De vijfde en de zesde bazuin: de sprinkhanen en het leger van de ruiters
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De vijfde bazuin: de sprinkhanen uit de afgrond
1De vijfde engel blies op de bazuin. Ik zag een ster die uit de hemel op de aarde was gevallen. Hem werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven.
Καὶ
(Kai)
en
ὁ
(ho)
de
πέμπτος
(pemptos)
vijfde
ἄγγελος
(angelos)
engel
ἐσάλπισεν
(esalpisen)
blies de bazuin
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
ἀστέρα
(astera)
ster
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
πεπτωκότα
(peptokota)
gevallen
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτῷ
(auto)
aan hem
ἡ
(he)
de
κλεὶς
(kleis)
sleutel
τοῦ
(tou)
van de
φρέατος
(phreatos)
put
τῆς
(tes)
van de
ἀβύσσου
(abyssou)
afgrond
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀστήρ (aster), ‘ster’: de ster was al gevallen (voltooide tijd) toen Johannes hem zag, en hem wordt de sleutel gegeven. ἐδόθη (edothe), ‘werd gegeven’: de gever wordt niet genoemd; dit komt in 9:3, 9:5 en 8:2–3 ook voor. φρέαρ (phrear), ‘put’; ἄβυσσος (abyssos), ‘afgrond’: letterlijk ‘zonder bodem’, zoals in Luc. 8:31.
2Hij opende de put van de afgrond. Er steeg rook op uit de put, als de rook van een grote oven. De zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put.
καὶ
(kai)
en
ἤνοιξεν
(enoixen)
opende hij
τὸ
(to)
de
φρέαρ
(phrear)
put
τῆς
(tes)
van de
ἀβύσσου
(abyssou)
afgrond
καὶ
(kai)
en
ἀνέβη
(anebe)
steeg op
καπνὸς
(kapnos)
rook
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
φρέατος
(phreatos)
put
ὡς
(hos)
als
καπνὸς
(kapnos)
rook
καμίνου
(kaminou)
van een oven
μεγάλης
(megales)
grote
καὶ
(kai)
en
ἐσκοτώθη
(eskotothe)
werd verduisterd
ὁ
(ho)
de
ἥλιος
(helios)
zon
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἀὴρ
(aer)
lucht
ἐκ
(ek)
door
τοῦ
(tou)
de
καπνοῦ
(kapnou)
rook
τοῦ
(tou)
van de
φρέατος
(phreatos)
put
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀήρ (aer), ‘lucht’.
Zie ook Gen. 19:28 en Exod. 19:18 (rook als van een oven).
Lezing
De SBLGNT markeert bij μεγάλης (megales), ‘grote’, en bij ἐσκοτώθη (eskotothe), ‘werd verduisterd’, een variant.
4Er werd tegen hen gezegd dat zij het gras van de aarde, niets groens en geen enkele boom schade mochten toebrengen. Zij mochten alleen de mensen schade toebrengen die het zegel van Elohim niet op hun voorhoofd hebben.
καὶ
(kai)
en
ἐρρέθη
(errethe)
werd gezegd
αὐταῖς
(autais)
aan hen
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ἀδικήσουσιν
(adikesousin)
zij schade zouden toebrengen
τὸν
(ton)
het
χόρτον
(chorton)
gras
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
οὐδὲ
(oude)
noch
πᾶν
(pan)
enig
χλωρὸν
(chloron)
groen
οὐδὲ
(oude)
noch
πᾶν
(pan)
enige
δένδρον
(dendron)
boom
εἰ
(ei)
tenzij
μὴ
(me)
niet
τοὺς
(tous)
de
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
οἵτινες
(hoitines)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχουσι
(echousi)
hebben
τὴν
(ten)
het
σφραγῖδα
(sphragida)
zegel
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐπὶ
(epi)
op
τῶν
(ton)
de
μετώπων
(metopon)
voorhoofden
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het zegel van Elohim op het voorhoofd: zie Openb. 7:3 en Ezech. 9:4.
Het Grieks heeft in de tweede zin geen werkwoord; wij vullen ‘mochten’ aan.
Lezing
De SBLGNT markeert bij ἀδικήσουσιν (adikesousin), ‘zij zullen schade toebrengen’, en bij μετώπων (metopon), ‘voorhoofden’, een variant.
5Aan hen werd gegeven dat zij hen niet zouden doden, maar dat zij gekweld zouden worden, vijf maanden lang. Hun kwelling is als de kwelling van een schorpioen wanneer hij een mens steekt.
καὶ
(kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ἀποκτείνωσιν
(apokteinosin)
zij zouden doden
αὐτούς
(autous)
hen
ἀλλ’
(all’)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
βασανισθήσονται
(basanisthesontai)
gekweld zouden worden
μῆνας
(menas)
maanden
πέντε
(pente)
vijf
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
βασανισμὸς
(basanismos)
kwelling
αὐτῶν
(auton)
hun
ὡς
(hos)
als
βασανισμὸς
(basanismos)
kwelling
σκορπίου
(skorpiou)
van een schorpioen
ὅταν
(hotan)
wanneer
παίσῃ
(paise)
hij steekt
ἄνθρωπον
(anthropon)
een mens
Bron: SBLGNT
Uitleg
βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’: het onderwerp van ‘gekweld worden’ is niet genoemd; uit het verband zijn het de mensen, niet de sprinkhanen.
Het Grieks heeft ‘vijf maanden’ als tijdsduur.
Lezing
De SBLGNT markeert bij αὐτοῖς (autois), ‘hun’, en bij βασανισθήσονται (basanisthesontai), ‘zij zullen gekweld worden’, een variant.
6In die dagen zullen de mensen de dood zoeken en hem beslist niet vinden. Zij zullen verlangen te sterven, maar de dood vlucht van hen weg.
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἐκείναις
(ekeinais)
die
ζητήσουσιν
(zetesousin)
zullen zoeken
οἱ
(hoi)
de
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
τὸν
(ton)
de
θάνατον
(thanaton)
dood
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
beslist
μὴ
(me)
niet
εὑρήσουσιν
(heuresousin)
zullen vinden
αὐτόν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
ἐπιθυμήσουσιν
(epithymesousin)
zullen verlangen
ἀποθανεῖν
(apothanein)
te sterven
καὶ
(kai)
en
φεύγει
(pheugei)
vlucht
ὁ
(ho)
de
θάνατος
(thanatos)
dood
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg
οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’: de sterkste ontkenning in het Grieks.
Zie ook Job 3:21.
Lezing
De SBLGNT markeert bij φεύγει (pheugei), ‘vlucht’, en bij ὁ θάνατος ἀπ’ αὐτῶν (ho thanatos ap’ auton), ‘de dood van hen’, een variant.
7De gedaanten van de sprinkhanen waren gelijk aan paarden die klaargemaakt zijn voor de oorlog. Op hun koppen zaten als het ware kronen, gelijk aan goud, en hun gezichten waren als gezichten van mensen.
Καὶ
(Kai)
en
τὰ
(ta)
de
ὁμοιώματα
(homoiomata)
gedaanten
τῶν
(ton)
van de
ἀκρίδων
(akridon)
sprinkhanen
ὅμοια
(homoia)
gelijk
ἵπποις
(hippois)
aan paarden
ἡτοιμασμένοις
(hetoimasmenois)
klaargemaakt
εἰς
(eis)
voor
πόλεμον
(polemon)
oorlog
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὰς
(tas)
de
κεφαλὰς
(kephalas)
koppen
αὐτῶν
(auton)
hun
ὡς
(hos)
als
στέφανοι
(stephanoi)
kronen
ὅμοιοι
(homoioi)
gelijk
χρυσῷ
(chryso)
aan goud
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
πρόσωπα
(prosopa)
gezichten
αὐτῶν
(auton)
hun
ὡς
(hos)
als
πρόσωπα
(prosopa)
gezichten
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὁμοίωμα (homoioma), ‘gedaante’; ὡς (hos), ‘als’: het Grieks vergelijkt steeds (‘als’, ‘gelijk aan’).
Het Grieks heeft bij ‘kronen’ geen werkwoord; wij vullen ‘zaten’ aan.
Zie ook Joël 2:4.
Lezing
De SBLGNT markeert de woorden ὅμοιοι χρυσῷ (homoioi chryso), ‘gelijk aan goud’, als variant.
8Zij hadden haren als de haren van vrouwen, en hun tanden waren als van leeuwen.
καὶ
(kai)
en
εἶχον
(eichon)
hadden
τρίχας
(trichas)
haren
ὡς
(hos)
als
τρίχας
(trichas)
haren
γυναικῶν
(gynaikon)
van vrouwen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ὀδόντες
(odontes)
tanden
αὐτῶν
(auton)
hun
ὡς
(hos)
als
λεόντων
(leonton)
van leeuwen
ἦσαν
(esan)
waren
Bron: SBLGNT
9Zij hadden borstpantsers als borstpantsers van ijzer. Het geluid van hun vleugels was als het geluid van strijdwagens, van veel paarden die de oorlog in rennen.
10Zij hebben staarten, gelijk aan schorpioenen, en angels. In hun staarten is hun gezag om de mensen vijf maanden lang schade toe te brengen.
καὶ
(kai)
en
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
οὐρὰς
(ouras)
staarten
ὁμοίας
(homoias)
gelijk
σκορπίοις
(skorpiois)
aan schorpioenen
καὶ
(kai)
en
κέντρα
(kentra)
angels
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
οὐραῖς
(ourais)
staarten
αὐτῶν
(auton)
hun
ἡ
(he)
het
ἐξουσία
(exousia)
gezag
αὐτῶν
(auton)
hun
ἀδικῆσαι
(adikesai)
schade toe te brengen
τοὺς
(tous)
de
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
μῆνας
(menas)
maanden
πέντε
(pente)
vijf
Bron: SBLGNT
Lezing
De SBLGNT markeert de woorden ἡ ἐξουσία αὐτῶν (he exousia auton), ‘hun gezag’, als variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De koning van de afgrond
11Zij hebben als koning over zich de engel van de afgrond. Zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon, en in het Grieks heeft hij de naam Apollyon.
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
ἐπ’
(ep’)
over
αὐτῶν
(auton)
hen
βασιλέα
(basilea)
koning
τὸν
(ton)
de
ἄγγελον
(angelon)
engel
τῆς
(tes)
van de
ἀβύσσου
(abyssou)
afgrond
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτῷ
(auto)
voor hem
Ἑβραϊστὶ
(Hebraisti)
in het Hebreeuws
Ἀβαδδών
(Abaddon)
Abaddon
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
Ἑλληνικῇ
(Hellenike)
Grieks
ὄνομα
(onoma)
naam
ἔχει
(echei)
heeft hij
Ἀπολλύων
(Apollyon)
Apollyon
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἀβαδδών (Abaddon) is het Hebreeuwse אֲבַדּוֹן (avaddon), ‘verderf’.
In ons Oude Testament staat daarvoor ‘de Afgrond’ (Job 26:6; 28:22; Ps. 88:12; Spr. 15:11). Ἀπολλύων (Apollyon) is Grieks en betekent ‘Vernietiger’.
Het Grieks heeft ‘over hen een koning’; of de engel dezelfde is als de ster uit 9:1, zegt de tekst niet.
Lezing
De SBLGNT markeert de woorden ἔχουσιν ἐπ’ αὐτῶν βασιλέα τὸν (echousin ep’ auton basilea ton), ‘zij hebben over zich als koning’, en καὶ ἐν (kai en), ‘en in’, als variant.
17Zo zag ik in het visioen de paarden en hen die erop zaten. Zij hadden borstpantsers, vuurrood, donkerblauw en zwavelgeel. De koppen van de paarden waren als koppen van leeuwen, en uit hun monden komen vuur, rook en zwavel.
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
εἶδον
(eidon)
zag ik
τοὺς
(tous)
de
ἵππους
(hippous)
paarden
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
ὁράσει
(horasei)
visioen
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
καθημένους
(kathemenous)
zittenden
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτῶν
(auton)
hen
ἔχοντας
(echontas)
hebbend
θώρακας
(thorakas)
borstpantsers
πυρίνους
(pyrinous)
vuurrode
καὶ
(kai)
en
ὑακινθίνους
(hyakinthinous)
donkerblauwe
καὶ
(kai)
en
θειώδεις
(theiodeis)
zwavelgele
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
κεφαλαὶ
(kephalai)
koppen
τῶν
(ton)
van de
ἵππων
(hippon)
paarden
ὡς
(hos)
als
κεφαλαὶ
(kephalai)
koppen
λεόντων
(leonton)
van leeuwen
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
στομάτων
(stomaton)
monden
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐκπορεύεται
(ekporeuetai)
komt voort
πῦρ
(pyr)
vuur
καὶ
(kai)
en
καπνὸς
(kapnos)
rook
καὶ
(kai)
en
θεῖον
(theion)
zwavel
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὅρασις (horasis), ‘visioen’.
De kleurwoorden komen van vuur (πύρινος), van de hyacint (ὑακίνθινος) en van zwavel (θειώδης).
Wij vertalen ‘vuurrood, donkerblauw, zwavelgeel’; de precieze kleuren zijn een benadering.
18Door deze drie plagen werd het derde deel van de mensen gedood: door het vuur, de rook en de zwavel die uit hun monden kwam.
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
τριῶν
(trion)
drie
πληγῶν
(plegon)
plagen
τούτων
(touton)
deze
ἀπεκτάνθησαν
(apektanthesan)
werden gedood
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τῶν
(ton)
van de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἐκ
(ek)
door
τοῦ
(tou)
het
πυρὸς
(pyros)
vuur
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
de
καπνοῦ
(kapnou)
rook
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
de
θείου
(theiou)
zwavel
τοῦ
(tou)
die
ἐκπορευομένου
(ekporeuomenou)
komend
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
στομάτων
(stomaton)
monden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg
πληγή (plege), ‘plaag’: letterlijk ‘slag’.
Wij vertalen zo ook in 9:20 en 11:6; bij het beest staat ‘wond’ (13:3).
Lezing
De SBLGNT markeert bij ἐκ (ek), ‘door’, voor ‘het vuur’ een variant.
19Want het gezag van de paarden is in hun mond en in hun staarten. Want hun staarten zijn gelijk aan slangen en hebben koppen, en daarmee brengen zij schade toe.
ἡ
(he)
het
γὰρ
(gar)
want
ἐξουσία
(exousia)
gezag
τῶν
(ton)
van de
ἵππων
(hippon)
paarden
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
στόματι
(stomati)
mond
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
οὐραῖς
(ourais)
staarten
αὐτῶν
(auton)
hun
αἱ
(hai)
de
γὰρ
(gar)
want
οὐραὶ
(ourai)
staarten
αὐτῶν
(auton)
hun
ὅμοιαι
(homoiai)
gelijk
ὄφεσιν
(ophesin)
aan slangen
ἔχουσαι
(echousai)
hebbend
κεφαλάς
(kephalas)
koppen
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
αὐταῖς
(autais)
die
ἀδικοῦσιν
(adikousin)
brengen schade toe
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft ‘gezag’ in de mond en de staarten.
Zie ook Openb. 9:3.
Lezing
De SBLGNT markeert bij ὄφεσιν (ophesin), ‘slangen’, een variant.
20De overige mensen werden niet door deze plagen gedood. Zij bekeerden zich ook niet van de werken van hun handen, zodat zij zich niet zouden neerbuigen voor de demonen en voor de afgodsbeelden van goud, zilver, brons, steen en hout. Die kunnen niet zien, niet horen en niet lopen.
De zin kan zo gelezen worden dat zij zich niet bekeerden van het neerbuigen voor demonen en afgodsbeelden. δαιμόνια (daimonia), ‘demonen’; εἴδωλα (eidola), ‘afgodsbeelden’. χαλκοῦς (chalkous) vertalen wij met ‘brons’, zoals in Dan. 5:23.
Zie ook Dan. 5:23; Ps. 115:4–7; Ps. 135:15–17; Deut. 32:17.
Lezing
De SBLGNT markeert bij οὐδέ (oude), ‘ook niet’, bij προσκυνήσουσιν (proskynesousin), ‘zij zullen zich neerbuigen’, en bij δύνανται (dynantai), ‘zij kunnen’, een variant.