Elohim Bijbel

Openbaring 5

12345678910111213141516171819202122

De verzegelde boekrol, de leeuw en het Lam, en de lofzang van de hele schepping

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De boekrol met 7 zegels

1Ik zag op de rechterhand van Hem die op de troon zat een boekrol, beschreven aan de binnenkant en aan de achterkant, verzegeld met 7 zegels.
Καὶ
(Kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
δεξιὰν
(dexian)
rechterhand
τοῦ
(tou)
van Hem die
καθημένου
(kathemenou)
zat
ἐπὶ
(epi)
op
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
βιβλίον
(biblion)
een boekrol
γεγραμμένον
(gegrammenon)
beschreven
ἔσωθεν
(esothen)
aan de binnenkant
καὶ
(kai)
en
ὄπισθεν
(opisthen)
aan de achterkant
κατεσφραγισμένον
(katesphragismenon)
verzegeld
σφραγῖσιν
(sphragisin)
met zegels
ἑπτά
(hepta)
7
Bron: SBLGNT
Uitleg

βιβλίον (biblion), ‘boekrol’, zoals in 1:11.

Een rol die aan beide kanten beschreven is, doet denken aan Ez. 2:10. ἐπὶ τὴν δεξιάν (epi ten dexian), ‘op de rechterhand’: het Grieks zegt niet of de rol op de hand lag of in de hand werd gehouden.

De zegels worden geopend vanaf 6:1.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὄπισθεν (‘aan de achterkant’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

2Ik zag een machtige engel die met luide stem verkondigde: „Wie is waardig de boekrol te openen en de zegels ervan los te maken?”
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
ἄγγελον
(angelon)
een engel
ἰσχυρὸν
(ischyron)
machtige
κηρύσσοντα
(keryssonta)
die verkondigde
ἐν
(en)
met
φωνῇ
(phone)
stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
Τίς
(Tis)
wie
ἄξιος
(axios)
waardig
ἀνοῖξαι
(anoixai)
te openen
τὸ
(to)
de
βιβλίον
(biblion)
boekrol
καὶ
(kai)
en
λῦσαι
(lysai)
los te maken
τὰς
(tas)
de
σφραγῖδας
(sphragidas)
zegels
αὐτοῦ
(autou)
ervan
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἰσχυρὸς ἄγγελος (ischyros angelos), ‘machtige engel’, zoals in 10:1 en 18:21. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἄξιος (‘waardig’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

3Niemand in de hemel, op de aarde of onder de aarde kon de boekrol openen, noch ernaar kijken.
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἐδύνατο
(edynato)
kon
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
οὐδὲ
(oude)
noch
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
οὐδὲ
(oude)
noch
ὑποκάτω
(hypokato)
onder
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
ἀνοῖξαι
(anoixai)
openen
τὸ
(to)
de
βιβλίον
(biblion)
boekrol
οὔτε
(oute)
noch
βλέπειν
(blepein)
kijken
αὐτό
(auto)
ernaar
Bron: SBLGNT
Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij οὐρανῷ (‘hemel’) en οὐδὲ ἐπὶ τῆς γῆς οὐδὲ (‘noch op de aarde noch’).

Wij volgen de SBLGNT.

4Ik huilde veel, omdat niemand waardig bevonden werd de boekrol te openen of ernaar te kijken.
καὶ
(kai)
en
ἐγὼ
(ego)
ik
ἔκλαιον
(eklaion)
huilde
πολὺ
(poly)
veel
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἄξιος
(axios)
waardig
εὑρέθη
(heurethe)
werd bevonden
ἀνοῖξαι
(anoixai)
te openen
τὸ
(to)
de
βιβλίον
(biblion)
boekrol
οὔτε
(oute)
noch
βλέπειν
(blepein)
te kijken
αὐτό
(auto)
ernaar
Bron: SBLGNT
Lezing

De SBLGNT markeert bij ἐγὼ (‘ik’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

De leeuw en het Lam

5Een van de ouderen zegt tegen mij: „Huil niet. Zie, de leeuw uit de stam Juda, de wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol en de 7 zegels ervan te openen.”
καὶ
(kai)
en
εἷς
(heis)
een
ἐκ
(ek)
van
τῶν
(ton)
de
πρεσβυτέρων
(presbyteron)
ouderen
λέγει
(legei)
zegt
μοι
(moi)
tegen mij
Μὴ
(Me)
niet
κλαῖε
(klaie)
huil
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἐνίκησεν
(enikesen)
heeft overwonnen
ὁ
(ho)
de
λέων
(leon)
leeuw
ὁ
(ho)
die
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
φυλῆς
(phyles)
stam
Ἰούδα
(Iouda)
Juda
ἡ
(he)
de
ῥίζα
(rhiza)
wortel
Δαυίδ
(Dauid)
David
ἀνοῖξαι
(anoixai)
om te openen
τὸ
(to)
de
βιβλίον
(biblion)
boekrol
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
σφραγῖδας
(sphragidas)
zegels
αὐτοῦ
(autou)
ervan
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier de tegenwoordige tijd (‘zegt’); wij houden die.

‘De leeuw uit de stam Juda’ doet denken aan Gen. 49:9 (‘Een leeuwenwelp is Juda’); ‘de wortel van David’ aan Jes. 11:1 en 11:10 (‘de wortel van Isaï’).

Zie ook 22:16. νικάω (nikao), ‘overwinnen’, zoals in 3:21.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἀνοῖξαι (‘om te openen’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

6Toen zag ik in het midden van de troon en de vier levende wezens, en in het midden van de ouderen, een Lam staan, als geslacht. Het Lam had 7 hoorns en 7 ogen, die de 7 geesten van Elohim zijn, uitgezonden over heel de aarde.
Καὶ
(Kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
het midden
τοῦ
(tou)
van de
θρόνου
(thronou)
troon
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
τεσσάρων
(tessaron)
vier
ζῴων
(zoon)
levende wezens
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
het midden
τῶν
(ton)
van de
πρεσβυτέρων
(presbyteron)
ouderen
ἀρνίον
(arnion)
een Lam
ἑστηκὸς
(hestekos)
staand
ὡς
(hos)
als
ἐσφαγμένον
(esphagmenon)
geslacht
ἔχων
(echon)
met
κέρατα
(kerata)
hoorns
ἑπτὰ
(hepta)
7
καὶ
(kai)
en
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
ἑπτά
(hepta)
7
οἵ
(hoi)
die
εἰσιν
(eisin)
zijn
τὰ
(ta)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
πνεύματα
(pneumata)
geesten
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἀπεσταλμένοι
(apestalmenoi)
uitgezonden
εἰς
(eis)
naar
πᾶσαν
(pasan)
heel
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρνίον (arnion), ‘Lam’: een lam, in dit boek vanaf hier de titel van Yeshua; de tekst noemt Zijn naam in dit vers niet.

In Joh. 1:29 staat een ander Grieks woord, ἀμνός (amnos). ἐσφαγμένον (esphagmenon), ‘geslacht’: een voltooid deelwoord; het Lam staat daar als geslacht.

Vergelijk Jes. 53:7 en Exod. 12:3–6.

Zie ook 5:9, 5:12; 13:8.

Zach. 4:10 noemt 7 ogen van Yahweh die over heel de aarde rondgaan, en Zach. 3:9 7 ogen op één steen. ‘In het midden van de troon … en in het midden van de ouderen’: zie de Uitleg bij 4:6.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἑστηκὸς (‘staand’), ἔχων (‘met’), οἵ (‘die’) en ἀπεσταλμένοι (‘uitgezonden’).

Wij volgen de SBLGNT.

7Hij kwam en heeft het genomen uit de rechterhand van Hem die op de troon zit.
καὶ
(kai)
en
ἦλθεν
(elthen)
kwam Hij
καὶ
(kai)
en
εἴληφεν
(eilephen)
heeft genomen
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
δεξιᾶς
(dexias)
rechterhand
τοῦ
(tou)
van Hem die
καθημένου
(kathemenou)
zit
ἐπὶ
(epi)
op
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft geen voorwerp bij ‘heeft genomen’ (εἴληφεν, eilephen, een volbrachte tijd); wij vullen ‘het’ aan, de boekrol uit vers 1.

Het onderwerp is het Lam.

Zie ookOpenb 5:1

Het nieuwe lied

8Toen Hij de boekrol nam, vielen de vier levende wezens en de 24 ouderen neer voor het Lam. Ieder van hen had een lier en gouden schalen vol wierook, die de gebeden van de heiligen zijn.
καὶ
(kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἔλαβεν
(elaben)
nam Hij
τὸ
(to)
de
βιβλίον
(biblion)
boekrol
τὰ
(ta)
de
τέσσαρα
(tessara)
vier
ζῷα
(zoa)
levende wezens
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
εἴκοσι
(eikosi)
twintig
τέσσαρες
(tessares)
vier
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
ouderen
ἔπεσαν
(epesan)
vielen neer
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
het
ἀρνίου
(arniou)
Lam
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
κιθάραν
(kitharan)
een lier
καὶ
(kai)
en
φιάλας
(phialas)
schalen
χρυσᾶς
(chrysas)
gouden
γεμούσας
(gemousas)
vol
θυμιαμάτων
(thymiamaton)
van wierook
αἵ
(hai)
die
εἰσιν
(eisin)
zijn
αἱ
(hai)
de
προσευχαὶ
(proseuchai)
gebeden
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κιθάρα (kithara), ‘lier’. φιάλη (phiale), ‘schaal’: een wijde schaal. θυμίαμα (thymiama), ‘wierook’.

‘De gebeden van de heiligen’: ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’, de toegewijden van Elohim, zoals in de brieven.

Zie ook 8:3–4.

Lezing

De SBLGNT markeert bij αἱ (‘de’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

9Zij zingen een nieuw lied: „U bent waardig de boekrol te nemen en de zegels ervan te openen, want U bent geslacht. U hebt mensen voor Elohim gekocht met Uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie,
καὶ
(kai)
en
ᾄδουσιν
(adousin)
zingen zij
ᾠδὴν
(oden)
een lied
καινὴν
(kainen)
nieuw
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἄξιος
(Axios)
waardig
εἶ
(ei)
bent U
λαβεῖν
(labein)
te nemen
τὸ
(to)
de
βιβλίον
(biblion)
boekrol
καὶ
(kai)
en
ἀνοῖξαι
(anoixai)
te openen
τὰς
(tas)
de
σφραγῖδας
(sphragidas)
zegels
αὐτοῦ
(autou)
ervan
ὅτι
(hoti)
want
ἐσφάγης
(esphages)
U bent geslacht
καὶ
(kai)
en
ἠγόρασας
(egorasas)
hebt gekocht
τῷ
(to)
voor
θεῷ
(theo)
Elohim
ἐν
(en)
met
τῷ
(to)
het
αἵματί
(haimati)
bloed
σου
(sou)
Uw
ἐκ
(ek)
uit
πάσης
(pases)
elke
φυλῆς
(phyles)
stam
καὶ
(kai)
en
γλώσσης
(glosses)
taal
καὶ
(kai)
en
λαοῦ
(laou)
volk
καὶ
(kai)
en
ἔθνους
(ethnous)
natie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ᾠδὴ καινή (ode kaine), ‘een nieuw lied’: ook Ps. 33:3; 96:1; 98:1; Jes. 42:10.

Het Grieks heeft bij ἠγόρασας (egorasas), ‘U hebt gekocht’, geen voorwerp; wij vullen ‘mensen’ aan, naar het vervolg ‘uit elke stam …’.

De opsomming ‘stam, taal, volk en natie’ (φυλή, γλῶσσα, λαός, ἔθνος) komt in dit boek vaker voor (7:9; 10:11; 11:9; 13:7; 14:6), telkens in een wisselende volgorde.

Lezing

De SBLGNT markeert bij θεῷ (‘Elohim’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

10en U hebt hen voor onze Elohim gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters. Zij heersen als koningen over de aarde.”
καὶ
(kai)
en
ἐποίησας
(epoiesas)
hebt U gemaakt
αὐτοὺς
(autous)
hen
τῷ
(to)
voor
θεῷ
(theo)
Elohim
ἡμῶν
(hemon)
onze
βασιλείαν
(basileian)
tot een koninkrijk
καὶ
(kai)
en
ἱερεῖς
(hiereis)
tot priesters
καὶ
(kai)
en
βασιλεύουσιν
(basileuousin)
zij heersen als koningen
ἐπὶ
(epi)
over
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier de tegenwoordige tijd (βασιλεύουσιν, basileuousin, ‘zij heersen als koningen’); de SBLGNT markeert een variant (zie de Lezing).

Vergelijk 1:6 en Exod. 19:6.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij βασιλείαν (‘tot een koninkrijk’) en βασιλεύουσιν (‘zij heersen als koningen’).

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookEx 19:6

De lofzang van hemel en aarde

11Ik zag, en ik hoorde de stem van veel engelen rondom de troon, de levende wezens en de ouderen. Hun aantal was tienduizenden maal tienduizenden en duizenden maal duizenden,
Καὶ
(Kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
καὶ
(kai)
en
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
φωνὴν
(phonen)
stem
ἀγγέλων
(angelon)
van engelen
πολλῶν
(pollon)
vele
κύκλῳ
(kyklo)
rondom
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
ζῴων
(zoon)
levende wezens
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
πρεσβυτέρων
(presbyteron)
ouderen
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ὁ
(ho)
het
ἀριθμὸς
(arithmos)
aantal
αὐτῶν
(auton)
hun
μυριάδες
(myriades)
tienduizenden
μυριάδων
(myriadon)
van tienduizenden
καὶ
(kai)
en
χιλιάδες
(chiliades)
duizenden
χιλιάδων
(chiliadon)
van duizenden
Bron: SBLGNT
Uitleg

μυριάς (myrias), ‘tienduizend’; χιλιάς (chilias), ‘duizend’.

‘Tienduizenden maal tienduizenden en duizenden maal duizenden’ is een uitdrukking voor een niet te tellen aantal; vergelijk Dan. 7:10, ‘duizend maal duizend dienden Hem, en tienduizend maal tienduizend stonden voor Hem’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἤκουσα (‘hoorde ik’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookDan 7:10
12die met luide stem zeiden: „Het Lam dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, de rijkdom, de wijsheid, de sterkte, de eer, de heerlijkheid en de lof.”
λέγοντες
(legontes)
zeggend
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
Ἄξιόν
(Axion)
waardig
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
ἀρνίον
(arnion)
Lam
τὸ
(to)
dat
ἐσφαγμένον
(esphagmenon)
geslacht is
λαβεῖν
(labein)
te ontvangen
τὴν
(ten)
de
δύναμιν
(dynamin)
kracht
καὶ
(kai)
en
πλοῦτον
(plouton)
rijkdom
καὶ
(kai)
en
σοφίαν
(sophian)
wijsheid
καὶ
(kai)
en
ἰσχὺν
(ischyn)
sterkte
καὶ
(kai)
en
τιμὴν
(timen)
eer
καὶ
(kai)
en
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
εὐλογίαν
(eulogian)
lof
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit zijn 7 woorden van lof: kracht, rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid, lof (δύναμις, πλοῦτος, σοφία, ἰσχύς, τιμή, δόξα, εὐλογία).

In 5:13 staan er vier, in 7:12 zeven, in andere volgorde. εὐλογία (eulogia), ‘lof’: ook ‘zegen’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij καὶ (‘en’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

13Ook alle schepselen die in de hemel zijn, op de aarde, onder de aarde en op de zee, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: „Aan Hem die op de troon zit en aan het Lam zij de lof, de eer, de heerlijkheid en de macht tot in de eeuwen van de eeuwen.”
καὶ
(kai)
en
πᾶν
(pan)
alle
κτίσμα
(ktisma)
schepselen
ὃ
(ho)
die
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
ὑποκάτω
(hypokato)
onder
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
θαλάσσης
(thalasses)
zee
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
wat
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
πάντα
(panta)
alles
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
λέγοντας
(legontas)
zeggend
Τῷ
(To)
aan Hem die
καθημένῳ
(kathemeno)
zit
ἐπὶ
(epi)
op
τῷ
(to)
de
θρόνῳ
(throno)
troon
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan het
ἀρνίῳ
(arnio)
Lam
ἡ
(he)
de
εὐλογία
(eulogia)
lof
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
τιμὴ
(time)
eer
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
κράτος
(kratos)
macht
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κτίσμα (ktisma), ‘schepsel’: alles wat geschapen is.

De lofzang is gericht aan Hem die op de troon zit én aan het Lam: Elohim en het Lam worden samen geëerd.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij θαλάσσης (‘zee’), πάντα (‘alles’), τῷ θρόνῳ (‘de troon’) en αἰώνων (‘eeuwen’).

Wij volgen de SBLGNT.

14De vier levende wezens zeiden: „Amen.” En de ouderen vielen neer en bogen zich neer.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
τέσσαρα
(tessara)
vier
ζῷα
(zoa)
levende wezens
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
Ἀμήν
(Amen)
amen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
ouderen
ἔπεσαν
(epesan)
vielen neer
καὶ
(kai)
en
προσεκύνησαν
(prosekynesan)
bogen zich neer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀμήν (amen): het Hebreeuwse woord voor ‘zo is het, zo zij het’. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’; zie 3:9 en 4:10.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἔλεγον (‘zeiden’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.