De zilveren trompetten en het vertrek van de Sinaï
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De zilveren trompetten
1Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Maak twee trompetten van zilver. Van gedreven werk moet je ze maken. Ze zijn voor jou om de gemeenschap op te roepen en voor het verder trekken van de kampen.
עֲשֵׂ֣ה
(ase)
maak
לְךָ֗
(lekha)
voor jou
שְׁתֵּי֙
(shetei)
twee
חֲצֽוֹצְרֹ֣ת
(chatsotserot)
trompetten van
כֶּ֔סֶף
(kesef)
zilver
מִקְשָׁ֖ה
(miqsha)
gedreven werk
תַּעֲשֶׂ֣ה
(taase)
je zult ze maken
אֹתָ֑ם
(otam)
ze
וְהָי֤וּ
(vehayu)
en zij zullen zijn
לְךָ֙
(lekha)
voor jou
לְמִקְרָ֣א
(lemiqra)
voor het oproepen van
הָֽעֵדָ֔ה
(haeda)
de gemeenschap
וּלְמַסַּ֖ע
(ulemasa)
en voor het verder trekken van
אֶת
(et)
(obj.)
הַֽמַּחֲנֽוֹת
(hamachanot)
de kampen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֲצוֹצְרָה (chatsotserah), ‘trompet’: een recht, smal blaasinstrument van zilver.
Het is een signaalinstrument, geen muziekinstrument.
5Wanneer jullie een schallend signaal blazen, trekken de kampen verder die aan de oostkant liggen.
וּתְקַעְתֶּ֖ם
(uteqatem)
en jullie zullen blazen
תְּרוּעָ֑ה
(terua)
schallend signaal
וְנָֽסְעוּ֙
(venaseu)
en zij trekken verder
הַֽמַּחֲנ֔וֹת
(hamachanot)
de kampen
הַחֹנִ֖ים
(hachonim)
die gelegerd zijn
קֵֽדְמָה
(qedema)
oostwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּרוּעָה (teru’ah), ‘schallend signaal’: een kort, luid, herhaald geluid, anders dan een gewone, lange stoot (vers 3, 4 en 7).
Bij het eerste schallende signaal trekken de kampen aan de oostkant verder (Juda, Issachar, Zebulon), bij het tweede die aan de zuidkant (Ruben, Simeon, Gad).
6Wanneer jullie een tweede keer een schallend signaal blazen, trekken de kampen verder die aan de zuidkant liggen. Voor hun tochten moeten zij een schallend signaal blazen.
וּתְקַעְתֶּ֤ם
(uteqatem)
en jullie zullen blazen
תְּרוּעָה֙
(terua)
schallend signaal
שֵׁנִ֔ית
(shenit)
tweede
וְנָֽסְעוּ֙
(venaseu)
en zij trekken verder
הַֽמַּחֲנ֔וֹת
(hamachanot)
de kampen
הַחֹנִ֖ים
(hachonim)
die gelegerd zijn
תֵּימָ֑נָה
(teimana)
zuidwaarts
תְּרוּעָ֥ה
(terua)
schallend signaal
יִתְקְע֖וּ
(yitqeu)
zij zullen blazen
לְמַסְעֵיהֶֽם
(lemaseihem)
voor hun tochten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Wanneer jullie in jullie land ten strijde trekken tegen de vijand die jullie benauwt, moeten jullie een schallend signaal blazen op de trompetten. Dan wordt er aan jullie gedacht voor het aangezicht van Yahweh, jullie Elohim, en worden jullie gered van jullie vijanden.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
תָבֹ֨אוּ
(tavou)
jullie komen
מִלְחָמָ֜ה
(milchama)
ten strijde
בְּאַרְצְכֶ֗ם
(beartsekhem)
in jullie land
עַל
(al)
tegen
הַצַּר֙
(hatsar)
de vijand
הַצֹּרֵ֣ר
(hatsorer)
die benauwt
אֶתְכֶ֔ם
(etkhem)
jullie
וַהֲרֵעֹתֶ֖ם
(vahareotem)
en jullie zullen een signaal geven
בַּחֲצֹצְר֑וֹת
(bachatsotserot)
op de trompetten
וֲנִזְכַּרְתֶּ֗ם
(vanizkartem)
en er zal gedacht worden aan jullie
לִפְנֵי֙
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹֽהֵיכֶ֔ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
וְנוֹשַׁעְתֶּ֖ם
(venoshatem)
en jullie zullen gered worden
מֵאֹיְבֵיכֶֽם
(meoyeveikhem)
van jullie vijanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Ook op de dag van jullie vreugde, op jullie feesten en bij het begin van jullie maanden moeten jullie op de trompetten blazen. Doe dat bij jullie brandoffers en bij jullie vredeoffers. Ze zullen voor jullie een gedachtenis zijn voor het aangezicht van jullie Elohim. Ik ben Yahweh, jullie Elohim.”
וּבְי֨וֹם
(uveyom)
en op de dag van
שִׂמְחַתְכֶ֥ם
(simchatkhem)
jullie vreugde
וּֽבְמוֹעֲדֵיכֶם֮
(uvemoadeikhem)
en op jullie feesten
וּבְרָאשֵׁ֣י
(uverashei)
en bij het begin van
חָדְשֵׁיכֶם֒
(chadesheikhem)
jullie maanden
וּתְקַעְתֶּ֣ם
(uteqatem)
en jullie zullen blazen
בַּחֲצֹֽצְרֹ֗ת
(bachatsotserot)
op de trompetten
עַ֚ל
(al)
bij
עֹלֹ֣תֵיכֶ֔ם
(oloteikhem)
jullie brandoffers
וְעַ֖ל
(veal)
en bij
זִבְחֵ֣י
(zivchei)
de slachtoffers van
שַׁלְמֵיכֶ֑ם
(shalmeikhem)
jullie vredeoffers
וְהָי֨וּ
(vehayu)
en zij zullen zijn
לָכֶ֤ם
(lakhem)
voor jullie
לְזִכָּרוֹן֙
(lezikaron)
tot een gedachtenis
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
אֱלֹֽהֵיכֶ֔ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
אֲנִ֖י
(ani)
Ik
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מוֹעֲדִים (mo’adim), ‘feesten’: de vastgestelde tijden van Yahweh.
Het begin van de maanden is de dag van de nieuwe maan.
14Als eerste trok het vaandel van het kamp van de zonen van Juda verder, volgens hun legerscharen. Over zijn leger was Nachsjon, de zoon van Amminadab.
וַיִּסַּ֞ע
(vayisa)
en trok verder
דֶּ֣גֶל
(degel)
het vaandel van
מַחֲנֵ֧ה
(machane)
het kamp van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֛ה
(yehuda)
Juda
בָּרִאשֹׁנָ֖ה
(barishona)
als eerste
לְצִבְאֹתָ֑ם
(letsivotam)
volgens hun legerscharen
וְעַל
(veal)
en over
צְבָא֔וֹ
(tsevao)
zijn leger
נַחְשׁ֖וֹן
(nachshon)
Nachsjon
בֶּן
(ben)
zoon van
עַמִּינָדָֽב
(aminadav)
Amminadab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דֶּגֶל (degel), ‘vaandel’: de groep van drie stammen die samen onder één teken trok.
De volgorde van de stammen is dezelfde als in Num. 7: Juda, Issachar, Zebulon; Ruben, Simeon, Gad; Efraïm, Manasse, Benjamin; Dan, Aser, Naftali.
17Toen werd de tabernakel afgebroken, en de zonen van Gersjon en de zonen van Merari trokken verder, de dragers van de tabernakel.
וְהוּרַ֖ד
(vehurad)
en werd afgebroken
הַמִּשְׁכָּ֑ן
(hamishkan)
de tabernakel
וְנָסְע֤וּ
(venaseu)
en zij trokken verder
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
גֵרְשׁוֹן֙
(gereshon)
Gersjon
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
מְרָרִ֔י
(merari)
Merari
נֹשְׂאֵ֖י
(noseei)
dragers van
הַמִּשְׁכָּֽן
(hamishkan)
de tabernakel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De Gersjonieten en de Merarieten droegen de tabernakel zelf (Num. 7:7–8), en trokken dus na het eerste vaandel, zodat de tabernakel opgericht kon zijn bij de komst van de Kehatieten (vers 21).
25Het vaandel van het kamp van de zonen van Dan trok verder, als achterhoede van alle kampen, volgens hun legerscharen. Over zijn leger was Achiëzer, de zoon van Ammisjaddai.
וְנָסַ֗ע
(venasa)
en trok verder
דֶּ֚גֶל
(degel)
het vaandel van
מַחֲנֵ֣ה
(machane)
het kamp van
בְנֵי
(benei)
de zonen van
דָ֔ן
(dan)
Dan
מְאַסֵּ֥ף
(measef)
achterhoede
לְכָל
(lekhal)
voor alle
הַֽמַּחֲנֹ֖ת
(hamachanot)
de kampen
לְצִבְאֹתָ֑ם
(letsivotam)
volgens hun legerscharen
וְעַל
(veal)
en over
צְבָא֔וֹ
(tsevao)
zijn leger
אֲחִיעֶ֖זֶר
(achiezer)
Achiëzer
בֶּן
(ben)
zoon van
עַמִּישַׁדָּֽי
(amishaday)
Ammisjaddai
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Chobab was de zoon van Reüel, de Midianiet, de schoonvader van Mozes. Mozes zei tot hem: „Wij trekken naar de plaats waarvan Yahweh heeft gezegd: ‘Ik zal die aan jullie geven.’ Ga met ons mee, dan zullen wij je goed doen, want Yahweh heeft het goede over Israël gesproken.”
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
לְ֠חֹבָב
(lechovav)
tot Chobab
בֶּן
(ben)
zoon van
רְעוּאֵ֣ל
(reuel)
Reüel
הַמִּדְיָנִי֮
(hamidyani)
de Midianiet
חֹתֵ֣ן
(choten)
schoonvader van
מֹשֶׁה֒
(moshe)
Mozes
נֹסְעִ֣ים
(noseim)
wij trekken verder
אֲנַ֗חְנוּ
(anachnu)
wij
אֶל
(el)
naar
הַמָּקוֹם֙
(hamaqom)
de plaats
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waarvan
אָמַ֣ר
(amar)
zei
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אֹת֖וֹ
(oto)
die
אֶתֵּ֣ן
(eten)
Ik zal geven
לָכֶ֑ם
(lakhem)
aan jullie
לְכָ֤ה
(lekha)
ga
אִתָּ֨נוּ֙
(itanu)
met ons
וְהֵטַ֣בְנוּ
(vehetavnu)
en wij zullen goed doen
לָ֔ךְ
(lakh)
aan jou
כִּֽי
(ki)
want
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
דִּבֶּר
(diber)
heeft gesproken
ט֖וֹב
(tov)
het goede
עַל
(al)
over
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Chobab (חֹבָב) is de zoon van Reüel (רְעוּאֵל), de Midianiet.
In het Hebreeuws kan ‘de schoonvader van Mozes’ bij Chobab of bij Reüel horen; wij laten dat zo staan.
Vergelijk Exod. 2:18 en 18:1–27.
Lezing
De woorden van Yahweh, ‘Ik zal die aan jullie geven’, staan hier als citaat in de woorden van Mozes en zijn daarom rood.
33Zij trokken verder van de berg van Yahweh, een reis van drie dagen. De ark van het verbond van Yahweh trok een reis van drie dagen voor hen uit, om een rustplaats voor hen te zoeken.
וַיִּסְעוּ֙
(vayisu)
en zij trokken verder
מֵהַ֣ר
(mehar)
van de berg van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
דֶּ֖רֶךְ
(derekh)
een reis van
שְׁלֹ֣שֶׁת
(sheloshet)
drie
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
וַאֲר֨וֹן
(vaaron)
en de ark van
בְּרִית
(berit)
het verbond van
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
נֹסֵ֣עַ
(nosea)
trok verder
לִפְנֵיהֶ֗ם
(lifneihem)
voor hen uit
דֶּ֚רֶךְ
(derekh)
een reis van
שְׁלֹ֣שֶׁת
(sheloshet)
drie
יָמִ֔ים
(yamim)
dagen
לָת֥וּר
(latur)
om te zoeken
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor hen
מְנוּחָֽה
(menucha)
een rustplaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
‘De berg van Yahweh’ is de Sinaï (Exod. 19:11).
De traditionele ligging is Jebel Musa, in het zuiden van het Sinaïschiereiland (Egypte); dit is niet zeker.
Uitleg
בְּרִית (berit), ‘verbond’: de ark van het verbond bevat de stenen tafelen (Exod. 25:16 en 25:21).
תּוּר (tur), ‘zoeken, verkennen’: de ark gaat voor het volk uit om een plaats van rust voor hen uit te zoeken.