Openbaring 14
De 144.000, de drie engelen en de oogst van de aarde
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het Lam en de 144.000 op de berg Sion
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem.
Sion: zie Ps. 2:6 (‘Mijn heilige berg’).
Het getal 144.000 staat ook in 7:4 en 14:3. ἔχουσαι (echousai), ‘hebbend’, is vrouwelijk meervoud en sluit aan bij χιλιάδες (chiliades), ‘duizendtallen’.
De naam op het voorhoofd: zie 7:3 en 22:4.
De SBLGNT markeert bij ἑστός (hestos), ‘staand’, en bij αὐτοῦ (autou), ‘Zijn’, een variant.
De stem als van vele wateren: zie ook 1:15.
De lieren (κιθάραι, kitharai): zie ook 5:8.
παρθένοι (parthenoi), ‘maagden’, staat hier in de mannelijke vorm.
De tekst zegt niet of ‘niet met vrouwen bevlekt zijn’ letterlijk of overdrachtelijk bedoeld is; wij vertalen wat er staat. ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’.
De SBLGNT markeert bij het eerste en het tweede οὗτοι (houtoi), ‘dezen’, en bij ὑπάγῃ (hypage), ‘hij gaat’, een variant.
Zie Zef. 3:13. ἄμωμος (amomos), ‘onberispelijk’: zonder gebrek.
De SBLGNT markeert de woorden ἐν τῷ στόματι αὐτῶν οὐχ εὑρέθη (en to stomati auton ouch heurethe), ‘in hun mond is niet gevonden’, en bij ἄμωμοί (amomoi), ‘onberispelijk’, een variant.
De eerste engel: de eeuwige goede boodschap
μεσουράνημα (mesouranema), ‘midden van de hemel’: zie ook 8:13. εὐαγγέλιον αἰώνιον (euangelion aionion), ‘eeuwige goede boodschap’; εὐαγγελίσαι (euangelisai), ‘de goede boodschap verkondigen’. καθημένους (kathemenous) is letterlijk ‘zittende’; wij vertalen ‘die wonen’, zoals in Luc. 21:35.
De opsomming staat hier in de volgorde natie, stam, taal, volk; zie ook 13:7.
De SBLGNT markeert bij ἄλλον (allon), ‘een andere’, en bij ἐπί (epi), ‘aan’, een variant.
Zie Exod. 20:11 en Openb. 10:6 voor Hem die de hemel, de aarde en de zee gemaakt heeft. κρίσις (krisis), ‘oordeel’.
De SBLGNT markeert bij θεόν (theon), ‘Elohim’, bij de woorden τῷ ποιήσαντι (to poiesanti), ‘voor Hem die gemaakt heeft’, en bij καί (kai), ‘en’, voor ‘zee’, een variant.
De tweede engel: Babylon is gevallen
Zie Jes. 21:9 en Jer. 51:7.
Babylon de grote: zie ook 16:19; 17:5; 18:2.
De tekst zegt hier niet wie of wat Babylon is. θυμός (thymos), ‘woede’; πορνεία (porneia), ‘hoererij’.
Of ‘de woede van haar hoererij’ de woede is die uit haar hoererij voortkomt of die zij bij anderen opwekt, laat het Grieks open.
De SBLGNT markeert bij de woorden δεύτερος ἄγγελος (deuteros angelos), ‘tweede engel’, bij ἔπεσεν (epesen), ‘gevallen is’, en bij ἥ (he), ‘die’, een variant.
De derde engel: de waarschuwing
Voor het beest, het beeld en het merkteken: zie 13:15–17.
De zin loopt door in vers 10 en 11.
θυμός (thymos), ‘woede’, en ὀργή (orge), ‘toorn’. κεκερασμένου ἀκράτου (kekerasmenou akratou) zijn twee woorden die tegenover elkaar lijken te staan: κεράννυμι (kerannymi) is ‘mengen’, ἄκρατος (akratos) is ‘ongemengd’.
Wij vertalen ‘onverdund ingeschonken’.
Zie Ps. 75:9; Jes. 51:17; Jer. 51:7. βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’: zie ook 9:5.
Vuur en zwavel: zie Gen. 19:24.
De SBLGNT markeert de woorden ἀγγέλων ἁγίων (angelon hagion), ‘heilige engelen’, als variant.
De volharding van de heiligen
ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’: zie ook 13:10. τηρέω (tereo), ‘onderhouden’: de geboden van Elohim, zoals in 12:17. πίστιν Ἰησοῦ (pistin Iesou) heeft een tweede naamval: dat kan ‘het geloof in Yeshua’ zijn of ‘het geloof van Yeshua’.
Wij vertalen ‘in’.
μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: een van de zaligsprekingen van dit boek; zie ook 1:3 en 22:7. ἀπ’ ἄρτι (ap arti), ‘vanaf nu’, kan bij ‘sterven’ horen of bij ‘gelukkig’; wij houden de woordvolgorde van het Grieks aan. ἵνα (hina), ‘opdat’, staat hier met een toekomende tijd. κόπος (kopos), ‘zwoegen’: vermoeiende arbeid. ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’, komt ook in de brieven voor, bijvoorbeeld 1 Kor. 15:58.
De stem uit de hemel is zwart: de tekst noemt niet wie spreekt.
Na ‘Ja’ zegt de tekst zelf dat de Geest spreekt; zijn woorden staan rood, zoals elders in het Nieuwe Testament waar de Heilige Geest in directe rede spreekt (bijvoorbeeld Hand. 13:2; 28:26).
In 22:17 spreekt de Geest samen met de bruid; daar blijven de woorden zwart.
De SBLGNT markeert bij de woorden ναί, λέγει (nai, legei), ‘ja, zegt’, bij ἀναπαήσονται (anapaesontai), ‘zullen rusten’, en bij γάρ (gar), ‘want’, een variant.
De oogst van de aarde
Zie Dan. 7:13 en Openb. 1:13: ὅμοιον υἱὸν ἀνθρώπου (homoion huion anthropou), ‘iemand als een mensenzoon’. στέφανος (stephanos), ‘kroon’. δρέπανον (drepanon), ‘sikkel’.
De SBLGNT markeert bij υἱόν (huion), ‘zoon’, een variant.
ναός (naos), ‘heiligdom’. πέμπω (pempo), ‘zenden’: de engel zegt letterlijk ‘zend uw sikkel’.
Zie Joël 4:13 (NL 3:13). ἐξηράνθη (exeranthe), ‘is verdord’: het werkwoord betekent ‘droog worden, verdorren’.
Wij vertalen letterlijk.
ἔβαλεν (ebalen), ‘wierp’. ἐθερίσθη (etheristhe), ‘werd gemaaid’.
De SBLGNT markeert de woorden τῆς νεφέλης (tes nepheles), ‘de wolk’, als variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De wijnoogst
Het Grieks heeft in het begin van het vers geen werkwoord; wij vullen ‘kwam’ aan, naar vers 15 en 17. θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’: zie ook 6:9; 8:3. βότρυς (botrys), ‘tros’; ἤκμασαν (ekmasan), ‘zijn rijp’.
De SBLGNT markeert bij ἄγγελος (angelos), ‘engel’, bij ὁ (ho), ‘degene die’, en bij φωνῇ (phone), ‘met stem’, een variant.
ληνός (lenos), ‘perskuip’: zie Jes. 63:1–6 en Joël 4:13 (NL 3:13).
Het Grieks heeft geen voorwerp bij het tweede ‘wierp’; wij vullen ‘het’ aan. τὸν μέγαν (ton megan), ‘de grote’, staat achter ‘Elohim’; wij laten dat zo staan.
ἐπατήθη (epatethe), ‘werd getreden’: zie Jes. 63:3.
De tekst zegt niet welke stad bedoeld is. σταδίων (stadion): een stadie is een lengtemaat van ongeveer 185 meter; 1600 stadiën zijn dan ongeveer 300 kilometer (een benadering).