Elohim Bijbel

Openbaring 14

12345678910111213141516171819202122

De 144.000, de drie engelen en de oogst van de aarde

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het Lam en de 144.000 op de berg Sion

1En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en met Hem 144.000, die Zijn naam en de naam van Zijn Vader op hun voorhoofd geschreven hebben.
Καὶ
(Kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
τὸ
(to)
het
ἀρνίον
(arnion)
Lam
ἑστὸς
(hestos)
staand
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
de
ὄρος
(oros)
berg
Σιών
(Sion)
Sion
καὶ
(kai)
en
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ἑκατὸν
(hekaton)
honderd
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
veertig
τέσσαρες
(tessares)
vier
χιλιάδες
(chiliades)
duizend
ἔχουσαι
(echousai)
hebbend
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
Vader
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
γεγραμμένον
(gegrammenon)
geschreven
ἐπὶ
(epi)
op
τῶν
(ton)
de
μετώπων
(metopon)
voorhoofden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem.

Uitleg

Sion: zie Ps. 2:6 (‘Mijn heilige berg’).

Het getal 144.000 staat ook in 7:4 en 14:3. ἔχουσαι (echousai), ‘hebbend’, is vrouwelijk meervoud en sluit aan bij χιλιάδες (chiliades), ‘duizendtallen’.

De naam op het voorhoofd: zie 7:3 en 22:4.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἑστός (hestos), ‘staand’, en bij αὐτοῦ (autou), ‘Zijn’, een variant.

Zie ookPs 2:6
2En ik hoorde een stem uit de hemel, als de stem van vele wateren en als de stem van een grote donder. De stem die ik hoorde, was als van lierspelers die op hun lieren spelen.
καὶ
(kai)
en
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
φωνὴν
(phonen)
stem
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ὡς
(hos)
als
φωνὴν
(phonen)
stem
ὑδάτων
(hydaton)
van wateren
πολλῶν
(pollon)
vele
καὶ
(kai)
en
ὡς
(hos)
als
φωνὴν
(phonen)
stem
βροντῆς
(brontes)
van donder
μεγάλης
(megales)
grote
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
φωνὴ
(phone)
stem
ἣν
(hen)
die
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
ὡς
(hos)
als
κιθαρῳδῶν
(kitharodon)
van lierspelers
κιθαριζόντων
(kitharizonton)
spelend
ἐν
(en)
op
ταῖς
(tais)
de
κιθάραις
(kitharais)
lieren
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

De stem als van vele wateren: zie ook 1:15.

De lieren (κιθάραι, kitharai): zie ook 5:8.

3En zij zingen als een nieuw lied voor de troon en voor de vier levende wezens en de ouderen. En niemand kon het lied leren, behalve de 144.000, die van de aarde gekocht zijn.
καὶ
(kai)
en
ᾄδουσιν
(adousin)
zingen
ὡς
(hos)
als
ᾠδὴν
(oden)
lied
καινὴν
(kainen)
nieuw
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
καὶ
(kai)
en
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τῶν
(ton)
de
τεσσάρων
(tessaron)
vier
ζῴων
(zoon)
levende wezens
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
πρεσβυτέρων
(presbyteron)
ouderen
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἐδύνατο
(edynato)
kon
μαθεῖν
(mathein)
leren
τὴν
(ten)
het
ᾠδὴν
(oden)
lied
εἰ
(ei)
tenzij
μὴ
(me)
niet
αἱ
(hai)
de
ἑκατὸν
(hekaton)
honderd
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
veertig
τέσσαρες
(tessares)
vier
χιλιάδες
(chiliades)
duizend
οἱ
(hoi)
die
ἠγορασμένοι
(egorasmenoi)
gekocht zijn
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ᾠδὴ καινή (ode kaine), ‘nieuw lied’: zie Ps. 40:4 en Openb. 5:9. ἠγορασμένοι (egorasmenoi), ‘gekocht’: zie ook 5:9.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὡς (hos), ‘als’, een variant.

4Dit zijn zij die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dit zijn zij die het Lam volgen, waarheen Hij ook gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eersteling voor Elohim en het Lam.
οὗτοί
(houtoi)
dezen
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἳ
(hoi)
die
μετὰ
(meta)
met
γυναικῶν
(gynaikon)
vrouwen
οὐκ
(ouk)
niet
ἐμολύνθησαν
(emolynthesan)
werden bevlekt
παρθένοι
(parthenoi)
maagden
γάρ
(gar)
want
εἰσιν
(eisin)
zijn
οὗτοι
(houtoi)
dezen
οἱ
(hoi)
die
ἀκολουθοῦντες
(akolouthountes)
volgen
τῷ
(to)
het
ἀρνίῳ
(arnio)
Lam
ὅπου
(hopou)
waarheen
ἂν
(an)
ook
ὑπάγῃ
(hypage)
gaat
οὗτοι
(houtoi)
dezen
ἠγοράσθησαν
(egorasthesan)
werden gekocht
ἀπὸ
(apo)
uit
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἀπαρχὴ
(aparche)
eersteling
τῷ
(to)
voor de
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
voor het
ἀρνίῳ
(arnio)
Lam
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρθένοι (parthenoi), ‘maagden’, staat hier in de mannelijke vorm.

De tekst zegt niet of ‘niet met vrouwen bevlekt zijn’ letterlijk of overdrachtelijk bedoeld is; wij vertalen wat er staat. ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij het eerste en het tweede οὗτοι (houtoi), ‘dezen’, en bij ὑπάγῃ (hypage), ‘hij gaat’, een variant.

5In hun mond is geen leugen gevonden. Zij zijn onberispelijk.
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
στόματι
(stomati)
mond
αὐτῶν
(auton)
hun
οὐχ
(ouch)
niet
εὑρέθη
(heurethe)
werd gevonden
ψεῦδος
(pseudos)
leugen
ἄμωμοί
(amomoi)
onberispelijk
εἰσιν
(eisin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie Zef. 3:13. ἄμωμος (amomos), ‘onberispelijk’: zonder gebrek.

Lezing

De SBLGNT markeert de woorden ἐν τῷ στόματι αὐτῶν οὐχ εὑρέθη (en to stomati auton ouch heurethe), ‘in hun mond is niet gevonden’, en bij ἄμωμοί (amomoi), ‘onberispelijk’, een variant.

Zie ookSef 3:13

De eerste engel: de eeuwige goede boodschap

6En ik zag een andere engel vliegen in het midden van de hemel. Hij had een eeuwige goede boodschap om te verkondigen aan hen die op de aarde wonen en aan elke natie, stam, taal en volk.
Καὶ
(Kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
ἄλλον
(allon)
een andere
ἄγγελον
(angelon)
engel
πετόμενον
(petomenon)
vliegend
ἐν
(en)
in
μεσουρανήματι
(mesouranemati)
midden van de hemel
ἔχοντα
(echonta)
hebbend
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
αἰώνιον
(aionion)
eeuwige
εὐαγγελίσαι
(euangelisai)
om te verkondigen
ἐπὶ
(epi)
aan
τοὺς
(tous)
hen die
καθημένους
(kathemenous)
zitten
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
aan
πᾶν
(pan)
elke
ἔθνος
(ethnos)
natie
καὶ
(kai)
en
φυλὴν
(phylen)
stam
καὶ
(kai)
en
γλῶσσαν
(glossan)
taal
καὶ
(kai)
en
λαόν
(laon)
volk
Bron: SBLGNT
Uitleg

μεσουράνημα (mesouranema), ‘midden van de hemel’: zie ook 8:13. εὐαγγέλιον αἰώνιον (euangelion aionion), ‘eeuwige goede boodschap’; εὐαγγελίσαι (euangelisai), ‘de goede boodschap verkondigen’. καθημένους (kathemenous) is letterlijk ‘zittende’; wij vertalen ‘die wonen’, zoals in Luc. 21:35.

De opsomming staat hier in de volgorde natie, stam, taal, volk; zie ook 13:7.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἄλλον (allon), ‘een andere’, en bij ἐπί (epi), ‘aan’, een variant.

Zie ookLuc 21:35
7Met luide stem zei hij: „Vrees Elohim en geef Hem heerlijkheid, want het uur van Zijn oordeel is gekomen. Buig u neer voor Hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.”
λέγων
(legon)
zeggend
ἐν
(en)
met
φωνῇ
(phone)
stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
Φοβήθητε
(Phobethete)
vrees
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
δότε
(dote)
geef
αὐτῷ
(auto)
Hem
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
ὅτι
(hoti)
omdat
ἦλθεν
(elthen)
is gekomen
ἡ
(he)
het
ὥρα
(hora)
uur
τῆς
(tes)
van het
κρίσεως
(kriseos)
oordeel
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
προσκυνήσατε
(proskynesate)
buig u neer
τῷ
(to)
voor Hem
ποιήσαντι
(poiesanti)
die gemaakt heeft
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
θάλασσαν
(thalassan)
zee
καὶ
(kai)
en
πηγὰς
(pegas)
bronnen
ὑδάτων
(hydaton)
van water
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie Exod. 20:11 en Openb. 10:6 voor Hem die de hemel, de aarde en de zee gemaakt heeft. κρίσις (krisis), ‘oordeel’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij θεόν (theon), ‘Elohim’, bij de woorden τῷ ποιήσαντι (to poiesanti), ‘voor Hem die gemaakt heeft’, en bij καί (kai), ‘en’, voor ‘zee’, een variant.

De tweede engel: Babylon is gevallen

8Een andere, tweede engel volgde en zei: „Gevallen, gevallen is Babylon, de grote, die alle naties heeft laten drinken van de wijn van de woede van haar hoererij.”
Καὶ
(Kai)
en
ἄλλος
(allos)
een andere
δεύτερος
(deuteros)
tweede
ἄγγελος
(angelos)
engel
ἠκολούθησεν
(ekolouthesen)
volgde
λέγων
(legon)
zeggend
Ἔπεσεν
(Epesen)
gevallen
ἔπεσεν
(epesen)
is gevallen
Βαβυλὼν
(Babylon)
Babylon
ἡ
(he)
de
μεγάλη
(megale)
grote
ἣ
(he)
die
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οἴνου
(oinou)
wijn
τοῦ
(tou)
van de
θυμοῦ
(thymou)
woede
τῆς
(tes)
van de
πορνείας
(porneias)
hoererij
αὐτῆς
(autes)
haar
πεπότικεν
(pepotiken)
heeft laten drinken
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
naties
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie Jes. 21:9 en Jer. 51:7.

Babylon de grote: zie ook 16:19; 17:5; 18:2.

De tekst zegt hier niet wie of wat Babylon is. θυμός (thymos), ‘woede’; πορνεία (porneia), ‘hoererij’.

Of ‘de woede van haar hoererij’ de woede is die uit haar hoererij voortkomt of die zij bij anderen opwekt, laat het Grieks open.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden δεύτερος ἄγγελος (deuteros angelos), ‘tweede engel’, bij ἔπεσεν (epesen), ‘gevallen is’, en bij ἥ (he), ‘die’, een variant.

De derde engel: de waarschuwing

9Een andere, derde engel volgde hen en zei met luide stem: „Als iemand zich neerbuigt voor het beest en zijn beeld en een merkteken ontvangt op zijn voorhoofd of op zijn hand,
Καὶ
(Kai)
en
ἄλλος
(allos)
een andere
ἄγγελος
(angelos)
engel
τρίτος
(tritos)
derde
ἠκολούθησεν
(ekolouthesen)
volgde
αὐτοῖς
(autois)
hen
λέγων
(legon)
zeggend
ἐν
(en)
met
φωνῇ
(phone)
stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
Εἴ
(Ei)
als
τις
(tis)
iemand
προσκυνεῖ
(proskynei)
zich neerbuigt
τὸ
(to)
voor het
θηρίον
(therion)
beest
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
voor het
εἰκόνα
(eikona)
beeld
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
λαμβάνει
(lambanei)
ontvangt
χάραγμα
(charagma)
merkteken
ἐπὶ
(epi)
op
τοῦ
(tou)
het
μετώπου
(metopou)
voorhoofd
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἢ
(e)
of
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Voor het beest, het beeld en het merkteken: zie 13:15–17.

De zin loopt door in vers 10 en 11.

10dan zal ook hij drinken van de wijn van de woede van Elohim, die onverdund is ingeschonken in de beker van Zijn toorn. Hij zal gekweld worden in vuur en zwavel voor de heilige engelen en voor het Lam.
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
zelf
πίεται
(pietai)
zal drinken
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οἴνου
(oinou)
wijn
τοῦ
(tou)
van de
θυμοῦ
(thymou)
woede
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τοῦ
(tou)
van de
κεκερασμένου
(kekerasmenou)
ingeschonken
ἀκράτου
(akratou)
onverdunde
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ποτηρίῳ
(poterio)
beker
τῆς
(tes)
van de
ὀργῆς
(orges)
toorn
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
βασανισθήσεται
(basanisthesetai)
zal gekweld worden
ἐν
(en)
in
πυρὶ
(pyri)
vuur
καὶ
(kai)
en
θείῳ
(theio)
zwavel
ἐνώπιον
(enopion)
voor
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
ἁγίων
(hagion)
heilige
καὶ
(kai)
en
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
het
ἀρνίου
(arniou)
Lam
Bron: SBLGNT
Uitleg

θυμός (thymos), ‘woede’, en ὀργή (orge), ‘toorn’. κεκερασμένου ἀκράτου (kekerasmenou akratou) zijn twee woorden die tegenover elkaar lijken te staan: κεράννυμι (kerannymi) is ‘mengen’, ἄκρατος (akratos) is ‘ongemengd’.

Wij vertalen ‘onverdund ingeschonken’.

Zie Ps. 75:9; Jes. 51:17; Jer. 51:7. βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’: zie ook 9:5.

Vuur en zwavel: zie Gen. 19:24.

Lezing

De SBLGNT markeert de woorden ἀγγέλων ἁγίων (angelon hagion), ‘heilige engelen’, als variant.

11En de rook van hun kwelling stijgt op tot in de eeuwen van de eeuwen. Zij hebben geen rust, dag en nacht, zij die zich neerbuigen voor het beest en zijn beeld, en als iemand het merkteken van zijn naam ontvangt.”
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
καπνὸς
(kapnos)
rook
τοῦ
(tou)
van de
βασανισμοῦ
(basanismou)
kwelling
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰς
(eis)
tot
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
αἰώνων
(aionon)
van eeuwen
ἀναβαίνει
(anabainei)
stijgt op
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
ἀνάπαυσιν
(anapausin)
rust
ἡμέρας
(hemeras)
dag
καὶ
(kai)
en
νυκτός
(nyktos)
nacht
οἱ
(hoi)
zij die
προσκυνοῦντες
(proskynountes)
zich neerbuigen
τὸ
(to)
voor het
θηρίον
(therion)
beest
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
voor het
εἰκόνα
(eikona)
beeld
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
λαμβάνει
(lambanei)
ontvangt
τὸ
(to)
het
χάραγμα
(charagma)
merkteken
τοῦ
(tou)
van de
ὀνόματος
(onomatos)
naam
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

De rook die opstijgt: zie Jes. 34:10 en Gen. 19:28. ἡμέρας καὶ νυκτός (hemeras kai nyktos) staat in de tweede naamval: letterlijk ‘van dag en van nacht’.

De volharding van de heiligen

12Hier is de volharding van de heiligen: zij die de geboden van Elohim en het geloof in Yeshua onderhouden.
Ὧδε
(Hode)
hier
ἡ
(he)
de
ὑπομονὴ
(hypomone)
volharding
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
ἐστίν
(estin)
is
οἱ
(hoi)
zij die
τηροῦντες
(terountes)
onderhouden
τὰς
(tas)
de
ἐντολὰς
(entolas)
geboden
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’: zie ook 13:10. τηρέω (tereo), ‘onderhouden’: de geboden van Elohim, zoals in 12:17. πίστιν Ἰησοῦ (pistin Iesou) heeft een tweede naamval: dat kan ‘het geloof in Yeshua’ zijn of ‘het geloof van Yeshua’.

Wij vertalen ‘in’.

13En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: „Schrijf: Gelukkig zijn de doden die in de Heer sterven, vanaf nu.” „Ja,” zegt de Geest, „opdat zij zullen rusten van hun zwoegen, want hun werken volgen met hen mee.”
Καὶ
(Kai)
en
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
φωνῆς
(phones)
stem
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
λεγούσης
(legouses)
zeggend
Γράψον
(Grapson)
schrijf
Μακάριοι
(Makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
νεκροὶ
(nekroi)
doden
οἱ
(hoi)
die
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
ἀποθνῄσκοντες
(apothneskontes)
sterven
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἄρτι
(arti)
nu
ναί
(nai)
ja
λέγει
(legei)
zegt
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ἵνα
(hina)
opdat
ἀναπαήσονται
(anapaesontai)
zullen rusten
ἐκ
(ek)
van
τῶν
(ton)
de
κόπων
(kopon)
zwoegen
αὐτῶν
(auton)
hun
τὰ
(ta)
de
γὰρ
(gar)
want
ἔργα
(erga)
werken
αὐτῶν
(auton)
hun
ἀκολουθεῖ
(akolouthei)
volgt
μετ’
(met’)
met
αὐτῶν
(auton)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: een van de zaligsprekingen van dit boek; zie ook 1:3 en 22:7. ἀπ’ ἄρτι (ap arti), ‘vanaf nu’, kan bij ‘sterven’ horen of bij ‘gelukkig’; wij houden de woordvolgorde van het Grieks aan. ἵνα (hina), ‘opdat’, staat hier met een toekomende tijd. κόπος (kopos), ‘zwoegen’: vermoeiende arbeid. ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’, komt ook in de brieven voor, bijvoorbeeld 1 Kor. 15:58.

De stem uit de hemel is zwart: de tekst noemt niet wie spreekt.

Na ‘Ja’ zegt de tekst zelf dat de Geest spreekt; zijn woorden staan rood, zoals elders in het Nieuwe Testament waar de Heilige Geest in directe rede spreekt (bijvoorbeeld Hand. 13:2; 28:26).

In 22:17 spreekt de Geest samen met de bruid; daar blijven de woorden zwart.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden ναί, λέγει (nai, legei), ‘ja, zegt’, bij ἀναπαήσονται (anapaesontai), ‘zullen rusten’, en bij γάρ (gar), ‘want’, een variant.

De oogst van de aarde

14En ik zag, en zie, een witte wolk, en op de wolk zat iemand als een mensenzoon. Hij had op zijn hoofd een gouden kroon en in zijn hand een scherpe sikkel.
Καὶ
(Kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
νεφέλη
(nephele)
wolk
λευκή
(leuke)
witte
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
νεφέλην
(nephelen)
wolk
καθήμενον
(kathemenon)
zittend
ὅμοιον
(homoion)
gelijk aan
υἱὸν
(huion)
zoon
ἀνθρώπου
(anthropou)
van een mens
ἔχων
(echon)
hebbend
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
het
κεφαλῆς
(kephales)
hoofd
αὐτοῦ
(autou)
zijn
στέφανον
(stephanon)
kroon
χρυσοῦν
(chrysoun)
gouden
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
χειρὶ
(cheiri)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
δρέπανον
(drepanon)
sikkel
ὀξύ
(oxy)
scherpe
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie Dan. 7:13 en Openb. 1:13: ὅμοιον υἱὸν ἀνθρώπου (homoion huion anthropou), ‘iemand als een mensenzoon’. στέφανος (stephanos), ‘kroon’. δρέπανον (drepanon), ‘sikkel’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij υἱόν (huion), ‘zoon’, een variant.

15En een andere engel kwam uit het heiligdom naar buiten en riep met luide stem tot degene die op de wolk zat: „Zend uw sikkel en maai, want het uur is gekomen om te maaien, omdat de oogst van de aarde verdord is.”
καὶ
(kai)
en
ἄλλος
(allos)
een andere
ἄγγελος
(angelos)
engel
ἐξῆλθεν
(exelthen)
kwam naar buiten
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ναοῦ
(naou)
heiligdom
κράζων
(krazon)
roepend
ἐν
(en)
met
φωνῇ
(phone)
stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
τῷ
(to)
aan degene
καθημένῳ
(kathemeno)
die zit
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
νεφέλης
(nepheles)
wolk
Πέμψον
(Pempson)
zend
τὸ
(to)
de
δρέπανόν
(drepanon)
sikkel
σου
(sou)
uw
καὶ
(kai)
en
θέρισον
(therison)
maai
ὅτι
(hoti)
omdat
ἦλθεν
(elthen)
is gekomen
ἡ
(he)
het
ὥρα
(hora)
uur
θερίσαι
(therisai)
om te maaien
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐξηράνθη
(exeranthe)
is verdord
ὁ
(ho)
de
θερισμὸς
(therismos)
oogst
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ναός (naos), ‘heiligdom’. πέμπω (pempo), ‘zenden’: de engel zegt letterlijk ‘zend uw sikkel’.

Zie Joël 4:13 (NL 3:13). ἐξηράνθη (exeranthe), ‘is verdord’: het werkwoord betekent ‘droog worden, verdorren’.

Wij vertalen letterlijk.

Zie ookJoël 4:13
16En degene die op de wolk zat, wierp zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd gemaaid.
καὶ
(kai)
en
ἔβαλεν
(ebalen)
wierp
ὁ
(ho)
degene
καθήμενος
(kathemenos)
die zit
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
νεφέλης
(nepheles)
wolk
τὸ
(to)
de
δρέπανον
(drepanon)
sikkel
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
ἐθερίσθη
(etheristhe)
werd gemaaid
ἡ
(he)
de
γῆ
(ge)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔβαλεν (ebalen), ‘wierp’. ἐθερίσθη (etheristhe), ‘werd gemaaid’.

Lezing

De SBLGNT markeert de woorden τῆς νεφέλης (tes nepheles), ‘de wolk’, als variant.

Wij volgen de SBLGNT.

De wijnoogst

17En een andere engel kwam uit het heiligdom in de hemel naar buiten. Ook hij had een scherpe sikkel.
Καὶ
(Kai)
en
ἄλλος
(allos)
een andere
ἄγγελος
(angelos)
engel
ἐξῆλθεν
(exelthen)
kwam naar buiten
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ναοῦ
(naou)
heiligdom
τοῦ
(tou)
dat
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
ἔχων
(echon)
hebbend
καὶ
(kai)
ook
αὐτὸς
(autos)
hij
δρέπανον
(drepanon)
sikkel
ὀξύ
(oxy)
scherpe
Bron: SBLGNT
18En een andere engel kwam uit het altaar, hij die gezag heeft over het vuur, en riep met luide stem tot hem die de scherpe sikkel had: „Zend uw scherpe sikkel en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want haar druiven zijn rijp.”
καὶ
(kai)
en
ἄλλος
(allos)
een andere
ἄγγελος
(angelos)
engel
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
θυσιαστηρίου
(thysiasteriou)
altaar
ὁ
(ho)
degene
ἔχων
(echon)
die heeft
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἐπὶ
(epi)
over
τοῦ
(tou)
het
πυρός
(pyros)
vuur
καὶ
(kai)
en
ἐφώνησεν
(ephonesen)
riep
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
τῷ
(to)
aan degene
ἔχοντι
(echonti)
die heeft
τὸ
(to)
de
δρέπανον
(drepanon)
sikkel
τὸ
(to)
de
ὀξὺ
(oxy)
scherpe
λέγων
(legon)
zeggend
Πέμψον
(Pempson)
zend
σου
(sou)
uw
τὸ
(to)
de
δρέπανον
(drepanon)
sikkel
τὸ
(to)
de
ὀξὺ
(oxy)
scherpe
καὶ
(kai)
en
τρύγησον
(trygeson)
oogst
τοὺς
(tous)
de
βότρυας
(botryas)
trossen
τῆς
(tes)
van de
ἀμπέλου
(ampelou)
wijnstok
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
ὅτι
(hoti)
omdat
ἤκμασαν
(ekmasan)
zijn rijp
αἱ
(hai)
de
σταφυλαὶ
(staphylai)
druiven
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft in het begin van het vers geen werkwoord; wij vullen ‘kwam’ aan, naar vers 15 en 17. θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’: zie ook 6:9; 8:3. βότρυς (botrys), ‘tros’; ἤκμασαν (ekmasan), ‘zijn rijp’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἄγγελος (angelos), ‘engel’, bij ὁ (ho), ‘degene die’, en bij φωνῇ (phone), ‘met stem’, een variant.

19En de engel wierp zijn sikkel op de aarde en oogstte de wijnstok van de aarde, en hij wierp het in de perskuip van de woede van Elohim, de grote.
καὶ
(kai)
en
ἔβαλεν
(ebalen)
wierp
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
τὸ
(to)
de
δρέπανον
(drepanon)
sikkel
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
ἐτρύγησεν
(etrygesen)
oogstte
τὴν
(ten)
de
ἄμπελον
(ampelon)
wijnstok
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
ἔβαλεν
(ebalen)
wierp
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
ληνὸν
(lenon)
perskuip
τοῦ
(tou)
van de
θυμοῦ
(thymou)
woede
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τὸν
(ton)
de
μέγαν
(megan)
grote
Bron: SBLGNT
Uitleg

ληνός (lenos), ‘perskuip’: zie Jes. 63:1–6 en Joël 4:13 (NL 3:13).

Het Grieks heeft geen voorwerp bij het tweede ‘wierp’; wij vullen ‘het’ aan. τὸν μέγαν (ton megan), ‘de grote’, staat achter ‘Elohim’; wij laten dat zo staan.

20En de perskuip werd buiten de stad getreden, en er kwam bloed uit de perskuip, tot aan de teugels van de paarden, over een afstand van 1600 stadiën.
καὶ
(kai)
en
ἐπατήθη
(epatethe)
werd getreden
ἡ
(he)
de
ληνὸς
(lenos)
perskuip
ἔξωθεν
(exothen)
buiten
τῆς
(tes)
de
πόλεως
(poleos)
stad
καὶ
(kai)
en
ἐξῆλθεν
(exelthen)
kwam naar buiten
αἷμα
(haima)
bloed
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
ληνοῦ
(lenou)
perskuip
ἄχρι
(achri)
tot
τῶν
(ton)
de
χαλινῶν
(chalinon)
teugels
τῶν
(ton)
van de
ἵππων
(hippon)
paarden
ἀπὸ
(apo)
over
σταδίων
(stadion)
stadiën
χιλίων
(chilion)
duizend
ἑξακοσίων
(hexakosion)
zeshonderd
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπατήθη (epatethe), ‘werd getreden’: zie Jes. 63:3.

De tekst zegt niet welke stad bedoeld is. σταδίων (stadion): een stadie is een lengtemaat van ongeveer 185 meter; 1600 stadiën zijn dan ongeveer 300 kilometer (een benadering).

Zie ookJes 63:3