De genezing bij de vijver en de woorden over de Zoon
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De genezing bij de vijver Betesda
1Hierna was er een feest van de Joden, en Yeshua ging op naar Jeruzalem.
Μετὰ
(Meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
ἦν
(en)
was
ἑορτὴ
(heorte)
feest
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
καὶ
(kai)
en
ἀνέβη
(anebe)
ging op
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἰς
(eis)
naar
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
De tekst zegt niet welk feest het is.
Het Grieks heeft geen lidwoord: ‘een feest van de Joden’.
2In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een vijver, in het Hebreeuws Betesda genoemd, met 5 zuilengangen.
ἔστιν
(estin)
is
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
Ἱεροσολύμοις
(Hierosolymois)
Jeruzalem
ἐπὶ
(epi)
bij
τῇ
(te)
de
προβατικῇ
(probatike)
Schapen-
κολυμβήθρα
(kolymbethra)
vijver
ἡ
(he)
die
ἐπιλεγομένη
(epilegomene)
genoemd
Ἑβραϊστὶ
(Hebraisti)
in het Hebreeuws
Βηθεσδά
(Bethesda)
Betesda
πέντε
(pente)
5
στοὰς
(stoas)
zuilengangen
ἔχουσα
(echousa)
hebbend
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Schaapspoort (ligging onzeker): De Schaapspoort lag in de noordoostelijke muur van Jeruzalem, bij de tempel.
De precieze plaats is niet zeker.
Zie Betesda (vijver): Betesda was een vijver met vijf zuilengangen in Jeruzalem, ten noorden van de tempelberg, bij de Schaapspoort.
Hij wordt gezocht bij de Sint-Annakerk.
Uitleg
Het Grieks heeft ‘bij de schapen-’ (ἐπὶ τῇ προβατικῇ), zonder het woord dat erbij hoort.
Wij vullen ‘poort’ aan, naar de Schaapspoort in Neh. 3:1.
Mogelijk is ook ‘schapenvijver’ bedoeld.
Ἑβραϊστί (Hebraisti), ‘in het Hebreeuws’: het Nieuwe Testament gebruikt dit woord ook voor Aramees. De betekenis van de naam Βηθεσδά (Bethesda) is onzeker.
στοά (stoa), ‘zuilengang’: een overdekte gang met zuilen.
6Toen Yeshua hem zag liggen en wist dat hij al lange tijd zo was, zei Hij tegen hem: „Wil je gezond worden?”
τοῦτον
(touton)
deze
ἰδὼν
(idon)
ziende
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
κατακείμενον
(katakeimenon)
liggend
καὶ
(kai)
en
γνοὺς
(gnous)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
πολὺν
(polyn)
lange
ἤδη
(ede)
al
χρόνον
(chronon)
tijd
ἔχει
(echei)
hij heeft
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Θέλεις
(Theleis)
wil je
ὑγιὴς
(hygies)
gezond
γενέσθαι
(genesthai)
worden
Bron: SBLGNT
7De zieke antwoordde Hem: „Heer, ik heb niemand die mij in de vijver zet wanneer het water in beroering komt. Terwijl ik zelf op weg ben, gaat een ander vóór mij naar beneden.”
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
αὐτῷ
(auto)
Hem
ὁ
(ho)
de
ἀσθενῶν
(asthenon)
zieke
Κύριε
(Kyrie)
Heer
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχω
(echo)
ik heb
ἵνα
(hina)
opdat
ὅταν
(hotan)
wanneer
ταραχθῇ
(tarachthe)
in beroering komt
τὸ
(to)
het
ὕδωρ
(hydor)
water
βάλῃ
(bale)
werpt
με
(me)
mij
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
κολυμβήθραν
(kolymbethran)
vijver
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
welke
δὲ
(de)
maar
ἔρχομαι
(erchomai)
kom
ἐγὼ
(ego)
ik
ἄλλος
(allos)
een ander
πρὸ
(pro)
vóór
ἐμοῦ
(emou)
mij
καταβαίνει
(katabainei)
daalt af
Bron: SBLGNT
Uitleg
κύριε (kyrie), ‘Heer’: zie de Uitleg bij 4:11. ταραχθῇ (tarachthe), ‘in beroering komt’: het water wordt onrustig.
8Yeshua zei tegen hem: „Sta op, neem je bed op en loop.”
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Ἔγειρε
(Egeire)
sta op
ἆρον
(aron)
neem op
τὸν
(ton)
het
κράβαττόν
(krabatton)
bed
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
περιπάτει
(peripatei)
loop
Bron: SBLGNT
Uitleg
κράβαττος (krabattos), ‘bed’: een eenvoudig bed of een mat waarop een zieke werd gedragen.
Bijna dezelfde woorden, ‘Sta op, neem je bed op en loop’, staan in Mark. 2:9 (een andere genezing); zie ook Mark. 2:1–12.
18Daarom probeerden de Joden Hem nog meer te doden. Want Hij brak niet alleen de sabbat, maar noemde ook Elohim Zijn eigen Vader, en maakte Zichzelf gelijk aan Elohim.
διὰ
(dia)
door
τοῦτο
(touto)
dit
οὖν
(oun)
dus
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἐζήτουν
(ezetoun)
zochten
αὐτὸν
(auton)
Hem
οἱ
(hoi)
de
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
ἀποκτεῖναι
(apokteinai)
te doden
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
ἔλυε
(elye)
brak
τὸ
(to)
de
σάββατον
(sabbaton)
sabbat
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
πατέρα
(patera)
Vader
ἴδιον
(idion)
eigen
ἔλεγε
(elege)
noemde
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ἴσον
(ison)
gelijk
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
ποιῶν
(poion)
makend
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἔλυε (elye), ‘brak’: letterlijk ‘maakte los’; het sabbatsgebod werd volgens hen niet gehouden.
Het Grieks heeft πατέρα ἴδιον (patera idion), ‘Zijn eigen Vader’. ἴσος (isos), ‘gelijk’.
De Zoon geeft leven en oordeelt
19Daarop antwoordde Yeshua en zei tegen hen: „Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie: de Zoon kan niets uit Zichzelf doen, tenzij Hij de Vader iets ziet doen. Want wat de Vader ook doet, dat doet ook de Zoon evenzo.
Ἀπεκρίνατο
(Apekrinato)
antwoordde
οὖν
(oun)
dus
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
ποιεῖν
(poiein)
doen
ἀφ’
(aph’)
uit
ἑαυτοῦ
(heautou)
Zichzelf
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἐὰν
(ean)
als
μή
(me)
niet
τι
(ti)
iets
βλέπῃ
(blepe)
Hij ziet
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
ποιοῦντα
(poiounta)
doend
ἃ
(ha)
wat
γὰρ
(gar)
want
ἂν
(an)
ooit
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Die
ποιῇ
(poie)
doet
ταῦτα
(tauta)
dit
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
ποιεῖ
(poiei)
doet
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀμὴν ἀμήν (amen amen), ‘voorwaar, voorwaar’: zie de Uitleg bij 1:51.
‘Jullie’ (ὑμῖν) is meervoud.
ὁ υἱός (ho huios), ‘de Zoon’: Yeshua spreekt over Zichzelf en over Elohim als Vader.
20Want de Vader heeft de Zoon lief en laat Hem alles zien wat Hij zelf doet. Hij zal Hem grotere werken dan deze laten zien, zodat jullie je verbazen.
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
πατὴρ
(pater)
Vader
φιλεῖ
(philei)
heeft lief
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alles
δείκνυσιν
(deiknysin)
toont
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἃ
(ha)
wat
αὐτὸς
(autos)
Hij zelf
ποιεῖ
(poiei)
doet
καὶ
(kai)
en
μείζονα
(meizona)
grotere
τούτων
(touton)
dan deze
δείξει
(deixei)
zal tonen
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἔργα
(erga)
werken
ἵνα
(hina)
opdat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
θαυμάζητε
(thaumazete)
jullie verbazen
Bron: SBLGNT
Uitleg
φιλέω (phileo), ‘liefhebben’, staat hier waar 3:35 ἀγαπάω (agapao) heeft.
Wij vertalen beide met ‘liefhebben’.
21Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil.
ὥσπερ
(hosper)
zoals
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἐγείρει
(egeirei)
wekt op
τοὺς
(tous)
de
νεκροὺς
(nekrous)
doden
καὶ
(kai)
en
ζῳοποιεῖ
(zoopoiei)
maakt levend
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
οὓς
(hous)
wie
θέλει
(thelei)
Hij wil
ζῳοποιεῖ
(zoopoiei)
maakt levend
Bron: SBLGNT
22Want de Vader oordeelt ook niemand, maar Hij heeft het hele oordeel aan de Zoon gegeven,
οὐδὲ
(oude)
ook niet
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
κρίνει
(krinei)
oordeelt
οὐδένα
(oudena)
niemand
ἀλλὰ
(alla)
maar
τὴν
(ten)
het
κρίσιν
(krisin)
oordeel
πᾶσαν
(pasan)
geheel
δέδωκεν
(dedoken)
heeft gegeven
τῷ
(to)
aan de
υἱῷ
(huio)
Zoon
Bron: SBLGNT
23opdat allen de Zoon eren, zoals zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet, die Hem gestuurd heeft.
ἵνα
(hina)
opdat
πάντες
(pantes)
allen
τιμῶσι
(timosi)
eren
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
καθὼς
(kathos)
zoals
τιμῶσι
(timosi)
zij eren
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
ὁ
(ho)
de
μὴ
(me)
niet
τιμῶν
(timon)
eren
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
οὐ
(ou)
niet
τιμᾷ
(tima)
eert
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
τὸν
(ton)
de
πέμψαντα
(pempsanta)
gestuurd hebbende
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
24Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie: wie Mijn woord hoort en Hem gelooft die Mij gestuurd heeft, heeft eeuwig leven. En hij komt niet in het oordeel, maar is overgegaan uit de dood in het leven.
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
μου
(mou)
Mijn
ἀκούων
(akouon)
horend
καὶ
(kai)
en
πιστεύων
(pisteuon)
gelovend
τῷ
(to)
aan de
πέμψαντί
(pempsanti)
gestuurd hebbende
με
(me)
Mij
ἔχει
(echei)
heeft
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
in
κρίσιν
(krisin)
oordeel
οὐκ
(ouk)
niet
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ἀλλὰ
(alla)
maar
μεταβέβηκεν
(metabebeken)
is overgegaan
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θανάτου
(thanatou)
dood
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
ζωήν
(zoen)
leven
Bron: SBLGNT
25Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie: er komt een uur, en het is er nu al, dat de doden de stem van de Zoon van Elohim zullen horen. Wie haar gehoord hebben, zullen leven.
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ὥρα
(hora)
uur
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
ἐστιν
(estin)
is
ὅτε
(hote)
wanneer
οἱ
(hoi)
de
νεκροὶ
(nekroi)
doden
ἀκούσουσιν
(akousousin)
zullen horen
τῆς
(tes)
de
φωνῆς
(phones)
stem
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbenden
ζήσουσιν
(zesousin)
zullen leven
Bron: SBLGNT
26Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook aan de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf.
ὥσπερ
(hosper)
zoals
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἔχει
(echei)
heeft
ζωὴν
(zoen)
leven
ἐν
(en)
in
ἑαυτῷ
(heauto)
Zichzelf
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
τῷ
(to)
aan de
υἱῷ
(huio)
Zoon
ἔδωκεν
(edoken)
gaf Hij
ζωὴν
(zoen)
leven
ἔχειν
(echein)
te hebben
ἐν
(en)
in
ἑαυτῷ
(heauto)
Zichzelf
Bron: SBLGNT
27En Hij heeft Hem gezag gegeven om oordeel te vellen, omdat Hij de Mensenzoon is.
καὶ
(kai)
en
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἔδωκεν
(edoken)
gaf Hij
αὐτῷ
(auto)
Hem
κρίσιν
(krisin)
oordeel
ποιεῖν
(poiein)
te vellen
ὅτι
(hoti)
omdat
υἱὸς
(huios)
Zoon
ἀνθρώπου
(anthropou)
van mens
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft υἱὸς ἀνθρώπου (huios anthropou) zonder lidwoorden, zoals in Dan. 7:13 (‘iemand als een mensenzoon’).
Wij vertalen ‘de Mensenzoon’, zoals elders; zie de Uitleg bij 1:51.
28Verbaas jullie hierover niet: er komt een uur waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen,
μὴ
(me)
niet
θαυμάζετε
(thaumazete)
verbaas jullie
τοῦτο
(touto)
hierover
ὅτι
(hoti)
dat
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ὥρα
(hora)
uur
ἐν
(en)
in
ᾗ
(he)
welk
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
de
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
μνημείοις
(mnemeiois)
graven
ἀκούσουσιν
(akousousin)
zullen horen
τῆς
(tes)
de
φωνῆς
(phones)
stem
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
29en zij zullen naar buiten komen: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, en zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ten oordeel.
καὶ
(kai)
en
ἐκπορεύσονται
(ekporeusontai)
zullen uitgaan
οἱ
(hoi)
de
τὰ
(ta)
het
ἀγαθὰ
(agatha)
goede
ποιήσαντες
(poiesantes)
gedaan hebbenden
εἰς
(eis)
tot
ἀνάστασιν
(anastasin)
opstanding
ζωῆς
(zoes)
van leven
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
τὰ
(ta)
het
φαῦλα
(phaula)
kwade
πράξαντες
(praxantes)
gedaan hebbenden
εἰς
(eis)
tot
ἀνάστασιν
(anastasin)
opstanding
κρίσεως
(kriseos)
van oordeel
Bron: SBLGNT
Uitleg
Vergelijk Dan. 12:2: ‘Velen van hen die slapen in de stofgrond zullen ontwaken: dezen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwige afschuw.’ ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’.
30Ik kan niets uit Mijzelf doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik. Mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn eigen wil, maar de wil van Hem die Mij gestuurd heeft.
Οὐ
(Ou)
niet
δύναμαι
(dynamai)
kan
ἐγὼ
(ego)
Ik
ποιεῖν
(poiein)
doen
ἀπ’
(ap’)
uit
ἐμαυτοῦ
(emautou)
Mijzelf
οὐδέν
(ouden)
niets
καθὼς
(kathos)
zoals
ἀκούω
(akouo)
Ik hoor
κρίνω
(krino)
Ik oordeel
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
κρίσις
(krisis)
oordeel
ἡ
(he)
het
ἐμὴ
(eme)
Mijne
δικαία
(dikaia)
rechtvaardig
ἐστίν
(estin)
is
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐ
(ou)
niet
ζητῶ
(zeto)
Ik zoek
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
τὸ
(to)
de
ἐμὸν
(emon)
Mijne
ἀλλὰ
(alla)
maar
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
τοῦ
(tou)
van de
πέμψαντός
(pempsantos)
gestuurd hebbende
με
(me)
Mij
Bron: SBLGNT
De getuigen voor Yeshua
31Als Ik over Mijzelf getuig, is Mijn getuigenis niet waar.
Ἐὰν
(Ean)
als
ἐγὼ
(ego)
Ik
μαρτυρῶ
(martyro)
getuig
περὶ
(peri)
over
ἐμαυτοῦ
(emautou)
Mijzelf
ἡ
(he)
het
μαρτυρία
(martyria)
getuigenis
μου
(mou)
Mijn
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἀληθής
(alethes)
waar
Bron: SBLGNT
Uitleg
Vergelijk Deut. 19:15: één getuige is niet genoeg; op het woord van twee of drie getuigen staat de zaak vast.
33Jullie hebben mensen naar Johannes gezonden, en hij heeft van de waarheid getuigd.
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἀπεστάλκατε
(apestalkate)
hebben gezonden
πρὸς
(pros)
naar
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
καὶ
(kai)
en
μεμαρτύρηκε
(memartyreke)
heeft getuigd
τῇ
(te)
aan de
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg
Zie 1:19–34 voor het getuigenis van Johannes.
Het voorwerp ‘mensen’ vullen wij aan; het Grieks heeft alleen ‘jullie hebben naar Johannes gezonden’.
34Maar Ik neem het getuigenis niet van een mens aan. Ik zeg dit, zodat jullie gered worden.
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
οὐ
(ou)
niet
παρὰ
(para)
van
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
λαμβάνω
(lambano)
neem aan
ἀλλὰ
(alla)
maar
ταῦτα
(tauta)
dit
λέγω
(lego)
Ik zeg
ἵνα
(hina)
opdat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
σωθῆτε
(sothete)
gered worden
Bron: SBLGNT
35Johannes was de lamp die brandde en scheen. Jullie wilden een korte tijd juichen in zijn licht.
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Die
ἦν
(en)
was
ὁ
(ho)
de
λύχνος
(lychnos)
lamp
ὁ
(ho)
de
καιόμενος
(kaiomenos)
brandende
καὶ
(kai)
en
φαίνων
(phainon)
schijnende
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
maar
ἠθελήσατε
(ethelesate)
wilden
ἀγαλλιαθῆναι
(agalliathenai)
juichen
πρὸς
(pros)
voor
ὥραν
(horan)
uur
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
φωτὶ
(photi)
licht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
λύχνος (lychnos), ‘lamp’: een olielamp. πρὸς ὥραν (pros horan) is letterlijk ‘voor een uur’: voor een korte tijd. ἀγαλλιάομαι (agalliaomai), ‘juichen’.
Het Grieks heeft ἐκεῖνος (ekeinos), ‘die’; voor de duidelijkheid schrijven wij ‘Johannes’.
36Maar Ik heb een getuigenis dat groter is dan dat van Johannes. Want de werken die de Vader Mij gegeven heeft om ze te voltooien, juist die werken die Ik doe, getuigen over Mij. Zij getuigen dat de Vader Mij gezonden heeft.
ἐγὼ
(ego)
Ik
δὲ
(de)
maar
ἔχω
(echo)
heb
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
μείζω
(meizo)
groter
τοῦ
(tou)
dan dat van
Ἰωάννου
(Ioannou)
Johannes
τὰ
(ta)
de
γὰρ
(gar)
want
ἔργα
(erga)
werken
ἃ
(ha)
die
δέδωκέν
(dedoken)
heeft gegeven
μοι
(moi)
Mij
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἵνα
(hina)
opdat
τελειώσω
(teleioso)
Ik voltooi
αὐτά
(auta)
ze
αὐτὰ
(auta)
juist
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
ἃ
(ha)
die
ποιῶ
(poio)
Ik doe
μαρτυρεῖ
(martyrei)
getuigen
περὶ
(peri)
over
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
με
(me)
Mij
ἀπέσταλκεν
(apestalken)
heeft gezonden
Bron: SBLGNT
37En de Vader die Mij gestuurd heeft, Die heeft over Mij getuigd. Jullie hebben nooit Zijn stem gehoord en nooit Zijn gedaante gezien,
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πέμψας
(pempsas)
gestuurd hebbende
με
(me)
Mij
πατὴρ
(pater)
Vader
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Die
μεμαρτύρηκεν
(memartyreken)
heeft getuigd
περὶ
(peri)
over
ἐμοῦ
(emou)
Mij
οὔτε
(oute)
noch
φωνὴν
(phonen)
stem
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
πώποτε
(popote)
ooit
ἀκηκόατε
(akekoate)
jullie hebben gehoord
οὔτε
(oute)
noch
εἶδος
(eidos)
gedaante
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἑωράκατε
(heorakate)
jullie hebben gezien
Bron: SBLGNT
Uitleg
Vergelijk Deut. 4:12: Israël hoorde een stem, maar zag geen gedaante. εἶδος (eidos), ‘gedaante’.
38en Zijn woord blijft niet in jullie, want jullie geloven Hem niet die Hij gezonden heeft.
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μένοντα
(menonta)
blijvend
ὅτι
(hoti)
omdat
ὃν
(hon)
wie
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
zond
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Die
τούτῳ
(touto)
aan Hem
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
οὐ
(ou)
niet
πιστεύετε
(pisteuete)
geloven
Bron: SBLGNT
39Jullie onderzoeken de Schriften, omdat jullie denken daarin eeuwig leven te hebben. En juist die getuigen over Mij.
Ἐραυνᾶτε
(Eraunate)
onderzoeken
τὰς
(tas)
de
γραφάς
(graphas)
Schriften
ὅτι
(hoti)
omdat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δοκεῖτε
(dokeite)
denken
ἐν
(en)
in
αὐταῖς
(autais)
hen
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
ἔχειν
(echein)
te hebben
καὶ
(kai)
en
ἐκεῖναί
(ekeinai)
die
εἰσιν
(eisin)
zijn
αἱ
(hai)
de
μαρτυροῦσαι
(martyrousai)
getuigende
περὶ
(peri)
over
ἐμοῦ
(emou)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg
γραφαί (graphai), ‘Schriften’: de heilige geschriften van Israël.
Ἐραυνᾶτε (eraunate), ‘jullie onderzoeken’: de vorm kan ook een bevel zijn, ‘onderzoek de Schriften’. Wij lezen een vaststelling, omdat het vers verdergaat met ‘omdat jullie denken’.
40En jullie willen niet naar Mij toe komen om leven te hebben.
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
θέλετε
(thelete)
jullie willen
ἐλθεῖν
(elthein)
komen
πρός
(pros)
tot
με
(me)
Mij
ἵνα
(hina)
opdat
ζωὴν
(zoen)
leven
ἔχητε
(echete)
jullie hebben
Bron: SBLGNT
41Eer van mensen neem Ik niet aan.
δόξαν
(doxan)
eer
παρὰ
(para)
van
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
οὐ
(ou)
niet
λαμβάνω
(lambano)
neem aan
Bron: SBLGNT
Uitleg
δόξα (doxa) is elders ‘heerlijkheid’ (zie 2:11).
Waar het om waardering door mensen gaat, vertalen wij het met ‘eer’ (ook in 5:44, 9:24 en 12:43).
42Maar Ik ken jullie: jullie hebben de liefde van Elohim niet in jullie.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἔγνωκα
(egnoka)
Ik heb leren kennen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
τὴν
(ten)
de
ἀγάπην
(agapen)
liefde
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
ἐν
(en)
in
ἑαυτοῖς
(heautois)
jullie zelf
Bron: SBLGNT
43Ik ben gekomen in de naam van Mijn Vader, en jullie nemen Mij niet aan. Als een ander komt in zijn eigen naam, die zullen jullie aannemen.
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐλήλυθα
(elelytha)
ben gekomen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
λαμβάνετέ
(lambanete)
jullie nemen aan
με
(me)
Mij
ἐὰν
(ean)
als
ἄλλος
(allos)
een ander
ἔλθῃ
(elthe)
komt
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τῷ
(to)
de
ἰδίῳ
(idio)
eigen
ἐκεῖνον
(ekeinon)
die
λήμψεσθε
(lempsesthe)
zullen jullie aannemen
Bron: SBLGNT
44Hoe kunnen jullie geloven, als jullie eer van elkaar aannemen en de eer die van de enige Elohim komt, niet zoeken?
πῶς
(pos)
hoe
δύνασθε
(dynasthe)
jullie kunnen
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
πιστεῦσαι
(pisteusai)
geloven
δόξαν
(doxan)
eer
παρ’
(par’)
van
ἀλλήλων
(allelon)
elkaar
λαμβάνοντες
(lambanontes)
aannemend
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
δόξαν
(doxan)
eer
τὴν
(ten)
de
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
μόνου
(monou)
enige
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὐ
(ou)
niet
ζητεῖτε
(zeteite)
jullie zoeken
Bron: SBLGNT
Mozes klaagt jullie aan
45Denk niet dat Ik jullie bij de Vader zal aanklagen. Er is iemand die jullie aanklaagt: Mozes, op wie jullie hopen.
μὴ
(me)
niet
δοκεῖτε
(dokeite)
denk
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγὼ
(ego)
Ik
κατηγορήσω
(kategoreso)
zal aanklagen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πρὸς
(pros)
bij
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
ἔστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
κατηγορῶν
(kategoron)
aanklagende
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
εἰς
(eis)
op
ὃν
(hon)
wie
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἠλπίκατε
(elpikate)
hopen
Bron: SBLGNT
Uitleg
κατηγορέω (kategoreo), ‘aanklagen’: voor het gerecht beschuldigen. ἠλπίκατε (elpikate), ‘jullie hopen’, is een voltooide tijd: jullie hebben jullie hoop op hem gevestigd.
46Want als jullie Mozes geloofden, zouden jullie Mij geloven, want over Mij heeft hij geschreven.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ἐπιστεύετε
(episteuete)
jullie geloofden
Μωϋσεῖ
(Moysei)
Mozes
ἐπιστεύετε
(episteuete)
zouden jullie geloven
ἂν
(an)
dan
ἐμοί
(emoi)
Mij
περὶ
(peri)
over
γὰρ
(gar)
want
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἐκεῖνος
(ekeinos)
die
ἔγραψεν
(egrapsen)
schreef
Bron: SBLGNT
Uitleg
Welke tekst Mozes over Yeshua schreef, noemt het vers niet.