Elohim Bijbel

Jesaja 48

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Yahweh kondigde alles vooraf aan: trek weg uit Babel

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een volk dat Yahweh niet in waarheid noemt

1Luister hiernaar, huis van Jakob. Jullie worden genoemd bij de naam Israël en zijn voortgekomen uit de wateren van Juda. Jullie zweren bij de naam van Yahweh en vermelden de Elohim van Israël, maar niet in waarheid en niet in gerechtigheid.
שִׁמְעוּ
(shimu)
luistert
זֹ֣את
(zot)
hiernaar
בֵּֽית
(beit)
huis van
יַעֲקֹ֗ב
(yaaqov)
Jakob
הַנִּקְרָאִים֙
(haniqraim)
die genoemd worden
בְּשֵׁ֣ם
(beshem)
bij de naam
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וּמִמֵּ֥י
(umimei)
en uit de wateren van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
יָצָ֑אוּ
(yatsau)
zijn voortgekomen
הַֽנִּשְׁבָּעִ֣ים
(hanishbaim)
die zweren
בְּשֵׁ֣ם
(beshem)
bij de naam
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וּבֵאלֹהֵ֤י
(uvelohei)
en de Elohim van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
יַזְכִּ֔ירוּ
(yazkiru)
zij vermelden
לֹ֥א
(lo)
niet
בֶאֱמֶ֖ת
(beemet)
in waarheid
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
בִצְדָקָֽה
(bitsdaqa)
in gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִמֵּי יְהוּדָה (mimmei Yehudah), ‘uit de wateren van Juda’: ‘wateren’ is hier een beeld voor de bron waaruit het volk voortkomt, zijn afstamming.

Het vers verwijt het volk dat het de namen van Yahweh gebruikt zonder trouw. De rede begint hier nog niet in de eerste persoon van Yahweh; daarom staat het zwart.

2Want zij worden genoemd naar de heilige stad en steunen op de Elohim van Israël. Yahweh van de legermachten is Zijn naam.
כִּֽי
(ki)
want
מֵעִ֤יר
(meir)
naar de stad van
הַקֹּ֨דֶשׁ֙
(haqodesh)
de heiligheid
נִקְרָ֔אוּ
(niqrau)
zij worden genoemd
וְעַל
(veal)
en op
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
נִסְמָ֑כוּ
(nismakhu)
zij steunen
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
שְׁמֽוֹ
(shemo)
is Zijn naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עִיר הַקֹּדֶשׁ (ir haqodesh), ‘de heilige stad’: Jeruzalem.

Zo ook Jes. 52:1 en Neh. 11:1.

יְהוָה צְבָאוֹת שְׁמוֹ (Yahweh Tsevaot shemo), ‘Yahweh van de legermachten is Zijn naam’: dit is een woord van de profeet over Yahweh, in de derde persoon. Daarom staat het zwart.

Het vroegere heb Ik lang geleden aangekondigd

3„De vroegere dingen heb Ik al lang geleden aangekondigd. Uit Mijn mond zijn ze uitgegaan, en Ik liet ze horen. Plotseling heb Ik het gedaan, en ze kwamen.
הָרִֽאשֹׁנוֹת֙
(harishonot)
de vroegere dingen
מֵאָ֣ז
(meaz)
al lang geleden
הִגַּ֔דְתִּי
(higadti)
Ik heb aangekondigd
וּמִפִּ֥י
(umipi)
en uit Mijn mond
יָצְא֖וּ
(yatseu)
zijn uitgegaan
וְאַשְׁמִיעֵ֑ם
(veashmiem)
en Ik liet ze horen
פִּתְאֹ֥ם
(pitom)
plotseling
עָשִׂ֖יתִי
(asiti)
Ik heb gedaan
וַתָּבֹֽאנָה
(vatavona)
en ze kwamen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָרִאשֹׁנוֹת (harishonot), ‘de vroegere dingen’: wat Yahweh al eerder aankondigde en liet gebeuren.

Hier begint Yahweh Zelf te spreken (‘Ik’).

Het rood loopt door tot vers 16.

4Ik wist dat je hardnekkig bent. Je nek is een ijzeren pees, en je voorhoofd is van koper.
מִדַּעְתִּ֕י
(midati)
uit Mijn weten
כִּ֥י
(ki)
dat
קָשֶׁ֖ה
(qashe)
hardnekkig
אָ֑תָּה
(ata)
jij
וְגִ֤יד
(vegid)
en een pees van
בַּרְזֶל֙
(barzel)
ijzer
עָרְפֶּ֔ךָ
(arpekha)
je nek
וּמִצְחֲךָ֖
(umitschakha)
en je voorhoofd
נְחוּשָֽׁה
(nechusha)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גִּיד בַּרְזֶל (gid barzel), ‘een ijzeren pees’: een stijve nek, het beeld van koppigheid.

Vergelijk Exod. 32:9.

נְחוּשָׁה (nechushah), ‘koper’: het woord kan ook ‘brons’ betekenen. Een voorhoofd van koper is een voorhoofd zonder schaamte.

5En Ik heb het je al lang geleden aangekondigd. Voordat het kwam, liet Ik het je horen, zodat je niet zou zeggen: ‘Mijn afgodsbeeld heeft ze gedaan. Mijn gesneden beeld en mijn gegoten beeld hebben ze bevolen.’
וָאַגִּ֤יד
(vaagid)
en Ik heb aangekondigd
לְךָ֙
(lekha)
je
מֵאָ֔ז
(meaz)
al lang geleden
בְּטֶ֥רֶם
(beterem)
voordat
תָּב֖וֹא
(tavo)
het zou komen
הִשְׁמַעְתִּ֑יךָ
(hishmatikha)
Ik liet het je horen
פֶּן
(pen)
opdat niet
תֹּאמַר֙
(tomar)
je zou zeggen
עָצְבִּ֣י
(atsbi)
mijn afgodsbeeld
עָשָׂ֔ם
(asam)
heeft ze gedaan
וּפִסְלִ֥י
(ufisli)
en mijn gesneden beeld
וְנִסְכִּ֖י
(veniski)
en mijn gegoten beeld
צִוָּֽם
(tsivam)
heeft ze bevolen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶצֶב (etsev), ‘afgodsbeeld’: hetzelfde woord als in 46:1.

פֶּסֶל (pesel), ‘gesneden beeld’.

נֶסֶךְ (nesekh), ‘gegoten beeld’: het woord betekent ook ‘plengoffer’ (Gen. 35:14).

Hier staat het naast twee beelden en betekent het een gegoten beeld.

6Je hebt het gehoord. Zie het allemaal. En jullie, willen jullie het niet vertellen? Vanaf nu laat Ik je nieuwe dingen horen, verborgen dingen die je niet kende.
שָׁמַ֤עְתָּֽ
(shamata)
je hebt gehoord
חֲזֵה֙
(chaze)
zie
כֻּלָּ֔הּ
(kulah)
het geheel
וְאַתֶּ֖ם
(veatem)
en jullie
הֲל֣וֹא
(halo)
toch niet
תַגִּ֑ידוּ
(tagidu)
zullen jullie vertellen
הִשְׁמַעְתִּ֤יךָ
(hishmatikha)
Ik laat je horen
חֲדָשׁוֹת֙
(chadashot)
nieuwe dingen
מֵעַ֔תָּה
(meata)
vanaf nu
וּנְצֻר֖וֹת
(unetsurot)
en verborgen dingen
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יְדַעְתָּֽם
(yedatam)
jullie kenden ze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְצֻרוֹת (netsurot), ‘verborgen dingen’: letterlijk ‘bewaarde dingen’, dingen die tot nu toe voor je bewaard bleven.

7Nu zijn ze geschapen, en niet al lang geleden. Vóór vandaag heb je ze niet gehoord, zodat je niet zou zeggen: ‘Zie, ik wist ze al.’
עַתָּ֤ה
(ata)
nu
נִבְרְאוּ֙
(nivreu)
zijn geschapen
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
מֵאָ֔ז
(meaz)
al lang geleden
וְלִפְנֵי
(velifnei)
en voor
י֖וֹם
(yom)
de dag
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
שְׁמַעְתָּ֑ם
(shematam)
je hebt ze gehoord
פֶּן
(pen)
opdat niet
תֹּאמַ֖ר
(tomar)
je zou zeggen
הִנֵּ֥ה
(hine)
zie
יְדַעְתִּֽין
(yedatin)
ik wist ze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִבְרְאוּ (nivre’u), ‘zijn geschapen’: het werkwoord בָּרָא (bara) staat ook in Gen. 1:1.

Nieuwe dingen worden nu pas gemaakt; zij zijn niet al lang geleden aangekondigd.

וְלִפְנֵי יוֹם (velifnei yom), ‘vóór vandaag’: letterlijk ‘vóór een dag’, dat wil zeggen: tot vandaag toe.

יְדַעְתִּין (yeda’tin), ‘ik wist ze’: een ongewone vorm met een extra nun aan het einde.

Zie ookGen 1:1
8Je hebt het ook niet gehoord, je hebt het ook niet geweten. Ook was je oor al lang geleden niet geopend. Want Ik wist dat je zeker trouweloos zou handelen. Van de buik af werd je een overtreder genoemd.
גַּ֣ם
(gam)
ook
לֹֽא
(lo)
niet
שָׁמַ֗עְתָּ
(shamata)
je hebt gehoord
גַּ֚ם
(gam)
ook
לֹ֣א
(lo)
niet
יָדַ֔עְתָּ
(yadata)
je hebt geweten
גַּ֕ם
(gam)
ook
מֵאָ֖ז
(meaz)
al lang geleden
לֹא
(lo)
niet
פִתְּחָ֣ה
(pitecha)
is geopend
אָזְנֶ֑ךָ
(azenekha)
je oor
כִּ֤י
(ki)
want
יָדַ֨עְתִּי֙
(yadati)
Ik wist
בָּג֣וֹד
(bagod)
trouweloos handelen
תִּבְגּ֔וֹד
(tivgod)
je zult handelen
וּפֹשֵׁ֥עַ
(ufoshea)
en overtreder
מִבֶּ֖טֶן
(mibeten)
van de buik af
קֹ֥רָא
(qora)
men noemde
לָֽךְ
(lakh)
jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּגוֹד תִּבְגּוֹד (bagod tivgod), ‘je zult zeker trouweloos handelen’: letterlijk ‘trouweloos handelend zul je trouweloos handelen’.

Het herhaalde werkwoord maakt de zin sterk.

וּפֹשֵׁעַ (ufoshea), ‘een overtreder’: van het woord פֶּשַׁע (pesha), ‘overtreding’.

Omwille van Mijn naam

9Omwille van Mijn naam stel Ik Mijn toorn uit. Omwille van Mijn lof houd Ik Mij voor jou in, zodat Ik je niet uitroei.
לְמַ֤עַן
(lemaan)
omwille van
שְׁמִי֙
(shemi)
Mijn naam
אַאֲרִ֣יךְ
(aarikh)
Ik stel uit
אַפִּ֔י
(api)
Mijn toorn
וּתְהִלָּתִ֖י
(utehilati)
en Mijn lof
אֶחֱטָם
(echetam)
Ik houd in
לָ֑ךְ
(lakh)
voor jou
לְבִלְתִּ֖י
(levilti)
opdat niet
הַכְרִיתֶֽךָ
(hakhritekha)
Ik je uitroei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַאֲרִיךְ אַפִּי (a’arikh appi), ‘Ik stel Mijn toorn uit’: letterlijk ‘Ik maak Mijn neus lang’.

Het is dezelfde uitdrukking als ‘langzaam tot toorn’ in Exod. 34:6.

אֶחֱטָם (echetam), ‘Ik houd Mij in’: een zeldzaam werkwoord dat ‘bedwingen’ of ‘beteugelen’ betekent.

10Zie, Ik heb je gelouterd, maar niet als zilver. Ik heb je uitgekozen in de smeltoven van ellende.
הִנֵּ֥ה
(hine)
zie
צְרַפְתִּ֖יךָ
(tseraftikha)
Ik heb je gelouterd
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
בְכָ֑סֶף
(bekhasef)
als zilver
בְּחַרְתִּ֖יךָ
(bechartikha)
Ik heb je uitgekozen
בְּכ֥וּר
(bekhur)
in de oven van
עֹֽנִי
(oni)
ellende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּחַרְתִּיךָ (bechartikha), ‘Ik heb je uitgekozen’: van het werkwoord בָּחַר (bachar).

Het werkwoord kan in dit verband ook ‘beproeven’ betekenen.

Wij kiezen ‘uitgekozen’.

וְלֹא בְכָסֶף (velo vekhasef), ‘maar niet als zilver’: het voorzetsel ב (be) is hier onzeker. Het kan ‘niet zoals zilver’, ‘niet voor zilver’ of ‘zonder zilver’ betekenen.

כּוּר עֹנִי (kur oni), ‘smeltoven van ellende’: de oven waarin metaal gesmolten wordt; zo ook Deut. 4:20.

11Omwille van Mijzelf, omwille van Mijzelf doe Ik het. Want hoe zou Mijn naam ontheiligd worden? Mijn heerlijkheid geef Ik niet aan een ander.
לְמַעֲנִ֧י
(lemaani)
omwille van Mij
לְמַעֲנִ֛י
(lemaani)
omwille van Mij
אֶעֱשֶׂ֖ה
(eese)
Ik zal doen
כִּ֣י
(ki)
want
אֵ֣יךְ
(eikh)
hoe
יֵחָ֑ל
(yechal)
wordt ontheiligd
וּכְבוֹדִ֖י
(ukhevodi)
en Mijn heerlijkheid
לְאַחֵ֥ר
(leacher)
aan een ander
לֹֽא
(lo)
niet
אֶתֵּֽן
(eten)
Ik geef
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In het Hebreeuws ontbreekt het onderwerp van ‘ontheiligd worden’ (yechal).

Wij vullen ‘Mijn naam’ aan, op grond van vers 9.

כְּבוֹדִי (khevodi), ‘Mijn heerlijkheid’: zie ook Jes. 42:8, waar dezelfde woorden staan.

Ik ben de Eerste en de Laatste

12Luister naar Mij, Jakob, en Israël, die Ik geroepen heb. Ik ben Hij. Ik ben de Eerste, en Ik ben ook de Laatste.
שְׁמַ֤ע
(shema)
luister
אֵלַי֙
(elay)
naar Mij
יַֽעֲקֹ֔ב
(yaaqov)
Jakob
וְיִשְׂרָאֵ֖ל
(veyisrael)
en Israël
מְקֹרָאִ֑י
(meqorai)
Mijn geroepene
אֲנִי
(ani)
Ik
הוּא֙
(hu)
Hij
אֲנִ֣י
(ani)
Ik
רִאשׁ֔וֹן
(rishon)
de eerste
אַ֖ף
(af)
ook
אֲנִ֥י
(ani)
Ik
אַחֲרֽוֹן
(acharon)
de laatste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲנִי הוּא (ani hu), ‘Ik ben Hij’: zie 46:4 en Deut. 32:39.

רִאשׁוֹן … אַחֲרוֹן (rishon … acharon), ‘de Eerste … de Laatste’: Yahweh is er voor alles en na alles. Vergelijk Openb. 1:17 en 22:13.

13Ook Mijn hand heeft de aarde gegrondvest, en Mijn rechterhand heeft de hemel uitgespannen. Als Ik hen roep, gaan ze samen staan.
אַף
(af)
ook
יָדִי֙
(yadi)
Mijn hand
יָ֣סְדָה
(yaseda)
heeft gegrondvest
אֶ֔רֶץ
(erets)
aarde
וִֽימִינִ֖י
(vimini)
en Mijn rechterhand
טִפְּחָ֣ה
(tipecha)
heeft uitgespannen
שָׁמָ֑יִם
(shamayim)
hemel
קֹרֵ֥א
(qore)
roepend
אֲנִ֛י
(ani)
Ik
אֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
tot hen
יַעַמְד֥וּ
(yaamdu)
zij gaan staan
יַחְדָּֽו
(yachdav)
samen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טִפְּחָה (tippechah), ‘heeft uitgespannen’: het werkwoord hangt samen met het woord voor ‘handbreedte’.

Het beeld is dat Yahweh de hemel met Zijn hand heeft uitgespreid.

De betekenis is onzeker.

14Kom allemaal bijeen en luister. Wie van hen heeft deze dingen aangekondigd? Yahweh heeft hem lief. Hij zal Zijn wil uitvoeren in Babel, en zijn arm zal gericht zijn tegen de Chaldeeën.
הִקָּבְצ֤וּ
(hiqavetsu)
verzamelt
כֻלְּכֶם֙
(kulekhem)
jullie allen
וּֽשֲׁמָ֔עוּ
(ushamau)
en luistert
מִ֥י
(mi)
wie
בָהֶ֖ם
(bahem)
onder hen
הִגִּ֣יד
(higid)
heeft aangekondigd
אֶת
(et)
(obj.)
אֵ֑לֶּה
(ele)
deze dingen
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲהֵב֔וֹ
(ahevo)
heeft hem lief
יַעֲשֶׂ֤ה
(yaase)
hij zal doen
חֶפְצוֹ֙
(cheftso)
Zijn wil
בְּבָבֶ֔ל
(bevavel)
in Babel
וּזְרֹע֖וֹ
(uzeroo)
en zijn arm
כַּשְׂדִּֽים
(kasdim)
de Chaldeeën
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

‘Hen’ zijn de afgodsbeelden of de volken met hun goden.

‘Hem’ is de man die Yahweh heeft liefgekregen; wij lezen hier Kores, zie Jes. 44:28 en 45:1.

Het Hebreeuws noemt zijn naam hier niet.

יַעֲשֶׂה חֶפְצוֹ (ya’aseh chefso), ‘hij zal Zijn wil uitvoeren’: Yahweh’s wil, zoals in 44:28. Wij zetten ‘Zijn’ met hoofdletter.

וּזְרֹעוֹ כַּשְׂדִּים (uzero’o Kasdim), ‘en zijn arm zal gericht zijn tegen de Chaldeeën’: er staat geen werkwoord. Letterlijk staat er ‘en zijn arm: de Chaldeeën’. Wij vullen ‘zal gericht zijn tegen’ aan. De zin is moeilijk.

15Ik, Ik heb gesproken. Ja, Ik heb hem geroepen. Ik heb hem laten komen, en zijn weg zal slagen.
אֲנִ֥י
(ani)
Ik
אֲנִ֛י
(ani)
Ik
דִּבַּ֖רְתִּי
(dibarti)
heb gesproken
אַף
(af)
ja
קְרָאתִ֑יו
(qerativ)
Ik heb hem geroepen
הֲבִיאֹתִ֖יו
(haviotiv)
Ik heb hem laten komen
וְהִצְלִ֥יחַ
(vehitsliach)
en zal slagen
דַּרְכּֽוֹ
(darko)
zijn weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְהִצְלִיחַ דַּרְכּוֹ (vehitslichach darko), ‘en zijn weg zal slagen’: het werkwoord kan ook betekenen: ‘en Hij laat zijn weg slagen’.

Kom dichter bij Mij

16Kom dichter bij Mij en luister hiernaar. Van het begin af heb Ik niet in het verborgen gesproken. Vanaf het moment dat het gebeurde, ben Ik daar.” En nu heeft Heer Yahweh mij gezonden, en Zijn Geest.
קִרְב֧וּ
(qirvu)
komt dichtbij
אֵלַ֣י
(elay)
tot Mij
שִׁמְעוּ
(shimu)
luistert
זֹ֗את
(zot)
hiernaar
לֹ֤א
(lo)
niet
מֵרֹאשׁ֙
(merosh)
van het begin af
בַּסֵּ֣תֶר
(baseter)
in het verborgen
דִּבַּ֔רְתִּי
(dibarti)
heb Ik gesproken
מֵעֵ֥ת
(meet)
vanaf de tijd van
הֱיוֹתָ֖הּ
(heyotah)
dat het was
שָׁ֣ם
(sham)
daar
אָ֑נִי
(ani)
ben Ik
וְעַתָּ֗ה
(veata)
en nu
אֲדֹנָ֧י
(adonay)
Heer
יְהוִ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
שְׁלָחַ֖נִי
(shelachani)
heeft mij gezonden
וְרוּחֽוֹ
(verucho)
en Zijn Geest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: zie Jes. 3:15.

Vanaf ‘En nu’ spreekt iemand anders dan Yahweh: ‘mij gezonden’. Het Hebreeuws zegt niet wie. Het kan de profeet zijn, of de Knecht, of Kores. Wij laten dat open. Het rood sluit daarom midden in het vers.

Lezing

וְרוּחוֹ (veruacho), ‘en Zijn Geest’: de Geest kan een tweede persoon zijn die gezonden wordt (‘Heer Yahweh heeft mij gezonden, en ook Zijn Geest’) of het middel waarmee Hij zendt (‘Heer Yahweh heeft mij gezonden met Zijn Geest’).

Wij blijven dicht bij het Hebreeuws: ‘en Zijn Geest’.

Had je maar geluisterd

17Zo zegt Yahweh, je Verlosser, de Heilige van Israël: „Ik ben Yahweh, je Elohim. Ik leer je wat nuttig is. Ik leid je op de weg die je moet gaan.
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֧ר
(amar)
zegt
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
גֹּאַלְךָ֖
(goalkha)
je Verlosser
קְד֣וֹשׁ
(qedosh)
de Heilige van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
אֲנִ֨י
(ani)
Ik
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
מְלַמֶּדְךָ֣
(melamedkha)
die je leert
לְהוֹעִ֔יל
(lehoil)
wat nuttig is
מַדְרִֽיכֲךָ֖
(madrikhakha)
die je leidt
בְּדֶ֥רֶךְ
(bederekh)
op de weg
תֵּלֵֽךְ
(telekh)
die je zult gaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֹּאַלְךָ (go’alkha), ‘je Verlosser’: de go’el, de ‘losser’; zie Lev. 25:25.

קְדוֹשׁ יִשְׂרָאֵל (qedosh Yisra’el), ‘de Heilige van Israël’: een vaste titel van Yahweh in dit boek.

מְלַמֶּדְךָ לְהוֹעִיל (melammedkha lehoʻil), ‘die je leert wat nuttig is’: letterlijk ‘die je leert te baat te hebben’.

18Had je maar geluisterd naar Mijn geboden! Dan zou je vrede zijn geweest als een rivier en je gerechtigheid als de golven van de zee.
ל֥וּא
(lu)
had maar
הִקְשַׁ֖בְתָּ
(hiqshavta)
je geluisterd
לְמִצְוֺתָ֑י
(lemitsvotay)
naar Mijn geboden
וַיְהִ֤י
(vayhi)
en het zou zijn
כַנָּהָר֙
(kanahar)
als een rivier
שְׁלוֹמֶ֔ךָ
(shelomekha)
je vrede
וְצִדְקָתְךָ֖
(vetsidqatekha)
en je gerechtigheid
כְּגַלֵּ֥י
(kegalei)
als golven van
הַיָּֽם
(hayam)
de zee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לוּא (lu), ‘had maar’: een wens die niet is uitgekomen.

Het Hebreeuws zegt: ‘Dat je maar had geluisterd’.

Daarom staat het vervolg in de voorwaardelijke wijs: ‘zou zijn geweest’.

שְׁלוֹמֶךָ (shelomekha), ‘je vrede’: shalom, ook ‘heelheid’ en ‘welzijn’.

19Je nageslacht zou zijn geweest als het zand, en de nakomelingen van je binnenste als de korrels ervan. Dan zou zijn naam niet zijn uitgeroeid en niet vernietigd zijn van voor Mijn aangezicht.”
וַיְהִ֤י
(vayhi)
en het zou zijn
כַחוֹל֙
(kachol)
als het zand
זַרְעֶ֔ךָ
(zarekha)
je nageslacht
וְצֶאֱצָאֵ֥י
(vetseetsaei)
en de nakomelingen van
מֵעֶ֖יךָ
(meeikha)
je binnenste
כִּמְעֹתָ֑יו
(kimotav)
als zijn korrels
לֹֽא
(lo)
niet
יִכָּרֵ֧ת
(yikaret)
zou worden uitgeroeid
וְֽלֹא
(velo)
en niet
יִשָּׁמֵ֛ד
(yishamed)
zou worden vernietigd
שְׁמ֖וֹ
(shemo)
zijn naam
מִלְּפָנָֽי
(milefanay)
van voor Mijn aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כִּמְעֹתָיו (kim’otav), ‘als de korrels ervan’: letterlijk ‘als zijn …’.

Het woord komt alleen hier voor.

De betekenis is onzeker.

Het lijkt op het woord voor ‘ingewanden’ (מֵעֶיךָ, me’ekha, ‘je binnenste’, eerder in dit vers).

Wij kiezen ‘korrels’ op grond van het beeld van het zand.

Het beeld van het zand komt uit de belofte aan Abraham: Gen. 22:17. Zie ook Hos. 2:1.

‘Zijn naam’ (shemo): de naam van het nageslacht, dus van Israël, niet van Yahweh. Daarom staat ‘zijn’ met kleine letter.

Trek weg uit Babel

20Trek weg uit Babel, vlucht weg van de Chaldeeën. Maak het met jubelend geluid bekend, laat het horen, draag het uit tot aan het einde van de aarde. Zeg: „Yahweh heeft Zijn knecht Jakob verlost.”
צְא֣וּ
(tseu)
trekt weg
מִבָּבֶל֮
(mibavel)
uit Babel
בִּרְח֣וּ
(birchu)
vlucht
מִכַּשְׂדִּים֒
(mikasdim)
van de Chaldeeën
בְּק֣וֹל
(beqol)
met geluid van
רִנָּ֗ה
(rina)
gejubel
הַגִּ֤ידוּ
(hagidu)
maakt bekend
הַשְׁמִ֨יעוּ֙
(hashmiu)
laat horen
זֹ֔את
(zot)
dit
הוֹצִיא֖וּהָ
(hotsiuha)
brengt het uit
עַד
(ad)
tot
קְצֵ֣ה
(qetse)
het einde van
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
אִמְר֕וּ
(imru)
zegt
גָּאַ֥ל
(gaal)
heeft verlost
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
עַבְדּ֥וֹ
(avdo)
Zijn knecht
יַעֲקֹֽב
(yaaqov)
Jakob
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Zie Chaldeeën: De Chaldeeën woonden in het zuiden van Babylonië, in het zuiden van het huidige Irak.

Uitleg

גָּאַל (ga’al), ‘verlossen’: het werkwoord bij ‘de Verlosser’ (go’el) van vers 17.

Yahweh heeft Zijn volk al verlost, daarom kan het volk uit Babel wegtrekken.

Vergelijk Jer. 50:8 en 51:6 en Openb. 18:4.

עַבְדּוֹ יַעֲקֹב (avdo Ya’aqov), ‘Zijn knecht Jakob’: hier is Jakob (het volk) de knecht van Yahweh. Dit is niet een van de vier knechtsliederen.

21Zij hadden geen dorst, toen Hij hen door de woestenijen leidde. Water uit de rots liet Hij voor hen stromen. Hij spleet de rots, en het water vloeide eruit.
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
צָמְא֗וּ
(tsameu)
zij hadden dorst
בָּחֳרָבוֹת֙
(bachoravot)
in de woestenijen
הֽוֹלִיכָ֔ם
(holikham)
Hij leidde hen
מַ֥יִם
(mayim)
water
מִצּ֖וּר
(mitsur)
uit de rots
הִזִּ֣יל
(hizil)
Hij liet stromen
לָ֑מוֹ
(lamo)
voor hen
וַיִּ֨בְקַע
(vayivqa)
en Hij spleet
צ֔וּר
(tsur)
rots
וַיָּזֻ֖בוּ
(vayazuvu)
en stroomden
מָֽיִם
(mayim)
water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers herinnert aan de tocht door de woestijn: zie Exod. 17:6, Num. 20:11 en Ps. 78:15–16.

De werkwoorden staan in de verleden tijd; wij volgen het Hebreeuws.

22„Er is geen vrede, zegt Yahweh, voor de goddelozen.”
אֵ֣ין
(ein)
niet is er
שָׁל֔וֹם
(shalom)
vrede
אָמַ֥ר
(amar)
zegt
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לָרְשָׁעִֽים
(lareshaim)
voor de goddelozen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie Jes. 57:21, waar vrijwel dezelfde zin staat (daar: ‘zegt mijn Elohim’).