De vier dieren, de Oude van Dagen en iemand als een mensenzoon
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De droom van Daniël
1In het eerste jaar van Belsazar, de koning van Babel, zag Daniël een droom en gezichten in zijn hoofd, op zijn bed. Toen schreef hij de droom op. Hij vertelde de hoofdzaken van de woorden.
בִּשְׁנַ֣ת
(bishnat)
in het jaar
חֲדָ֗ה
(chada)
eerste
לְבֵלְאשַׁצַּר֙
(leveleshatsar)
van Belsazar
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֔ל
(bavel)
Babel
דָּנִיֵּאל֙
(daniyel)
Daniël
חֵ֣לֶם
(chelem)
een droom
חֲזָ֔ה
(chaza)
zag
וְחֶזְוֵ֥י
(vechezvei)
en gezichten van
רֵאשֵׁ֖הּ
(resheh)
zijn hoofd
עַֽל
(al)
op
מִשְׁכְּבֵ֑הּ
(mishkeveh)
zijn bed
בֵּאדַ֨יִן֙
(bedayin)
toen
חֶלְמָ֣א
(chelma)
de droom
כְתַ֔ב
(ketav)
schreef hij op
רֵ֥אשׁ
(resh)
het hoofd van
מִלִּ֖ין
(milin)
woorden
אֲמַֽר
(amar)
vertelde hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
Vanaf Dan. 2:4 is de brontekst Aramees.
Het Aramees loopt door tot en met vers 28 van dit hoofdstuk; in Dan. 8:1 hervat het Hebreeuws.
לבלאשׁצר (livel'atsar), ‘Belsazar’ (Aramees Belshatstsar): de koning van Babel in het eerste jaar van wie deze droom wordt gedateerd. Het derde jaar staat in Dan. 8:1.
וחזוי (vekhezvei re'sheh), ‘gezichten in zijn hoofd’: letterlijk ‘gezichten van zijn hoofd’.
4Het eerste was als een leeuw en had vleugels van een arend. Ik bleef kijken, tot zijn vleugels werden uitgerukt. Het werd van de grond opgetild en als een mens op twee voeten overeind gezet. Er werd het een mensenhart gegeven.
קַדְמָיְתָ֣א
(qadmayeta)
het eerste
כְאַרְיֵ֔ה
(kearye)
als een leeuw
וְגַפִּ֥ין
(vegapin)
en vleugels
דִּֽי
(di)
die
נְשַׁ֖ר
(neshar)
van een arend
לַ֑הּ
(lah)
had het
חָזֵ֣ה
(chaze)
ziend
הֲוֵ֡ית
(haveit)
was ik
עַד֩
(ad)
totdat
דִּי
(di)
dat
מְּרִ֨יטוּ
(meritu)
werden uitgerukt
גַפַּ֜יהּ
(gapayh)
zijn vleugels
וּנְטִ֣ילַת
(unetilat)
en werd opgetild
מִן
(min)
van
אַרְעָ֗א
(ara)
de grond
וְעַל
(veal)
en op
רַגְלַ֨יִן֙
(raglayin)
voeten
כֶּאֱנָ֣שׁ
(keenash)
als een mens
הֳקִימַ֔ת
(hoqimat)
werd overeind gezet
וּלְבַ֥ב
(ulevav)
en een hart van
אֱנָ֖שׁ
(enash)
mens
יְהִ֥יב
(yehiv)
werd gegeven
לַֽהּ
(lah)
aan het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לה (yehiv), ‘werd gegeven’: de lijdende vorm blijft staan.
Er staat niet wie geeft.
ולבב אנשׁ (levav enash), ‘een hart van een mens’: het dier krijgt een menselijk hart.
5En zie, een ander dier, een tweede, was gelijk aan een beer. Aan één kant was het opgericht, en drie ribben had het tussen zijn tanden in zijn bek. Zo zei men tegen het: ‘Sta op, eet veel vlees.’
וַאֲר֣וּ
(vaaru)
en zie
חֵיוָה֩
(cheiva)
een dier
אָחֳרִ֨י
(achori)
ander
תִנְיָנָ֜ה
(tinyana)
een tweede
דָּמְיָ֣ה
(dameya)
gelijkend
לְדֹ֗ב
(ledov)
op een beer
וְלִשְׂטַר
(velistar)
en aan een kant
חַד֙
(chad)
één
הֳקִמַ֔ת
(hoqimat)
was opgericht
וּתְלָ֥ת
(utelat)
en drie
עִלְעִ֛ין
(ilin)
ribben
בְּפֻמַּ֖הּ
(befumah)
in zijn bek
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
שִׁנַּ֑הּ
(shinah)
zijn tanden
וְכֵן֙
(vekhen)
en zo
אָמְרִ֣ין
(amerin)
zeiden zij
לַ֔הּ
(lah)
tot het
ק֥וּמִֽי
(qumi)
sta op
אֲכֻ֖לִי
(akhuli)
eet
בְּשַׂ֥ר
(besar)
vlees
שַׂגִּֽיא
(sagi)
veel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
ולשׂטר חד (ulesatar chad), ‘aan één kant’: het dier is aan één zijde opgericht, of heeft zich op één zijde opgericht.
De betekenis is niet helemaal zeker.
אמרין (amerin), ‘zij zeiden’: een onbepaald ‘zij’. Het blijft open wie spreekt. Wij schrijven ‘men zei’.
6Hierna bleef ik kijken, en zie: een ander dier, als een luipaard. Het had vier vleugels van een vogel op zijn rug, en het dier had vier koppen. Heerschappij werd het gegeven.
בָּאתַ֨ר
(batar)
hierna
דְּנָ֜ה
(dena)
dit
חָזֵ֣ה
(chaze)
ziend
הֲוֵ֗ית
(haveit)
was ik
וַאֲר֤וּ
(vaaru)
en zie
אָֽחֳרִי֙
(achori)
een ander
כִּנְמַ֔ר
(kinmar)
als een luipaard
וְלַ֨הּ
(velah)
en het had
גַּפִּ֥ין
(gapin)
vleugels
אַרְבַּ֛ע
(arba)
vier
דִּי
(di)
van
ע֖וֹף
(of)
een vogel
עַל
(al)
op
גַּבַּ֑הּ
(gabah)
zijn rug
וְאַרְבְּעָ֤ה
(vearbea)
en vier
רֵאשִׁין֙
(reshin)
koppen
לְחֵ֣יוְתָ֔א
(lecheiveta)
had het dier
וְשָׁלְטָ֖ן
(veshaletan)
en heerschappij
יְהִ֥יב
(yehiv)
werd gegeven
לַֽהּ
(lah)
aan het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כנמר (kenemar), ‘als een luipaard’: de naam van het dier is dezelfde als in Hos. 13:7.
7Hierna bleef ik kijken in de gezichten van de nacht, en zie: een vierde dier, vreeswekkend, angstaanjagend en buitengewoon sterk. Het had grote tanden van ijzer. Het at en vermaalde, en wat overbleef vertrapte het met zijn voeten. Het was anders dan alle dieren vóór het, en het had tien horens.
בָּאתַ֣ר
(batar)
hierna
דְּנָה֩
(dena)
dit
חָזֵ֨ה
(chaze)
ziend
הֲוֵ֜ית
(haveit)
was ik
בְּחֶזְוֵ֣י
(bechezvei)
in de gezichten van
לֵֽילְיָ֗א
(leileya)
de nacht
וַאֲר֣וּ
(vaaru)
en zie
חֵיוָ֣ה
(cheiva)
een dier
רְֽבִיעָאָ֡ה
(reviaa)
vierde
דְּחִילָה֩
(dechila)
vreeswekkend
וְאֵֽימְתָנִ֨י
(veeimetani)
en angstaanjagend
וְתַקִּיפָ֜א
(vetaqifa)
en sterk
יַתִּ֗ירָא
(yatira)
buitengewoon
וְשִׁנַּ֨יִן
(veshinayin)
en tanden
דִּֽי
(di)
van
פַרְזֶ֥ל
(parzel)
ijzer
לַהּ֙
(lah)
had het
רַבְרְבָ֔ן
(ravrevan)
grote
אָֽכְלָ֣ה
(akhela)
het at
וּמַדֱּקָ֔ה
(umadeqa)
en vermaalde
וּשְׁאָרָ֖א
(usheara)
en wat overbleef
בְּרַגְלַ֣הּ
(beraglah)
met zijn voeten
רָפְסָ֑ה
(rafesa)
vertrapte het
וְהִ֣יא
(vehi)
en het
מְשַׁנְּיָ֗ה
(meshaneya)
anders was
מִן
(min)
dan
כָּל
(kal)
alle
חֵֽיוָתָא֙
(cheivata)
de dieren
דִּ֣י
(di)
die
קָֽדָמַ֔יהּ
(qadamayh)
vóór het
וְקַרְנַ֥יִן
(veqarnayin)
en horens
עֲשַׂ֖ר
(asar)
tien
לַֽהּ
(lah)
had het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רביעאה דחילה ואימתני ותקיפא יתירא (chevah revi'ah dechilah ve'eimtani vetaqifa yattira), ‘een vierde dier, vreeswekkend, angstaanjagend en buitengewoon sterk’: het vierde dier wordt met geen bekende diersoort vergeleken.
8Ik lette goed op de horens, en zie: een andere hoorn, een kleine, kwam op tussen hen. Drie van de eerste horens werden voor die hoorn uitgerukt. En zie: in deze hoorn waren ogen als de ogen van een mens, en een mond die grote dingen sprak.
מִשְׂתַּכַּ֨ל
(mistakal)
lettend op
הֲוֵ֜ית
(haveit)
was ik
בְּקַרְנַיָּ֗א
(beqarnaya)
de horens
וַ֠אֲלוּ
(vaalu)
en zie
קֶ֣רֶן
(qeren)
een hoorn
אָחֳרִ֤י
(achori)
andere
זְעֵירָה֙
(zeeira)
een kleine
סִלְקָ֣ת
(silqat)
kwam op
בֵּֽינֵיהֵ֔ן
(beineihen)
tussen hen
וּתְלָ֗ת
(utelat)
en drie
מִן
(min)
van
קַרְנַיָּא֙
(qarnaya)
de horens
קַדְמָ֣יָתָ֔א
(qadmayata)
eerste
אֶתְעֲקַ֖רָה
(etaqara)
werden uitgerukt
מִן
(min)
van
קֳדָמַ֑הּ
(qodamah)
voor haar
וַאֲל֨וּ
(vaalu)
en zie
עַיְנִ֜ין
(aynin)
ogen
כְּעַיְנֵ֤י
(keaynei)
als de ogen van
אֲנָשָׁא֙
(anasha)
een mens
בְּקַרְנָא
(beqarna)
in de hoorn
דָ֔א
(da)
deze
וּפֻ֖ם
(ufum)
en een mond
מְמַלִּ֥ל
(memalil)
sprekend
רַבְרְבָֽן
(ravrevan)
grote dingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
משׂתכל (mishtakkal), ‘ik lette goed op’: het werkwoord betekent ‘aandachtig kijken’ of ‘beschouwen’.
9Ik bleef kijken tot tronen werden neergezet en een Oude van Dagen zich zette. Zijn kleed was wit als sneeuw, en het haar van Zijn hoofd was als zuivere wol. Zijn troon was vlammen van vuur, de wielen ervan brandend vuur.
חָזֵ֣ה
(chaze)
ziend
הֲוֵ֗ית
(haveit)
was ik
עַ֣ד
(ad)
totdat
דִּ֤י
(di)
dat
כָרְסָוָן֙
(karesavan)
tronen
רְמִ֔יו
(remiv)
werden neergezet
וְעַתִּ֥יק
(veatiq)
en een Oude van
יוֹמִ֖ין
(yomin)
Dagen
יְתִ֑ב
(yetiv)
zich zette
לְבוּשֵׁ֣הּ
(levusheh)
zijn kleed
כִּתְלַ֣ג
(kitlag)
als sneeuw
חִוָּ֗ר
(chivar)
wit
וּשְׂעַ֤ר
(usear)
en het haar van
רֵאשֵׁהּ֙
(resheh)
zijn hoofd
כַּעֲמַ֣ר
(kaamar)
als wol
נְקֵ֔א
(neqe)
zuivere
כָּרְסְיֵהּ֙
(kareseyeh)
zijn troon
שְׁבִיבִ֣ין
(shevivin)
vlammen
דִּי
(di)
van
נ֔וּר
(nur)
vuur
גַּלְגִּלּ֖וֹהִי
(galgilohi)
zijn wielen
נ֥וּר
(nur)
vuur
דָּלִֽק
(daliq)
brandend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
ועתיק יומין (atiq yomin), ‘een Oude van Dagen’: letterlijk ‘een Hoogbejaarde van dagen’.
In vers 13 en 22 staat het met lidwoord, ‘de Oude van Dagen’.
Wij schrijven voor Hem hoofdletters.
כרסון רמיו (korsevan remiyu), ‘tronen werden neergezet’: het werkwoord betekent letterlijk ‘werden geworpen’ of ‘geplaatst’. Het blijft open voor wie de tronen bedoeld zijn.
10Een rivier van vuur stroomde en ging uit van voor Hem. Duizend maal duizend dienden Hem, en tienduizend maal tienduizend stonden voor Hem. Het gericht nam plaats, en boeken werden geopend.
נְהַ֣ר
(nehar)
een rivier
דִּי
(di)
van
נ֗וּר
(nur)
vuur
נָגֵ֤ד
(naged)
stroomde
וְנָפֵק֙
(venafeq)
en ging uit
מִן
(min)
van
קֳדָמ֔וֹהִי
(qodamohi)
voor Hem
אֶ֤לֶף
(elef)
duizend
אַלְפִין֙
(alfin)
duizenden
יְשַׁמְּשׁוּנֵּ֔הּ
(yeshameshuneh)
dienden Hem
וְרִבּ֥וֹ
(veribo)
en tienduizend
רִבְבָ֖ן
(rivvan)
tienduizenden
קָֽדָמ֣וֹהִי
(qadamohi)
voor Hem
יְקוּמ֑וּן
(yequmun)
stonden
דִּינָ֥א
(dina)
het gericht
יְתִ֖ב
(yetiv)
nam plaats
וְסִפְרִ֥ין
(vesifrin)
en boeken
פְּתִֽיחוּ
(petichu)
werden geopend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דינא (dina), ‘het gericht’: het woord kan ‘rechtbank’, ‘vonnis’ of ‘recht’ betekenen.
Wij vertalen het in vers 10, 22 en 26 steeds met ‘gericht’.
11Ik bleef kijken vanwege het geluid van de grote woorden die de hoorn sprak. Ik bleef kijken tot het dier gedood was, zijn lichaam vernietigd en overgegeven aan het brandende vuur.
חָזֵ֣ה
(chaze)
ziend
הֲוֵ֔ית
(haveit)
was ik
בֵּאדַ֗יִן
(bedayin)
toen
מִן
(min)
vanwege
קָל֙
(qal)
het geluid van
מִלַּיָּ֣א
(milaya)
de woorden
רַבְרְבָתָ֔א
(ravrevata)
de grote
דִּ֥י
(di)
die
קַרְנָ֖א
(qarna)
de hoorn
מְמַלֱּלָ֑ה
(memalela)
sprak
חָזֵ֣ה
(chaze)
ziend
הֲוֵ֡ית
(haveit)
was ik
עַד֩
(ad)
totdat
דִּ֨י
(di)
dat
קְטִילַ֤ת
(qetilat)
gedood werd
חֵֽיוְתָא֙
(cheiveta)
het dier
וְהוּבַ֣ד
(vehuvad)
en vernietigd werd
גִּשְׁמַ֔הּ
(gishmah)
zijn lichaam
וִיהִיבַ֖ת
(vihivat)
en werd overgegeven
לִיקֵדַ֥ת
(liqedat)
aan het branden van
אֶשָּֽׁא
(esha)
het vuur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
ויהיבת ליקדת אשׁא (vihivat leiqdat esha), ‘overgegeven aan het brandende vuur’: letterlijk ‘gegeven aan het branden van het vuur’.
13Ik bleef kijken in de gezichten van de nacht, en zie: met de wolken van de hemel kwam iemand als een mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van Dagen, en men bracht hem voor Hem.
חָזֵ֤ה
(chaze)
ziend
הֲוֵית֙
(haveit)
was ik
בְּחֶזְוֵ֣י
(bechezvei)
in de gezichten van
לֵֽילְיָ֔א
(leileya)
de nacht
וַאֲרוּ֙
(vaaru)
en zie
עִם
(im)
met
עֲנָנֵ֣י
(ananei)
de wolken van
שְׁמַיָּ֔א
(shemaya)
de hemel
כְּבַ֥ר
(kevar)
als een zoon van
אֱנָ֖שׁ
(enash)
mens
אָתֵ֣ה
(ate)
kwam
הֲוָ֑ה
(hava)
was hij
וְעַד
(vead)
en tot
עַתִּ֤יק
(atiq)
de Oude van
יֽוֹמַיָּא֙
(yomaya)
Dagen
מְטָ֔ה
(meta)
kwam hij
וּקְדָמ֖וֹהִי
(uqedamohi)
en voor Hem
הַקְרְבֽוּהִי
(haqrevuhi)
bracht men hem dichtbij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כבר אנשׁ (kevar enash), ‘iemand als een mensenzoon’: letterlijk ‘als een zoon van een mens’, dus iemand die op een mens lijkt.
Het blijft in de tekst open wie hij is.
In vers 18 en 27 ontvangen ‘de heiligen van de Hoogste’ het koningschap, en het is niet gezegd of hij een enkele persoon is of dat hij hen verbeeldt.
Wij laten dat open.
Zie ook Matt. 26:64.
ענני שׁמיא (anani shemayya), ‘de wolken van de hemel’.
14Aan hem werden heerschappij, eer en koningschap gegeven, zodat alle volken, naties en talen hem zouden dienen. Zijn heerschappij is een heerschappij voor eeuwig, die niet voorbijgaat, en zijn koningschap wordt niet vernietigd.”
וְלֵ֨הּ
(veleh)
en aan hem
יְהִ֤יב
(yehiv)
werd gegeven
שָׁלְטָן֙
(shaletan)
heerschappij
וִיקָ֣ר
(viqar)
en eer
וּמַלְכ֔וּ
(umalkhu)
en koningschap
וְכֹ֣ל
(vekhol)
en alle
עַֽמְמַיָּ֗א
(ammaya)
volken
אֻמַיָּ֛א
(umaya)
naties
וְלִשָּׁנַיָּ֖א
(velishanaya)
en talen
לֵ֣הּ
(leh)
hem
יִפְלְח֑וּן
(yiflechun)
zullen dienen
שָׁלְטָנֵ֞הּ
(shaletaneh)
zijn heerschappij
שָׁלְטָ֤ן
(shaletan)
een heerschappij van
עָלַם֙
(alam)
eeuwigheid
דִּֽי
(di)
die
לָ֣א
(la)
niet
יֶעְדֵּ֔ה
(yede)
zal voorbijgaan
וּמַלְכוּתֵ֖הּ
(umalkhuteh)
en zijn koningschap
דִּי
(di)
dat
לָ֥א
(la)
niet
תִתְחַבַּֽל
(titchabal)
zal worden vernietigd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יפלחון (yiflechun), ‘zij zouden dienen’: het werkwoord kan zowel ‘dienen’ als ‘vereren’ betekenen.
Het staat ook in Dan. 3:12 voor het dienen van goden.
16Ik ging naar een van hen die daar stonden en vroeg hem de zekerheid over dit alles. Hij zei dit tegen mij en maakte mij de uitleg van de woorden bekend:
קִרְבֵ֗ת
(qirvet)
ik ging dichtbij
עַל
(al)
naar
חַד֙
(chad)
een
מִן
(min)
van
קָ֣אֲמַיָּ֔א
(qaamaya)
hen die stonden
וְיַצִּיבָ֥א
(veyatsiva)
en de zekerheid
אֶבְעֵֽא
(eve)
vroeg ik
מִנֵּ֖הּ
(mineh)
van hem
עַֽל
(al)
over
כָּל
(kal)
alles
דְּנָ֑ה
(dena)
dit
וַאֲמַר
(vaamar)
en hij zei
לִ֕י
(li)
tot mij
וּפְשַׁ֥ר
(ufeshar)
en de uitleg van
מִלַּיָּ֖א
(milaya)
de woorden
יְהוֹדְעִנַּֽנִי
(yehodeinani)
maakte hij mij bekend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חד מן (achad min qa'ayya), ‘een van hen die daar stonden’: de tekst zegt niet wie dat is.
18Maar de heiligen van de Hoogste zullen het koningschap ontvangen. Zij zullen het koningschap bezitten voor eeuwig, ja, tot in alle eeuwigheden.”
וִֽיקַבְּלוּן֙
(viqabelun)
en zullen ontvangen
מַלְכוּתָ֔א
(malkhuta)
het koningschap
קַדִּישֵׁ֖י
(qadishei)
de heiligen van
עֶלְיוֹנִ֑ין
(elyonin)
de Hoogste
וְיַחְסְנ֤וּן
(veyachsenun)
en zullen bezitten
מַלְכוּתָא֙
(malkhuta)
het koningschap
עַֽד
(ad)
tot
עָ֣לְמָ֔א
(alema)
eeuwigheid
וְעַ֖ד
(vead)
en tot
עָלַ֥ם
(alam)
eeuwigheid
עָלְמַיָּֽא
(alemaya)
van de eeuwigheden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קדישׁי עליונין (qaddishei elyonin), ‘de heiligen van de Hoogste’: ‘de Hoogste’ staat hier in het Aramees in een meervoudsvorm (elyonin), vermoedelijk een meervoud van majesteit.
Wij vertalen steeds ‘de Hoogste’.
In het Hebreeuws staat voor dezelfde titel Eljon.
Wie ‘de heiligen’ zijn, zegt de tekst niet: het kunnen mensen of hemelse wezens zijn.
עד עלמא ועד עלם עלמיא (ad alma ve'ad alam alamayya), ‘tot in alle eeuwigheden’: letterlijk ‘tot eeuwigheid en tot eeuwigheid van de eeuwigheden’.
19Toen wilde ik zekerheid hebben over het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon vreeswekkend. Zijn tanden waren van ijzer en zijn klauwen van koper. Het at en vermaalde, en wat overbleef vertrapte het met zijn voeten.
אֱדַ֗יִן
(edayin)
toen
צְבִית֙
(tsevit)
wilde ik
לְיַצָּבָ֔א
(leyatsava)
zekerheid hebben
עַל
(al)
over
חֵֽיוְתָא֙
(cheiveta)
het dier
רְבִיעָ֣יְתָ֔א
(reviayeta)
vierde
דִּֽי
(di)
dat
הֲוָ֥ת
(havat)
was
שָֽׁנְיָ֖ה
(shaneya)
anders
מִן
(min)
dan
כָּלְּהֵ֑ין
(kalehein)
alle
דְּחִילָ֣ה
(dechila)
vreeswekkend
יַתִּ֗ירָה
(yatira)
buitengewoon
שִׁנַּ֤הּ
(shinah)
zijn tanden
דִּֽי
(di)
van
פַרְזֶל֙
(parzel)
ijzer
וְטִפְרַ֣יהּ
(vetifrayh)
en zijn klauwen
דִּֽי
(di)
van
נְחָ֔שׁ
(nechash)
koper
אָֽכְלָ֣ה
(akhela)
het at
מַדֲּקָ֔ה
(madaqa)
vermaalde
וּשְׁאָרָ֖א
(usheara)
en wat overbleef
בְּרַגְלַ֥יהּ
(beraglayh)
met zijn voeten
רָֽפְסָֽה
(rafesa)
vertrapte het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וטפריה די נחשׁ (utifrehi di nechash), ‘en zijn klauwen van koper’: de klauwen komen alleen hier voor, niet in vers 7.
20Ik wilde ook weten over de tien horens op zijn kop, en over de andere die opkwam, waarvoor drie neervielen. Het was die hoorn met ogen en met een mond die grote dingen sprak. Zijn uiterlijk was groter dan dat van zijn metgezellen.
וְעַל
(veal)
en over
קַרְנַיָּ֤א
(qarnaya)
de horens
עֲשַׂר֙
(asar)
tien
דִּ֣י
(di)
die
בְרֵאשַׁ֔הּ
(bereshah)
op zijn kop
וְאָחֳרִי֙
(veachori)
en de andere
דִּ֣י
(di)
die
סִלְקַ֔ת
(silqat)
opkwam
וּנְפַ֥לָה
(unefala)
en vielen
מִן
(min)
van
קֳדָמַ֖הּ
(qodamah)
voor haar
תְּלָ֑ת
(telat)
drie
וְקַרְנָ֨א
(veqarna)
en die hoorn
דִכֵּ֜ן
(diken)
die
וְעַיְנִ֣ין
(veaynin)
en ogen
לַ֗הּ
(lah)
had zij
וְפֻם֙
(vefum)
en een mond
מְמַלִּ֣ל
(memalil)
sprekend
רַבְרְבָ֔ן
(ravrevan)
grote dingen
וְחֶזְוַ֖הּ
(vechezvah)
en haar uiterlijk
רַ֥ב
(rav)
groter
מִן
(min)
dan
חַבְרָתַֽהּ
(chavratah)
haar metgezellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22totdat de Oude van Dagen kwam. Het gericht werd gegeven ten gunste van de heiligen van de Hoogste, en het tijdstip kwam waarop de heiligen het koningschap in bezit namen.
עַ֣ד
(ad)
totdat
דִּֽי
(di)
dat
אֲתָ֗ה
(ata)
kwam
עַתִּיק֙
(atiq)
de Oude van
יֽוֹמַיָּ֔א
(yomaya)
Dagen
וְדִינָ֣א
(vedina)
en het gericht
יְהִ֔ב
(yehiv)
werd gegeven
לְקַדִּישֵׁ֖י
(leqadishei)
aan de heiligen van
עֶלְיוֹנִ֑ין
(elyonin)
de Hoogste
וְזִמְנָ֣א
(vezimna)
en het tijdstip
מְטָ֔ה
(meta)
kwam
וּמַלְכוּתָ֖א
(umalkhuta)
en het koningschap
הֶחֱסִ֥נוּ
(hechesinu)
namen in bezit
קַדִּישִֽׁין
(qadishin)
de heiligen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
ודינא יהב (vedina yehav), ‘het gericht werd gegeven’: het voorzetsel betekent hier ‘ten gunste van’.
Het gericht wordt dus gegeven aan de heiligen: zij worden in het gelijk gesteld.
23Zo zei hij: „Het vierde dier is een vierde koninkrijk dat op de aarde zal zijn. Het zal anders zijn dan alle koninkrijken. Het zal heel de aarde verslinden, vertrappen en vermalen.
כֵּן֮
(ken)
zo
אֲמַר֒
(amar)
zei hij
חֵֽיוְתָא֙
(cheiveta)
het dier
רְבִיעָ֣יְתָ֔א
(reviayeta)
vierde
מַלְכ֤וּ
(malkhu)
een koninkrijk
רְבִיעָאָה֙
(reviaa)
vierde
תֶּהֱוֵ֣א
(teheve)
zal zijn
בְאַרְעָ֔א
(beara)
op de aarde
דִּ֥י
(di)
dat
תִשְׁנֵ֖א
(tishne)
anders zal zijn
מִן
(min)
dan
כָּל
(kal)
alle
מַלְכְוָתָ֑א
(malkhevata)
koninkrijken
וְתֵאכֻל֙
(vetekhul)
en zal verslinden
כָּל
(kal)
heel
אַרְעָ֔א
(ara)
de aarde
וּתְדוּשִׁנַּ֖הּ
(utedushinah)
en zal vertrappen haar
וְתַדְּקִנַּֽהּ
(vetadeqinah)
en zal vermalen haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
ותדושׁנה ותדקנה (vetedushinnah vetadqinnah), ‘vertrappen en vermalen’: het eerste werkwoord betekent ‘dorsen’, dus onder de voet treden zoals graan.
24De tien horens: uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan. Na hen zal een andere opstaan. Die zal anders zijn dan de eersten, en drie koningen zal hij vernederen.
וְקַרְנַיָּ֣א
(veqarnaya)
en de horens
עֲשַׂ֔ר
(asar)
tien
מִנַּהּ֙
(minah)
uit dat
מַלְכוּתָ֔ה
(malkhuta)
koninkrijk
עַשְׂרָ֥ה
(asra)
tien
מַלְכִ֖ין
(malkhin)
koningen
יְקֻמ֑וּן
(yequmun)
zullen opstaan
וְאָחֳרָ֞ן
(veachoran)
en een andere
יְק֣וּם
(yequm)
zal opstaan
אַחֲרֵיה֗וֹן
(achareihon)
na hen
וְה֤וּא
(vehu)
en hij
יִשְׁנֵא֙
(yishne)
anders zal zijn
מִן
(min)
dan
קַדְמָיֵ֔א
(qadmaye)
de eersten
וּתְלָתָ֥ה
(utelata)
en drie
מַלְכִ֖ין
(malkhin)
koningen
יְהַשְׁפִּֽל
(yehashpil)
zal hij vernederen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De tien horens van het vierde dier (vers 7) zijn volgens deze uitleg tien koningen.
25Hij zal woorden spreken tegen de Hoogste. Hij zal de heiligen van de Hoogste uitputten. Hij zal van plan zijn tijdstippen en wet te veranderen. Zij zullen in zijn hand worden gegeven tot een tijd, tijden en een halve tijd.
וּמִלִּ֗ין
(umilin)
en woorden
לְצַ֤ד
(letsad)
tegen
עִלָּאָה֙
(ilaa)
de Hoogste
יְמַלִּ֔ל
(yemalil)
zal hij spreken
וּלְקַדִּישֵׁ֥י
(uleqadishei)
en de heiligen van
עֶלְיוֹנִ֖ין
(elyonin)
de Hoogste
יְבַלֵּ֑א
(yevale)
zal hij uitputten
וְיִסְבַּ֗ר
(veyisbar)
en zal van plan zijn
לְהַשְׁנָיָה֙
(lehashnaya)
om te veranderen
זִמְנִ֣ין
(zimnin)
tijdstippen
וְדָ֔ת
(vedat)
en wet
וְיִתְיַהֲב֣וּן
(veyityahavun)
en zij zullen worden gegeven
בִּידֵ֔הּ
(bideh)
in zijn hand
עַד
(ad)
tot
עִדָּ֥ן
(idan)
een tijd
וְעִדָּנִ֖ין
(veidanin)
en tijden
וּפְלַ֥ג
(ufelag)
en een helft van
עִדָּֽן
(idan)
een tijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
זמנין ודת ויתיהבון בידה עד עדן ועדנין ופלג עדן (zimnin vedat ... ad iddan veiddanin ufelag iddan), ‘een tijd, tijden en een halve tijd’: letterlijk ‘een tijd en tijden en de helft van een tijd’.
Het meervoud ‘tijden’ heeft in het Aramees twee vormen; wij laten de uitdrukking staan zoals ze is.
Vergelijk Dan. 12:7.
ויתיהבון (vityhavun), ‘zij zullen worden gegeven’: het blijft open of ‘zij’ de heiligen zijn of de tijdstippen en de wet. Wij laten dat open.
27Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel worden gegeven aan het volk van de heiligen van de Hoogste. Zijn koninkrijk is een koninkrijk voor eeuwig, en alle heersers zullen hem dienen en gehoorzamen.”
וּמַלְכוּתָ֨ה
(umalkhuta)
en het koningschap
וְשָׁלְטָנָ֜א
(veshaletana)
en de heerschappij
וּרְבוּתָ֗א
(urevuta)
en de grootheid van
דִּ֚י
(di)
de koninkrijken
מַלְכְוָת֙
(malkhevat)
die
תְּח֣וֹת
(techot)
onder
כָּל
(kal)
heel
שְׁמַיָּ֔א
(shemaya)
de hemel
יְהִיבַ֕ת
(yehivat)
wordt gegeven
לְעַ֖ם
(leam)
aan het volk van
קַדִּישֵׁ֣י
(qadishei)
de heiligen van
עֶלְיוֹנִ֑ין
(elyonin)
de Hoogste
מַלְכוּתֵהּ֙
(malkhuteh)
zijn koninkrijk
מַלְכ֣וּת
(malkhut)
een koninkrijk van
עָלַ֔ם
(alam)
eeuwigheid
וְכֹל֙
(vekhol)
en alle
שָׁלְטָ֣נַיָּ֔א
(shaletanaya)
heersers
לֵ֥הּ
(leh)
hem
יִפְלְח֖וּן
(yiflechun)
zullen dienen
וְיִֽשְׁתַּמְּעֽוּן
(veyishtameun)
en gehoorzamen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מלכותה (malkuteh), ‘zijn koninkrijk’: het voornaamwoord kan terugwijzen op ‘het volk van de heiligen’ of op ‘de Hoogste’.
Wij laten dat open en schrijven ‘zijn’ met een kleine letter.
28Tot hier is het einde van de zaak. Wat mij betreft, Daniël: mijn gedachten maakten mij zeer bang en mijn gelaatskleur veranderde. Maar de zaak bewaarde ik in mijn hart.
עַד
(ad)
tot
כָּ֖ה
(ka)
hier
סוֹפָ֣א
(sofa)
het einde
דִֽי
(di)
van
מִלְּתָ֑א
(mileta)
de zaak
אֲנָ֨ה
(ana)
ik
דָֽנִיֵּ֜אל
(daniyel)
Daniël
שַׂגִּ֣יא
(sagi)
zeer
רַעְיוֹנַ֣י
(rayonay)
mijn gedachten
יְבַהֲלֻנַּ֗נִי
(yevahalunani)
maakten mij bang
וְזִיוַי֙
(vezivay)
en mijn gelaatskleur
יִשְׁתַּנּ֣וֹן
(yishtanon)
veranderde
עֲלַ֔י
(alay)
aan mij
וּמִלְּתָ֖א
(umileta)
en de zaak
בְּלִבִּ֥י
(belibi)
in mijn hart
נִטְרֵֽת
(nitret)
bewaarde ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)