Zacheüs, de gelijkenis van de minas en de intocht in Jeruzalem
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yeshua en Zacheüs in Jericho
1Hij ging Jericho binnen en trok erdoorheen.
Καὶ
(Kai)
en
εἰσελθὼν
(eiselthon)
binnengegaan
διήρχετο
(diercheto)
trok door
τὴν
(ten)
de
Ἰεριχώ
(Iericho)
Jericho
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jericho: Jericho ligt in het Jordaandal, ongeveer 25 km ten noordoosten van Jeruzalem.
2En zie, er was een man die Zacheüs genoemd werd. Hij was hoofdtollenaar en hij was rijk.
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἀνὴρ
(aner)
man
ὀνόματι
(onomati)
bij naam
καλούμενος
(kaloumenos)
genoemd
Ζακχαῖος
(Zakchaios)
Zacheüs
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
hij
ἦν
(en)
was
ἀρχιτελώνης
(architelones)
hoofdtollenaar
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
hij
πλούσιος
(plousios)
rijk
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀρχιτελώνης (architelones), ‘hoofdtollenaar’: iemand die boven andere tollenaars staat.
Dit woord staat alleen bij Lucas.
Zacheüs komt alleen in dit evangelie voor.
3Hij probeerde te zien wie Yeshua was, maar vanwege de menigte lukte het hem niet, want hij was klein van gestalte.
καὶ
(kai)
en
ἐζήτει
(ezetei)
probeerde
ἰδεῖν
(idein)
te zien
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
τίς
(tis)
wie
ἐστιν
(estin)
Hij is
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἠδύνατο
(edynato)
kon
ἀπὸ
(apo)
vanwege
τοῦ
(tou)
de
ὄχλου
(ochlou)
menigte
ὅτι
(hoti)
omdat
τῇ
(te)
in de
ἡλικίᾳ
(helikia)
gestalte
μικρὸς
(mikros)
klein
ἦν
(en)
hij was
Bron: SBLGNT
4Hij rende naar voren en klom in een sycomoor om Hem te zien, want Hij stond op het punt daarlangs te komen.
καὶ
(kai)
en
προδραμὼν
(prodramon)
vooruitgerend
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
het
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voorste
ἀνέβη
(anebe)
klom
ἐπὶ
(epi)
in
συκομορέαν
(sykomorean)
sycomoor
ἵνα
(hina)
opdat
ἴδῃ
(ide)
hij zou zien
αὐτόν
(auton)
Hem
ὅτι
(hoti)
want
ἐκείνης
(ekeines)
daarlangs
ἤμελλεν
(emellen)
stond op het punt
διέρχεσθαι
(dierchesthai)
langs te komen
Bron: SBLGNT
Uitleg
συκομορέα (sykomorea), ‘sycomoor’: een boom met brede takken en vruchten als vijgen.
Vergelijk de ‘wilde vijgenbomen’ in 1 Kon. 10:27.
Het Grieks zegt ἐκείνης (ekeines), letterlijk ‘van die’; er staat geen zelfstandig naamwoord bij. Wij vertalen ‘daarlangs’.
5Toen Yeshua bij die plaats kwam, keek Hij omhoog. Hij zei tegen hem: „Zacheüs, kom snel naar beneden, want vandaag moet Ik in jouw huis blijven.”
καὶ
(kai)
en
ὡς
(hos)
toen
ἦλθεν
(elthen)
Hij kwam
ἐπὶ
(epi)
bij
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
ἀναβλέψας
(anablepsas)
omhoogkijkend
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτόν
(auton)
hem
Ζακχαῖε
(Zakchaie)
Zacheüs
σπεύσας
(speusas)
haast je
κατάβηθι
(katabethi)
kom naar beneden
σήμερον
(semeron)
vandaag
γὰρ
(gar)
want
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
οἴκῳ
(oiko)
huis
σου
(sou)
jouw
δεῖ
(dei)
het is nodig
με
(me)
Mij
μεῖναι
(meinai)
te blijven
Bron: SBLGNT
6Zacheüs haastte zich naar beneden en ontving Hem verheugd.
καὶ
(kai)
en
σπεύσας
(speusas)
haastend
κατέβη
(katebe)
kwam naar beneden
καὶ
(kai)
en
ὑπεδέξατο
(hypedexato)
ontving
αὐτὸν
(auton)
Hem
χαίρων
(chairon)
verheugd
Bron: SBLGNT
7Toen allen dat zagen, begonnen zij te mopperen. Zij zeiden: „Bij een zondige man is Hij binnengegaan om te logeren.”
καὶ
(kai)
en
ἰδόντες
(idontes)
gezien hebbend
πάντες
(pantes)
allen
διεγόγγυζον
(diegongyzon)
mopperden
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Παρὰ
(Para)
bij
ἁμαρτωλῷ
(hamartolo)
zondige
ἀνδρὶ
(andri)
man
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
is binnengegaan
καταλῦσαι
(katalysai)
te logeren
Bron: SBLGNT
Uitleg
διαγογγύζω (diagongyzo), ‘mopperen’: zacht en boos praten met elkaar. καταλῦσαι (katalysai), ‘logeren’: een nacht onderdak krijgen.
8Zacheüs ging staan en zei tegen de Heer: „Zie, de helft van mijn bezittingen, Heer, geef ik aan de armen. En als ik van iemand iets heb afgeperst, geef ik het viervoudig terug.”
σταθεὶς
(statheis)
ging staan
δὲ
(de)
maar
Ζακχαῖος
(Zakchaios)
Zacheüs
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tegen
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
τὰ
(ta)
de
ἡμίσιά
(hemisia)
helft
μου
(mou)
mijn
τῶν
(ton)
van de
ὑπαρχόντων
(hyparchonton)
bezittingen
κύριε
(kyrie)
Heer
τοῖς
(tois)
aan de
πτωχοῖς
(ptochois)
armen
δίδωμι
(didomi)
geef ik
καὶ
(kai)
en
εἴ
(ei)
als
τινός
(tinos)
van iemand
τι
(ti)
iets
ἐσυκοφάντησα
(esykophantesa)
heb afgeperst
ἀποδίδωμι
(apodidomi)
geef ik terug
τετραπλοῦν
(tetraploun)
viervoudig
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐσυκοφάντησα (esykofantesa), ‘afpersen’: iemand door een valse beschuldiging of dreiging geld afhandig maken.
Zacheüs geeft viervoudig terug; vergelijk 2 Sam. 12:6 (‘viervoudig vergoeden’) en Exod. 21:37 (vier stuks kleinvee voor een schaap).
Het Grieks noemt Yeshua hier ὁ κύριος (ho kyrios), ‘de Heer’, en Zacheüs spreekt Hem zo aan.
11Terwijl zij dit hoorden, voegde Hij eraan toe en vertelde een gelijkenis. Hij was namelijk dicht bij Jeruzalem, en zij meenden dat het koninkrijk van Elohim meteen zou verschijnen.
Ἀκουόντων
(Akouonton)
terwijl horend
δὲ
(de)
maar
αὐτῶν
(auton)
zij
ταῦτα
(tauta)
dit
προσθεὶς
(prostheis)
toevoegend
εἶπεν
(eipen)
zei
παραβολὴν
(parabolen)
gelijkenis
διὰ
(dia)
omdat
τὸ
(to)
het
ἐγγὺς
(engys)
dichtbij
εἶναι
(einai)
te zijn
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
δοκεῖν
(dokein)
te menen
αὐτοὺς
(autous)
zij
ὅτι
(hoti)
dat
παραχρῆμα
(parachrema)
meteen
μέλλει
(mellei)
op het punt staat
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἀναφαίνεσθαι
(anaphainesthai)
te verschijnen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Zie ook Matt. 25:14–30.
Die gelijkenis van de talenten heeft verwante beelden, maar is een andere gelijkenis.
13Hij riep 10 van zijn knechten, gaf hun 10 minas en zei tegen hen: ‘Drijf handel hiermee totdat ik kom.’
καλέσας
(kalesas)
roepend
δὲ
(de)
maar
δέκα
(deka)
10
δούλους
(doulous)
knechten
ἑαυτοῦ
(heautou)
van zichzelf
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτοῖς
(autois)
hun
δέκα
(deka)
10
μνᾶς
(mnas)
minas
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Πραγματεύσασθε
(Pragmateusasthe)
drijf handel
ἐν
(en)
tot
ᾧ
(ho)
dat
ἔρχομαι
(erchomai)
ik kom
Bron: SBLGNT
Uitleg
δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’; wij schrijven overal ‘knecht’, zoals in Matt. 25:14.
μνᾶ (mna), ‘mina’: een bedrag in zilver. Een mina was ongeveer 100 denariën, dus ongeveer honderd dagen werk van een arbeider (zie Matt. 20:2). Elke knecht krijgt dus een groot bedrag.
πραγματεύομαι (pragmateuomai), ‘handel drijven’: zaken doen om winst te maken.
14Maar zijn landgenoten haatten hem. Zij zonden een delegatie achter hem aan en lieten zeggen: ‘Wij willen niet dat deze over ons koning wordt.’
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
πολῖται
(politai)
landgenoten
αὐτοῦ
(autou)
van hem
ἐμίσουν
(emisoun)
haatten
αὐτόν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
ἀπέστειλαν
(apesteilan)
zonden
πρεσβείαν
(presbeian)
delegatie
ὀπίσω
(opiso)
achter
αὐτοῦ
(autou)
hem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Οὐ
(Ou)
niet
θέλομεν
(thelomen)
wij willen
τοῦτον
(touton)
deze
βασιλεῦσαι
(basileusai)
koning te worden
ἐφ’
(eph’)
over
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg
πολίτης (polites), ‘landgenoot’: letterlijk ‘burger’. πρεσβεία (presbeia), ‘delegatie’: afgezanten die namens een groep spreken.
15Toen hij terugkwam, nadat hij het koninkrijk had ontvangen, liet hij die knechten bij zich roepen aan wie hij het zilver had gegeven. Hij wilde weten wat zij met handel bereikt hadden.
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
het gebeurde
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
het
ἐπανελθεῖν
(epanelthein)
terugkomen
αὐτὸν
(auton)
hij
λαβόντα
(labonta)
ontvangen hebbend
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
φωνηθῆναι
(phonethenai)
geroepen te worden
αὐτῷ
(auto)
bij hem
τοὺς
(tous)
de
δούλους
(doulous)
knechten
τούτους
(toutous)
deze
οἷς
(hois)
aan wie
δεδώκει
(dedokei)
had gegeven
τὸ
(to)
het
ἀργύριον
(argyrion)
zilver
ἵνα
(hina)
opdat
γνοῖ
(gnoi)
hij zou weten
τί
(ti)
wat
διεπραγματεύσαντο
(diepragmateusanto)
zij hadden bereikt met handel
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀργύριον (argyrion), ‘zilver’: geld, zoals in Matt. 25:18.
22Hij zei tegen hem: ‘Uit jouw mond oordeel ik je, slechte knecht. Je wist dat ik een strenge man ben, die neemt wat ik niet heb neergelegd en oogst wat ik niet heb gezaaid.
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Ἐκ
(Ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματός
(stomatos)
mond
σου
(sou)
jouw
κρίνω
(krino)
ik oordeel
σε
(se)
je
πονηρὲ
(ponere)
slechte
δοῦλε
(doule)
knecht
ᾔδεις
(edeis)
je wist
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγὼ
(ego)
ik
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
αὐστηρός
(austeros)
streng
εἰμι
(eimi)
ben
αἴρων
(airon)
nemend
ὃ
(ho)
wat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔθηκα
(etheka)
ik heb neergelegd
καὶ
(kai)
en
θερίζων
(therizon)
oogstend
ὃ
(ho)
wat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔσπειρα
(espeira)
ik heb gezaaid
Bron: SBLGNT
23Waarom heb je mijn zilver dan niet op de bank gezet? Dan was ik gekomen en had ik het met rente geïnd.’
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
om
τί
(ti)
wat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔδωκάς
(edokas)
gaf je
μου
(mou)
mijn
τὸ
(to)
het
ἀργύριον
(argyrion)
zilver
ἐπὶ
(epi)
op
τράπεζαν
(trapezan)
bank
κἀγὼ
(kago)
en ik
ἐλθὼν
(elthon)
gekomen
σὺν
(syn)
met
τόκῳ
(toko)
rente
ἂν
(an)
dan
αὐτὸ
(auto)
het
ἔπραξα
(epraxa)
zou hebben geïnd
Bron: SBLGNT
Uitleg
τράπεζα (trapeza) is letterlijk ‘tafel’: de tafel van een geldwisselaar, dus een bank.
30Hij zei: „Ga naar het dorp dat daar tegenover ligt. Zodra jullie daar binnengaan, zullen jullie een veulen vinden dat vastgebonden staat, waarop nog nooit een mens heeft gezeten. Maak het los en breng het.
λέγων
(legon)
zeggend
Ὑπάγετε
(Hypagete)
ga
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
κατέναντι
(katenanti)
tegenover
κώμην
(komen)
dorp
ἐν
(en)
in
ᾗ
(he)
dat
εἰσπορευόμενοι
(eisporeuomenoi)
binnengaand
εὑρήσετε
(heuresete)
zullen jullie vinden
πῶλον
(polon)
veulen
δεδεμένον
(dedemenon)
vastgebonden
ἐφ’
(eph’)
op
ὃν
(hon)
welk
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
πώποτε
(popote)
ooit
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
ἐκάθισεν
(ekathisen)
heeft gezeten
καὶ
(kai)
en
λύσαντες
(lysantes)
losgemaakt hebbend
αὐτὸν
(auton)
het
ἀγάγετε
(agagete)
breng
Bron: SBLGNT
31Als iemand jullie vraagt: ‘Waarom maken jullie het los?’, zeg dan zo: ‘De Heer van het veulen heeft het nodig.’”
καὶ
(kai)
en
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐρωτᾷ
(erota)
vraagt
Διὰ
(Dia)
om
τί
(ti)
wat
λύετε
(lyete)
maken jullie los
οὕτως
(houtos)
zo
ἐρεῖτε
(ereite)
zullen jullie zeggen
ὅτι
(hoti)
dat
Ὁ
(Ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
αὐτοῦ
(autou)
van het veulen
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχει
(echei)
heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὁ κύριος αὐτοῦ (ho kyrios autou), letterlijk ‘zijn Heer’, dat wil zeggen de Heer van het veulen.
Het kan Yeshua zelf zijn of de eigenaar van het dier.
Wij lezen Yeshua en schrijven ‘Heer’, zoals in Matt. 21:3 en Mark. 11:3.
36Terwijl Hij voortging, spreidden zij hun mantels uit op de weg.
πορευομένου
(poreuomenou)
terwijl gaand
δὲ
(de)
maar
αὐτοῦ
(autou)
Hij
ὑπεστρώννυον
(hypestronnyon)
spreidden uit
τὰ
(ta)
de
ἱμάτια
(himatia)
mantels
ἑαυτῶν
(heauton)
hun eigen
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ὁδῷ
(hodo)
weg
Bron: SBLGNT
37Hij was al dicht bij de afdaling van de Olijfberg. Om alle krachten die zij gezien hadden, begon heel de menigte van de leerlingen verheugd Elohim te loven met luide stem.
ἐγγίζοντος
(engizontos)
terwijl naderend
δὲ
(de)
maar
αὐτοῦ
(autou)
Hij
ἤδη
(ede)
al
πρὸς
(pros)
bij
τῇ
(te)
de
καταβάσει
(katabasei)
afdaling
τοῦ
(tou)
van de
Ὄρους
(Orous)
Berg
τῶν
(ton)
van de
Ἐλαιῶν
(Elaion)
Olijven
ἤρξαντο
(erxanto)
begonnen
ἅπαν
(hapan)
heel
τὸ
(to)
de
πλῆθος
(plethos)
menigte
τῶν
(ton)
van de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
χαίροντες
(chairontes)
zich verheugend
αἰνεῖν
(ainein)
te loven
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
περὶ
(peri)
om
πασῶν
(pason)
alle
ὧν
(hon)
die
εἶδον
(eidon)
zij zagen
δυνάμεων
(dynameon)
krachten
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Olijfberg: De Olijfberg ligt ten oosten van Jeruzalem, aan de overkant van het Kidrondal.
Uitleg
δυνάμεις (dynameis), ‘krachten’: krachtige daden, wonderen. αἰνέω (aineo), ‘loven’.
38Zij zeiden: „Gezegend is de koning die komt in de naam van Yahweh! In de hemel is vrede, en heerlijkheid in de hoogste hoogten!”
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Εὐλογημένος
(Eulogemenos)
gezegend
ὁ
(ho)
de
ἐρχόμενος
(erchomenos)
komende
βασιλεὺς
(basileus)
koning
ἐν
(en)
in
ὀνόματι
(onomati)
naam
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ἐν
(en)
in
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
εἰρήνη
(eirene)
vrede
καὶ
(kai)
en
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
ἐν
(en)
in
ὑψίστοις
(hypsistois)
de hoogste hoogten
Bron: SBLGNT
Uitleg
Aanhaling van Ps. 118:26.
Lucas voegt ‘de koning’ toe. κυρίου (kyriou) vertalen wij als ‘Yahweh’, zoals in Ps. 118:26.
44Zij zullen jou en je kinderen in je met de grond gelijkmaken. Zij zullen in jou geen steen op een andere steen laten, omdat je het tijdstip van je bezoek niet hebt herkend.”
καὶ
(kai)
en
ἐδαφιοῦσίν
(edaphiousin)
zullen gelijkmaken met de grond
σε
(se)
je
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
σου
(sou)
jouw
ἐν
(en)
in
σοί
(soi)
jou
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἀφήσουσιν
(aphesousin)
zullen laten
λίθον
(lithon)
steen
ἐπὶ
(epi)
op
λίθον
(lithon)
steen
ἐν
(en)
in
σοί
(soi)
jou
ἀνθ’
(anth’)
omdat
ὧν
(hon)
wat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνως
(egnos)
je herkende
τὸν
(ton)
de
καιρὸν
(kairon)
tijd
τῆς
(tes)
van het
ἐπισκοπῆς
(episkopes)
bezoek
σου
(sou)
jouw
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐπισκοπή (episkope), ‘bezoek’: het moment waarop Elohim naar Zijn volk toe komt, om te redden of om te oordelen.
Vergelijk Jer. 6:15 (‘in de tijd dat Ik hen straf’).
Vergelijk Mark. 13:2 en Luc. 21:6: ‘geen steen op een andere steen’.