Elohim Bijbel

1 Johannes 5

12345

Geloof, overwinning en getuigenis; eeuwig leven

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Geloof overwint de wereld

1Ieder die gelooft dat Yeshua de Messias is, is uit Elohim verwekt. En ieder die de Verwekker liefheeft, heeft ook lief wie uit Hem verwekt is.
Πᾶς
(Pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
ὅτι
(hoti)
dat
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
χριστὸς
(christos)
Messias
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
γεγέννηται
(gegennetai)
verwekt is
καὶ
(kai)
en
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
τὸν
(ton)
de
γεννήσαντα
(gennesanta)
Verwekker
ἀγαπᾷ
(agapa)
liefheeft
καὶ
(kai)
ook
τὸν
(ton)
de
γεγεννημένον
(gegennemenon)
verwekte
ἐξ
(ex)
uit
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

γεγέννηται (gegennetai), ‘is verwekt’: zie 2:29. ὁ γεννήσας (ho gennesas), ‘de Verwekker’: Elohim, de Vader; het deelwoord is letterlijk ‘hij die verwekt heeft’. ὁ γεγεννημένος ἐξ αὐτοῦ (ho gegennemenos ex autou), ‘wie uit Hem verwekt is’: de gelovige.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘ook’ (καί); wij volgen de SBLGNT.

2Hieraan weten wij dat wij de kinderen van Elohim liefhebben: wanneer wij Elohim liefhebben en Zijn geboden doen.
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
γινώσκομεν
(ginoskomen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἀγαπῶμεν
(agapomen)
wij liefhebben
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὅταν
(hotan)
wanneer
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἀγαπῶμεν
(agapomen)
wij liefhebben
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
ἐντολὰς
(entolas)
geboden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ποιῶμεν
(poiomen)
wij doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier ποιέω (poieo), ‘doen’, bij de geboden; elders in de brief τηρέω (tereo), ‘onderhouden’ (2:3; 3:22; 5:3).

Wij houden beide weergaven.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘doen’ (ποιῶμεν); wij volgen de SBLGNT.

3Want dit is de liefde van Elohim: dat wij Zijn geboden onderhouden. En Zijn geboden zijn niet zwaar,
αὕτη
(haute)
dit
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἵνα
(hina)
opdat
τὰς
(tas)
de
ἐντολὰς
(entolas)
geboden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τηρῶμεν
(teromen)
wij onderhouden
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
ἐντολαὶ
(entolai)
geboden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
βαρεῖαι
(bareiai)
zwaar
οὐκ
(ouk)
niet
εἰσίν
(eisin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡ ἀγάπη τοῦ θεοῦ (he agape tou theou), ‘de liefde van Elohim’: zie 2:5. βαρύς (barys), ‘zwaar’: Yeshua zegt in Matt. 11:30 dat Zijn last licht is.

Zie ook Matt. 11:30.

Zie ookMat 11:30
4want alles wat uit Elohim verwekt is, overwint de wereld. En dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.
ὅτι
(hoti)
omdat
πᾶν
(pan)
alles
τὸ
(to)
wat
γεγεννημένον
(gegennemenon)
verwekt is
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
νικᾷ
(nika)
overwint
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
καὶ
(kai)
en
αὕτη
(haute)
dit
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
νίκη
(nike)
overwinning
ἡ
(he)
die
νικήσασα
(nikesasa)
overwonnen heeft
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

νικάω (nikao), ‘overwinnen’, en νίκη (nike), ‘overwinning’: dit is het enige voorkomen van νίκη in de brief. πᾶν τὸ γεγεννημένον (pan to gegennemenon), ‘alles wat verwekt is’: het Grieks heeft hier onzijdig enkelvoud.

Vergelijk Joh. 16:33.

Zie ook Joh. 16:33.

Zie ookJoh 16:33
5Wie is het die de wereld overwint, behalve hij die gelooft dat Yeshua de Zoon van Elohim is?
τίς
(tis)
wie
δέ
(de)
echter
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
hij die
νικῶν
(nikon)
overwint
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
hij die
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
ὅτι
(hoti)
dat
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

De vraag brengt vers 1 en vers 4 samen: wie overwint de wereld?

Wie gelooft dat Yeshua de Zoon van Elohim is.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘echter is’ (δέ ἐστιν); wij volgen de SBLGNT.

Het getuigenis over de Zoon

6Dit is Hij die gekomen is door water en bloed: Yeshua de Messias. Niet in het water alleen, maar in het water en in het bloed. En de Geest is het die getuigt, omdat de Geest de waarheid is.
Οὗτός
(Houtos)
deze
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
hij die
ἐλθὼν
(elthon)
gekomen is
δι’
(di’)
door
ὕδατος
(hydatos)
water
καὶ
(kai)
en
αἵματος
(haimatos)
bloed
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Χριστός
(Christos)
de Messias
οὐκ
(ouk)
niet
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ὕδατι
(hydati)
water
μόνον
(monon)
alleen
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ὕδατι
(hydati)
water
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
αἵματι
(haimati)
bloed
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
πνεῦμά
(pneuma)
Geest
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
μαρτυροῦν
(martyroun)
getuigende
ὅτι
(hoti)
omdat
τὸ
(to)
de
πνεῦμά
(pneuma)
Geest
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
ἀλήθεια
(aletheia)
waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

δι’ ὕδατος καὶ αἵματος (di’ hydatos kai haimatos), ‘door water en bloed’: de tekst zegt niet waarnaar ‘water’ en ‘bloed’ verwijzen.

Vergelijk Joh. 19:34, waar bloed en water uit Yeshua’s zijde komen, en Joh. 3:5. ἐλθών (elthon), ‘gekomen’: zie 4:2.

Het Geest-getuigenis: vergelijk Joh. 15:26.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘in het bloed’ (ἐν); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 19:34; Joh. 3:5; Joh. 15:26.

7Want er zijn drie die getuigen:
ὅτι
(hoti)
omdat
τρεῖς
(treis)
drie
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
die
μαρτυροῦντες
(martyrountes)
getuigen
Bron: SBLGNT
8de Geest, het water en het bloed, en die drie stemmen overeen.
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
ὕδωρ
(hydor)
water
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
αἷμα
(haima)
bloed
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
τρεῖς
(treis)
drie
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
ἕν
(hen)
ene
εἰσιν
(eisin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰς τὸ ἕν εἰσιν (eis to hen eisin), ‘zijn tot het ene’: letterlijk ‘zijn naar het ene’; wij lezen de uitdrukking zo dat de drie getuigen op hetzelfde uitkomen, dus ‘overeenstemmen’.

De drie zijn de Geest, het water en het bloed (vers 6).

Zie ook1 Joh 5:6
9Als wij het getuigenis van mensen aannemen, is het getuigenis van Elohim groter. Want dit is het getuigenis van Elohim: dat Hij over Zijn Zoon getuigd heeft.
εἰ
(ei)
als
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
τῶν
(ton)
van de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
λαμβάνομεν
(lambanomen)
wij aannemen
ἡ
(he)
het
μαρτυρία
(martyria)
getuigenis
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μείζων
(meizon)
groter
ἐστίν
(estin)
is
ὅτι
(hoti)
omdat
αὕτη
(haute)
dit
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
μαρτυρία
(martyria)
getuigenis
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὅτι
(hoti)
dat
μεμαρτύρηκεν
(memartyreken)
Hij heeft getuigd
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

μαρτυρία (martyria), ‘getuigenis’.

Het getuigenis van twee of drie getuigen geldt als geldig; vergelijk Deut. 19:15 en Joh. 8:17–18. μεμαρτύρηκεν (memartyreken), ‘heeft getuigd’: een voltooide vorm.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Deut. 19:15; Joh. 8:17–18.

10Wie in de Zoon van Elohim gelooft, heeft het getuigenis in zichzelf. Wie Elohim niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft in het getuigenis dat Elohim over Zijn Zoon getuigd heeft.
ὁ
(ho)
wie
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἔχει
(echei)
heeft
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
ἐν
(en)
in
αὑτῷ
(hauto)
zichzelf
ὁ
(ho)
wie
μὴ
(me)
niet
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
ψεύστην
(pseusten)
leugenaar
πεποίηκεν
(pepoieken)
heeft gemaakt
αὐτόν
(auton)
Hem
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐ
(ou)
niet
πεπίστευκεν
(pepisteuken)
hij heeft geloofd
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
ἣν
(hen)
dat
μεμαρτύρηκεν
(memartyreken)
heeft getuigd
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν αὑτῷ (en hauto), ‘in zichzelf’: het getuigenis zit in de gelovige. ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’: zie 1:10. πιστεύω εἰς (pisteuo eis), ‘geloven in’, en πιστεύω τῷ θεῷ (pisteuo to theo), ‘Elohim geloven’: het Grieks gebruikt twee constructies.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘zichzelf’ (αὑτῷ); wij volgen de SBLGNT.

11En dit is het getuigenis: dat Elohim ons eeuwig leven gegeven heeft, en dit leven is in Zijn Zoon.
καὶ
(kai)
en
αὕτη
(haute)
dit
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
μαρτυρία
(martyria)
getuigenis
ὅτι
(hoti)
dat
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
ἔδωκεν
(edoken)
heeft gegeven
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἡμῖν
(hemin)
ons
καὶ
(kai)
en
αὕτη
(haute)
dit
ἡ
(he)
het
ζωὴ
(zoe)
leven
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
υἱῷ
(huio)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζωὴ αἰώνιος (zoe aionios), ‘eeuwig leven’: zie 2:25 en Joh. 3:15–16.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘Elohim ons’ (ὁ θεὸς ἡμῖν); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 3:15–16.

12Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van Elohim niet heeft, heeft het leven niet.
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
ἔχει
(echei)
heeft
τὴν
(ten)
het
ζωήν
(zoen)
leven
ὁ
(ho)
wie
μὴ
(me)
niet
ἔχων
(echon)
heeft
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τὴν
(ten)
het
ζωὴν
(zoen)
leven
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχει
(echei)
heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Het leven’ is hier het eeuwige leven uit vers 11.

Vergelijk Joh. 3:36.

Zie ook Joh. 3:36.

Eeuwig leven en gebed

13Dit heb ik jullie geschreven, zodat jullie weten dat jullie eeuwig leven hebben, jullie die geloven in de naam van de Zoon van Elohim.
Ταῦτα
(Tauta)
dit
ἔγραψα
(egrapsa)
ik heb geschreven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἵνα
(hina)
opdat
εἰδῆτε
(eidete)
jullie weten
ὅτι
(hoti)
dat
ζωὴν
(zoen)
leven
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
τοῖς
(tois)
aan wie
πιστεύουσιν
(pisteuousin)
geloven
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Joh. 20:31 aan het slot van het evangelie.

De brief schrijft aan wie al geloven, zodat zij weten dat zij eeuwig leven hebben.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘jullie’ (ὑμῖν), bij de woorden ‘jullie hebben eeuwig’ en bij de woorden ‘die geloven’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 20:31.

Zie ookJoh 20:31
14En dit is de vrijmoedigheid die wij bij Hem hebben: dat Hij naar ons luistert als wij iets vragen overeenkomstig Zijn wil.
καὶ
(kai)
en
αὕτη
(haute)
dit
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
παρρησία
(parresia)
vrijmoedigheid
ἣν
(hen)
die
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
πρὸς
(pros)
bij
αὐτόν
(auton)
Hem
ὅτι
(hoti)
dat
ἐάν
(ean)
als
τι
(ti)
iets
αἰτώμεθα
(aitometha)
wij vragen
κατὰ
(kata)
overeenkomstig
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀκούει
(akouei)
Hij luistert
ἡμῶν
(hemon)
naar ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: zie 2:28 en 3:21. κατὰ τὸ θέλημα αὐτοῦ (kata to thelema autou), ‘overeenkomstig Zijn wil’.

Vergelijk Joh. 14:13–14.

Zie ook Joh. 14:13–14.

15En als wij weten dat Hij naar ons luistert in alles wat wij vragen, dan weten wij dat wij de dingen hebben waarom wij Hem gevraagd hebben.
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
als
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἀκούει
(akouei)
Hij luistert
ἡμῶν
(hemon)
naar ons
ὃ
(ho)
wat
ἐὰν
(ean)
ook maar
αἰτώμεθα
(aitometha)
wij vragen
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
τὰ
(ta)
de
αἰτήματα
(aitemata)
gevraagde dingen
ἃ
(ha)
die
ᾐτήκαμεν
(etekamen)
wij hebben gevraagd
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἴτημα (aitema), ‘het gevraagde’: wat men gevraagd heeft. αἰτέω (aiteo), ‘vragen’, wordt in de verzen 14–16 steeds gebruikt voor het vragen aan Elohim.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘ook maar’ (ἐάν) en bij het voorzetsel ‘van’ (ἀπ’); wij volgen de SBLGNT.

16Als iemand zijn broer een zonde ziet doen die niet tot de dood is, zal hij vragen. En Hij zal hem leven geven: voor hen die niet tot de dood zondigen. Er is een zonde tot de dood. Over die zeg ik niet dat hij moet verzoeken.
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ἴδῃ
(ide)
ziet
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἁμαρτάνοντα
(hamartanonta)
zondigend
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
μὴ
(me)
niet
πρὸς
(pros)
tot
θάνατον
(thanaton)
dood
αἰτήσει
(aitesei)
hij zal vragen
καὶ
(kai)
en
δώσει
(dosei)
Hij zal geven
αὐτῷ
(auto)
hem
ζωήν
(zoen)
leven
τοῖς
(tois)
aan hen die
ἁμαρτάνουσιν
(hamartanousin)
zondigen
μὴ
(me)
niet
πρὸς
(pros)
tot
θάνατον
(thanaton)
dood
ἔστιν
(estin)
er is
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
πρὸς
(pros)
tot
θάνατον
(thanaton)
dood
οὐ
(ou)
niet
περὶ
(peri)
over
ἐκείνης
(ekeines)
die
λέγω
(lego)
zeg ik
ἵνα
(hina)
dat
ἐρωτήσῃ
(erotese)
hij verzoekt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁμαρτία πρὸς θάνατον (hamartia pros thanaton), ‘zonde tot de dood’: de tekst zegt niet welke zonde dit is.

Wij voegen geen uitleg toe.

‘Hij zal vragen, en Hij zal hem leven geven’: de eerste ‘hij’ is de bidder; het onderwerp van ‘zal geven’ staat niet in het Grieks, wij lezen Elohim. ἐρωτάω (erotao), ‘verzoeken’, aan het slot is een ander woord dan αἰτέω (aiteo), ‘vragen’, eerder in het vers.

17Alle onrecht is zonde, en er is zonde die niet tot de dood is.
πᾶσα
(pasa)
alle
ἀδικία
(adikia)
onrecht
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
ἐστίν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
ἔστιν
(estin)
er is
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
οὐ
(ou)
niet
πρὸς
(pros)
tot
θάνατον
(thanaton)
dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδικία (adikia), ‘onrecht’: zie 1:9.

‘Alle onrecht is zonde’; tegelijk is er zonde ‘die niet tot de dood is’.

Zie ook vers 16.

Zie ook1 Joh 5:16

Wij weten

18Wij weten dat ieder die uit Elohim verwekt is, niet zondigt. Maar Hij die uit Elohim verwekt is, bewaart hem, en de boze raakt hem niet aan.
Οἴδαμεν
(Oidamen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
γεγεννημένος
(gegennemenos)
verwekt is
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὐχ
(ouch)
niet
ἁμαρτάνει
(hamartanei)
zondigt
ἀλλ’
(all’)
maar
ὁ
(ho)
Hij die
γεννηθεὶς
(gennetheis)
verwekt is
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τηρεῖ
(terei)
bewaart
αὐτόν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πονηρὸς
(poneros)
boze
οὐχ
(ouch)
niet
ἅπτεται
(haptetai)
raakt aan
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἴδαμεν (oidamen), ‘wij weten’: dit staat in de verzen 18, 19 en 20. γεγεννημένος (gegennemenos), ‘verwekt’ (voltooide tijd), en γεννηθείς (gennetheis), ‘verwekt’ (aoristus): het tweede deelwoord kan de Zoon zijn, die de gelovige bewaart; het kan ook de gelovige zelf zijn.

Wij kiezen de Zoon en schrijven daarom ‘Hij’ met een hoofdletter.

Zie 3:9.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘hem’ (αὐτόν); wij volgen de SBLGNT.

19Wij weten dat wij uit Elohim zijn, en dat heel de wereld in de boze ligt.
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐσμεν
(esmen)
wij zijn
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
ὅλος
(holos)
heel
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πονηρῷ
(ponero)
boze
κεῖται
(keitai)
ligt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν τῷ πονηρῷ (en to ponero), ‘in de boze’: de vorm kan ‘in de boze’ (de duivel) of ‘in het kwaad’ zijn; wij kiezen ‘de boze’, zoals in 2:13 en 3:12. κεῖται (keitai), ‘ligt’: zich bevinden in.

20Wij weten ook dat de Zoon van Elohim gekomen is en ons inzicht gegeven heeft, zodat wij de Ware kennen. En wij zijn in de Ware, in Zijn Zoon, Yeshua de Messias. Deze is de ware Elohim en het eeuwige leven.
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
δὲ
(de)
ook
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἥκει
(hekei)
gekomen is
καὶ
(kai)
en
δέδωκεν
(dedoken)
heeft gegeven
ἡμῖν
(hemin)
ons
διάνοιαν
(dianoian)
inzicht
ἵνα
(hina)
opdat
γινώσκωμεν
(ginoskomen)
wij kennen
τὸν
(ton)
de
ἀληθινόν
(alethinon)
Ware
καὶ
(kai)
en
ἐσμὲν
(esmen)
wij zijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἀληθινῷ
(alethino)
Ware
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
υἱῷ
(huio)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
οὗτός
(houtos)
deze
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
ἀληθινὸς
(alethinos)
ware
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ζωὴ
(zoe)
leven
αἰώνιος
(aionios)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἥκει (heikei), ‘is gekomen’: het werkwoord ἥκω betekent ‘gekomen zijn’ en ‘aanwezig zijn’. διάνοια (dianoia), ‘inzicht’: het vermogen om te begrijpen. ὁ ἀληθινός (ho alethinos), ‘de Ware’: zie 2:8 en Joh. 17:3.

‘Deze’ (οὗτος) kan op de Zoon slaan of op de Vader (‘de Ware’); de tekst zegt het niet.

Wij laten beide open.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘wij kennen’ (γινώσκωμεν); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 17:3.

Zie ookJoh 17:3
21Kinderen, hoed jullie voor de afgoden.
Τεκνία
(Teknia)
kinderen
φυλάξατε
(phylaxate)
hoed
ἑαυτὰ
(heauta)
jullie
ἀπὸ
(apo)
voor
τῶν
(ton)
de
εἰδώλων
(eidolon)
afgoden
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἴδωλον (eidolon), ‘afgod’: een beeld van een god; φυλάσσω (fylasso), ‘zich hoeden’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘afgoden’ (εἰδώλων); wij volgen de SBLGNT.