Elohim Bijbel

Handelingen 24

12345678910111213141516171819202122232425262728

Paulus voor Felix: de aanklacht van Tertullus, Paulus’ verdediging en twee jaar gevangenschap

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De aanklacht van Tertullus

1Na vijf dagen kwam de hogepriester Ananias naar beneden, met enkele oudsten en een zekere redenaar, Tertullus. Zij legden de stadhouder hun zaak tegen Paulus voor.
Μετὰ
(Meta)
na
δὲ
(de)
maar
πέντε
(pente)
vijf
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
κατέβη
(katebe)
kwam naar beneden
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
Ἁνανίας
(Hananias)
Ananias
μετὰ
(meta)
met
πρεσβυτέρων
(presbyteron)
oudsten
τινῶν
(tinon)
enkele
καὶ
(kai)
en
ῥήτορος
(rhetoros)
redenaar
Τερτύλλου
(Tertyllou)
Tertullus
τινός
(tinos)
een zekere
οἵτινες
(hoitines)
zij die
ἐνεφάνισαν
(enephanisan)
legden voor
τῷ
(to)
aan de
ἡγεμόνι
(hegemoni)
stadhouder
κατὰ
(kata)
tegen
τοῦ
(tou)
de
Παύλου
(Paulou)
Paulus
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἁνανίας (Hananias), ‘Ananias’: de hogepriester van 23:2. ῥήτωρ (rhetor), ‘redenaar’: iemand die beroepshalve een zaak voor de rechter bepleit. ἐμφανίζω (emfanizo), ‘voorleggen’: letterlijk ‘zichtbaar maken’; het Grieks zegt ‘zij maakten tegen Paulus bekend aan de stadhouder’, wij schrijven ‘zij legden hun zaak tegen Paulus voor’.

De stadhouder is Felix (23:24).

2Toen Paulus was geroepen, begon Tertullus hem aan te klagen. Hij zei: „Dankzij u genieten wij veel vrede en komen er door uw vooruitziende zorg verbeteringen tot stand voor dit volk.
κληθέντος
(klethentos)
geroepen zijnde
δὲ
(de)
maar
αὐτοῦ
(autou)
hij
ἤρξατο
(erxato)
begon
κατηγορεῖν
(kategorein)
aan te klagen
ὁ
(ho)
de
Τέρτυλλος
(Tertyllos)
Tertullus
λέγων
(legon)
zeggend
Πολλῆς
(Polles)
veel
εἰρήνης
(eirenes)
vrede
τυγχάνοντες
(tynchanontes)
verkrijgend
διὰ
(dia)
door
σοῦ
(sou)
u
καὶ
(kai)
en
διορθωμάτων
(diorthomaton)
verbeteringen
γινομένων
(ginomenon)
ontstaande
τῷ
(to)
aan het
ἔθνει
(ethnei)
volk
τούτῳ
(touto)
dit
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
σῆς
(ses)
uw
προνοίας
(pronoias)
vooruitziende zorg
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρόνοια (pronoia), ‘vooruitziende zorg’: het van tevoren zorgen voor anderen.

Tertullus spreekt Felix aan met ‘u’ en opent zijn betoog met lof voor hem.

3In alle opzichten en overal nemen wij dit aan met alle dankbaarheid, uitmuntende Felix.
πάντῃ
(pante)
in alle opzichten
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
en
πανταχοῦ
(pantachou)
overal
ἀποδεχόμεθα
(apodechometha)
nemen wij aan
κράτιστε
(kratiste)
uitmuntende
Φῆλιξ
(Phelix)
Felix
μετὰ
(meta)
met
πάσης
(pases)
alle
εὐχαριστίας
(eucharistias)
dankbaarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

κράτιστος (kratistos), ‘uitmuntend’: een eretitel, zoals in 23:26.

4Maar om u niet langer op te houden, verzoek ik u ons in uw welwillendheid kort aan te horen.
ἵνα
(hina)
opdat
δὲ
(de)
maar
μὴ
(me)
niet
ἐπὶ
(epi)
langer
πλεῖόν
(pleion)
meer
σε
(se)
u
ἐγκόπτω
(enkopto)
ik ophoud
παρακαλῶ
(parakalo)
verzoek ik
ἀκοῦσαί
(akousai)
te horen
σε
(se)
u
ἡμῶν
(hemon)
ons
συντόμως
(syntomos)
kort
τῇ
(te)
in
σῇ
(se)
uw
ἐπιεικείᾳ
(epieikeia)
welwillendheid
Bron: SBLGNT
5Want wij hebben gevonden dat deze man een plaag is. Hij zaait onrust onder alle Joden in de bewoonde wereld. Hij is een voorman van de richting van de Nazoreeërs.
εὑρόντες
(heurontes)
vindend
γὰρ
(gar)
want
τὸν
(ton)
de
ἄνδρα
(andra)
man
τοῦτον
(touton)
deze
λοιμὸν
(loimon)
plaag
καὶ
(kai)
en
κινοῦντα
(kinounta)
verwekkend
στάσεις
(staseis)
onrust
πᾶσι
(pasi)
bij alle
τοῖς
(tois)
de
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
Joden
τοῖς
(tois)
die
κατὰ
(kata)
over
τὴν
(ten)
de
οἰκουμένην
(oikoumenen)
bewoonde wereld
πρωτοστάτην
(protostaten)
voorman
τε
(te)
en
τῆς
(tes)
van de
τῶν
(ton)
van de
Ναζωραίων
(Nazoraion)
Nazoreeërs
αἱρέσεως
(haireseos)
richting
Bron: SBLGNT
Uitleg

λοιμός (loimos), ‘plaag’: letterlijk ‘pest’, ook gezegd van een schadelijk mens. Ναζωραῖος (Nazoraios), ‘Nazoreeër’: iemand uit Nazaret (zie 22:8); hier de naam voor de volgelingen van Yeshua. αἵρεσις (hairesis), ‘richting’: een groep met eigen opvattingen; Lucas gebruikt het woord ook voor de Sadduceeën en de Farizeeën (Hand. 5:17; 15:5; 26:5).

Later is het woord ‘sekte’ gaan betekenen. πρωτοστάτης (protostates), ‘voorman’: iemand die vooraan staat. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’: zoals in Luc. 2:1.

6Hij probeerde zelfs de tempel te ontheiligen, en wij hebben hem gegrepen.
ὃς
(hos)
die
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
de
ἱερὸν
(hieron)
tempel
ἐπείρασεν
(epeirasen)
probeerde
βεβηλῶσαι
(bebelosai)
te ontheiligen
ὃν
(hon)
wie
καὶ
(kai)
ook
ἐκρατήσαμεν
(ekratesamen)
grepen wij
Bron: SBLGNT
Uitleg

βεβηλόω (bebeloo), ‘ontheiligen’: zoals in Matt. 12:5; vergelijk de beschuldiging in 21:28.

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgt hier een stuk (de rest van vers 6, vers 7 en het begin van vers 8) dat in de oudste handschriften ontbreekt; wij vertalen het niet. Het versnummer 7 ontbreekt daarom. ‘Van hem’ in vers 8 verwijst terug naar ‘hem’ in vers 6: Paulus.

8Van hem kunt u zelf, als u hem ondervraagt, alles te weten komen waarvan wij hem beschuldigen.”
παρ’
(par’)
van
οὗ
(hou)
wie
δυνήσῃ
(dynese)
zult u kunnen
αὐτὸς
(autos)
zelf
ἀνακρίνας
(anakrinas)
ondervragend
περὶ
(peri)
over
πάντων
(panton)
alles
τούτων
(touton)
dit
ἐπιγνῶναι
(epignonai)
te weten komen
ὧν
(hon)
waarvan
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
κατηγοροῦμεν
(kategoroumen)
beschuldigen
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
9Ook de Joden voegden zich bij de aanval en beweerden dat dit zo was.
συνεπέθεντο
(synepethento)
voegden zich bij de aanval
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
φάσκοντες
(phaskontes)
beweren
ταῦτα
(tauta)
dit
οὕτως
(houtos)
zo
ἔχειν
(echein)
te zijn
Bron: SBLGNT

Paulus verdedigt zich voor Felix

10Paulus antwoordde, toen de stadhouder hem een wenk had gegeven te spreken: „Ik weet dat u al vele jaren rechter bent over dit volk. Met een gerust hart verdedig ik mijn zaak.
Ἀπεκρίθη
(Apekrithe)
antwoordde
τε
(te)
en
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
νεύσαντος
(neusantos)
een wenk gegeven hebbend
αὐτῷ
(auto)
hem
τοῦ
(tou)
de
ἡγεμόνος
(hegemonos)
stadhouder
λέγειν
(legein)
te spreken
Ἐκ
(Ek)
sinds
πολλῶν
(pollon)
vele
ἐτῶν
(eton)
jaren
ὄντα
(onta)
zijnde
σε
(se)
u
κριτὴν
(kriten)
rechter
τῷ
(to)
aan het
ἔθνει
(ethnei)
volk
τούτῳ
(touto)
dit
ἐπιστάμενος
(epistamenos)
wetend
εὐθύμως
(euthymos)
goedsmoeds
τὰ
(ta)
wat
περὶ
(peri)
over
ἐμαυτοῦ
(emautou)
mijzelf
ἀπολογοῦμαι
(apologoumai)
verdedig ik mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

κριτής (krites), ‘rechter’. εὐθύμως (euthymos), ‘goedsmoeds’: met een gerust hart.

Paulus spreekt Felix aan met ‘u’.

11U kunt vaststellen dat het niet meer dan twaalf dagen geleden is dat ik naar Jeruzalem opging om mij neer te buigen.
δυναμένου
(dynamenou)
kunnend
σου
(sou)
u
ἐπιγνῶναι
(epignonai)
vaststellen
ὅτι
(hoti)
dat
οὐ
(ou)
niet
πλείους
(pleious)
meer
εἰσίν
(eisin)
zijn
μοι
(moi)
voor mij
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
ἀφ’
(aph’)
sinds
ἧς
(hes)
welke
ἀνέβην
(aneben)
ging ik op
προσκυνήσων
(proskyneson)
om mij neer te buigen
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: zie Matt. 2:2.

Hier gaat het om de bedevaart naar de tempel.

Zie ookMat 2:2
12Zij hebben mij niet in de tempel gevonden terwijl ik met iemand een gesprek voerde of een oploop van de menigte veroorzaakte. Ook niet in de synagogen of in de stad.
καὶ
(kai)
en
οὔτε
(oute)
noch
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
εὗρόν
(heuron)
vonden zij
με
(me)
mij
πρός
(pros)
met
τινα
(tina)
iemand
διαλεγόμενον
(dialegomenon)
een gesprek voerend
ἢ
(e)
of
ἐπίστασιν
(epistasin)
oploop
ποιοῦντα
(poiounta)
veroorzakend
ὄχλου
(ochlou)
van een menigte
οὔτε
(oute)
noch
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
συναγωγαῖς
(synagogais)
synagogen
οὔτε
(oute)
noch
κατὰ
(kata)
in
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
Bron: SBLGNT
13Zij kunnen u ook niet aantonen waarvan zij mij nu beschuldigen.
οὐδὲ
(oude)
ook niet
παραστῆσαι
(parastesai)
aan te tonen
δύνανταί
(dynantai)
kunnen zij
σοι
(soi)
u
περὶ
(peri)
over
ὧν
(hon)
wat
νυνὶ
(nyni)
nu
κατηγοροῦσίν
(kategorousin)
zij beschuldigen
μου
(mou)
mij
Bron: SBLGNT
14Maar dit belijd ik u: volgens de Weg, die zij een richting noemen, dien ik zo de Elohim van mijn vaders. Ik geloof alles wat volgens de wet is en wat in de profeten geschreven staat.
ὁμολογῶ
(homologo)
ik belijd
δὲ
(de)
maar
τοῦτό
(touto)
dit
σοι
(soi)
u
ὅτι
(hoti)
dat
κατὰ
(kata)
volgens
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
Weg
ἣν
(hen)
die
λέγουσιν
(legousin)
zij noemen
αἵρεσιν
(hairesin)
richting
οὕτως
(houtos)
zo
λατρεύω
(latreuo)
dien ik
τῷ
(to)
de
πατρῴῳ
(patroo)
vaderlijke
θεῷ
(theo)
Elohim
πιστεύων
(pisteuon)
gelovend
πᾶσι
(pasi)
alles
τοῖς
(tois)
wat
κατὰ
(kata)
volgens
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
wat
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
προφήταις
(prophetais)
profeten
γεγραμμένοις
(gegrammenois)
geschreven staat
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁδός (hodos), ‘Weg’: zie 9:2. αἵρεσις (hairesis), ‘richting’: zie 24:5. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’: Elohim dienen in de eredienst. πατρῷος θεός (patroos theos), ‘de Elohim van mijn vaders’: de Elohim van Abraham, Isaak en Jakob.

15Ik heb hoop op Elohim, een hoop die ook zij zelf verwachten: dat er een opstanding zal zijn van zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen.
ἐλπίδα
(elpida)
hoop
ἔχων
(echon)
hebbend
εἰς
(eis)
op
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ἣν
(hen)
die
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zij zelf
οὗτοι
(houtoi)
deze
προσδέχονται
(prosdechontai)
verwachten
ἀνάστασιν
(anastasin)
opstanding
μέλλειν
(mellein)
dat zal
ἔσεσθαι
(esesthai)
zijn
δικαίων
(dikaion)
van rechtvaardigen
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
als
ἀδίκων
(adikon)
van onrechtvaardigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

De opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen doet denken aan Dan. 12:2, waar ‘velen van hen die slapen in de stofgrond’ ontwaken.

Zie ookDan 12:2
16Hierin oefen ook ik mijzelf: altijd een onberispelijk geweten te hebben tegenover Elohim en de mensen.
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
καὶ
(kai)
ook
αὐτὸς
(autos)
zelf
ἀσκῶ
(asko)
oefen ik
ἀπρόσκοπον
(aproskopon)
onberispelijk
συνείδησιν
(syneidesin)
geweten
ἔχειν
(echein)
te hebben
πρὸς
(pros)
tegenover
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
διὰ
(dia)
voor
παντός
(pantos)
altijd
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπρόσκοπος (aproskopos), ‘onberispelijk’: letterlijk ‘zonder struikelblok’, een geweten waar niemand over struikelt. ἀσκέω (askeo), ‘oefenen’.

Vergelijk 23:1.

17Na meerdere jaren kwam ik om aalmoezen te geven aan mijn volk, en om offers te brengen.
δι’
(di’)
na
ἐτῶν
(eton)
jaren
δὲ
(de)
maar
πλειόνων
(pleionon)
meerdere
ἐλεημοσύνας
(eleemosynas)
aalmoezen
ποιήσων
(poieson)
om te geven
εἰς
(eis)
aan
τὸ
(to)
het
ἔθνος
(ethnos)
volk
μου
(mou)
mijn
παρεγενόμην
(paregenomen)
kwam ik
καὶ
(kai)
en
προσφοράς
(prosphoras)
offers
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλεημοσύνη (eleemosyne), ‘aalmoes’: een gift aan armen, zoals in Luc. 11:41.

Vergelijk Rom. 15:25–26 en 1 Kor. 16:1–3 over een inzameling voor Jeruzalem.

18Daarbij vonden zij mij, gereinigd, in de tempel, zonder menigte en zonder rumoer.
ἐν
(en)
bij
αἷς
(hais)
welke
εὗρόν
(heuron)
vonden zij
με
(me)
mij
ἡγνισμένον
(hegnismenon)
gereinigd
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
οὐ
(ou)
niet
μετὰ
(meta)
met
ὄχλου
(ochlou)
menigte
οὐδὲ
(oude)
noch
μετὰ
(meta)
met
θορύβου
(thorybou)
rumoer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγνίζω (hagnizo), ‘reinigen’: zie 21:24 en 21:26.

19Het waren enkele Joden uit Asia. Zij hadden voor u aanwezig moeten zijn en mij moeten beschuldigen, als zij iets tegen mij hebben.
τινὲς
(tines)
enkele
δὲ
(de)
maar
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
de
Ἀσίας
(Asias)
Asia
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
οὓς
(hous)
die
ἔδει
(edei)
moesten
ἐπὶ
(epi)
voor
σοῦ
(sou)
u
παρεῖναι
(pareinai)
aanwezig zijn
καὶ
(kai)
en
κατηγορεῖν
(kategorein)
beschuldigen
εἴ
(ei)
als
τι
(ti)
iets
ἔχοιεν
(echoien)
zij zouden hebben
πρὸς
(pros)
tegen
ἐμέ
(eme)
mij
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Het Grieks heeft hier geen werkwoord; wij vullen ‘het waren’ aan.

De Joden uit Asia zijn degenen van 21:27.

20Of laten deze mensen zelf zeggen welk onrecht zij gevonden hebben toen ik voor de Raad stond,
ἢ
(e)
of
αὐτοὶ
(autoi)
zij zelf
οὗτοι
(houtoi)
deze
εἰπάτωσαν
(eipatosan)
laten zeggen
τί
(ti)
welk
εὗρον
(heuron)
vonden zij
ἀδίκημα
(adikema)
onrecht
στάντος
(stantos)
staand
μου
(mou)
ik
ἐπὶ
(epi)
voor
τοῦ
(tou)
de
συνεδρίου
(synedriou)
Raad
Bron: SBLGNT
21of was het dit ene woord dat ik riep, staand onder hen: ‘Over de opstanding van de doden word ik vandaag voor jullie geoordeeld.’”
ἢ
(e)
of
περὶ
(peri)
over
μιᾶς
(mias)
één
ταύτης
(tautes)
dit
φωνῆς
(phones)
woord
ἧς
(hes)
dat
ἐκέκραξα
(ekekraxa)
ik riep
ἐν
(en)
onder
αὐτοῖς
(autois)
hen
ἑστὼς
(hestos)
staand
ὅτι
(hoti)
dat
Περὶ
(Peri)
over
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
νεκρῶν
(nekron)
van doden
ἐγὼ
(ego)
ik
κρίνομαι
(krinomai)
word geoordeeld
σήμερον
(semeron)
vandaag
ἐφ’
(eph’)
voor
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier geen werkwoord; wij vullen ‘was het’ aan.

Paulus verwijst naar zijn woorden in 23:6.

Felix stelt de zaak uit

22Felix, die nauwkeuriger op de hoogte was van wat de Weg betreft, stelde hen uit. Hij zei: „Wanneer de tribuun Lysias naar beneden komt, zal ik uw zaak beslissen.”
Ἀνεβάλετο
(Anebaleto)
stelde uit
δὲ
(de)
maar
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὁ
(ho)
de
Φῆλιξ
(Phelix)
Felix
ἀκριβέστερον
(akribesteron)
nauwkeuriger
εἰδὼς
(eidos)
wetend
τὰ
(ta)
de zaken
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
de
ὁδοῦ
(hodou)
Weg
εἴπας
(eipas)
zeggend
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
Λυσίας
(Lysias)
Lysias
ὁ
(ho)
de
χιλίαρχος
(chiliarchos)
tribuun
καταβῇ
(katabe)
naar beneden komt
διαγνώσομαι
(diagnosomai)
zal ik beslissen
τὰ
(ta)
de zaken
καθ’
(kath’)
wat
ὑμᾶς
(hymas)
uw
Bron: SBLGNT
Uitleg

Felix zegt ‘u’ tegen de hogepriester en de oudsten. διαγινώσκω (diaginosko), ‘beslissen’: een zaak tot op de bodem onderzoeken en er uitspraak over doen.

23Hij gaf de hoofdman over honderd de opdracht Paulus in bewaring te houden. Hij moest hem enige verlichting geven en niemand van zijn eigen mensen beletten hem te helpen.
διαταξάμενος
(diataxamenos)
opdracht gevend
τῷ
(to)
aan de
ἑκατοντάρχῃ
(hekatontarche)
hoofdman over honderd
τηρεῖσθαι
(tereisthai)
bewaakt te worden
αὐτὸν
(auton)
hij
ἔχειν
(echein)
te hebben
τε
(te)
en
ἄνεσιν
(anesin)
verlichting
καὶ
(kai)
en
μηδένα
(medena)
niemand
κωλύειν
(kolyein)
te beletten
τῶν
(ton)
van de
ἰδίων
(idion)
eigen mensen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὑπηρετεῖν
(hyperetein)
te helpen
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄνεσις (anesis), ‘verlichting’: enige ruimte, geen strenge bewaking. ὑπηρετέω (hyperetēo), ‘helpen’: dienen, bijstaan.

Felix en Drusilla

24Enkele dagen later kwam Felix met Drusilla, zijn eigen vrouw, die Joods was. Hij liet Paulus halen en hoorde hem over het geloof in de Messias Yeshua.
Μετὰ
(Meta)
na
δὲ
(de)
maar
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τινὰς
(tinas)
enkele
παραγενόμενος
(paragenomenos)
aanwezig komend
ὁ
(ho)
de
Φῆλιξ
(Phelix)
Felix
σὺν
(syn)
met
Δρουσίλλῃ
(Drousille)
Drusilla
τῇ
(te)
de
ἰδίᾳ
(idia)
eigen
γυναικὶ
(gynaiki)
vrouw
οὔσῃ
(ouse)
zijnde
Ἰουδαίᾳ
(Ioudaia)
Joods
μετεπέμψατο
(metepempsato)
liet halen
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
καὶ
(kai)
en
ἤκουσεν
(ekousen)
hoorde
αὐτοῦ
(autou)
hem
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
het
εἰς
(eis)
in
Χριστὸν
(Christon)
Messias
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
πίστεως
(pisteos)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

Δρούσιλλα (Drousilla), ‘Drusilla’: de Joodse vrouw van Felix; de tekst zegt verder niets over haar. Χριστὸν Ἰησοῦν (Christon Iesoun), ‘de Messias Yeshua’: Χριστός betekent ‘gezalfde’, het Hebreeuwse מָשִׁיחַ (mashiach); zie Matt. 1:1.

Zie ookMat 1:1
25Toen Paulus sprak over gerechtigheid, zelfbeheersing en het komende oordeel, werd Felix bang. Hij antwoordde: „Ga voor nu maar weg. Als ik gelegenheid krijg, laat ik je roepen.”
διαλεγομένου
(dialegomenou)
sprekend
δὲ
(de)
maar
αὐτοῦ
(autou)
hij
περὶ
(peri)
over
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
καὶ
(kai)
en
ἐγκρατείας
(enkrateias)
zelfbeheersing
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
het
κρίματος
(krimatos)
oordeel
τοῦ
(tou)
dat
μέλλοντος
(mellontos)
komen gaat
ἔμφοβος
(emphobos)
bang
γενόμενος
(genomenos)
geworden
ὁ
(ho)
de
Φῆλιξ
(Phelix)
Felix
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
Τὸ
(To)
voor het
νῦν
(nyn)
nu
ἔχον
(echon)
hebbende
πορεύου
(poreuou)
ga
καιρὸν
(kairon)
gelegenheid
δὲ
(de)
maar
μεταλαβὼν
(metalabon)
krijgend
μετακαλέσομαί
(metakalesomai)
zal ik laten roepen
σε
(se)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγκράτεια (enkrateia), ‘zelfbeheersing’; κρίμα (krima), ‘oordeel’; ἔμφοβος (emfobos), ‘bang’.

Felix stelt het gesprek uit; Paulus noemt hier gerechtigheid en zelfbeheersing, de tekst zegt niet welk verband Felix zelf zag.

26Tegelijk hoopte hij dat Paulus hem geld zou geven. Daarom liet hij hem ook vaker halen en sprak hij met hem.
ἅμα
(hama)
tegelijk
καὶ
(kai)
ook
ἐλπίζων
(elpizon)
hopend
ὅτι
(hoti)
dat
χρήματα
(chremata)
geld
δοθήσεται
(dothesetai)
gegeven zal worden
αὐτῷ
(auto)
aan hem
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
Παύλου
(Paulou)
Paulus
διὸ
(dio)
daarom
καὶ
(kai)
ook
πυκνότερον
(pyknoteron)
vaker
αὐτὸν
(auton)
hem
μεταπεμπόμενος
(metapempomenos)
laten halend
ὡμίλει
(homilei)
sprak
αὐτῷ
(auto)
met hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt alleen dat Felix hoopte dat Paulus hem geld zou geven, zonder te noemen waarvoor.

Twee jaar gevangenschap in Caesarea

27Toen twee jaar voorbij waren, kreeg Felix als opvolger Porcius Festus. Felix wilde de Joden een gunst bewijzen en liet Paulus gebonden achter.
Διετίας
(Dietias)
twee jaar
δὲ
(de)
maar
πληρωθείσης
(plerotheises)
vervuld zijnd
ἔλαβεν
(elaben)
kreeg
διάδοχον
(diadochon)
opvolger
ὁ
(ho)
de
Φῆλιξ
(Phelix)
Felix
Πόρκιον
(Porkion)
Porcius
Φῆστον
(Pheston)
Festus
θέλων
(thelon)
willend
τε
(te)
en
χάριτα
(charita)
gunst
καταθέσθαι
(katathesthai)
te bewijzen
τοῖς
(tois)
aan de
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
Joden
ὁ
(ho)
de
Φῆλιξ
(Phelix)
Felix
κατέλιπε
(katelipe)
liet achter
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
δεδεμένον
(dedemenon)
gebonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Πόρκιος Φῆστος (Porkios Festos), ‘Porcius Festus’: de nieuwe stadhouder. διετία (dietia), ‘twee jaar’: de tekst zegt niet vanaf wanneer deze twee jaar tellen. χάριτα καταθέσθαι (charita katathesthai), ‘een gunst bewijzen’: letterlijk ‘een gunst neerleggen’; χάρις betekent hier ‘gunst’, niet ‘genade’ of ‘dank’.