Elohim Bijbel

2 Petrus 2

123

Valse leraars en het oordeel van Elohim

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Valse leraars

1Maar er zijn ook valse profeten onder het volk opgetreden, zoals er ook onder jullie valse leraars zullen zijn. Zij zullen stiekem richtingen van verderf binnenbrengen en de Heerser verloochenen die hen gekocht heeft, en brengen zo een snel verderf over zichzelf.
Ἐγένοντο
(Egenonto)
zijn opgetreden
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ψευδοπροφῆται
(pseudoprophetai)
valse profeten
ἐν
(en)
onder
τῷ
(to)
het
λαῷ
(lao)
volk
ὡς
(hos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
ψευδοδιδάσκαλοι
(pseudodidaskaloi)
valse leraars
οἵτινες
(hoitines)
die
παρεισάξουσιν
(pareisaxousin)
stiekem zullen binnenbrengen
αἱρέσεις
(haireseis)
richtingen
ἀπωλείας
(apoleias)
van verderf
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
ἀγοράσαντα
(agorasanta)
gekocht hebbende
αὐτοὺς
(autous)
hen
δεσπότην
(despoten)
Heerser
ἀρνούμενοι
(arnoumenoi)
verloochenend
ἐπάγοντες
(epagontes)
brengend
ἑαυτοῖς
(heautois)
over zichzelf
ταχινὴν
(tachinen)
snel
ἀπώλειαν
(apoleian)
verderf
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψευδοπροφήτης (pseudoprofetes), ‘valse profeet’; ψευδοδιδάσκαλος (pseudodidaskalos), ‘valse leraar’: dit woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier. αἵρεσις (hairesis), ‘richting’: zo vertalen wij het ook in Handelingen; ‘richtingen van verderf’ zijn richtingen die tot verderf leiden. παρεισάγω (pareisago), ‘stiekem binnenbrengen’: ongemerkt naar binnen halen. δεσπότης (despotes), ‘Heerser’: iemand met volledig gezag; Judas 4 heeft hetzelfde woord. ἀγοράζω (agorazo), ‘kopen’: het Grieks zegt niet uitdrukkelijk wie ‘de Heerser die hen gekocht heeft’ is.

Vergelijk Deut. 32:6, ‘Is Hij niet je vader, die je verworven heeft?’, en 1 Kor. 6:20. ἀπώλεια (apoleia), ‘verderf’: ook in vers 3.

Zie ook Deut. 32:6; 1 Kor. 6:20; Jud. 4.

2Velen zullen hun losbandigheden volgen, en om hen zal de weg van de waarheid gelasterd worden.
καὶ
(kai)
en
πολλοὶ
(polloi)
velen
ἐξακολουθήσουσιν
(exakolouthesousin)
zullen volgen
αὐτῶν
(auton)
hun
ταῖς
(tais)
de
ἀσελγείαις
(aselgeiais)
losbandigheden
δι’
(di’)
om
οὓς
(hous)
wie
ἡ
(he)
de
ὁδὸς
(hodos)
weg
τῆς
(tes)
van de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
βλασφημηθήσεται
(blasphemethesetai)
zal gelasterd worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’: ook in vers 7 en 18 en in Jud. 4. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’ (passief: ‘gelasterd worden’); ook in vers 10, 11 en 12.

‘De weg van de waarheid’ is de weg van het geloof; vergelijk ‘de weg van de gerechtigheid’ in vers 21.

Zie ook Jud. 4.

3En uit hebzucht zullen zij jullie met verzonnen woorden uitbuiten. Het oordeel over hen is al van oudsher niet werkeloos, en hun verderf sluimert niet.
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
πλεονεξίᾳ
(pleonexia)
hebzucht
πλαστοῖς
(plastois)
verzonnen
λόγοις
(logois)
woorden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐμπορεύσονται
(emporeusontai)
zullen uitbuiten
οἷς
(hois)
voor wie
τὸ
(to)
het
κρίμα
(krima)
oordeel
ἔκπαλαι
(ekpalai)
van oudsher
οὐκ
(ouk)
niet
ἀργεῖ
(argei)
werkeloos is
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
ἀπώλεια
(apoleia)
verderf
αὐτῶν
(auton)
hun
οὐ
(ou)
niet
νυστάζει
(nystazei)
sluimert
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’; πλαστός (plastos), ‘verzonnen’: gevormd, niet echt. ἐμπορεύομαι (emporeuomai), ‘uitbuiten’: letterlijk ‘handel drijven in’, zoals in Jak. 4:13. κρίμα (krima), ‘oordeel’: de uitspraak van de rechter; Judas 4 heeft hetzelfde woord. ἔκπαλαι (ekpalai), ‘van oudsher’. ἀργέω (argeo), ‘werkeloos zijn’; νυστάζω (nystazo), ‘sluimeren’.

Lezing

Bij ‘sluimert’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jud. 4.

Zie ookJak 4:13

Voorbeelden van oordeel en redding

4Want als Elohim de engelen die gezondigd hadden niet gespaard heeft, maar hen in Tartarus heeft geworpen en aan ketenen van diepe duisternis heeft overgeleverd, om bewaard te worden voor het oordeel,
Εἰ
(Ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
ἁμαρτησάντων
(hamartesanton)
die gezondigd hadden
οὐκ
(ouk)
niet
ἐφείσατο
(epheisato)
spaarde
ἀλλὰ
(alla)
maar
σειραῖς
(seirais)
aan ketenen
ζόφου
(zophou)
van diepe duisternis
ταρταρώσας
(tartarosas)
in Tartarus geworpen hebbend
παρέδωκεν
(paredoken)
heeft overgeleverd
εἰς
(eis)
tot
κρίσιν
(krisin)
oordeel
τηρουμένους
(teroumenous)
bewaard wordend
Bron: SBLGNT
Uitleg

Verzen 4–9 vormen in het Grieks één zin: ‘Als Elohim … dan weet de Heer …’ (vers 9).

Wij hebben het ‘als’ in elk vers herhaald.

‘Engelen die gezondigd hadden’: het Grieks zegt niet welke zonde; vergelijk Jud. 6, Gen. 6:1–4, Henoch 10:11–12 en Henoch 21:10. ταρταρόω (tartaroo), ‘in Tartarus werpen’: het werkwoord komt van Τάρταρος (Tartaros), het Griekse woord voor de diepste plaats van de onderwereld.

Het staat in het Nieuwe Testament alleen hier. σειρά (seira), ‘keten’; ζόφος (zofos), ‘diepe duisternis’: ook in vers 17 en in Jud. 6 en 13. τηρέω (tereo), ‘bewaren’: ook in vers 9 en 17. κρίσις (krisis), ‘oordeel’.

Lezing

Bij ‘ketenen’ (σειραῖς) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jud. 6; 1 Petr. 3:19–20; Gen. 6:1–4; Henoch 10:11–12; Henoch 21:10.

5en als Hij de oude wereld niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker van gerechtigheid, als achtste bewaard heeft, toen Hij een zondvloed bracht over de wereld van goddelozen,
καὶ
(kai)
en
ἀρχαίου
(archaiou)
van de oude
κόσμου
(kosmou)
wereld
οὐκ
(ouk)
niet
ἐφείσατο
(epheisato)
spaarde
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὄγδοον
(ogdoon)
als achtste
Νῶε
(Noe)
Noach
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
van gerechtigheid
κήρυκα
(keryka)
prediker
ἐφύλαξεν
(ephylaxen)
bewaarde
κατακλυσμὸν
(kataklysmon)
zondvloed
κόσμῳ
(kosmo)
over de wereld
ἀσεβῶν
(asebon)
van goddelozen
ἐπάξας
(epaxas)
gebracht hebbend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχαῖος κόσμος (archaios kosmos), ‘de oude wereld’: de wereld van vóór de zondvloed. ὄγδοον Νῶε (ogdoon Noe), ‘Noach als achtste’: Noach met zeven anderen; zie 1 Petr. 3:20 en Gen. 7:7. δικαιοσύνης κῆρυξ (dikaiosynes keryx), ‘prediker van gerechtigheid’: Gen. 6:9 noemt Noach ‘een rechtvaardig man’; dat hij predikte zegt Genesis niet. κατακλυσμός (kataklysmos), ‘zondvloed’; ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’: ook in vers 6 en in Jud. 4 en 15.

Zie ook Gen. 6:9; Gen. 7:7; Gen. 7:17–23; 1 Petr. 3:20.

6en als Hij de steden Sodom en Gomorra tot as heeft gemaakt en tot verwoesting heeft veroordeeld, en ze heeft gesteld als voorbeeld van wat goddelozen later zal overkomen,
καὶ
(kai)
en
πόλεις
(poleis)
steden
Σοδόμων
(Sodomon)
van Sodom
καὶ
(kai)
en
Γομόρρας
(Gomorras)
Gomorra
τεφρώσας
(tephrosas)
tot as gemaakt hebbend
καταστροφῇ
(katastrophe)
tot verwoesting
κατέκρινεν
(katekrinen)
veroordeelde
ὑπόδειγμα
(hypodeigma)
voorbeeld
μελλόντων
(mellonton)
van wat komt
ἀσεβέσιν
(asebesin)
voor goddelozen
τεθεικώς
(tetheikos)
gesteld hebbend
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht.

Uitleg

τεφρόω (tefroo), ‘tot as maken’; καταστροφή (katastrofe), ‘verwoesting’: letterlijk ‘omkering’; vergelijk Gen. 19:25, ‘Hij keerde deze steden om’. ὑπόδειγμα (hypodeigma), ‘voorbeeld’: Judas 7 heeft hier δεῖγμα (deigma), ook ‘voorbeeld’.

‘Wat goddelozen later zal overkomen’: de gebeurtenis wordt een waarschuwend voorbeeld.

Lezing

Bij ‘verwoesting’ en bij ‘goddelozen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Gen. 19:24–25; Jud. 7.

7en als Hij de rechtvaardige Lot heeft gered, die gekweld werd door de levenswandel van de wetlozen in losbandigheid
καὶ
(kai)
en
δίκαιον
(dikaion)
rechtvaardige
Λὼτ
(Lot)
Lot
καταπονούμενον
(kataponoumenon)
gekweld wordend
ὑπὸ
(hypo)
door
τῆς
(tes)
de
τῶν
(ton)
van de
ἀθέσμων
(athesmon)
wetlozen
ἐν
(en)
in
ἀσελγείᾳ
(aselgeia)
losbandigheid
ἀναστροφῆς
(anastrophes)
levenswandel
ἐρρύσατο
(errysato)
heeft gered
Bron: SBLGNT
Uitleg

Lot wordt hier ‘rechtvaardig’ genoemd (δίκαιος, dikaios); Genesis noemt hem dat niet uitdrukkelijk. ἄθεσμος (athesmos), ‘wetloos’: wie zich aan geen vaste regel houdt; het is een ander woord dan ἄνομος (anomos), ‘wetteloos’ in vers 8. καταπονέω (kataponeo), ‘kwellen’; ἀναστροφή (anastrofe), ‘levenswandel’. ἐρρύσατο (errysato), ‘redde’: de redding van Lot staat in Gen. 19:15–16.

Zie ook Gen. 19:15–16.

8(want die rechtvaardige, die onder hen woonde, kwelde dag na dag door wat hij zag en hoorde zijn rechtvaardige ziel met wetteloze daden),
βλέμματι
(blemmati)
door aanblik
γὰρ
(gar)
want
καὶ
(kai)
en
ἀκοῇ
(akoe)
gehoor
ὁ
(ho)
de
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardige
ἐγκατοικῶν
(enkatoikon)
wonend
ἐν
(en)
onder
αὐτοῖς
(autois)
hen
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἐξ
(ex)
uit
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ψυχὴν
(psychen)
ziel
δικαίαν
(dikaian)
rechtvaardige
ἀνόμοις
(anomois)
met wetteloze
ἔργοις
(ergois)
daden
ἐβασάνιζεν
(ebasanizen)
kwelde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vers 8 staat tussen haakjes: het verklaart wat vers 7 over Lot zegt. βλέμμα (blemma), ‘aanblik’ en ἀκοή (akoe), ‘gehoor’: wat hij zag en hoorde. ἐγκατοικέω (egkatoikeo), ‘wonen onder’. βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’: ook ‘folteren’; ἄνομος (anomos), ‘wetteloos’.

Lezing

Bij ‘de rechtvaardige’ (ὁ) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook2 Petr 2:7
9dan weet de Heer vromen uit beproeving te redden en onrechtvaardigen te bewaren voor de dag van het oordeel, terwijl zij gestraft worden,
οἶδεν
(oiden)
weet
κύριος
(kyrios)
Heer
εὐσεβεῖς
(eusebeis)
vromen
ἐκ
(ek)
uit
πειρασμοῦ
(peirasmou)
beproeving
ῥύεσθαι
(rhyesthai)
te redden
ἀδίκους
(adikous)
onrechtvaardigen
δὲ
(de)
maar
εἰς
(eis)
tot
ἡμέραν
(hemeran)
dag
κρίσεως
(kriseos)
van oordeel
κολαζομένους
(kolazomenous)
gestraft wordend
τηρεῖν
(terein)
te bewaren
Bron: SBLGNT
Uitleg

Hier eindigt de zin van vers 4: ‘dan weet de Heer’.

Het Grieks zegt niet of ‘de Heer’ hier Elohim is (zoals in vers 4–8) of Yeshua (zoals in 1:2, 1:8). εὐσεβής (eusebes), ‘vroom’; πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: zie Jak. 1:2; ῥύομαι (ryomai), ‘redden’: zie vers 7; κολάζω (kolazo), ‘straffen’.

Het gedrag van de valse leraars

10en vooral hen die achter het vlees aan lopen in verontreinigende begeerte en de oppermacht verachten. Driest en eigenzinnig als zij zijn, beven zij er niet voor heerlijkheden te lasteren,
μάλιστα
(malista)
vooral
δὲ
(de)
maar
τοὺς
(tous)
hen die
ὀπίσω
(opiso)
achter
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
ἐν
(en)
in
ἐπιθυμίᾳ
(epithymia)
begeerte
μιασμοῦ
(miasmou)
van verontreiniging
πορευομένους
(poreuomenous)
lopen
καὶ
(kai)
en
κυριότητος
(kyriotetos)
oppermacht
καταφρονοῦντας
(kataphronountas)
verachten
Τολμηταί
(Tolmetai)
driesten
αὐθάδεις
(authadeis)
eigenzinnigen
δόξας
(doxas)
heerlijkheden
οὐ
(ou)
niet
τρέμουσιν
(tremousin)
beven
βλασφημοῦντες
(blasphemountes)
lasterend
Bron: SBLGNT
Uitleg

σάρξ (sarx), ‘vlees’; μιασμός (miasmos), ‘verontreiniging’. κυριότης (kyriotes), ‘oppermacht’: zoals in Ef. 1:21 en Kol. 1:16; Judas 8 heeft hetzelfde woord. τολμητής (tolmetes), ‘driest’; αὐθάδης (authades), ‘eigenzinnig’. δόξαι (doxai), ‘heerlijkheden’: een meervoud.

Het Grieks zegt niet wie bedoeld wordt: hemelse wezens of eerbiedwaardige machten.

Vergelijk Jud. 8.

Zie ook Jud. 8.

11terwijl engelen, hoewel zij groter zijn in sterkte en kracht, geen lasterend oordeel tegen hen uitbrengen.
ὅπου
(hopou)
terwijl
ἄγγελοι
(angeloi)
engelen
ἰσχύϊ
(ischui)
in sterkte
καὶ
(kai)
en
δυνάμει
(dynamei)
kracht
μείζονες
(meizones)
groter
ὄντες
(ontes)
zijnd
οὐ
(ou)
niet
φέρουσιν
(pherousin)
brengen
κατ’
(kat’)
tegen
αὐτῶν
(auton)
hen
βλάσφημον
(blasphemon)
lasterend
κρίσιν
(krisin)
oordeel
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt niet tegen wie de engelen geen lasterend oordeel uitbrengen: tegen de heerlijkheden van vers 10 of tegen de valse leraars.

Judas 9 noemt het voorbeeld van Michaël. φέρω (fero), ‘uitbrengen’: letterlijk ‘dragen’.

Lezing

Bij ‘hen’ (αὐτῶν) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jud. 9.

12Maar dezen zijn als redeloze dieren, van nature geboren voor de vangst en de vergankelijkheid. Zij lasteren over wat zij niet kennen, en in hun eigen vergankelijkheid zullen zij ook zelf vergaan.
οὗτοι
(houtoi)
dezen
δέ
(de)
maar
ὡς
(hos)
als
ἄλογα
(aloga)
redeloze
ζῷα
(zoa)
dieren
γεγεννημένα
(gegennemena)
geboren
φυσικὰ
(physika)
van nature
εἰς
(eis)
tot
ἅλωσιν
(halosin)
vangst
καὶ
(kai)
en
φθοράν
(phthoran)
vergankelijkheid
ἐν
(en)
in
οἷς
(hois)
wat
ἀγνοοῦσιν
(agnoousin)
zij niet kennen
βλασφημοῦντες
(blasphemountes)
lasterend
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
φθορᾷ
(phthora)
vergankelijkheid
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
ook
φθαρήσονται
(phtharesontai)
zullen vergaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄλογα ζῷα (aloga zoa), ‘redeloze dieren’: dieren zonder verstand; Judas 10 heeft dezelfde woorden. φυσικά (fysika), ‘van nature’. ἅλωσις (halosis), ‘vangst’. φθορά (phthora), ‘vergankelijkheid’ en φθείρομαι (phtheiromai), ‘vergaan’: zie 1:4.

Lezing

Bij ‘geboren van nature’ en bij ‘zullen vergaan’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jud. 10.

13Zij ondergaan onrecht als loon voor hun onrecht. Overdag in weelde leven achten zij een genot. Vlekken en smetten zijn zij: zij zwelgen in hun verleidingen terwijl zij met jullie meefeesten.
ἀδικούμενοι
(adikoumenoi)
onrecht ondergaand
μισθὸν
(misthon)
loon
ἀδικίας
(adikias)
van onrecht
ἡδονὴν
(hedonen)
genot
ἡγούμενοι
(hegoumenoi)
achtend
τὴν
(ten)
de
ἐν
(en)
op
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τρυφήν
(tryphen)
weelde
σπίλοι
(spiloi)
vlekken
καὶ
(kai)
en
μῶμοι
(momoi)
smetten
ἐντρυφῶντες
(entryphontes)
zwelgend
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἀπάταις
(apatais)
verleidingen
αὐτῶν
(auton)
hun
συνευωχούμενοι
(syneuochoumenoi)
feestvierend
ὑμῖν
(hymin)
met jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδικούμενοι (adikoumenoi), ‘onrecht ondergaand’. μισθός (misthos), ‘loon’. τρυφή (tryfe), ‘weelde’: overdag al feestvieren. σπίλος (spilos), ‘vlek’ en μῶμος (momos), ‘smet’: vergelijk 1 Petr. 1:19, waar de Messias een lam ‘zonder gebrek en zonder vlek’ is. ἐντρυφάω (entryfao), ‘zwelgen’. ἀπάτη (apate), ‘verleiding’: in Jud. 12 staat op een vergelijkbare plaats ἀγάπη (agape), ‘liefdemaaltijd’. συνευωχέομαι (syneuocheomai), ‘meefeesten’.

Lezing

Bij ‘onrecht ondergaand’ en bij ‘verleidingen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jud. 12; 1 Petr. 1:19.

14Zij hebben ogen vol van een overspelige vrouw, ogen die niet ophouden met zondigen. Zij lokken onstandvastige zielen. Zij hebben een hart dat geoefend is in hebzucht: kinderen van de vloek.
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
μεστοὺς
(mestous)
vol
μοιχαλίδος
(moichalidos)
van een overspelige
καὶ
(kai)
en
ἀκαταπαύστους
(akatapaustous)
niet ophoudend
ἁμαρτίας
(hamartias)
met zonde
δελεάζοντες
(deleazontes)
lokkend
ψυχὰς
(psychas)
zielen
ἀστηρίκτους
(asteriktous)
onstandvastige
καρδίαν
(kardian)
hart
γεγυμνασμένην
(gegymnasmenen)
geoefend
πλεονεξίας
(pleonexias)
in hebzucht
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
κατάρας
(kataras)
van de vloek
τέκνα
(tekna)
kinderen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Ogen vol van een overspelige vrouw’: het Grieks heeft μοιχαλίς (moichalis), ‘overspelige’; zie ook Jak. 4:4. ἀκατάπαυστος (akatapaustos), ‘niet ophoudend’; δελεάζω (deleazo), ‘lokken’: met een lokaas vangen, zoals in Jak. 1:14. ἀστήρικτος (asteriktos), ‘onstandvastig’: ook in 3:16. γυμνάζω (gymnazo), ‘oefenen’. κατάρας τέκνα (kataras tekna), ‘kinderen van de vloek’: mensen die onder de vloek staan.

Lezing

Bij ‘niet ophoudend’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jak. 1:14; Jak. 4:4.

De weg van Bileam

15Zij hebben de rechte weg verlaten en zijn dwaalgegaan door de weg te volgen van Bileam, de zoon van Bosor, die het loon van onrecht liefhad,
καταλιπόντες
(katalipontes)
verlaten hebbend
εὐθεῖαν
(eutheian)
rechte
ὁδὸν
(hodon)
weg
ἐπλανήθησαν
(eplanethesan)
zijn dwaalgegaan
ἐξακολουθήσαντες
(exakolouthesantes)
gevolgd hebbend
τῇ
(te)
de
ὁδῷ
(hodo)
weg
τοῦ
(tou)
van
Βαλαὰμ
(Balaam)
Bileam
τοῦ
(tou)
van
Βοσὸρ
(Bosor)
Bosor
ὃς
(hos)
die
μισθὸν
(misthon)
loon
ἀδικίας
(adikias)
van onrecht
ἠγάπησεν
(egapesen)
liefhad
Bron: SBLGNT
Uitleg

Bileam komt voor in Num. 22–24.

Ons Hebreeuws noemt hem ‘Bileam, de zoon van Beor’ (Num. 22:5); de Griekse tekst heeft Βοσόρ (Bosor).

De SBLGNT markeert hier een lezing; wij volgen de SBLGNT.

‘Het loon van onrecht’: in Num. 22:7 gaan de oudsten met ‘het loon voor waarzeggerij’ naar Bileam.

In Num. 31:16 wordt gezegd dat hij raad gaf die tot ontrouw aan Yahweh leidde.

Judas 11 noemt ook ‘de dwaling van Bileam’. εὐθεῖα ὁδός (eutheia hodos), ‘rechte weg’.

Wij voegen ‘de zoon’ toe, zoals het Grieks (genitief) het zegt.

Lezing

Bij ‘verlaten hebbend’ en bij ‘Bosor’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Num. 22:5; Num. 22:7; Num. 31:8; Num. 31:16; Jud. 11.

16maar hij kreeg een terechtwijzing voor zijn eigen overtreding: een stom lastdier sprak met een mensenstem en hield de waanzin van de profeet tegen.
ἔλεγξιν
(elenxin)
terechtwijzing
δὲ
(de)
maar
ἔσχεν
(eschen)
kreeg
ἰδίας
(idias)
eigen
παρανομίας
(paranomias)
overtreding
ὑποζύγιον
(hypozygion)
lastdier
ἄφωνον
(aphonon)
stom
ἐν
(en)
met
ἀνθρώπου
(anthropou)
van een mens
φωνῇ
(phone)
stem
φθεγξάμενον
(phthenxamenon)
sprekend
ἐκώλυσεν
(ekolysen)
hield tegen
τὴν
(ten)
de
τοῦ
(tou)
van de
προφήτου
(prophetou)
profeet
παραφρονίαν
(paraphronian)
waanzin
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔλεγξις (elegxis), ‘terechtwijzing’; παρανομία (paranomia), ‘overtreding’: tegen de wet ingaan. ὑποζύγιον (hypozygion), ‘lastdier’: letterlijk ‘onder het juk’; hier de ezelin (Num. 22:28–30). ἄφωνος (afonos), ‘stom’. παραφρονία (paraphronia), ‘waanzin’: een zeldzaam woord, alleen hier.

Zie ook Num. 22:28–30.

Bronnen zonder water

17Dezen zijn bronnen zonder water en nevels, door een wervelstorm voortgejaagd. Voor hen is de diepe duisternis van de duisternis bewaard.
Οὗτοί
(Houtoi)
dezen
εἰσιν
(eisin)
zijn
πηγαὶ
(pegai)
bronnen
ἄνυδροι
(anydroi)
zonder water
καὶ
(kai)
en
ὁμίχλαι
(homichlai)
nevels
ὑπὸ
(hypo)
door
λαίλαπος
(lailapos)
wervelstorm
ἐλαυνόμεναι
(elaunomenai)
voortgejaagd
οἷς
(hois)
voor wie
ὁ
(ho)
de
ζόφος
(zophos)
diepe duisternis
τοῦ
(tou)
van de
σκότους
(skotous)
duisternis
τετήρηται
(teteretai)
is bewaard
Bron: SBLGNT
Uitleg

πηγαὶ ἄνυδροι (pegai anydroi), ‘bronnen zonder water’; ὁμίχλη (homichle), ‘nevel’; λαῖλαψ (lailaps), ‘wervelstorm’: hetzelfde woord als in Mark. 4:37. ζόφος τοῦ σκότους (zofos tou skotous), ‘de diepe duisternis van de duisternis’; τετήρηται (teteretai), ‘is bewaard’.

Judas 12–13 heeft bijna gelijke beelden.

Lezing

Bij ‘en nevels’ en bij ‘duisternis’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jud. 12–13; Mark. 4:37.

Zie ookMar 4:37
18Want zij spreken opgeblazen woorden van ijdelheid. Met begeerten van het vlees, met losbandigheden, lokken zij hen die pas ontvlucht waren aan wie in dwaling verkeren.
ὑπέρογκα
(hyperonka)
opgeblazen woorden
γὰρ
(gar)
want
ματαιότητος
(mataiotetos)
van ijdelheid
φθεγγόμενοι
(phthengomenoi)
sprekend
δελεάζουσιν
(deleazousin)
lokken zij
ἐν
(en)
met
ἐπιθυμίαις
(epithymiais)
begeerten
σαρκὸς
(sarkos)
van vlees
ἀσελγείαις
(aselgeiais)
losbandigheden
τοὺς
(tous)
hen die
ὀλίγως
(oligos)
pas
ἀποφεύγοντας
(apopheugontas)
ontvluchten
τοὺς
(tous)
hen die
ἐν
(en)
in
πλάνῃ
(plane)
dwaling
ἀναστρεφομένους
(anastrephomenous)
verkeren
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπέρογκα (hyperonka), ‘opgeblazen woorden’: zwellende, grote woorden zonder inhoud; Judas 16 heeft hetzelfde woord. ματαιότης (mataiotes), ‘ijdelheid’: leegheid. ὀλίγως (oligos), ‘pas’: het woord kan ook ‘nauwelijks’ of ‘een weinig’ betekenen. ἀναστρέφομαι (anastrefomai), ‘verkeren’: leven in; zie ἀναστροφή in vers 7. πλάνη (plane), ‘dwaling’.

Lezing

Bij ‘pas’ en bij ‘ontvluchten’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jud. 16.

Zie ook2 Petr 2:7
19Zij beloven hun vrijheid, terwijl zijzelf knechten van de vergankelijkheid zijn. Want door wie iemand overwonnen is, door die is hij ook tot knecht gemaakt.
ἐλευθερίαν
(eleutherian)
vrijheid
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
ἐπαγγελλόμενοι
(epangellomenoi)
beloven
αὐτοὶ
(autoi)
zijzelf
δοῦλοι
(douloi)
knechten
ὑπάρχοντες
(hyparchontes)
zijnd
τῆς
(tes)
van de
φθορᾶς
(phthoras)
vergankelijkheid
ᾧ
(ho)
door wie
γάρ
(gar)
want
τις
(tis)
iemand
ἥττηται
(hettetai)
overwonnen is
τούτῳ
(touto)
door dit
καὶ
(kai)
ook
δεδούλωται
(dedoulotai)
tot knecht gemaakt is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’; δοῦλος (doulos), ‘knecht’: wij houden dit woord in de hele brief; het gaat hier om wie volledig onder de macht van iets staat. ἡττάομαι (hettaomai), ‘overwonnen worden’; δουλόω (douloo), ‘tot knecht maken’.

Vergelijk Joh. 8:34 en Rom. 6:16.

Lezing

Bij ‘ook’ (καί) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 8:34; Rom. 6:16.

Erger dan het eerste

20Want als zij, nadat zij de bezoedelingen van de wereld zijn ontvlucht door de volle kennis van de Heer en Redder Yeshua de Messias, daarin weer verstrikt raken en overwonnen worden, dan is het einde voor hen erger geworden dan het begin.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ἀποφυγόντες
(apophygontes)
ontvlucht zijnd
τὰ
(ta)
de
μιάσματα
(miasmata)
bezoedelingen
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἐν
(en)
door
ἐπιγνώσει
(epignosei)
volle kennis
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
καὶ
(kai)
en
σωτῆρος
(soteros)
Redder
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
τούτοις
(toutois)
hierin
δὲ
(de)
maar
πάλιν
(palin)
weer
ἐμπλακέντες
(emplakentes)
verstrikt geraakt
ἡττῶνται
(hettontai)
overwonnen worden
γέγονεν
(gegonen)
is geworden
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
τὰ
(ta)
de
ἔσχατα
(eschata)
laatste dingen
χείρονα
(cheirona)
erger
τῶν
(ton)
dan de
πρώτων
(proton)
eerste
Bron: SBLGNT
Uitleg

μίασμα (miasma), ‘bezoedeling’: dit woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’: zie 1:2.

‘De Heer en Redder Yeshua de Messias’ staat met één lidwoord, zoals in 1:11. ἐμπλέκομαι (emplekomai), ‘verstrikt raken’: zoals in 2 Tim. 2:4.

‘Het laatste erger dan het eerste’: dezelfde zin staat in Matt. 12:45 en Luc. 11:26.

Lezing

Bij ‘Heer’ (κυρίου) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Matt. 12:45; Luc. 11:26; 2 Tim. 2:4.

21Want het was beter voor hen de weg van de gerechtigheid niet volledig te hebben gekend dan, nadat zij hem volledig kenden, zich om te keren van het heilige gebod dat hun was overgeleverd.
κρεῖττον
(kreitton)
beter
γὰρ
(gar)
want
ἦν
(en)
was
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
μὴ
(me)
niet
ἐπεγνωκέναι
(epegnokenai)
volledig gekend te hebben
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
weg
τῆς
(tes)
van de
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
ἢ
(e)
dan
ἐπιγνοῦσιν
(epignousin)
volledig gekend hebbend
ὑποστρέψαι
(hypostrepsai)
zich om te keren
ἐκ
(ek)
van
τῆς
(tes)
de
παραδοθείσης
(paradotheises)
overgeleverde
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
ἁγίας
(hagias)
heilige
ἐντολῆς
(entoles)
gebod
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘volledig kennen’: de werkwoordsvorm bij ἐπίγνωσις.

‘De weg van de gerechtigheid’: vergelijk Matt. 21:32. ἐντολή (entole), ‘gebod’; zie 3:2. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overleveren’: wat doorgegeven is; Judas 3 gebruikt het voor het geloof dat ‘eens voor altijd is overgeleverd’.

Lezing

Bij ‘zich om te keren’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Matt. 21:32; Jud. 3.

Zie ookMat 21:32
22Wat het ware spreekwoord zegt, is hun overkomen. „Een hond die zich omgekeerd heeft naar zijn eigen braaksel”, en: „een zeug die zich gewassen heeft, gaat zich weer wentelen in de modder.”
συμβέβηκεν
(symbebeken)
is overkomen
αὐτοῖς
(autois)
hun
τὸ
(to)
het
τῆς
(tes)
van het
ἀληθοῦς
(alethous)
ware
παροιμίας
(paroimias)
spreekwoord
Κύων
(Kyon)
hond
ἐπιστρέψας
(epistrepsas)
zich omgekeerd hebbend
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸ
(to)
het
ἴδιον
(idion)
eigen
ἐξέραμα
(exerama)
braaksel
καί
(kai)
en
Ὗς
(Hys)
zeug
λουσαμένη
(lousamene)
gewassen hebbend
εἰς
(eis)
naar
κυλισμὸν
(kylismon)
wentelen
βορβόρου
(borborou)
van modder
Bron: SBLGNT
Uitleg

παροιμία (paroimia), ‘spreekwoord’.

Het eerste spreekwoord lijkt op Spr. 26:11.

Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Zoals een hond terugkeert naar zijn braaksel, zo herhaalt een dwaas zijn zotheid.’

Het tweede, over de zeug (ὗς, hys), staat niet in ons Spreuken-bestand. ἐξέραμα (exerama), ‘braaksel’; κυλισμός (kylismos), ‘wentelen’; βόρβορος (borboros), ‘modder’.

Lezing

Bij ‘is overkomen’ en bij ‘wentelen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Spr. 26:11.

Zie ookSpr 26:11