Elohim Bijbel

2 Korintiërs 6

12345678910111213

Nu is de dag van redding, de dienst van Paulus, een open hart en het heiligdom van de levende Elohim

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Nu is de dag van redding

1Als medewerkers roepen wij jullie ook op de genade van Elohim niet tevergeefs te ontvangen.
Συνεργοῦντες
(Synergountes)
meewerkend
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
ook
παρακαλοῦμεν
(parakaloumen)
roepen wij op
μὴ
(me)
niet
εἰς
(eis)
tot
κενὸν
(kenon)
tevergeefs
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
genade
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
δέξασθαι
(dexasthai)
te ontvangen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνεργέω (synergeo), ‘meewerken’: het Grieks noemt niet met wie; uit 5:20 en 6:1 blijkt dat Paulus meewerkt met Elohim, die door hen oproept. παρακαλέω (parakaleo) staat hier als ‘oproepen’; het is hetzelfde Griekse woord als ‘troosten’ in 1:4 (zie de Uitleg daar). κενός (kenos), ‘leeg’: ‘tevergeefs’ ontvangen is ontvangen zonder dat het vrucht draagt.

2Want Hij zegt: „In een welaanvaarde tijd heb Ik je verhoord, en op een dag van redding heb Ik je geholpen.” Zie, nu is het een zeer welaanvaarde tijd; zie, nu is het de dag van redding.
λέγει
(legei)
Hij zegt
γάρ
(gar)
want
Καιρῷ
(Kairo)
in tijd
δεκτῷ
(dekto)
welaanvaard
ἐπήκουσά
(epekousa)
verhoorde Ik
σου
(sou)
jou
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
op
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
σωτηρίας
(soterias)
van redding
ἐβοήθησά
(eboethesa)
hielp Ik
σοι
(soi)
jou
ἰδοὺ
(idou)
zie
νῦν
(nyn)
nu
καιρὸς
(kairos)
tijd
εὐπρόσδεκτος
(euprosdektos)
zeer welaanvaard
ἰδοὺ
(idou)
zie
νῦν
(nyn)
nu
ἡμέρα
(hemera)
dag
σωτηρίας
(soterias)
van redding
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Jes. 49:8.

Ons Hebreeuws heeft: ‘In een tijd van welbehagen (בְּעֵת רָצוֹן, be-et ratson) heb Ik je geantwoord, en op een dag van redding heb Ik je geholpen.’

De Griekse tekst heeft ‘in een welaanvaarde tijd (καιρῷ δεκτῷ) heb Ik je verhoord’ (ἐπακούω, epakouo, ‘luisteren naar, verhoren’) en over de dag van redding hetzelfde als het Hebreeuws.

In Jesaja spreekt Yahweh tot Zijn knecht; daarom staat het citaat rood.

Het Grieks noemt bij ‘Hij zegt’ geen onderwerp: het is Elohim.

Het slot (‘Zie, nu is het…’) is Paulus’ eigen uitleg, daarom zwart. δεκτός (dektos), ‘welaanvaard’; εὐπρόσδεκτος (euprosdektos), ‘zeer welaanvaard’. σωτηρία (soteria), ‘redding’.

Zie ook Jes. 49:8.

Zie ookJes 49:8

De dienst van Paulus en zijn medewerkers

3Wij geven nergens in enige aanstoot, opdat de dienst niet gelaakt wordt,
μηδεμίαν
(medemian)
geen enkele
ἐν
(en)
in
μηδενὶ
(medeni)
niets
διδόντες
(didontes)
gevend
προσκοπήν
(proskopen)
aanstoot
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
μωμηθῇ
(momethe)
gelaakt wordt
ἡ
(he)
de
διακονία
(diakonia)
dienst
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσκοπή (proskope), ‘aanstoot, aanleiding om te struikelen’. μωμάομαι (momaomai), ‘laken, bekritiseren’.

De Griekse zin loopt door uit vers 1: Paulus geeft niemand aanstoot terwijl hij oproept.

Zie ook2 Kor 6:1
4maar in alles bevelen wij onszelf aan als dienaren van Elohim: in veel volharding, in verdrukkingen, in nooden, in benauwdheden,
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
συνιστάνοντες
(synistanontes)
aanbevelend
ἑαυτοὺς
(heautous)
onszelf
ὡς
(hos)
als
θεοῦ
(theou)
van Elohim
διάκονοι
(diakonoi)
dienaren
ἐν
(en)
in
ὑπομονῇ
(hypomone)
volharding
πολλῇ
(polle)
veel
ἐν
(en)
in
θλίψεσιν
(thlipsesin)
verdrukkingen
ἐν
(en)
in
ἀνάγκαις
(anankais)
nooden
ἐν
(en)
in
στενοχωρίαις
(stenochoriais)
benauwdheden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Verzen 4–10 zijn een opsomming van wat Paulus en zijn medewerkers doormaken en bezitten.

De opsomming begint met ‘in’ (ἐν) en gaat over in ‘door’ (διά) en ‘als’ (ὡς). θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’; ἀνάγκη (anagke), ‘nood, dwang’; στενοχωρία (stenochoria), ‘benauwdheid’, zoals het werkwoord in 4:8.

Zie ook 2 Kor. 4:8–9; 2 Kor. 11:23–27.

5in slagen, in gevangenissen, in onrust, in zwoegen, in waken, in vasten,
ἐν
(en)
in
πληγαῖς
(plegais)
slagen
ἐν
(en)
in
φυλακαῖς
(phylakais)
gevangenissen
ἐν
(en)
in
ἀκαταστασίαις
(akatastasiais)
onrust
ἐν
(en)
in
κόποις
(kopois)
zwoegen
ἐν
(en)
in
ἀγρυπνίαις
(agrypniais)
waken
ἐν
(en)
in
νηστείαις
(nesteiais)
vasten
Bron: SBLGNT
Uitleg

πληγαί (plegai), ‘slagen’; φυλακαί (fylakai), ‘gevangenissen’; ἀκαταστασίαι (akatastasiai), ‘onrust’; κόποι (kopoi), ‘zwoegen, zware arbeid’; ἀγρυπνίαι (agrypniai), ‘waken, slapeloze nachten’; νηστεῖαι (nesteiai), ‘vasten’.

Zie ook Hand. 16:22–24; Luc. 21:9.

6in reinheid, in kennis, in geduld, in vriendelijkheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde,
ἐν
(en)
in
ἁγνότητι
(hagnoteti)
reinheid
ἐν
(en)
in
γνώσει
(gnosei)
kennis
ἐν
(en)
in
μακροθυμίᾳ
(makrothymia)
geduld
ἐν
(en)
in
χρηστότητι
(chrestoteti)
vriendelijkheid
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἁγίῳ
(hagio)
Heilige
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
ἀνυποκρίτῳ
(anypokrito)
ongeveinsde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγνότης (hagnotes), ‘reinheid’; μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’; χρηστότης (chrestotes), ‘vriendelijkheid’; ἀνυπόκριτος (anypokritos), ‘ongeveinsd’. ἐν πνεύματι ἁγίῳ (en pneumati hagio) staat zonder lidwoord; het kan ‘in de Heilige Geest’ betekenen of ‘in een heilige geest, in heilige gezindheid’.

Wij kiezen ‘de Heilige Geest’.

Dezelfde woorden voor geduld en vriendelijkheid staan in de vrucht van de Geest.

Zie ook Gal. 5:22.

Zie ookGal 5:22
7in het woord van de waarheid, in de kracht van Elohim; door de wapens van de gerechtigheid in de rechter- en de linkerhand,
ἐν
(en)
in
λόγῳ
(logo)
woord
ἀληθείας
(aletheias)
van waarheid
ἐν
(en)
in
δυνάμει
(dynamei)
kracht
θεοῦ
(theou)
van Elohim
διὰ
(dia)
door
τῶν
(ton)
de
ὅπλων
(hoplon)
wapens
τῆς
(tes)
van de
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
τῶν
(ton)
die
δεξιῶν
(dexion)
rechter
καὶ
(kai)
en
ἀριστερῶν
(aristeron)
linker
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὅπλα τῆς δικαιοσύνης (hopla tes dikaiosynes), ‘wapens van de gerechtigheid’.

‘De rechter- en de linkerhand’ zijn de twee handen waarmee Paulus de wapens draagt.

8door eer en oneer, door slechte naam en goede naam; als bedriegers en toch waarachtig,
διὰ
(dia)
door
δόξης
(doxes)
eer
καὶ
(kai)
en
ἀτιμίας
(atimias)
oneer
διὰ
(dia)
door
δυσφημίας
(dysphemias)
slechte naam
καὶ
(kai)
en
εὐφημίας
(euphemias)
goede naam
ὡς
(hos)
als
πλάνοι
(planoi)
bedriegers
καὶ
(kai)
en
ἀληθεῖς
(aletheis)
waarachtig
Bron: SBLGNT
Uitleg

δόξα (doxa) betekent elders in deze brief ‘heerlijkheid’; tegenover ἀτιμία (atimia), ‘oneer’, staat het hier voor ‘eer’. δυσφημία (dysfemia), ‘slechte naam, kwaad gerucht’, en εὐφημία (eufemia), ‘goede naam’. πλάνος (planos), ‘bedrieger, verleider’; ἀληθής (alethes), ‘waarachtig’.

9als miskend en toch erkend, als stervend en zie, wij leven, als getuchtigd en toch niet gedood,
ὡς
(hos)
als
ἀγνοούμενοι
(agnooumenoi)
miskend
καὶ
(kai)
en
ἐπιγινωσκόμενοι
(epiginoskomenoi)
erkend
ὡς
(hos)
als
ἀποθνῄσκοντες
(apothneskontes)
stervend
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ζῶμεν
(zomen)
leven wij
ὡς
(hos)
als
παιδευόμενοι
(paideuomenoi)
getuchtigd
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
θανατούμενοι
(thanatoumenoi)
gedood
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγνοέω (agnoeo), ‘niet kennen, miskennen’, tegenover ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘erkennen’, zoals in 1:13. παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden, tuchtigen’.

Dit lijkt op wat de dichter van Ps. 118 zegt: Yah heeft hem getuchtigd, maar niet aan de dood overgegeven.

Zie ook Ps. 118:17–18.

10als bedroefd en toch altijd blij, als arm en toch velen rijk makend, als niets hebbend en toch alles bezittend.
ὡς
(hos)
als
λυπούμενοι
(lypoumenoi)
bedroefd
ἀεὶ
(aei)
altijd
δὲ
(de)
maar
χαίροντες
(chairontes)
blij
ὡς
(hos)
als
πτωχοὶ
(ptochoi)
armen
πολλοὺς
(pollous)
velen
δὲ
(de)
maar
πλουτίζοντες
(ploutizontes)
rijk makend
ὡς
(hos)
als
μηδὲν
(meden)
niets
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alles
κατέχοντες
(katechontes)
bezittend
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλουτίζω (ploutizo), ‘rijk maken’. κατέχω (katecho), ‘bezitten, vasthouden’.

Het slot van de opsomming is een reeks tegenstellingen: wat de wereld ziet, en wat Paulus werkelijk heeft.

Een open hart

11Onze mond is tot jullie geopend, Korintiërs, ons hart is wijd gemaakt.
Τὸ
(To)
de
στόμα
(stoma)
mond
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἀνέῳγεν
(aneogen)
is geopend
πρὸς
(pros)
tot
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Κορίνθιοι
(Korinthioi)
Korintiërs
ἡ
(he)
het
καρδία
(kardia)
hart
ἡμῶν
(hemon)
ons
πεπλάτυνται
(peplatyntai)
is wijd gemaakt
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Onze mond is geopend’: wij hebben vrijuit tot jullie gesproken. πλατύνω (platyno), ‘wijd maken, verruimen’: een wijd hart heeft ruimte voor de ander.

Paulus noemt de gemeente hier bij naam: Κορίνθιοι (Korinthioi), ‘Korintiërs’.

12Jullie zijn in ons niet benauwd, maar jullie zijn benauwd in jullie binnenste.
οὐ
(ou)
niet
στενοχωρεῖσθε
(stenochoreisthe)
zijn jullie benauwd
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
στενοχωρεῖσθε
(stenochoreisthe)
zijn jullie benauwd
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
het
σπλάγχνοις
(splanchnois)
binnenste
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

στενοχωρέω (stenochoreo), ‘benauwd zijn’, zoals in 4:8. σπλάγχνα (splanchna), ‘ingewanden’: in het Grieks de zetel van gevoelens en medelijden; wij vertalen ‘binnenste’.

13Als dezelfde wederdienst – ik spreek als tot kinderen – laat ook jullie wijd worden.
τὴν
(ten)
de
δὲ
(de)
nu
αὐτὴν
(auten)
dezelfde
ἀντιμισθίαν
(antimisthian)
wederdienst
ὡς
(hos)
als
τέκνοις
(teknois)
kinderen
λέγω
(lego)
zeg ik
πλατύνθητε
(platynthete)
word wijd gemaakt
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀντιμισθία (antimisthia), ‘wederdienst, vergelding’: de gemeente mag Paulus’ open hart met een open hart beantwoorden.

De Griekse zin heeft geen woord ‘hart’; wij laten het ook weg.

Geen ongelijk span

14Ga niet in een ongelijk span lopen met ongelovigen. Want wat voor deelgenootschap is er tussen gerechtigheid en wetteloosheid? Of welke gemeenschap tussen licht en duisternis?
Μὴ
(Me)
niet
γίνεσθε
(ginesthe)
word
ἑτεροζυγοῦντες
(heterozygountes)
in ongelijk span lopend
ἀπίστοις
(apistois)
met ongelovigen
τίς
(tis)
wat
γὰρ
(gar)
want
μετοχὴ
(metoche)
deelgenootschap
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
voor gerechtigheid
καὶ
(kai)
en
ἀνομίᾳ
(anomia)
wetteloosheid
ἢ
(e)
of
τίς
(tis)
welke
κοινωνία
(koinonia)
gemeenschap
φωτὶ
(photi)
voor licht
πρὸς
(pros)
met
σκότος
(skotos)
duisternis
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἑτεροζυγέω (heterozygeo), ‘in een ongelijk span lopen’: twee verschillende dieren onder één juk.

Dit lijkt op de wet dat men niet met een stier en een ezel samen mag ploegen. μετοχή (metoche), ‘deelgenootschap’; κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’; ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’; ἄπιστος (apistos), ‘ongelovige’: ook ‘wie niet trouw is’.

Zie ook Deut. 22:10; Lev. 19:19.

15Welke overeenstemming is er tussen de Messias en Beliar? Of welk deel heeft een gelovige met een ongelovige?
τίς
(tis)
welke
δὲ
(de)
nu
συμφώνησις
(symphonesis)
overeenstemming
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
πρὸς
(pros)
met
Βελιάρ
(Beliar)
Beliar
ἢ
(e)
of
τίς
(tis)
welk
μερὶς
(meris)
deel
πιστῷ
(pisto)
voor een gelovige
μετὰ
(meta)
met
ἀπίστου
(apistou)
een ongelovige
Bron: SBLGNT
Uitleg

Βελιάρ (Beliar) is een vorm van Belial (Hebreeuws בְּלִיַּעַל, beliya’al), ‘waardeloosheid, onbetrouwbaarheid’.

In het Oude Testament staat ‘zonen van Belial’ voor slechte, wetteloze mannen.

Hier staat Beliar tegenover de Messias, als een naam voor de tegenstander. συμφώνησις (symfonesis), ‘overeenstemming’; μερίς (meris), ‘deel’.

Zie ook Deut. 13:14; Richt. 19:22; 1 Kon. 21:10.

Het heiligdom van de levende Elohim

16Welke overeenkomst heeft het heiligdom van Elohim met afgoden? Want wij zijn het heiligdom van de levende Elohim, zoals Elohim gezegd heeft: „Ik zal in hen wonen en onder hen wandelen. En Ik zal hun Elohim zijn, en zij zullen Mijn volk zijn.
τίς
(tis)
welke
δὲ
(de)
nu
συγκατάθεσις
(synkatathesis)
overeenkomst
ναῷ
(nao)
voor het heiligdom
θεοῦ
(theou)
van Elohim
μετὰ
(meta)
met
εἰδώλων
(eidolon)
afgoden
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
γὰρ
(gar)
want
ναὸς
(naos)
heiligdom
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐσμεν
(esmen)
zijn
ζῶντος
(zontos)
levende
καθὼς
(kathos)
zoals
εἶπεν
(eipen)
zei
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐνοικήσω
(Enoikeso)
zal Ik wonen
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
καὶ
(kai)
en
ἐμπεριπατήσω
(emperipateso)
zal Ik wandelen
καὶ
(kai)
en
ἔσομαι
(esomai)
zal Ik zijn
αὐτῶν
(auton)
hun
θεός
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἔσονταί
(esontai)
zullen zijn
μου
(mou)
Mijn
λαός
(laos)
volk
Bron: SBLGNT
Uitleg

ναός (naos), ‘heiligdom’: het eigenlijke huis van Elohim, het gebouw waarin Hij woont (tegenover ἱερόν, hieron, de tempel met de voorhoven); wij houden ‘heiligdom’ voor ναός, zoals in Mark. 14:58. εἴδωλον (eidolon), ‘afgod, beeld’.

Paulus noemt de gemeente het heiligdom van de levende Elohim.

De aanhaling is een samenvoeging.

Lev. 26:11–12 heeft: ‘Ik zal Mijn tabernakel in jullie midden zetten … Ik zal in jullie midden wandelen.

Ik zal jullie Elohim zijn en jullie zullen Mijn volk zijn.’

Ezech. 37:27 heeft: ‘Mijn woning zal bij hen zijn.

Ik zal hun Elohim zijn en zij zullen Mijn volk zijn.’

Het Grieks heeft ‘hen’ en ‘hun’ (derde persoon), zoals Ezechiël, en ‘wonen’ en ‘wandelen’, zoals beide teksten.

Hier spreekt Elohim zelf in de eerste persoon (‘Ik zal…’): daarom rood, van hier tot en met het einde van vers 18.

Zie ook Lev. 26:11–12; Ezech. 37:26–27; Mark. 14:58.

17Daarom: ga uit hun midden weg en laat jullie afzonderen, zegt Yahweh, en raak niets onreins aan. En Ik zal jullie opnemen.
διὸ
(dio)
daarom
ἐξέλθατε
(exelthate)
ga uit
ἐκ
(ek)
uit
μέσου
(mesou)
midden
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ἀφορίσθητε
(aphoristhete)
laat jullie afzonderen
λέγει
(legei)
zegt
κύριος
(kyrios)
Yahweh
καὶ
(kai)
en
ἀκαθάρτου
(akathartou)
iets onreins
μὴ
(me)
niet
ἅπτεσθε
(haptesthe)
raak aan
κἀγὼ
(kago)
en Ik
εἰσδέξομαι
(eisdexomai)
zal opnemen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Jes. 52:11.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Vertrek, vertrek, ga daar vandaan.

Raak niets onreins aan.

Ga uit haar midden weg.’

De Griekse tekst heeft ‘uit hun midden’ (niet ‘haar’) en voegt ‘laat jullie afzonderen’ toe.

In Jes. 52:11 is het een oproep aan wie de voorwerpen van Yahweh dragen.

‘Zegt Yahweh’ (λέγει κύριος) komt in dit citaat niet in Jes. 52:11 voor; het Hebreeuws heeft daar geen sprekersformule.

Wij zetten het ‘zegt Yahweh’ rood, omdat Elohim zelf wordt aangehaald. ἀφορίζω (aforizo), ‘afzonderen’. εἰσδέχομαι (eisdechomai), ‘opnemen, ontvangen’: ‘En Ik zal jullie opnemen’ staat zo niet in Jes. 52:11.

Vergelijk Ezech. 20:41, waar Yahweh zegt dat Hij hen ‘gunstig zal aannemen’.

Zie ook Jes. 52:11; Ezech. 20:41.

18En Ik zal jullie tot Vader zijn, en jullie zullen Mij tot zonen en dochters zijn, zegt Yahweh van de legermachten.”
καὶ
(kai)
en
ἔσομαι
(esomai)
zal Ik zijn
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
εἰς
(eis)
tot
πατέρα
(patera)
Vader
καὶ
(kai)
en
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἔσεσθέ
(esesthe)
zullen zijn
μοι
(moi)
voor Mij
εἰς
(eis)
tot
υἱοὺς
(huious)
zonen
καὶ
(kai)
en
θυγατέρας
(thygateras)
dochters
λέγει
(legei)
zegt
κύριος
(kyrios)
Yahweh
παντοκράτωρ
(pantokrator)
van de legermachten
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van 2 Sam. 7:14, de belofte aan David: ‘Ik zal voor hem een vader zijn, en hij zal voor Mij een zoon zijn.’

Paulus past het aan: ‘jullie’ in plaats van ‘hem’, ‘zonen’ in het meervoud en met ‘dochters’ erbij.

Dochters staan niet in 2 Sam. 7:14; vergelijk Jes. 43:6, waar Yahweh zegt: ‘Breng Mijn zonen van ver en Mijn dochters van het einde van de aarde.’ παντοκράτωρ (pantokrator), ‘heerser over alles’: in onze Hebreeuwse teksten staat in zulke formules ‘Yahweh van de legermachten’ (zie 2 Sam. 7:8); wij gebruiken die vorm.

De hele aanhaling 6:16–18 staat rood.

Zie ook 2 Sam. 7:14; 2 Sam. 7:8; Jes. 43:6.