im)
met
חֵיוְתָ֣א
(cheiveta)
de dieren
שַׁוִּ֗יְו
(shaviyv)
zij maakten gelijk
וְעִם
(veim)
en met
עֲרָֽדַיָּא֙
(aradaya)
de wilde ezels
מְדוֹרֵ֔הּ
(medoreh)
was zijn woonplaats
עִשְׂבָּ֤א
(isba)
gras
כְתוֹרִין֙
(ketorin)
als runderen
יְטַ֣עֲמוּנֵּ֔הּ
(yetaamuneh)
liet men hem eten
וּמִטַּ֥ל
(umital)
en van de dauw van
שְׁמַיָּ֖א
(shemaya)
de hemel
גִּשְׁמֵ֣הּ
(gishmeh)
zijn lichaam
יִצְטַבַּ֑ע
(yitstaba)
werd nat
עַ֣ד
(ad)
totdat
דִּֽי
(di)
dat
יְדַ֗ע
(yeda)
hij erkende
דִּֽי
(di)
dat
שַׁלִּ֞יט
(shalit)
heerst
אֱלָהָ֤א
(elaha)
Elohim
עִלָּאָה֙
(ilaa)
de Hoogste
בְּמַלְכ֣וּת
(bemalkhut)
over het koninkrijk van
אֲנָשָׁ֔א
(anasha)
mensen
וּלְמַן
(uleman)
en aan wie
דִּ֥י
(di)
dat
יִצְבֵּ֖ה
(yitsbe)
Hij wil
יְהָקֵ֥ים
(yehaqeim)
stelt Hij aan
עֲלַֽהּ
(alah)
erover
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֲרָדַיָּא (aradayya), ‘de wilde ezels’: dieren van de steppe.
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft שוי met een andere werkwoordsvorm; de voorgelezen tekst (qere) heeft שַׁוִּיְו (shavviyu), ‘zij maakten gelijk’, dat wil zeggen: ‘men maakte gelijk’.
23U hebt zich verheven tegen de Heer van de hemel. De vaten van Zijn huis zijn voor u gebracht, en u, uw edelen, uw vrouwen en uw bijvrouwen hebben er wijn uit gedronken. U hebt de goden van zilver en goud, brons, ijzer, hout en steen geprezen, die niet zien, niet horen en niets weten. Maar Elohim, in wiens hand uw adem is en bij wie al uw wegen zijn, hebt u niet geëerd.
וְעַ֣ל
(veal)
en tegen
מָרֵֽא
(mare)
de Heer van
שְׁמַיָּ֣א
(shemaya)
de hemel
הִתְרוֹמַ֡מְתָּ
(hitromamta)
hebt u zich verheven
וּלְמָֽאנַיָּ֨א
(ulemanaya)
en de vaten van
דִֽי
(di)
dat
בַיְתֵ֜הּ
(bayteh)
Zijn huis
הַיְתִ֣יו
(haytiv)
zijn gebracht
קָֽדָמָ֗ךְ
(qadamakh)
voor u
וְאַ֨נְתְּ
(veant)
en u
וְרַבְרְבָנָ֜ךְ
(veravrevanakh)
en uw edelen
שֵֽׁגְלָתָ֣ךְ
(shegelatakh)
uw vrouwen
וּלְחֵנָתָךְ֮
(ulechenatakh)
en uw bijvrouwen
חַמְרָא֮
(chamra)
wijn
שָׁתַ֣יִן
(shatayin)
drinkend
בְּהוֹן֒
(behon)
daaruit
וְלֵֽאלָהֵ֣י
(velelahei)
en de goden van
כַסְפָּֽא
(kaspa)
zilver
וְ֠דַהֲבָא
(vedahava)
en goud
נְחָשָׁ֨א
(nechasha)
brons
פַרְזְלָ֜א
(parzela)
ijzer
אָעָ֣א
(aa)
hout
וְאַבְנָ֗א
(veavna)
en steen
דִּ֠י
(di)
die
לָֽא
(la)
niet
חָזַ֧יִן
(chazayin)
zien
וְלָא
(vela)
en niet
שָׁמְעִ֛ין
(shamein)
horen
וְלָ֥א
(vela)
en niet
יָדְעִ֖ין
(yadein)
weten
שַׁבַּ֑חְתָּ
(shabachta)
hebt u geprezen
וְלֵֽאלָהָ֞א
(velelaha)
en Elohim
דִּֽי
(di)
in wiens
נִשְׁמְתָ֥ךְ
(nishmetakh)
uw adem
בִּידֵ֛הּ
(bideh)
in Zijn hand
וְכָל
(vekhal)
en alle
אֹרְחָתָ֥ךְ
(orechatakh)
uw wegen
לֵ֖הּ
(leh)
bij Hem
לָ֥א
(la)
niet
הַדַּֽרְתָּ
(hadarta)
hebt u geëerd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מָרֵא שְׁמַיָּא (mare shemayya), ‘de Heer van de hemel’: een titel van Elohim; ‘hemel’ staat voor Elohim.
נִשְׁמְתָךְ בִּידֵהּ (nishmatakh bideh), ‘uw adem in Zijn hand’: uw leven hangt van Hem af.
25Dit is het geschrift dat is opgetekend: ‘Mene, mene, tekel en parsin.’
וּדְנָ֥ה
(udena)
en dit
כְתָבָ֖א
(ketava)
het geschrift
דִּ֣י
(di)
dat
רְשִׁ֑ים
(reshim)
is opgetekend
מְנֵ֥א
(mene)
Mene
מְנֵ֖א
(mene)
Mene
תְּקֵ֥ל
(teqel)
Tekel
וּפַרְסִֽין
(ufarsin)
en Parsin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְנֵא מְנֵא תְּקֵל וּפַרְסִין (mene mene teqel ufarsin): drie woorden.
מְנֵא (mene) komt van het werkwoord ‘tellen’; תְּקֵל (teqel) van ‘wegen’ (het is ook een gewicht, vergelijk ‘sikkel’); פְּרֵס (peres) van ‘verdelen’ en sluit aan bij ‘Perzen’ (פָּרָס, Paras).
In de tekst staat ‘parsin’ (meervoud) met het voegwoord ‘en’; in vers 28 staat ‘peres’.
De woorden zijn gewone Aramese woorden. De tekst zegt niet waarom de wijzen ze niet konden lezen of uitleggen (vers 8).
29Toen gaf Belsazar bevel, en men kleedde Daniël in purper, met een gouden keten om zijn hals. Men maakte over hem bekend dat hij als derde zou heersen in het koninkrijk.
בֵּאדַ֣יִן
(bedayin)
toen
אֲמַ֣ר
(amar)
gaf bevel
בֵּלְשַׁאצַּ֗ר
(beleshatsar)
Belsazar
וְהַלְבִּ֤ישׁוּ
(vehalbishu)
en zij kleedden
לְדָֽנִיֵּאל֙
(ledaniyel)
Daniël
אַרְגְּוָנָ֔א
(argevana)
in purper
וְהַֽמְנִיכָ֥א
(vehamnikha)
en een keten
דִֽי
(di)
van
דַהֲבָ֖א
(dahava)
goud
עַֽל
(al)
om
צַוְּארֵ֑הּ
(tsavereh)
zijn hals
וְהַכְרִ֣זֽוּ
(vehakhrizu)
en zij maakten bekend
עֲל֔וֹהִי
(alohi)
over hem
דִּֽי
(di)
dat
לֶהֱוֵ֥א
(leheve)
hij zou zijn
שַׁלִּ֛יט
(shalit)
heerser
תַּלְתָּ֖א
(talta)
als derde
בְּמַלְכוּתָֽא
(bemalkhuta)
in het koninkrijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Zie vers 7 voor de beloning: purper, de gouden keten en de derde plaats.