Elohim Bijbel

Jesaja 25

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Lofzang op Yahweh, het feestmaal op de berg en het einde van de dood

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Lofzang op Yahweh

1Yahweh, U bent mijn Elohim. Ik wil U verheffen. Ik wil Uw naam loven. Want U hebt een wonder gedaan: besluiten van lang geleden, betrouwbaar en zeker.
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהַי֙
(elohay)
mijn Elohim
אַתָּ֔ה
(ata)
U
אֲרֽוֹמִמְךָ֙
(aromimkha)
ik zal U verheffen
אוֹדֶ֣ה
(ode)
ik zal loven
שִׁמְךָ֔
(shimkha)
Uw naam
כִּ֥י
(ki)
want
עָשִׂ֖יתָ
(asita)
U hebt gedaan
פֶּ֑לֶא
(pele)
wonder
עֵצ֥וֹת
(etsot)
besluiten van
מֵֽרָח֖וֹק
(merachoq)
van lang geleden
אֱמ֥וּנָה
(emuna)
betrouwbaarheid
אֹֽמֶן
(omen)
zekerheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱמוּנָה אֹמֶן (emunah omen), ‘betrouwbaar en zeker’: twee verwante woorden naast elkaar.

Ze versterken elkaar: volkomen betrouwbaar.

Het tweede woord is verwant aan ‘amen’.

פֶּלֶא (pele), ‘wonder’: iets dat boven het gewone uitgaat.

עֵצוֹת (etsot), ‘besluiten’: meervoud van עֵצָה (etsah). Bij Yahweh vertalen wij etsah als ‘besluit’, bij mensen als ‘raad’; zie Jes. 28:29.

2Want U hebt de stad tot een steenhoop gemaakt, de versterkte stad tot een puinhoop. De burcht van de vreemden is geen stad meer. Voor eeuwig zal hij niet worden opgebouwd.
כִּ֣י
(ki)
want
שַׂ֤מְתָּ
(samta)
U hebt gemaakt
מֵעִיר֙
(meir)
van een stad
לַגָּ֔ל
(lagal)
tot een steenhoop
קִרְיָ֥ה
(qirya)
een stad
בְצוּרָ֖ה
(betsura)
versterkte
לְמַפֵּלָ֑ה
(lemapela)
tot een puinhoop
אַרְמ֤וֹן
(armon)
burcht van
זָרִים֙
(zarim)
vreemden
מֵעִ֔יר
(meir)
van een stad
לְעוֹלָ֖ם
(leolam)
voor eeuwig
לֹ֥א
(lo)
niet
יִבָּנֶֽה
(yibane)
hij wordt opgebouwd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵעִיר (me’ir), ‘geen stad meer’: letterlijk ‘van een stad’ of ‘uit een stad’.

De stad is zo verwoest dat zij geen stad meer is.

גַּל (gal), ‘steenhoop’: een hoop stenen van een verwoeste stad.

Welke stad bedoeld wordt, zegt de tekst niet. In vers 10 wordt Moab genoemd.

3Daarom zal een sterk volk U eren. De stad van de meedogenloze volken zal U vrezen.
עַל
(al)
over
כֵּ֖ן
(ken)
zo
יְכַבְּד֣וּךָ
(yekhabedukha)
zij zullen U eren
עַם
(am)
volk
עָ֑ז
(az)
sterk
קִרְיַ֛ת
(qiryat)
stad van
גּוֹיִ֥ם
(goyim)
volken
עָרִיצִ֖ים
(aritsim)
meedogenlozen
יִירָאֽוּךָ
(yiraukha)
zij zullen U vrezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָרִיצִים (aritsim), ‘meedogenlozen’: mensen die met geweld heersen.

Het woord staat ook in de verzen 4 en 5.

4Want U bent een toevlucht geweest voor de geringe, een toevlucht voor de arme in zijn nood. U was een schuilplaats tegen de stortregen en een schaduw tegen de hitte. Want de adem van de meedogenlozen is als een stortregen tegen een muur.
כִּֽי
(ki)
want
הָיִ֨יתָ
(hayita)
U bent geweest
מָע֥וֹז
(maoz)
toevlucht
לַדָּ֛ל
(ladal)
voor de geringe
מָע֥וֹז
(maoz)
toevlucht
לָאֶבְי֖וֹן
(laevyon)
voor de arme
בַּצַּר
(batsar)
in nood
ל֑וֹ
(lo)
voor hem
מַחְסֶ֤ה
(machse)
schuilplaats
מִזֶּ֨רֶם֙
(mizerem)
tegen stortregen
צֵ֣ל
(tsel)
schaduw
מֵחֹ֔רֶב
(mechorev)
tegen hitte
כִּ֛י
(ki)
want
ר֥וּחַ
(ruach)
adem van
עָרִיצִ֖ים
(aritsim)
meedogenlozen
כְּזֶ֥רֶם
(kezerem)
als stortregen
קִֽיר
(qir)
muur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זֶרֶם (zerem), ‘stortregen’: een zware, plotselinge regenbui.

Een stortregen tegen een muur doet de muur niet bezwijken, maar slaat er hard tegenaan.

De betekenis van het slot van het vers is niet zeker.

חֹרֶב (chorev), ‘hitte’: de droge hitte van de zon. Het woord staat ook in vers 5.

5Zoals de hitte in een dorre streek, bedwingt U het gedruis van de vreemden. Zoals de hitte door de schaduw van een wolk, wordt het lied van de meedogenlozen tot zwijgen gebracht.
כְּחֹ֣רֶב
(kechorev)
zoals hitte
בְּצָי֔וֹן
(betsayon)
in een dorre streek
שְׁא֥וֹן
(sheon)
gedruis van
זָרִ֖ים
(zarim)
vreemden
תַּכְנִ֑יעַ
(takhnia)
U bedwingt
חֹ֚רֶב
(chorev)
hitte
בְּצֵ֣ל
(betsel)
door schaduw van
עָ֔ב
(av)
wolk
זְמִ֥יר
(zemir)
lied van
עָֽרִיצִ֖ים
(aritsim)
meedogenlozen
יַעֲנֶֽה
(yaane)
het wordt tot zwijgen gebracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יַעֲנֶה (ya’aneh), ‘wordt tot zwijgen gebracht’: letterlijk ‘wordt neergebogen’.

Het werkwoord kan ook ‘antwoorden’ betekenen.

Wij volgen ‘neerbuigen’.

בְּצָיּוֹן (betsayyon), ‘in een dorre streek’: een droog land. Het klinkt als Sion (tsiyyon), maar de klinkers wijzen op ‘dorre grond’.

Het feestmaal op de berg

6Yahweh van de legermachten zal voor alle volken op deze berg een feestmaal bereiden. Een feestmaal van vette gerechten, een feestmaal van gerijpte wijn: vette gerechten vol merg, gerijpte wijn, gezuiverd.
וְעָשָׂה֩
(veasa)
en Hij zal bereiden
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֜וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
לְכָל
(lekhal)
voor alle
הָֽעַמִּים֙
(haamim)
volken
בָּהָ֣ר
(bahar)
op de berg
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
מִשְׁתֵּ֥ה
(mishte)
feestmaal van
שְׁמָנִ֖ים
(shemanim)
vette gerechten
מִשְׁתֵּ֣ה
(mishte)
feestmaal van
שְׁמָרִ֑ים
(shemarim)
gerijpte wijn
שְׁמָנִים֙
(shemanim)
vette gerechten
מְמֻ֣חָיִ֔ם
(memuchayim)
vol merg
שְׁמָרִ֖ים
(shemarim)
gerijpte wijn
מְזֻקָּקִֽים
(mezuqaqim)
gezuiverd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁתֶּה (mishteh), ‘feestmaal’: letterlijk een maaltijd waarbij gedronken wordt.

שְׁמָרִים (shemarim), ‘gerijpte wijn’: letterlijk ‘droesem’, het bezinksel van wijn. Wijn die lang op de droesem heeft gelegen, is rijk van smaak. Daarna wordt hij gezuiverd.

מְמֻחָיִם (mamuchayim), ‘vol merg’: het beste en vetste vlees.

De ‘berg’ is hier de berg Sion, de tempelberg van Jeruzalem.

7Op deze berg zal Hij de sluier verslinden, de sluier die alle volken bedekt, en het kleed dat over alle volken is uitgespreid.
וּבִלַּע֙
(uvila)
en Hij zal verslinden
בָּהָ֣ר
(bahar)
op de berg
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
פְּנֵֽי
(penei)
het aangezicht van
הַלּ֥וֹט
(halot)
de sluier
הַלּ֖וֹט
(halot)
de sluier
עַל
(al)
over
כָּל
(kal)
alle
הָֽעַמִּ֑ים
(haamim)
volken
וְהַמַּסֵּכָ֥ה
(vehamasekha)
en het kleed
הַנְּסוּכָ֖ה
(hanesukha)
dat uitgespreid is
עַל
(al)
over
כָּל
(kal)
alle
הַגּוֹיִֽם
(hagoyim)
volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּנֵי הַלּוֹט (penei halot), ‘de sluier’: letterlijk ‘het gezicht van de bedekking’.

Het is een doek die over de volken ligt, zoals over rouwenden.

מַסֵּכָה (massekhah), ‘kleed’: een geweven of gegoten bedekking. Het woord kan ook ‘geweven stof’ betekenen.

8Hij zal de dood voor altijd verslinden. Heer Yahweh zal de tranen van alle gezichten wissen. De smaad van Zijn volk zal Hij van heel de aarde wegnemen. Want Yahweh heeft gesproken.
בִּלַּ֤ע
(bila)
Hij zal verslinden
הַמָּ֨וֶת֙
(hamavet)
de dood
לָנֶ֔צַח
(lanetsach)
voor altijd
וּמָחָ֨ה
(umacha)
en Hij zal wissen
אֲדֹנָ֧י
(adonay)
Heer
יְהוִ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
דִּמְעָ֖ה
(dima)
tranen
מֵעַ֣ל
(meal)
van
כָּל
(kal)
alle
פָּנִ֑ים
(panim)
gezichten
וְחֶרְפַּ֣ת
(vecherpat)
en de smaad van
עַמּ֗וֹ
(amo)
Zijn volk
יָסִיר֙
(yasir)
Hij zal wegnemen
מֵעַ֣ל
(meal)
van
כָּל
(kal)
heel
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
de aarde
כִּ֥י
(ki)
want
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
דִּבֵּֽר
(diber)
heeft gesproken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’: zie Jes. 3:15.

בִּלַּע הַמָּוֶת לָנֶצַח (billa hamavet lanetsach), ‘Hij zal de dood voor altijd verslinden’: het werkwoord staat hier in de voltooide tijd. De profeet ziet het als al gebeurd. Het woord נֶצַח (netsach) betekent ‘voor altijd’, maar ook ‘overwinning’. Zie ook Hos. 13:14 en 1 Kor. 15:54. Vergelijk Openb. 21:4.

כִּי יְהוָה דִּבֵּר (ki Yahweh dibber), ‘want Yahweh heeft gesproken’: een slotformule die de belofte bevestigt.

Wij hebben op Hem gewacht

9Op die dag zal men zeggen: „Zie, dit is onze Elohim. Wij hebben op Hem gewacht, en Hij heeft ons gered. Dit is Yahweh. Wij hebben op Hem gewacht. Laten wij juichen en ons verheugen in Zijn redding.”
וְאָמַר֙
(veamar)
en hij zal zeggen
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֔וּא
(hahu)
die
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
אֱלֹהֵ֥ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
זֶ֛ה
(ze)
dit is
קִוִּ֥ינוּ
(qivinu)
wij hebben gewacht
ל֖וֹ
(lo)
op Hem
וְיֽוֹשִׁיעֵ֑נוּ
(veyoshienu)
en Hij heeft ons gered
זֶ֤ה
(ze)
dit is
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
קִוִּ֣ינוּ
(qivinu)
wij hebben gewacht
ל֔וֹ
(lo)
op Hem
נָגִ֥ילָה
(nagila)
laten wij juichen
וְנִשְׂמְחָ֖ה
(venismecha)
en laten wij ons verheugen
בִּישׁוּעָתֽוֹ
(bishuato)
in Zijn redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De woorden in dit vers zijn niet van Yahweh maar van het volk dat op die dag spreekt.

קִוִּינוּ (qivvinu), ‘wij hebben gewacht’: wachten met verwachting. Het werkwoord staat twee keer in dit vers.

וְיֽוֹשִׁיעֵנוּ (veyoshi’enu), ‘en Hij heeft ons gered’: de vorm kan ook ‘zodat Hij ons redt’ betekenen.

Moab wordt vertrapt

10Want de hand van Yahweh zal op deze berg rusten. Maar Moab wordt vertrapt, daar waar het staat, zoals stro wordt vertrapt in een mestput.
כִּֽי
(ki)
want
תָנ֥וּחַ
(tanuach)
zal rusten
יַד
(yad)
hand van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בָּהָ֣ר
(bahar)
op de berg
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
וְנָ֤דוֹשׁ
(venadosh)
en wordt vertrapt
מוֹאָב֙
(moav)
Moab
תַּחְתָּ֔יו
(tachtav)
onder zich
כְּהִדּ֥וּשׁ
(kehidush)
zoals vertrapt wordt
מַתְבֵּ֖ן
(matben)
stro
בְּמ֥וֹ
(bemo)
in
מַדְמֵנָֽה
(madmena)
mestput
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

מוֹאָב (Moav), ‘Moab’: het volk ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Moab staat hier voor de trotse vijanden van Yahweh.

מַדְמֵנָה (madmenah), ‘mestput’: een plaats waar mest ligt. Het woord kan ook de naam van een plaats zijn.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft במי (bemei), ‘in het water van’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft בְּמוֹ (bemo), ‘in’.

Wij volgen de qere.

11Midden daarin spreidt hij zijn handen uit, zoals een zwemmer ze uitspreidt om te zwemmen. Maar Hij zal zijn trots neerhalen, ondanks de behendigheid van zijn handen.
וּפֵרַ֤שׂ
(uferas)
en hij spreidt uit
יָדָיו֙
(yadav)
zijn handen
בְּקִרְבּ֔וֹ
(beqirbo)
in zijn midden
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
יְפָרֵ֥שׂ
(yefares)
hij spreidt uit
הַשֹּׂחֶ֖ה
(hasoche)
de zwemmer
לִשְׂח֑וֹת
(lischot)
om te zwemmen
וְהִשְׁפִּיל֙
(vehishpil)
en Hij zal neerhalen
גַּֽאֲוָת֔וֹ
(gaavato)
zijn trots
עִ֖ם
(im)
ondanks
אָרְבּ֥וֹת
(arbot)
behendigheid van
יָדָֽיו
(yadav)
zijn handen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt niet wie zijn handen uitspreidt.

Wij lezen Moab: het worstelt in de mest als een zwemmer.

Het kan ook Yahweh zijn, die Zijn handen uitspreidt om neer te halen.

אָרְבּוֹת (arbot), ‘behendigheid’: het woord komt alleen hier voor en de betekenis is niet zeker.

12Het bolwerk van je hoge muren zal Hij neerbuigen. Hij zal het omlaag halen en laten neerkomen op de aarde, tot in het stof.
וּמִבְצַ֞ר
(umivtsar)
en het bolwerk van
מִשְׂגַּ֣ב
(misgav)
hoogte van
חוֹמֹתֶ֗יךָ
(chomoteikha)
je muren
הֵשַׁ֥ח
(heshach)
Hij zal neerbuigen
הִשְׁפִּ֛יל
(hishpil)
Hij zal omlaag halen
הִגִּ֥יעַ
(higia)
Hij zal laten raken
לָאָ֖רֶץ
(laarets)
aan de aarde
עַד
(ad)
tot
עָפָֽר
(afar)
stof
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חוֹמֹתֶיךָ (chomotekha), ‘je muren’: het Hebreeuws spreekt hier opeens één persoon aan, waarschijnlijk Moab.

Een trotse, hoge stad wordt tot het stof teruggebracht.

Vergelijk Jes. 26:5.