Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Aankomst bij de Sinaï
1In de derde maand nadat de zonen van Israël uit het land Egypte waren getrokken, op die dag, kwamen zij in de woestijn Sinaï.
בַּחֹ֨דֶשׁ֙
(bachodesh)
in de maand
הַשְּׁלִישִׁ֔י
(hashelishi)
de derde
לְצֵ֥את
(letset)
bij het uittrekken van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit het land van
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
בָּ֖אוּ
(bau)
kwamen zij
מִדְבַּ֥ר
(midbar)
woestijn van
סִינָֽי
(sinay)
Sinaï
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De woestijn Sinaï ligt op het zuidelijke deel van het Sinaïschiereiland.
De traditionele berg is de Jebel Musa; andere voorstellen zijn er ook, dus de ligging is niet zeker.
Zie ook 3:1.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
‘In de derde maand’ is van het uittrekken uit Egypte af gerekend, ongeveer twee maanden na het Pesach.
5Als jullie nu goed naar Mijn stem luisteren en Mijn verbond houden, dan zullen jullie uit alle volken Mijn eigen bezit zijn. Want heel de aarde is van Mij.
וְעַתָּ֗ה
(veata)
en nu
אִם
(im)
als
שָׁמ֤וֹעַ
(shamoa)
horen
תִּשְׁמְעוּ֙
(tishmeu)
jullie horen
בְּקֹלִ֔י
(beqoli)
naar Mijn stem
וּשְׁמַרְתֶּ֖ם
(ushemartem)
en houden
אֶת
(et)
(obj.)
בְּרִיתִ֑י
(beriti)
Mijn verbond
וִהְיִ֨יתֶם
(vihyitem)
dan zullen jullie zijn
לִ֤י
(li)
voor Mij
סְגֻלָּה֙
(segula)
een eigen bezit
מִכָּל
(mikal)
uit alle
הָ֣עַמִּ֔ים
(haamim)
de volken
כִּי
(ki)
want
לִ֖י
(li)
van Mij
כָּל
(kal)
heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סְגֻלָּה (segullah) betekent ‘eigen bezit’, de kostbare schat van een koning.
9Yahweh zei tot Mozes: „Zie, Ik kom tot je in een dichte wolk, opdat het volk hoort wanneer Ik met je spreek, en ook jou voor altijd zal geloven.” Mozes bracht de woorden van het volk over aan Yahweh.
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
אָנֹכִ֜י
(anokhi)
Ik
בָּ֣א
(ba)
kom
אֵלֶיךָ֮
(eleikha)
tot jou
בְּעַ֣ב
(beav)
in de dikte van
הֶֽעָנָן֒
(heanan)
de wolk
בַּעֲב֞וּר
(baavur)
opdat
יִשְׁמַ֤ע
(yishma)
hoort
הָעָם֙
(haam)
het volk
בְּדַבְּרִ֣י
(bedaberi)
als Ik spreek
עִמָּ֔ךְ
(imakh)
met jou
וְגַם
(vegam)
en ook
בְּךָ֖
(bekha)
jou
יַאֲמִ֣ינוּ
(yaaminu)
zullen zij geloven
לְעוֹלָ֑ם
(leolam)
voor altijd
וַיַּגֵּ֥ד
(vayaged)
en bracht over
מֹשֶׁ֛ה
(moshe)
Mozes
אֶת
(et)
(obj.)
דִּבְרֵ֥י
(divrei)
de woorden van
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
אֶל
(el)
aan
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Zet een grens rondom het volk en zeg: ‘Pas op dat jullie de berg niet opgaan en de rand ervan niet aanraken. Wie de berg aanraakt, zal zeker gedood worden.
וְהִגְבַּלְתָּ֤
(vehigbalta)
en zet grenzen
אֶת
(et)
(obj.)
הָעָם֙
(haam)
het volk
סָבִ֣יב
(saviv)
rondom
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
om te zeggen
הִשָּׁמְר֥וּ
(hishameru)
pas op
לָכֶ֛ם
(lakhem)
voor jullie
עֲל֥וֹת
(alot)
dat jullie opgaan
בָּהָ֖ר
(bahar)
de berg
וּנְגֹ֣עַ
(unegoa)
en raken aan
בְּקָצֵ֑הוּ
(beqatsehu)
zijn rand
כָּל
(kal)
ieder
הַנֹּגֵ֥עַ
(hanogea)
die aanraakt
בָּהָ֖ר
(bahar)
de berg
מ֥וֹת
(mot)
sterven
יוּמָֽת
(yumat)
zal gedood worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Geen hand mag hem aanraken, want hij zal gestenigd of doorschoten worden. Of het een dier is of een mens, hij mag niet blijven leven. Wanneer de ramshoorn lang klinkt, mogen zij de berg opgaan.’”
לֹא
(lo)
niet
תִגַּ֨ע
(tiga)
zal aanraken
בּ֜וֹ
(bo)
hem
יָ֗ד
(yad)
hand
כִּֽי
(ki)
want
סָק֤וֹל
(saqol)
stenigen
יִסָּקֵל֙
(yisaqel)
zal hij gestenigd worden
אוֹ
(o)
of
יָרֹ֣ה
(yaro)
schieten
יִיָּרֶ֔ה
(yiyare)
zal hij doorschoten worden
אִם
(im)
of
בְּהֵמָ֥ה
(behema)
dier
אִם
(im)
of
אִ֖ישׁ
(ish)
mens
לֹ֣א
(lo)
niet
יִחְיֶ֑ה
(yichye)
zal leven
בִּמְשֹׁךְ֙
(bimshokh)
bij het lang klinken van
הַיֹּבֵ֔ל
(hayovel)
de ramshoorn
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
יַעֲל֥וּ
(yaalu)
mogen opgaan
בָהָֽר
(bahar)
de berg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הַיֹּבֵל (hayovel) is een ramshoorn (vergelijk Joz. 6:5).
Het woord geeft ook zijn naam aan het jubeljaar (Lev. 25:10).
16Op de derde dag, bij het aanbreken van de morgen, waren er donderslagen en bliksems, een zware wolk op de berg en een zeer sterk hoorngeluid. En heel het volk in het kamp beefde.
וַיְהִי֩
(vayhi)
en het geschiedde
בַיּ֨וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁלִישִׁ֜י
(hashelishi)
de derde
בִּֽהְיֹ֣ת
(bihyot)
bij het aanbreken van
הַבֹּ֗קֶר
(haboqer)
de morgen
וַיְהִי֩
(vayhi)
en er waren
קֹלֹ֨ת
(qolot)
donderslagen
וּבְרָקִ֜ים
(uveraqim)
en bliksems
וְעָנָ֤ן
(veanan)
en een wolk
כָּבֵד֙
(kaved)
zware
עַל
(al)
op
הָהָ֔ר
(hahar)
de berg
וְקֹ֥ל
(veqol)
en het geluid van
שֹׁפָ֖ר
(shofar)
een ramshoorn
חָזָ֣ק
(chazaq)
sterk
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
וַיֶּחֱרַ֥ד
(vayecherad)
en beefde
כָּל
(kal)
heel
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
בַּֽמַּחֲנֶֽה
(bamachane)
in het kamp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קֹלֹת (kolot), ‘stemmen’, is hier ‘donderslagen’.
In het Hebreeuws staat bij ‘hoorngeluid’ het woord שׁוֹפָר (shofar), een ramshoorn.
18De berg Sinaï rookte helemaal, omdat Yahweh er in vuur op was neergedaald. De rook ervan steeg op als de rook van een smeltoven, en heel de berg beefde hevig.
וְהַ֤ר
(vehar)
en de berg
סִינַי֙
(sinay)
Sinaï
עָשַׁ֣ן
(ashan)
rookte
כֻּלּ֔וֹ
(kulo)
geheel
מִ֠פְּנֵי
(mipenei)
vanwege
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
יָרַ֥ד
(yarad)
nederdaalde
עָלָ֛יו
(alav)
op hem
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בָּאֵ֑שׁ
(baesh)
in vuur
וַיַּ֤עַל
(vayaal)
en steeg op
עֲשָׁנוֹ֙
(ashano)
zijn rook
כְּעֶ֣שֶׁן
(keeshen)
als de rook van
הַכִּבְשָׁ֔ן
(hakivshan)
de oven
וַיֶּחֱרַ֥ד
(vayecherad)
en beefde
כָּל
(kal)
heel
הָהָ֖ר
(hahar)
de berg
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.
24Yahweh zei tot hem: „Ga, daal af, en kom dan weer op, jij en Aäron met je. Maar de priesters en het volk mogen niet doorbreken om op te gaan tot Yahweh, anders breekt Hij tegen hen los.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
אֵלָ֤יו
(elav)
tot hem
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
לֶךְ
(lekh)
ga
רֵ֔ד
(red)
daal af
וְעָלִ֥יתָ
(vealita)
en kom op
אַתָּ֖ה
(ata)
jij
וְאַהֲרֹ֣ן
(veaharon)
en Aäron
עִמָּ֑ךְ
(imakh)
met je
וְהַכֹּהֲנִ֣ים
(vehakohanim)
en de priesters
וְהָעָ֗ם
(vehaam)
en het volk
אַל
(al)
niet
יֶֽהֶרְס֛וּ
(yehersu)
laat doorbreken
לַעֲלֹ֥ת
(laalot)
om op te gaan
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
פֶּן
(pen)
opdat niet
יִפְרָץ
(yifrats)
losbreekt
בָּֽם
(bam)
tegen hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)