Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
David overlegt met het volk
1David overlegde met de bevelhebbers over de duizenden en de honderden, met alle leiders.
וַיִּוָּעַ֣ץ
(vayivaats)
en overlegde
דָּוִ֗יד
(david)
David
עִם
(im)
met
שָׂרֵ֧י
(sarei)
de bevelhebbers van
הָאֲלָפִ֛ים
(haalafim)
de duizenden
וְהַמֵּא֖וֹת
(vehameot)
en de honderden
לְכָל
(lekhal)
met alle
נָגִֽיד
(nagid)
leiders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
1 Kron. 13 loopt parallel met 2 Sam. 6:1–11.
Het overleg met het volk (vers 1–4) staat alleen in Kronieken.
שָׂרֵי הָאֲלָפִים וְהַמֵּאוֹת (sare haalafim vehameot), ‘de bevelhebbers over de duizenden en de honderden’: de legeraanvoerders. Zie ook Num. 31:14.
נָגִיד (nagid), ‘leider’: dit woord vertalen wij overal zo (zie 2 Sam. 6:21).
2David zei tegen heel de vergadering van Israël: „Als het goed is in jullie ogen en als het van Yahweh, onze Elohim, komt, laten wij dan overal bericht sturen naar onze broeders. Zij zijn overgebleven in alle landen van Israël. Bij hen zijn de priesters en de Levieten, in de steden met hun weidegronden. Laten zij zich bij ons verzamelen.
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
דָּוִ֜יד
(david)
David
לְכֹ֣ל
(lekhol)
aan heel
קְהַ֣ל
(qehal)
de vergadering van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
אִם
(im)
als
עֲלֵיכֶ֨ם
(aleikhem)
bij jullie
ט֜וֹב
(tov)
goed
וּמִן
(umin)
en van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֗ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
נִפְרְצָה֙
(nifretsa)
laten wij ons uitbreiden
נִשְׁלְחָ֞ה
(nishlecha)
laten wij sturen
עַל
(al)
naar
אַחֵ֣ינוּ
(acheinu)
onze broeders
הַנִּשְׁאָרִ֗ים
(hanisharim)
die zijn overgebleven
בְּכֹל֙
(bekhol)
in alle
אַרְצ֣וֹת
(artsot)
landen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְעִמָּהֶ֛ם
(veimahem)
en bij hen
הַכֹּהֲנִ֥ים
(hakohanim)
de priesters
וְהַלְוִיִּ֖ם
(vehalviyim)
en de Levieten
בְּעָרֵ֣י
(bearei)
in de steden van
מִגְרְשֵׁיהֶ֑ם
(migresheihem)
hun weidegronden
וְיִקָּבְצ֖וּ
(veyiqavetsu)
en laten zij zich verzamelen
אֵלֵֽינוּ
(eleinu)
bij ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נִפְרְצָה (nifretsah), ‘laten wij ons uitbreiden’: het werkwoord פָּרַץ (parats) betekent ‘doorbreken’ en ook ‘zich uitbreiden’.
Samen met ‘laten wij sturen’ bedoelt David: wij sturen overal bericht heen.
מִגְרְשֵׁיהֶם (migreshehem), ‘hun weidegronden’: de grond rond de levietensteden (Num. 35:2–5; Joz. 21).
6David ging met heel Israël omhoog naar Baäla, dat is Kirjat-Jearim, dat bij Juda hoort. Zij gingen de ark van Elohim Yahweh vandaar omhoog brengen. Hij troont op de cherubs. De Naam wordt erover uitgeroepen.
וַיַּ֨עַל
(vayaal)
en ging omhoog
דָּוִ֤יד
(david)
David
וְכָל
(vekhal)
en heel
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
בַּעֲלָ֔תָה
(baalata)
naar Baäla
אֶל
(el)
naar
קִרְיַ֥ת
(qiryat)
Kirjat
יְעָרִ֖ים
(yearim)
Jearim
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
לִיהוּדָ֑ה
(lihuda)
van Juda
לְהַעֲל֣וֹת
(lehaalot)
om omhoog te brengen
מִשָּׁ֗ם
(misham)
vandaar
אֵת֩
(et)
(obj.)
אֲר֨וֹן
(aron)
de ark van
הָאֱלֹהִ֧ים
(haElohim)
de Elohim
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
יוֹשֵׁ֥ב
(yoshev)
zittend op
הַכְּרוּבִ֖ים
(hakeruvim)
de cherubs
אֲשֶׁר
(asher)
die
נִקְרָ֥א
(niqra)
wordt uitgeroepen
שֵֽׁם
(shem)
de Naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Baäla (בַּעֲלָה) is een andere naam voor Kirjat-Jearim (Joz. 15:9).
In 2 Sam. 6:2 heet de plaats Baäle-Juda.
Uitleg
אֲשֶׁר נִקְרָא שֵׁם (asher nikra shem), ‘waar de Naam over wordt uitgeroepen’: het Hebreeuws zegt niet zelf over wie of wat de Naam wordt uitgeroepen.
Het gaat om de ark, of om Yahweh die op de cherubs troont.
Wij laten dat zo staan.
In 2 Sam. 6:2 staat: ‘de Naam van Yahweh van de legermachten’.
De cherubs staan op het verzoendeksel van de ark (Exod. 25:18–22).
7Zij zetten de ark van Elohim op een nieuwe wagen, uit het huis van Abinadab. Uzza en Achjo bestuurden de wagen.
וַיַּרְכִּ֜יבוּ
(vayarkivu)
en zij lieten rijden
אֶת
(et)
(obj.)
אֲר֤וֹן
(aron)
de ark van
הָאֱלֹהִים֙
(haElohim)
de Elohim
עַל
(al)
op
עֲגָלָ֣ה
(agala)
een wagen
חֲדָשָׁ֔ה
(chadasha)
nieuwe
מִבֵּ֖ית
(mibeit)
uit het huis van
אֲבִינָדָ֑ב
(avinadav)
Abinadab
וְעֻזָּ֣א
(veuza)
en Uzza
וְאַחְי֔וֹ
(veachyo)
en Achjo
נֹהֲגִ֖ים
(nohagim)
bestuurders
בָּעֲגָלָֽה
(baagala)
van de wagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֲגָלָה חֲדָשָׁה (agalah chadashah), ‘een nieuwe wagen’: de wet zegt dat de Kehatieten de ark op draagstokken dragen (Exod. 25:14; Num. 4:15; 7:9).
Zie ook 1 Sam. 6:7.
וְאַחְיוֹ (veachyo), ‘en Achjo’: de medeklinkers kunnen ook ‘en zijn broeders’ betekenen. De klinkers geven hier een eigennaam, zoals in 2 Sam. 6:3. In 2 Sam. 6:3–4 staat de wagen nog een tweede keer.
8David en heel Israël speelden voor het aangezicht van Elohim met alle kracht. Zij speelden met gezang, lieren, harpen, tamboerijnen, bekkens en trompetten.
וְדָוִ֣יד
(vedavid)
en David
וְכָל
(vekhal)
en heel
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
מְשַׂחֲקִ֛ים
(mesachaqim)
spelend
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
הָאֱלֹהִ֖ים
(haElohim)
de Elohim
בְּכָל
(bekhal)
met alle
עֹ֑ז
(oz)
kracht
וּבְשִׁירִ֤ים
(uveshirim)
en met gezang
וּבְכִנֹּרוֹת֙
(uvekhinorot)
en met lieren
וּבִנְבָלִ֣ים
(uvinvalim)
en met harpen
וּבְתֻפִּ֔ים
(uvetupim)
en met tamboerijnen
וּבִמְצִלְתַּ֖יִם
(uvimtsiltayim)
en met bekkens
וּבַחֲצֹצְרֽוֹת
(uvachatsotserot)
en met trompetten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּכָל עֹז (bechol oz), ‘met alle kracht’: 2 Sam. 6:5 heeft een andere tekst: ‘met allerlei cipressenhout’.
10Toen ontbrandde de toorn van Yahweh tegen Uzza. Hij sloeg hem, omdat hij zijn hand naar de ark had uitgestrekt. Daar stierf hij, voor het aangezicht van Elohim.
וַיִּֽחַר
(vayichar)
en ontbrandde
אַ֤ף
(af)
de toorn van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
בְּעֻזָּ֔א
(beuza)
tegen Uzza
וַיַּכֵּ֕הוּ
(vayakehu)
en sloeg hem
עַ֛ל
(al)
omdat
אֲשֶׁר
(asher)
dat
שָׁלַ֥ח
(shalach)
hij had uitgestrekt
יָד֖וֹ
(yado)
zijn hand
עַל
(al)
naar
הָאָר֑וֹן
(haaron)
de ark
וַיָּ֥מָת
(vayamat)
en hij stierf
שָׁ֖ם
(sham)
daar
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De ark is hoogheilig en mocht niet worden aangeraakt (Num. 4:15).
Zie ook Lev. 10:1–2.
Lezing
2 Sam. 6:7 heeft een ander woord voor de reden: הַשַּׁל (hashal), een woord dat maar één keer voorkomt.
Kronieken geeft hier de reden zelf: hij strekte zijn hand uit naar de ark.