Elohim Bijbel

Micha 1

1234567

Yahweh komt neer: het oordeel over Samaria en de klaagzang over de steden van Juda

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Het woord van Yahweh dat tot Micha, de Moreshiet, kwam in de dagen van Jotam, Achaz en Hizkia, koningen van Juda. Dit is wat hij zag over Samaria en Jeruzalem.
דְּבַר
(devar)
het woord van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
הָיָ֗ה
(haya)
kwam
אֶל
(el)
tot
מִיכָה֙
(mikha)
Micha
הַמֹּ֣רַשְׁתִּ֔י
(hamorashti)
de Moreshiet
בִּימֵ֥י
(bimei)
in de dagen van
יוֹתָ֛ם
(yotam)
Jotam
אָחָ֥ז
(achaz)
Achaz
יְחִזְקִיָּ֖ה
(yechizqiya)
Hizkia
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
koningen van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
אֲשֶׁר
(asher)
dat
חָזָ֥ה
(chaza)
hij zag
עַל
(al)
over
שֹׁמְר֖וֹן
(shomeron)
Samaria
וִירֽוּשָׁלִָֽם
(virushaliam)
en Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moreshet-Gat (Tel Goded?; ligging onzeker): Moreshet-Gat, de woonplaats van Micha, lag in het laagland van Juda, waarschijnlijk bij Tel Goded.

Dit is niet helemaal zeker.

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

מִיכָה (Mikhah), ‘Micha’: een korte vorm van ‘Mikayahu’, ‘wie is als Yahweh?’ (vergelijk 7:18).

הַמֹּרַשְׁתִּי (hammorashti), ‘de Moreshiet’: uit Moreset-Gat (vers 14), een plaats in het laagland van Juda.

Jotam, Achaz en Hizkia: zie 2 Kon. 15:32, 16:1 en 18:1. Samaria was de hoofdstad van het noordelijke rijk, Jeruzalem die van Juda.

חָזָה (chazah), ‘zien’: het zien van een visioen.

Yahweh komt uit Zijn tempel

2Hoor, alle volken. Luister, aarde en alles wat haar vervult. Heer Yahweh zij een getuige tegen jullie, de Heer vanuit Zijn heilige tempel.
שִׁמְעוּ֙
(shimu)
hoort
עַמִּ֣ים
(amim)
volken
כֻּלָּ֔ם
(kulam)
allemaal
הַקְשִׁ֖יבִי
(haqshivi)
luister
אֶ֣רֶץ
(erets)
aarde
וּמְלֹאָ֑הּ
(umeloah)
en wat haar vervult
וִיהִי֩
(vihi)
en zij
אֲדֹנָ֨י
(adonay)
Heer
יְהוִ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
בָּכֶם֙
(bakhem)
tegen jullie
לְעֵ֔ד
(leed)
tot getuige
אֲדֹנָ֖י
(adonay)
de Heer
מֵהֵיכַ֥ל
(meheikhal)
vanuit de tempel van
קָדְשֽׁוֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: Adonai betekent ‘mijn Heer’.

Als naam voor Yahweh vertalen wij ‘Heer Yahweh’ (zie ook Amos 1:8).

Het tweede ‘de Heer’ is alleen Adonai.

בָּכֶם (bakhem), ‘tegen jullie’: het voorzetsel kan ook ‘onder’ of ‘in’ jullie betekenen. Hier getuigt Yahweh tegen de volken en tegen Zijn eigen volk.

הֵיכַל קָדְשׁוֹ (heikhal qodsho), ‘Zijn heilige tempel’: dit kan de tempel in Jeruzalem zijn of Yahweh’s woning in de hemel; zie Ps. 11:4.

3Want zie, Yahweh gaat uit van Zijn plaats. Hij daalt neer en treedt op de hoogten van de aarde.
כִּֽי
(ki)
want
הִנֵּ֥ה
(hine)
zie
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
יֹצֵ֣א
(yotse)
gaat uit
מִמְּקוֹמ֑וֹ
(mimeqomo)
van Zijn plaats
וְיָרַ֥ד
(veyarad)
en daalt neer
וְדָרַ֖ךְ
(vedarakh)
en treedt
עַל
(al)
op
בָּ֥מֳתֵי
(bamotei)
de hoogten van
אָֽרֶץ
(arets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּמֳתֵי אָרֶץ (bamotey arets), ‘de hoogten van de aarde’: Yahweh treedt op de bergtoppen; vergelijk Amos 4:13.

Het woord בָּמוֹת (bamot) is hetzelfde als ‘hoogten’ voor offerplaatsen in vers 5.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is במותי; het te lezen woord (qere) is בָּמֳתֵי (bamotey), ‘hoogten van’.

De geschreven vorm is een volle spelling (met waw) van hetzelfde woord; de betekenis is gelijk.

Wij volgen het qere.

4De bergen smelten onder Hem weg en de dalen splijten open, als was voor het vuur, als water dat een helling afstroomt.
וְנָמַ֤סּוּ
(venamasu)
en smelten weg
הֶֽהָרִים֙
(heharim)
de bergen
תַּחְתָּ֔יו
(tachtav)
onder Hem
וְהָעֲמָקִ֖ים
(vehaamaqim)
en de dalen
יִתְבַּקָּ֑עוּ
(yitbaqau)
splijten open
כַּדּוֹנַג֙
(kadonag)
als was
מִפְּנֵ֣י
(mipenei)
voor
הָאֵ֔שׁ
(haesh)
het vuur
כְּמַ֖יִם
(kemayim)
als water
מֻגָּרִ֥ים
(mugarim)
dat wordt uitgegoten
בְּמוֹרָֽד
(bemorad)
op een helling
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Bergen die smelten en dalen die splijten zijn beelden van Yahweh’s komst.

Vergelijk Ps. 97:5 en Amos 9:5.

5Dit alles is om de overtreding van Jakob en om de zonden van het huis van Israël. Wat is de overtreding van Jakob? Is het niet Samaria? En wat zijn de hoogten van Juda? Is het niet Jeruzalem?
בְּפֶ֤שַׁע
(befesha)
om de overtreding van
יַֽעֲקֹב֙
(yaaqov)
Jakob
כָּל
(kal)
alles
זֹ֔את
(zot)
dit
וּבְחַטֹּ֖אות
(uvechatovt)
en om de zonden van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
מִֽי
(mi)
wat
פֶ֣שַׁע
(pesha)
de overtreding van
יַעֲקֹ֗ב
(yaaqov)
Jakob
הֲלוֹא֙
(halo)
is niet
שֹֽׁמְר֔וֹן
(shomeron)
Samaria
וּמִי֙
(umi)
en wat
בָּמ֣וֹת
(bamot)
de hoogten van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
הֲל֖וֹא
(halo)
is niet
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

‘Jakob’ en ‘het huis van Israël’ zijn hier het volk van het noordelijke rijk, met Samaria als hoofdstad.

‘Juda’ heeft Jeruzalem als hoofdstad.

פֶּשַׁע (pesha), ‘overtreding’: ook ‘opstand’. חַטָּאות (chatta’ot), ‘zonden’.

בָּמוֹת (bamot), ‘hoogten’: de offerplaatsen op heuvels. De profeet zegt dat Jeruzalem zelf de ‘hoogte’ van Juda is: het middelpunt van de afgoderij.

Samaria wordt een puinhoop

6„Ik maak Samaria tot een puinhoop op het veld, tot een plaats om wijngaarden te planten. Ik giet haar stenen uit in het dal en leg haar fundamenten bloot.
וְשַׂמְתִּ֥י
(vesamti)
en Ik zal maken
שֹׁמְר֛וֹן
(shomeron)
Samaria
לְעִ֥י
(lei)
tot een puinhoop van
הַשָּׂדֶ֖ה
(hasade)
het veld
לְמַטָּ֣עֵי
(lemataei)
tot plaatsen om te planten
כָ֑רֶם
(karem)
wijngaard
וְהִגַּרְתִּ֤י
(vehigarti)
en Ik zal uitgieten
לַגַּי֙
(lagay)
in het dal
אֲבָנֶ֔יהָ
(avaneiha)
haar stenen
וִיסֹדֶ֖יהָ
(visodeiha)
en haar fundamenten
אֲגַלֶּֽה
(agale)
Ik zal blootleggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Uitleg

Vanaf dit vers spreekt Yahweh zelf; Zijn woorden staan rood tot en met vers 7.

Samaria viel in 722 voor Chr.; zie 2 Kon. 17:5–6.

לְעִי הַשָּׂדֶה (le’i hassadeh), ‘tot een puinhoop op het veld’: de stad wordt een hoop stenen.

וְהִגַּרְתִּי (vehiggarti), ‘Ik giet uit’: de stenen worden de helling af gestort, in het dal.

7Al haar gesneden beelden worden stukgeslagen en al haar hoerenloon wordt met vuur verbrand. Al haar afgodsbeelden maak Ik tot een woestenij. Want van hoerenloon heeft zij ze verzameld, en tot hoerenloon keren ze terug.”
וְכָל
(vekhal)
en alle
פְּסִילֶ֣יהָ
(pesileiha)
haar gesneden beelden
יֻכַּ֗תּוּ
(yukatu)
worden stukgeslagen
וְכָל
(vekhal)
en al
אֶתְנַנֶּ֨יהָ֙
(etnaneiha)
haar hoerenloon
יִשָּׂרְפ֣וּ
(yisarefu)
wordt verbrand
בָאֵ֔שׁ
(baesh)
met vuur
וְכָל
(vekhal)
en al
עֲצַבֶּ֖יהָ
(atsabeiha)
haar afgodsbeelden
אָשִׂ֣ים
(asim)
Ik zal maken
שְׁמָמָ֑ה
(shemama)
tot een woestenij
כִּ֠י
(ki)
want
מֵאֶתְנַ֤ן
(meetnan)
van het loon van
זוֹנָה֙
(zona)
een hoer
קִבָּ֔צָה
(qibatsa)
zij heeft verzameld
וְעַד
(vead)
en tot
אֶתְנַ֥ן
(etnan)
het loon van
זוֹנָ֖ה
(zona)
een hoer
יָשֽׁוּבוּ
(yashuvu)
keren ze terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּסִילִים (pesilim), ‘gesneden beelden’; אֶתְנַן (etnan), ‘hoerenloon’: het loon van een hoer (zie Deut. 23:19); עֲצַבִּים (atsabbim), ‘afgodsbeelden’.

Hoererij is hier een beeld voor afgoderij. Wat zij als loon voor hun afgoderij verzamelden, gaat opnieuw naar anderen: het keert terug tot hoerenloon.

De klaagzang van de profeet

8Daarom wil ik klagen en jammeren. Ik wil ontkleed en naakt gaan. Ik hef een klaagzang aan als de jakhalzen en een rouwklacht als de dochters van de struisvogel.
עַל
(al)
over
זֹאת֙
(zot)
dit
אֶסְפְּדָ֣ה
(espeda)
ik zal klagen
וְאֵילִ֔ילָה
(veeilila)
en ik zal jammeren
אֵילְכָ֥ה
(eilekha)
ik zal gaan
שׁוֹלָ֖ל
(sholal)
ontkleed
וְעָר֑וֹם
(vearom)
en naakt
אֶעֱשֶׂ֤ה
(eese)
ik zal aanheffen
מִסְפֵּד֙
(misped)
een klaagzang als
כַּתַּנִּ֔ים
(katanim)
van jakhalzen
וְאֵ֖בֶל
(veevel)
en een rouwklacht
כִּבְנ֥וֹת
(kivnot)
als dochters van
יַעֲנָֽה
(yaana)
de struisvogel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf vers 8 spreekt de profeet zelf; vandaar ‘ik’ met kleine letter.

תַּנִּים (tannim), ‘jakhalzen’; בְּנוֹת יַעֲנָה (benot ya’anah), ‘dochters van de struisvogel’: dieren van de woestenij met een klagende roep. Vergelijk Job 30:29.

שׁוֹלָל (sholal), ‘ontkleed’: ook ‘beroofd’ of ‘barrevoets’. Het woord is zeldzaam; vergelijk Job 12:17.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is שילל (shilal); het te lezen woord (qere) is שׁוֹלָל (sholal).

Wij volgen het qere.

9Want haar slagen zijn ongeneeslijk. Ze zijn gekomen tot Juda. Ze reiken tot de poort van mijn volk, tot Jeruzalem.
כִּ֥י
(ki)
want
אֲנוּשָׁ֖ה
(anusha)
ongeneeslijk
מַכּוֹתֶ֑יהָ
(makoteiha)
haar slagen
כִּי
(ki)
want
בָ֨אָה֙
(baa)
het is gekomen
עַד
(ad)
tot
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
נָגַ֛ע
(naga)
het reikt
עַד
(ad)
tot
שַׁ֥עַר
(shaar)
de poort van
עַמִּ֖י
(ami)
mijn volk
עַד
(ad)
tot
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

אֲנוּשָׁה (anushah), ‘ongeneeslijk’: een wond die niet geneest.

De ramp van Samaria bereikt Juda en Jeruzalem; zie 2 Kon. 18:13.

‘Mijn volk’ klinkt hier uit de mond van de profeet.

Wentel je in het stof

10Vertel het niet in Gat. Huil helemaal niet. In Bet-le-Afra, wentel je in het stof.
בְּגַת֙
(begat)
in Gat
אַל
(al)
niet
תַּגִּ֔ידוּ
(tagidu)
vertelt het
בָּכ֖וֹ
(bakho)
weent
אַל
(al)
niet
תִּבְכּ֑וּ
(tivku)
huilt
בְּבֵ֣ית
(beveit)
in Bet
לְעַפְרָ֔ה
(leafra)
le-Afra
עָפָ֖ר
(afar)
stof
הִתְפַּלָּֽשִׁי
(hitpalashi)
wentel je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gat (Tell es-Safi): Gat, een van de Filistijnse steden, wordt gezocht bij Tell es-Safi.

Dit is niet geheel zeker.

Uitleg

Vers 10–16 noemen steden in het laagland van Juda.

Bij veel namen is er een woordspel met de betekenis van de naam.

Wij geven dat in de voetnoten aan.

בְּגַת אַל־תַּגִּידוּ (begat al taggidu), ‘vertel het niet in Gat’: vergelijk David in 2 Sam. 1:20. Het woord ‘Gat’ klinkt als ‘vertel’ (תַּגִּידוּ, taggidu).

בֵּית לְעַפְרָה (Bet le’Afrah), ‘Bet-le-Afra’: ‘huis van stof’. עָפָר (afar) is ‘stof’.

בְּכוּ אַל־תִּבְכּוּ (bekhu al tivku), letterlijk ‘weent, weent niet’: het Hebreeuws is moeilijk. Sommige oude vertalingen lezen anders. Wij vertalen: ‘Huil helemaal niet’.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is התפלשתי (hitpalashti), ‘ik wentel mij’; het te lezen woord (qere) is הִתְפַּלְשִׁי (hitpalshi), ‘wentel je’.

Wij volgen het qere.

11Trek heen, bewoonster van Safir, in naaktheid en schande. De bewoonster van Saänan komt er niet uit. De rouwklacht van Bet-Haëtsel neemt van jullie zijn standplaats weg.
עִבְרִ֥י
(ivri)
trek voorbij
לָכֶ֛ם
(lakhem)
voor jullie
יוֹשֶׁ֥בֶת
(yoshevet)
bewoonster van
שָׁפִ֖יר
(shafir)
Safir
עֶרְיָה
(erya)
naaktheid
בֹ֑שֶׁת
(boshet)
schande
לֹ֤א
(lo)
niet
יָֽצְאָה֙
(yatsea)
is uitgetrokken
יוֹשֶׁ֣בֶת
(yoshevet)
bewoonster van
צַֽאֲנָ֔ן
(tsaanan)
Saänan
מִסְפַּד֙
(mispad)
rouwklacht van
בֵּ֣ית
(beit)
Bet
הָאֵ֔צֶל
(haetsel)
Haëtsel
יִקַּ֥ח
(yiqach)
hij neemt
מִכֶּ֖ם
(mikem)
van jullie
עֶמְדָּתֽוֹ
(emdato)
zijn standplaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׁפִיר (Shafir), ‘Safir’: ‘schoon’.

צַאֲנָן (Tsa’anan), ‘Saänan’: klinkt als ‘uittrekken’ (יָצָא, yatsa).

בֵּית הָאֵצֶל (Bet haEtsel), ‘Bet-Haëtsel’: ‘huis van de nabijheid’.

עָמְדָתוֹ (amdato), ‘zijn standplaats’: het Hebreeuws van deze zin is moeilijk; de betekenis is onzeker. Mogelijk gaat het om de steun of bescherming die Bet-Haëtsel zijn buren niet meer kan geven.

12Want de bewoonster van Marot kronkelt van pijn om het goede. Onheil is van Yahweh neergedaald tot aan de poort van Jeruzalem.
כִּֽי
(ki)
want
חָ֥לָֽה
(chala)
zij kronkelt
לְט֖וֹב
(letov)
om het goede
יוֹשֶׁ֣בֶת
(yoshevet)
bewoonster van
מָר֑וֹת
(marot)
Marot
כִּֽי
(ki)
want
יָ֤רַד
(yarad)
is neergedaald
רָע֙
(ra)
onheil
מֵאֵ֣ת
(meet)
van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לְשַׁ֖עַר
(leshaar)
tot de poort van
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

מָרוֹת (Marot), ‘Marot’: klinkt als מָרָה (marah), ‘bitter’.

חָלָה (chalah), ‘kronkelen’: van pijn of van verwachting; het kan ook ‘wachten’ betekenen.

13Span het snelle paard voor de wagen, bewoonster van Lachis. Zij is het begin van de zonde voor Dochter Sion, want in jou zijn de overtredingen van Israël gevonden.
רְתֹ֧ם
(retom)
span aan
הַמֶּרְכָּבָ֛ה
(hamerkava)
de wagen
לָרֶ֖כֶשׁ
(larekhesh)
het snelle paard
יוֹשֶׁ֣בֶת
(yoshevet)
bewoonster van
לָכִ֑ישׁ
(lakhish)
Lachis
רֵאשִׁ֨ית
(reshit)
begin van
חַטָּ֥את
(chatat)
zonde
הִיא֙
(hi)
zij
לְבַת
(levat)
voor de dochter van
צִיּ֔וֹן
(tsiyon)
Sion
כִּי
(ki)
want
בָ֥ךְ
(bakh)
in jou
נִמְצְא֖וּ
(nimtseu)
zijn gevonden
פִּשְׁעֵ֥י
(pishei)
overtredingen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Lachis: Lachis (Tel Lakisj) lag in de Sefela, ten zuidwesten van Hebron.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

לָרֶכֶשׁ (larekhesh), ‘het snelle paard’: het woord klinkt als לָכִישׁ (Lakhish), ‘Lachis’.

Lachis was een sterke vestingstad van Juda (2 Kon. 18:14; 2 Kron. 11:9).

רֵאשִׁית חַטָּאת (reshit chatta’t), ‘begin van de zonde’: het Hebreeuws zegt niet waarom Lachis het begin is van de zonde voor Jeruzalem.

בַּת־צִיּוֹן (bat Tsiyyon), ‘Dochter Sion’: een beeld voor Jeruzalem en haar inwoners.

14Daarom geef je afscheidsgeschenken aan Moreset-Gat. De huizen van Achzib worden een bedrieglijke beek voor de koningen van Israël.
לָכֵן֙
(lakhen)
daarom
תִּתְּנִ֣י
(titeni)
je zult geven
שִׁלּוּחִ֔ים
(shiluchim)
afscheidsgeschenken
עַ֖ל
(al)
aan
מוֹרֶ֣שֶׁת
(moreshet)
Moreset
גַּ֑ת
(gat)
Gat
בָּתֵּ֤י
(batei)
de huizen van
אַכְזִיב֙
(akhziv)
Achzib
לְאַכְזָ֔ב
(leakhzav)
tot een bedrieglijke beek
לְמַלְכֵ֖י
(lemalkhei)
voor de koningen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Achzib (laagland van Juda; ligging onzeker): Dit Achzib lag in het laagland van Juda (Jozua 15:44), mogelijk bij Tel el-Beida.

Het is niet de stad Achzib aan de kust.

De ligging is niet zeker.

Uitleg

שִׁלּוּחִים (shilluchim), ‘afscheidsgeschenken’: de gift die een vader meegeeft als zijn dochter wegtrekt (vergelijk 1 Kon. 9:16).

Moreset-Gat wordt als het ware weggegeven.

אַכְזִיב (Akhzib), ‘Achzib’, en אַכְזָב (akhzav), ‘bedrieglijk’: een woordspel. Een ‘bedrieglijke beek’ is een beek die in de zomer droogvalt (vergelijk Jer. 15:18).

15„Opnieuw breng Ik de bezitnemer over je, bewoonster van Maresa.” Tot Adullam zal de heerlijkheid van Israël komen.
עֹ֗ד
(od)
nog
הַיֹּרֵשׁ֙
(hayoresh)
de bezitnemer
אָ֣בִי
(avi)
Ik zal brengen
לָ֔ךְ
(lakh)
over jou
יוֹשֶׁ֖בֶת
(yoshevet)
bewoonster van
מָֽרֵשָׁ֑ה
(maresha)
Maresa
עַד
(ad)
tot
עֲדֻּלָּ֥ם
(adulam)
Adullam
יָב֖וֹא
(yavo)
zal komen
כְּב֥וֹד
(kevod)
de heerlijkheid van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Maresa: Maresa (Tel Maresja) lag in de Sefela.

Zie Adullam: Adullam lag in het heuvelland ten zuidwesten van Jeruzalem.

Uitleg

הַיֹּרֵשׁ (hayyoresh), ‘de bezitnemer’: iemand die bezit neemt van wat van anderen was; hier de veroveraar.

Het klinkt als מָרֵשָׁה (Mareshah), ‘Maresa’.

Het kan ook ‘de erfgenaam’ betekenen.

עֲדֻלָּם (Adullam): de plaats waar David zich verborg (1 Sam. 22:1). De ‘heerlijkheid van Israël’ zijn mogelijk de leiders die daar een schuilplaats zoeken.

De woorden van Yahweh gaan tot ‘Maresa’; het slot is weer van de profeet.

16Maak je kaal en scheer je haar af om de kinderen van je genot. Maak je kaalheid breed als die van de arend, want zij zijn van je weggevoerd in ballingschap.
קָרְחִ֣י
(qarechi)
maak kaal
וָגֹ֔זִּי
(vagozi)
en scheer
עַל
(al)
om
בְּנֵ֖י
(benei)
de kinderen van
תַּעֲנוּגָ֑יִךְ
(taanugayikh)
je genot
הַרְחִ֤בִי
(harchivi)
maak breed
קָרְחָתֵךְ֙
(qarechatekh)
je kaalheid
כַּנֶּ֔שֶׁר
(kanesher)
als de arend
כִּ֥י
(ki)
want
גָל֖וּ
(galu)
zijn weggevoerd
מִמֵּֽךְ
(mimekh)
van jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zich kaal scheren was een teken van rouw; vergelijk Job 1:20.

נֶשֶׁר (nesher), ‘arend’: hier waarschijnlijk een gier met een kale kop.

De vrouw die hier wordt aangesproken is Jeruzalem of de stad Juda; haar kinderen worden in ballingschap weggevoerd.