Elohim Bijbel

Matteüs 5

12345678910111213141516171819202122232425262728

De bergrede: gelukkig, zout en licht, en de wet

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yeshua op de berg

1Toen Hij de menigten zag, ging Hij de berg op. En toen Hij was gaan zitten, kwamen Zijn leerlingen naar Hem toe.
Ἰδὼν
(Idon)
ziende
δὲ
(de)
maar
τοὺς
(tous)
de
ὄχλους
(ochlous)
menigten
ἀνέβη
(anebe)
ging omhoog
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
ὄρος
(oros)
berg
καὶ
(kai)
en
καθίσαντος
(kathisantos)
gaan zittend
αὐτοῦ
(autou)
Hij
προσῆλθαν
(proselthan)
kwamen naar
αὐτῷ
(auto)
Hem
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὄρος (oros), ‘berg’: het Grieks heeft ‘de berg’ met lidwoord.

Welke berg het is, wordt niet gezegd.

De toespraak die hier begint, loopt door tot en met Matt. 7:27; in 7:28–29 sluit de verteller haar af.

Zie ook Luc. 6:17–20.

2Hij opende Zijn mond, onderwees hen en zei:
καὶ
(kai)
en
ἀνοίξας
(anoixas)
openend
τὸ
(to)
de
στόμα
(stoma)
mond
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐδίδασκεν
(edidasken)
onderwees
αὐτοὺς
(autous)
hen
λέγων
(legon)
zeggend
Bron: SBLGNT

Gelukkig

3„Gelukkig de armen van geest, want van hen is het koninkrijk van de hemelen.
Μακάριοι
(Makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
πτωχοὶ
(ptochoi)
armen
τῷ
(to)
in de
πνεύματι
(pneumati)
geest
ὅτι
(hoti)
want
αὐτῶν
(auton)
van hen
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακάριοι (makarioi), ‘gelukkig’: dit past bij het Hebreeuwse אַשְׁרֵי (ashre), ‘gelukkig’, zoals in Ps. 1:1.

Wij vertalen het hier net zo als daar.

πτωχοὶ τῷ πνεύματι (ptochoi to pneumati), ‘armen van geest’: een πτωχός (ptochos) is iemand die niets heeft en alles van anderen moet verwachten. De woorden ‘in de geest’ zeggen waarin zij arm zijn. Vergelijk Jes. 66:2, ‘de ellendige, gebroken van geest, die beeft voor Mijn woord’, en Jes. 61:1.

βασιλεία τῶν οὐρανῶν: zie Matt. 3:2.

Zie ook Luc. 6:20–23.

4Gelukkig de rouwenden, want zij zullen getroost worden.
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
πενθοῦντες
(penthountes)
rouwenden
ὅτι
(hoti)
want
αὐτοὶ
(autoi)
zij
παρακληθήσονται
(paraklethesontai)
zullen getroost worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

πενθοῦντες (penthountes), ‘rouwenden’: vergelijk Jes. 61:2–3, waar Yahweh de rouwenden troost.

παρακληθήσονται (parakletesontai), ‘zij zullen getroost worden’: het Grieks heeft hier een lijdende vorm en noemt niet wie troost. In Jes. 61:2 is dat Yahweh. Zo ook in 5:6 en 5:9.

5Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde erven.
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
πραεῖς
(praeis)
zachtmoedigen
ὅτι
(hoti)
want
αὐτοὶ
(autoi)
zij
κληρονομήσουσι
(kleronomesousi)
zullen erven
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

πραεῖς (praeis), ‘zachtmoedigen’.

Ps. 37:11 zegt in het Hebreeuws: ‘de nederigen (עֲנָוִים, anavim) zullen het land erven’.

Hier staat ‘zij zullen de aarde erven’: γῆ (ge) betekent zowel ‘land’ als ‘aarde’.

Wij vertalen in de bergrede overal ‘aarde’ (zie 5:13, 5:18, 5:35).

Zie ookPs 37:11
6Gelukkig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
πεινῶντες
(peinontes)
hongerenden
καὶ
(kai)
en
διψῶντες
(dipsontes)
dorstenden
τὴν
(ten)
de
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
ὅτι
(hoti)
want
αὐτοὶ
(autoi)
zij
χορτασθήσονται
(chortasthesontai)
zullen verzadigd worden
Bron: SBLGNT
7Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ontvangen.
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
ἐλεήμονες
(eleemones)
barmhartigen
ὅτι
(hoti)
want
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἐλεηθήσονται
(eleethesontai)
zullen barmhartigheid ontvangen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλεήμονες (eleemones), ‘barmhartigen’, van ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’.

Vergelijk het Hebreeuwse חֶסֶד (chesed), dat wij met ‘trouw’ vertalen, in Hos. 6:6: ‘Ik heb behagen in trouw’.

Zie ookHos 6:6
8Gelukkig de zuiveren van hart, want zij zullen Elohim zien.
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
καθαροὶ
(katharoi)
zuiveren
τῇ
(te)
van het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
ὅτι
(hoti)
want
αὐτοὶ
(autoi)
zij
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ὄψονται
(opsontai)
zullen zien
Bron: SBLGNT
Uitleg

καθαροὶ τῇ καρδίᾳ (katharoi te kardia), ‘zuiver van hart’: vergelijk Ps. 24:4, ‘wie onschuldige handen en een zuiver hart heeft’, en Ps. 73:1.

9Gelukkig de vredestichters, want zij zullen zonen van Elohim genoemd worden.
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
εἰρηνοποιοί
(eirenopoioi)
vredestichters
ὅτι
(hoti)
want
αὐτοὶ
(autoi)
zij
υἱοὶ
(huioi)
zonen
θεοῦ
(theou)
van Elohim
κληθήσονται
(klethesontai)
zullen genoemd worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰρηνοποιοί (eirenopoioi), ‘vredestichters’: wie vrede (Hebreeuws שָׁלוֹם, shalom) tot stand brengt.

Dit woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor.

υἱοὶ θεοῦ (huioi theou), ‘zonen van Elohim’: het Grieks heeft hier geen lidwoord. Vergelijk 5:45, ‘zonen van jullie Vader’.

10Gelukkig zij die vervolgd zijn omwille van gerechtigheid, want van hen is het koninkrijk van de hemelen.
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
δεδιωγμένοι
(dediogmenoi)
vervolgden
ἕνεκεν
(heneken)
omwille van
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
ὅτι
(hoti)
want
αὐτῶν
(auton)
van hen
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
11Gelukkig zijn jullie wanneer zij jullie beschimpen en vervolgen en, omwille van Mij, met leugens allerlei kwaad over jullie zeggen.
μακάριοί
(makarioi)
gelukkig
ἐστε
(este)
zijn jullie
ὅταν
(hotan)
wanneer
ὀνειδίσωσιν
(oneidisosin)
zij beschimpen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
διώξωσιν
(dioxosin)
zij vervolgen
καὶ
(kai)
en
εἴπωσιν
(eiposin)
zij zeggen
πᾶν
(pan)
alles
πονηρὸν
(poneron)
kwaad
καθ’
(kath’)
tegen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ψευδόμενοι
(pseudomenoi)
liegend
ἕνεκεν
(heneken)
omwille van
ἐμοῦ
(emou)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vanaf dit vers spreekt Yeshua de leerlingen rechtstreeks aan met ‘jullie’.

ὀνειδίζω (oneidizo), ‘beschimpen’. ψευδόμενοι (pseudomenoi), letterlijk ‘liegend’: wij vertalen ‘met leugens’.

Zie ook Luc. 6:22–23.

12Verheug jullie en jubel, want jullie loon in de hemelen is groot. Zo hebben zij immers de profeten vervolgd die vóór jullie waren.
χαίρετε
(chairete)
verheug jullie
καὶ
(kai)
en
ἀγαλλιᾶσθε
(agalliasthe)
jubel
ὅτι
(hoti)
want
ὁ
(ho)
het
μισθὸς
(misthos)
loon
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πολὺς
(polys)
groot
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
οὕτως
(houtos)
zo
γὰρ
(gar)
want
ἐδίωξαν
(edioxan)
zij vervolgden
τοὺς
(tous)
de
προφήτας
(prophetas)
profeten
τοὺς
(tous)
die
πρὸ
(pro)
vóór
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ook de profeten werden vervolgd, bijvoorbeeld Elia (1 Kon. 19:10), Jeremia (Jer. 20:2) en Zacharia, de zoon van de priester Joiada (2 Kron. 24:20–21).

Zout van de aarde en licht van de wereld

13Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout smaakloos wordt, waarmee zal het dan gezouten worden? Het is nergens meer goed voor, behalve om buiten te worden gegooid en door de mensen vertrapt te worden.
Ὑμεῖς
(Hymeis)
jullie
ἐστε
(este)
zijn
τὸ
(to)
het
ἅλας
(halas)
zout
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
τὸ
(to)
het
ἅλας
(halas)
zout
μωρανθῇ
(moranthe)
smaakloos wordt
ἐν
(en)
met
τίνι
(tini)
wat
ἁλισθήσεται
(halisthesetai)
zal gezouten worden
εἰς
(eis)
tot
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἰσχύει
(ischyei)
is het goed
ἔτι
(eti)
nog
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
βληθὲν
(blethen)
geworpen
ἔξω
(exo)
buiten
καταπατεῖσθαι
(katapateisthai)
vertrapt te worden
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἅλας (halas), ‘zout’: zout geeft smaak en bewaart.

Bij offers hoorde zout; vergelijk Lev. 2:13, ‘het zout van het verbond van je Elohim’.

μωρανθῇ (moranthe) komt van μωρός (moros), ‘dwaas’. Van zout gezegd betekent het ‘smaakloos worden’. ἁλισθήσεται (halisthesetai): ‘gezouten worden’.

Zie ook Mark. 9:50; Luc. 14:34–35.

14Jullie zijn het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
Ὑμεῖς
(Hymeis)
jullie
ἐστε
(este)
zijn
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
πόλις
(polis)
stad
κρυβῆναι
(krybenai)
verborgen worden
ἐπάνω
(epano)
boven
ὄρους
(orous)
berg
κειμένη
(keimene)
liggend
Bron: SBLGNT
Uitleg

φῶς τοῦ κόσμου (phos tou kosmou), ‘licht van de wereld’: vergelijk Jes. 42:6 (‘een licht voor de volken’) en Jes. 49:6 (‘een licht van de volken’).

15Men steekt ook geen lamp aan en zet hem onder de korenmaat, maar op de lampenstandaard. Dan geeft hij licht aan allen in het huis.
οὐδὲ
(oude)
ook niet
καίουσιν
(kaiousin)
zij steken aan
λύχνον
(lychnon)
lamp
καὶ
(kai)
en
τιθέασιν
(titheasin)
zij zetten
αὐτὸν
(auton)
hem
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὸν
(ton)
de
μόδιον
(modion)
korenmaat
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
λυχνίαν
(lychnian)
lampenstandaard
καὶ
(kai)
en
λάμπει
(lampei)
hij geeft licht
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
τοῖς
(tois)
die
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
Bron: SBLGNT
Uitleg

μόδιος (modios), ‘korenmaat’: een Romeinse maat voor graan, ongeveer 9 liter, ook gebruikt als vat of deksel. λυχνία (lychnia), ‘lampenstandaard’.

Het Grieks heeft hier geen onderwerp (‘zij steken aan’); wij schrijven ‘men’.

Zie ook Mark. 4:21; Luc. 8:16; Luc. 11:33.

16Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, zodat zij jullie goede werken zien en jullie Vader in de hemelen verheerlijken.
οὕτως
(houtos)
zo
λαμψάτω
(lampsato)
laat schijnen
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ὅπως
(hopos)
zodat
ἴδωσιν
(idosin)
zij zien
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὰ
(ta)
de
καλὰ
(kala)
goede
ἔργα
(erga)
werken
καὶ
(kai)
en
δοξάσωσιν
(doxasosin)
zij verheerlijken
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὸν
(ton)
die
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πατήρ (pater), ‘Vader’: Yeshua noemt Elohim in de bergrede vaak zo, als ‘jullie Vader’ en als ‘Mijn Vader’.

Vergelijk Deut. 32:6 (‘Is Hij niet je vader?’), Jes. 63:16 en Ps. 103:13.

δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’: wij vertalen het overal zo (ook 6:2).

Yeshua en de wet

17Denk niet dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om af te schaffen, maar om te vervullen.
Μὴ
(Me)
niet
νομίσητε
(nomisete)
denk
ὅτι
(hoti)
dat
ἦλθον
(elthon)
Ik kwam
καταλῦσαι
(katalysai)
af te schaffen
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
ἢ
(e)
of
τοὺς
(tous)
de
προφήτας
(prophetas)
profeten
οὐκ
(ouk)
niet
ἦλθον
(elthon)
Ik kwam
καταλῦσαι
(katalysai)
af te schaffen
ἀλλὰ
(alla)
maar
πληρῶσαι
(plerosai)
te vervullen
Bron: SBLGNT
Uitleg

νόμος (nomos), ‘wet’: het Hebreeuwse תּוֹרָה (torah), ‘onderwijzing, wet’.

‘De wet of de profeten’ staat voor de hele Schrift (zie ook 7:12 en 22:40).

καταλῦσαι (katalysai), ‘afschaffen’, letterlijk ‘losmaken, afbreken’. πληρῶσαι (plerosai), ‘vervullen’: vol maken, tot zijn doel brengen.

18Want voorwaar, Ik zeg jullie: tot de hemel en de aarde voorbijgaan, zal geen enkele jota of streepje van de wet voorbijgaan, tot alles gebeurd is.
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
γὰρ
(gar)
want
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἕως
(heos)
totdat
ἂν
(an)
(ooit)
παρέλθῃ
(parelthe)
voorbijgaat
ὁ
(ho)
de
οὐρανὸς
(ouranos)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γῆ
(ge)
aarde
ἰῶτα
(iota)
jota
ἓν
(hen)
één
ἢ
(e)
of
μία
(mia)
één
κεραία
(keraia)
streepje
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
παρέλθῃ
(parelthe)
voorbijgaat
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
νόμου
(nomou)
wet
ἕως
(heos)
totdat
ἂν
(an)
(ooit)
πάντα
(panta)
alles
γένηται
(genetai)
gebeurt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀμήν (amen), ‘voorwaar’: een Hebreeuws woord (אָמֵן) dat ‘het is waar, het is zeker’ betekent.

Yeshua zet het vaak vóór Zijn woorden; wij vertalen het overal met ‘voorwaar’.

ἰῶτα (iota) is de kleinste letter van het Griekse alfabet, hier voor de kleinste Hebreeuwse letter י (yod). κεραία (keraia), letterlijk ‘hoorntje’, is een klein streepje aan een letter.

Zie ook Luc. 16:17.

Zie ookLuc 16:17
19Wie dus één van deze kleinste geboden ongeldig maakt en de mensen zo onderwijst, zal de kleinste genoemd worden in het koninkrijk van de hemelen. Maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het koninkrijk van de hemelen.
ὃς
(hos)
wie
ἐὰν
(ean)
als
οὖν
(oun)
dus
λύσῃ
(lyse)
ongeldig maakt
μίαν
(mian)
één
τῶν
(ton)
van de
ἐντολῶν
(entolon)
geboden
τούτων
(touton)
deze
τῶν
(ton)
de
ἐλαχίστων
(elachiston)
kleinste
καὶ
(kai)
en
διδάξῃ
(didaxe)
onderwijst
οὕτως
(houtos)
zo
τοὺς
(tous)
de
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
ἐλάχιστος
(elachistos)
kleinste
κληθήσεται
(klethesetai)
zal genoemd worden
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
βασιλείᾳ
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
(ooit)
ποιήσῃ
(poiese)
doet
καὶ
(kai)
en
διδάξῃ
(didaxe)
onderwijst
οὗτος
(houtos)
deze
μέγας
(megas)
groot
κληθήσεται
(klethesetai)
zal genoemd worden
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
βασιλείᾳ
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

λύσῃ (lyse), ‘ongeldig maakt’, letterlijk ‘losmaakt’: een gebod buiten werking stellen.

Het Grieks heeft bij ‘doet en onderwijst’ geen voorwerp; wij schrijven ‘ze’ (de geboden).

20Want Ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, gaan jullie beslist niet het koninkrijk van de hemelen binnen.
λέγω
(lego)
Ik zeg
γὰρ
(gar)
want
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
περισσεύσῃ
(perisseuse)
overtreft
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἡ
(he)
de
δικαιοσύνη
(dikaiosyne)
gerechtigheid
πλεῖον
(pleion)
meer
τῶν
(ton)
dan de
γραμματέων
(grammateon)
schriftgeleerden
καὶ
(kai)
en
Φαρισαίων
(Pharisaion)
Farizeeën
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
εἰσέλθητε
(eiselthete)
zullen binnengaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

περισσεύσῃ πλεῖον (perisseuse pleion), ‘groter is dan’, letterlijk ‘meer dan genoeg is, meer dan’.

Zie Matt. 3:7 voor de Farizeeën.

Zie ookMat 3:7

Over moorden en boosheid

21Jullie hebben gehoord dat tegen de ouden is gezegd: ‘Je zult niet moorden. Wie moordt, zal schuldig zijn voor het gerecht.’
Ἠκούσατε
(Ekousate)
jullie hebben gehoord
ὅτι
(hoti)
dat
ἐρρέθη
(errethe)
is gezegd
τοῖς
(tois)
aan de
ἀρχαίοις
(archaiois)
ouden
Οὐ
(Ou)
niet
φονεύσεις
(phoneuseis)
je zult moorden
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
(ooit)
φονεύσῃ
(phoneuse)
moordt
ἔνοχος
(enochos)
schuldig
ἔσται
(estai)
zal zijn
τῇ
(te)
aan het
κρίσει
(krisei)
gerecht
Bron: SBLGNT
Uitleg

φονεύω (phoneuo), ‘moorden’: het Hebreeuwse רָצַח (ratsach) in Exod. 20:13 en Deut. 5:17, waar wij ook ‘moorden’ hebben. ἔνοχος (enochos), ‘schuldig’: gebonden aan, onderworpen aan. κρίσις (krisis), ‘gerecht, oordeel’: hier de plaatselijke rechtbank.

De woorden ‘Wie moordt, zal schuldig zijn voor het gerecht’ staan zo niet in het Hebreeuws; vergelijk Exod. 21:12 en Lev. 24:17, waar de doodslager gedood moet worden.

22Maar Ik zeg jullie: ieder die boos is op zijn broer, zal schuldig zijn voor het gerecht. Wie tegen zijn broer zegt: ‘Rakà’, zal schuldig zijn voor de Raad. En wie zegt: ‘Dwaas’, zal schuldig zijn aan de Gehenna van het vuur.
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ὀργιζόμενος
(orgizomenos)
boos is
τῷ
(to)
op de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἔνοχος
(enochos)
schuldig
ἔσται
(estai)
zal zijn
τῇ
(te)
aan het
κρίσει
(krisei)
gerecht
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
(ooit)
εἴπῃ
(eipe)
zegt
τῷ
(to)
tegen de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Ῥακά
(Rhaka)
Rakà
ἔνοχος
(enochos)
schuldig
ἔσται
(estai)
zal zijn
τῷ
(to)
aan de
συνεδρίῳ
(synedrio)
Raad
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
(ooit)
εἴπῃ
(eipe)
zegt
Μωρέ
(More)
Dwaas
ἔνοχος
(enochos)
schuldig
ἔσται
(estai)
zal zijn
εἰς
(eis)
aan
τὴν
(ten)
de
γέενναν
(geennan)
Gehenna
τοῦ
(tou)
van het
πυρός
(pyros)
vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀργίζομαι (orgizomai), ‘boos zijn’. Ῥακά (raka) is Aramees, een scheldwoord, vermoedelijk ‘leeghoofd’. συνέδριον (synedrion), ‘Raad’: de hoogste Joodse rechtbank in Jeruzalem, het Sanhedrin. μωρέ (more), ‘dwaas’.

γέεννα (geenna), ‘Gehenna’: van het Hebreeuwse גֵּי הִנֹּם (ge hinnom), ‘dal van Hinnom’, ten zuiden van Jeruzalem (Joz. 15:8). Daar werden kinderen verbrand (Jer. 7:31–32); de naam werd een aanduiding voor de plaats van het oordeel.

Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat na ‘zijn broer’ de toevoeging ‘zonder reden’ (εἰκῇ, eike).

De SBLGNT heeft dat woord niet; wij vertalen het niet.

23Als je dus je gave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broer iets tegen je heeft,
ἐὰν
(ean)
als
οὖν
(oun)
dus
προσφέρῃς
(prospheres)
je brengt
τὸ
(to)
het
δῶρόν
(doron)
gave
σου
(sou)
je
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸ
(to)
het
θυσιαστήριον
(thysiasterion)
altaar
κἀκεῖ
(kakei)
en daar
μνησθῇς
(mnesthes)
je herinnert
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
ἀδελφός
(adelphos)
broer
σου
(sou)
je
ἔχει
(echei)
heeft
τι
(ti)
iets
κατὰ
(kata)
tegen
σοῦ
(sou)
jou
Bron: SBLGNT
24laat je gave daar voor het altaar liggen en ga heen. Verzoen je eerst met je broer. Kom dan en breng je gave.
ἄφες
(aphes)
laat
ἐκεῖ
(ekei)
daar
τὸ
(to)
het
δῶρόν
(doron)
gave
σου
(sou)
je
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τοῦ
(tou)
het
θυσιαστηρίου
(thysiasteriou)
altaar
καὶ
(kai)
en
ὕπαγε
(hypage)
ga heen
πρῶτον
(proton)
eerst
διαλλάγηθι
(diallagethi)
verzoen je
τῷ
(to)
met de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
ἐλθὼν
(elthon)
komend
πρόσφερε
(prosphere)
breng
τὸ
(to)
het
δῶρόν
(doron)
gave
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
25Wees je tegenpartij snel goedgezind, zolang je met hem onderweg bent. Anders levert je tegenpartij je uit aan de rechter en de rechter aan de gerechtsdienaar, en word je in de gevangenis geworpen.
ἴσθι
(isthi)
wees
εὐνοῶν
(eunoon)
goedgezind
τῷ
(to)
aan de
ἀντιδίκῳ
(antidiko)
tegenpartij
σου
(sou)
je
ταχὺ
(tachy)
snel
ἕως
(heos)
zolang
ὅτου
(hotou)
als
εἶ
(ei)
je bent
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ὁδῷ
(hodo)
weg
μήποτέ
(mepote)
anders
σε
(se)
je
παραδῷ
(parado)
levert uit
ὁ
(ho)
de
ἀντίδικος
(antidikos)
tegenpartij
τῷ
(to)
aan de
κριτῇ
(krite)
rechter
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κριτὴς
(krites)
rechter
τῷ
(to)
aan de
ὑπηρέτῃ
(hyperete)
gerechtsdienaar
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
in
φυλακὴν
(phylaken)
gevangenis
βληθήσῃ
(blethese)
je wordt geworpen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀντίδικος (antidikos), ‘tegenpartij’ in een rechtszaak. κριτής (krites), ‘rechter’. ὑπηρέτης (hyperetes), ‘gerechtsdienaar’: iemand die de uitspraak uitvoert.

Zie ook Luc. 12:58–59.

26Voorwaar, Ik zeg je: je komt daar beslist niet uit, totdat je het laatste kwadrant hebt betaald.
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
σοι
(soi)
je
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
ἐξέλθῃς
(exelthes)
je komt uit
ἐκεῖθεν
(ekeithen)
vandaar
ἕως
(heos)
totdat
ἂν
(an)
(ooit)
ἀποδῷς
(apodos)
je betaalt
τὸν
(ton)
het
ἔσχατον
(eschaton)
laatste
κοδράντην
(kodranten)
kwadrant
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοδράντης (kodrantes) is het Latijnse quadrans, de kleinste Romeinse koperen munt: een kwart van een as, ongeveer 1/64 van een denarie.

Een denarie was ongeveer het loon voor een dag werk.

Wij schrijven ‘kwadrant’.

Over overspel

27Jullie hebben gehoord dat gezegd is: ‘Je zult geen overspel plegen.’
Ἠκούσατε
(Ekousate)
jullie hebben gehoord
ὅτι
(hoti)
dat
ἐρρέθη
(errethe)
is gezegd
Οὐ
(Ou)
niet
μοιχεύσεις
(moicheuseis)
je zult overspel plegen
Bron: SBLGNT
Uitleg

μοιχεύω (moicheuo), ‘overspel plegen’: Exod. 20:14; Deut. 5:18.

28Maar Ik zeg jullie: ieder die naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft al overspel met haar gepleegd in zijn hart.
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
βλέπων
(blepon)
kijkt naar
γυναῖκα
(gynaika)
een vrouw
πρὸς
(pros)
om
τὸ
(to)
het
ἐπιθυμῆσαι
(epithymesai)
te begeren
αὐτὴν
(auten)
haar
ἤδη
(ede)
al
ἐμοίχευσεν
(emoicheusen)
heeft overspel gepleegd
αὐτὴν
(auten)
met haar
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιθυμέω (epithymeo), ‘begeren’: het Hebreeuwse חָמַד (chamad) in Exod. 20:17. γυνή (gyne) betekent ‘vrouw’ en ‘echtgenote’; wij kiezen ‘vrouw’.

Zie ookEx 20:17

Over verleiding

29Als je rechteroog je laat struikelen, ruk het uit en werp het van je weg. Want het is beter voor je dat één van je lichaamsdelen verloren gaat en niet heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
het
ὀφθαλμός
(ophthalmos)
oog
σου
(sou)
je
ὁ
(ho)
het
δεξιὸς
(dexios)
rechter
σκανδαλίζει
(skandalizei)
laat struikelen
σε
(se)
je
ἔξελε
(exele)
ruk uit
αὐτὸν
(auton)
het
καὶ
(kai)
en
βάλε
(bale)
werp
ἀπὸ
(apo)
van
σοῦ
(sou)
je
συμφέρει
(sympherei)
het is beter
γάρ
(gar)
want
σοι
(soi)
voor je
ἵνα
(hina)
opdat
ἀπόληται
(apoletai)
verloren gaat
ἓν
(hen)
één
τῶν
(ton)
van de
μελῶν
(melon)
lichaamsdelen
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ὅλον
(holon)
heel
τὸ
(to)
het
σῶμά
(soma)
lichaam
σου
(sou)
je
βληθῇ
(blethe)
geworpen wordt
εἰς
(eis)
in
γέενναν
(geennan)
Gehenna
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκανδαλίζω (skandalizo), ‘laten struikelen’, van σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok, valstrik’.

Yeshua spreekt hier in sterke beeldspraak. γέεννα: zie 5:22.

Zie ook Matt. 18:8–9; Mark. 9:43–48.

30En als je rechterhand je laat struikelen, hak haar af en werp haar van je weg. Want het is beter voor je dat één van je lichaamsdelen verloren gaat en niet heel je lichaam naar de Gehenna gaat.
καὶ
(kai)
en
εἰ
(ei)
als
ἡ
(he)
de
δεξιά
(dexia)
rechter
σου
(sou)
je
χεὶρ
(cheir)
hand
σκανδαλίζει
(skandalizei)
laat struikelen
σε
(se)
je
ἔκκοψον
(ekkopson)
hak af
αὐτὴν
(auten)
haar
καὶ
(kai)
en
βάλε
(bale)
werp
ἀπὸ
(apo)
van
σοῦ
(sou)
je
συμφέρει
(sympherei)
het is beter
γάρ
(gar)
want
σοι
(soi)
voor je
ἵνα
(hina)
opdat
ἀπόληται
(apoletai)
verloren gaat
ἓν
(hen)
één
τῶν
(ton)
van de
μελῶν
(melon)
lichaamsdelen
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ὅλον
(holon)
heel
τὸ
(to)
het
σῶμά
(soma)
lichaam
σου
(sou)
je
εἰς
(eis)
naar
γέενναν
(geennan)
Gehenna
ἀπέλθῃ
(apelthe)
weggaat
Bron: SBLGNT
Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat aan het eind ‘geworpen wordt in de Gehenna’, zoals in vers 29.

De SBLGNT heeft ‘naar de Gehenna gaat’.

Zie ookMat 5:29

Over wegsturen

31Er is ook gezegd: ‘Wie zijn vrouw wegstuurt, moet haar een scheidingsbrief geven.’
Ἐρρέθη
(Errethe)
er is gezegd
δέ
(de)
maar
Ὃς
(Hos)
wie
ἂν
(an)
(ooit)
ἀπολύσῃ
(apolyse)
wegstuurt
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
δότω
(doto)
laat geven
αὐτῇ
(aute)
aan haar
ἀποστάσιον
(apostasion)
scheidingsbrief
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποστάσιον (apostasion), ‘scheidingsbrief’: in Deut. 24:1 het Hebreeuwse סֵפֶר כְּרִיתֻת (sefer keritut). ἀπολύω (apolyo), ‘wegsturen’: in Deut. 24:1 het Hebreeuwse שִׁלַּח (shillach).

Zie ook Deut. 24:1–4.

Zie ookDeut 24:1
32Maar Ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw wegstuurt, behalve op grond van ontucht, laat haar overspel plegen. En wie met een weggestuurde vrouw trouwt, pleegt overspel.
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ἀπολύων
(apolyon)
wegstuurt
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
παρεκτὸς
(parektos)
behalve
λόγου
(logou)
zaak van
πορνείας
(porneias)
ontucht
ποιεῖ
(poiei)
laat
αὐτὴν
(auten)
haar
μοιχευθῆναι
(moicheuthenai)
overspel plegen
καὶ
(kai)
en
ὃς
(hos)
wie
ἐὰν
(ean)
als
ἀπολελυμένην
(apolelymenen)
weggestuurde
γαμήσῃ
(gamese)
trouwt
μοιχᾶται
(moichatai)
pleegt overspel
Bron: SBLGNT
Uitleg

πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele ontrouw of onreinheid, in brede zin.

Vergelijk Deut. 24:1, ‘iets schaamtevols’ (עֶרְוַת דָּבָר, ervat davar).

μοιχευθῆναι (moicheuthenai) is een lijdende vorm: letterlijk ‘dat overspel met haar gepleegd wordt’. Wij vertalen ‘laat haar overspel plegen’.

Zie ook Matt. 19:9; Mark. 10:11–12; Luc. 16:18.

Over zweren

33Jullie hebben ook gehoord dat tegen de ouden is gezegd: ‘Je zult geen valse eed zweren, maar je zult aan Yahweh je eden nakomen.’
Πάλιν
(Palin)
opnieuw
ἠκούσατε
(ekousate)
jullie hebben gehoord
ὅτι
(hoti)
dat
ἐρρέθη
(errethe)
is gezegd
τοῖς
(tois)
aan de
ἀρχαίοις
(archaiois)
ouden
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἐπιορκήσεις
(epiorkeseis)
je zult vals zweren
ἀποδώσεις
(apodoseis)
je zult nakomen
δὲ
(de)
maar
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Yahweh
τοὺς
(tous)
de
ὅρκους
(horkous)
eden
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is geen letterlijk citaat, maar een samenvatting van Lev. 19:12, Num. 30:3 en Deut. 23:22–24. κυρίῳ (kyrio), ‘voor de Heer’, vertalen wij als Yahweh, omdat de woorden uit de Hebreeuwse Schrift komen (יהוה).

ἐπιορκέω (epiorkeo), ‘vals zweren’: bij een eed liegen.

34Maar Ik zeg jullie: zweer helemaal niet, niet bij de hemel, want die is de troon van Elohim,
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μὴ
(me)
niet
ὀμόσαι
(omosai)
te zweren
ὅλως
(holos)
helemaal
μήτε
(mete)
noch
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
ὅτι
(hoti)
want
θρόνος
(thronos)
troon
ἐστὶν
(estin)
is
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
35niet bij de aarde, want die is de voetbank van Zijn voeten, niet bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning.
μήτε
(mete)
noch
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
γῇ
(ge)
aarde
ὅτι
(hoti)
want
ὑποπόδιόν
(hypopodion)
voetbank
ἐστιν
(estin)
is
τῶν
(ton)
van de
ποδῶν
(podon)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
μήτε
(mete)
noch
εἰς
(eis)
bij
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
ὅτι
(hoti)
want
πόλις
(polis)
stad
ἐστὶν
(estin)
is
τοῦ
(tou)
van de
μεγάλου
(megalou)
grote
βασιλέως
(basileos)
Koning
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Vergelijk Jes. 66:1, ‘De hemel is Mijn troon en de aarde de voetbank van Mijn voeten’, en Ps. 48:3, ‘de stad van de grote Koning’.

Wie zweert bij hemel, aarde of Jeruzalem, zweert in feite bij Elohim.

36Zweer ook niet bij je hoofd, want je kunt niet één haar wit of zwart maken.
μήτε
(mete)
noch
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
het
κεφαλῇ
(kephale)
hoofd
σου
(sou)
je
ὀμόσῃς
(omoses)
zweer
ὅτι
(hoti)
want
οὐ
(ou)
niet
δύνασαι
(dynasai)
je kunt
μίαν
(mian)
één
τρίχα
(tricha)
haar
λευκὴν
(leuken)
wit
ποιῆσαι
(poiesai)
maken
ἢ
(e)
of
μέλαιναν
(melainan)
zwart
Bron: SBLGNT
37Laat jullie woord ‘ja, ja’ zijn en ‘nee, nee’. Wat meer is dan dit, komt van de boze.
ἔστω
(esto)
laat zijn
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ναὶ
(nai)
ja
ναί
(nai)
ja
οὒ
(ou)
nee
οὔ
(ou)
nee
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
maar
περισσὸν
(perisson)
meerdere
τούτων
(touton)
dan dit
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
πονηροῦ
(ponerou)
boze
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ναὶ ναί (nai nai), ‘ja, ja’, en οὒ οὔ (ou ou), ‘nee, nee’.

τοῦ πονηροῦ (tou ponerou), ‘van de boze’: het Grieks kan mannelijk zijn (‘de boze’, de tegenstander) of onzijdig (‘het kwade’). Wij vertalen ‘de boze’, ook in 5:39 en 6:13.

Zie ook Jak. 5:12.

Zie ookJak 5:12

Over vergelding

38Jullie hebben gehoord dat gezegd is: ‘Oog voor oog en tand voor tand.’
Ἠκούσατε
(Ekousate)
jullie hebben gehoord
ὅτι
(hoti)
dat
ἐρρέθη
(errethe)
is gezegd
Ὀφθαλμὸν
(Ophthalmon)
oog
ἀντὶ
(anti)
voor
ὀφθαλμοῦ
(ophthalmou)
oog
καὶ
(kai)
en
ὀδόντα
(odonta)
tand
ἀντὶ
(anti)
voor
ὀδόντος
(odontos)
tand
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Exod. 21:24; Lev. 24:20; Deut. 19:21.

In het Oude Testament begrenst deze regel de vergelding in de rechtspraak: er mag niet meer worden teruggedaan dan er is aangedaan.

39Maar Ik zeg jullie: verzet je niet tegen de boze. Maar wie je op je rechterwang slaat, keer ook de andere naar hem toe.
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μὴ
(me)
niet
ἀντιστῆναι
(antistenai)
je te verzetten
τῷ
(to)
tegen de
πονηρῷ
(ponero)
boze
ἀλλ’
(all’)
maar
ὅστις
(hostis)
wie
σε
(se)
je
ῥαπίζει
(rhapizei)
slaat
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
δεξιὰν
(dexian)
rechter
σιαγόνα
(siagona)
wang
στρέψον
(strepson)
keer
αὐτῷ
(auto)
naar hem
καὶ
(kai)
ook
τὴν
(ten)
de
ἄλλην
(allen)
andere
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀντιστῆναι (antistenai), ‘zich verzetten’. τῷ πονηρῷ (to ponero), ‘de boze’: ook hier mannelijk of onzijdig, zie 5:37. ῥαπίζω (rapizo), ‘slaan’, hier op de wang.

Zie ook Luc. 6:29.

Zie ookLuc 6:29
40En wie een rechtszaak tegen je wil voeren en je onderkleed wil nemen, laat hem ook je mantel.
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan wie
θέλοντί
(thelonti)
wil
σοι
(soi)
je
κριθῆναι
(krithenai)
rechtszaak voeren
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
het
χιτῶνά
(chitona)
onderkleed
σου
(sou)
je
λαβεῖν
(labein)
nemen
ἄφες
(aphes)
laat
αὐτῷ
(auto)
hem
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
de
ἱμάτιον
(himation)
mantel
Bron: SBLGNT
Uitleg

χιτών (chiton), ‘onderkleed’: het kledingstuk op het lichaam. ἱμάτιον (himation), ‘mantel’: het bovenkleed.

Vergelijk Exod. 22:25–26: een mantel die als pand is genomen, moet vóór zonsondergang worden teruggegeven.

41En wie je dwingt één mijl mee te gaan, ga twee mijl met hem mee.
καὶ
(kai)
en
ὅστις
(hostis)
wie
σε
(se)
je
ἀγγαρεύσει
(angareusei)
dwingt
μίλιον
(milion)
mijl
ἕν
(hen)
één
ὕπαγε
(hypage)
ga
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
δύο
(dyo)
twee
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγγαρεύω (angareuo), ‘dwingen’: iemand verplichten tot een dienst, bijvoorbeeld een last dragen.

Hetzelfde werkwoord staat in Matt. 27:32. μίλιον (milion), ‘mijl’: de Romeinse mijl van 1000 passen, ongeveer 1,5 kilometer.

Zie ookMat 27:32
42Geef aan wie je vraagt, en wend je niet af van wie van je wil lenen.
τῷ
(to)
aan wie
αἰτοῦντί
(aitounti)
vraagt
σε
(se)
je
δός
(dos)
geef
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
aan wie
θέλοντα
(thelonta)
wil
ἀπὸ
(apo)
van
σοῦ
(sou)
je
δανίσασθαι
(danisasthai)
lenen
μὴ
(me)
niet
ἀποστραφῇς
(apostraphes)
je afwendt
Bron: SBLGNT
Uitleg

δανίζομαι (danizomai), ‘lenen’: vergelijk Deut. 15:8, ‘je moet je hand zeker voor hem openen en hem zeker lenen’.

Zie ook Luc. 6:30.

Over liefde voor vijanden

43Jullie hebben gehoord dat gezegd is: ‘Heb je naaste lief en haat je vijand.’
Ἠκούσατε
(Ekousate)
jullie hebben gehoord
ὅτι
(hoti)
dat
ἐρρέθη
(errethe)
is gezegd
Ἀγαπήσεις
(Agapeseis)
je zult liefhebben
τὸν
(ton)
de
πλησίον
(plesion)
naaste
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
μισήσεις
(miseseis)
je zult haten
τὸν
(ton)
de
ἐχθρόν
(echthron)
vijand
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

Lev. 19:18 zegt: ‘Heb je naaste lief als jezelf.’ πλησίον (plesion), ‘naaste’, is het Hebreeuwse רֵעַ (rea).

De woorden ‘en haat je vijand’ staan niet in Lev. 19:18.

Zie ookLev 19:18
44Maar Ik zeg jullie: heb jullie vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen,
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀγαπᾶτε
(agapate)
heb lief
τοὺς
(tous)
de
ἐχθροὺς
(echthrous)
vijanden
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
προσεύχεσθε
(proseuchesthe)
bid
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῶν
(ton)
hen
διωκόντων
(diokonton)
die vervolgen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Luc. 6:27–28; Luc. 6:35.

Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) is dit vers langer: er staan extra regels bij (zoals ‘zegen wie jullie vervloeken’ en ‘doe goed aan wie jullie haten’).

In de oudste handschriften ontbreken ze; wij vertalen alleen wat in de SBLGNT staat.

45zodat jullie zonen worden van jullie Vader in de hemelen. Want Hij laat Zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
ὅπως
(hopos)
zodat
γένησθε
(genesthe)
jullie worden
υἱοὶ
(huioi)
zonen
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τοῦ
(tou)
die
ἐν
(en)
in
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
ὅτι
(hoti)
want
τὸν
(ton)
de
ἥλιον
(helion)
zon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀνατέλλει
(anatellei)
laat opgaan
ἐπὶ
(epi)
over
πονηροὺς
(ponerous)
bozen
καὶ
(kai)
en
ἀγαθοὺς
(agathous)
goeden
καὶ
(kai)
en
βρέχει
(brechei)
laat regenen
ἐπὶ
(epi)
over
δικαίους
(dikaious)
rechtvaardigen
καὶ
(kai)
en
ἀδίκους
(adikous)
onrechtvaardigen
Bron: SBLGNT
46Want als jullie liefhebben wie jullie liefhebben, welk loon hebben jullie dan? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?
ἐὰν
(ean)
als
γὰρ
(gar)
want
ἀγαπήσητε
(agapesete)
jullie liefhebben
τοὺς
(tous)
hen
ἀγαπῶντας
(agapontas)
die liefhebben
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τίνα
(tina)
welk
μισθὸν
(misthon)
loon
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
οὐχὶ
(ouchi)
niet
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
τελῶναι
(telonai)
tollenaars
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
ποιοῦσιν
(poiousin)
doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

τελῶναι (telonai), ‘tollenaars’: mannen die voor de Romeinse overheid tol en belasting inden.

Veel mensen verachtten hen.

Zie ook Matt. 9:9–13; Luc. 6:32.

47En als jullie alleen jullie broers groeten, wat doen jullie dan meer? Doen ook de mensen van de volken niet hetzelfde?
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
als
ἀσπάσησθε
(aspasesthe)
jullie groeten
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μόνον
(monon)
alleen
τί
(ti)
wat
περισσὸν
(perisson)
meer
ποιεῖτε
(poieite)
doen jullie
οὐχὶ
(ouchi)
niet
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἐθνικοὶ
(ethnikoi)
mensen van de volken
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
ποιοῦσιν
(poiousin)
doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐθνικοί (ethnikoi), ‘mensen van de volken’: niet-Joden, van ἔθνος (ethnos), ‘volk’.

Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat hier ‘tollenaars’ (τελῶναι) in plaats van ‘de mensen van de volken’.

48Jullie moeten dus volmaakt zijn, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.
Ἔσεσθε
(Esesthe)
jullie zullen zijn
οὖν
(oun)
dus
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
τέλειοι
(teleioi)
volmaakt
ὡς
(hos)
zoals
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὁ
(ho)
de
οὐράνιος
(ouranios)
hemelse
τέλειός
(teleios)
volmaakt
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

τέλειος (teleios), ‘volmaakt’: volledig, heel, zonder tekort.

Vergelijk Deut. 18:13, ‘Je moet onberispelijk zijn bij Yahweh, je Elohim’, en Lev. 19:2, ‘Heilig moeten jullie zijn’.

Ἔσεσθε (esesthe) staat in de toekomende tijd en werkt hier als gebod: ‘jullie moeten zijn’.

Zie ook Luc. 6:36.