Openbaring 5
De verzegelde boekrol, de leeuw en het Lam, en de lofzang van de hele schepping
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De boekrol met 7 zegels
βιβλίον (biblion), ‘boekrol’, zoals in 1:11.
Een rol die aan beide kanten beschreven is, doet denken aan Ez. 2:10. ἐπὶ τὴν δεξιάν (epi ten dexian), ‘op de rechterhand’: het Grieks zegt niet of de rol op de hand lag of in de hand werd gehouden.
De zegels worden geopend vanaf 6:1.
De SBLGNT markeert bij ὄπισθεν (‘aan de achterkant’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἰσχυρὸς ἄγγελος (ischyros angelos), ‘machtige engel’, zoals in 10:1 en 18:21. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’.
De SBLGNT markeert bij ἄξιος (‘waardig’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij οὐρανῷ (‘hemel’) en οὐδὲ ἐπὶ τῆς γῆς οὐδὲ (‘noch op de aarde noch’).
Wij volgen de SBLGNT.
De SBLGNT markeert bij ἐγὼ (‘ik’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De leeuw en het Lam
Het Grieks heeft hier de tegenwoordige tijd (‘zegt’); wij houden die.
‘De leeuw uit de stam Juda’ doet denken aan Gen. 49:9 (‘Een leeuwenwelp is Juda’); ‘de wortel van David’ aan Jes. 11:1 en 11:10 (‘de wortel van Isaï’).
Zie ook 22:16. νικάω (nikao), ‘overwinnen’, zoals in 3:21.
De SBLGNT markeert bij ἀνοῖξαι (‘om te openen’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀρνίον (arnion), ‘Lam’: een lam, in dit boek vanaf hier de titel van Yeshua; de tekst noemt Zijn naam in dit vers niet.
In Joh. 1:29 staat een ander Grieks woord, ἀμνός (amnos). ἐσφαγμένον (esphagmenon), ‘geslacht’: een voltooid deelwoord; het Lam staat daar als geslacht.
Vergelijk Jes. 53:7 en Exod. 12:3–6.
Zie ook 5:9, 5:12; 13:8.
Zach. 4:10 noemt 7 ogen van Yahweh die over heel de aarde rondgaan, en Zach. 3:9 7 ogen op één steen. ‘In het midden van de troon … en in het midden van de ouderen’: zie de Uitleg bij 4:6.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἑστηκὸς (‘staand’), ἔχων (‘met’), οἵ (‘die’) en ἀπεσταλμένοι (‘uitgezonden’).
Wij volgen de SBLGNT.
Het Grieks heeft geen voorwerp bij ‘heeft genomen’ (εἴληφεν, eilephen, een volbrachte tijd); wij vullen ‘het’ aan, de boekrol uit vers 1.
Het onderwerp is het Lam.
Het nieuwe lied
κιθάρα (kithara), ‘lier’. φιάλη (phiale), ‘schaal’: een wijde schaal. θυμίαμα (thymiama), ‘wierook’.
‘De gebeden van de heiligen’: ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’, de toegewijden van Elohim, zoals in de brieven.
Zie ook 8:3–4.
De SBLGNT markeert bij αἱ (‘de’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ᾠδὴ καινή (ode kaine), ‘een nieuw lied’: ook Ps. 33:3; 96:1; 98:1; Jes. 42:10.
Het Grieks heeft bij ἠγόρασας (egorasas), ‘U hebt gekocht’, geen voorwerp; wij vullen ‘mensen’ aan, naar het vervolg ‘uit elke stam …’.
De opsomming ‘stam, taal, volk en natie’ (φυλή, γλῶσσα, λαός, ἔθνος) komt in dit boek vaker voor (7:9; 10:11; 11:9; 13:7; 14:6), telkens in een wisselende volgorde.
De SBLGNT markeert bij θεῷ (‘Elohim’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Het Grieks heeft hier de tegenwoordige tijd (βασιλεύουσιν, basileuousin, ‘zij heersen als koningen’); de SBLGNT markeert een variant (zie de Lezing).
Vergelijk 1:6 en Exod. 19:6.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij βασιλείαν (‘tot een koninkrijk’) en βασιλεύουσιν (‘zij heersen als koningen’).
Wij volgen de SBLGNT.
De lofzang van hemel en aarde
μυριάς (myrias), ‘tienduizend’; χιλιάς (chilias), ‘duizend’.
‘Tienduizenden maal tienduizenden en duizenden maal duizenden’ is een uitdrukking voor een niet te tellen aantal; vergelijk Dan. 7:10, ‘duizend maal duizend dienden Hem, en tienduizend maal tienduizend stonden voor Hem’.
De SBLGNT markeert bij ἤκουσα (‘hoorde ik’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Dit zijn 7 woorden van lof: kracht, rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid, lof (δύναμις, πλοῦτος, σοφία, ἰσχύς, τιμή, δόξα, εὐλογία).
In 5:13 staan er vier, in 7:12 zeven, in andere volgorde. εὐλογία (eulogia), ‘lof’: ook ‘zegen’.
De SBLGNT markeert bij καὶ (‘en’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
κτίσμα (ktisma), ‘schepsel’: alles wat geschapen is.
De lofzang is gericht aan Hem die op de troon zit én aan het Lam: Elohim en het Lam worden samen geëerd.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij θαλάσσης (‘zee’), πάντα (‘alles’), τῷ θρόνῳ (‘de troon’) en αἰώνων (‘eeuwen’).
Wij volgen de SBLGNT.
ἀμήν (amen): het Hebreeuwse woord voor ‘zo is het, zo zij het’. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’; zie 3:9 en 4:10.
De SBLGNT markeert bij ἔλεγον (‘zeiden’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.