Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yeshua op de berg
1Toen Hij de menigten zag, ging Hij de berg op. En toen Hij was gaan zitten, kwamen Zijn leerlingen naar Hem toe.
Ἰδὼν
(Idon)
ziende
δὲ
(de)
maar
τοὺς
(tous)
de
ὄχλους
(ochlous)
menigten
ἀνέβη
(anebe)
ging omhoog
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
ὄρος
(oros)
berg
καὶ
(kai)
en
καθίσαντος
(kathisantos)
gaan zittend
αὐτοῦ
(autou)
Hij
προσῆλθαν
(proselthan)
kwamen naar
αὐτῷ
(auto)
Hem
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὄρος (oros), ‘berg’: het Grieks heeft ‘de berg’ met lidwoord.
Welke berg het is, wordt niet gezegd.
De toespraak die hier begint, loopt door tot en met Matt. 7:27; in 7:28–29 sluit de verteller haar af.
3„Gelukkig de armen van geest, want van hen is het koninkrijk van de hemelen.
Μακάριοι
(Makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
πτωχοὶ
(ptochoi)
armen
τῷ
(to)
in de
πνεύματι
(pneumati)
geest
ὅτι
(hoti)
want
αὐτῶν
(auton)
van hen
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg
μακάριοι (makarioi), ‘gelukkig’: dit past bij het Hebreeuwse אַשְׁרֵי (ashre), ‘gelukkig’, zoals in Ps. 1:1.
Wij vertalen het hier net zo als daar.
πτωχοὶ τῷ πνεύματι (ptochoi to pneumati), ‘armen van geest’: een πτωχός (ptochos) is iemand die niets heeft en alles van anderen moet verwachten. De woorden ‘in de geest’ zeggen waarin zij arm zijn. Vergelijk Jes. 66:2, ‘de ellendige, gebroken van geest, die beeft voor Mijn woord’, en Jes. 61:1.
4Gelukkig de rouwenden, want zij zullen getroost worden.
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
πενθοῦντες
(penthountes)
rouwenden
ὅτι
(hoti)
want
αὐτοὶ
(autoi)
zij
παρακληθήσονται
(paraklethesontai)
zullen getroost worden
Bron: SBLGNT
Uitleg
πενθοῦντες (penthountes), ‘rouwenden’: vergelijk Jes. 61:2–3, waar Yahweh de rouwenden troost.
παρακληθήσονται (parakletesontai), ‘zij zullen getroost worden’: het Grieks heeft hier een lijdende vorm en noemt niet wie troost. In Jes. 61:2 is dat Yahweh. Zo ook in 5:6 en 5:9.
13Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout smaakloos wordt, waarmee zal het dan gezouten worden? Het is nergens meer goed voor, behalve om buiten te worden gegooid en door de mensen vertrapt te worden.
Ὑμεῖς
(Hymeis)
jullie
ἐστε
(este)
zijn
τὸ
(to)
het
ἅλας
(halas)
zout
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
τὸ
(to)
het
ἅλας
(halas)
zout
μωρανθῇ
(moranthe)
smaakloos wordt
ἐν
(en)
met
τίνι
(tini)
wat
ἁλισθήσεται
(halisthesetai)
zal gezouten worden
εἰς
(eis)
tot
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἰσχύει
(ischyei)
is het goed
ἔτι
(eti)
nog
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
βληθὲν
(blethen)
geworpen
ἔξω
(exo)
buiten
καταπατεῖσθαι
(katapateisthai)
vertrapt te worden
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἅλας (halas), ‘zout’: zout geeft smaak en bewaart.
Bij offers hoorde zout; vergelijk Lev. 2:13, ‘het zout van het verbond van je Elohim’.
μωρανθῇ (moranthe) komt van μωρός (moros), ‘dwaas’. Van zout gezegd betekent het ‘smaakloos worden’. ἁλισθήσεται (halisthesetai): ‘gezouten worden’.
17Denk niet dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om af te schaffen, maar om te vervullen.
Μὴ
(Me)
niet
νομίσητε
(nomisete)
denk
ὅτι
(hoti)
dat
ἦλθον
(elthon)
Ik kwam
καταλῦσαι
(katalysai)
af te schaffen
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
ἢ
(e)
of
τοὺς
(tous)
de
προφήτας
(prophetas)
profeten
οὐκ
(ouk)
niet
ἦλθον
(elthon)
Ik kwam
καταλῦσαι
(katalysai)
af te schaffen
ἀλλὰ
(alla)
maar
πληρῶσαι
(plerosai)
te vervullen
Bron: SBLGNT
Uitleg
νόμος (nomos), ‘wet’: het Hebreeuwse תּוֹרָה (torah), ‘onderwijzing, wet’.
‘De wet of de profeten’ staat voor de hele Schrift (zie ook 7:12 en 22:40).
καταλῦσαι (katalysai), ‘afschaffen’, letterlijk ‘losmaken, afbreken’. πληρῶσαι (plerosai), ‘vervullen’: vol maken, tot zijn doel brengen.
18Want voorwaar, Ik zeg jullie: tot de hemel en de aarde voorbijgaan, zal geen enkele jota of streepje van de wet voorbijgaan, tot alles gebeurd is.
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
γὰρ
(gar)
want
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἕως
(heos)
totdat
ἂν
(an)
(ooit)
παρέλθῃ
(parelthe)
voorbijgaat
ὁ
(ho)
de
οὐρανὸς
(ouranos)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γῆ
(ge)
aarde
ἰῶτα
(iota)
jota
ἓν
(hen)
één
ἢ
(e)
of
μία
(mia)
één
κεραία
(keraia)
streepje
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
παρέλθῃ
(parelthe)
voorbijgaat
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
νόμου
(nomou)
wet
ἕως
(heos)
totdat
ἂν
(an)
(ooit)
πάντα
(panta)
alles
γένηται
(genetai)
gebeurt
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀμήν (amen), ‘voorwaar’: een Hebreeuws woord (אָמֵן) dat ‘het is waar, het is zeker’ betekent.
Yeshua zet het vaak vóór Zijn woorden; wij vertalen het overal met ‘voorwaar’.
ἰῶτα (iota) is de kleinste letter van het Griekse alfabet, hier voor de kleinste Hebreeuwse letter י (yod). κεραία (keraia), letterlijk ‘hoorntje’, is een klein streepje aan een letter.
19Wie dus één van deze kleinste geboden ongeldig maakt en de mensen zo onderwijst, zal de kleinste genoemd worden in het koninkrijk van de hemelen. Maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het koninkrijk van de hemelen.
Het Grieks heeft bij ‘doet en onderwijst’ geen voorwerp; wij schrijven ‘ze’ (de geboden).
20Want Ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, gaan jullie beslist niet het koninkrijk van de hemelen binnen.
λέγω
(lego)
Ik zeg
γὰρ
(gar)
want
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
περισσεύσῃ
(perisseuse)
overtreft
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἡ
(he)
de
δικαιοσύνη
(dikaiosyne)
gerechtigheid
πλεῖον
(pleion)
meer
τῶν
(ton)
dan de
γραμματέων
(grammateon)
schriftgeleerden
καὶ
(kai)
en
Φαρισαίων
(Pharisaion)
Farizeeën
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
εἰσέλθητε
(eiselthete)
zullen binnengaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg
περισσεύσῃ πλεῖον (perisseuse pleion), ‘groter is dan’, letterlijk ‘meer dan genoeg is, meer dan’.
21Jullie hebben gehoord dat tegen de ouden is gezegd: ‘Je zult niet moorden. Wie moordt, zal schuldig zijn voor het gerecht.’
Ἠκούσατε
(Ekousate)
jullie hebben gehoord
ὅτι
(hoti)
dat
ἐρρέθη
(errethe)
is gezegd
τοῖς
(tois)
aan de
ἀρχαίοις
(archaiois)
ouden
Οὐ
(Ou)
niet
φονεύσεις
(phoneuseis)
je zult moorden
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
(ooit)
φονεύσῃ
(phoneuse)
moordt
ἔνοχος
(enochos)
schuldig
ἔσται
(estai)
zal zijn
τῇ
(te)
aan het
κρίσει
(krisei)
gerecht
Bron: SBLGNT
Uitleg
φονεύω (phoneuo), ‘moorden’: het Hebreeuwse רָצַח (ratsach) in Exod. 20:13 en Deut. 5:17, waar wij ook ‘moorden’ hebben. ἔνοχος (enochos), ‘schuldig’: gebonden aan, onderworpen aan. κρίσις (krisis), ‘gerecht, oordeel’: hier de plaatselijke rechtbank.
De woorden ‘Wie moordt, zal schuldig zijn voor het gerecht’ staan zo niet in het Hebreeuws; vergelijk Exod. 21:12 en Lev. 24:17, waar de doodslager gedood moet worden.
22Maar Ik zeg jullie: ieder die boos is op zijn broer, zal schuldig zijn voor het gerecht. Wie tegen zijn broer zegt: ‘Rakà’, zal schuldig zijn voor de Raad. En wie zegt: ‘Dwaas’, zal schuldig zijn aan de Gehenna van het vuur.
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ὀργιζόμενος
(orgizomenos)
boos is
τῷ
(to)
op de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἔνοχος
(enochos)
schuldig
ἔσται
(estai)
zal zijn
τῇ
(te)
aan het
κρίσει
(krisei)
gerecht
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
(ooit)
εἴπῃ
(eipe)
zegt
τῷ
(to)
tegen de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Ῥακά
(Rhaka)
Rakà
ἔνοχος
(enochos)
schuldig
ἔσται
(estai)
zal zijn
τῷ
(to)
aan de
συνεδρίῳ
(synedrio)
Raad
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
(ooit)
εἴπῃ
(eipe)
zegt
Μωρέ
(More)
Dwaas
ἔνοχος
(enochos)
schuldig
ἔσται
(estai)
zal zijn
εἰς
(eis)
aan
τὴν
(ten)
de
γέενναν
(geennan)
Gehenna
τοῦ
(tou)
van het
πυρός
(pyros)
vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὀργίζομαι (orgizomai), ‘boos zijn’. Ῥακά (raka) is Aramees, een scheldwoord, vermoedelijk ‘leeghoofd’. συνέδριον (synedrion), ‘Raad’: de hoogste Joodse rechtbank in Jeruzalem, het Sanhedrin. μωρέ (more), ‘dwaas’.
γέεννα (geenna), ‘Gehenna’: van het Hebreeuwse גֵּי הִנֹּם (ge hinnom), ‘dal van Hinnom’, ten zuiden van Jeruzalem (Joz. 15:8). Daar werden kinderen verbrand (Jer. 7:31–32); de naam werd een aanduiding voor de plaats van het oordeel.
Lezing
In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat na ‘zijn broer’ de toevoeging ‘zonder reden’ (εἰκῇ, eike).
De SBLGNT heeft dat woord niet; wij vertalen het niet.
23Als je dus je gave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broer iets tegen je heeft,
ἐὰν
(ean)
als
οὖν
(oun)
dus
προσφέρῃς
(prospheres)
je brengt
τὸ
(to)
het
δῶρόν
(doron)
gave
σου
(sou)
je
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸ
(to)
het
θυσιαστήριον
(thysiasterion)
altaar
κἀκεῖ
(kakei)
en daar
μνησθῇς
(mnesthes)
je herinnert
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
ἀδελφός
(adelphos)
broer
σου
(sou)
je
ἔχει
(echei)
heeft
τι
(ti)
iets
κατὰ
(kata)
tegen
σοῦ
(sou)
jou
Bron: SBLGNT
24laat je gave daar voor het altaar liggen en ga heen. Verzoen je eerst met je broer. Kom dan en breng je gave.
ἄφες
(aphes)
laat
ἐκεῖ
(ekei)
daar
τὸ
(to)
het
δῶρόν
(doron)
gave
σου
(sou)
je
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τοῦ
(tou)
het
θυσιαστηρίου
(thysiasteriou)
altaar
καὶ
(kai)
en
ὕπαγε
(hypage)
ga heen
πρῶτον
(proton)
eerst
διαλλάγηθι
(diallagethi)
verzoen je
τῷ
(to)
met de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
ἐλθὼν
(elthon)
komend
πρόσφερε
(prosphere)
breng
τὸ
(to)
het
δῶρόν
(doron)
gave
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
25Wees je tegenpartij snel goedgezind, zolang je met hem onderweg bent. Anders levert je tegenpartij je uit aan de rechter en de rechter aan de gerechtsdienaar, en word je in de gevangenis geworpen.
ἴσθι
(isthi)
wees
εὐνοῶν
(eunoon)
goedgezind
τῷ
(to)
aan de
ἀντιδίκῳ
(antidiko)
tegenpartij
σου
(sou)
je
ταχὺ
(tachy)
snel
ἕως
(heos)
zolang
ὅτου
(hotou)
als
εἶ
(ei)
je bent
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ὁδῷ
(hodo)
weg
μήποτέ
(mepote)
anders
σε
(se)
je
παραδῷ
(parado)
levert uit
ὁ
(ho)
de
ἀντίδικος
(antidikos)
tegenpartij
τῷ
(to)
aan de
κριτῇ
(krite)
rechter
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κριτὴς
(krites)
rechter
τῷ
(to)
aan de
ὑπηρέτῃ
(hyperete)
gerechtsdienaar
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
in
φυλακὴν
(phylaken)
gevangenis
βληθήσῃ
(blethese)
je wordt geworpen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀντίδικος (antidikos), ‘tegenpartij’ in een rechtszaak. κριτής (krites), ‘rechter’. ὑπηρέτης (hyperetes), ‘gerechtsdienaar’: iemand die de uitspraak uitvoert.
29Als je rechteroog je laat struikelen, ruk het uit en werp het van je weg. Want het is beter voor je dat één van je lichaamsdelen verloren gaat en niet heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
het
ὀφθαλμός
(ophthalmos)
oog
σου
(sou)
je
ὁ
(ho)
het
δεξιὸς
(dexios)
rechter
σκανδαλίζει
(skandalizei)
laat struikelen
σε
(se)
je
ἔξελε
(exele)
ruk uit
αὐτὸν
(auton)
het
καὶ
(kai)
en
βάλε
(bale)
werp
ἀπὸ
(apo)
van
σοῦ
(sou)
je
συμφέρει
(sympherei)
het is beter
γάρ
(gar)
want
σοι
(soi)
voor je
ἵνα
(hina)
opdat
ἀπόληται
(apoletai)
verloren gaat
ἓν
(hen)
één
τῶν
(ton)
van de
μελῶν
(melon)
lichaamsdelen
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ὅλον
(holon)
heel
τὸ
(to)
het
σῶμά
(soma)
lichaam
σου
(sou)
je
βληθῇ
(blethe)
geworpen wordt
εἰς
(eis)
in
γέενναν
(geennan)
Gehenna
Bron: SBLGNT
Uitleg
σκανδαλίζω (skandalizo), ‘laten struikelen’, van σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok, valstrik’.
Yeshua spreekt hier in sterke beeldspraak. γέεννα: zie 5:22.
30En als je rechterhand je laat struikelen, hak haar af en werp haar van je weg. Want het is beter voor je dat één van je lichaamsdelen verloren gaat en niet heel je lichaam naar de Gehenna gaat.
καὶ
(kai)
en
εἰ
(ei)
als
ἡ
(he)
de
δεξιά
(dexia)
rechter
σου
(sou)
je
χεὶρ
(cheir)
hand
σκανδαλίζει
(skandalizei)
laat struikelen
σε
(se)
je
ἔκκοψον
(ekkopson)
hak af
αὐτὴν
(auten)
haar
καὶ
(kai)
en
βάλε
(bale)
werp
ἀπὸ
(apo)
van
σοῦ
(sou)
je
συμφέρει
(sympherei)
het is beter
γάρ
(gar)
want
σοι
(soi)
voor je
ἵνα
(hina)
opdat
ἀπόληται
(apoletai)
verloren gaat
ἓν
(hen)
één
τῶν
(ton)
van de
μελῶν
(melon)
lichaamsdelen
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ὅλον
(holon)
heel
τὸ
(to)
het
σῶμά
(soma)
lichaam
σου
(sou)
je
εἰς
(eis)
naar
γέενναν
(geennan)
Gehenna
ἀπέλθῃ
(apelthe)
weggaat
Bron: SBLGNT
Lezing
In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat aan het eind ‘geworpen wordt in de Gehenna’, zoals in vers 29.
32Maar Ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw wegstuurt, behalve op grond van ontucht, laat haar overspel plegen. En wie met een weggestuurde vrouw trouwt, pleegt overspel.
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ἀπολύων
(apolyon)
wegstuurt
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
παρεκτὸς
(parektos)
behalve
λόγου
(logou)
zaak van
πορνείας
(porneias)
ontucht
ποιεῖ
(poiei)
laat
αὐτὴν
(auten)
haar
μοιχευθῆναι
(moicheuthenai)
overspel plegen
καὶ
(kai)
en
ὃς
(hos)
wie
ἐὰν
(ean)
als
ἀπολελυμένην
(apolelymenen)
weggestuurde
γαμήσῃ
(gamese)
trouwt
μοιχᾶται
(moichatai)
pleegt overspel
Bron: SBLGNT
Uitleg
πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele ontrouw of onreinheid, in brede zin.
33Jullie hebben ook gehoord dat tegen de ouden is gezegd: ‘Je zult geen valse eed zweren, maar je zult aan Yahweh je eden nakomen.’
Πάλιν
(Palin)
opnieuw
ἠκούσατε
(ekousate)
jullie hebben gehoord
ὅτι
(hoti)
dat
ἐρρέθη
(errethe)
is gezegd
τοῖς
(tois)
aan de
ἀρχαίοις
(archaiois)
ouden
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἐπιορκήσεις
(epiorkeseis)
je zult vals zweren
ἀποδώσεις
(apodoseis)
je zult nakomen
δὲ
(de)
maar
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Yahweh
τοὺς
(tous)
de
ὅρκους
(horkous)
eden
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg
Dit is geen letterlijk citaat, maar een samenvatting van Lev. 19:12, Num. 30:3 en Deut. 23:22–24. κυρίῳ (kyrio), ‘voor de Heer’, vertalen wij als Yahweh, omdat de woorden uit de Hebreeuwse Schrift komen (יהוה).
ἐπιορκέω (epiorkeo), ‘vals zweren’: bij een eed liegen.
τοῦ πονηροῦ (tou ponerou), ‘van de boze’: het Grieks kan mannelijk zijn (‘de boze’, de tegenstander) of onzijdig (‘het kwade’). Wij vertalen ‘de boze’, ook in 5:39 en 6:13.
39Maar Ik zeg jullie: verzet je niet tegen de boze. Maar wie je op je rechterwang slaat, keer ook de andere naar hem toe.
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μὴ
(me)
niet
ἀντιστῆναι
(antistenai)
je te verzetten
τῷ
(to)
tegen de
πονηρῷ
(ponero)
boze
ἀλλ’
(all’)
maar
ὅστις
(hostis)
wie
σε
(se)
je
ῥαπίζει
(rhapizei)
slaat
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
δεξιὰν
(dexian)
rechter
σιαγόνα
(siagona)
wang
στρέψον
(strepson)
keer
αὐτῷ
(auto)
naar hem
καὶ
(kai)
ook
τὴν
(ten)
de
ἄλλην
(allen)
andere
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀντιστῆναι (antistenai), ‘zich verzetten’. τῷ πονηρῷ (to ponero), ‘de boze’: ook hier mannelijk of onzijdig, zie 5:37. ῥαπίζω (rapizo), ‘slaan’, hier op de wang.
44Maar Ik zeg jullie: heb jullie vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen,
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀγαπᾶτε
(agapate)
heb lief
τοὺς
(tous)
de
ἐχθροὺς
(echthrous)
vijanden
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
προσεύχεσθε
(proseuchesthe)
bid
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῶν
(ton)
hen
διωκόντων
(diokonton)
die vervolgen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
Zie ook Luc. 6:27–28; Luc. 6:35.
Lezing
In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) is dit vers langer: er staan extra regels bij (zoals ‘zegen wie jullie vervloeken’ en ‘doe goed aan wie jullie haten’).
In de oudste handschriften ontbreken ze; wij vertalen alleen wat in de SBLGNT staat.
45zodat jullie zonen worden van jullie Vader in de hemelen. Want Hij laat Zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
ὅπως
(hopos)
zodat
γένησθε
(genesthe)
jullie worden
υἱοὶ
(huioi)
zonen
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τοῦ
(tou)
die
ἐν
(en)
in
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
ὅτι
(hoti)
want
τὸν
(ton)
de
ἥλιον
(helion)
zon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀνατέλλει
(anatellei)
laat opgaan
ἐπὶ
(epi)
over
πονηροὺς
(ponerous)
bozen
καὶ
(kai)
en
ἀγαθοὺς
(agathous)
goeden
καὶ
(kai)
en
βρέχει
(brechei)
laat regenen
ἐπὶ
(epi)
over
δικαίους
(dikaious)
rechtvaardigen
καὶ
(kai)
en
ἀδίκους
(adikous)
onrechtvaardigen
Bron: SBLGNT
46Want als jullie liefhebben wie jullie liefhebben, welk loon hebben jullie dan? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?
ἐὰν
(ean)
als
γὰρ
(gar)
want
ἀγαπήσητε
(agapesete)
jullie liefhebben
τοὺς
(tous)
hen
ἀγαπῶντας
(agapontas)
die liefhebben
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τίνα
(tina)
welk
μισθὸν
(misthon)
loon
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
οὐχὶ
(ouchi)
niet
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
τελῶναι
(telonai)
tollenaars
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
ποιοῦσιν
(poiousin)
doen
Bron: SBLGNT
Uitleg
τελῶναι (telonai), ‘tollenaars’: mannen die voor de Romeinse overheid tol en belasting inden.