Elohim Bijbel

1 Petrus 5

12345

Aan de ouderlingen en de jongeren; nederigheid en waakzaamheid; slot en groet

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aan de ouderlingen

1De ouderlingen onder jullie roep ik dus op, ik, hun medeouderling en getuige van het lijden van de Messias, en ook deelgenoot van de heerlijkheid die onthuld gaat worden:
Πρεσβυτέρους
(Presbyterous)
ouderlingen
οὖν
(oun)
dus
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
παρακαλῶ
(parakalo)
ik roep op
ὁ
(ho)
de
συμπρεσβύτερος
(sympresbyteros)
medeouderling
καὶ
(kai)
en
μάρτυς
(martys)
getuige
τῶν
(ton)
van de
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
παθημάτων
(pathematon)
lijden
ὁ
(ho)
de
καὶ
(kai)
ook
τῆς
(tes)
van de
μελλούσης
(mellouses)
op het punt staande
ἀποκαλύπτεσθαι
(apokalyptesthai)
onthuld te worden
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
κοινωνός
(koinonos)
deelgenoot
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρεσβύτερος (presbyteros), ‘ouderling’: iemand met een leidende taak in de gemeente; zo vertalen wij het ook in Hand. 14:23, Hand. 20:17 en Jak. 5:14.

Het woord betekent letterlijk ‘oudere’.

De schrijver noemt zich συμπρεσβύτερος (sympresbyteros), ‘medeouderling’. μάρτυς (martys), ‘getuige’: iemand die zelf iets heeft gezien, of iemand die erover getuigt; het Grieks laat dat open. κοινωνός (koinonos), ‘deelgenoot’.

Vergelijk 2 Joh. 1 en 3 Joh. 1, waar ‘de oudere’ schrijft.

Lezing

Bij ‘dus’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 14:23; Hand. 20:17; Jak. 5:14; 2 Joh. 1.

2hoed de kudde van Elohim die onder jullie is, en houd toezicht: niet onder dwang maar vrijwillig, naar Elohim, niet uit winstbejag maar gewillig,
ποιμάνατε
(poimanate)
hoed
τὸ
(to)
de
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ποίμνιον
(poimnion)
kudde
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐπισκοποῦντες
(episkopountes)
toezicht houdend
μὴ
(me)
niet
ἀναγκαστῶς
(anankastos)
onder dwang
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἑκουσίως
(hekousios)
vrijwillig
κατὰ
(kata)
naar
θεόν
(theon)
Elohim
μηδὲ
(mede)
ook niet
αἰσχροκερδῶς
(aischrokerdos)
uit winstbejag
ἀλλὰ
(alla)
maar
προθύμως
(prothymos)
gewillig
Bron: SBLGNT
Uitleg

ποιμαίνω (poimaino), ‘hoeden’: als een herder weiden en leiden; ποίμνιον (poimnion), ‘kudde’. ἐπισκοπέω (episkopeo), ‘toezicht houden’: dezelfde stam als ἐπίσκοπος in 2:25 en Hand. 20:28. αἰσχροκερδῶς (aischrokerdos), ‘uit winstbejag’: uit schandelijke zucht naar winst. κατὰ θεόν (kata theon), ‘naar Elohim’: zoals Elohim het wil.

Lezing

Bij ‘toezicht houdend’ en bij ‘naar Elohim’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 20:28; Joh. 21:16.

3niet als heersers over de toegewezen delen, maar als voorbeelden voor de kudde.
μηδ’
(med’)
ook niet
ὡς
(hos)
als
κατακυριεύοντες
(katakyrieuontes)
heersend
τῶν
(ton)
over de
κλήρων
(kleron)
toegewezen delen
ἀλλὰ
(alla)
maar
τύποι
(typoi)
voorbeelden
γινόμενοι
(ginomenoi)
geworden
τοῦ
(tou)
van de
ποιμνίου
(poimniou)
kudde
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατακυριεύω (katakyrieuo), ‘heersen over’: hetzelfde werkwoord als in Matt. 20:25, ‘de heersers overheersen’. κλῆρος (kleros), ‘toegewezen deel’: letterlijk ‘lot’, wat bij loting wordt toegekend.

Wat precies is toegewezen, zegt het Grieks niet; wij denken aan de gelovigen die aan de ouderlingen zijn toevertrouwd. τύπος (typos), ‘voorbeeld’.

Zie ook Matt. 20:25–26.

Zie ookMat 20:25
4En wanneer de Opperherder verschenen is, zullen jullie de onverwelkelijke kroon van de heerlijkheid ontvangen.
καὶ
(kai)
en
φανερωθέντος
(phanerothentos)
verschenen zijnd
τοῦ
(tou)
de
ἀρχιποίμενος
(archipoimenos)
Opperherder
κομιεῖσθε
(komieisthe)
jullie zullen ontvangen
τὸν
(ton)
de
ἀμαράντινον
(amarantinon)
onverwelkelijke
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
στέφανον
(stephanon)
kroon
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχιποίμην (archipoimen), ‘Opperherder’: een samenstelling van ‘herder’ en ‘eerste’; het woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier. φανερόω (faneroo), ‘verschijnen’: zichtbaar worden, zoals in 1:20. ἀμαράντινος (amarantinos), ‘onverwelkelijk’: van een bloem die niet verwelkt; vergelijk ἀμάραντος in 1:4. στέφανος (stefanos), ‘kroon’: de krans van een winnaar.

Zie ook Joh. 10:11.

Zie ookJoh 10:11

Aan de jongeren; nederigheid

5Op dezelfde manier, jongeren: onderschik jullie aan de ouderlingen. En allen: omgord jullie met nederigheid tegenover elkaar, want: „Elohim verzet Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.”
ὁμοίως
(homoios)
op dezelfde manier
νεώτεροι
(neoteroi)
jongeren
ὑποτάγητε
(hypotagete)
onderschik jullie
πρεσβυτέροις
(presbyterois)
aan ouderlingen
πάντες
(pantes)
allen
δὲ
(de)
maar
ἀλλήλοις
(allelois)
aan elkaar
τὴν
(ten)
de
ταπεινοφροσύνην
(tapeinophrosynen)
nederigheid
ἐγκομβώσασθε
(enkombosasthe)
omgord jullie
ὅτι
(hoti)
omdat
Ὁ
(Ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ὑπερηφάνοις
(hyperephanois)
aan hoogmoedigen
ἀντιτάσσεται
(antitassetai)
verzet Zich
ταπεινοῖς
(tapeinois)
aan nederigen
δὲ
(de)
maar
δίδωσιν
(didosin)
geeft
χάριν
(charin)
genade
Bron: SBLGNT
Uitleg

νεώτερος (neoteros), ‘jongere’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’: zoals in 2:13. ἐγκομβόομαι (egkomboomai), ‘zich omgorden’: afgeleid van κόμβος (kombos), ‘knoop’.

Het citaat is Spr. 3:34, dat ook in Jak. 4:6 staat.

Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Spotters bespot Hij zelf, maar aan de nederigen geeft Hij gunst.’

De Griekse tekst heeft: ‘Elohim verzet Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade’.

Elohim wordt in de derde persoon genoemd; het citaat staat dus zwart.

Lezing

Bij ‘tegenover elkaar’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Spr. 3:34; Jak. 4:6.

6Verneder jullie dus onder de krachtige hand van Elohim, zodat Hij jullie op het juiste moment verhoogt.
Ταπεινώθητε
(Tapeinothete)
verneder jullie
οὖν
(oun)
dus
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὴν
(ten)
de
κραταιὰν
(krataian)
krachtige
χεῖρα
(cheira)
hand
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἵνα
(hina)
opdat
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὑψώσῃ
(hypsose)
Hij verhoogt
ἐν
(en)
op
καιρῷ
(kairo)
juiste moment
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταπεινόω (tapeinoo), ‘vernederen’: zichzelf laag maken.

‘De krachtige hand van Elohim’ is een beeld voor Zijn macht. ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’. ἐν καιρῷ (en kairo), ‘op het juiste moment’: letterlijk ‘op tijd’.

Zie ook Jak. 4:10.

Zie ookJak 4:10
7Werp al jullie bezorgdheid op Hem, want Hij zorgt voor jullie.
πᾶσαν
(pasan)
alle
τὴν
(ten)
de
μέριμναν
(merimnan)
bezorgdheid
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἐπιρίψαντες
(epiripsantes)
werpend
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτόν
(auton)
Hem
ὅτι
(hoti)
omdat
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
μέλει
(melei)
het gaat aan
περὶ
(peri)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

μέριμνα (merimna), ‘bezorgdheid’; ἐπιρίπτω (epiripto), ‘werpen op’; vergelijk Ps. 55:23 (in de Nederlandse telling 55:22): ‘Werp je last op Yahweh, en Hij zal je ondersteunen.’ μέλει (melei), ‘het gaat Hem aan’: Hij geeft om jullie.

Zie ook Ps. 55:23; Matt. 6:25–34.

Waakzaamheid tegenover de duivel

8Wees nuchter, waak. Jullie tegenstander, de duivel, loopt rond als een brullende leeuw en zoekt wie hij kan verslinden.
νήψατε
(nepsate)
wees nuchter
γρηγορήσατε
(gregoresate)
waak
ὁ
(ho)
de
ἀντίδικος
(antidikos)
tegenstander
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
διάβολος
(diabolos)
duivel
ὡς
(hos)
als
λέων
(leon)
leeuw
ὠρυόμενος
(oryomenos)
brullend
περιπατεῖ
(peripatei)
loopt rond
ζητῶν
(zeton)
zoekend
τινα
(tina)
wie
καταπιεῖν
(katapiein)
te verslinden
Bron: SBLGNT
Uitleg

νήφω (nepho), ‘nuchter zijn’: zoals in 1:13 en 4:7. ἀντίδικος (antidikos), ‘tegenstander’: in een rechtszaak de tegenpartij; vergelijk Matt. 5:25. διάβολος (diabolos), ‘duivel’: het woord kan ook ‘lasteraar’ betekenen.

Het beeld van de leeuw doet denken aan Ps. 22:14: ‘Zij sperren hun mond tegen mij open, als een leeuw die verscheurt en brult.’ καταπίνω (katapino), ‘verslinden’: letterlijk ‘doorslikken’.

Lezing

Bij ‘wie’ (τινα) en bij ‘verslinden’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ps. 22:14; Jak. 4:7.

9Weersta hem, vast in het geloof, want jullie weten dat hetzelfde lijden zich voltrekt bij jullie broederschap in de wereld.
ᾧ
(ho)
wie
ἀντίστητε
(antistete)
weersta
στερεοὶ
(stereoi)
vast
τῇ
(te)
in het
πίστει
(pistei)
geloof
εἰδότες
(eidotes)
wetend
τὰ
(ta)
het
αὐτὰ
(auta)
hetzelfde
τῶν
(ton)
van het
παθημάτων
(pathematon)
lijden
τῇ
(te)
aan de
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἀδελφότητι
(adelphoteti)
broederschap
ἐπιτελεῖσθαι
(epiteleisthai)
zich te voltrekken
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνθίστημι (anthistemi), ‘weerstaan’: hetzelfde werkwoord als in Jak. 4:7. στερεός (stereos), ‘vast’. τῇ πίστει (te pistei), ‘in het geloof’: de datief kan ook ‘door het geloof’ betekenen. ἐπιτελέω (epiteleo), ‘voltrekken’: tot volbrenging komen. ἀδελφότης (adelfotes), ‘broederschap’: zie 2:17.

Lezing

Bij ‘aan de’ (τῷ) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jak. 4:7.

Zie ookJak 4:7
10De Elohim van alle genade heeft jullie in de Messias geroepen tot Zijn eeuwige heerlijkheid. Hij Zelf zal jullie, nadat jullie even hebben geleden, toerusten, bevestigen, versterken en grondvesten.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
πάσης
(pases)
van alle
χάριτος
(charitos)
genade
ὁ
(ho)
die
καλέσας
(kalesas)
heeft geroepen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
αἰώνιον
(aionion)
eeuwige
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
ὀλίγον
(oligon)
even
παθόντας
(pathontas)
geleden hebbend
αὐτὸς
(autos)
Hijzelf
καταρτίσει
(katartisei)
zal toerusten
στηρίξει
(sterixei)
zal bevestigen
σθενώσει
(sthenosei)
zal versterken
θεμελιώσει
(themeliosei)
zal grondvesten
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταρτίζω (katartizo), ‘toerusten’: in orde brengen, herstellen; hetzelfde werkwoord staat in Matt. 4:21 voor het herstellen van netten. στηρίζω (sterizo), ‘bevestigen’; σθενόω (sthenoo), ‘versterken’: een zeldzaam woord; θεμελιόω (themelioo), ‘grondvesten’: een fundament leggen.

Lezing

Bij ‘de Messias’, ‘zal toerusten’ en ‘zal grondvesten’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Matt. 4:21.

Zie ookMat 4:21
11Aan Hem komt de macht toe tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen.
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
τὸ
(to)
de
κράτος
(kratos)
macht
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
ἀμήν
(amen)
amen
Bron: SBLGNT
Uitleg

De lofprijs is korter dan in 4:11; er staat geen ‘heerlijkheid’, alleen ‘de macht’. κράτος (kratos), ‘macht’.

Lezing

Bij ‘Aan Hem’ en bij ‘van de eeuwen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Slot en groet

12Door Silvanus, voor jullie de trouwe broer – zo beschouw ik hem – heb ik jullie in weinig woorden geschreven. Ik schreef om jullie te bemoedigen en te getuigen dat dit de ware genade van Elohim is. Sta er vast in.
Διὰ
(Dia)
door
Σιλουανοῦ
(Silouanou)
Silvanus
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
τοῦ
(tou)
de
πιστοῦ
(pistou)
trouwe
ἀδελφοῦ
(adelphou)
broer
ὡς
(hos)
zoals
λογίζομαι
(logizomai)
ik meen
δι’
(di’)
door
ὀλίγων
(oligon)
weinige woorden
ἔγραψα
(egrapsa)
ik schreef
παρακαλῶν
(parakalon)
bemoedigend
καὶ
(kai)
en
ἐπιμαρτυρῶν
(epimartyron)
getuigend
ταύτην
(tauten)
dit
εἶναι
(einai)
te zijn
ἀληθῆ
(alethe)
ware
χάριν
(charin)
genade
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰς
(eis)
in
ἣν
(hen)
welke
στῆτε
(stete)
sta vast
Bron: SBLGNT
Uitleg

Σιλουανός (Silouanos), ‘Silvanus’: de naam komt ook voor in 2 Kor. 1:19 en 1 Tess. 1:1; in Hand. 15:22 staat Silas.

‘Door Silvanus … heb ik geschreven’: dat kan betekenen dat Silvanus de brief schreef of dat hij de brief bracht; het Grieks zegt het niet. δι’ ὀλίγων (di oligon), ‘in weinig woorden’. παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: ook ‘oproepen’, zoals in 2:11 en 5:1. ἐπιμαρτυρέω (epimartyreo), ‘getuigen’: erbij getuigen.

Lezing

Bij ‘sta vast’ (στῆτε) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 15:22; 2 Kor. 1:19; 1 Tess. 1:1.

13De medeuitverkorene in Babylon groet jullie, en Markus, mijn zoon.
ἀσπάζεται
(aspazetai)
groet
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἡ
(he)
de
ἐν
(en)
in
Βαβυλῶνι
(Babyloni)
Babylon
συνεκλεκτὴ
(syneklekte)
medeuitverkorene
καὶ
(kai)
en
Μᾶρκος
(Markos)
Markus
ὁ
(ho)
de
υἱός
(huios)
zoon
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Βαβυλών (Babylon), ‘Babylon’: de tekst zegt niet welke plaats bedoeld wordt, de stad aan de Eufraat of een andere plaats; wij kiezen niet. συνεκλεκτή (syneklekte), ‘medeuitverkorene’: een vrouwelijke vorm zonder zelfstandig naamwoord.

Het kan een vrouw zijn of een gemeente (het Grieks woord ἐκκλησία is vrouwelijk); het Grieks zegt het niet.

‘Markus, mijn zoon’: letterlijk of in geestelijke zin; de tekst laat het open.

Vergelijk Hand. 12:12, Kol. 4:10 en 2 Tim. 4:11.

Zie ook Hand. 12:12; Kol. 4:10; 2 Tim. 4:11.

14Groet elkaar met een kus van liefde. Vrede zij met jullie allen die in de Messias zijn.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἐν
(en)
met
φιλήματι
(philemati)
kus
ἀγάπης
(agapes)
van liefde
εἰρήνη
(eirene)
vrede
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
πᾶσιν
(pasin)
allen
τοῖς
(tois)
die
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

φίλημα ἀγάπης (filema agapes), ‘kus van liefde’: een groet bij het samenkomen, zoals in Rom. 16:16 en 1 Tess. 5:26 (‘heilige kus’). εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: vergelijk de Hebreeuwse groet shalom.

Lezing

Bij ‘Messias’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 16:16; 1 Kor. 16:20; 1 Tess. 5:26.