Romeinen 7
Vrij van de wet door de dood van de Messias; de wet, de zonde en het ‘ik’
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het huwelijk als beeld: vrij van de wet
ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. γινώσκουσιν νόμον (ginoskousin nomon), ‘die de wet kennen’: het Grieks heeft hier geen lidwoord bij ‘wet’; Paulus spreekt tot mensen die weten wat een wet is, en hij gebruikt in de verzen 2–3 een voorbeeld uit het huwelijk.
Hij zegt niet welke wet hij hier bedoelt; wij vertalen overal ‘de wet’ (νόμος, nomos; Hebr. tora, ‘onderwijs, instructie’). κυριεύω (kyrieuo), ‘heer zijn over, heersen’.
Zie ook Rom. 6:14.
ὕπανδρος (hypandros), ‘gehuwd’: letterlijk ‘onder een man’. δέδεται (dedetai), ‘is gebonden’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: ook in 6:6 en 7:6.
Letterlijk staat er: ‘zij is buiten werking gesteld van de wet van de man’; bedoeld is dat de wet geen greep meer op haar heeft.
Paulus gebruikt hier één voorbeeld van een wet, het huwelijk; het gaat hem om het beginsel dat de dood een band verbreekt.
Zie ook 1 Kor. 7:39.
χρηματίζω (chrematizo), ‘genoemd worden, de naam dragen’. μοιχαλίς (moichalis), ‘overspelige’ (vrouw): iemand die overspel pleegt.
Het voorbeeld sluit aan bij de wet over het overspel, Exod. 20:14 en Lev. 20:10.
Zie ook Exod. 20:14; Lev. 20:10; 1 Kor. 7:39.
ἐθανατώθητε τῷ νόμῳ (ethanatothete to nomo), ‘jullie zijn voor de wet gedood’: de datief kan ‘voor’ of ‘ten aanzien van’ de wet zijn; vergelijk 6:2, ‘voor de zonde gestorven’.
‘Het lichaam van de Messias’ is Zijn lichaam aan het kruis.
Het beeld sluit aan: de gehuwde vrouw wordt vrij door de dood van haar man, en de lezers worden vrij doordat zij met de Messias gestorven zijn. ἑτέρῳ (hetero), ‘een ander’: de Messias, die is opgewekt. καρποφορέω (karpoforeo), ‘vrucht dragen’.
Zie ook Rom. 6:3–7.
σάρξ (sarx), ‘vlees’: de zwakke aardse mens, niet alleen het lichaam; ‘in het vlees zijn’ is: leven onder de macht van het vlees. πάθημα (pathema), ‘hartstocht’: letterlijk ‘lijden, ondergane drift’. ἁμαρτίαι (hamartiai), ‘zonden’: hier staat het meervoud. ἐνεργέω (energeo), ‘werken, actief zijn’. μέλος (melos), ‘lid, ledemaat’.
Wij splitsen de lange Griekse zin; εἰς τὸ (eis to) geeft doel of gevolg.
‘Vrucht dragen voor de dood’: tegenover ‘vrucht dragen voor Elohim’ in vers 4.
Zie ook Gal. 5:19–21.
νυνὶ δέ (nuni de), ‘maar nu’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: ook in 7:2; zo vertalen wij overal. ἐν ᾧ κατειχόμεθα (en ho kateichometha), ‘waarin wij vastgehouden werden’: wat ons vasthield, waarschijnlijk de wet. γράμμα (gramma), ‘letter’: het geschrevene; πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’: wij schrijven met een hoofdletter, de Geest van Elohim; het Grieks kan ook ‘geest’ zijn.
‘Nieuwheid’ (καινότης) staat ook in 6:4. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’.
Zie ook 2 Kor. 3:6; Rom. 2:29.
De wet en de zonde
Vanaf dit vers tot en met vers 25 spreekt Paulus met het Griekse woord ‘ik’ (ἐγώ, ego).
Wij laten dat ‘ik’ staan en zeggen er niet bij wie ermee bedoeld wordt.
In de verzen 7–13 staan de werkwoorden in een verleden tijd, vanaf vers 14 in de tegenwoordige tijd. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’.
Aanhaling van Exod. 20:17 en Deut. 5:21 (de laatste van de tien woorden): ‘Je zult niet begeren’.
In ons Hebreeuws volgt in Exod. 20:17 een lange opsomming (het huis van je naaste, zijn vrouw, enzovoort); Paulus noemt alleen het werkwoord zonder voorwerp.
Deze woorden zijn in Exodus en Deuteronomium woorden van Elohim zelf, maar hier haalt Paulus ze aan als wat ‘de wet zei’; daarom staan ze zwart. μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’
Zie ook Exod. 20:17; Deut. 5:21.
ἀφορμή (aforme), ‘aanleiding’: letterlijk een steunpunt of uitvalsbasis van waaruit men iets onderneemt.
De zonde wordt hier als een persoon voorgesteld die van het gebod gebruik maakt. ἐντολή (entole), ‘gebod’: hier het gebod uit vers 7. κατεργάζομαι (katergazomai), ‘tot stand brengen, bewerken’.
‘Zonder wet is de zonde dood’: zonder wet is de zonde onwerkzaam; vergelijk 4:15 en 5:13.
Zie ook Rom. 5:13.
ἀναζάω (anazao), ‘weer tot leven komen’: de zonde, die ‘dood’ was (vers 8), komt tot leven.
Het Grieks heeft ‘ik’ nadrukkelijk (ἐγώ): ‘ik, ik leefde eens zonder wet’.
Het Grieks zegt niet wanneer dat ‘eens’ was.
ἐξαπατάω (exapatao), ‘misleiden, bedriegen’: hetzelfde werkwoord als voor het misleiden van Eva door de slang in 2 Kor. 11:3. ἀποκτείνω (apokteino), ‘doden’.
Zie ook Gen. 3:13; 2 Kor. 11:3.
μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’ φαίνω (faino), ‘zichtbaar worden, verschijnen’.
Het Grieks heeft twee keer ἵνα (hina), ‘opdat’: eerst opdat de zonde zichtbaar wordt, dan opdat zij ‘bovenmate zondig’ wordt (καθ᾽ ὑπερβολὴν ἁμαρτωλός, kath hyperbolen hamartolos).
Wij hebben de zin gesplitst.
De zonde is hier de macht die de wet misbruikt.
De SBLGNT markeert bij ἐγένετο (egeneto) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Willen en doen
πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: van de Geest, afkomstig uit Elohim; zo ook in 1 Kor. 2:13–15. σάρκινος (sarkinos), ‘van vlees’: gemaakt van vlees; dit is een ander woord dan σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’ (zoals in 1 Kor. 3:3). πιπράσκω (piprasko), ‘verkopen’: ‘verkocht onder de zonde’ is: als knecht aan de zonde verkocht.
Vanaf dit vers staat het werkwoord van Paulus in de tegenwoordige tijd.
Zie ook 1 Kor. 3:1–3.
De SBLGNT markeert bij σάρκινος (sarkinos) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
κατεργάζομαι (katergazomai), ‘tot stand brengen, uitwerken’. γινώσκω (ginosko), ‘kennen, begrijpen’: ook ‘erkennen, goedkeuren’.
Het Grieks heeft twee werkwoorden voor ‘doen’: πράσσω (prasso) en ποιέω (poieo); wij vertalen beide met ‘doen’. θέλω (thelo), ‘willen’; μισέω (miseo), ‘haten’.
οἰκέω (oikeo), ‘wonen’: de zonde woont als een huisgenoot in mij.
Het Grieks zegt: ‘niet meer ik … maar de zonde’; wij vertalen zo en zeggen er niet bij hoe dit uit te leggen is.
De SBLGNT markeert bij οἰκοῦσα (oikousa) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
τοῦτ᾽ ἔστιν ἐν τῇ σαρκί μου (tout estin en te sarki mou), ‘dat is in mijn vlees’: Paulus verklaart ‘in mij’ met ‘in mijn vlees’. παράκειμαι (parakeimai), ‘klaarliggen, binnen bereik zijn’.
Het Grieks sluit het vers af met alleen ‘niet’ (οὔ): ‘het tot stand brengen van het goede, niet’.
De SBLGNT markeert bij het slot van het vers (οὔ) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀγαθόν (agathon), ‘goed’; κακόν (kakon), ‘kwaad’.
Het vers herhaalt vers 15.
Het vers herhaalt de gedachte van vers 17.
De SBLGNT markeert bij θέλω (thelo) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Twee wetten
νόμος (nomos), ‘wet’: hier ‘een regel, een wetmatigheid’, die Paulus ‘vindt’; het Grieks heeft het lidwoord (‘de wet’).
Het Grieks laat open of dit de wet van Mozes is of een algemene regel; vers 23 spreekt van ‘een andere wet’.
Wij vertalen ‘de wet’ en laten de zin zo open als het Grieks hem laat.
ἕτερος νόμος (heteros nomos), ‘een andere wet’: een tweede regel, tegenover de wet van het verstand. νοῦς (nous), ‘verstand’: de geest als denkend vermogen. ἀντιστρατεύομαι (antistrateuomai), ‘strijd voeren tegen’; αἰχμαλωτίζω (aichmalotizo), ‘gevangen nemen’: als krijgsgevangene.
De zonde wordt als een heerser voorgesteld, ‘de wet van de zonde’.
De ‘ledematen’ zijn de delen van het lichaam (zie 6:13).
Zie ook Rom. 6:13.
De SBLGNT markeert bij ἐν (en) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ταλαίπωρος (talaiporos), ‘ellendig’: gebroken, uitgeput. ῥύομαι (ryomai), ‘bevrijden, redden uit gevaar’.
‘Het lichaam van deze dood’: het Grieks laat open of ‘dood’ bij ‘lichaam’ hoort (‘dit lichaam van de dood’) of het lichaam zelf dood noemt.
Het vers is een vraag zonder antwoord tot vers 25.
Zie ook Rom. 6:6.
Dank aan Elohim (χάρις τῷ θεῷ, charis to theo): zie 6:17.
Het antwoord op de vraag van vers 24 is: door Yeshua de Messias.
De tweede helft van het vers vat samen: ‘ik zelf’ (αὐτὸς ἐγώ, autos ego) dien met het verstand de wet van Elohim en met het vlees de wet van de zonde.
Hoofdstuk 8 begint met ‘geen veroordeling’.
Zie ook Rom. 8:1–2.
De SBLGNT markeert bij χάρις (charis) aan het begin van het vers een variant.
Wij volgen de SBLGNT.