Elohim Bijbel

Openbaring 2

12345678910111213141516171819202122

De brieven aan de gemeenten in Efeze, Smyrna, Pergamum en Thyatira

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aan de gemeente in Efeze

1„Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: Dit zegt Hij die de 7 sterren in Zijn rechterhand vasthoudt, Hij die midden tussen de 7 gouden kandelaars wandelt.
Τῷ
(To)
aan de
ἀγγέλῳ
(angelo)
engel
τῆς
(tes)
van de
ἐν
(en)
in
Ἐφέσῳ
(Epheso)
Efeze
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
γράψον
(grapson)
schrijf
Τάδε
(Tade)
dit
λέγει
(legei)
zegt
ὁ
(ho)
Hij die
κρατῶν
(kraton)
vasthoudt
τοὺς
(tous)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
ἀστέρας
(asteras)
sterren
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
δεξιᾷ
(dexia)
rechter
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὁ
(ho)
Hij die
περιπατῶν
(peripaton)
wandelt
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
het midden
τῶν
(ton)
van de
ἑπτὰ
(hepta)
7
λυχνιῶν
(lychnion)
kandelaars
τῶν
(ton)
de
χρυσῶν
(chryson)
gouden
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.

Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.

Uitleg

ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: letterlijk ‘de bijeengeroepenen’. ἄγγελος (angelos), ‘engel’: zie de Uitleg bij 1:20; wij schrijven in alle 7 brieven ‘de engel van de gemeente’.

Elke brief is een toespraak van Yeshua, die Johannes opdraagt te schrijven. Daarom staan alle 7 brieven rood, met één paar aanhalingstekens per brief. De aanhef ‘Dit zegt Hij die …’ is Yeshua die in de derde persoon over Zichzelf spreekt (ook in 2:8, 2:12, 2:18; 3:1, 3:7, 3:14); daarna spreekt Hij in de eerste persoon. Wij schrijven in de aanhef ‘Hij’ en ‘Zijn’ met hoofdletter. De aanhef beschrijft Yeshua met woorden uit 1:12–18.

τάδε λέγει (tade legei), ‘dit zegt’: de vorm van een boodschap, vergelijk ‘Zo zegt Yahweh’ in Jes. 44:6. Het ‘je’ en ‘jij’ in de brieven is enkelvoud: de gemeente wordt als één persoon aangesproken.

κρατέω (krateo), ‘vasthouden’: wij houden dit werkwoord in alle brieven gelijk (2:1, 2:13–15, 2:25; 3:11).

Lezing

De SBLGNT markeert bij τῆς (‘van de’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookJes 44:6
2Ik ken je werken, je inspanning en je volharding, en dat je slechte mensen niet kunt verdragen. Je hebt hen op de proef gesteld die zeggen dat zij apostelen zijn en het niet zijn, en je hebt gevonden dat zij leugenaars zijn.
Οἶδα
(Oida)
Ik ken
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
κόπον
(kopon)
inspanning
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ὑπομονήν
(hypomonen)
volharding
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
οὐ
(ou)
niet
δύνῃ
(dyne)
je kunt
βαστάσαι
(bastasai)
verdragen
κακούς
(kakous)
slechte mensen
καὶ
(kai)
en
ἐπείρασας
(epeirasas)
je hebt op de proef gesteld
τοὺς
(tous)
hen die
λέγοντας
(legontas)
zeggen
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
εἰσίν
(eisin)
zijn
καὶ
(kai)
en
εὗρες
(heures)
je hebt gevonden
αὐτοὺς
(autous)
hen
ψευδεῖς
(pseudeis)
leugenaars
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἶδα (oida), ‘Ik ken’ met een voorwerp en ‘Ik weet’ met een bijzin: zo in alle 7 brieven. κόπος (kopos), ‘inspanning’: zware, vermoeiende arbeid. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: letterlijk ‘gezondene’.

De tekst zegt niet wie deze mensen zijn.

πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’, zoals in Matt. 4:1.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij κόπον (‘inspanning’) en ἀποστόλους (‘apostelen’).

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookMat 4:1
3Je hebt volharding, je hebt verdragen omwille van Mijn naam en je bent niet moe geworden.
καὶ
(kai)
en
ὑπομονὴν
(hypomonen)
volharding
ἔχεις
(echeis)
je hebt
καὶ
(kai)
en
ἐβάστασας
(ebastasas)
je hebt verdragen
διὰ
(dia)
omwille van
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
κεκοπίακες
(kekopiakes)
je bent moe geworden
Bron: SBLGNT
Lezing

De SBLGNT markeert bij οὐ κεκοπίακες (‘je bent niet moe geworden’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

4Maar Ik heb dit tegen je: je hebt je eerste liefde verlaten.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἔχω
(echo)
Ik heb
κατὰ
(kata)
tegen
σοῦ
(sou)
je
ὅτι
(hoti)
dat
τὴν
(ten)
de
ἀγάπην
(agapen)
liefde
σου
(sou)
je
τὴν
(ten)
de
πρώτην
(proten)
eerste
ἀφῆκες
(aphekes)
je hebt verlaten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγάπη (agape), ‘liefde’: het Grieks zegt niet of de liefde voor Elohim, voor elkaar of voor beiden bedoeld is. ἀφῆκες (aphekes), ‘je hebt verlaten’: ook ‘laten varen’; in 2:20 staat hetzelfde werkwoord als ‘laten begaan’.

5Bedenk dus waar je vandaan gevallen bent. Bekeer je en doe de eerste werken. Zo niet, dan kom Ik naar je toe en zal Ik je kandelaar van zijn plaats verplaatsen, als je je niet bekeert.
μνημόνευε
(mnemoneue)
bedenk
οὖν
(oun)
dus
πόθεν
(pothen)
waarvandaan
πέπτωκας
(peptokas)
je bent gevallen
καὶ
(kai)
en
μετανόησον
(metanoeson)
bekeer je
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
πρῶτα
(prota)
eerste
ἔργα
(erga)
werken
ποίησον
(poieson)
doe
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
μή
(me)
niet
ἔρχομαί
(erchomai)
kom Ik
σοι
(soi)
naar je toe
καὶ
(kai)
en
κινήσω
(kineso)
zal Ik verplaatsen
τὴν
(ten)
de
λυχνίαν
(lychnian)
kandelaar
σου
(sou)
je
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
de
τόπου
(topou)
plaats
αὐτῆς
(autes)
haar
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
μετανοήσῃς
(metanoeses)
je je bekeert
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετανοέω (metanoeo), ‘zich bekeren’: een verandering van denken en leven.

‘Je kandelaar’ is de gemeente zelf (1:20). ἔρχομαί σοι (erchomai soi), ‘Ik kom naar je toe’, staat in de tegenwoordige tijd; wij houden die.

Zie ook 2:16; 3:3; 3:11.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij πέπτωκας (‘je bent gevallen’) en σοι (‘naar je toe’).

Wij volgen de SBLGNT.

6Maar dit heb je wel: je haat de werken van de Nikolaïeten, die ook Ik haat.
ἀλλὰ
(alla)
maar
τοῦτο
(touto)
dit
ἔχεις
(echeis)
je hebt
ὅτι
(hoti)
dat
μισεῖς
(miseis)
je haat
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
τῶν
(ton)
van de
Νικολαϊτῶν
(Nikolaiton)
Nikolaïeten
ἃ
(ha)
die
κἀγὼ
(kago)
ook Ik
μισῶ
(miso)
haat
Bron: SBLGNT
Uitleg

Νικολαΐται (Nikolaitai), ‘Nikolaïeten’: de tekst zegt niet wie zij zijn of waar de naam vandaan komt.

Zie ook 2:15.

7Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom van het leven, die in het paradijs van Elohim is.”
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
οὖς
(ous)
oren
ἀκουσάτω
(akousato)
laat horen
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
λέγει
(legei)
zegt
ταῖς
(tais)
tegen de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
τῷ
(to)
wie
νικῶντι
(nikonti)
overwint
δώσω
(doso)
zal Ik geven
αὐτῷ
(auto)
hem
φαγεῖν
(phagein)
te eten
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
de
ξύλου
(xylou)
boom
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
ὅ
(ho)
die
ἐστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
παραδείσῳ
(paradeiso)
paradijs
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ νικῶν (ho nikon), ‘wie overwint’: de belofte aan wie overwint komt in elke brief voor (2:7, 2:11, 2:17, 2:26–28; 3:5, 3:12, 3:21). ξύλον τῆς ζωῆς (xylon tes zoes), ‘boom van het leven’: letterlijk ‘hout’; vergelijk Gen. 2:9 en 3:22–24.

Zie ook 22:2; 22:14. παράδεισος (paradeisos), ‘paradijs’: tuin; ook Luc. 23:43.

Binnen de woorden van Yeshua staat ‘wat de Geest tegen de gemeenten zegt’; de tekst legt niet uit hoe het spreken van Yeshua en dat van de Geest zich tot elkaar verhouden. Zie ook Matt. 11:15; 13:9.

Lezing

De SBLGNT markeert bij θεοῦ (‘Elohim’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Aan de gemeente in Smyrna

8„En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de Eerste en de Laatste, Hij die dood werd en tot leven kwam.
Καὶ
(Kai)
en
τῷ
(to)
aan de
ἀγγέλῳ
(angelo)
engel
τῆς
(tes)
van de
ἐν
(en)
in
Σμύρνῃ
(Smyrne)
Smyrna
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
γράψον
(grapson)
schrijf
Τάδε
(Tade)
dit
λέγει
(legei)
zegt
ὁ
(ho)
de
πρῶτος
(protos)
Eerste
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἔσχατος
(eschatos)
Laatste
ὃς
(hos)
die
ἐγένετο
(egeneto)
werd
νεκρὸς
(nekros)
dood
καὶ
(kai)
en
ἔζησεν
(ezesen)
tot leven kwam
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Smyrna (nu Izmir): Smyrna lag aan de westkust van het huidige Turkije, aan de Egeïsche Zee.

De stad heet nu Izmir.

Het was een van de zeven gemeenten in Asia.

Uitleg

ἔζησεν (ezesen), ‘kwam tot leven’: de enkelvoudige verleden tijd.

Zie ook 1:17–18.

Lezing

De SBLGNT markeert bij τῆς (‘van de’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

9Ik ken je verdrukking en je armoede, maar je bent rijk. Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar een synagoge van de Satan.
Οἶδά
(Oida)
Ik ken
σου
(sou)
je
τὴν
(ten)
de
θλῖψιν
(thlipsin)
verdrukking
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
πτωχείαν
(ptocheian)
armoede
ἀλλὰ
(alla)
maar
πλούσιος
(plousios)
rijk
εἶ
(ei)
je bent
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
βλασφημίαν
(blasphemian)
lastering
ἐκ
(ek)
van
τῶν
(ton)
hen die
λεγόντων
(legonton)
zeggen
Ἰουδαίους
(Ioudaious)
Joden
εἶναι
(einai)
te zijn
ἑαυτούς
(heautous)
zichzelf
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
εἰσίν
(eisin)
zijn
ἀλλὰ
(alla)
maar
συναγωγὴ
(synagoge)
een synagoge
τοῦ
(tou)
van de
Σατανᾶ
(Satana)
Satan
Bron: SBLGNT
Uitleg

θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. Ἰουδαῖοι (Ioudaioi), ‘Joden’: de zin spreekt over mensen in Smyrna die zich Joden noemen en het volgens Yeshua niet zijn.

De tekst legt dit niet verder uit; het gaat om deze personen, niet om het Joodse volk.

Zie ook 3:9. συναγωγή (synagoge), ‘bijeenkomst’, zoals in de evangeliën ‘synagoge’. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: Hebreeuws satan, ‘tegenstander’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij σου (‘je’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

10Wees niet bang voor wat je zult lijden. Zie, de duivel staat op het punt sommigen van jullie in de gevangenis te werpen, zodat jullie op de proef gesteld worden. Jullie zullen 10 dagen verdrukking hebben. Wees trouw tot de dood, en Ik zal je de kroon van het leven geven.
μηδὲν
(meden)
niets
φοβοῦ
(phobou)
wees bang
ἃ
(ha)
voor wat
μέλλεις
(melleis)
je staat op het punt
πάσχειν
(paschein)
te lijden
ἰδοὺ
(idou)
zie
μέλλει
(mellei)
staat op het punt
βάλλειν
(ballein)
te werpen
ὁ
(ho)
de
διάβολος
(diabolos)
duivel
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰς
(eis)
in
φυλακὴν
(phylaken)
gevangenis
ἵνα
(hina)
opdat
πειρασθῆτε
(peirasthete)
jullie op de proef gesteld worden
καὶ
(kai)
en
ἕξετε
(hexete)
jullie zullen hebben
θλῖψιν
(thlipsin)
verdrukking
ἡμερῶν
(hemeron)
van dagen
δέκα
(deka)
10
γίνου
(ginou)
wees
πιστὸς
(pistos)
trouw
ἄχρι
(achri)
tot
θανάτου
(thanatou)
de dood
καὶ
(kai)
en
δώσω
(doso)
zal Ik geven
σοι
(soi)
je
τὸν
(ton)
de
στέφανον
(stephanon)
kroon
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑμῶν, ὑμῖν (hymon), ‘van jullie’: in dit vers gaat het enkelvoud ‘je’ over in het meervoud ‘jullie’; de gemeente is één en veel. διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘lasteraar’.

De 10 dagen: wij schrijven het getal met een cijfer, zoals alle symboolgetallen in dit boek; de tekst zegt niet of het om 10 gewone dagen gaat.

Vergelijk de proef van 10 dagen in Dan. 1:12–14. στέφανος (stephanos), ‘kroon’: de krans van een overwinnaar.

Zie ook Jak. 1:12.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij μηδὲν (‘niets’), πάσχειν (‘te lijden’), ἰδοὺ (‘zie’), βάλλειν (‘te werpen’) en ἕξετε (‘jullie zullen hebben’).

Wij volgen de SBLGNT.

11Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal beslist niet geschaad worden door de tweede dood.”
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
οὖς
(ous)
oren
ἀκουσάτω
(akousato)
laat horen
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
λέγει
(legei)
zegt
ταῖς
(tais)
tegen de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
ὁ
(ho)
wie
νικῶν
(nikon)
overwint
οὐ
(ou)
beslist
μὴ
(me)
niet
ἀδικηθῇ
(adikethe)
zal geschaad worden
ἐκ
(ek)
door
τοῦ
(tou)
de
θανάτου
(thanatou)
dood
τοῦ
(tou)
de
δευτέρου
(deuterou)
tweede
Bron: SBLGNT
Uitleg

οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’: de sterkste ontkenning.

‘De tweede dood’ komt nog voor in 20:6, 20:14 en 21:8.

Aan de gemeente in Pergamum

12„En schrijf aan de engel van de gemeente in Pergamum: Dit zegt Hij die het scherpe tweesnijdende zwaard heeft.
Καὶ
(Kai)
en
τῷ
(to)
aan de
ἀγγέλῳ
(angelo)
engel
τῆς
(tes)
van de
ἐν
(en)
in
Περγάμῳ
(Pergamo)
Pergamum
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
γράψον
(grapson)
schrijf
Τάδε
(Tade)
dit
λέγει
(legei)
zegt
ὁ
(ho)
Hij die
ἔχων
(echon)
heeft
τὴν
(ten)
het
ῥομφαίαν
(rhomphaian)
zwaard
τὴν
(ten)
het
δίστομον
(distomon)
tweesnijdende
τὴν
(ten)
het
ὀξεῖαν
(oxeian)
scherpe
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Pergamum (nu Bergama): Pergamum lag in het westen van het huidige Turkije, ten noorden van Smyrna.

De stad heet nu Bergama.

Het was een van de zeven gemeenten in Asia.

Uitleg

ῥομφαία (rhomphaia), ‘zwaard’: zie 1:16.

Pergamum is een stad in Asia.

13Ik weet waar je woont: waar de troon van de Satan is. Je houdt vast aan Mijn naam en je hebt Mijn geloof niet verloochend, ook niet in de dagen van Antipas, Mijn getuige, Mijn trouwe, die onder jullie gedood is, waar de Satan woont.
Οἶδα
(Oida)
Ik weet
ποῦ
(pou)
waar
κατοικεῖς
(katoikeis)
je woont
ὅπου
(hopou)
waar
ὁ
(ho)
de
θρόνος
(thronos)
troon
τοῦ
(tou)
van de
Σατανᾶ
(Satana)
Satan
καὶ
(kai)
en
κρατεῖς
(krateis)
je houdt vast
τὸ
(to)
aan de
ὄνομά
(onoma)
naam
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἠρνήσω
(erneso)
je hebt verloochend
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Ἀντιπᾶς
(Antipas)
Antipas
ὁ
(ho)
de
μάρτυς
(martys)
getuige
μου
(mou)
Mijn
ὁ
(ho)
de
πιστός
(pistos)
trouwe
μου
(mou)
Mijn
ὃς
(hos)
die
ἀπεκτάνθη
(apektanthe)
is gedood
παρ’
(par’)
bij
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅπου
(hopou)
waar
ὁ
(ho)
de
Σατανᾶς
(Satanas)
Satan
κατοικεῖ
(katoikei)
woont
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ θρόνος τοῦ Σατανᾶ (ho thronos tou Satana), ‘de troon van de Satan’: de tekst zegt niet wat bedoeld is (de stad, een plaats van aanbidding of een macht).

Het Grieks heeft Ἀντιπᾶς (Antipas) in de eerste naamval, terwijl een tweede naamval nodig zou zijn (‘in de dagen van Antipas’). Wij vertalen naar de zin. De tekst zegt van Antipas alleen wat hier staat. μάρτυς (martys), ‘getuige’. πίστιν μου (pistin mou), ‘Mijn geloof’: het geloof in Mij of de trouw aan Mij; het Grieks laat beide toe.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij Οἶδα (‘Ik weet’), καὶ (‘en’), ἡμέραις (‘dagen’) en μου (‘Mijn’).

Wij volgen de SBLGNT.

14Maar Ik heb enkele dingen tegen je. Je hebt daar mensen die vasthouden aan de leer van Bileam. Hij leerde Balak een struikelblok te leggen voor de zonen van Israël: afgodsoffers eten en ontucht plegen.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἔχω
(echo)
Ik heb
κατὰ
(kata)
tegen
σοῦ
(sou)
je
ὀλίγα
(oliga)
enkele dingen
ὅτι
(hoti)
dat
ἔχεις
(echeis)
je hebt
ἐκεῖ
(ekei)
daar
κρατοῦντας
(kratountas)
die vasthouden
τὴν
(ten)
aan de
διδαχὴν
(didachen)
leer
Βαλαάμ
(Balaam)
van Bileam
ὃς
(hos)
die
ἐδίδασκεν
(edidasken)
leerde
τῷ
(to)
aan
Βαλὰκ
(Balak)
Balak
βαλεῖν
(balein)
te werpen
σκάνδαλον
(skandalon)
een struikelblok
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τῶν
(ton)
de
υἱῶν
(huion)
zonen
Ἰσραήλ
(Israel)
van Israël
φαγεῖν
(phagein)
te eten
εἰδωλόθυτα
(eidolothyta)
afgodsoffers
καὶ
(kai)
en
πορνεῦσαι
(porneusai)
ontucht te plegen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Bileam en Balak: zie Num. 22–24; 25:1–3; 31:16. σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’, zoals in de evangeliën. εἰδωλόθυτα (eidolothyta), ‘afgodsoffers’: wat aan afgoden geofferd is, zoals in Hand. 15:29; zie ook 1 Kor. 8:1–13. πορνεύω (porneuo), ‘ontucht plegen’, bij πορνεία (porneia), ‘ontucht’, zoals in de brieven.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἐδίδασκεν τῷ (‘leerde aan’) en φαγεῖν (‘te eten’).

Wij volgen de SBLGNT.

15Zo heb ook jij mensen die op dezelfde manier vasthouden aan de leer van de Nikolaïeten.
οὕτως
(houtos)
zo
ἔχεις
(echeis)
je hebt
καὶ
(kai)
ook
σὺ
(sy)
jij
κρατοῦντας
(kratountas)
die vasthouden
τὴν
(ten)
aan de
διδαχὴν
(didachen)
leer
Νικολαϊτῶν
(Nikolaiton)
van de Nikolaïeten
ὁμοίως
(homoios)
op dezelfde manier
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁμοίως (homoios), ‘op dezelfde manier’, staat aan het eind van de zin: het kan ook bij ‘Zo heb ook jij’ horen.

Lezing

De SBLGNT markeert bij διδαχὴν (‘leer’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

16Bekeer je dus. Zo niet, dan kom Ik spoedig naar je toe en zal Ik tegen hen strijden met het zwaard van Mijn mond.
μετανόησον
(metanoeson)
bekeer je
οὖν
(oun)
dus
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
μή
(me)
niet
ἔρχομαί
(erchomai)
kom Ik
σοι
(soi)
naar je toe
ταχύ
(tachy)
spoedig
καὶ
(kai)
en
πολεμήσω
(polemeso)
zal Ik strijden
μετ’
(met’)
met
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐν
(en)
met
τῇ
(te)
het
ῥομφαίᾳ
(rhomphaia)
zwaard
τοῦ
(tou)
van de
στόματός
(stomatos)
mond
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

πολεμήσω (polemeso), ‘Ik zal strijden’: tegen hen, de aanhangers van de leer, niet tegen de hele gemeente.

‘Het zwaard van Mijn mond’: zie 1:16 en 19:15.

17Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven van het verborgen manna. Ik zal hem een witte steen geven, en op de steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent behalve wie hem ontvangt.”
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
οὖς
(ous)
oren
ἀκουσάτω
(akousato)
laat horen
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
λέγει
(legei)
zegt
ταῖς
(tais)
tegen de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
τῷ
(to)
wie
νικῶντι
(nikonti)
overwint
δώσω
(doso)
zal Ik geven
αὐτῷ
(auto)
hem
τοῦ
(tou)
van het
μάννα
(manna)
manna
τοῦ
(tou)
het
κεκρυμμένου
(kekrymmenou)
verborgen
καὶ
(kai)
en
δώσω
(doso)
zal Ik geven
αὐτῷ
(auto)
hem
ψῆφον
(psephon)
een steen
λευκήν
(leuken)
witte
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
ψῆφον
(psephon)
steen
ὄνομα
(onoma)
een naam
καινὸν
(kainon)
nieuwe
γεγραμμένον
(gegrammenon)
geschreven
ὃ
(ho)
die
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
οἶδεν
(oiden)
kent
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
wie
λαμβάνων
(lambanon)
ontvangt
Bron: SBLGNT
Uitleg

μάννα (manna): het brood uit de woestijn, waarvan een kruik werd bewaard (Exod. 16:32–34). ψῆφος (psephos), ‘steen’: een kleine gladde steen.

Waarvoor hij diende zegt de tekst niet.

Voor de ‘nieuwe naam’ zie 3:12 en Jes. 62:2.

Lezing

De SBLGNT markeert bij αὐτῷ (‘hem’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Aan de gemeente in Thyatira

18„En schrijf aan de engel van de gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van Elohim, Hij die Zijn ogen heeft als een vlam van vuur en wiens voeten gelijk zijn aan glanzend brons.
Καὶ
(Kai)
en
τῷ
(to)
aan de
ἀγγέλῳ
(angelo)
engel
τῆς
(tes)
van de
ἐν
(en)
in
Θυατείροις
(Thyateirois)
Thyatira
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
γράψον
(grapson)
schrijf
Τάδε
(Tade)
dit
λέγει
(legei)
zegt
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὁ
(ho)
Hij die
ἔχων
(echon)
heeft
τοὺς
(tous)
de
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὡς
(hos)
als
φλόγα
(phloga)
een vlam
πυρός
(pyros)
van vuur
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πόδες
(podes)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὅμοιοι
(homoioi)
gelijk aan
χαλκολιβάνῳ
(chalkolibano)
glanzend brons
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Thyatira: Thyatira is het huidige Akhisar, in het westen van Turkije.

Lydia kwam er vandaan.

Uitleg

ὁ υἱὸς τοῦ θεοῦ (ho huios tou theou), ‘de Zoon van Elohim’: dit is de enige plaats in dit boek waar Yeshua zo heet.

Vergelijk Ps. 2:7 en Joh. 1:49.

Zie ook 1:14–15 en de Uitleg bij 1:15 over χαλκολίβανος.

Lezing

De SBLGNT markeert bij τῆς (‘van de’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

19Ik ken je werken, je liefde, je geloof, je dienst en je volharding, en dat je laatste werken meer zijn dan de eerste.
Οἶδά
(Oida)
Ik ken
σου
(sou)
je
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ἀγάπην
(agapen)
liefde
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
πίστιν
(pistin)
geloof
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
διακονίαν
(diakonian)
dienst
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ὑπομονήν
(hypomonen)
volharding
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
σου
(sou)
je
τὰ
(ta)
de
ἔσχατα
(eschata)
laatste
πλείονα
(pleiona)
meer
τῶν
(ton)
dan de
πρώτων
(proton)
eerste
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακονία (diakonia), ‘dienst’: verwant met διάκονος, ‘dienaar’. πίστις (pistis), ‘geloof’: het kan ook ‘trouw’ betekenen.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἀγάπην καὶ τὴν πίστιν (‘liefde en het geloof’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

20Maar Ik heb dit tegen je: je laat de vrouw Izebel begaan, die zichzelf een profetes noemt. Zij leert Mijn knechten en misleidt hen om ontucht te plegen en afgodsoffers te eten.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἔχω
(echo)
Ik heb
κατὰ
(kata)
tegen
σοῦ
(sou)
je
ὅτι
(hoti)
dat
ἀφεῖς
(apheis)
je laat begaan
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
Ἰεζάβελ
(Iezabel)
Izebel
ἡ
(he)
die
λέγουσα
(legousa)
zegt
ἑαυτὴν
(heauten)
zichzelf
προφῆτιν
(prophetin)
profetes
καὶ
(kai)
en
διδάσκει
(didaskei)
leert
καὶ
(kai)
en
πλανᾷ
(plana)
misleidt
τοὺς
(tous)
de
ἐμοὺς
(emous)
Mijn
δούλους
(doulous)
knechten
πορνεῦσαι
(porneusai)
ontucht te plegen
καὶ
(kai)
en
φαγεῖν
(phagein)
te eten
εἰδωλόθυτα
(eidolothyta)
afgodsoffers
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰεζάβελ (Iezabel), ‘Izebel’: de naam van de vrouw van koning Achab (1 Kon. 16:31; 2 Kon. 9:22).

Of de vrouw in Thyatira zo heette of met deze naam wordt aangeduid, zegt de tekst niet. ἀφεῖς (apheis), ‘je laat begaan’: hetzelfde werkwoord als ‘verlaten’ in 2:4.

προφῆτις (prophetis), ‘profetes’. De tekst zegt niet op welke manier zij leert.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij γυναῖκα (‘vrouw’) en λέγουσα (‘zegt’).

Wij volgen de SBLGNT.

21Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren, maar zij wil zich niet bekeren van haar ontucht.
καὶ
(kai)
en
ἔδωκα
(edoka)
heb Ik gegeven
αὐτῇ
(aute)
haar
χρόνον
(chronon)
tijd
ἵνα
(hina)
opdat
μετανοήσῃ
(metanoese)
zij zich bekeert
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
θέλει
(thelei)
wil zij
μετανοῆσαι
(metanoesai)
zich te bekeren
ἐκ
(ek)
van
τῆς
(tes)
de
πορνείας
(porneias)
ontucht
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
22Zie, Ik werp haar op een bed, en hen die overspel met haar plegen in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van haar werken.
ἰδοὺ
(idou)
zie
βάλλω
(ballo)
werp Ik
αὐτὴν
(auten)
haar
εἰς
(eis)
op
κλίνην
(klinen)
een bed
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
hen die
μοιχεύοντας
(moicheuontas)
overspel plegen
μετ’
(met’)
met
αὐτῆς
(autes)
haar
εἰς
(eis)
in
θλῖψιν
(thlipsin)
verdrukking
μεγάλην
(megalen)
grote
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
μετανοήσωσιν
(metanoesosin)
zij zich bekeren
ἐκ
(ek)
van
τῶν
(ton)
de
ἔργων
(ergon)
werken
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

κλίνη (kline), ‘bed’: het kan een ziekbed zijn of een bed in de zin van een plaats van straf; het Grieks zegt alleen ‘bed’. μοιχεύω (moicheuo), ‘overspel plegen’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij μετανοήσωσιν (‘zij zich bekeren’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

23Haar kinderen zal Ik doden met de dood. Dan zullen alle gemeenten weten dat Ik het ben die nieren en harten onderzoekt, en Ik zal aan ieder van jullie geven naar jullie werken.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
αὐτῆς
(autes)
haar
ἀποκτενῶ
(apokteno)
zal Ik doden
ἐν
(en)
met
θανάτῳ
(thanato)
dood
καὶ
(kai)
en
γνώσονται
(gnosontai)
zullen weten
πᾶσαι
(pasai)
alle
αἱ
(hai)
de
ἐκκλησίαι
(ekklesiai)
gemeenten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγώ
(ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben
ὁ
(ho)
hij die
ἐραυνῶν
(eraunon)
onderzoekt
νεφροὺς
(nephrous)
nieren
καὶ
(kai)
en
καρδίας
(kardias)
harten
καὶ
(kai)
en
δώσω
(doso)
zal Ik geven
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan ieder
κατὰ
(kata)
naar
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποκτενῶ ἐν θανάτῳ (apokteno en thanato), ‘Ik zal doden met de dood’: een Hebreeuws klinkende uitdrukking voor een dodelijke straf; vergelijk 6:8. νεφροί (nephroi), ‘nieren’, en καρδίαι (kardiai), ‘harten’: het diepste van de mens.

Vergelijk Ps. 7:10 en Jer. 17:10, waar Yahweh zegt: ‘Ik doorzoek het hart en toets de nieren’.

24Maar tegen jullie, de overigen in Thyatira, zeg Ik: allen die deze leer niet hebben en de diepten van de Satan, zoals zij zeggen, niet gekend hebben, op jullie leg Ik geen andere last.
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg Ik
τοῖς
(tois)
aan de
λοιποῖς
(loipois)
overigen
τοῖς
(tois)
die
ἐν
(en)
in
Θυατείροις
(Thyateirois)
Thyatira
ὅσοι
(hosoi)
allen die
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
τὴν
(ten)
de
διδαχὴν
(didachen)
leer
ταύτην
(tauten)
deze
οἵτινες
(hoitines)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνωσαν
(egnosan)
hebben gekend
τὰ
(ta)
de
βαθέα
(bathea)
diepten
τοῦ
(tou)
van de
Σατανᾶ
(Satana)
Satan
ὡς
(hos)
zoals
λέγουσιν
(legousin)
zij zeggen
οὐ
(ou)
niet
βάλλω
(ballo)
leg Ik
ἐφ’
(eph’)
op
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἄλλο
(allo)
andere
βάρος
(baros)
last
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Thyatira: Thyatira is het huidige Akhisar, in het westen van Turkije.

Lydia kwam er vandaan.

Uitleg

βαθέα τοῦ Σατανᾶ (bathea tou Satana), ‘diepten van de Satan’: ‘zoals zij zeggen’ kan betekenen dat zij zelf zo spreken over hun ‘diepe kennis’.

De tekst zegt het niet nader. βάρος (baros), ‘last’; vergelijk Hand. 15:28.

Zie ookHand 15:28
25Houd alleen vast wat jullie hebben, totdat Ik kom.
πλὴν
(plen)
alleen
ὃ
(ho)
wat
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
κρατήσατε
(kratesate)
houd vast
ἄχρι
(achri)
tot
οὗ
(hou)
dat
ἂν
(an)
(ἂν)
ἥξω
(hexo)
ik kom
Bron: SBLGNT
26Wie overwint en wie Mijn werken onderhoudt tot het einde, hem zal Ik gezag geven over de volken,
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
wie
νικῶν
(nikon)
overwint
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
wie
τηρῶν
(teron)
onderhoudt
ἄχρι
(achri)
tot
τέλους
(telous)
het einde
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
μου
(mou)
Mijn
δώσω
(doso)
zal Ik geven
αὐτῷ
(auto)
hem
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἐπὶ
(epi)
over
τῶν
(ton)
de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουσία (exousia), ‘gezag’. ἔθνη (ethne), ‘volken’. τηρέω (tereo) staat hier bij ‘werken’: wij schrijven ‘onderhouden’; bij ‘woord’ en ‘profetie’ schrijven wij ‘bewaren’.

27en hij zal hen weiden met een ijzeren staf, zoals aardewerk wordt stukgeslagen,
καὶ
(kai)
en
ποιμανεῖ
(poimanei)
hij zal weiden
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
met
ῥάβδῳ
(rhabdo)
een staf
σιδηρᾷ
(sidera)
ijzeren
ὡς
(hos)
zoals
τὰ
(ta)
de
σκεύη
(skeue)
vaten
τὰ
(ta)
die
κεραμικὰ
(keramika)
aardewerken
συντρίβεται
(syntribetai)
wordt stukgeslagen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers verwijst naar Ps. 2:8–9.

Het Hebreeuws heeft ‘Je zult hen breken met een ijzeren staf’; de Griekse tekst heeft ποιμανεῖ (poimanei), ‘hij zal weiden’: als een herder met zijn staf leiden.

Wij vertalen de Griekse tekst.

De tweede helft, ‘zoals aardewerk wordt stukgeslagen’, staat in het Grieks in de tegenwoordige tijd.

Zie ook 12:5; 19:15.

Lezing

De SBLGNT markeert bij συντρίβεται (‘wordt stukgeslagen’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookPs 2:8–9
28zoals ook Ik het ontvangen heb van Mijn Vader. En Ik zal hem de morgenster geven.
ὡς
(hos)
zoals
κἀγὼ
(kago)
ook Ik
εἴληφα
(eilepha)
heb ontvangen
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
δώσω
(doso)
zal Ik geven
αὐτῷ
(auto)
hem
τὸν
(ton)
de
ἀστέρα
(astera)
ster
τὸν
(ton)
de
πρωϊνόν
(proinon)
morgen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ ἀστὴρ ὁ πρωϊνός (ho aster ho proinos), ‘de morgenster’: in 22:16 noemt Yeshua Zichzelf ‘de heldere morgenster’.

29Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
οὖς
(ous)
oren
ἀκουσάτω
(akousato)
laat horen
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
λέγει
(legei)
zegt
ταῖς
(tais)
tegen de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
Bron: SBLGNT