Elohim Bijbel

Romeinen 7

12345678910111213141516

Vrij van de wet door de dood van de Messias; de wet, de zonde en het ‘ik’

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het huwelijk als beeld: vrij van de wet

1Of weten jullie niet, broers – ik spreek immers tot mensen die de wet kennen – dat de wet over de mens heerst zolang hij leeft?
Ἢ
(E)
of
ἀγνοεῖτε
(agnoeite)
weten jullie niet
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
γινώσκουσιν
(ginoskousin)
die kennen
γὰρ
(gar)
want
νόμον
(nomon)
wet
λαλῶ
(lalo)
ik spreek
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
κυριεύει
(kyrieuei)
heerst
τοῦ
(tou)
over de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
ἐφ’
(eph’)
voor
ὅσον
(hoson)
zolang als
χρόνον
(chronon)
tijd
ζῇ
(ze)
hij leeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. γινώσκουσιν νόμον (ginoskousin nomon), ‘die de wet kennen’: het Grieks heeft hier geen lidwoord bij ‘wet’; Paulus spreekt tot mensen die weten wat een wet is, en hij gebruikt in de verzen 2–3 een voorbeeld uit het huwelijk.

Hij zegt niet welke wet hij hier bedoelt; wij vertalen overal ‘de wet’ (νόμος, nomos; Hebr. tora, ‘onderwijs, instructie’). κυριεύω (kyrieuo), ‘heer zijn over, heersen’.

Zie ook Rom. 6:14.

Zie ookRom 6:14
2Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de levende man. Maar als de man sterft, is zij ten aanzien van de wet van de man buiten werking gesteld.
ἡ
(he)
de
γὰρ
(gar)
want
ὕπανδρος
(hypandros)
gehuwde
γυνὴ
(gyne)
vrouw
τῷ
(to)
aan de
ζῶντι
(zonti)
levende
ἀνδρὶ
(andri)
man
δέδεται
(dedetai)
is gebonden
νόμῳ
(nomo)
door de wet
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
ἀποθάνῃ
(apothane)
sterft
ὁ
(ho)
de
ἀνήρ
(aner)
man
κατήργηται
(katergetai)
is buiten werking gesteld
ἀπὸ
(apo)
ten aanzien van
τοῦ
(tou)
de
νόμου
(nomou)
wet
τοῦ
(tou)
van de
ἀνδρός
(andros)
man
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὕπανδρος (hypandros), ‘gehuwd’: letterlijk ‘onder een man’. δέδεται (dedetai), ‘is gebonden’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: ook in 6:6 en 7:6.

Letterlijk staat er: ‘zij is buiten werking gesteld van de wet van de man’; bedoeld is dat de wet geen greep meer op haar heeft.

Paulus gebruikt hier één voorbeeld van een wet, het huwelijk; het gaat hem om het beginsel dat de dood een band verbreekt.

Zie ook 1 Kor. 7:39.

Zie ook1 Kor 7:39
3Dus zal zij, zolang de man leeft, een overspelige genoemd worden als zij een andere man toebehoort. Maar als de man sterft, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij een andere man toebehoort.
ἄρα
(ara)
dus
οὖν
(oun)
dan
ζῶντος
(zontos)
levend
τοῦ
(tou)
de
ἀνδρὸς
(andros)
man
μοιχαλὶς
(moichalis)
overspelige
χρηματίσει
(chrematisei)
zal genoemd worden
ἐὰν
(ean)
als
γένηται
(genetai)
zij wordt
ἀνδρὶ
(andri)
aan man
ἑτέρῳ
(hetero)
een andere
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
ἀποθάνῃ
(apothane)
sterft
ὁ
(ho)
de
ἀνήρ
(aner)
man
ἐλευθέρα
(eleuthera)
vrij
ἐστὶν
(estin)
is zij
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
νόμου
(nomou)
wet
τοῦ
(tou)
zodat
μὴ
(me)
niet
εἶναι
(einai)
te zijn
αὐτὴν
(auten)
zij
μοιχαλίδα
(moichalida)
overspelige
γενομένην
(genomenen)
geworden zijnde
ἀνδρὶ
(andri)
aan man
ἑτέρῳ
(hetero)
een andere
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρηματίζω (chrematizo), ‘genoemd worden, de naam dragen’. μοιχαλίς (moichalis), ‘overspelige’ (vrouw): iemand die overspel pleegt.

Het voorbeeld sluit aan bij de wet over het overspel, Exod. 20:14 en Lev. 20:10.

Zie ook Exod. 20:14; Lev. 20:10; 1 Kor. 7:39.

4Zo zijn ook jullie, mijn broers, voor de wet gedood door het lichaam van de Messias. Zo zouden jullie van een ander worden, van Hem die uit de doden is opgewekt, opdat wij vrucht dragen voor Elohim.
Ὥστε
(Hoste)
zo
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐθανατώθητε
(ethanatothete)
zijn gedood
τῷ
(to)
voor de
νόμῳ
(nomo)
wet
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
het
σώματος
(somatos)
lichaam
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
εἰς
(eis)
zodat
τὸ
(to)
het
γενέσθαι
(genesthai)
worden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἑτέρῳ
(hetero)
aan een andere
τῷ
(to)
aan Hem die
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
ἐγερθέντι
(egerthenti)
is opgewekt
ἵνα
(hina)
opdat
καρποφορήσωμεν
(karpophoresomen)
wij vrucht dragen
τῷ
(to)
voor
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐθανατώθητε τῷ νόμῳ (ethanatothete to nomo), ‘jullie zijn voor de wet gedood’: de datief kan ‘voor’ of ‘ten aanzien van’ de wet zijn; vergelijk 6:2, ‘voor de zonde gestorven’.

‘Het lichaam van de Messias’ is Zijn lichaam aan het kruis.

Het beeld sluit aan: de gehuwde vrouw wordt vrij door de dood van haar man, en de lezers worden vrij doordat zij met de Messias gestorven zijn. ἑτέρῳ (hetero), ‘een ander’: de Messias, die is opgewekt. καρποφορέω (karpoforeo), ‘vrucht dragen’.

Zie ook Rom. 6:3–7.

5Want toen wij in het vlees waren, werkten de hartstochten van de zonden, die door de wet kwamen, in onze ledematen. Zo droegen wij vrucht voor de dood.
ὅτε
(hote)
toen
γὰρ
(gar)
want
ἦμεν
(emen)
waren wij
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
σαρκί
(sarki)
vlees
τὰ
(ta)
de
παθήματα
(pathemata)
hartstochten
τῶν
(ton)
van de
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
τὰ
(ta)
die
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
νόμου
(nomou)
wet
ἐνηργεῖτο
(energeito)
werkten
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
μέλεσιν
(melesin)
ledematen
ἡμῶν
(hemon)
onze
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
καρποφορῆσαι
(karpophoresai)
vrucht dragen
τῷ
(to)
voor de
θανάτῳ
(thanato)
dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

σάρξ (sarx), ‘vlees’: de zwakke aardse mens, niet alleen het lichaam; ‘in het vlees zijn’ is: leven onder de macht van het vlees. πάθημα (pathema), ‘hartstocht’: letterlijk ‘lijden, ondergane drift’. ἁμαρτίαι (hamartiai), ‘zonden’: hier staat het meervoud. ἐνεργέω (energeo), ‘werken, actief zijn’. μέλος (melos), ‘lid, ledemaat’.

Wij splitsen de lange Griekse zin; εἰς τὸ (eis to) geeft doel of gevolg.

‘Vrucht dragen voor de dood’: tegenover ‘vrucht dragen voor Elohim’ in vers 4.

Zie ook Gal. 5:19–21.

6Maar nu zijn wij ten aanzien van de wet buiten werking gesteld, gestorven voor datgene waarin wij vastgehouden werden. Zo dienen wij als knechten in nieuwheid van de Geest en niet in oudheid van de letter.
νυνὶ
(nyni)
nu
δὲ
(de)
maar
κατηργήθημεν
(katergethemen)
zijn wij buiten werking gesteld
ἀπὸ
(apo)
ten aanzien van
τοῦ
(tou)
de
νόμου
(nomou)
wet
ἀποθανόντες
(apothanontes)
gestorven zijnde
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wat
κατειχόμεθα
(kateichometha)
werden wij vastgehouden
ὥστε
(hoste)
zodat
δουλεύειν
(douleuein)
als knechten dienen
ἡμᾶς
(hemas)
wij
ἐν
(en)
in
καινότητι
(kainoteti)
nieuwheid
πνεύματος
(pneumatos)
van Geest
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
παλαιότητι
(palaioteti)
oudheid
γράμματος
(grammatos)
van letter
Bron: SBLGNT
Uitleg

νυνὶ δέ (nuni de), ‘maar nu’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: ook in 7:2; zo vertalen wij overal. ἐν ᾧ κατειχόμεθα (en ho kateichometha), ‘waarin wij vastgehouden werden’: wat ons vasthield, waarschijnlijk de wet. γράμμα (gramma), ‘letter’: het geschrevene; πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’: wij schrijven met een hoofdletter, de Geest van Elohim; het Grieks kan ook ‘geest’ zijn.

‘Nieuwheid’ (καινότης) staat ook in 6:4. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’.

Zie ook 2 Kor. 3:6; Rom. 2:29.

De wet en de zonde

7Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat nooit! Maar de zonde heb ik niet gekend dan door de wet. Want ook de begeerte had ik niet gekend, als de wet niet had gezegd: „Je zult niet begeren.”
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ἐροῦμεν
(eroumen)
zullen wij zeggen
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
μὴ
(me)
niet
γένοιτο
(genoito)
moge het zijn
ἀλλὰ
(alla)
maar
τὴν
(ten)
de
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνων
(egnon)
heb ik gekend
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
διὰ
(dia)
door
νόμου
(nomou)
wet
τήν
(ten)
de
τε
(te)
ook
γὰρ
(gar)
want
ἐπιθυμίαν
(epithymian)
begeerte
οὐκ
(ouk)
niet
ᾔδειν
(edein)
had ik gekend
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
ἔλεγεν
(elegen)
zei
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἐπιθυμήσεις
(epithymeseis)
je zult begeren
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vanaf dit vers tot en met vers 25 spreekt Paulus met het Griekse woord ‘ik’ (ἐγώ, ego).

Wij laten dat ‘ik’ staan en zeggen er niet bij wie ermee bedoeld wordt.

In de verzen 7–13 staan de werkwoorden in een verleden tijd, vanaf vers 14 in de tegenwoordige tijd. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’.

Aanhaling van Exod. 20:17 en Deut. 5:21 (de laatste van de tien woorden): ‘Je zult niet begeren’.

In ons Hebreeuws volgt in Exod. 20:17 een lange opsomming (het huis van je naaste, zijn vrouw, enzovoort); Paulus noemt alleen het werkwoord zonder voorwerp.

Deze woorden zijn in Exodus en Deuteronomium woorden van Elohim zelf, maar hier haalt Paulus ze aan als wat ‘de wet zei’; daarom staan ze zwart. μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’

Zie ook Exod. 20:17; Deut. 5:21.

8Maar de zonde greep door het gebod een aanleiding en bracht in mij allerlei begeerte tot stand. Want zonder wet is de zonde dood.
ἀφορμὴν
(aphormen)
aanleiding
δὲ
(de)
maar
λαβοῦσα
(labousa)
genomen hebbende
ἡ
(he)
de
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
het
ἐντολῆς
(entoles)
gebod
κατειργάσατο
(kateirgasato)
bracht tot stand
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
mij
πᾶσαν
(pasan)
alle
ἐπιθυμίαν
(epithymian)
begeerte
χωρὶς
(choris)
zonder
γὰρ
(gar)
want
νόμου
(nomou)
wet
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
νεκρά
(nekra)
dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀφορμή (aforme), ‘aanleiding’: letterlijk een steunpunt of uitvalsbasis van waaruit men iets onderneemt.

De zonde wordt hier als een persoon voorgesteld die van het gebod gebruik maakt. ἐντολή (entole), ‘gebod’: hier het gebod uit vers 7. κατεργάζομαι (katergazomai), ‘tot stand brengen, bewerken’.

‘Zonder wet is de zonde dood’: zonder wet is de zonde onwerkzaam; vergelijk 4:15 en 5:13.

Zie ook Rom. 5:13.

9Ik leefde eens zonder wet. Maar toen het gebod kwam, kwam de zonde weer tot leven.
ἐγὼ
(ego)
ik
δὲ
(de)
echter
ἔζων
(ezon)
leefde
χωρὶς
(choris)
zonder
νόμου
(nomou)
wet
ποτέ
(pote)
eens
ἐλθούσης
(elthouses)
gekomen zijnde
δὲ
(de)
echter
τῆς
(tes)
het
ἐντολῆς
(entoles)
gebod
ἡ
(he)
de
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
ἀνέζησεν
(anezesen)
kwam weer tot leven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναζάω (anazao), ‘weer tot leven komen’: de zonde, die ‘dood’ was (vers 8), komt tot leven.

Het Grieks heeft ‘ik’ nadrukkelijk (ἐγώ): ‘ik, ik leefde eens zonder wet’.

Het Grieks zegt niet wanneer dat ‘eens’ was.

Zie ookRom 7:8
10Ik echter stierf, en het gebod dat tot leven was, bleek mij tot de dood te zijn.
ἐγὼ
(ego)
ik
δὲ
(de)
echter
ἀπέθανον
(apethanon)
stierf
καὶ
(kai)
en
εὑρέθη
(heurethe)
bleek
μοι
(moi)
voor mij
ἡ
(he)
het
ἐντολὴ
(entole)
gebod
ἡ
(he)
dat
εἰς
(eis)
tot
ζωὴν
(zoen)
leven
αὕτη
(haute)
dit
εἰς
(eis)
tot
θάνατον
(thanaton)
dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπέθανον (apethanon), ‘ik stierf’.

De zin ‘het gebod dat tot leven was’ (ἡ εἰς ζωήν) sluit aan bij Lev. 18:5: ‘de mens die ze doet, zal erdoor leven’.

Zo wordt dat gebod hier ervaren als ‘tot de dood’.

Zie ook Lev. 18:5; Gal. 3:12.

11Want de zonde greep door het gebod een aanleiding, misleidde mij en doodde mij daardoor.
ἡ
(he)
de
γὰρ
(gar)
want
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
ἀφορμὴν
(aphormen)
aanleiding
λαβοῦσα
(labousa)
genomen hebbende
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
het
ἐντολῆς
(entoles)
gebod
ἐξηπάτησέν
(exepatesen)
misleidde
με
(me)
mij
καὶ
(kai)
en
δι’
(di’)
door
αὐτῆς
(autes)
dit
ἀπέκτεινεν
(apekteinen)
doodde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξαπατάω (exapatao), ‘misleiden, bedriegen’: hetzelfde werkwoord als voor het misleiden van Eva door de slang in 2 Kor. 11:3. ἀποκτείνω (apokteino), ‘doden’.

Zie ook Gen. 3:13; 2 Kor. 11:3.

12Zo is de wet wel heilig, en het gebod heilig, rechtvaardig en goed.
ὥστε
(hoste)
zodat
ὁ
(ho)
de
μὲν
(men)
wel
νόμος
(nomos)
wet
ἅγιος
(hagios)
heilig
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
ἐντολὴ
(entole)
gebod
ἁγία
(hagia)
heilig
καὶ
(kai)
en
δικαία
(dikaia)
rechtvaardig
καὶ
(kai)
en
ἀγαθή
(agathe)
goed
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus antwoordt op de vraag van vers 7: de wet is niet zonde, maar ‘heilig’; het gebod is ‘heilig, rechtvaardig en goed’. ἅγιος (hagios), ‘heilig’: apart gezet voor Elohim. μέν (men), ‘wel’: het stelt de wet tegenover de zonde in vers 13.

13Is dan het goede voor mij de dood geworden? Dat nooit! Maar de zonde, opdat zij als zonde zichtbaar zou worden, bracht mij door het goede de dood voort. Zo zou de zonde door het gebod bovenmate zondig worden.
Τὸ
(To)
het
οὖν
(oun)
dan
ἀγαθὸν
(agathon)
goede
ἐμοὶ
(emoi)
voor mij
ἐγένετο
(egeneto)
is geworden
θάνατος
(thanatos)
dood
μὴ
(me)
niet
γένοιτο
(genoito)
moge het zijn
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἡ
(he)
de
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
ἵνα
(hina)
opdat
φανῇ
(phane)
zichtbaar wordt
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
het
ἀγαθοῦ
(agathou)
goede
μοι
(moi)
voor mij
κατεργαζομένη
(katergazomene)
bewerkend
θάνατον
(thanaton)
dood
ἵνα
(hina)
opdat
γένηται
(genetai)
wordt
καθ’
(kath’)
naar
ὑπερβολὴν
(hyperbolen)
overmaat
ἁμαρτωλὸς
(hamartolos)
zondig
ἡ
(he)
de
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
het
ἐντολῆς
(entoles)
gebod
Bron: SBLGNT
Uitleg

μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’ φαίνω (faino), ‘zichtbaar worden, verschijnen’.

Het Grieks heeft twee keer ἵνα (hina), ‘opdat’: eerst opdat de zonde zichtbaar wordt, dan opdat zij ‘bovenmate zondig’ wordt (καθ᾽ ὑπερβολὴν ἁμαρτωλός, kath hyperbolen hamartolos).

Wij hebben de zin gesplitst.

De zonde is hier de macht die de wet misbruikt.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἐγένετο (egeneto) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Willen en doen

14Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben van vlees, verkocht onder de zonde.
Οἴδαμεν
(Oidamen)
wij weten
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
πνευματικός
(pneumatikos)
geestelijk
ἐστιν
(estin)
is
ἐγὼ
(ego)
ik
δὲ
(de)
echter
σάρκινός
(sarkinos)
van vlees
εἰμι
(eimi)
ben
πεπραμένος
(pepramenos)
verkocht
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὴν
(ten)
de
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: van de Geest, afkomstig uit Elohim; zo ook in 1 Kor. 2:13–15. σάρκινος (sarkinos), ‘van vlees’: gemaakt van vlees; dit is een ander woord dan σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’ (zoals in 1 Kor. 3:3). πιπράσκω (piprasko), ‘verkopen’: ‘verkocht onder de zonde’ is: als knecht aan de zonde verkocht.

Vanaf dit vers staat het werkwoord van Paulus in de tegenwoordige tijd.

Zie ook 1 Kor. 3:1–3.

Lezing

De SBLGNT markeert bij σάρκινος (sarkinos) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

15Want wat ik tot stand breng, begrijp ik niet. Want niet wat ik wil, doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik.
ὃ
(ho)
wat
γὰρ
(gar)
want
κατεργάζομαι
(katergazomai)
ik breng tot stand
οὐ
(ou)
niet
γινώσκω
(ginosko)
begrijp ik
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ὃ
(ho)
wat
θέλω
(thelo)
ik wil
τοῦτο
(touto)
dit
πράσσω
(prasso)
doe ik
ἀλλ’
(all’)
maar
ὃ
(ho)
wat
μισῶ
(miso)
ik haat
τοῦτο
(touto)
dit
ποιῶ
(poio)
doe ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατεργάζομαι (katergazomai), ‘tot stand brengen, uitwerken’. γινώσκω (ginosko), ‘kennen, begrijpen’: ook ‘erkennen, goedkeuren’.

Het Grieks heeft twee werkwoorden voor ‘doen’: πράσσω (prasso) en ποιέω (poieo); wij vertalen beide met ‘doen’. θέλω (thelo), ‘willen’; μισέω (miseo), ‘haten’.

16Maar als ik doe wat ik niet wil, stem ik met de wet in dat zij goed is.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ὃ
(ho)
wat
οὐ
(ou)
niet
θέλω
(thelo)
ik wil
τοῦτο
(touto)
dit
ποιῶ
(poio)
doe ik
σύμφημι
(symphemi)
stem ik in
τῷ
(to)
met de
νόμῳ
(nomo)
wet
ὅτι
(hoti)
dat
καλός
(kalos)
goed
Bron: SBLGNT
Uitleg

σύμφημι (symfemi), ‘instemmen’: zeggen dat iets waar is. καλός (kalos), ‘goed’: mooi, goed; in vers 18 en 21 staat hetzelfde woord, naast ἀγαθός (agathos), ‘goed’ in 7:12, 7:13, 7:18, 7:19.

Wij vertalen beide met ‘goed’.

17Nu is het niet meer ik die het tot stand breng, maar de zonde die in mij woont.
νυνὶ
(nyni)
nu
δὲ
(de)
echter
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ἐγὼ
(ego)
ik
κατεργάζομαι
(katergazomai)
breng tot stand
αὐτὸ
(auto)
het
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἡ
(he)
de
οἰκοῦσα
(oikousa)
wonende
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
mij
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκέω (oikeo), ‘wonen’: de zonde woont als een huisgenoot in mij.

Het Grieks zegt: ‘niet meer ik … maar de zonde’; wij vertalen zo en zeggen er niet bij hoe dit uit te leggen is.

Lezing

De SBLGNT markeert bij οἰκοῦσα (oikousa) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

18Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Want het willen ligt bij mij klaar, maar het tot stand brengen van het goede niet.
οἶδα
(oida)
ik weet
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκ
(ouk)
niet
οἰκεῖ
(oikei)
woont
ἐν
(en)
in
ἐμοί
(emoi)
mij
τοῦτ’
(tout’)
dit
ἔστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
σαρκί
(sarki)
vlees
μου
(mou)
mijn
ἀγαθόν
(agathon)
goeds
τὸ
(to)
het
γὰρ
(gar)
want
θέλειν
(thelein)
willen
παράκειταί
(parakeitai)
ligt klaar
μοι
(moi)
bij mij
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
maar
κατεργάζεσθαι
(katergazesthai)
tot stand brengen
τὸ
(to)
het
καλὸν
(kalon)
goede
οὔ
(ou)
niet
Bron: SBLGNT
Uitleg

τοῦτ᾽ ἔστιν ἐν τῇ σαρκί μου (tout estin en te sarki mou), ‘dat is in mijn vlees’: Paulus verklaart ‘in mij’ met ‘in mijn vlees’. παράκειμαι (parakeimai), ‘klaarliggen, binnen bereik zijn’.

Het Grieks sluit het vers af met alleen ‘niet’ (οὔ): ‘het tot stand brengen van het goede, niet’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij het slot van het vers (οὔ) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

19Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil, dat doe ik.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ὃ
(ho)
wat
θέλω
(thelo)
ik wil
ποιῶ
(poio)
doe ik
ἀγαθόν
(agathon)
goed
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὃ
(ho)
wat
οὐ
(ou)
niet
θέλω
(thelo)
ik wil
κακὸν
(kakon)
kwaad
τοῦτο
(touto)
dit
πράσσω
(prasso)
doe ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγαθόν (agathon), ‘goed’; κακόν (kakon), ‘kwaad’.

Het vers herhaalt vers 15.

Zie ookRom 7:15
20Maar als ik doe wat ik niet wil, ben ik het niet meer die het tot stand brengt, maar de zonde die in mij woont.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ὃ
(ho)
wat
οὐ
(ou)
niet
θέλω
(thelo)
ik wil
τοῦτο
(touto)
dit
ποιῶ
(poio)
doe ik
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ἐγὼ
(ego)
ik
κατεργάζομαι
(katergazomai)
breng tot stand
αὐτὸ
(auto)
het
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἡ
(he)
de
οἰκοῦσα
(oikousa)
wonende
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
mij
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het vers herhaalt de gedachte van vers 17.

Lezing

De SBLGNT markeert bij θέλω (thelo) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookRom 7:17

Twee wetten

21Ik vind dus de wet voor mij die het goede wil doen: het kwade ligt bij mij klaar.
Εὑρίσκω
(Heurisko)
ik vind
ἄρα
(ara)
dus
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
τῷ
(to)
voor de
θέλοντι
(thelonti)
willende
ἐμοὶ
(emoi)
mij
ποιεῖν
(poiein)
doen
τὸ
(to)
het
καλὸν
(kalon)
goede
ὅτι
(hoti)
dat
ἐμοὶ
(emoi)
bij mij
τὸ
(to)
het
κακὸν
(kakon)
kwade
παράκειται
(parakeitai)
ligt klaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

νόμος (nomos), ‘wet’: hier ‘een regel, een wetmatigheid’, die Paulus ‘vindt’; het Grieks heeft het lidwoord (‘de wet’).

Het Grieks laat open of dit de wet van Mozes is of een algemene regel; vers 23 spreekt van ‘een andere wet’.

Wij vertalen ‘de wet’ en laten de zin zo open als het Grieks hem laat.

Zie ookRom 7:23
22Want naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van Elohim.
συνήδομαι
(synedomai)
ik verheug mij
γὰρ
(gar)
want
τῷ
(to)
in de
νόμῳ
(nomo)
wet
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
κατὰ
(kata)
naar
τὸν
(ton)
de
ἔσω
(eso)
innerlijke
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνήδομαι (synhedomai), ‘zich verheugen met, instemmen met vreugde’. ὁ ἔσω ἄνθρωπος (ho eso anthropos), ‘de innerlijke mens’: het diepste van de mens.

‘De wet van Elohim’ is hier de wet van Mozes, de tora van Elohim.

Zie ook Ps. 1:2; Ps. 119:16.

23Maar ik zie in mijn ledematen een andere wet. Die voert strijd tegen de wet van mijn verstand en neemt mij gevangen in de wet van de zonde, die in mijn ledematen is.
βλέπω
(blepo)
ik zie
δὲ
(de)
maar
ἕτερον
(heteron)
andere
νόμον
(nomon)
wet
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
μέλεσίν
(melesin)
ledematen
μου
(mou)
mijn
ἀντιστρατευόμενον
(antistrateuomenon)
strijdend tegen
τῷ
(to)
de
νόμῳ
(nomo)
wet
τοῦ
(tou)
van het
νοός
(noos)
verstand
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
αἰχμαλωτίζοντά
(aichmalotizonta)
gevangen nemend
με
(me)
mij
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
νόμῳ
(nomo)
wet
τῆς
(tes)
van de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
τῷ
(to)
die
ὄντι
(onti)
is
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
μέλεσίν
(melesin)
ledematen
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἕτερος νόμος (heteros nomos), ‘een andere wet’: een tweede regel, tegenover de wet van het verstand. νοῦς (nous), ‘verstand’: de geest als denkend vermogen. ἀντιστρατεύομαι (antistrateuomai), ‘strijd voeren tegen’; αἰχμαλωτίζω (aichmalotizo), ‘gevangen nemen’: als krijgsgevangene.

De zonde wordt als een heerser voorgesteld, ‘de wet van de zonde’.

De ‘ledematen’ zijn de delen van het lichaam (zie 6:13).

Zie ook Rom. 6:13.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἐν (en) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookRom 6:13
24Ellendig mens die ik ben! Wie zal mij bevrijden uit het lichaam van deze dood?
ταλαίπωρος
(talaiporos)
ellendig
ἐγὼ
(ego)
ik
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
τίς
(tis)
wie
με
(me)
mij
ῥύσεται
(rhysetai)
zal bevrijden
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
σώματος
(somatos)
lichaam
τοῦ
(tou)
van de
θανάτου
(thanatou)
dood
τούτου
(toutou)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταλαίπωρος (talaiporos), ‘ellendig’: gebroken, uitgeput. ῥύομαι (ryomai), ‘bevrijden, redden uit gevaar’.

‘Het lichaam van deze dood’: het Grieks laat open of ‘dood’ bij ‘lichaam’ hoort (‘dit lichaam van de dood’) of het lichaam zelf dood noemt.

Het vers is een vraag zonder antwoord tot vers 25.

Zie ook Rom. 6:6.

25Dank aan Elohim, door Yeshua de Messias, onze Heer! Dus ik zelf: met het verstand dien ik als knecht de wet van Elohim, maar met het vlees de wet van de zonde.
χάρις
(charis)
dank
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
διὰ
(dia)
door
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἄρα
(Ara)
dus
οὖν
(oun)
dan
αὐτὸς
(autos)
zelf
ἐγὼ
(ego)
ik
τῷ
(to)
met het
μὲν
(men)
wel
νοῒ
(noi)
verstand
δουλεύω
(douleuo)
dien als knecht
νόμῳ
(nomo)
wet
θεοῦ
(theou)
van Elohim
τῇ
(te)
met het
δὲ
(de)
maar
σαρκὶ
(sarki)
vlees
νόμῳ
(nomo)
wet
ἁμαρτίας
(hamartias)
van de zonde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dank aan Elohim (χάρις τῷ θεῷ, charis to theo): zie 6:17.

Het antwoord op de vraag van vers 24 is: door Yeshua de Messias.

De tweede helft van het vers vat samen: ‘ik zelf’ (αὐτὸς ἐγώ, autos ego) dien met het verstand de wet van Elohim en met het vlees de wet van de zonde.

Hoofdstuk 8 begint met ‘geen veroordeling’.

Zie ook Rom. 8:1–2.

Lezing

De SBLGNT markeert bij χάρις (charis) aan het begin van het vers een variant.

Wij volgen de SBLGNT.