Elohim Bijbel

Jesaja 18

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Wee het land van gonzende vleugels; Yahweh kijkt toe

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wee het land aan de rivieren van Kush

1Wee, land van gonzende vleugels, dat aan gene zijde van de rivieren van Kush ligt,
ה֥וֹי
(hoy)
wee
אֶ֖רֶץ
(erets)
land van
צִלְצַ֣ל
(tsiltsal)
gonzen
כְּנָפָ֑יִם
(kenafayim)
vleugels
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
מֵעֵ֖בֶר
(meever)
aan gene zijde van
לְנַֽהֲרֵי
(lenaharei)
de rivieren van
כֽוּשׁ
(kush)
Kush
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kush: Kush was het gebied ten zuiden van Egypte, Nubië, het huidige Noord-Soedan.

Uitleg

כּוּשׁ (Kush): het land ten zuiden van Egypte, in het gebied van het huidige Soedan.

Zie ook 2 Kon. 19:9.

צִלְצַל כְּנָפָיִם (tsiltsal kenafayim), ‘gonzende vleugels’: de betekenis van tsiltsal is onzeker. Het kan ‘gonzen’ zijn, zoals van insecten, maar ook ‘schaduw’. Het kan ook gaan om schepen met zeilen als vleugels.

Het hoofdstuk begint met ‘Wee’ (הוֹי, hoy); het kan ook een uitroep zijn als ‘ach’.

Vers 1 en 2 vormen één zin: het land dat gezanten zendt. Daarom eindigt vers 1 met een komma.

2dat gezanten over de zee zendt, in vaartuigen van papyrus op het water. Ga, snelle boden, naar een volk, lang en glad. Dat volk wordt gevreesd van het begin af en verder. Het is een volk van lijn op lijn en vertrapt, wiens land door rivieren wordt doorsneden.
הַשֹּׁלֵ֨חַ
(hasholeach)
dat zendt
בַּיָּ֜ם
(bayam)
over zee
צִירִ֗ים
(tsirim)
gezanten
וּבִכְלֵי
(uvikhlei)
en in vaartuigen van
גֹמֶא֮
(gome)
papyrus
עַל
(al)
op
פְּנֵי
(penei)
het oppervlak van
מַיִם֒
(mayim)
water
לְכ֣וּ
(lekhu)
gaat
מַלְאָכִ֣ים
(malakhim)
boden
קַלִּ֗ים
(qalim)
snelle
אֶל
(el)
naar
גּוֹי֙
(goy)
een volk
מְמֻשָּׁ֣ךְ
(memushakh)
lang
וּמוֹרָ֔ט
(umorat)
en glad
אֶל
(el)
naar
עַ֥ם
(am)
een volk
נוֹרָ֖א
(nora)
gevreesd
מִן
(min)
vanaf
ה֣וּא
(hu)
hij
וָהָ֑לְאָה
(vahalea)
en verder
גּ֚וֹי
(goy)
een volk van
קַו
(qav)
lijn
קָ֣ו
(qav)
lijn
וּמְבוּסָ֔ה
(umevusa)
en vertrapt
אֲשֶׁר
(asher)
dat
בָּזְא֥וּ
(bazeu)
doorsneden hebben
נְהָרִ֖ים
(neharim)
rivieren
אַרְצֽוֹ
(artso)
zijn land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צִירִים (tsirim), ‘gezanten’, en מַלְאָכִים (mal’akhim), ‘boden’: twee woorden voor mensen die een boodschap brengen.

גֹּמֶא (gome), ‘papyrus’: zoals Exod. 2:3.

מְמֻשָּׁךְ וּמוֹרָט (memushakh umorat), ‘lang en glad’: de betekenis is onzeker. Het kan ‘lang van gestalte en met gladde huid’ zijn, of ‘uitgerekt en gepolijst’.

מִן הוּא וָהָלְאָה (min hu vahal’ah), ‘van het begin af en verder’: letterlijk ‘van hij en verder’. Het kan ook ‘ver en wijd’ betekenen.

קַו קָו (qav qav), ‘lijn op lijn’: onzeker. Qav is een meetsnoer; het kan ook ‘kracht’ of ‘onderdrukking’ betekenen.

בָּזְאוּ (baz’u), ‘doorsneden’: een zeldzaam werkwoord. Het kan ook ‘wegspoelen’ betekenen.

Zie de banier, hoor de ramshoorn

3Alle bewoners van de wereld en inwoners van de aarde: zodra een banier op de bergen wordt opgericht, zullen jullie het zien. Zodra de ramshoorn wordt geblazen, zullen jullie het horen.
כָּל
(kal)
alle
יֹשְׁבֵ֥י
(yoshevei)
bewoners van
תֵבֵ֖ל
(tevel)
de wereld
וְשֹׁ֣כְנֵי
(veshokhenei)
en inwoners van
אָ֑רֶץ
(arets)
de aarde
כִּנְשֹׂא
(kinso)
zodra wordt opgericht
נֵ֤ס
(nes)
banier
הָרִים֙
(harim)
bergen
תִּרְא֔וּ
(tiru)
zullen jullie zien
וְכִתְקֹ֥עַ
(vekhitqoa)
en zodra wordt geblazen
שׁוֹפָ֖ר
(shofar)
ramshoorn
תִּשְׁמָֽעוּ
(tishmau)
zullen jullie horen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֵס (nes), ‘banier’: een teken op een berg dat volken oproept.

Het Hebreeuws heeft de toekomende tijd: ‘zullen jullie zien’.

Het kan ook als gebod worden gelezen: ‘kijk!’.

Ik kijk rustig toe

4Want zo zegt Yahweh tot mij: „Ik zal Mij rustig houden en toezien vanuit Mijn woonplaats, als heldere hitte bij licht, als een wolk van dauw in de hitte van de oogst.”
כִּי֩
(ki)
want
כֹ֨ה
(ko)
zo
אָמַ֤ר
(amar)
zegt
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַ֔י
(elay)
tot mij
אֶשְׁקֳטָ֖ה
(eshqota)
Ik zal rustig zijn
וְאַבִּ֣יטָה
(veabita)
en Ik zal toezien
בִמְכוֹנִ֑י
(bimkhoni)
in Mijn woonplaats
כְּחֹ֥ם
(kechom)
als de hitte van
צַח֙
(tsach)
helder
עֲלֵי
(alei)
bij
א֔וֹר
(or)
licht
כְּעָ֥ב
(keav)
als een wolk van
טַ֖ל
(tal)
dauw
בְּחֹ֥ם
(bechom)
in de hitte van
קָצִֽיר
(qatsir)
oogst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier spreekt Yahweh tot de profeet.

Zijn woorden staan rood.

De tekst zegt niet of ze in vers 5 en 6 doorlopen; wij zetten die verzen zwart, omdat ze Yahweh in de derde persoon beschrijven.

אֶשְׁקֳטָה (eshqetah), ‘Ik zal Mij rustig houden’: Yahweh grijpt nog niet in, Hij wacht tot de tijd rijp is. Het beeld is de stille hitte en de dauw in de oogsttijd.

מְכוֹנִי (mekhoni), ‘Mijn woonplaats’: een vaste plaats; vergelijk Exod. 15:17.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is אשקוטה (eshqotah).

Het voorgelezen woord (qere) is אֶשְׁקֳטָה (eshqetah).

Wij volgen de qere.

5Want vóór de oogst, als de bloei voltooid is en de bloem een rijpende zure druif wordt, snijdt Hij de ranken met snoeimessen af. De uitlopers verwijdert Hij en hakt Hij weg.
כִּֽי
(ki)
want
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor
קָצִיר֙
(qatsir)
oogst
כְּתָם
(ketam)
als voltooid is
פֶּ֔רַח
(perach)
bloei
וּבֹ֥סֶר
(uvoser)
en zure druif
גֹּמֵ֖ל
(gomel)
rijpend
יִֽהְיֶ֣ה
(yihye)
wordt
נִצָּ֑ה
(nitsa)
bloem
וְכָרַ֤ת
(vekharat)
en Hij snijdt af
הַזַּלְזַלִּים֙
(hazalzalim)
de ranken
בַּמַּזְמֵר֔וֹת
(bamazmerot)
met snoeimessen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַנְּטִישׁ֖וֹת
(hanetishot)
de uitlopers
הֵסִ֥יר
(hesir)
verwijdert Hij
הֵתַֽז
(hetaz)
hakt Hij weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַזַּלְזַלִּים (hazalzallim), ‘de ranken’, en הַנְּטִישׁוֹת (hanetishot), ‘de uitlopers’: twee woorden voor delen van de wijnstok.

‘Hij’ is Yahweh.

בֹּסֶר (boser), ‘zure druif’: een onrijpe druif.

6Samen worden ze overgelaten aan de roofvogel van de bergen en aan de dieren van de aarde. De roofvogel brengt er de zomer door, en alle dieren van de aarde brengen er de winter door.
יֵעָזְב֤וּ
(yeazevu)
zij worden overgelaten
יַחְדָּו֙
(yachdav)
samen
לְעֵ֣יט
(leeit)
aan de roofvogel van
הָרִ֔ים
(harim)
de bergen
וּֽלְבֶהֱמַ֖ת
(ulevehemat)
en aan de dieren van
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
וְקָ֤ץ
(veqats)
en zal de zomer doorbrengen
עָלָיו֙
(alav)
erop
הָעַ֔יִט
(haayit)
de roofvogel
וְכָל
(vekhal)
en alle
בֶּהֱמַ֥ת
(behemat)
dieren van
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
de aarde
עָלָ֥יו
(alav)
erop
תֶּחֱרָֽף
(techeraf)
zullen de winter doorbrengen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַיִט (ayit), ‘roofvogel’.

Het Hebreeuws zegt ‘erop’ (עָלָיו): op wat is afgesneden.

Een geschenk voor Yahweh van de legermachten

7In die tijd wordt een geschenk gebracht aan Yahweh van de legermachten, van een volk, lang en glad. Dat volk wordt gevreesd van het begin af en verder. Het is een volk van lijn op lijn en vertrapt, wiens land door rivieren wordt doorsneden. Het geschenk wordt gebracht naar de plaats van de naam van Yahweh van de legermachten, de berg Sion.
בָּעֵת֩
(baet)
in de tijd
הַהִ֨יא
(hahi)
die
יֽוּבַל
(yuval)
wordt gebracht
שַׁ֜י
(shay)
geschenk
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
aan Yahweh
צְבָא֗וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
עַ֚ם
(am)
van een volk
מְמֻשָּׁ֣ךְ
(memushakh)
lang
וּמוֹרָ֔ט
(umorat)
en glad
וּמֵעַ֥ם
(umeam)
en van een volk
נוֹרָ֖א
(nora)
gevreesd
מִן
(min)
vanaf
ה֣וּא
(hu)
hij
וָהָ֑לְאָה
(vahalea)
en verder
גּ֣וֹי
(goy)
een volk van
קַו
(qav)
lijn
קָ֣ו
(qav)
lijn
וּמְבוּסָ֗ה
(umevusa)
en vertrapt
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
בָּזְא֤וּ
(bazeu)
doorsneden hebben
נְהָרִים֙
(neharim)
rivieren
אַרְצ֔וֹ
(artso)
zijn land
אֶל
(el)
naar
מְק֛וֹם
(meqom)
de plaats van
שֵׁם
(shem)
de naam van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
הַר
(har)
de berg
צִיּֽוֹן
(tsiyon)
Sion
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

שַׁי (shai), ‘geschenk’: een gave als eerbetoon.

Zie ook Ps. 68:30.

מְקוֹם שֵׁם יְהוָה (meqom shem Yahweh), ‘de plaats van de naam van Yahweh’: de plaats die Yahweh kiest om Zijn naam te laten wonen (Deut. 12:5). Dat is de berg Sion.

הַר צִיּוֹן (har Tsiyyon), ‘de berg Sion’. Het Hebreeuws heeft voor deze hele opsomming één werkwoord (‘wordt gebracht’). Voor de leesbaarheid hebben wij haar in zinnen verdeeld en het werkwoord in de laatste zin herhaald: ‘Het geschenk wordt gebracht’.