Elohim Bijbel

Spreuken 8

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

De Wijsheid roept

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De Wijsheid roept

1Roept de Wijsheid niet? Geeft Verstand haar stem niet?
הֲלֹֽא
(halo)
niet
חָכְמָ֥ה
(chakhema)
wijsheid
תִקְרָ֑א
(tiqra)
roept zij
וּ֝תְבוּנָ֗ה
(utevuna)
en verstand
תִּתֵּ֥ן
(titen)
geeft zij
קוֹלָֽהּ
(qolah)
haar stem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָכְמָה (chokmah), ‘wijsheid’, en תְּבוּנָה (tevunah), ‘verstand’: beide woorden zijn vrouwelijk en worden als een vrouw voorgesteld.

Daarom schrijven wij ‘de Wijsheid’ en ‘Verstand’ met een hoofdletter en ‘zij’ en ‘haar’.

Vanaf vers 4 spreekt de Wijsheid zelf, tot en met vers 36.

2Op de top van de hoogten, aan de weg, waar de paden samenkomen, staat zij.
בְּרֹאשׁ
(berosh)
op de top van
מְרוֹמִ֥ים
(meromim)
hoogten
עֲלֵי
(alei)
aan
דָ֑רֶךְ
(darekh)
weg
בֵּ֖ית
(beit)
plaats van
נְתִיב֣וֹת
(netivot)
paden
נִצָּֽבָה
(nitsava)
staat zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֵּית נְתִיבוֹת (beit netivot), letterlijk ‘huis van paden’: de plek waar paden samenkomen, een kruispunt.

3Naast de poorten, aan de mond van de stad, bij de ingang van de toegangen roept zij luid.
לְיַד
(leyad)
naast
שְׁעָרִ֥ים
(shearim)
poorten
לְפִי
(lefi)
aan de mond van
קָ֑רֶת
(qaret)
stad
מְב֖וֹא
(mevo)
ingang van
פְתָחִ֣ים
(petachim)
toegangen
תָּרֹֽנָּה
(tarona)
roept zij luid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Haar oproep

4„Tot jullie, mannen, roep ik, en mijn stem is voor de mensenkinderen.
אֲלֵיכֶ֣ם
(aleikhem)
tot jullie
אִישִׁ֣ים
(ishim)
mannen
אֶקְרָ֑א
(eqra)
roep ik
וְ֝קוֹלִ֗י
(veqoli)
en mijn stem
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֥י
(benei)
kinderen van
אָדָֽם
(adam)
mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִישִׁים (ishim), ‘mannen’, en בְּנֵי אָדָם (bene adam), ‘mensenkinderen’: zij roept alle mensen.

5Eenvoudigen, begrijp slimheid. En jullie dwazen, begrijp met het hart.
הָבִ֣ינוּ
(havinu)
begrijp
פְתָאיִ֣ם
(petayim)
eenvoudigen
עָרְמָ֑ה
(arema)
slimheid
וּ֝כְסִילִ֗ים
(ukhesilim)
en dwazen
הָבִ֥ינוּ
(havinu)
begrijp
לֵֽב
(lev)
hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָרְמָה (ormah), ‘sluwheid’: in goede zin vertalen wij ‘slimheid’, zoals hier en in Spr. 1:4.

הָבִינוּ לֵב (havinu lev), ‘begrijp met het hart’: letterlijk ‘begrijp een hart’, dat wil zeggen: kom tot inzicht.

6Luister, want ik spreek edele dingen, en wat mijn lippen openen is oprecht.
שִׁ֭מְעוּ
(shimu)
luister
כִּֽי
(ki)
want
נְגִידִ֣ים
(negidim)
edele dingen
אֲדַבֵּ֑ר
(adaber)
ik spreek
וּמִפְתַּ֥ח
(umiftach)
en opening van
שְׂ֝פָתַ֗י
(sefatay)
mijn lippen
מֵישָׁרִֽים
(meisharim)
oprechte dingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְגִידִים (negidim), ‘edele dingen’: dingen van een leider of een edel mens, dus verheven en betrouwbaar.

מֵישָׁרִים (mesharim), ‘oprecht’: van dezelfde stam als יָשָׁר (yashar), ‘oprechte’.

7Want mijn gehemelte spreekt waarheid, en goddeloosheid is een gruwel voor mijn lippen.
כִּֽי
(ki)
want
אֱ֭מֶת
(emet)
waarheid
יֶהְגֶּ֣ה
(yehge)
spreekt zacht
חִכִּ֑י
(chiki)
mijn gehemelte
וְתוֹעֲבַ֖ת
(vetoavat)
en gruwel van
שְׂפָתַ֣י
(sefatay)
mijn lippen
רֶֽשַׁע
(resha)
goddeloosheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֶהְגֶּה (yehgeh), ‘spreekt zacht’: het woord betekent ‘mompelen’ of ‘overdenken’; het gehemelte brengt de waarheid voort.

8In gerechtigheid zijn al de woorden van mijn mond. Daarin is niets kronkeligs of verdraaids.
בְּצֶ֥דֶק
(betsedeq)
in gerechtigheid
כָּל
(kal)
alle
אִמְרֵי
(imrei)
woorden van
פִ֑י
(pi)
mijn mond
אֵ֥ין
(ein)
niet is
בָּ֝הֶ֗ם
(bahem)
daarin
נִפְתָּ֥ל
(niftal)
kronkelig
וְעִקֵּֽשׁ
(veiqesh)
en verdraaid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צֶדֶק (tsedeq), ‘gerechtigheid’: het woord is verwant met צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’, en wordt zo vertaald.

9Allemaal zijn ze rechtuit voor wie inzicht heeft, en oprecht voor wie kennis vindt.
כֻּלָּ֣ם
(kulam)
allen
נְ֭כֹחִים
(nekhochim)
rechtuit
לַמֵּבִ֑ין
(lamevin)
voor wie inzicht heeft
וִֽ֝ישָׁרִ֗ים
(visharim)
en oprecht
לְמֹ֣צְאֵי
(lemotseei)
voor wie vinden
דָֽעַת
(daat)
kennis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Neem mijn tucht aan en niet zilver, en kennis boven uitgelezen goud.
קְחֽוּ
(qechu)
neem
מוּסָרִ֥י
(musari)
mijn tucht
וְאַל
(veal)
en niet
כָּ֑סֶף
(kasef)
zilver
וְ֝דַ֗עַת
(vedaat)
en kennis
מֵחָר֥וּץ
(mecharuts)
boven goud
נִבְחָֽר
(nivchar)
uitgelezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוּסָר (musar), ‘tucht’: ook ‘onderricht, vermaning’.

דַּעַת (da’at), ‘kennis’.

11Want wijsheid is beter dan parels, en alle kostbaarheden evenaren haar niet.
כִּֽי
(ki)
want
טוֹבָ֣ה
(tova)
goed
חָ֭כְמָה
(chakhema)
wijsheid
מִפְּנִינִ֑ים
(mipeninim)
dan parels
וְכָל
(vekhal)
en alle
חֲ֝פָצִ֗ים
(chafatsim)
kostbaarheden
לֹ֣א
(lo)
niet
יִֽשְׁווּ
(yishvu)
evenaren
בָֽהּ
(bah)
haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּנִינִים (peninim), ‘parels’: het woord kan ook ‘robijnen’ betekenen.

Zie ook Spr. 3:15 en Job 28:18.

Wat de Wijsheid geeft

12Ik, de Wijsheid, woon bij slimheid, en kennis van doordachtheid vind ik.
אֲֽנִי
(ani)
ik
חָ֭כְמָה
(chakhema)
wijsheid
שָׁכַ֣נְתִּי
(shakhanti)
woon bij
עָרְמָ֑ה
(arema)
slimheid
וְדַ֖עַת
(vedaat)
en kennis van
מְזִמּ֣וֹת
(mezimot)
doordachtheid
אֶמְצָֽא
(emtsa)
vind ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָרְמָה (ormah), ‘slimheid’: zie bij vers 5.

מְזִמּוֹת (mezimmot), ‘doordachtheid’: het woord staat in het meervoud, doordachte plannen.

13De vrees voor Yahweh is het haten van het kwaad. Hoogmoed en trots, de weg van het kwaad en een mond vol verdraaiingen haat ik.
יִֽרְאַ֣ת
(yirat)
vrees voor
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
שְֽׂנֹ֫את
(senot)
haten van
רָ֥ע
(ra)
kwaad
גֵּ֘אָ֤ה
(gea)
hoogmoed
וְגָא֨וֹן
(vegaon)
en trots
וְדֶ֣רֶךְ
(vederekh)
en weg van
רָ֭ע
(ra)
kwaad
וּפִ֨י
(ufi)
en mond van
תַהְפֻּכ֬וֹת
(tahpukhot)
verdraaiingen
שָׂנֵֽאתִי
(saneti)
haat ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִרְאַת יְהוָה (yirat Yahweh), ‘vrees voor Yahweh’: ‘vrees’ omvat ontzag.

Zie ook Spr. 1:7 en 9:10.

גֵּאָה (ge’ah), ‘hoogmoed’, en גָּאוֹן (ga’on), ‘trots’: twee verwante woorden. תַּהְפֻּכוֹת (tahpukhot), ‘verdraaiingen’: wat omgekeerd en verdraaid wordt gezegd.

14Van mij zijn raad en degelijk beleid. Ik ben inzicht, van mij is kracht.
לִֽי
(li)
bij mij
עֵ֭צָה
(etsa)
raad
וְתוּשִׁיָּ֑ה
(vetushiya)
en degelijk beleid
אֲנִ֥י
(ani)
ik
בִ֝ינָ֗ה
(bina)
inzicht
לִ֣י
(li)
bij mij
גְבוּרָֽה
(gevura)
kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוּשִׁיָּה (tushiyyah), ‘degelijk beleid’: de kunde om iets tot een goed einde te brengen; zie Spr. 2:7.

בִּינָה (binah), ‘inzicht’: de Wijsheid zegt dat zij zelf het inzicht is.

15Door mij regeren koningen, en vorsten stellen gerechtigheid vast.
בִּ֭י
(bi)
door mij
מְלָכִ֣ים
(melakhim)
koningen
יִמְלֹ֑כוּ
(yimlokhu)
regeren
וְ֝רוֹזְנִ֗ים
(verozenim)
en vorsten
יְחֹ֣קְקוּ
(yechoqequ)
stellen vast
צֶֽדֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Door mij besturen leiders, edelen en alle rechters van gerechtigheid.
בִּ֭י
(bi)
door mij
שָׂרִ֣ים
(sarim)
leiders
יָשֹׂ֑רוּ
(yasoru)
besturen
וּ֝נְדִיבִ֗ים
(unedivim)
en edelen
כָּל
(kal)
alle
שֹׁ֥פְטֵי
(shofetei)
rechters van
צֶֽדֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Ik heb wie mij liefhebben lief, en wie mij zoeken, zullen mij vinden.
אֲ֭נִי
(ani)
ik
אֹהֲבַ֣י
(ohavay)
wie mij liefhebben
אֵהָ֑ב
(ehav)
heb ik lief
וּ֝מְשַׁחֲרַ֗י
(umeshacharay)
en wie mij zoeken
יִמְצָאֻֽנְנִי
(yimtsaunni)
zullen mij vinden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is אֹהֲבֶיהָ (ohaveiha), ‘wie haar liefhebben’.

De lezing (qere), die wij volgen, is אֹהֲבַי (ohavai), ‘wie mij liefhebben’.

De Wijsheid spreekt hier over zichzelf.

18Rijkdom en eer zijn bij mij, blijvend vermogen en gerechtigheid.
עֹֽשֶׁר
(osher)
rijkdom
וְכָב֥וֹד
(vekhavod)
en eer
אִתִּ֑י
(iti)
bij mij
ה֥וֹן
(hon)
vermogen
עָ֝תֵ֗ק
(ateq)
blijvend
וּצְדָקָֽה
(utsedaqa)
en gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: ook ‘heerlijkheid’; zie Spr. 3:16.

הוֹן עָתֵק (hon atek), ‘blijvend vermogen’: vermogen dat duurt en niet verloren gaat.

19Mijn vrucht is beter dan goud, dan fijn goud, en mijn opbrengst dan uitgelezen zilver.
ט֣וֹב
(tov)
goed
פִּ֭רְיִי
(piryi)
mijn vrucht
מֵחָר֣וּץ
(mecharuts)
dan goud
וּמִפָּ֑ז
(umipaz)
en dan fijn goud
וּ֝תְבוּאָתִ֗י
(utevuati)
en mijn opbrengst
מִכֶּ֥סֶף
(mikesef)
dan zilver
נִבְחָֽר
(nivchar)
uitgelezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Ik wandel op het pad van gerechtigheid, midden op de paden van recht.
בְּאֹֽרַח
(beorach)
op het pad van
צְדָקָ֥ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
אֲהַלֵּ֑ך
(ahalekh)
wandel ik
בְּ֝ת֗וֹךְ
(betokh)
midden op
נְתִיב֥וֹת
(netivot)
paden van
מִשְׁפָּֽט
(mishpat)
recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Om wie mij liefhebben bezit te laten erven. Hun schatkamers vul ik.
לְהַנְחִ֖יל
(lehanchil)
om te laten erven
אֹהֲבַ֥י
(ohavay)
wie mij liefhebben
יֵ֑שׁ
(yesh)
bezit
וְאֹצְרֹ֖תֵיהֶ֣ם
(veotseroteihem)
en hun schatkamers
אֲמַלֵּֽא
(amale)
vul ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֵשׁ (yesh), ‘bezit’: letterlijk ‘wat er is’, wat werkelijk bestaat.

De Wijsheid bij de schepping

22Yahweh heeft mij verworven als begin van Zijn weg, vóór Zijn werken, van oudsher.
יְֽהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
קָ֭נָנִי
(qanani)
heeft mij verworven
רֵאשִׁ֣ית
(reshit)
begin van
דַּרְכּ֑וֹ
(darko)
Zijn weg
קֶ֖דֶם
(qedem)
vóór
מִפְעָלָ֣יו
(mifalav)
Zijn werken
מֵאָֽז
(meaz)
van oudsher
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קָנָנִי (qanani), ‘Yahweh heeft mij verworven’: het werkwoord kan ook ‘voortbrengen’ of ‘scheppen’ betekenen.

Zie ook Gen. 4:1.

In vers 24 en 25 staat een ander werkwoord, ‘voortgebracht’.

רֵאשִׁית דַּרְכּוֹ (reshit darko), ‘begin van Zijn weg’: de eerste van Zijn werken. Zie ook Job 28:23–27 en Job 38:4–11.

23Van eeuwigheid ben ik ingesteld, van het begin, van vóór de oertijden van de aarde.
מֵ֭עוֹלָם
(meolam)
van eeuwigheid
נִסַּ֥כְתִּי
(nisakhti)
ben ik ingesteld
מֵרֹ֗אשׁ
(merosh)
van het begin
מִקַּדְמֵי
(miqadmei)
van de oertijden van
אָֽרֶץ
(arets)
aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִסַּכְתִּי (nissakti), ‘ben ik ingesteld’: het werkwoord betekent eigenlijk ‘gieten’ en kan ook ‘vormen’ of ‘instellen’ betekenen.

Zie ook Ps. 2:6.

מֵעוֹלָם (me’olam), ‘van eeuwigheid’.

24Toen er geen oerdiepten waren, werd ik voortgebracht. Toen er geen bronnen waren, zwaar van water.
בְּאֵין
(beein)
toen niet waren
תְּהֹמ֥וֹת
(tehomot)
oerdiepten
חוֹלָ֑לְתִּי
(cholalti)
werd ik voortgebracht
בְּאֵ֥ין
(beein)
toen niet waren
מַ֝עְיָנ֗וֹת
(mayanot)
bronnen
נִכְבַּדֵּי
(nikhbadei)
zwaar van
מָֽיִם
(mayim)
water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חוֹלָלְתִּי (cholalti), ‘ben ik voortgebracht’: letterlijk ‘ik ben met weeën geboren’.

Zo ook vers 25.

תְּהוֹם (tehom), ‘oerdiepte’: de oerwateren, zoals in Gen. 1:2 en Ps. 104:6.

25Voordat de bergen waren neergezet, vóór de heuvels, werd ik voortgebracht.
בְּטֶ֣רֶם
(beterem)
voordat
הָרִ֣ים
(harim)
bergen
הָטְבָּ֑עוּ
(hatbau)
waren neergezet
לִפְנֵ֖י
(lifnei)
vóór
גְבָע֣וֹת
(gevaot)
heuvels
חוֹלָֽלְתִּי
(cholalti)
werd ik voortgebracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָטְבָּעוּ (hotba’u), ‘waren neergezet’: letterlijk ‘waren ingezonken’, vastgezet in hun plaats.

26Toen Hij de aarde en de velden nog niet had gemaakt, en het eerste stof van de wereld.
עַד
(ad)
totdat
לֹ֣א
(lo)
niet
עָ֭שָׂה
(asa)
Hij had gemaakt
אֶ֣רֶץ
(erets)
aarde
וְחוּצ֑וֹת
(vechutsot)
en velden
וְ֝רֹ֗אשׁ
(verosh)
en begin van
עָפְר֥וֹת
(aferot)
stof van
תֵּבֵֽל
(tevel)
wereld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Toen Hij de hemel vaststelde, was ik daar. Toen Hij een cirkel afbakende over het oppervlak van de oerdiepte.
בַּהֲכִינ֣וֹ
(bahakhino)
toen Hij vaststelde
שָׁ֭מַיִם
(shamayim)
hemel
שָׁ֣ם
(sham)
daar
אָ֑נִי
(ani)
ik
בְּח֥וּקוֹ
(bechuqo)
toen Hij afbakende
ח֝֗וּג
(chug)
cirkel
עַל
(al)
over
פְּנֵ֥י
(penei)
oppervlak van
תְהֽוֹם
(tehom)
oerdiepte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חוּג (chug), ‘cirkel’: de kring van de horizon of het gewelf boven de oerdiepte.

Zie ook Job 26:10 en Job 22:14.

28Toen Hij de wolken daarboven bevestigde. Toen de bronnen van de oerdiepte sterk werden.
בְּאַמְּצ֣וֹ
(beametso)
toen Hij bevestigde
שְׁחָקִ֣ים
(shechaqim)
wolken
מִמָּ֑עַל
(mimaal)
daarboven
בַּ֝עֲז֗וֹז
(baazoz)
toen sterk werden
עִינ֥וֹת
(inot)
bronnen van
תְּהוֹם
(tehom)
oerdiepte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁחָקִים (shechaqim), ‘wolken’: letterlijk de ‘fijne’ lucht, de wolkenlucht.

29Toen Hij de zee haar grens stelde, zodat de wateren Zijn bevel niet overschrijden. Toen Hij de grondvesten van de aarde afbakende.
בְּשׂ֘וּמ֤וֹ
(besumo)
toen Hij stelde
לַיָּ֨ם
(layam)
aan de zee
חֻקּ֗וֹ
(chuqo)
haar grens
וּ֭מַיִם
(umayim)
en wateren
לֹ֣א
(lo)
niet
יַֽעַבְרוּ
(yaavru)
zullen overschrijden
פִ֑יו
(piv)
Zijn mond
בְּ֝חוּק֗וֹ
(bechuqo)
toen Hij afbakende
מ֣וֹסְדֵי
(mosedei)
grondvesten van
אָֽרֶץ
(arets)
aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פִּיו (piv), ‘Zijn mond’: Zijn bevel.

Zie ook Job 38:8–11.

30Ik was bij Hem als bouwmeester. Ik was dag aan dag een vreugde, spelend voor Zijn aangezicht te allen tijde.
וָֽאֶהְיֶ֥ה
(vaehye)
en ik was
אֶצְל֗וֹ
(etslo)
naast Hem
אָ֫מ֥וֹן
(amon)
bouwmeester
וָֽאֶהְיֶ֣ה
(vaehye)
en ik was
שַׁ֭עֲשֻׁעִים
(shaashuim)
vreugden
י֤וֹם
(yom)
dag
י֑וֹם
(yom)
dag
מְשַׂחֶ֖קֶת
(mesacheqet)
spelend
לְפָנָ֣יו
(lefanav)
voor Zijn aangezicht
בְּכָל
(bekhal)
op elke
עֵֽת
(et)
tijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָמוֹן (amon), ‘bouwmeester’: het woord is moeilijk.

Het kan ook ‘pleegkind’ of ‘geliefde’ betekenen.

Als bouwmeester werkt zij naast Hem; als pleegkind speelt zij voor Zijn aangezicht.

שַׁעֲשֻׁעִים (sha’ashu’im), ‘vreugden’: een vreugde, een lust. מְשַׂחֶקֶת (mesacheqet), ‘spelend’: ook ‘lachend’ of ‘dansend’.

31Ik speelde in de wereld van Zijn aarde, en mijn vreugde was bij de mensenkinderen.
מְ֭שַׂחֶקֶת
(mesacheqet)
spelend
בְּתֵבֵ֣ל
(betevel)
in de wereld van
אַרְצ֑וֹ
(artso)
Zijn aarde
וְ֝שַׁעֲשֻׁעַ֗י
(veshaashuay)
en mijn vreugden
אֶת
(et)
bij
בְּנֵ֥י
(benei)
kinderen van
אָדָֽם
(adam)
mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְשַׁעֲשֻׁעַי אֶת־בְּנֵי אָדָם (vesha’ashu’ai et bene adam): het woordje אֶת (et) kan ‘bij’ of ‘aan’ betekenen.

Wij lezen: haar vreugde is bij de mensenkinderen.

Gelukkig wie naar haar luistert

32En nu, zonen, luister naar mij. Gelukkig zijn zij die mijn wegen bewaren.
וְעַתָּ֣ה
(veata)
en nu
בָ֭נִים
(banim)
zonen
שִׁמְעוּ
(shimu)
luister
לִ֑י
(li)
naar mij
וְ֝אַשְׁרֵ֗י
(veashrei)
en gelukkig
דְּרָכַ֥י
(derakhay)
mijn wegen
יִשְׁמֹֽרוּ
(yishmoru)
zij bewaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַשְׁרֵי (ashrei), ‘gelukkig’: wie op de weg is die zegen brengt.

33Luister naar tucht en word wijs, en negeer het niet.
שִׁמְע֖וּ
(shimu)
luister naar
מוּסָ֥ר
(musar)
tucht
וַחֲכָ֗מוּ
(vachakhamu)
en word wijs
וְאַל
(veal)
en niet
תִּפְרָֽעוּ
(tifrau)
negeer het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תִּפְרָעוּ (tifra’u), ‘negeer het’: het werkwoord betekent ‘loslaten’ of ‘laten gaan’.

Er staat geen voorwerp bij.

34Gelukkig de mens die naar mij luistert, die dag aan dag waakt bij mijn deuren, die de deurposten van mijn ingang bewaakt.
אַ֥שְֽׁרֵי
(ashrei)
gelukkig
אָדָם֮
(adam)
mens
שֹׁמֵ֪עַֽ֫
(shomea)
die luistert
לִ֥י
(li)
naar mij
לִשְׁקֹ֣ד
(lishqod)
om te waken
עַל
(al)
bij
דַּ֭לְתֹתַי
(daltotay)
mijn deuren
י֤וֹם
(yom)
dag
י֑וֹם
(yom)
dag
לִ֝שְׁמֹ֗ר
(lishmor)
om te bewaken
מְזוּזֹ֥ת
(mezuzot)
deurposten van
פְּתָחָֽי
(petachay)
mijn ingang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35Want wie mij vindt, vindt leven en verkrijgt het welbehagen van Yahweh.
כִּ֣י
(ki)
want
מֹ֭צְאִי
(motsei)
wie mij vindt
מָצָ֣א
(matsa)
heeft gevonden
חַיִּ֑ים
(chayim)
leven
וַיָּ֥פֶק
(vayafeq)
en verkrijgt
רָ֝צ֗וֹן
(ratson)
welbehagen
מֵיְהוָֽה
(meYahweh)
van Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רָצוֹן (ratson), ‘welbehagen’: het goede oog van Yahweh.

Bij het tweede ‘vindt’ is de geschreven vorm (ketiv) מצאי, ‘mijn vinder’; wij volgen de lezing (qere) מָצָא, ‘heeft gevonden’.

36Maar wie mij mist, doet geweld aan zijn ziel. Allen die mij haten, houden van de dood.”
וְֽ֭חֹטְאִי
(vechotei)
en wie mij mist
חֹמֵ֣ס
(chomes)
doet geweld aan
נַפְשׁ֑וֹ
(nafsho)
zijn ziel
כָּל
(kal)
allen
מְ֝שַׂנְאַ֗י
(mesanay)
die mij haten
אָ֣הֲבוּ
(ahavu)
houden van
מָֽוֶת
(mavet)
dood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹטְאִי (chote’i), ‘wie mij mist’: het werkwoord חָטָא (chata) betekent ‘missen’ en ook ‘zondigen’.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de hele persoon. Wie de Wijsheid mist, schaadt zijn eigen leven.