Openbaring 2
De brieven aan de gemeenten in Efeze, Smyrna, Pergamum en Thyatira
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Aan de gemeente in Efeze
Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.
Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.
ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: letterlijk ‘de bijeengeroepenen’. ἄγγελος (angelos), ‘engel’: zie de Uitleg bij 1:20; wij schrijven in alle 7 brieven ‘de engel van de gemeente’.
Elke brief is een toespraak van Yeshua, die Johannes opdraagt te schrijven. Daarom staan alle 7 brieven rood, met één paar aanhalingstekens per brief. De aanhef ‘Dit zegt Hij die …’ is Yeshua die in de derde persoon over Zichzelf spreekt (ook in 2:8, 2:12, 2:18; 3:1, 3:7, 3:14); daarna spreekt Hij in de eerste persoon. Wij schrijven in de aanhef ‘Hij’ en ‘Zijn’ met hoofdletter. De aanhef beschrijft Yeshua met woorden uit 1:12–18.
τάδε λέγει (tade legei), ‘dit zegt’: de vorm van een boodschap, vergelijk ‘Zo zegt Yahweh’ in Jes. 44:6. Het ‘je’ en ‘jij’ in de brieven is enkelvoud: de gemeente wordt als één persoon aangesproken.
κρατέω (krateo), ‘vasthouden’: wij houden dit werkwoord in alle brieven gelijk (2:1, 2:13–15, 2:25; 3:11).
De SBLGNT markeert bij τῆς (‘van de’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
οἶδα (oida), ‘Ik ken’ met een voorwerp en ‘Ik weet’ met een bijzin: zo in alle 7 brieven. κόπος (kopos), ‘inspanning’: zware, vermoeiende arbeid. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: letterlijk ‘gezondene’.
De tekst zegt niet wie deze mensen zijn.
πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’, zoals in Matt. 4:1.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij κόπον (‘inspanning’) en ἀποστόλους (‘apostelen’).
Wij volgen de SBLGNT.
De SBLGNT markeert bij οὐ κεκοπίακες (‘je bent niet moe geworden’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀγάπη (agape), ‘liefde’: het Grieks zegt niet of de liefde voor Elohim, voor elkaar of voor beiden bedoeld is. ἀφῆκες (aphekes), ‘je hebt verlaten’: ook ‘laten varen’; in 2:20 staat hetzelfde werkwoord als ‘laten begaan’.
μετανοέω (metanoeo), ‘zich bekeren’: een verandering van denken en leven.
‘Je kandelaar’ is de gemeente zelf (1:20). ἔρχομαί σοι (erchomai soi), ‘Ik kom naar je toe’, staat in de tegenwoordige tijd; wij houden die.
Zie ook 2:16; 3:3; 3:11.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij πέπτωκας (‘je bent gevallen’) en σοι (‘naar je toe’).
Wij volgen de SBLGNT.
Νικολαΐται (Nikolaitai), ‘Nikolaïeten’: de tekst zegt niet wie zij zijn of waar de naam vandaan komt.
Zie ook 2:15.
ὁ νικῶν (ho nikon), ‘wie overwint’: de belofte aan wie overwint komt in elke brief voor (2:7, 2:11, 2:17, 2:26–28; 3:5, 3:12, 3:21). ξύλον τῆς ζωῆς (xylon tes zoes), ‘boom van het leven’: letterlijk ‘hout’; vergelijk Gen. 2:9 en 3:22–24.
Zie ook 22:2; 22:14. παράδεισος (paradeisos), ‘paradijs’: tuin; ook Luc. 23:43.
Binnen de woorden van Yeshua staat ‘wat de Geest tegen de gemeenten zegt’; de tekst legt niet uit hoe het spreken van Yeshua en dat van de Geest zich tot elkaar verhouden. Zie ook Matt. 11:15; 13:9.
De SBLGNT markeert bij θεοῦ (‘Elohim’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Aan de gemeente in Smyrna
Zie Smyrna (nu Izmir): Smyrna lag aan de westkust van het huidige Turkije, aan de Egeïsche Zee.
De stad heet nu Izmir.
Het was een van de zeven gemeenten in Asia.
ἔζησεν (ezesen), ‘kwam tot leven’: de enkelvoudige verleden tijd.
Zie ook 1:17–18.
De SBLGNT markeert bij τῆς (‘van de’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. Ἰουδαῖοι (Ioudaioi), ‘Joden’: de zin spreekt over mensen in Smyrna die zich Joden noemen en het volgens Yeshua niet zijn.
De tekst legt dit niet verder uit; het gaat om deze personen, niet om het Joodse volk.
Zie ook 3:9. συναγωγή (synagoge), ‘bijeenkomst’, zoals in de evangeliën ‘synagoge’. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: Hebreeuws satan, ‘tegenstander’.
De SBLGNT markeert bij σου (‘je’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ὑμῶν, ὑμῖν (hymon), ‘van jullie’: in dit vers gaat het enkelvoud ‘je’ over in het meervoud ‘jullie’; de gemeente is één en veel. διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘lasteraar’.
De 10 dagen: wij schrijven het getal met een cijfer, zoals alle symboolgetallen in dit boek; de tekst zegt niet of het om 10 gewone dagen gaat.
Vergelijk de proef van 10 dagen in Dan. 1:12–14. στέφανος (stephanos), ‘kroon’: de krans van een overwinnaar.
Zie ook Jak. 1:12.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij μηδὲν (‘niets’), πάσχειν (‘te lijden’), ἰδοὺ (‘zie’), βάλλειν (‘te werpen’) en ἕξετε (‘jullie zullen hebben’).
Wij volgen de SBLGNT.
οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’: de sterkste ontkenning.
‘De tweede dood’ komt nog voor in 20:6, 20:14 en 21:8.
Aan de gemeente in Pergamum
Zie Pergamum (nu Bergama): Pergamum lag in het westen van het huidige Turkije, ten noorden van Smyrna.
De stad heet nu Bergama.
Het was een van de zeven gemeenten in Asia.
ῥομφαία (rhomphaia), ‘zwaard’: zie 1:16.
Pergamum is een stad in Asia.
ὁ θρόνος τοῦ Σατανᾶ (ho thronos tou Satana), ‘de troon van de Satan’: de tekst zegt niet wat bedoeld is (de stad, een plaats van aanbidding of een macht).
Het Grieks heeft Ἀντιπᾶς (Antipas) in de eerste naamval, terwijl een tweede naamval nodig zou zijn (‘in de dagen van Antipas’). Wij vertalen naar de zin. De tekst zegt van Antipas alleen wat hier staat. μάρτυς (martys), ‘getuige’. πίστιν μου (pistin mou), ‘Mijn geloof’: het geloof in Mij of de trouw aan Mij; het Grieks laat beide toe.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij Οἶδα (‘Ik weet’), καὶ (‘en’), ἡμέραις (‘dagen’) en μου (‘Mijn’).
Wij volgen de SBLGNT.
Bileam en Balak: zie Num. 22–24; 25:1–3; 31:16. σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’, zoals in de evangeliën. εἰδωλόθυτα (eidolothyta), ‘afgodsoffers’: wat aan afgoden geofferd is, zoals in Hand. 15:29; zie ook 1 Kor. 8:1–13. πορνεύω (porneuo), ‘ontucht plegen’, bij πορνεία (porneia), ‘ontucht’, zoals in de brieven.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἐδίδασκεν τῷ (‘leerde aan’) en φαγεῖν (‘te eten’).
Wij volgen de SBLGNT.
ὁμοίως (homoios), ‘op dezelfde manier’, staat aan het eind van de zin: het kan ook bij ‘Zo heb ook jij’ horen.
De SBLGNT markeert bij διδαχὴν (‘leer’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
πολεμήσω (polemeso), ‘Ik zal strijden’: tegen hen, de aanhangers van de leer, niet tegen de hele gemeente.
‘Het zwaard van Mijn mond’: zie 1:16 en 19:15.
μάννα (manna): het brood uit de woestijn, waarvan een kruik werd bewaard (Exod. 16:32–34). ψῆφος (psephos), ‘steen’: een kleine gladde steen.
Waarvoor hij diende zegt de tekst niet.
Voor de ‘nieuwe naam’ zie 3:12 en Jes. 62:2.
De SBLGNT markeert bij αὐτῷ (‘hem’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Aan de gemeente in Thyatira
Zie Thyatira: Thyatira is het huidige Akhisar, in het westen van Turkije.
Lydia kwam er vandaan.
ὁ υἱὸς τοῦ θεοῦ (ho huios tou theou), ‘de Zoon van Elohim’: dit is de enige plaats in dit boek waar Yeshua zo heet.
Vergelijk Ps. 2:7 en Joh. 1:49.
Zie ook 1:14–15 en de Uitleg bij 1:15 over χαλκολίβανος.
De SBLGNT markeert bij τῆς (‘van de’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
διακονία (diakonia), ‘dienst’: verwant met διάκονος, ‘dienaar’. πίστις (pistis), ‘geloof’: het kan ook ‘trouw’ betekenen.
De SBLGNT markeert bij ἀγάπην καὶ τὴν πίστιν (‘liefde en het geloof’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Ἰεζάβελ (Iezabel), ‘Izebel’: de naam van de vrouw van koning Achab (1 Kon. 16:31; 2 Kon. 9:22).
Of de vrouw in Thyatira zo heette of met deze naam wordt aangeduid, zegt de tekst niet. ἀφεῖς (apheis), ‘je laat begaan’: hetzelfde werkwoord als ‘verlaten’ in 2:4.
προφῆτις (prophetis), ‘profetes’. De tekst zegt niet op welke manier zij leert.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij γυναῖκα (‘vrouw’) en λέγουσα (‘zegt’).
Wij volgen de SBLGNT.
κλίνη (kline), ‘bed’: het kan een ziekbed zijn of een bed in de zin van een plaats van straf; het Grieks zegt alleen ‘bed’. μοιχεύω (moicheuo), ‘overspel plegen’.
De SBLGNT markeert bij μετανοήσωσιν (‘zij zich bekeren’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀποκτενῶ ἐν θανάτῳ (apokteno en thanato), ‘Ik zal doden met de dood’: een Hebreeuws klinkende uitdrukking voor een dodelijke straf; vergelijk 6:8. νεφροί (nephroi), ‘nieren’, en καρδίαι (kardiai), ‘harten’: het diepste van de mens.
Vergelijk Ps. 7:10 en Jer. 17:10, waar Yahweh zegt: ‘Ik doorzoek het hart en toets de nieren’.
Zie Thyatira: Thyatira is het huidige Akhisar, in het westen van Turkije.
Lydia kwam er vandaan.
βαθέα τοῦ Σατανᾶ (bathea tou Satana), ‘diepten van de Satan’: ‘zoals zij zeggen’ kan betekenen dat zij zelf zo spreken over hun ‘diepe kennis’.
De tekst zegt het niet nader. βάρος (baros), ‘last’; vergelijk Hand. 15:28.
ἐξουσία (exousia), ‘gezag’. ἔθνη (ethne), ‘volken’. τηρέω (tereo) staat hier bij ‘werken’: wij schrijven ‘onderhouden’; bij ‘woord’ en ‘profetie’ schrijven wij ‘bewaren’.
Dit vers verwijst naar Ps. 2:8–9.
Het Hebreeuws heeft ‘Je zult hen breken met een ijzeren staf’; de Griekse tekst heeft ποιμανεῖ (poimanei), ‘hij zal weiden’: als een herder met zijn staf leiden.
Wij vertalen de Griekse tekst.
De tweede helft, ‘zoals aardewerk wordt stukgeslagen’, staat in het Grieks in de tegenwoordige tijd.
Zie ook 12:5; 19:15.
De SBLGNT markeert bij συντρίβεται (‘wordt stukgeslagen’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ὁ ἀστὴρ ὁ πρωϊνός (ho aster ho proinos), ‘de morgenster’: in 22:16 noemt Yeshua Zichzelf ‘de heldere morgenster’.