Elohim Bijbel

Handelingen 6

12345678910111213141516171819202122232425262728

De zeven mannen, en de aanklacht tegen Stefanus

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Gemor over de weduwen: de zeven mannen

1In die dagen, toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er gemor van de Hellenisten tegen de Hebreeën. Hun weduwen werden namelijk bij de dagelijkse dienst over het hoofd gezien.
Ἐν
(En)
in
δὲ
(de)
nu
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ταύταις
(tautais)
deze
πληθυνόντων
(plethynonton)
toenemend
τῶν
(ton)
de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
ἐγένετο
(egeneto)
ontstond
γογγυσμὸς
(gongysmos)
gemor
τῶν
(ton)
van de
Ἑλληνιστῶν
(Helleniston)
Hellenisten
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
Ἑβραίους
(Hebraious)
Hebreeën
ὅτι
(hoti)
omdat
παρεθεωροῦντο
(paretheorounto)
over het hoofd gezien werden
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
διακονίᾳ
(diakonia)
dienst
τῇ
(te)
de
καθημερινῇ
(kathemerine)
dagelijkse
αἱ
(hai)
de
χῆραι
(cherai)
weduwen
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἑλληνιστής (Hellenistes), ‘Hellenist’: een Jood die Grieks spreekt. Ἑβραῖος (Hebraios), ‘Hebreeër’: een Jood die Hebreeuws of Aramees spreekt.

Het Grieks zegt niet hoe de twee groepen precies verschillen; wij houden de namen van de tekst. διακονία (diakonia), ‘dienst’: waarschijnlijk de dagelijkse uitdeling van voedsel of hulp, zie 6:2. παραθεωρέω (paratheoreo), ‘over het hoofd zien’.

Zie ook Hand. 9:29.

Zie ookHand 9:29
2De twaalf riepen de menigte van de leerlingen bij zich. Zij zeiden: „Het is niet goed dat wij het woord van Elohim achterlaten om aan tafels te dienen.
προσκαλεσάμενοι
(proskalesamenoi)
bij zich roepend
δὲ
(de)
nu
οἱ
(hoi)
de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
τὸ
(to)
de
πλῆθος
(plethos)
menigte
τῶν
(ton)
van de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἀρεστόν
(areston)
goed
ἐστιν
(estin)
is
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καταλείψαντας
(kataleipsantas)
achterlatend
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
διακονεῖν
(diakonein)
dienen
τραπέζαις
(trapezais)
aan tafels
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἱ δώδεκα (hoi dodeka), ‘de twaalf’: de apostelen. τράπεζα (trapeza), ‘tafel’: aan tafels dienen is hier waarschijnlijk zorgen voor de maaltijden en de uitdeling van hulp (6:1).

3Zoek dus uit jullie midden zeven mannen uit, broers, van wie goed getuigd wordt, vol van Geest en wijsheid. Hen zullen wij aanstellen over deze zaak.
ἐπισκέψασθε
(episkepsasthe)
zoekt uit
δέ
(de)
nu
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἄνδρας
(andras)
mannen
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μαρτυρουμένους
(martyroumenous)
van wie getuigd wordt
ἑπτὰ
(hepta)
zeven
πλήρεις
(plereis)
vol
πνεύματος
(pneumatos)
van Geest
καὶ
(kai)
en
σοφίας
(sophias)
wijsheid
οὓς
(hous)
die
καταστήσομεν
(katastesomen)
wij zullen aanstellen
ἐπὶ
(epi)
over
τῆς
(tes)
de
χρείας
(chreias)
zaak
ταύτης
(tautes)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

μαρτυρέω (martyreo), ‘getuigen’: hier de passieve vorm, ‘van wie getuigd wordt’.

Het woord ‘goed’ staat niet in het Grieks; de samenhang geeft het aan.

Het Grieks heeft bij ‘Geest’ geen lidwoord: wij lezen de Geest van Elohim, zoals in 6:5 en 6:10.

4Wij zullen volhouden in het gebed en in de dienst van het woord.”
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
δὲ
(de)
nu
τῇ
(te)
in het
προσευχῇ
(proseuche)
gebed
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
in de
διακονίᾳ
(diakonia)
dienst
τοῦ
(tou)
van het
λόγου
(logou)
woord
προσκαρτερήσομεν
(proskarteresomen)
zullen volhouden
Bron: SBLGNT
5Het voorstel beviel de hele menigte. Zij kozen Stefanus, een man vol van geloof en van de Heilige Geest, en Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië.
καὶ
(kai)
en
ἤρεσεν
(eresen)
beviel
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
voorstel
ἐνώπιον
(enopion)
voor
παντὸς
(pantos)
de hele
τοῦ
(tou)
de
πλήθους
(plethous)
menigte
καὶ
(kai)
en
ἐξελέξαντο
(exelexanto)
zij kozen
Στέφανον
(Stephanon)
Stefanus
ἄνδρα
(andra)
man
πλήρης
(pleres)
vol
πίστεως
(pisteos)
van geloof
καὶ
(kai)
en
πνεύματος
(pneumatos)
van Geest
ἁγίου
(hagiou)
heilige
καὶ
(kai)
en
Φίλιππον
(Philippon)
Filippus
καὶ
(kai)
en
Πρόχορον
(Prochoron)
Prochorus
καὶ
(kai)
en
Νικάνορα
(Nikanora)
Nikanor
καὶ
(kai)
en
Τίμωνα
(Timona)
Timon
καὶ
(kai)
en
Παρμενᾶν
(Parmenan)
Parmenas
καὶ
(kai)
en
Νικόλαον
(Nikolaon)
Nikolaüs
προσήλυτον
(proselyton)
proseliet
Ἀντιοχέα
(Antiochea)
uit Antiochië
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.

Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.

Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.

Uitleg

ὁ λόγος (ho logos), ‘het woord’: hier wat de twaalf hadden gezegd; wij schrijven ‘het voorstel’. προσήλυτος (proselytos), ‘proseliet’: een niet-Jood die zich bij het Jodendom had aangesloten.

De zeven hebben Griekse namen.

6Hen stelden zij voor de apostelen. Die baden en legden hun de handen op.
οὓς
(hous)
die
ἔστησαν
(estesan)
zij stelden
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
καὶ
(kai)
en
προσευξάμενοι
(proseuxamenoi)
biddend
ἐπέθηκαν
(epethekan)
legden op
αὐτοῖς
(autois)
hun
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt niet wie de handen oplegt; wij houden het onbepaald (‘zij’, daarna ‘die’), de apostelen zijn waarschijnlijk bedoeld. ἐπιτίθημι τὰς χεῖρας (epitithemi tas cheiras), ‘de handen opleggen’: een gebaar van zegen en overdracht van een taak.

7Het woord van Elohim groeide en het aantal leerlingen in Jeruzalem nam sterk toe. Ook een grote menigte priesters gehoorzaamde aan het geloof.
Καὶ
(Kai)
en
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ηὔξανεν
(eyxanen)
groeide
καὶ
(kai)
en
ἐπληθύνετο
(eplethyneto)
nam toe
ὁ
(ho)
het
ἀριθμὸς
(arithmos)
aantal
τῶν
(ton)
van de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
ἐν
(en)
in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
σφόδρα
(sphodra)
zeer
πολύς
(polys)
grote
τε
(te)
en
ὄχλος
(ochlos)
menigte
τῶν
(ton)
van de
ἱερέων
(hiereon)
priesters
ὑπήκουον
(hypekouon)
gehoorzaamden
τῇ
(te)
aan het
πίστει
(pistei)
geloof
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

ὑπακούω (hypakouo), ‘gehoorzamen’: wij vertalen ‘gehoorzaamde aan het geloof’.

Met ‘het geloof’ is de boodschap over Yeshua bedoeld, waarin men gelooft.

Stefanus wordt aangeklaagd

8Stefanus, vol van genade en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk.
Στέφανος
(Stephanos)
Stefanus
δὲ
(de)
nu
πλήρης
(pleres)
vol
χάριτος
(charitos)
van genade
καὶ
(kai)
en
δυνάμεως
(dynameos)
van kracht
ἐποίει
(epoiei)
deed
τέρατα
(terata)
wonderen
καὶ
(kai)
en
σημεῖα
(semeia)
tekenen
μεγάλα
(megala)
grote
ἐν
(en)
onder
τῷ
(to)
het
λαῷ
(lao)
volk
Bron: SBLGNT
9Enkelen stonden op uit de synagoge die van de Libertijnen genoemd wordt, en van de Cyreners en Alexandriërs, en van hen uit Cilicië en Asia. Zij discussieerden met Stefanus.
ἀνέστησαν
(anestesan)
stonden op
δέ
(de)
nu
τινες
(tines)
enkelen
τῶν
(ton)
van hen
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
συναγωγῆς
(synagoges)
synagoge
τῆς
(tes)
die
λεγομένης
(legomenes)
genoemd wordt
Λιβερτίνων
(Libertinon)
van de Libertijnen
καὶ
(kai)
en
Κυρηναίων
(Kyrenaion)
Cyreners
καὶ
(kai)
en
Ἀλεξανδρέων
(Alexandreon)
Alexandriërs
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van hen
ἀπὸ
(apo)
uit
Κιλικίας
(Kilikias)
Cilicië
καὶ
(kai)
en
Ἀσίας
(Asias)
Asia
συζητοῦντες
(syzetountes)
discussiërend
τῷ
(to)
met
Στεφάνῳ
(Stephano)
Stefanus
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Alexandrië: Alexandrië lag aan de Middellandse Zee, aan de westkant van de Nijldelta.

Het was de grootste stad van Egypte en had een grote Joodse gemeenschap.

Zie Cilicië (ongeveer): Cilicië was de kuststreek in het zuidoosten van het huidige Turkije, met Tarsus als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Λιβερτῖνοι (Libertinoi), ‘Libertijnen’: vrijgelaten slaven en hun nazaten.

Het Grieks zegt niet of het om één synagoge gaat of om meer; wij houden de zin onbepaald. Κιλικία (Kilikia) is een streek in het zuidoosten van het huidige Turkije, Ἀσία (Asia) het westen daarvan.

10Maar zij konden de wijsheid en de Geest door wie hij sprak, niet weerstaan.
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἴσχυον
(ischyon)
waren in staat
ἀντιστῆναι
(antistenai)
te weerstaan
τῇ
(te)
aan de
σοφίᾳ
(sophia)
wijsheid
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan de
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ᾧ
(ho)
door wie
ἐλάλει
(elalei)
hij sprak
Bron: SBLGNT
11Toen zetten zij mannen aan die zeiden: „Wij hebben hem lasterlijke woorden horen spreken tegen Mozes en tegen Elohim.”
τότε
(tote)
toen
ὑπέβαλον
(hypebalon)
zetten aan
ἄνδρας
(andras)
mannen
λέγοντας
(legontas)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Ἀκηκόαμεν
(Akekoamen)
wij hebben gehoord
αὐτοῦ
(autou)
hem
λαλοῦντος
(lalountos)
sprekend
ῥήματα
(rhemata)
woorden
βλάσφημα
(blasphema)
lasterlijke
εἰς
(eis)
tegen
Μωϋσῆν
(Moysen)
Mozes
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποβάλλω (hypoballo), ‘aanzetten’: iemand heimelijk laten zeggen wat men wil. βλάσφημος (blasphemos), ‘lasterlijk’.

12Zij brachten het volk, de oudsten en de schriftgeleerden in beroering. Zij kwamen op hem af, grepen hem vast en brachten hem naar de Raad.
συνεκίνησάν
(synekinesan)
zij brachten in beroering
τε
(te)
en
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
πρεσβυτέρους
(presbyterous)
oudsten
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
καὶ
(kai)
en
ἐπιστάντες
(epistantes)
opkomend
συνήρπασαν
(synerpasan)
grepen vast
αὐτὸν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
ἤγαγον
(egagon)
brachten
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
συνέδριον
(synedrion)
Raad
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνέδριον (synedrion), ‘Raad’: het hoogste Joodse gerecht in Jeruzalem; zo heet het ook in de evangeliën (Matt. 26:59). πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘oudsten’: de leiders van het volk, zoals in Matt. 16:21.

13Zij lieten valse getuigen optreden, die zeiden: „Deze man houdt niet op woorden te spreken tegen de heilige plaats en de wet.
ἔστησάν
(estesan)
zij lieten optreden
τε
(te)
en
μάρτυρας
(martyras)
getuigen
ψευδεῖς
(pseudeis)
valse
λέγοντας
(legontas)
zeggend
Ὁ
(Ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
οὗτος
(houtos)
deze
οὐ
(ou)
niet
παύεται
(pauetai)
houdt op
λαλῶν
(lalon)
sprekend
ῥήματα
(rhemata)
woorden
κατὰ
(kata)
tegen
τοῦ
(tou)
de
τόπου
(topou)
plaats
τοῦ
(tou)
de
ἁγίου
(hagiou)
heilige
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
de
νόμου
(nomou)
wet
Bron: SBLGNT
Uitleg

τόπος (topos), ‘plaats’: ‘de heilige plaats’ is de tempel; in 6:14 zegt de aanklacht ‘deze plaats’.

Zie ook Mark. 14:57–58.

14Want wij hebben hem horen zeggen dat deze Yeshua, de Nazoreeër, deze plaats zal afbreken en de gebruiken zal veranderen die Mozes ons heeft overgeleverd.”
ἀκηκόαμεν
(akekoamen)
wij hebben gehoord
γὰρ
(gar)
want
αὐτοῦ
(autou)
hem
λέγοντος
(legontos)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὁ
(ho)
de
Ναζωραῖος
(Nazoraios)
Nazoreeër
οὗτος
(houtos)
deze
καταλύσει
(katalysei)
zal afbreken
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
τοῦτον
(touton)
deze
καὶ
(kai)
en
ἀλλάξει
(allaxei)
zal veranderen
τὰ
(ta)
de
ἔθη
(ethe)
gebruiken
ἃ
(ha)
die
παρέδωκεν
(paredoken)
overleverde
ἡμῖν
(hemin)
ons
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ναζωραῖος (Nazoraios), ‘Nazoreeër’: zoals in Matt. 2:23. καταλύω (katalyo), ‘afbreken’: het woord van Matt. 26:61 en Mark. 14:58; daar zeggen valse getuigen ook dat Yeshua het heiligdom zal afbreken. ἔθος (ethos), ‘gebruik’: een gewoonte die van Mozes af is overgeleverd.

Zie ook Matt. 26:59–61; Mark. 14:57–58.

15Allen die in de Raad zaten, staarden hem aan en zagen zijn gezicht als het gezicht van een engel.
καὶ
(kai)
en
ἀτενίσαντες
(atenisantes)
strak aankijkend
εἰς
(eis)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
de
καθεζόμενοι
(kathezomenoi)
zittenden
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
συνεδρίῳ
(synedrio)
Raad
εἶδον
(eidon)
zagen
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὡσεὶ
(hosei)
als
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
ἀγγέλου
(angelou)
van een engel
Bron: SBLGNT