Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Last over Egypte
1Last over Egypte. Zie, Yahweh rijdt op een snelle wolk en komt naar Egypte. De afgoden van Egypte beven voor Zijn aangezicht, en het hart van Egypte smelt in zijn binnenste.
מַשָּׂ֖א
(masa)
last van
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
רֹכֵ֨ב
(rokhev)
rijdt
עַל
(al)
op
עָ֥ב
(av)
een wolk
קַל֙
(qal)
snelle
וּבָ֣א
(uva)
en Hij komt
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְנָע֞וּ
(venau)
en beven
אֱלִילֵ֤י
(elilei)
afgoden van
מִצְרַ֨יִם֙
(mitsrayim)
Egypte
מִפָּנָ֔יו
(mipanav)
voor Zijn aangezicht
וּלְבַ֥ב
(ulevav)
en het hart van
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
Egypte
יִמַּ֥ס
(yimas)
smelt
בְּקִרְבּֽוֹ
(beqirbo)
in zijn binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
מַשָּׂא (massa), ‘last’: zie 13:1.
רֹכֵב עַל עָב קַל (rokev al av qal), ‘rijdt op een snelle wolk’: Yahweh komt snel en zichtbaar. Vergelijk Ps. 104:3, waar Hij van de wolken Zijn wagen maakt.
2„Ik zal Egypte ophitsen tegen Egypte. Zij zullen vechten, ieder tegen zijn broer en ieder tegen zijn naaste, stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk.
וְסִכְסַכְתִּ֤י
(vesikhsakhti)
en Ik zal ophitsen
מִצְרַ֨יִם֙
(mitsrayim)
Egypte
בְּמִצְרַ֔יִם
(bemitsrayim)
tegen Egypte
וְנִלְחֲמ֥וּ
(venilchamu)
en zij zullen vechten
אִישׁ
(ish)
man
בְּאָחִ֖יו
(beachiv)
tegen zijn broer
וְאִ֣ישׁ
(veish)
en man
בְּרֵעֵ֑הוּ
(bereehu)
tegen zijn naaste
עִ֣יר
(ir)
stad
בְּעִ֔יר
(beir)
tegen stad
מַמְלָכָ֖ה
(mamlakha)
koninkrijk
בְּמַמְלָכָֽה
(bemamlakha)
tegen koninkrijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
וְסִכְסַכְתִּי (vesikhsakhti), ‘Ik zal ophitsen’: letterlijk ‘Ik zal doen botsen’.
Egypte wordt tegen zichzelf opgezet: een burgeroorlog.
Hier begint Yahweh zelf te spreken, in de eerste persoon. Zijn woorden staan rood tot en met vers 4.
3De geest van Egypte raakt leeg in zijn binnenste, en zijn raad zal Ik verzwelgen. Zij zullen de afgoden raadplegen, de fluisteraars, de geesten van doden en de waarzeggers.
וְנָבְקָ֤ה
(venaveqa)
en zal leeg raken
רֽוּחַ
(ruach)
geest van
מִצְרַ֨יִם֙
(mitsrayim)
Egypte
בְּקִרְבּ֔וֹ
(beqirbo)
in zijn binnenste
וַעֲצָת֖וֹ
(vaatsato)
en zijn raad
אֲבַלֵּ֑עַ
(avalea)
Ik zal verzwelgen
וְדָרְשׁ֤וּ
(vedareshu)
en zij zullen raadplegen
אֶל
(el)
bij
הָֽאֱלִילִים֙
(haelilim)
de afgoden
וְאֶל
(veel)
en bij
הָ֣אִטִּ֔ים
(haitim)
de fluisteraars
וְאֶל
(veel)
en bij
הָאֹב֖וֹת
(haovot)
de geesten van doden
וְאֶל
(veel)
en bij
הַיִּדְּעֹנִֽים
(hayideonim)
de waarzeggers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
De geest, de moed en het inzicht van Egypte lopen weg.
אֲבַלֵּעַ (avalle’a), ‘Ik zal verzwelgen’: letterlijk ‘Ik zal doorslikken’. Het plan van Egypte verdwijnt zonder een spoor.
אִטִּים (ittim), ‘fluisteraars’: het woord komt alleen hier voor. De betekenis is onzeker; wij vertalen naar het werkwoord ‘fluisteren’. Het gaat om mensen die met geesten of doden omgaan.
אֹבוֹת (ovot), ‘geesten van doden’, en יִדְּעֹנִים (yidde’onim), ‘waarzeggers’: zie Lev. 19:31 en Deut. 18:11.
4Ik zal Egypte uitleveren in de hand van een harde heer. Een sterke koning zal over hen heersen, godsspraak van de Heer, Yahweh van de legermachten.”
וְסִכַּרְתִּי֙
(vesikarti)
en Ik zal uitleveren
אֶת
(et)
(obj.)
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
בְּיַ֖ד
(beyad)
in de hand van
אֲדֹנִ֣ים
(adonim)
een heer
קָשֶׁ֑ה
(qashe)
harde
וּמֶ֤לֶךְ
(umelekh)
en een koning
עַז֙
(az)
sterke
יִמְשָׁל
(yimshal)
zal heersen
בָּ֔ם
(bam)
over hen
נְאֻ֥ם
(neum)
godsspraak van
הָאָד֖וֹן
(haadon)
de Heer
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָאֽוֹת
(tsevaot)
van de legermachten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
נְאֻם (ne’um), ‘godsspraak’: zie Jes. 1:24.
Hier staat de formule aan het eind van Zijn woorden en is daarom rood.
הָאָדוֹן (ha’adon), ‘de Heer’: hier met het lidwoord, vóór de naam Yahweh van de legermachten.
אֲדֹנִים קָשֶׁה (adonim qasheh), ‘een harde heer’: het woord ‘heren’ staat in het meervoud, maar het bijvoeglijk naamwoord ‘hard’ in het enkelvoud. Wij nemen één heer; het meervoud kan zijn macht onderstrepen. Wie bedoeld wordt, noemt de tekst niet. Bij Jesaja kan het om een Assyrische of een Egyptische vorst gaan.
10Haar steunpilaren worden verbrijzeld. Alle loonarbeiders zijn bedroefd in hun ziel.
וְהָי֥וּ
(vehayu)
en zij zullen zijn
שָׁתֹתֶ֖יהָ
(shatoteiha)
haar steunpilaren
מְדֻכָּאִ֑ים
(medukaim)
verbrijzeld
כָּל
(kal)
alle
עֹ֥שֵׂי
(osei)
die doen
שֶׂ֖כֶר
(sekher)
loon
אַגְמֵי
(agmei)
bedroefd van
נָֽפֶשׁ
(nafesh)
ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שָׁתֹתֶיהָ (shatoteyha), ‘haar steunpilaren’: letterlijk ‘haar grondvesten’; het gaat om de leiders van het land.
Sommige vertalers denken aan ‘weefgetouwen’.
De betekenis is onzeker.
אַגְמֵי נֶפֶשׁ (agmei nefesh), ‘bedroefd in hun ziel’: letterlijk ‘bedroefd van ziel’. Het woord אַגְמֵי kan ook ‘vijvers’ betekenen, dan gaat het over de makers van visvijvers. Wij kiezen de eerste betekenis, omdat deze beter bij ‘loonarbeiders’ past.
11Slechts dwazen zijn de vorsten van Soan. De wijzen, de raadgevers van Farao: hun raad is dom geworden. Hoe kunnen jullie tegen Farao zeggen: „Ik ben een zoon van wijzen, een zoon van koningen van vroeger”?
אַךְ
(akh)
slechts
אֱוִלִים֙
(evilim)
dwazen
שָׂ֣רֵי
(sarei)
vorsten van
צֹ֔עַן
(tsoan)
Soan
חַכְמֵי֙
(chakhmei)
wijzen
יֹעֲצֵ֣י
(yoatsei)
raadgevers van
פַרְעֹ֔ה
(paro)
Farao
עֵצָ֖ה
(etsa)
raad
נִבְעָרָ֑ה
(nivara)
is dom geworden
אֵ֚יךְ
(eikh)
hoe
תֹּאמְר֣וּ
(tomru)
zullen jullie zeggen
אֶל
(el)
tegen
פַּרְעֹ֔ה
(paro)
Farao
בֶּן
(ben)
zoon van
חֲכָמִ֥ים
(chakhamim)
wijzen
אֲנִ֖י
(ani)
ik
בֶּן
(ben)
zoon van
מַלְכֵי
(malkhei)
koningen van
קֶֽדֶם
(qedem)
vroeger
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Soan: Soan (Tanis) lag in de noordoostelijke Nijldelta, bij het huidige San el-Hagar.
Uitleg
צֹעַן (Tso’an), ‘Soan’: een stad in het noordoosten van de Nijldelta, in het Grieks Tanis.
Zie Num. 13:22 en Ps. 78:12.
בֶּן חֲכָמִים (ben chakhamim), ‘een zoon van wijzen’: iemand uit een beroemd geslacht van wijzen. De raadgevers van Farao beroemen zich op hun afkomst.
14Yahweh heeft in haar midden een geest van verwarring ingeschonken. Zij laten Egypte dwalen in al zijn werk, zoals een dronkaard dwaalt in zijn braaksel.
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
מָסַ֥ךְ
(masakh)
heeft ingeschonken
בְּקִרְבָּ֖הּ
(beqirbah)
in haar midden
ר֣וּחַ
(ruach)
geest van
עִוְעִ֑ים
(ivim)
verwarring
וְהִתְע֤וּ
(vehitu)
en zij hebben laten dwalen
אֶת
(et)
(obj.)
מִצְרַ֨יִם֙
(mitsrayim)
Egypte
בְּכָֽל
(bekhal)
in al
מַעֲשֵׂ֔הוּ
(maasehu)
zijn werk
כְּהִתָּע֥וֹת
(kehitaot)
zoals het dwalen van
שִׁכּ֖וֹר
(shikor)
een dronkaard
בְּקִיאֽוֹ
(beqio)
in zijn braaksel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
מָסַךְ (masakh), ‘heeft ingeschonken’: het werkwoord wordt gebruikt voor het mengen en inschenken van wijn.
Het past bij het beeld van de dronkaard.
רוּחַ עִוְעִים (ruach iv’im), ‘een geest van verwarring’: letterlijk ‘een geest van verdraaiingen’.
15Er zal voor Egypte geen werk zijn dat hoofd of staart, palmtak of bies kan doen.
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
לְמִצְרַ֖יִם
(lemitsrayim)
voor Egypte
מַֽעֲשֶׂ֑ה
(maase)
werk
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
dat
יַעֲשֶׂ֛ה
(yaase)
kan doen
רֹ֥אשׁ
(rosh)
hoofd
וְזָנָ֖ב
(vezanav)
en staart
כִּפָּ֥ה
(kipa)
palmtak
וְאַגְמֽוֹן
(veagmon)
en bies
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
רֹאשׁ וְזָנָב (rosh vezanav), ‘hoofd en staart’, en כִּפָּה וְאַגְמוֹן (kippah ve’agmon), ‘palmtak en bies’: de hoge en de lage, de leiders en het gewone volk.
16Op die dag zal Egypte zijn als vrouwen. Het zal beven en bang zijn voor het zwaaien van de hand van Yahweh van de legermachten, waarmee Hij tegen hem zwaait.
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֔וּא
(hahu)
die
יִֽהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
Egypte
כַּנָּשִׁ֑ים
(kanashim)
als vrouwen
וְחָרַ֣ד
(vecharad)
en het zal beven
וּפָחַ֗ד
(ufachad)
en bang zijn
מִפְּנֵי֙
(mipenei)
voor
תְּנוּפַת֙
(tenufat)
het zwaaien van
יַד
(yad)
de hand van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֔וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
אֲשֶׁר
(asher)
die
ה֖וּא
(hu)
Hij
מֵנִ֥יף
(menif)
zwaait
עָלָֽיו
(alav)
tegen hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
כַּנָּשִׁים (kannashim), ‘als vrouwen’: dat wil zeggen: zonder kracht en bang.
Zo ook in Nah. 3:13.
תְּנוּפַת (tenufat), ‘het zwaaien’: hetzelfde werkwoord (נוּף, nuf) als bij het beweegoffer, waarbij de priester het offer zwaait. Zie Lev. 7:30.
17Het land Juda zal voor Egypte een schrik zijn. Iedereen die het tegen hem noemt, wordt bang voor het besluit van Yahweh van de legermachten, dat Hij tegen hem neemt.
וְ֠הָיְתָה
(vehayeta)
en zal zijn
אַדְמַ֨ת
(admat)
het land van
יְהוּדָ֤ה
(yehuda)
Juda
לְמִצְרַ֨יִם֙
(lemitsrayim)
voor Egypte
לְחָגָּ֔א
(lechaga)
tot schrik
כֹּל֩
(kol)
ieder
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
יַזְכִּ֥יר
(yazkir)
noemt
אֹתָ֛הּ
(otah)
het
אֵלָ֖יו
(elav)
tegen hem
יִפְחָ֑ד
(yifchad)
wordt bang
מִפְּנֵ֗י
(mipenei)
voor
עֲצַת֙
(atsat)
het besluit van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֔וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
אֲשֶׁר
(asher)
dat
ה֖וּא
(hu)
Hij
יוֹעֵ֥ץ
(yoets)
besluit
עָלָֽיו
(alav)
tegen hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
חָגָּא (chagga), ‘schrik’: het woord komt alleen hier voor.
De betekenis is onzeker; het past bij ‘beven’.
Sommige vertalers denken aan ‘reden tot schaamte’.
18Op die dag zullen er vijf steden in het land Egypte zijn die de taal van Kanaän spreken en een eed afleggen aan Yahweh van de legermachten. Van één zal gezegd worden: „Stad van de verwoesting.”
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֡וּא
(hahu)
die
יִהְיוּ֩
(yihyu)
zullen zijn
חָמֵ֨שׁ
(chamesh)
vijf
עָרִ֜ים
(arim)
steden
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land
מִצְרַ֗יִם
(mitsrayim)
Egypte
מְדַבְּרוֹת֙
(medaberot)
sprekend
שְׂפַ֣ת
(sefat)
de taal van
כְּנַ֔עַן
(kenaan)
Kanaän
וְנִשְׁבָּע֖וֹת
(venishbaot)
en een eed afleggend
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
aan Yahweh
צְבָא֑וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
עִ֣יר
(ir)
stad van
הַהֶ֔רֶס
(haheres)
de verwoesting
יֵאָמֵ֖ר
(yeamer)
zal worden gezegd
לְאֶחָֽת
(leechat)
van één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.
Uitleg
שְׂפַת כְּנַעַן (sefat Kena’an), ‘de taal van Kanaän’: letterlijk ‘de lip van Kanaän’.
Dat is het Hebreeuws.
נִשְׁבָּעוֹת לַיהוָה (nishba’ot l’Yahweh), ‘een eed afleggen aan Yahweh’: een eed van toewijding.
Lezing
עִיר הַהֶרֶס (ir ha-heres), ‘Stad van de verwoesting’.
Met één andere medeklinker (עִיר הַחֶרֶס, ir ha-cheres) staat er ‘Stad van de zon’, dat is Heliopolis, de stad On.
20Het zal een teken en een getuige zijn voor Yahweh van de legermachten in het land Egypte. Want zij zullen tot Yahweh roepen vanwege hun onderdrukkers. Hij zal hun een redder en een verdediger sturen, en die zal hen bevrijden.
וְהָיָ֨ה
(vehaya)
en het zal zijn
לְא֥וֹת
(leot)
tot een teken
וּלְעֵ֛ד
(uleed)
en tot een getuige
לַֽיהוָ֥ה
(laYahweh)
voor Yahweh
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
כִּֽי
(ki)
want
יִצְעֲק֤וּ
(yitsaqu)
zij zullen roepen
אֶל
(el)
tot
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
מִפְּנֵ֣י
(mipenei)
vanwege
לֹֽחֲצִ֔ים
(lochatsim)
onderdrukkers
וְיִשְׁלַ֥ח
(veyishlach)
en Hij zal sturen
לָהֶ֛ם
(lahem)
hun
מוֹשִׁ֥יעַ
(moshia)
een redder
וָרָ֖ב
(varav)
en een verdediger
וְהִצִּילָֽם
(vehitsilam)
en hij zal hen bevrijden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
מוֹשִׁיעַ (moshia), ‘redder’: iemand die redding brengt; verwant met yeshuah, ‘redding’.
רָב (rav), ‘verdediger’: het woord kan ‘groot’ betekenen, dus ‘een grote’, of komen van het werkwoord ‘strijden’ (riv). De betekenis is onzeker.
21Yahweh zal Zich aan Egypte bekendmaken, en Egypte zal Yahweh kennen op die dag. Zij zullen Hem dienen met slachtoffers en graanoffers. Zij zullen Yahweh een gelofte doen en die nakomen.
וְנוֹדַ֤ע
(venoda)
en zal bekend worden
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
לְמִצְרַ֔יִם
(lemitsrayim)
aan Egypte
וְיָדְע֥וּ
(veyadeu)
en zullen kennen
מִצְרַ֛יִם
(mitsrayim)
Egypte
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֑וּא
(hahu)
die
וְעָֽבְדוּ֙
(veavedu)
en zij zullen dienen
זֶ֣בַח
(zevach)
slachtoffer
וּמִנְחָ֔ה
(umincha)
en graanoffer
וְנָדְרוּ
(venaderu)
en zij zullen beloven
נֵ֥דֶר
(neder)
een gelofte
לַֽיהוָ֖ה
(laYahweh)
aan Yahweh
וְשִׁלֵּֽמוּ
(veshilemu)
en zij zullen vervullen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
וְנוֹדַע יְהוָה (venoda Yahweh), ‘Yahweh zal Zich bekendmaken’: het werkwoord staat in een vorm die ‘Zich laten kennen’ betekent.
De Egyptenaren leren Yahweh kennen.
זֶבַח (zevach), ‘slachtoffer’ en מִנְחָה (minchah), ‘graanoffer’: zoals in Amos 5:25.
23Op die dag zal er een gebaande weg zijn van Egypte naar Assyrië. Assyrië zal naar Egypte komen en Egypte naar Assyrië. Egypte zal samen met Assyrië dienen.
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֗וּא
(hahu)
die
תִּהְיֶ֨ה
(tihye)
zal zijn
מְסִלָּ֤ה
(mesila)
een gebaande weg
מִמִּצְרַ֨יִם֙
(mimitsrayim)
van Egypte
אַשּׁ֔וּרָה
(ashura)
naar Assyrië
וּבָֽא
(uva)
en zal komen
אַשּׁ֥וּר
(ashur)
Assyrië
בְּמִצְרַ֖יִם
(bemitsrayim)
in Egypte
וּמִצְרַ֣יִם
(umitsrayim)
en Egypte
בְּאַשּׁ֑וּר
(beashur)
in Assyrië
וְעָבְד֥וּ
(veavedu)
en zij zullen dienen
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
Egypte
אֶת
(et)
met
אַשּֽׁוּר
(ashur)
Assyrië
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.
Uitleg
וְעָבְדוּ מִצְרַיִם אֶת אַשּׁוּר (ve’avdu Mitsrayim et Ashur), ‘Egypte zal samen met Assyrië dienen’: het woordje אֶת (et) betekent hier ‘met’.
Het kan ook het lijdend voorwerp aanduiden: ‘Egypte zal Assyrië dienen’.
Wij kiezen ‘samen met’, omdat vers 21 zegt dat zij Yahweh dienen.
Het werkwoord ‘dienen’ (avad) heeft daar dezelfde betekenis.
25Yahweh van de legermachten heeft haar gezegend met de woorden: „Gezegend zij Egypte, Mijn volk, en Assyrië, het werk van Mijn handen, en Israël, Mijn erfdeel.”
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
die
בֵּרֲכ֛וֹ
(berakho)
heeft gezegend
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
בָּר֨וּךְ
(barukh)
gezegend
עַמִּ֜י
(ami)
mijn volk
מִצְרַ֗יִם
(mitsrayim)
Egypte
וּמַעֲשֵׂ֤ה
(umaase)
en het werk van
יָדַי֙
(yaday)
Mijn handen
אַשּׁ֔וּר
(ashur)
Assyrië
וְנַחֲלָתִ֖י
(venachalati)
en Mijn erfdeel
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.
Uitleg
עַמִּי (ammi), ‘Mijn volk’, מַעֲשֵׂה יָדַי (ma’aseh yadai), ‘het werk van Mijn handen’, en נַחֲלָתִי (nachalati), ‘Mijn erfdeel’: namen die elders aan Israël gegeven worden (Exod. 6:7; Deut. 32:9).
Hier zegent Yahweh ook Egypte en Assyrië zo.
De zegen staat in de eerste persoon van Yahweh en is daarom rood.