Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De Filistijnen en Moab
1Daarna versloeg David de Filistijnen en onderwierp hen. David nam Metheg-Amma uit de hand van de Filistijnen.
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en het was
אַֽחֲרֵי
(acharei)
na
כֵ֔ן
(ken)
zo
וַיַּ֥ךְ
(vayakh)
en versloeg
דָּוִ֛ד
(david)
David
אֶת
(et)
(obj.)
פְּלִשְׁתִּ֖ים
(pelishtim)
Filistijnen
וַיַּכְנִיעֵ֑ם
(vayakhniem)
en onderwierp hen
וַיִּקַּ֥ח
(vayiqach)
en nam
דָּוִ֛ד
(david)
David
אֶת
(et)
(obj.)
מֶ֥תֶג
(meteg)
Metheg
הָאַמָּ֖ה
(haama)
Amma
מִיַּ֥ד
(miyad)
uit de hand van
פְּלִשְׁתִּֽים
(pelishtim)
Filistijnen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
Zie Metheg-Amma (ligging onzeker): Metheg-Amma wordt in 1 Kronieken 18:1 met Gat en de omliggende dorpen verbonden.
De precieze plaats is niet zeker.
Uitleg
מֶתֶג הָאַמָּה (metheg haamma), ‘Metheg-Amma’: letterlijk ‘de teugel van de Amma’.
Wat dat is, is onzeker.
In 1 Kron. 18:1 staat op deze plaats ‘Gat en de dorpen eromheen’.
Gat was de belangrijkste stad van de Filistijnen.
Het kan dus gaan om de teugel, dat wil zeggen de macht, over de Filistijnse steden.
2Hij versloeg Moab. Hij mat hen af met het snoer, terwijl hij hen op de grond liet liggen. Hij mat twee snoeren af om te doden en een vol snoer om in leven te laten. Zo werd Moab voor David tot dienaren die schatting brachten.
וַיַּ֣ךְ
(vayakh)
en versloeg
אֶת
(et)
(obj.)
מוֹאָ֗ב
(moav)
Moab
וַֽיְמַדְּדֵ֤ם
(vaymadedem)
en mat hen af
בַּחֶ֨בֶל֙
(bachevel)
met het snoer
הַשְׁכֵּ֣ב
(hashkev)
om te laten liggen
אוֹתָ֣ם
(otam)
hen
אַ֔רְצָה
(artsa)
op de grond
וַיְמַדֵּ֤ד
(vaymaded)
en mat af
שְׁנֵֽי
(shenei)
twee
חֲבָלִים֙
(chavalim)
snoeren
לְהָמִ֔ית
(lehamit)
om te doden
וּמְלֹ֥א
(umelo)
en volheid van
הַחֶ֖בֶל
(hachevel)
het snoer
לְהַחֲי֑וֹת
(lehachayot)
om in leven te laten
וַתְּהִ֤י
(vatehi)
en werd
מוֹאָב֙
(moav)
Moab
לְדָוִ֔ד
(ledavid)
voor David
לַעֲבָדִ֖ים
(laavadim)
tot dienaren
נֹשְׂאֵ֥י
(noseei)
dragers van
מִנְחָֽה
(mincha)
schatting
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Moab (מוֹאָב) ligt ten oosten van de Zoutzee, in het huidige Jordanië.
Uitleg
De uitleg van het meten met het snoer is niet zeker.
Twee snoerlengtes gingen naar de dood, een volle lengte bleef in leven; waarschijnlijk twee derde werd dus gedood.
מִנְחָה (minchah), ‘schatting’: een gave die een onderworpen volk brengt. Bij de offers vertalen wij hetzelfde woord als ‘graanoffer’.
3David versloeg ook Hadadezer, de zoon van Rechob, de koning van Tsoba, toen die ging om zijn hand terug te brengen bij de Rivier.
וַיַּ֣ךְ
(vayakh)
en versloeg
דָּוִ֔ד
(david)
David
אֶת
(et)
(obj.)
הֲדַדְעֶ֥זֶר
(hadadezer)
Hadadezer
בֶּן
(ben)
zoon van
רְחֹ֖ב
(rechov)
Rechob
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
צוֹבָ֑ה
(tsova)
Tsoba
בְּלֶכְתּ֕וֹ
(belekhto)
toen hij ging
לְהָשִׁ֥יב
(lehashiv)
om terug te brengen
יָד֖וֹ
(yado)
zijn hand
בִּֽנְהַר
(binhar)
bij de Rivier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Tsoba (צוֹבָה) was een Aramees koninkrijk ten noorden van Damascus.
De precieze ligging is onzeker; het lag in het gebied van het huidige Syrië en Libanon.
Zie Soba (Tsoba, ligging onzeker): Soba (Tsoba) was een Aramees koninkrijk ten noorden van Damascus, in het huidige Syrië en Libanon.
De precieze ligging is niet vast te stellen.
Uitleg
בִּנְהַר (binhar), ‘bij de Rivier’: met ‘de Rivier’ is de Eufraat bedoeld, zoals in Gen. 15:18.
לְהָשִׁיב יָדוֹ (lehashiv yado), ‘zijn hand terug te brengen’: een uitdrukking voor het herstellen of vestigen van macht. Wie met ‘hij’ bedoeld is, David of Hadadezer, zegt de tekst niet.
Lezing
In 1 Kron. 18:3 staat: ‘om zijn macht te vestigen aan de rivier de Eufraat’.
4David nam van hem 1.700 ruiters en 20.000 man voetvolk gevangen. David verlamde de paarden van alle strijdwagens. Hij hield er 100 strijdwagens van over.
וַיִּלְכֹּ֨ד
(vayilkod)
en nam gevangen
דָּוִ֜ד
(david)
David
מִמֶּ֗נּוּ
(mimenu)
van hem
אֶ֤לֶף
(elef)
duizend
וּשְׁבַע
(usheva)
en zeven
מֵאוֹת֙
(meot)
honderd
פָּרָשִׁ֔ים
(parashim)
ruiters
וְעֶשְׂרִ֥ים
(veesrim)
en twintig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
אִ֣ישׁ
(ish)
man
רַגְלִ֑י
(ragli)
voetvolk
וַיְעַקֵּ֤ר
(vayaqer)
en verlamde
דָּוִד֙
(david)
David
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הָרֶ֔כֶב
(harekhev)
het wagenspan
וַיּוֹתֵ֥ר
(vayoter)
en hield over
מִמֶּ֖נּוּ
(mimenu)
van hem
מֵ֥אָה
(mea)
honderd
רָֽכֶב
(rakhev)
strijdwagens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וַיְעַקֵּר (vayakker), ‘verlamde’: het werkwoord betekent ‘de hielpezen doorsnijden’.
Dat kan alleen bij paarden.
Wij vullen ‘de paarden van’ aan.
Vergelijk Joz. 11:6 en 11:9.
Lezing
In 1 Kron. 18:4 staan 1.000 strijdwagens en 7.000 ruiters.
6David stelde bezettingen in Aram van Damascus. Aram werd voor David tot dienaren die schatting brachten. Yahweh gaf David de overwinning overal waar hij ging.
וַיָּ֨שֶׂם
(vayasem)
en stelde
דָּוִ֤ד
(david)
David
נְצִבִים֙
(netsivim)
bezettingen
בַּאֲרַ֣ם
(baaram)
in Aram
דַּמֶּ֔שֶׂק
(dameseq)
Damascus
וַתְּהִ֤י
(vatehi)
en werd
אֲרָם֙
(aram)
Aram
לְדָוִ֔ד
(ledavid)
voor David
לַעֲבָדִ֖ים
(laavadim)
tot dienaren
נוֹשְׂאֵ֣י
(noseei)
dragers van
מִנְחָ֑ה
(mincha)
schatting
וַיֹּ֤שַׁע
(vayosha)
en gaf de overwinning
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
דָּוִ֔ד
(david)
David
בְּכֹ֖ל
(bekhol)
overal
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waar
הָלָֽךְ
(halakh)
hij ging
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Aram: Aram is het gebied van de Arameeërs, in het huidige Syrië.
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
Uitleg
נְצִיבִים (netsivim), ‘bezettingen’: troepen of bestuurders die David daar neerzet.
De betekenis is niet helemaal zeker.
וַיּוֹשַׁע (vayosha), ‘gaf de overwinning’: het werkwoord betekent ‘redden’ of ‘helpen’. Het is hetzelfde grondwoord als in de naam Yeshua (‘Yahweh redt’).
10Toi stuurde zijn zoon Joram naar koning David. Joram moest naar Davids welzijn vragen en hem zegenen, omdat David tegen Hadadezer had gestreden en hem had verslagen. Want Hadadezer was een man van oorlogen met Toi. In zijn hand waren voorwerpen van zilver, voorwerpen van goud en voorwerpen van koper.
וַיִּשְׁלַ֣ח
(vayishlach)
en stuurde
תֹּ֣עִי
(toi)
Toi
אֶת
(et)
(obj.)
יֽוֹרָם
(yoram)
Joram
בְּנ֣וֹ
(beno)
zijn zoon
אֶל
(el)
naar
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
דָּ֠וִד
(david)
David
לִשְׁאָל
(lishal)
om te vragen
ל֨וֹ
(lo)
naar hem
לְשָׁל֜וֹם
(leshalom)
naar welzijn
וּֽלְבָרֲכ֗וֹ
(ulevarakho)
en om hem te zegenen
עַל֩
(al)
omdat
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
נִלְחַ֤ם
(nilcham)
hij had gestreden
בַּהֲדַדְעֶ֨זֶר֙
(bahadadezer)
tegen Hadadezer
וַיַּכֵּ֔הוּ
(vayakehu)
en versloeg hem
כִּי
(ki)
want
אִ֛ישׁ
(ish)
man van
מִלְחֲמ֥וֹת
(milchamot)
oorlogen
תֹּ֖עִי
(toi)
Toi
הָיָ֣ה
(haya)
was
הֲדַדְעָ֑זֶר
(hadadazer)
Hadadezer
וּבְיָד֗וֹ
(uveyado)
en in zijn hand
הָי֛וּ
(hayu)
waren
כְּלֵֽי
(kelei)
voorwerpen van
כֶ֥סֶף
(kesef)
zilver
וּכְלֵֽי
(ukhelei)
en voorwerpen van
זָהָ֖ב
(zahav)
goud
וּכְלֵ֥י
(ukhelei)
en voorwerpen van
נְחֹֽשֶׁת
(nechoshet)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שָׁלוֹם (shalom), ‘welzijn’: Toi laat vragen hoe het met David gaat.
אִישׁ מִלְחָמוֹת תֹּעִי (ish milchamot Toi), ‘een man van oorlogen met Toi’: Hadadezer en Toi voerden vaak oorlog tegen elkaar.
Lezing
In 1 Kron. 18:10 heet de zoon van Toi Hadoram (הֲדוֹרָם).
11Ook die voorwerpen wijdde koning David toe aan Yahweh, samen met het zilver en het goud. Dat had hij toegewijd uit alle volken die hij had onderworpen:
גַּם
(gam)
ook
אֹתָ֕ם
(otam)
hen
הִקְדִּ֛ישׁ
(hiqdish)
wijdde toe
הַמֶּ֥לֶךְ
(hamelekh)
de koning
דָּוִ֖ד
(david)
David
לַֽיהוָ֑ה
(laYahweh)
aan Yahweh
עִם
(im)
met
הַכֶּ֤סֶף
(hakesef)
het zilver
וְהַזָּהָב֙
(vehazahav)
en het goud
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
הִקְדִּ֔ישׁ
(hiqdish)
hij wijdde toe
מִכָּל
(mikal)
van alle
הַגּוֹיִ֖ם
(hagoyim)
de volken
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
כִּבֵּֽשׁ
(kibesh)
hij onderwierp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הִקְדִּישׁ (hiqdish), ‘toewijden’: iets heilig maken voor Yahweh.
Vergelijk Joz. 6:19, waar zilver en goud naar de schatkamer van Yahweh gaan.
14Hij stelde bezettingen in Edom. In heel Edom stelde hij bezettingen. Heel Edom werd dienaren voor David. Yahweh gaf David de overwinning overal waar hij ging.
וַיָּ֨שֶׂם
(vayasem)
en stelde
בֶּאֱד֜וֹם
(beedom)
in Edom
נְצִבִ֗ים
(netsivim)
bezettingen
בְּכָל
(bekhal)
in heel
אֱדוֹם֙
(edom)
Edom
שָׂ֣ם
(sam)
stelde hij
נְצִבִ֔ים
(netsivim)
bezettingen
וַיְהִ֥י
(vayhi)
en werd
כָל
(kal)
heel
אֱד֖וֹם
(edom)
Edom
עֲבָדִ֣ים
(avadim)
dienaren
לְדָוִ֑ד
(ledavid)
voor David
וַיּ֤וֹשַׁע
(vayosha)
en gaf de overwinning
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
דָּוִ֔ד
(david)
David
בְּכֹ֖ל
(bekhol)
overal
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waar
הָלָֽךְ
(halakh)
hij ging
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Edom (אֱדוֹם) ligt ten zuiden van de Zoutzee, in het huidige zuiden van Jordanië.
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Uitleg
Dit sluit aan bij Gen. 25:23 (‘de oudste zal de jongste dienen’) en Num. 24:18.