De linnen gordel, de kruiken vol wijn en de oproep aan de koning en de koningin-moeder
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De linnen gordel
1Zo zegt Yahweh tegen mij: „Ga, koop een linnen gordel voor jezelf en leg hem om je heupen. Maar breng hem niet in water.”
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֨ר
(amar)
zegt
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַ֗י
(elay)
tegen mij
הָל֞וֹךְ
(halokh)
ga
וְקָנִ֤יתָ
(veqanita)
en koop
לְּךָ֙
(lekha)
voor jezelf
אֵז֣וֹר
(ezor)
gordel van
פִּשְׁתִּ֔ים
(pishtim)
linnen
וְשַׂמְתּ֖וֹ
(vesamto)
en leg hem
עַל
(al)
op
מָתְנֶ֑יךָ
(mateneikha)
je heupen
וּבַמַּ֖יִם
(uvamayim)
en in water
לֹ֥א
(lo)
niet
תְבִאֵֽהוּ
(teviehu)
breng hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֵזוֹר (ezor), ‘gordel’: een lendendoek van linnen, die direct op het lichaam werd gedragen.
Dit is een tekenhandeling: Jeremia moet iets doen waardoor het volk iets begrijpt. Vergelijk Jer. 19:1–2 en 27:2.
6Na vele dagen zei Yahweh tegen mij: „Sta op, ga naar de Eufraat. Haal daar de gordel vandaan, die Ik je geboden had daar te verbergen.”
וַיְהִ֕י
(vayhi)
en het was
מִקֵּ֖ץ
(miqets)
na het einde van
יָמִ֣ים
(yamim)
dagen
רַבִּ֑ים
(rabim)
vele
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַ֗י
(elay)
tegen mij
ק֚וּם
(qum)
sta op
לֵ֣ךְ
(lekh)
ga
פְּרָ֔תָה
(perata)
naar de Eufraat
וְקַ֤ח
(veqach)
en haal
מִשָּׁם֙
(misham)
vandaar
אֶת
(et)
(obj.)
הָ֣אֵז֔וֹר
(haezor)
de gordel
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
צִוִּיתִ֖יךָ
(tsivitikha)
Ik je had geboden
לְטָמְנוֹ
(letameno)
hem te verbergen
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Eufraat: De Eufraat ontspringt in het hoogland van Turkije en stroomt door Syrië en Irak naar de Perzische Golf.
7Ik ging naar de Eufraat, ik groef en ik haalde de gordel weg van de plaats waar ik hem verborgen had. En zie: de gordel was bedorven. Hij was nergens meer goed voor.
וָאֵלֵ֣ךְ
(vaelekh)
en ik ging
פְּרָ֔תָה
(perata)
naar de Eufraat
וָאֶחְפֹּ֗ר
(vaechpor)
en ik groef
וָֽאֶקַּח֙
(vaeqach)
en ik nam
אֶת
(et)
(obj.)
הָ֣אֵז֔וֹר
(haezor)
de gordel
מִן
(min)
van
הַמָּק֖וֹם
(hamaqom)
de plaats
אֲשֶׁר
(asher)
waar
טְמַנְתִּ֣יו
(temantiv)
ik hem had verborgen
שָׁ֑מָּה
(shama)
daar
וְהִנֵּה֙
(vehine)
en zie
נִשְׁחַ֣ת
(nishchat)
was bedorven
הָאֵז֔וֹר
(haezor)
de gordel
לֹ֥א
(lo)
niet
יִצְלַ֖ח
(yitslach)
was hij nuttig
לַכֹּֽל
(lakol)
voor iets
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Eufraat: De Eufraat ontspringt in het hoogland van Turkije en stroomt door Syrië en Irak naar de Perzische Golf.
Uitleg
נִשְׁחַת (nishchat), ‘was bedorven’: hetzelfde werkwoord als ‘verderven’ in vers 9 (אַשְׁחִית, ashchit).
Wat met de gordel gebeurde, gebeurt met de trots van Juda.
10Dit slechte volk weigert naar Mijn woorden te luisteren. Het gaat in de hardnekkigheid van zijn hart en loopt andere goden achterna, om hen te dienen en zich voor hen neer te buigen. Het zal worden als deze gordel, die nergens goed voor is.
הָעָם֩
(haam)
het volk
הַזֶּ֨ה
(haze)
dit
הָרָ֜ע
(hara)
het slechte
הַֽמֵּאֲנִ֣ים
(hameanim)
dat weigert
לִשְׁמ֣וֹעַ
(lishmoa)
te horen
אֶת
(et)
(obj.)
דְּבָרַ֗י
(devaray)
Mijn woorden
הַהֹֽלְכִים֙
(haholekhim)
dat gaat
בִּשְׁרִר֣וּת
(bishrirut)
in de hardnekkigheid van
לִבָּ֔ם
(libam)
hun hart
וַיֵּלְכ֗וּ
(vayelekhu)
en gaat
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
achter
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
goden
אֲחֵרִ֔ים
(acherim)
andere
לְעָבְדָ֖ם
(leavedam)
om hen te dienen
וּלְהִשְׁתַּחֲוֺ֣ת
(ulehishtachavot)
en zich neer te buigen
לָהֶ֑ם
(lahem)
voor hen
וִיהִי֙
(vihi)
en het zal worden
כָּאֵז֣וֹר
(kaezor)
als de gordel
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹא
(lo)
niet
יִצְלַ֖ח
(yitslach)
nuttig is
לַכֹּֽל
(lakol)
voor iets
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Want zoals een gordel zich vastklemt aan de heupen van een man, zo heb Ik het hele huis van Israël en het hele huis van Juda aan Mij vastgemaakt, godsspraak van Yahweh. Zij moesten Mij zijn tot een volk, tot een naam, tot een lof en tot een sieraad. Maar zij hebben niet geluisterd.
כִּ֡י
(ki)
want
כַּאֲשֶׁר֩
(kaasher)
zoals
יִדְבַּ֨ק
(yidbaq)
zich vastklemt
הָאֵז֜וֹר
(haezor)
de gordel
אֶל
(el)
aan
מָתְנֵי
(matenei)
heupen van
אִ֗ישׁ
(ish)
een man
כֵּ֣ן
(ken)
zo
הִדְבַּ֣קְתִּי
(hidbaqti)
heb Ik vastgemaakt
אֵ֠לַי
(elay)
aan Mij
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
heel
בֵּ֨ית
(beit)
huis van
יִשְׂרָאֵ֜ל
(yisrael)
Israël
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
heel
בֵּ֤ית
(beit)
huis van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לִֽהְי֥וֹת
(lihyot)
om te zijn
לִי֙
(li)
voor Mij
לְעָ֔ם
(leam)
tot een volk
וּלְשֵׁ֥ם
(uleshem)
en tot een naam
וְלִתְהִלָּ֖ה
(velithila)
en tot een lof
וּלְתִפְאָ֑רֶת
(uletifaret)
en tot een sieraad
וְלֹ֖א
(velo)
maar niet
שָׁמֵֽעוּ
(shameu)
hebben zij gehoord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נְאֻם יְהוָה (ne’um Yahweh), ‘godsspraak van Yahweh’: zie Jer. 1:8.
De formule staat midden in Yahweh’s woorden en is daarom rood.
Volk, naam, lof en sieraad: dit was Yahweh’s doel met Israël. Vergelijk Deut. 26:19.
12Zeg dit woord tegen hen: ‘Zo zegt Yahweh, de Elohim van Israël: Elke kruik wordt met wijn gevuld.’ Dan zullen zij tegen je zeggen: ‘Weten wij dan niet dat elke kruik met wijn gevuld wordt?’
וְאָמַרְתָּ֨
(veamarta)
en je zult zeggen
אֲלֵיהֶ֜ם
(aleihem)
tegen hen
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּבָ֣ר
(hadavar)
het woord
הַזֶּ֗ה
(haze)
dit
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֤ר
(amar)
zegt
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
כָּל
(kal)
elke
נֵ֖בֶל
(nevel)
kruik
יִמָּ֣לֵא
(yimale)
wordt gevuld
יָ֑יִן
(yayin)
met wijn
וְאָמְר֣וּ
(veameru)
en zij zullen zeggen
אֵלֶ֔יךָ
(eleikha)
tegen je
הֲיָדֹ֨עַ֙
(hayadoa)
weten wij
לֹ֣א
(lo)
niet
נֵדַ֔ע
(neda)
wij weten
כִּ֥י
(ki)
dat
כָל
(kal)
elke
נֵ֖בֶל
(nevel)
kruik
יִמָּ֥לֵא
(yimale)
wordt gevuld
יָֽיִן
(yayin)
met wijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֵבֶל (nevel), ‘kruik’: een aarden vat voor wijn.
Het woord kan ook een leren wijnzak betekenen.
Het volk antwoordt als vanzelfsprekend: een kruik is er om gevuld te worden.
13Zeg dan tegen hen: ‘Zo zegt Yahweh: Zie, Ik vul alle inwoners van dit land met dronkenschap: de koningen die op de troon van David zitten, de priesters, de profeten en alle inwoners van Jeruzalem.
וְאָמַרְתָּ֨
(veamarta)
en je zult zeggen
אֲלֵיהֶ֜ם
(aleihem)
tegen hen
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
הִנְנִ֣י
(hinni)
zie Ik
מְמַלֵּ֣א
(memale)
vul
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
inwoners van
הָאָ֪רֶץ
(haarets)
het land
הַזֹּ֟את
(hazot)
dit
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמְּלָכִ֣ים
(hamelakhim)
de koningen
הַיֹּשְׁבִים֩
(hayoshevim)
die zitten
לְדָוִ֨ד
(ledavid)
voor David
עַל
(al)
op
כִּסְא֜וֹ
(kiso)
zijn troon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַכֹּהֲנִ֣ים
(hakohanim)
de priesters
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַנְּבִיאִ֗ים
(haneviim)
de profeten
וְאֵ֛ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
יֹשְׁבֵ֥י
(yoshevei)
inwoners van
יְרוּשָׁלִָ֖ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
שִׁכָּרֽוֹן
(shikaron)
met dronkenschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
שִׁכָּרוֹן (shikkaron), ‘dronkenschap’: het beeld van Yahweh’s oordeel, dat men als wijn moet drinken.
Zie ook Jer. 25:15–16.
De koningen ‘op de troon van David’: de koningen van Juda uit het huis van David.
14Ik zal hen stukslaan, de een tegen de ander, vaders en zonen samen, godsspraak van Yahweh. Ik zal niet sparen, geen medelijden hebben en Mij niet ontfermen, zodat Ik hen niet zou verderven.’”
וְנִפַּצְתִּים֩
(venipatstim)
en Ik zal hen stukslaan
אִ֨ישׁ
(ish)
een man
אֶל
(el)
tegen
אָחִ֜יו
(achiv)
zijn broer
וְהָאָב֧וֹת
(vehaavot)
en de vaders
וְהַבָּנִ֛ים
(vehabanim)
en de zonen
יַחְדָּ֖ו
(yachdav)
samen
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
לֹֽא
(lo)
niet
אֶחְמ֧וֹל
(echmol)
zal Ik sparen
וְלֹֽא
(velo)
en niet
אָח֛וּס
(achus)
zal Ik medelijden hebben
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
אֲרַחֵ֖ם
(arachem)
zal Ik Mij ontfermen
מֵהַשְׁחִיתָֽם
(mehashchitam)
zodat Ik hen niet verderf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֶחְמוֹל (echmol), ‘zal Ik sparen’, אָחוּס (achus), ‘zal Ik medelijden hebben’, en אֲרַחֵם (arachem), ‘zal Ik Mij ontfermen’: drie werkwoorden voor hetzelfde.
16Geef Yahweh, jullie Elohim, eer, voordat Hij duisternis brengt en voordat jullie voeten struikelen op de bergen in de schemering. Jullie wachten op licht, maar Hij maakt er diepe schaduw van en brengt donkere wolken.
תְּנוּ֩
(tenu)
geeft
לַיהוָ֨ה
(laYahweh)
aan Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֤ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
כָּבוֹד֙
(kavod)
eer
בְּטֶ֣רֶם
(beterem)
voordat
יַחְשִׁ֔ךְ
(yachshikh)
Hij duisternis brengt
וּבְטֶ֛רֶם
(uveterem)
en voordat
יִֽתְנַגְּפ֥וּ
(yitnagefu)
struikelen
רַגְלֵיכֶ֖ם
(ragleikhem)
jullie voeten
עַל
(al)
op
הָ֣רֵי
(harei)
bergen van
נָ֑שֶׁף
(nashef)
schemering
וְקִוִּיתֶ֤ם
(veqivitem)
en jullie wachten
לְאוֹר֙
(leor)
op licht
וְשָׂמָ֣הּ
(vesamah)
en Hij maakt het
לְצַלְמָ֔וֶת
(letsalmavet)
tot diepe schaduw
וְשִׁ֖ית
(veshit)
en Hij zet
לַעֲרָפֶֽל
(laarafel)
tot donkere wolken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נָשֶׁף (nashef), ‘schemering’: de tijd van de avond- of ochtendschemer, als het moeilijk is de weg te zien.
לְצַלְמָוֶת (tsalmavet), ‘diepe schaduw’: letterlijk misschien ‘schaduw van de dood’. Zie ook Ps. 23:4.
17Maar als jullie het niet horen, zal mijn ziel in het verborgene huilen vanwege de hoogmoed. Mijn oog zal heftig tranen en tranen laten neerstromen, want de kudde van Yahweh is gevankelijk weggevoerd.
וְאִם֙
(veim)
en als
לֹ֣א
(lo)
niet
תִשְׁמָע֔וּהָ
(tishmauha)
jullie het horen
בְּמִסְתָּרִ֥ים
(bemistarim)
in het verborgene
תִּבְכֶּֽה
(tivke)
zal huilen
נַפְשִׁ֖י
(nafshi)
mijn ziel
מִפְּנֵ֣י
(mipenei)
vanwege
גֵוָ֑ה
(geva)
hoogmoed
וְדָמֹ֨עַ
(vedamoa)
en heftig
תִּדְמַ֜ע
(tidma)
zal tranen
וְתֵרַ֤ד
(veterad)
en zal neerdalen
עֵינִי֙
(eini)
mijn oog
דִּמְעָ֔ה
(dima)
tranen
כִּ֥י
(ki)
want
נִשְׁבָּ֖ה
(nishba)
is gevankelijk weggevoerd
עֵ֥דֶר
(eder)
de kudde van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֵדֶר יְהוָה (eder Yahweh), ‘de kudde van Yahweh’: het volk als zijn kudde.
21Wat zul je zeggen wanneer Hij hen tot hoofd over je aanstelt, hen die jij zelf als vertrouwelingen aan je hebt gewend? Zullen geen weeën je grijpen, als een vrouw die baart?
מַה
(ma)
wat
תֹּֽאמְרִי֙
(tomri)
zul je zeggen
כִּֽי
(ki)
wanneer
יִפְקֹ֣ד
(yifqod)
Hij aanstelt
עָלַ֔יִךְ
(alayikh)
over je
וְ֠אַתְּ
(veat)
en jij
לִמַּ֨דְתְּ
(limadt)
hebt gewend
אֹתָ֥ם
(otam)
hen
עָלַ֛יִךְ
(alayikh)
aan je
אַלֻּפִ֖ים
(alufim)
als vertrouwelingen
לְרֹ֑אשׁ
(lerosh)
tot hoofd
הֲל֤וֹא
(halo)
niet
חֲבָלִים֙
(chavalim)
weeën
יֹאחֱז֔וּךְ
(yochezukh)
grijpen je
כְּמ֖וֹ
(kemo)
als
אֵ֥שֶׁת
(eshet)
een vrouw van
לֵדָֽה
(leda)
het baren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws van dit vers is moeilijk.
אַלֻּפִים (alluphim) betekent ‘vertrouwelingen’ of ‘aanvoerders’.
De tekst noemt niet wie bedoeld wordt: mensen die Jeruzalem zelf als vrienden heeft aangetrokken, krijgen nu macht over haar.
חֲבָלִים יֹאחֱזוּךְ (chavalim yochazukh), ‘weeën grijpen je’: een beeld van plotselinge, onontkoombare pijn.
27Je overspel en je gehinnik, je schaamteloze hoererij: op de heuvels, in het veld, heb Ik je gruwelbeelden gezien. Wee je, Jeruzalem! Je wordt niet rein. Hoelang nog?”
נִֽאֻפַ֤יִךְ
(niufayikh)
je overspel
וּמִצְהֲלוֹתַ֨יִךְ֙
(umitshalotayikh)
en je gehinnik
זִמַּ֣ת
(zimat)
schaamteloosheid van
זְנוּתֵ֔ךְ
(zenutekh)
je hoererij
עַל
(al)
op
גְּבָעוֹת֙
(gevaot)
heuvels
בַּשָּׂדֶ֔ה
(basade)
in het veld
רָאִ֖יתִי
(raiti)
Ik heb gezien
שִׁקּוּצָ֑יִךְ
(shiqutsayikh)
je gruwelbeelden
א֥וֹי
(oy)
wee
לָךְ֙
(lakh)
jou
יְר֣וּשָׁלִַ֔ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
לֹ֣א
(lo)
niet
תִטְהֲרִ֔י
(tithari)
word je rein
אַחֲרֵ֥י
(acharei)
na
מָתַ֖י
(matay)
hoelang
עֹֽד
(od)
nog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
וּמִצְהֲלוֹתַיִךְ (mitsh’alotayikh), ‘je gehinnik’: het hinniken van hengsten, een beeld voor geslachtelijke begeerte; vergelijk Jer. 5:8.
שִׁקּוּצָיִךְ (shiqqutsayikh), ‘je gruwelbeelden’: afgodsbeelden, wat Yahweh afschuwelijk vindt.