Elohim Bijbel

Titus 3

123

Gedrag tegenover overheid en alle mensen; gered door Zijn barmhartigheid; goede werken en twistvragen; opdrachten en groeten

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Gedrag tegenover overheid en alle mensen

1Herinner hen eraan zich te onderschikken aan overheden en gezagsdragers, gehoorzaam te zijn, bereid te zijn tot elk goed werk,
Ὑπομίμνῃσκε
(Hypomimneske)
herinner
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἀρχαῖς
(archais)
aan overheden
ἐξουσίαις
(exousiais)
aan gezagsdragers
ὑποτάσσεσθαι
(hypotassesthai)
zich te onderschikken
πειθαρχεῖν
(peitharchein)
gehoorzaam te zijn
πρὸς
(pros)
tot
πᾶν
(pan)
elk
ἔργον
(ergon)
werk
ἀγαθὸν
(agathon)
goed
ἑτοίμους
(hetoimous)
bereid
εἶναι
(einai)
te zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχαί (archai), ‘overheden’, en ἐξουσίαι (exousiai), ‘gezagsdragers’: zoals in Luc. 12:11. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’. πειθαρχέω (peitharcheo), ‘gehoorzamen’. ἕτοιμος (hetoimos), ‘bereid’.

De opdracht over de overheid staat ook in Rom. 13:1–7.

De Griekse zin loopt in de verzen 1–2 door; de persoonsvorm is ‘herinner’.

Lezing

Bij het woord ἀρχαῖς (archais), ‘overheden’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 13:1–7; 1 Petr. 2:13–17; Luc. 12:11.

2niemand te lasteren, niet twistziek te zijn, inschikkelijk, en alle zachtmoedigheid te tonen tegenover alle mensen.
μηδένα
(medena)
niemand
βλασφημεῖν
(blasphemein)
te lasteren
ἀμάχους
(amachous)
niet twistziek
εἶναι
(einai)
te zijn
ἐπιεικεῖς
(epieikeis)
inschikkelijk
πᾶσαν
(pasan)
alle
ἐνδεικνυμένους
(endeiknymenous)
tonend
πραΰτητα
(prauteta)
zachtmoedigheid
πρὸς
(pros)
tegenover
πάντας
(pantas)
alle
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’: ook ‘kwaadspreken’. ἄμαχος (amachos), ‘niet twistziek’, letterlijk ‘zonder twist’. ἐπιεικής (epieikes), ‘inschikkelijk’: redelijk, toegeeflijk. πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’. ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘tonen’.

Zie ook 1 Tim. 3:3; 2 Tim. 2:24–25.

Vroeger en nu

3Want ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, slaaf van allerlei begeerten en genietingen. Wij brachten ons leven door in slechtheid en afgunst, haatwekkend, elkaar haatend.
ἦμεν
(emen)
waren wij
γάρ
(gar)
want
ποτε
(pote)
eens
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἀνόητοι
(anoetoi)
onverstandig
ἀπειθεῖς
(apeitheis)
ongehoorzaam
πλανώμενοι
(planomenoi)
dwalend
δουλεύοντες
(douleuontes)
dienend als slaaf
ἐπιθυμίαις
(epithymiais)
aan begeerten
καὶ
(kai)
en
ἡδοναῖς
(hedonais)
genietingen
ποικίλαις
(poikilais)
allerlei
ἐν
(en)
in
κακίᾳ
(kakia)
slechtheid
καὶ
(kai)
en
φθόνῳ
(phthono)
afgunst
διάγοντες
(diagontes)
doorbrengend
στυγητοί
(stygetoi)
haatwekkend
μισοῦντες
(misountes)
haatend
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνόητος (anoetos), ‘onverstandig’; ἀπειθής (apeithes), ‘ongehoorzaam’; πλανάω (planao), ‘dwalen’. δουλεύω (douleuo), ‘als slaaf dienen’. ἡδονή (hedone), ‘genieting, genot’. κακία (kakia), ‘slechtheid’; φθόνος (fthonos), ‘afgunst’. στυγητός (stygetos), ‘haatwekkend’: wie door anderen gehaat en verafschuwd wordt.

‘Ook wij’: Paulus rekent zich bij hen.

Zie ook Ef. 2:1–3; Kol. 3:7; 1 Kor. 6:11.

4Maar toen de goedheid en de mensenliefde van onze Redder, Elohim, verschenen,
ὅτε
(hote)
toen
δὲ
(de)
maar
ἡ
(he)
de
χρηστότης
(chrestotes)
goedheid
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
φιλανθρωπία
(philanthropia)
mensenliefde
ἐπεφάνη
(epephane)
verscheen
τοῦ
(tou)
van de
σωτῆρος
(soteros)
Redder
ἡμῶν
(hemon)
onze
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’: zoals in Rom. 2:4. φιλανθρωπία (filanthropia), ‘mensenliefde’: liefde voor de mensen; vergelijk Hand. 28:2. ἐπιφαίνω (epifaino), ‘verschijnen’: zoals in 2:11.

‘Onze Redder, Elohim’: zie 1:3.

De verzen 4–7 vormen één Griekse zin; wij houden de volgorde en splitsen niet, omdat de gedachte doorloopt.

Zie ook Tit. 1:3; Tit. 2:11; Rom. 2:4.

5heeft Hij ons gered, niet uit werken die wij in gerechtigheid gedaan hebben, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de Heilige Geest,
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
τῶν
(ton)
die
ἐν
(en)
in
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
ἃ
(ha)
die
ἐποιήσαμεν
(epoiesamen)
deden
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἀλλὰ
(alla)
maar
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
de
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἔλεος
(eleos)
barmhartigheid
ἔσωσεν
(esosen)
redde Hij
ἡμᾶς
(hemas)
ons
διὰ
(dia)
door
λουτροῦ
(loutrou)
bad
παλιγγενεσίας
(palingenesias)
van wedergeboorte
καὶ
(kai)
en
ἀνακαινώσεως
(anakainoseos)
van vernieuwing
πνεύματος
(pneumatos)
van Geest
ἁγίου
(hagiou)
heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔργα ἐν δικαιοσύνῃ (erga en dikaiosyne), ‘werken in gerechtigheid’: werken die wij als rechtvaardig gedaan zouden hebben. ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’. λουτρόν (loutron), ‘bad, wassing’: ook in Ef. 5:26. παλιγγενεσία (paliggenesia), ‘wedergeboorte’: letterlijk ‘opnieuw geboren worden’; hetzelfde woord staat in Matt. 19:28 voor de vernieuwing van alles. ἀνακαίνωσις (anakainosis), ‘vernieuwing’.

‘Door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de Heilige Geest’: het Grieks laat open of ‘van de Heilige Geest’ alleen bij ‘vernieuwing’ hoort of ook bij ‘wedergeboorte’; de tekst noemt de doop niet met zoveel woorden.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ἅ (ha), ‘die’, en bij de woorden τὸ αὐτοῦ ἔλεος (to autou eleos), ‘Zijn barmhartigheid’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ef. 5:26; Matt. 19:28; Rom. 12:2; 2 Tim. 1:9.

6die Hij rijkelijk over ons heeft uitgegoten door Yeshua de Messias, onze Redder,
οὗ
(hou)
die
ἐξέχεεν
(execheen)
goot Hij uit
ἐφ’
(eph’)
over
ἡμᾶς
(hemas)
ons
πλουσίως
(plousios)
rijkelijk
διὰ
(dia)
door
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
τοῦ
(tou)
de
σωτῆρος
(soteros)
Redder
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκχέω (ekcheo), ‘uitgieten’: de Geest wordt uitgegoten, zoals beloofd in Joël 3:1 (NL 2:28) en vervuld in Hand. 2:17, 33. πλουσίως (plousios), ‘rijkelijk’.

‘Die’ (οὗ, hou) verwijst naar de Heilige Geest uit vers 5.

Zie ook Joël 3:1; Hand. 2:17; Hand. 2:33; Hand. 10:45; Rom. 5:5.

7opdat wij, rechtvaardig verklaard door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hoop op eeuwig leven.
ἵνα
(hina)
opdat
δικαιωθέντες
(dikaiothentes)
rechtvaardig verklaard
τῇ
(te)
door de
ἐκείνου
(ekeinou)
Zijn
χάριτι
(chariti)
genade
κληρονόμοι
(kleronomoi)
erfgenamen
γενηθῶμεν
(genethomen)
wij worden
κατ’
(kat’)
volgens
ἐλπίδα
(elpida)
hoop
ζωῆς
(zoes)
van leven
αἰωνίου
(aioniou)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’. χάρις (charis), ‘genade’: ἐκείνου (ekeinou), ‘Zijn’: wijst terug op de Redder Yeshua de Messias uit vers 6 of op Elohim uit vers 4; de tekst zegt het niet. κληρονόμος (kleronomos), ‘erfgenaam’. ἐλπίς (elpis), ‘hoop’: ‘naar de hoop’ kan ook ‘volgens een hoop’ betekenen: wij zijn erfgenamen in hoop op eeuwig leven.

Lezing

Bij het werkwoord γενηθῶμεν (genethomen), ‘wij zouden worden’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 3:24; Gal. 2:16; Rom. 8:17; Tit. 1:2.

Goede werken en nutteloze twistvragen

8Betrouwbaar is het woord. Ik wil dat je hierover stellig spreekt, opdat zij die Elohim geloofd hebben erop bedacht zijn zich toe te leggen op goede werken. Dit is goed en nuttig voor de mensen.
Πιστὸς
(Pistos)
betrouwbaar
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
καὶ
(kai)
en
περὶ
(peri)
over
τούτων
(touton)
dit
βούλομαί
(boulomai)
wil ik
σε
(se)
dat je
διαβεβαιοῦσθαι
(diabebaiousthai)
stellig verklaart
ἵνα
(hina)
opdat
φροντίζωσιν
(phrontizosin)
zich bekommeren
καλῶν
(kalon)
goede
ἔργων
(ergon)
werken
προΐστασθαι
(proistasthai)
zich toe te leggen op
οἱ
(hoi)
zij die
πεπιστευκότες
(pepisteukotes)
geloofd hebben
θεῷ
(theo)
Elohim
ταῦτά
(tauta)
dit
ἐστιν
(estin)
is
καλὰ
(kala)
goed
καὶ
(kai)
en
ὠφέλιμα
(ophelima)
nuttig
τοῖς
(tois)
voor de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’: de formule, zoals in 1 Tim. 1:15; 3:1; 4:9 en 2 Tim. 2:11.

Zij kan wijzen op wat voorafgaat (verzen 4–7) en op wat volgt (de opdracht in vers 8). διαβεβαιόομαι (diabebaioomai), ‘stellig beweren’. φροντίζω (frontizo), ‘zich bekommeren om, erop bedacht zijn’. προΐστημι (proistemi), ‘zich toeleggen op’, letterlijk ‘voorop staan in’: ook ‘beoefenen’. ὠφέλιμος (ofelimos), ‘nuttig’.

Lezing

Bij het werkwoord ἐστίν (estin), ‘is’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 1:15; 1 Tim. 3:1; 1 Tim. 4:9; 2 Tim. 2:11.

9Mijd dwaze twistvragen, geslachtsregisters, ruzies en twisten over de wet, want ze zijn nutteloos en ijdel.
μωρὰς
(moras)
dwaze
δὲ
(de)
maar
ζητήσεις
(zeteseis)
twistvragen
καὶ
(kai)
en
γενεαλογίας
(genealogias)
geslachtsregisters
καὶ
(kai)
en
ἔρεις
(ereis)
ruzies
καὶ
(kai)
en
μάχας
(machas)
twisten
νομικὰς
(nomikas)
over de wet
περιΐστασο
(periistaso)
mijd
εἰσὶν
(eisin)
zijn
γὰρ
(gar)
want
ἀνωφελεῖς
(anopheleis)
nutteloos
καὶ
(kai)
en
μάταιοι
(mataioi)
ijdel
Bron: SBLGNT
Uitleg

μωρὰ ζήτησις (mora zetesis), ‘dwaze twistvraag’: zoals in 2 Tim. 2:23. γενεαλογία (genealogia), ‘geslachtsregister’: zoals in 1 Tim. 1:4. ἔρις (eris), ‘ruzie’: zoals in 1 Tim. 6:4 (in Gal. 5:20 staat hetzelfde woord als ‘twist’, in een lijst van werken van het vlees). μάχη (mache), ‘twist’. μάχαι νομικαί (machai nomikai), ‘twisten over de wet’: ruzies over wat de wet (νόμος, tora) zegt of vereist. περιΐστημι (periistemi), ‘mijden’ (hier met de zin van ‘zich ervan afwenden’): zoals in 2 Tim. 2:16. ἀνωφελής (anofeles), ‘nutteloos’; μάταιος (mataios), ‘ijdel’.

Lezing

Bij het woord ἔρεις (ereis), ‘twisten’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 1:4; 2 Tim. 2:16, 2:23; Gal. 5:20.

10Wijs een partijzuchtig mens af na een eerste en tweede vermaning,
αἱρετικὸν
(hairetikon)
partijzuchtig
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
μετὰ
(meta)
na
μίαν
(mian)
een eerste
καὶ
(kai)
en
δευτέραν
(deuteran)
tweede
νουθεσίαν
(nouthesian)
vermaning
παραιτοῦ
(paraitou)
wijs af
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἱρετικός (hairetikos), ‘partijzuchtig’: van αἵρεσις (hairesis), ‘keuze, partij, richting’; het woord is hier niet het latere ‘ketter’.

In Gal. 5:20 staat αἵρεσις als ‘partijschap’; in Hand. 24:14 als ‘richting’. νουθεσία (nouthesia), ‘vermaning’. παραιτέομαι (paraiteomai), ‘afwijzen’: de tekst zegt niet hoe; zie ook 2 Tim. 2:23.

Zie ook Gal. 5:20; Hand. 24:14; Matt. 18:15–17; 2 Tim. 2:23.

11in de wetenschap dat zo iemand verdraaid is en zondigt, door zichzelf veroordeeld.
εἰδὼς
(eidos)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
ἐξέστραπται
(exestraptai)
is verdraaid
ὁ
(ho)
de
τοιοῦτος
(toioutos)
zodanige
καὶ
(kai)
en
ἁμαρτάνει
(hamartanei)
zondigt
ὢν
(on)
zijnd
αὐτοκατάκριτος
(autokatakritos)
door zichzelf veroordeeld
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκστρέφω (ekstrefo), ‘verdraaien’: van het rechte pad afgebracht. αὐτοκατάκριτος (autokatakritos), ‘door zichzelf veroordeeld’: hij velt zijn eigen vonnis; het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor.

Opdrachten en groeten

12Wanneer ik Artemas of Tychicus naar je toe stuur, doe je best naar mij te komen in Nikopolis, want daar heb ik besloten te overwinteren.
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
πέμψω
(pempso)
ik stuur
Ἀρτεμᾶν
(Arteman)
Artemas
πρὸς
(pros)
naar
σὲ
(se)
jou
ἢ
(e)
of
Τυχικόν
(Tychikon)
Tychicus
σπούδασον
(spoudason)
doe je best
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
πρός
(pros)
naar
με
(me)
mij
εἰς
(eis)
naar
Νικόπολιν
(Nikopolin)
Nikopolis
ἐκεῖ
(ekei)
daar
γὰρ
(gar)
want
κέκρικα
(kekrika)
heb ik besloten
παραχειμάσαι
(paracheimasai)
te overwinteren
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Nikopolis (ligging onzeker): Nikopolis (‘stad van de overwinning’) lag aan de westkust van Griekenland, bij de Ambrakische Golf (Epirus).

Er waren meer steden met die naam; de brief zegt niet welke bedoeld is, dus de ligging is onzeker.

Uitleg

Artemas wordt alleen hier genoemd.

Tychicus: zie 2 Tim. 4:12, Hand. 20:4, Ef. 6:21, Kol. 4:7.

Nikopolis (Νικόπολις, ‘stad van de overwinning’): er waren meerdere steden met die naam; de tekst zegt niet welke bedoeld is. παραχειμάζω (paracheimazo), ‘overwinteren’. κρίνω (krino), ‘besluiten’, letterlijk ‘beoordelen’.

Zie ook 2 Tim. 4:12; Hand. 20:4; Ef. 6:21; Kol. 4:7; 2 Tim. 4:9, 4:21.

13Help Zenas, de wetgeleerde, en Apollos ijverig op weg, opdat het hun aan niets ontbreekt.
ζηνᾶν
(zenan)
Zenas
τὸν
(ton)
de
νομικὸν
(nomikon)
wetgeleerde
καὶ
(kai)
en
Ἀπολλῶν
(Apollon)
Apollos
σπουδαίως
(spoudaios)
ijverig
πρόπεμψον
(propempson)
help op weg
ἵνα
(hina)
opdat
μηδὲν
(meden)
niets
αὐτοῖς
(autois)
hun
λείπῃ
(leipe)
ontbreekt
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zenas, ‘de wetgeleerde’ (νομικός, nomikos): iemand die zich met de wet bezighoudt; zijn beroep is niet nader aangeduid.

Apollos: zie Hand. 18:24, 1 Kor. 1:12 en 16:12. προπέμπω (propempo), ‘op weg helpen’: voorzien van wat nodig is voor de reis.

Lezing

Bij de naam Ἀπολλῶν (Apollon), ‘Apollos’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 18:24; 1 Kor. 1:12; 1 Kor. 16:12.

14Laten ook de onzen leren zich toe te leggen op goede werken voor de noodzakelijke behoeften, opdat zij niet onvruchtbaar zijn.
μανθανέτωσαν
(manthanetosan)
laten leren
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἡμέτεροι
(hemeteroi)
onzen
καλῶν
(kalon)
goede
ἔργων
(ergon)
werken
προΐστασθαι
(proistasthai)
zich toe te leggen op
εἰς
(eis)
voor
τὰς
(tas)
de
ἀναγκαίας
(anankaias)
noodzakelijke
χρείας
(chreias)
behoeften
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ὦσιν
(osin)
zij zijn
ἄκαρποι
(akarpoi)
onvruchtbaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De onzen’ (οἱ ἡμέτεροι, hoi hemeteroi): de mensen die bij ons horen, de gelovigen om Paulus en Titus. καλὰ ἔργα (kala erga), ‘goede werken’. ἀναγκαῖος (anankaios), ‘noodzakelijk’; χρεία (chreia), ‘behoefte’: de tekst noemt niet om welke behoeften het gaat. ἄκαρπος (akarpos), ‘onvruchtbaar’.

Zie ook Tit. 2:14; Tit. 3:8.

15Allen die bij mij zijn, groeten je. Groet hen die ons liefhebben in het geloof. De genade zij met jullie allen.
Ἀσπάζονταί
(Aspazontai)
groeten
σε
(se)
je
οἱ
(hoi)
die
μετ’
(met’)
bij
ἐμοῦ
(emou)
mij
πάντες
(pantes)
allen
ἄσπασαι
(aspasai)
groet
τοὺς
(tous)
degenen die
φιλοῦντας
(philountas)
liefhebben
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐν
(en)
in
πίστει
(pistei)
geloof
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
μετὰ
(meta)
met
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Een slotgroet, zoals in andere brieven van Paulus; ‘jullie allen’ (ὑμῶν, hymon) is meervoud: ook de gemeente hoort de brief. φιλέω (fileo), ‘liefhebben’.

‘Allen die bij mij zijn’: Paulus noemt geen namen.

Lezing

Bij het woord ὑμῶν (hymon), ‘jullie’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Kol. 4:18; 2 Tim. 4:22.