Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De goede boodschap die jullie ontvingen
1Ik maak jullie nu bekend, broers, de goede boodschap die ik jullie gebracht heb, die jullie ook hebben ontvangen en waarin jullie ook staan.
Γνωρίζω
(Gnorizo)
ik maak bekend
δὲ
(de)
nu
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
ὃ
(ho)
die
εὐηγγελισάμην
(euengelisamen)
ik heb gebracht
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὃ
(ho)
die
καὶ
(kai)
ook
παρελάβετε
(parelabete)
jullie hebben ontvangen
ἐν
(en)
waarin
ᾧ
(ho)
die
καὶ
(kai)
ook
ἑστήκατε
(hestekate)
jullie staan
Bron: SBLGNT
Uitleg
γνωρίζω (gnorizo), ‘bekendmaken’: Paulus herinnert hen aan wat zij al ontvingen. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’; εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. ἑστήκατε (hestekate), ‘jullie staan’: de voltooide tijd; jullie staan vast.
2Daardoor worden jullie ook gered, als jullie het woord vasthouden waarmee ik jullie de goede boodschap gebracht heb, tenzij jullie zomaar geloofd hebben.
δι’
(di’)
waardoor
οὗ
(hou)
welke
καὶ
(kai)
ook
σῴζεσθε
(sozesthe)
jullie worden gered
τίνι
(tini)
met welk
λόγῳ
(logo)
woord
εὐηγγελισάμην
(euengelisamen)
ik heb de goede boodschap gebracht
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
εἰ
(ei)
als
κατέχετε
(katechete)
jullie houden vast
ἐκτὸς
(ektos)
tenzij
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
εἰκῇ
(eike)
zomaar
ἐπιστεύσατε
(episteusate)
jullie hebben geloofd
Bron: SBLGNT
Uitleg
De Griekse woordvolgorde is moeilijk: ‘met welk woord ik jullie de goede boodschap gebracht heb’ hoort bij ‘vasthouden’. κατέχω (katecho), ‘vasthouden’. εἰκῇ (eike), ‘zomaar’: zonder grond, tevergeefs. σῴζω (sozo), ‘redden’: het Grieks heeft de tegenwoordige tijd, ‘worden gered’.
Wat ik heb doorgegeven
3Want ik heb jullie in de eerste plaats doorgegeven wat ik ook heb ontvangen: dat de Messias gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften,
Παρέδωκα
(Paredoka)
ik heb doorgegeven
γὰρ
(gar)
want
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἐν
(en)
in
πρώτοις
(protois)
de eerste plaats
ὃ
(ho)
wat
καὶ
(kai)
ook
παρέλαβον
(parelabon)
ik heb ontvangen
ὅτι
(hoti)
dat
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἀπέθανεν
(apethanen)
is gestorven
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῶν
(ton)
de
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
ἡμῶν
(hemon)
onze
κατὰ
(kata)
volgens
τὰς
(tas)
de
γραφάς
(graphas)
Schriften
Bron: SBLGNT
Uitleg
παραδίδωμι (paradidomi), ‘doorgeven’, en παραλαμβάνω (paralambano), ‘ontvangen’: de woorden voor het doorgeven van wat men zelf heeft ontvangen; zo ook in 11:23. ἐν πρώτοις (en protois), ‘in de eerste plaats’.
‘Volgens de Schriften’ (κατὰ τὰς γραφάς, kata tas graphas): het Grieks noemt geen bepaalde passage; ‘de Schriften’ zijn de heilige geschriften van Israël.
4en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgewekt op de derde dag, volgens de Schriften,
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
ἐτάφη
(etaphe)
is begraven
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγήγερται
(egegertai)
is opgewekt
τῇ
(te)
op de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τῇ
(te)
de
τρίτῃ
(trite)
derde
κατὰ
(kata)
volgens
τὰς
(tas)
de
γραφάς
(graphas)
Schriften
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐτάφη (etaphe), ‘werd begraven’. ἐγήγερται (egegertai), ‘is opgewekt’: de voltooide tijd; Hij is opgewekt en blijft opgewekt. ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’; de lijdende vorm ‘opgewekt worden’ noemt niemand die opwekt.
5en dat Hij verscheen aan Kefas, daarna aan de twaalf;
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
Κηφᾷ
(Kepha)
aan Kefas
εἶτα
(eita)
daarna
τοῖς
(tois)
aan de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
Bron: SBLGNT
Uitleg
Κηφᾶς (Kephas), ‘Kefas’: Aramees voor ‘rots’, dezelfde man als Petrus (Joh. 1:42; Gal. 1:18). ὤφθη (ophthe), ‘werd gezien, verscheen’: dezelfde vorm als in Luc. 24:34; zo ook in de verzen 6, 7 en 8.
‘De twaalf’ (οἱ δώδεκα): de naam van de kring van twaalf leerlingen.
6daarna verscheen Hij aan meer dan 500 broers tegelijk, van wie de meesten tot nu toe nog in leven zijn, maar sommigen zijn ontslapen;
ἔπειτα
(epeita)
daarna
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
ἐπάνω
(epano)
meer dan
πεντακοσίοις
(pentakosiois)
500
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
ἐφάπαξ
(ephapax)
tegelijk
ἐξ
(ex)
van
ὧν
(hon)
wie
οἱ
(hoi)
de
πλείονες
(pleiones)
meesten
μένουσιν
(menousin)
blijven
ἕως
(heos)
tot
ἄρτι
(arti)
nu
τινὲς
(tines)
sommigen
δὲ
(de)
maar
ἐκοιμήθησαν
(ekoimethesan)
zijn ontslapen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐφάπαξ (ephapax), ‘in één keer, tegelijk’. μένω (meno), ‘blijven’: hier ‘nog in leven zijn’. κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’: een beeld voor sterven; ook in de verzen 18, 20 en 51.
Het Grieks noemt geen plaats.
7daarna verscheen Hij aan Jakobus, daarna aan alle apostelen;
ἔπειτα
(epeita)
daarna
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
Ἰακώβῳ
(Iakobo)
aan Jakobus
εἶτα
(eita)
daarna
τοῖς
(tois)
aan de
ἀποστόλοις
(apostolois)
apostelen
πᾶσιν
(pasin)
alle
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἰάκωβος (Iakobos), ‘Jakobus’: het Grieks zegt niet welke Jakobus; zie Gal. 1:19.
‘Alle apostelen’ is een bredere groep dan ‘de twaalf’ in vers 5. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is.
10Maar door de genade van Elohim ben ik wat ik ben. Zijn genade voor mij is niet vergeefs geworden, maar ik heb meer gezwoegd dan zij allen. Niet ik, echter, maar de genade van Elohim, die met mij is.
χάριτι
(chariti)
door genade
δὲ
(de)
maar
θεοῦ
(theou)
van Elohim
εἰμι
(eimi)
ik ben
ὅ
(ho)
wat
εἰμι
(eimi)
ik ben
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἡ
(he)
die
εἰς
(eis)
voor
ἐμὲ
(eme)
mij
οὐ
(ou)
niet
κενὴ
(kene)
vergeefs
ἐγενήθη
(egenethe)
is geworden
ἀλλὰ
(alla)
maar
περισσότερον
(perissoteron)
meer
αὐτῶν
(auton)
dan zij
πάντων
(panton)
allen
ἐκοπίασα
(ekopiasa)
ik heb gezwoegd
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγὼ
(ego)
ik
δὲ
(de)
echter
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἡ
(he)
die
σὺν
(syn)
met
ἐμοί
(emoi)
mij
Bron: SBLGNT
Uitleg
χάρις (charis), ‘genade’. κενός (kenos), ‘vergeefs’: letterlijk ‘leeg’; wij houden ‘vergeefs’ in de verzen 10, 14 en 58. κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’. οὐκ ἐγὼ δέ (ouk ego de), ‘niet ik echter’: Paulus schrijft zijn werk toe aan de genade van Elohim.
11Of ik het dus ben of zij: zo verkondigen wij, en zo hebben jullie geloofd.
εἴτε
(eite)
of
οὖν
(oun)
dus
ἐγὼ
(ego)
ik
εἴτε
(eite)
of
ἐκεῖνοι
(ekeinoi)
zij
οὕτως
(houtos)
zo
κηρύσσομεν
(keryssomen)
wij verkondigen
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
ἐπιστεύσατε
(episteusate)
jullie hebben geloofd
Bron: SBLGNT
Uitleg
κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’. ἐκεῖνοι (ekeinoi), ‘zij’: de andere verkondigers, zoals de apostelen uit de verzen 5–7.
Als er geen opstanding van doden is
12Maar als van de Messias wordt verkondigd dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe zeggen sommigen onder jullie dan dat er geen opstanding van doden is?
Εἰ
(Ei)
als
δὲ
(de)
maar
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
κηρύσσεται
(keryssetai)
wordt verkondigd
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
ἐγήγερται
(egegertai)
is opgewekt
πῶς
(pos)
hoe
λέγουσιν
(legousin)
zeggen zij
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
τινες
(tines)
sommigen
ὅτι
(hoti)
dat
ἀνάστασις
(anastasis)
opstanding
νεκρῶν
(nekron)
van doden
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’; ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’: passief ‘opgewekt worden’, voltooid ἐγήγερται (egegertai), ‘is opgewekt’. ἐκ νεκρῶν (ek nekron), ‘uit de doden’. ἀνάστασις νεκρῶν (anastasis nekron), ‘opstanding van doden’: zonder lidwoord, de opstanding van doden in het algemeen.
Met dit vers begint de redenering ‘als … dan’ in de verzen 12–19.
15Dan blijken wij ook valse getuigen van Elohim te zijn, omdat wij tegen Elohim getuigd hebben dat Hij de Messias heeft opgewekt. Die heeft Hij niet opgewekt, als doden dan inderdaad niet worden opgewekt.
εὑρισκόμεθα
(heuriskometha)
wij worden bevonden
δὲ
(de)
en
καὶ
(kai)
ook
ψευδομάρτυρες
(pseudomartyres)
valse getuigen
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐμαρτυρήσαμεν
(emartyresamen)
wij hebben getuigd
κατὰ
(kata)
tegen
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὅτι
(hoti)
dat
ἤγειρεν
(egeiren)
Hij heeft opgewekt
τὸν
(ton)
de
Χριστόν
(Christon)
Messias
ὃν
(hon)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἤγειρεν
(egeiren)
Hij heeft opgewekt
εἴπερ
(eiper)
als tenminste
ἄρα
(ara)
dan
νεκροὶ
(nekroi)
doden
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγείρονται
(egeirontai)
worden opgewekt
Bron: SBLGNT
Uitleg
ψευδομάρτυς (pseudomartys), ‘valse getuige’. κατά (kata) met de tweede naamval: ‘tegen’; het kan ook ‘over’ betekenen. εἴπερ ἄρα (eiper ara), ‘als dan tenminste’.
De Griekse zin is lang; wij splitsen hem bij ‘die’.
16Want als doden niet worden opgewekt, is ook de Messias niet opgewekt.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
νεκροὶ
(nekroi)
doden
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγείρονται
(egeirontai)
worden opgewekt
οὐδὲ
(oude)
ook niet
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἐγήγερται
(egegertai)
is opgewekt
Bron: SBLGNT
17Maar als de Messias niet is opgewekt, is jullie geloof zinloos en zijn jullie nog in jullie zonden.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγήγερται
(egegertai)
is opgewekt
ματαία
(mataia)
zinloos
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἔτι
(eti)
nog
ἐστὲ
(este)
jullie zijn
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἁμαρτίαις
(hamartiais)
zonden
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
ματαία (mataia), ‘zinloos’: zonder doel of uitwerking.
Het woord is anders dan κενός (‘vergeefs’) in vers 14.
19Als wij alleen in dit leven op de Messias hebben gehoopt, zijn wij de meest beklagenswaardigen van alle mensen.
εἰ
(ei)
als
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
ζωῇ
(zoe)
leven
ταύτῃ
(taute)
dit
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
ἠλπικότες
(elpikotes)
die hebben gehoopt
ἐσμὲν
(esmen)
wij zijn
μόνον
(monon)
alleen
ἐλεεινότεροι
(eleeinoteroi)
meest beklagenswaardig
πάντων
(panton)
van alle
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἐσμέν
(esmen)
wij zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐλεεινός (eleeinos), ‘beklagenswaardig’: het Grieks heeft de vergrotende trap, ‘beklagenswaardiger dan alle mensen’.
Het Grieks heeft een lastige woordvolgorde: ‘als wij in dit leven in de Messias alleen gehoopt hebben’.
De Messias is de eersteling
20Maar nu is de Messias uit de doden opgewekt, de eersteling van hen die ontslapen zijn.
Νυνὶ
(Nyni)
nu
δὲ
(de)
maar
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἐγήγερται
(egegertai)
is opgewekt
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
ἀπαρχὴ
(aparche)
eersteling
τῶν
(ton)
van hen
κεκοιμημένων
(kekoimemenon)
die ontslapen zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: het eerste deel van de oogst, dat aan Elohim wordt gegeven, zoals Lev. 23:10; vergelijk vers 23. κεκοιμημένων (kekoimemenon), ‘die ontslapen zijn’: voltooid deelwoord van κοιμάομαι (vers 6).
23Maar ieder in zijn eigen rang: de eersteling, de Messias; daarna zij die van de Messias zijn, bij Zijn komst.
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἰδίῳ
(idio)
eigen
τάγματι
(tagmati)
rang
ἀπαρχὴ
(aparche)
eersteling
Χριστός
(Christos)
de Messias
ἔπειτα
(epeita)
daarna
οἱ
(hoi)
zij die
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
παρουσίᾳ
(parousia)
komst
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
τάγμα (tagma), ‘rang’: een woord voor een afdeling of rang, ook voor een militaire afdeling. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’; wij houden in deze brief ‘komst’.
24Daarna het einde, wanneer Hij het koninkrijk overgeeft aan Elohim, de Vader, wanneer Hij elke heerschappij en elk gezag en elke macht buiten werking heeft gesteld.
εἶτα
(eita)
daarna
τὸ
(to)
het
τέλος
(telos)
einde
ὅταν
(hotan)
wanneer
παραδιδῷ
(paradido)
Hij geeft over
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πατρί
(patri)
Vader
ὅταν
(hotan)
wanneer
καταργήσῃ
(katargese)
Hij buiten werking heeft gesteld
πᾶσαν
(pasan)
elke
ἀρχὴν
(archen)
heerschappij
καὶ
(kai)
en
πᾶσαν
(pasan)
elk
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
καὶ
(kai)
en
δύναμιν
(dynamin)
macht
Bron: SBLGNT
Uitleg
τέλος (telos), ‘einde’: ook ‘doel, voltooiing’. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’. θεῷ καὶ πατρί (theo kai patri), letterlijk ‘aan Elohim en Vader’ met één lidwoord; wij vertalen ‘aan Elohim, de Vader’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in 13:8. ἀρχή (arche), ‘heerschappij’, ἐξουσία (exousia), ‘gezag’, en δύναμις (dynamis), ‘macht’: een reeks namen voor machten; het Grieks zegt niet of het om geestelijke machten of om menselijke machthebbers gaat.
25Want Hij moet koning zijn totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft.
δεῖ
(dei)
het is nodig
γὰρ
(gar)
want
αὐτὸν
(auton)
Hij
βασιλεύειν
(basileuein)
koning te zijn
ἄχρι
(achri)
tot
οὗ
(hou)
dat
θῇ
(the)
Hij gelegd heeft
πάντας
(pantas)
alle
τοὺς
(tous)
de
ἐχθροὺς
(echthrous)
vijanden
ὑπὸ
(hypo)
onder
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
Toespeling op Ps. 110:1: ‘Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik je vijanden zet als voetbank voor je voeten.’
In Paulus’ zin wordt dit ‘totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft’. βασιλεύω (basileuo), ‘koning zijn, als koning heersen’.
26Als laatste vijand wordt de dood buiten werking gesteld.
ἔσχατος
(eschatos)
laatste
ἐχθρὸς
(echthros)
vijand
καταργεῖται
(katargeitai)
wordt buiten werking gesteld
ὁ
(ho)
de
θάνατος
(thanatos)
dood
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἔσχατος ἐχθρός (eschatos echthros), ‘laatste vijand’: de dood. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: het Grieks heeft de tegenwoordige tijd, ‘wordt buiten werking gesteld’.
27Want alles heeft Hij onder Zijn voeten onderworpen. Maar wanneer er gezegd wordt dat alles onderworpen is, is het duidelijk: met uitzondering van Hem die Hem alles heeft onderworpen.
πάντα
(panta)
alles
γὰρ
(gar)
want
ὑπέταξεν
(hypetaxen)
heeft onderworpen
ὑπὸ
(hypo)
onder
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
εἴπῃ
(eipe)
er gezegd wordt
ὅτι
(hoti)
dat
πάντα
(panta)
alles
ὑποτέτακται
(hypotetaktai)
onderworpen is
δῆλον
(delon)
duidelijk
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκτὸς
(ektos)
met uitzondering
τοῦ
(tou)
van
ὑποτάξαντος
(hypotaxantos)
Hem die onderwierp
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
Bron: SBLGNT
Uitleg
Citaat uit Ps. 8:7 (NL 8:6): ‘Alles hebt U onder zijn voeten gelegd.’
Het Grieks heeft ὑπέταξεν (hypetaxen), ‘onderworpen’; ὑποτάσσω (hypotasso) staat ook in 14:32 en 14:34.
Het Grieks heeft bij ‘wanneer er gezegd wordt’ (εἴπῃ) geen onderwerp; wij vertalen onpersoonlijk.
‘Hem die Hem alles heeft onderworpen’ is Elohim; ‘Hem’ is de Messias.
28Maar wanneer Hem alles onderworpen is, dan zal de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem die Hem alles heeft onderworpen, opdat Elohim alles in allen zij.
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
ὑποταγῇ
(hypotage)
onderworpen is
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
τότε
(tote)
dan
αὐτὸς
(autos)
Zelf
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
ὑποταγήσεται
(hypotagesetai)
zal Zich onderwerpen
τῷ
(to)
aan
ὑποτάξαντι
(hypotaxanti)
Hem die onderwierp
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
ἵνα
(hina)
opdat
ᾖ
(e)
zij
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
πάντα
(panta)
alles
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘De Zoon’ (ὁ υἱός): de Messias. πάντα ἐν πᾶσιν (panta en pasin), ‘alles in allen’: het Grieks zegt het kort; wij vertalen letterlijk.
De doop voor de doden en het gevaar
29Anders, wat zullen zij doen die gedoopt worden voor de doden? Als doden helemaal niet worden opgewekt, waarom worden zij dan ook voor hen gedoopt?
Ἐπεὶ
(Epei)
anders
τί
(ti)
wat
ποιήσουσιν
(poiesousin)
zullen zij doen
οἱ
(hoi)
de
βαπτιζόμενοι
(baptizomenoi)
die gedoopt worden
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῶν
(ton)
de
νεκρῶν
(nekron)
doden
εἰ
(ei)
als
ὅλως
(holos)
helemaal
νεκροὶ
(nekroi)
doden
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγείρονται
(egeirontai)
worden opgewekt
τί
(ti)
waarom
καὶ
(kai)
ook
βαπτίζονται
(baptizontai)
worden zij gedoopt
ὑπὲρ
(hyper)
voor
αὐτῶν
(auton)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg
βαπτίζομαι ὑπὲρ τῶν νεκρῶν (baptizomai hyper ton nekron), ‘gedoopt worden voor de doden’: het Grieks zegt niet wie zich laat dopen, wie ‘de doden’ zijn en wat ‘voor’ (ὑπέρ, hyper) hier betekent: ‘ten behoeve van’, ‘in plaats van’ of ‘met het oog op’.
Wij vertalen letterlijk en geven geen verklaring. ἐπεί (epei), ‘anders’. ὅλως (holos), ‘helemaal’.
30Waarom lopen ook wij elk uur gevaar?
τί
(ti)
waarom
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
κινδυνεύομεν
(kindyneuomen)
lopen gevaar
πᾶσαν
(pasan)
elk
ὥραν
(horan)
uur
Bron: SBLGNT
Uitleg
κινδυνεύω (kindyneuo), ‘gevaar lopen’.
31Elke dag sterf ik, bij jullie roem die ik heb in de Messias Yeshua, onze Heer.
καθ’
(kath’)
per
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἀποθνῄσκω
(apothnesko)
ik sterf
νὴ
(ne)
bij
τὴν
(ten)
de
ὑμετέραν
(hymeteran)
jullie
καύχησιν
(kauchesin)
roem
ἣν
(hen)
die
ἔχω
(echo)
ik heb
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τῷ
(to)
de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg
νή (ne), ‘bij’: een woord voor een plechtige verzekering of eed. καύχησις (kauchesis), ‘roem’.
‘Elke dag sterf ik’ is een beeld voor voortdurend levensgevaar; vergelijk vers 30.
32Als ik op menselijke wijze in Efeze met wilde dieren heb gevochten, wat baat het mij? Als doden niet worden opgewekt: „Laten we eten en drinken, want morgen sterven we.”
εἰ
(ei)
als
κατὰ
(kata)
op
ἄνθρωπον
(anthropon)
menselijke wijze
ἐθηριομάχησα
(etheriomachesa)
ik heb met wilde dieren gevochten
ἐν
(en)
in
Ἐφέσῳ
(Epheso)
Efeze
τί
(ti)
wat
μοι
(moi)
mij
τὸ
(to)
het
ὄφελος
(ophelos)
nut
εἰ
(ei)
als
νεκροὶ
(nekroi)
doden
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγείρονται
(egeirontai)
worden opgewekt
Φάγωμεν
(Phagomen)
laten we eten
καὶ
(kai)
en
πίωμεν
(piomen)
laten we drinken
αὔριον
(aurion)
morgen
γὰρ
(gar)
want
ἀποθνῄσκομεν
(apothneskomen)
sterven we
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.
Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.
Uitleg
θηριομαχέω (theriomacheo), ‘met wilde dieren vechten’: het kan een letterlijke strijd zijn of een beeld voor felle tegenstanders; het Grieks zegt het niet. κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘op menselijke wijze’: naar menselijke maat.
Efeze: zie ook 16:8.
Het citaat ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we’ komt uit Jes. 22:13; ons Hebreeuws heeft dezelfde woorden.
33Laat je niet misleiden: slechte omgang bederft goede gewoonten.
μὴ
(me)
niet
πλανᾶσθε
(planasthe)
laat je misleiden
φθείρουσιν
(phtheirousin)
bederven
ἤθη
(ethe)
gewoonten
χρηστὰ
(chresta)
goede
ὁμιλίαι
(homiliai)
omgang
κακαί
(kakai)
slechte
Bron: SBLGNT
Uitleg
Dit klinkt als een spreuk; het Grieks leidt het niet in als citaat. ἤθη (ethe), ‘gewoonten, zeden’. ὁμιλία (homilia), ‘omgang’. χρηστός (chrestos), ‘goed’.
34Word op de juiste wijze nuchter en zondig niet. Want sommigen hebben onkunde over Elohim. Tot jullie schande zeg ik het.
ἐκνήψατε
(eknepsate)
word nuchter
δικαίως
(dikaios)
op de juiste wijze
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ἁμαρτάνετε
(hamartanete)
zondig
ἀγνωσίαν
(agnosian)
onkunde
γὰρ
(gar)
want
θεοῦ
(theou)
van Elohim
τινες
(tines)
sommigen
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
πρὸς
(pros)
tot
ἐντροπὴν
(entropen)
schande
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
λαλῶ
(lalo)
ik zeg
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐκνήφω (eknepho), ‘nuchter worden’: wakker worden uit een roes. δικαίως (dikaios), ‘op de juiste wijze’. ἀγνωσία (agnosia), ‘onkunde’: geen kennis. ἐντροπή (entrope), ‘schande’.
Met wat voor lichaam komen zij?
35Maar iemand zal zeggen: „Hoe worden de doden opgewekt? Met wat voor lichaam komen zij?”
Ἀλλὰ
(Alla)
maar
ἐρεῖ
(erei)
zal zeggen
τις
(tis)
iemand
Πῶς
(Pos)
hoe
ἐγείρονται
(egeirontai)
worden opgewekt
οἱ
(hoi)
de
νεκροί
(nekroi)
doden
ποίῳ
(poio)
met wat voor
δὲ
(de)
en
σώματι
(somati)
lichaam
ἔρχονται
(erchontai)
komen zij
Bron: SBLGNT
Uitleg
σῶμα (soma), ‘lichaam’.
Met dit vers begint een antwoord op een vraag die iemand zou kunnen stellen; de aanhalingstekens markeren de vraag.
36Dwaas! Wat jij zaait, wordt niet levend gemaakt, tenzij het sterft.
ἄφρων
(aphron)
dwaas
σὺ
(sy)
jij
ὃ
(ho)
wat
σπείρεις
(speireis)
zaait
οὐ
(ou)
niet
ζῳοποιεῖται
(zoopoieitai)
wordt levend gemaakt
ἐὰν
(ean)
tenzij
μὴ
(me)
niet
ἀποθάνῃ
(apothane)
het sterft
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄφρων (aphron), ‘dwaas’: iemand zonder inzicht. ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’: zie vers 22.
37En wat je zaait, het lichaam dat zal worden zaai je niet, maar een naakte korrel, bijvoorbeeld van tarwe of van een van de overige.
καὶ
(kai)
en
ὃ
(ho)
wat
σπείρεις
(speireis)
je zaait
οὐ
(ou)
niet
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
τὸ
(to)
dat
γενησόμενον
(genesomenon)
zal worden
σπείρεις
(speireis)
je zaait
ἀλλὰ
(alla)
maar
γυμνὸν
(gymnon)
naakte
κόκκον
(kokkon)
korrel
εἰ
(ei)
als
τύχοι
(tychoi)
het zo uitkomt
σίτου
(sitou)
van tarwe
ἤ
(e)
of
τινος
(tinos)
van een
τῶν
(ton)
van de
λοιπῶν
(loipon)
overige
Bron: SBLGNT
Uitleg
κόκκος (kokkos), ‘korrel’. σῖτος (sitos), ‘tarwe, graan’. εἰ τύχοι (ei tychoi), ‘bijvoorbeeld’: letterlijk ‘als het zo treft’; zie 14:10.
38Maar Elohim geeft het een lichaam zoals Hij heeft gewild, en aan elk van de zaden een eigen lichaam.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
δίδωσιν
(didosin)
geeft
αὐτῷ
(auto)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
καθὼς
(kathos)
zoals
ἠθέλησεν
(ethelesen)
Hij heeft gewild
καὶ
(kai)
en
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan elk
τῶν
(ton)
van de
σπερμάτων
(spermaton)
zaden
ἴδιον
(idion)
eigen
σῶμα
(soma)
lichaam
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἠθέλησεν (ethelesen), ‘Hij heeft gewild’: het Grieks heeft de verleden tijd. σπέρμα (sperma), ‘zaad’.
39Niet al het vlees is hetzelfde vlees. Maar een ander is dat van mensen, een ander het vlees van vee, een ander het vlees van vogels en een ander dat van vissen.
οὐ
(ou)
niet
πᾶσα
(pasa)
al
σὰρξ
(sarx)
vlees
ἡ
(he)
het
αὐτὴ
(aute)
zelfde
σάρξ
(sarx)
vlees
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἄλλη
(alle)
ander
μὲν
(men)
enerzijds
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
ἄλλη
(alle)
ander
δὲ
(de)
anderzijds
σὰρξ
(sarx)
vlees
κτηνῶν
(ktenon)
van vee
ἄλλη
(alle)
ander
δὲ
(de)
anderzijds
σὰρξ
(sarx)
vlees
πτηνῶν
(ptenon)
van vogels
ἄλλη
(alle)
ander
δὲ
(de)
anderzijds
ἰχθύων
(ichthyon)
van vissen
Bron: SBLGNT
Uitleg
σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier het vlees van levende wezens; elders, zoals in Gal. 5:13, ook de zwakke menselijke natuur.
41Een andere heerlijkheid heeft de zon, een andere heerlijkheid de maan en een andere heerlijkheid de sterren. Want de ene ster verschilt van de andere in heerlijkheid.
ἄλλη
(alle)
andere
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
ἡλίου
(heliou)
van de zon
καὶ
(kai)
en
ἄλλη
(alle)
andere
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
σελήνης
(selenes)
van de maan
καὶ
(kai)
en
ἄλλη
(alle)
andere
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
ἀστέρων
(asteron)
van de sterren
ἀστὴρ
(aster)
ster
γὰρ
(gar)
want
ἀστέρος
(asteros)
van ster
διαφέρει
(diapherei)
verschilt
ἐν
(en)
in
δόξῃ
(doxe)
heerlijkheid
Bron: SBLGNT
42Zo is ook de opstanding van de doden. Het wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid.
44Gezaaid wordt een natuurlijk lichaam, opgewekt wordt een geestelijk lichaam. Als er een natuurlijk lichaam is, is er ook een geestelijk.
σπείρεται
(speiretai)
wordt gezaaid
σῶμα
(soma)
lichaam
ψυχικόν
(psychikon)
natuurlijk
ἐγείρεται
(egeiretai)
wordt opgewekt
σῶμα
(soma)
lichaam
πνευματικόν
(pneumatikon)
geestelijk
Εἰ
(Ei)
als
ἔστιν
(estin)
er is
σῶμα
(soma)
lichaam
ψυχικόν
(psychikon)
natuurlijk
ἔστιν
(estin)
er is
καὶ
(kai)
ook
πνευματικόν
(pneumatikon)
geestelijk
Bron: SBLGNT
Uitleg
ψυχικός (psychikos), ‘natuurlijk’: van de ψυχή (psyche), ‘ziel, leven’; het lichaam van het gewone aardse leven, zoals in 2:14. πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: van de Geest afkomstig of door de Geest bepaald.
Het Grieks noemt ook het geestelijke een σῶμα (soma), ‘lichaam’.
De eerste en de laatste Adam
45Zo staat er ook geschreven: „De eerste mens, Adam, werd een levend wezen.” De laatste Adam werd een levendmakende geest.
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
γέγραπται
(gegraptai)
staat geschreven
Ἐγένετο
(Egeneto)
werd
ὁ
(ho)
de
πρῶτος
(protos)
eerste
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
Ἀδὰμ
(Adam)
Adam
εἰς
(eis)
tot
ψυχὴν
(psychen)
wezen
ζῶσαν
(zosan)
levend
ὁ
(ho)
de
ἔσχατος
(eschatos)
laatste
Ἀδὰμ
(Adam)
Adam
εἰς
(eis)
tot
πνεῦμα
(pneuma)
geest
ζῳοποιοῦν
(zoopoioun)
levendmakend
Bron: SBLGNT
Uitleg
Citaat uit Gen. 2:7.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Yahweh Elohim vormde de mens uit stof van de grond.
Hij blies in zijn neus de adem van leven, en de mens werd een levend wezen.’
In Paulus’ aanhaling staan ‘eerste’ en ‘Adam’ erbij. ψυχή (psyche), ‘ziel, levend wezen’: wij houden ‘levend wezen’ zoals in Gen. 2:7; het bijvoeglijk naamwoord ψυχικός in vers 44 komt van dit woord.
De tweede helft, ‘de laatste Adam … levendmakende geest’, is van Paulus zelf; het Grieks heeft daar geen werkwoord en wij vullen ‘werd’ aan. πνεῦμα ζῳοποιοῦν (pneuma zoopoioun), ‘levendmakende geest’: wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter; het Grieks zegt niet of de Geest van Elohim bedoeld is.
48Zoals degene is die van stof is, zo zijn ook zij die van stof zijn; en zoals de hemelse is, zo zijn ook de hemelsen.
οἷος
(hoios)
zoals
ὁ
(ho)
de
χοϊκός
(choikos)
van stof
τοιοῦτοι
(toioutoi)
zo
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
zij die
χοϊκοί
(choikoi)
van stof zijn
καὶ
(kai)
en
οἷος
(hoios)
zoals
ὁ
(ho)
de
ἐπουράνιος
(epouranios)
hemelse
τοιοῦτοι
(toioutoi)
zo
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἐπουράνιοι
(epouranioi)
hemelsen
Bron: SBLGNT
49En zoals wij het beeld van degene die van stof is, hebben gedragen, zullen wij ook het beeld van de hemelse dragen.
καὶ
(kai)
en
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐφορέσαμεν
(ephoresamen)
wij hebben gedragen
τὴν
(ten)
het
εἰκόνα
(eikona)
beeld
τοῦ
(tou)
van de
χοϊκοῦ
(choikou)
van stof
φορέσομεν
(phoresomen)
wij zullen dragen
καὶ
(kai)
ook
τὴν
(ten)
het
εἰκόνα
(eikona)
beeld
τοῦ
(tou)
van de
ἐπουρανίου
(epouraniou)
hemelse
Bron: SBLGNT
Uitleg
εἰκών (eikon), ‘beeld’: vergelijk Gen. 1:26–27, ‘naar het beeld van Elohim’.
Lezing
De SBLGNT markeert hier een lezing: sommige oude handschriften hebben in plaats van φορέσομεν (phoresomen), ‘wij zullen dragen’, een andere vorm van het werkwoord; wij volgen de SBLGNT.
50Dit zeg ik, broers: vlees en bloed kunnen het koninkrijk van Elohim niet erven, en de vergankelijkheid erft de onvergankelijkheid niet.
Τοῦτο
(Touto)
dit
δέ
(de)
maar
φημι
(phemi)
ik zeg
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ὅτι
(hoti)
dat
σὰρξ
(sarx)
vlees
καὶ
(kai)
en
αἷμα
(haima)
bloed
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
θεοῦ
(theou)
van Elohim
κληρονομῆσαι
(kleronomesai)
erven
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
οὐδὲ
(oude)
ook niet
ἡ
(he)
de
φθορὰ
(phthora)
vergankelijkheid
τὴν
(ten)
de
ἀφθαρσίαν
(aphtharsian)
onvergankelijkheid
κληρονομεῖ
(kleronomei)
erft
Bron: SBLGNT
Uitleg
σὰρξ καὶ αἷμα (sarx kai haima), ‘vlees en bloed’: een uitdrukking voor de sterfelijke mens. κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’. φθορά (phthora) en ἀφθαρσία (aphtharsia): zie vers 42.
52In een ondeelbaar moment, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Want er zal op de bazuin worden geblazen, en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt, en wij zullen veranderd worden.
ἐν
(en)
in
ἀτόμῳ
(atomo)
ondeelbaar moment
ἐν
(en)
in
ῥιπῇ
(rhipe)
wenk
ὀφθαλμοῦ
(ophthalmou)
van het oog
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
ἐσχάτῃ
(eschate)
laatste
σάλπιγγι
(salpingi)
bazuin
σαλπίσει
(salpisei)
er zal geblazen worden
γάρ
(gar)
want
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
νεκροὶ
(nekroi)
doden
ἐγερθήσονται
(egerthesontai)
zullen worden opgewekt
ἄφθαρτοι
(aphthartoi)
onvergankelijk
καὶ
(kai)
en
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἀλλαγησόμεθα
(allagesometha)
zullen veranderd worden
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄτομος (atomos), ‘ondeelbaar’: wat niet verder te delen is; het Grieks heeft alleen ‘in een ondeelbare’, wij vullen ‘moment’ aan. ῥιπή (ripe), ‘wenk, slag’: ῥιπὴ ὀφθαλμοῦ is een oogwenk. σάλπιγξ (salpinx), ‘bazuin’: zoals Matt. 24:31. σαλπίζω (salpizo), ‘op de bazuin blazen’: het Grieks heeft geen onderwerp, daarom ‘er zal worden geblazen’.
53Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
δεῖ
(dei)
het is nodig
γὰρ
(gar)
want
τὸ
(to)
het
φθαρτὸν
(phtharton)
vergankelijke
τοῦτο
(touto)
dit
ἐνδύσασθαι
(endysasthai)
aandoen
ἀφθαρσίαν
(aphtharsian)
onvergankelijkheid
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
θνητὸν
(thneton)
sterfelijke
τοῦτο
(touto)
dit
ἐνδύσασθαι
(endysasthai)
aandoen
ἀθανασίαν
(athanasian)
onsterfelijkheid
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐνδύω (endyo), ‘aandoen’: een kleed aantrekken; een beeld voor bekleed worden met onvergankelijkheid. θνητός (thnetos), ‘sterfelijk’. ἀθανασία (athanasia), ‘onsterfelijkheid’.
54Wanneer dit vergankelijke onvergankelijkheid heeft aangedaan en dit sterfelijke onsterfelijkheid heeft aangedaan, dan zal het geschreven woord werkelijkheid worden: „De dood is verslonden in overwinning.”
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
τὸ
(to)
het
φθαρτὸν
(phtharton)
vergankelijke
τοῦτο
(touto)
dit
ἐνδύσηται
(endysetai)
heeft aangedaan
ἀφθαρσίαν
(aphtharsian)
onvergankelijkheid
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
θνητὸν
(thneton)
sterfelijke
τοῦτο
(touto)
dit
ἐνδύσηται
(endysetai)
heeft aangedaan
ἀθανασίαν
(athanasian)
onsterfelijkheid
τότε
(tote)
dan
γενήσεται
(genesetai)
zal worden
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
ὁ
(ho)
het
γεγραμμένος
(gegrammenos)
geschreven
Κατεπόθη
(Katepothe)
is verslonden
ὁ
(ho)
de
θάνατος
(thanatos)
dood
εἰς
(eis)
in
νῖκος
(nikos)
overwinning
Bron: SBLGNT
Uitleg
Citaat uit Jes. 25:8.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Hij zal de dood voor altijd verslinden.’
De Griekse tekst heeft: ‘De dood is verslonden in overwinning’ (εἰς νῖκος, eis nikos): een andere vorm en een ander slot. κατεπόθη (katepothe), ‘is verslonden’. γενήσεται ὁ λόγος (genesetai ho logos), letterlijk ‘het woord zal worden’: het geschreven woord wordt werkelijkheid.
55„Waar is je overwinning, dood? Waar is je angel, dood?”
ποῦ
(pou)
waar
σου
(sou)
je
θάνατε
(thanate)
dood
τὸ
(to)
de
νῖκος
(nikos)
overwinning
ποῦ
(pou)
waar
σου
(sou)
je
θάνατε
(thanate)
dood
τὸ
(to)
de
κέντρον
(kentron)
angel
Bron: SBLGNT
Uitleg
Naar Hos. 13:14.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Waar zijn je plagen, dood?
Waar is je verderf, Sjeol?’
De Griekse tekst heeft ‘overwinning’ (νῖκος, nikos) en ‘angel’ (κέντρον, kentron), en herhaalt ‘dood’ in plaats van ‘Sjeol’. κέντρον (kentron), ‘angel’: de angel van een insect, ook een prikstok.
58Daarom, mijn geliefde broers, wees standvastig en onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heer. Jullie weten immers dat jullie moeite in de Heer niet vergeefs is.
Ὥστε
(Hoste)
dus
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μου
(mou)
mijn
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefde
ἑδραῖοι
(hedraioi)
standvastig
γίνεσθε
(ginesthe)
wees
ἀμετακίνητοι
(ametakinetoi)
onwankelbaar
περισσεύοντες
(perisseuontes)
overvloedig zijnd
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ἔργῳ
(ergo)
werk
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
πάντοτε
(pantote)
altijd
εἰδότες
(eidotes)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
κόπος
(kopos)
moeite
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
κενὸς
(kenos)
vergeefs
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἑδραῖος (hedraios), ‘standvastig’: letterlijk ‘zittend, stevig gezeten’. ἀμετακίνητος (ametakinetos), ‘onwankelbaar’: niet te verplaatsen. περισσεύω (perisseuo), ‘overvloedig zijn’. κόπος (kopos), ‘moeite’: het zelfstandig naamwoord bij κοπιάω (vers 10). κενός (kenos), ‘vergeefs’: zie vers 10.