Elohim Bijbel

Lucas 21

123456789101112131415161718192021222324

De arme weduwe en de rede over de verwoesting van Jeruzalem en de komst van de Mensenzoon

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De arme weduwe

1Toen Hij opkeek, zag Hij rijken die hun gaven in de schatkamer gooiden.
Ἀναβλέψας
(Anablepsas)
omhoogkijkend
δὲ
(de)
maar
εἶδεν
(eiden)
zag
τοὺς
(tous)
de
βάλλοντας
(ballontas)
gooiende
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
γαζοφυλάκιον
(gazophylakion)
schatkamer
τὰ
(ta)
de
δῶρα
(dora)
gaven
αὐτῶν
(auton)
hun
πλουσίους
(plousious)
rijken
Bron: SBLGNT
Uitleg

γαζοφυλάκιον (gazophylakion), ‘schatkamer’: de plaats in de tempel waar geld werd ingelegd.

Zie ook Mark. 12:41–44.

2Hij zag ook een arme weduwe daar 2 kleine munten gooien.
εἶδεν
(eiden)
zag
δέ
(de)
maar
τινα
(tina)
een
χήραν
(cheran)
weduwe
πενιχρὰν
(penichran)
arme
βάλλουσαν
(ballousan)
gooiend
ἐκεῖ
(ekei)
daar
λεπτὰ
(lepta)
lepta
δύο
(dyo)
2
Bron: SBLGNT
Uitleg

λεπτόν (lepton), ‘kleine munt’: de kleinste koperen munt. 2 kleine munten waren samen een kwadrans, ongeveer 1/64 van een denarie (zie Mark. 12:42).

Het Grieks gebruikt hier twee woorden voor ‘arm’: πενιχρά (penichra) in vers 2 en πτωχή (ptoche) in vers 3.

Wij schrijven beide keren ‘arm’.

3Hij zei: „Werkelijk, Ik zeg jullie: deze arme weduwe heeft meer gegooid dan allen.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἀληθῶς
(Alethos)
werkelijk
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἡ
(he)
de
χήρα
(chera)
weduwe
ἡ
(he)
de
πτωχὴ
(ptoche)
arme
αὕτη
(haute)
deze
πλεῖον
(pleion)
meer
πάντων
(panton)
dan allen
ἔβαλεν
(ebalen)
heeft gegooid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀληθῶς (alethos), ‘werkelijk’: een ander woord dan ἀμήν (amen), ‘voorwaar’, in Mark. 12:43.

Zie ookMar 12:43
4Want al dezen hebben van wat zij over hadden in de gaven gegooid. Maar zij heeft in haar tekort heel het levensonderhoud gegooid dat zij had.”
πάντες
(pantes)
allen
γὰρ
(gar)
want
οὗτοι
(houtoi)
dezen
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
περισσεύοντος
(perisseuontos)
overschot
αὐτοῖς
(autois)
hun
ἔβαλον
(ebalon)
gooiden
εἰς
(eis)
in
τὰ
(ta)
de
δῶρα
(dora)
gaven
αὕτη
(haute)
zij
δὲ
(de)
maar
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ὑστερήματος
(hysterematos)
tekort
αὐτῆς
(autes)
haar
πάντα
(panta)
al
τὸν
(ton)
het
βίον
(bion)
levensonderhoud
ὃν
(hon)
dat
εἶχεν
(eichen)
zij had
ἔβαλεν
(ebalen)
heeft gegooid
Bron: SBLGNT

Yeshua kondigt de verwoesting van de tempel aan

5Toen enkelen over de tempel zeiden dat hij versierd was met mooie stenen en gewijde geschenken, zei Hij:
Καί
(Kai)
en
τινων
(tinon)
enkelen
λεγόντων
(legonton)
zeggend
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
ὅτι
(hoti)
dat
λίθοις
(lithois)
met stenen
καλοῖς
(kalois)
mooie
καὶ
(kai)
en
ἀναθήμασιν
(anathemasin)
gewijde geschenken
κεκόσμηται
(kekosmetai)
is versierd
εἶπεν
(eipen)
zei Hij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνάθημα (anathema), ‘gewijd geschenk’: een gave die aan Elohim is gewijd en in de tempel hangt of staat.

Zie ook Matt. 24:1–2; Mark. 13:1–2.

6„Wat jullie hier bekijken: er zullen dagen komen waarin geen steen op een andere steen gelaten zal worden die niet afgebroken wordt.”
Ταῦτα
(Tauta)
dit
ἃ
(ha)
wat
θεωρεῖτε
(theoreite)
jullie bekijken
ἐλεύσονται
(eleusontai)
zullen komen
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
ἐν
(en)
in
αἷς
(hais)
welke
οὐκ
(ouk)
niet
ἀφεθήσεται
(aphethesetai)
zal gelaten worden
λίθος
(lithos)
steen
ἐπὶ
(epi)
op
λίθῳ
(litho)
steen
ὃς
(hos)
die
οὐ
(ou)
niet
καταλυθήσεται
(katalythesetai)
zal afgebroken worden
Bron: SBLGNT
7Zij vroegen Hem: „Leraar, wanneer zal dit dan zijn en wat is het teken wanneer dit op het punt staat te gebeuren?”
Ἐπηρώτησαν
(Eperotesan)
vroegen
δὲ
(de)
maar
αὐτὸν
(auton)
Hem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Διδάσκαλε
(Didaskale)
Leraar
πότε
(pote)
wanneer
οὖν
(oun)
dan
ταῦτα
(tauta)
dit
ἔσται
(estai)
zal zijn
καὶ
(kai)
en
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
het
σημεῖον
(semeion)
teken
ὅταν
(hotan)
wanneer
μέλλῃ
(melle)
op het punt staat
ταῦτα
(tauta)
dit
γίνεσθαι
(ginesthai)
te gebeuren
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 24:3; Mark. 13:3–4.

Pas op voor misleiding

8Hij zei: „Pas op dat jullie niet misleid worden. Velen zullen komen in Mijn naam en zeggen: ‘Ik ben het’ en: ‘De tijd is nabij gekomen’. Ga hen niet achterna.
ὁ
(ho)
Hij
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
Βλέπετε
(Blepete)
pas op
μὴ
(me)
niet
πλανηθῆτε
(planethete)
dat jullie misleid worden
πολλοὶ
(polloi)
velen
γὰρ
(gar)
want
ἐλεύσονται
(eleusontai)
zullen komen
ἐπὶ
(epi)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
μου
(mou)
Mijn
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἐγώ
(Ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben het
καί
(kai)
en
Ὁ
(Ho)
de
καιρὸς
(kairos)
tijd
ἤγγικεν
(engiken)
is nabij gekomen
μὴ
(me)
niet
πορευθῆτε
(poreuthete)
ga
ὀπίσω
(opiso)
achter
αὐτῶν
(auton)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγώ εἰμι (ego eimi), ‘Ik ben het’: letterlijk ‘Ik ben’.

Het Grieks zegt niet voor wie of wat zij zich uitgeven, zoals in Mark. 13:6.

Zie ook Matt. 24:4–5; Mark. 13:5–6.

9Wanneer jullie horen van oorlogen en onrust, schrik dan niet. Dit moet eerst gebeuren, maar het einde is er niet meteen.”
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
ἀκούσητε
(akousete)
jullie horen
πολέμους
(polemous)
oorlogen
καὶ
(kai)
en
ἀκαταστασίας
(akatastasias)
onrust
μὴ
(me)
niet
πτοηθῆτε
(ptoethete)
schrik
δεῖ
(dei)
het is nodig
γὰρ
(gar)
want
ταῦτα
(tauta)
dit
γενέσθαι
(genesthai)
te gebeuren
πρῶτον
(proton)
eerst
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
εὐθέως
(eutheos)
meteen
τὸ
(to)
het
τέλος
(telos)
einde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀκαταστασία (akatastasia), ‘onrust’: oproer en wanorde.

Zie ook Matt. 24:6; Mark. 13:7.

10Toen zei Hij tegen hen: „Volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk.
τότε
(tote)
toen
ἔλεγεν
(elegen)
zei Hij
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ἐγερθήσεται
(Egerthesetai)
zal opstaan
ἔθνος
(ethnos)
volk
ἐπ’
(ep’)
tegen
ἔθνος
(ethnos)
volk
καὶ
(kai)
en
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
ἐπὶ
(epi)
tegen
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Jes. 19:2 (‘stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk’).

Zie ook Matt. 24:7; Mark. 13:8.

11Er zullen grote aardbevingen zijn en op verschillende plaatsen hongersnoden en epidemieën. Er zullen schrikbeelden zijn en grote tekenen uit de hemel.
σεισμοί
(seismoi)
aardbevingen
τε
(te)
en
μεγάλοι
(megaloi)
grote
καὶ
(kai)
en
κατὰ
(kata)
op
τόπους
(topous)
plaatsen
λιμοὶ
(limoi)
hongersnoden
καὶ
(kai)
en
λοιμοὶ
(loimoi)
epidemieën
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
φόβητρά
(phobetra)
schrikbeelden
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
en
σημεῖα
(semeia)
tekenen
ἀπ’
(ap’)
uit
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
μεγάλα
(megala)
grote
ἔσται
(estai)
zullen zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

λοιμός (loimos), ‘epidemie’: een ziekte die zich snel onder mensen verspreidt. φόβητρον (fobetron), ‘schrikbeeld’: iets wat angst aanjaagt.

Vervolging en getuigenis

12Maar vóór dit alles zullen zij de handen aan jullie slaan en jullie vervolgen. Zij zullen jullie overleveren aan de synagogen en de gevangenissen en jullie voor koningen en stadhouders wegvoeren, omwille van Mijn naam.
Πρὸ
(Pro)
vóór
δὲ
(de)
maar
τούτων
(touton)
dit
πάντων
(panton)
alles
ἐπιβαλοῦσιν
(epibalousin)
zullen slaan
ἐφ’
(eph’)
op
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
διώξουσιν
(dioxousin)
zullen vervolgen
παραδιδόντες
(paradidontes)
overleverend
εἰς
(eis)
aan
τὰς
(tas)
de
συναγωγὰς
(synagogas)
synagogen
καὶ
(kai)
en
φυλακάς
(phylakas)
gevangenissen
ἀπαγομένους
(apagomenous)
weggevoerd
ἐπὶ
(epi)
voor
βασιλεῖς
(basileis)
koningen
καὶ
(kai)
en
ἡγεμόνας
(hegemonas)
stadhouders
ἕνεκεν
(heneken)
omwille van
τοῦ
(tou)
de
ὀνόματός
(onomatos)
naam
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡγεμών (hegemon), ‘stadhouder’: een Romeinse bestuurder van een gebied.

Zie ook Matt. 10:17–18; 24:9; Mark. 13:9.

13Het zal voor jullie uitlopen op een getuigenis.
ἀποβήσεται
(apobesetai)
zal uitlopen
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
εἰς
(eis)
tot
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
Bron: SBLGNT
14Besluit dus in jullie hart om jullie niet van tevoren voor te bereiden op jullie verdediging.
θέτε
(thete)
besluit
οὖν
(oun)
dus
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
καρδίαις
(kardiais)
harten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μὴ
(me)
niet
προμελετᾶν
(promeletan)
van tevoren voorbereiden
ἀπολογηθῆναι
(apologethenai)
zich te verdedigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

θέτε ἐν ταῖς καρδίαις (thete en tais kardiais) is letterlijk ‘zet in de harten’: neem een vast besluit.

Zie ook Matt. 10:19–20; Mark. 13:11; Luc. 12:11–12.

15Want Ik zal jullie een mond en wijsheid geven. Al jullie tegenstanders zullen zich daar niet tegen kunnen verzetten en er niets tegen kunnen zeggen.
ἐγὼ
(ego)
Ik
γὰρ
(gar)
want
δώσω
(doso)
zal geven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
στόμα
(stoma)
mond
καὶ
(kai)
en
σοφίαν
(sophian)
wijsheid
ᾗ
(he)
aan welke
οὐ
(ou)
niet
δυνήσονται
(dynesontai)
zullen kunnen
ἀντιστῆναι
(antistenai)
zich verzetten
ἢ
(e)
of
ἀντειπεῖν
(anteipein)
tegenspreken
ἅπαντες
(hapantes)
allen
οἱ
(hoi)
de
ἀντικείμενοι
(antikeimenoi)
tegenstanders
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
16Jullie zullen zelfs overgeleverd worden door ouders, broers, verwanten en vrienden, en zij zullen sommigen van jullie ter dood brengen.
παραδοθήσεσθε
(paradothesesthe)
zullen overgeleverd worden
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ὑπὸ
(hypo)
door
γονέων
(goneon)
ouders
καὶ
(kai)
en
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
καὶ
(kai)
en
συγγενῶν
(syngenon)
verwanten
καὶ
(kai)
en
φίλων
(philon)
vrienden
καὶ
(kai)
en
θανατώσουσιν
(thanatosousin)
zullen ter dood brengen
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 10:21; Mark. 13:12.

17Jullie zullen door allen gehaat worden vanwege Mijn naam.
καὶ
(kai)
en
ἔσεσθε
(esesthe)
zullen zijn
μισούμενοι
(misoumenoi)
gehaat
ὑπὸ
(hypo)
door
πάντων
(panton)
allen
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 10:22; 24:9; Mark. 13:13.

18En geen haar van jullie hoofd zal beslist verloren gaan.
καὶ
(kai)
en
θρὶξ
(thrix)
haar
ἐκ
(ek)
van
τῆς
(tes)
het
κεφαλῆς
(kephales)
hoofd
ὑμῶν
(hymon)
jullie
οὐ
(ou)
beslist
μὴ
(me)
niet
ἀπόληται
(apoletai)
zal verloren gaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk 1 Sam. 14:45 en 2 Sam. 14:11 (‘geen haar van zijn hoofd zal op de grond vallen’).

19Verwerf jullie leven door jullie volharding.
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ὑπομονῇ
(hypomone)
volharding
ὑμῶν
(hymon)
jullie
κτήσασθε
(ktesasthe)
verwerf
τὰς
(tas)
de
ψυχὰς
(psychas)
levens
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’: blijven staan, niet wijken. ψυχή (psyche) kan ‘leven’ of ‘ziel’ betekenen; hier gaat het om het leven. κτάομαι (ktaomai), ‘verwerven’.

Zie ook Matt. 24:13; Mark. 13:13.

Lezing

Sommige oude handschriften hebben de toekomende tijd: ‘jullie zullen jullie leven verwerven’.

Wij volgen de gebiedende wijs van de SBLGNT.

De verwoesting van Jeruzalem

20Wanneer jullie Jeruzalem door legers omsingeld zien, weet dan dat haar verwoesting nabij gekomen is.
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
ἴδητε
(idete)
jullie zien
κυκλουμένην
(kykloumenen)
omsingeld
ὑπὸ
(hypo)
door
στρατοπέδων
(stratopedon)
legers
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
τότε
(tote)
dan
γνῶτε
(gnote)
weet
ὅτι
(hoti)
dat
ἤγγικεν
(engiken)
is nabij gekomen
ἡ
(he)
de
ἐρήμωσις
(eremosis)
verwoesting
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

ἐρήμωσις (eremosis), ‘verwoesting’: het woord dat in Mark. 13:14 en Matt. 24:15 in ‘de gruwel van de verwoesting’ staat.

Zie ook Matt. 24:15–16; Mark. 13:14.

21Laten zij die in Judea zijn dan naar de bergen vluchten. Laten zij die midden in haar zijn, daaruit weggaan, en laten zij die op het land zijn, haar niet binnengaan.
τότε
(tote)
dan
οἱ
(hoi)
zij
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Ἰουδαίᾳ
(Ioudaia)
Judea
φευγέτωσαν
(pheugetosan)
laten vluchten
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
ὄρη
(ore)
bergen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
zij
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
midden
αὐτῆς
(autes)
haar
ἐκχωρείτωσαν
(ekchoreitosan)
laten weggaan
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
zij
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
χώραις
(chorais)
velden
μὴ
(me)
niet
εἰσερχέσθωσαν
(eiserchesthosan)
laten binnengaan
εἰς
(eis)
in
αὐτήν
(auten)
haar
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

22Want dit zijn dagen van vergelding, om alles te vervullen wat geschreven is.
ὅτι
(hoti)
want
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
ἐκδικήσεως
(ekdikeseos)
van vergelding
αὗταί
(hautai)
deze
εἰσιν
(eisin)
zijn
τοῦ
(tou)
om
πλησθῆναι
(plesthenai)
te vervullen
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
γεγραμμένα
(gegrammena)
geschreven dingen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Hos. 9:7 (‘de dagen van de vergelding zijn gekomen’).

Zie ookHos 9:7
23Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! Want er zal grote nood zijn op de aarde en toorn over dit volk.
οὐαὶ
(ouai)
wee
ταῖς
(tais)
aan de
ἐν
(en)
in
γαστρὶ
(gastri)
schoot
ἐχούσαις
(echousais)
hebbende
καὶ
(kai)
en
ταῖς
(tais)
aan de
θηλαζούσαις
(thelazousais)
zogende
ἐν
(en)
in
ἐκείναις
(ekeinais)
die
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἔσται
(estai)
zal zijn
γὰρ
(gar)
want
ἀνάγκη
(ananke)
nood
μεγάλη
(megale)
grote
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
ὀργὴ
(orge)
toorn
τῷ
(to)
aan het
λαῷ
(lao)
volk
τούτῳ
(touto)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 24:19; Mark. 13:17.

24Zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en als gevangenen onder alle volken weggevoerd worden. Jeruzalem zal vertreden worden door de volken, totdat de tijden van de volken vervuld zijn.
καὶ
(kai)
en
πεσοῦνται
(pesountai)
zullen vallen
στόματι
(stomati)
door de mond
μαχαίρης
(machaires)
van het zwaard
καὶ
(kai)
en
αἰχμαλωτισθήσονται
(aichmalotisthesontai)
zullen gevangen worden weggevoerd
εἰς
(eis)
onder
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
πάντα
(panta)
alle
καὶ
(kai)
en
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
ἔσται
(estai)
zal zijn
πατουμένη
(patoumene)
vertreden
ὑπὸ
(hypo)
door
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
ἄχρι
(achri)
tot
οὗ
(hou)
wanneer
πληρωθῶσιν
(plerothosin)
vervuld zijn
καιροὶ
(kairoi)
tijden
ἐθνῶν
(ethnon)
van volken
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

στόματι μαχαίρης (stomati machaires) is letterlijk ‘door de mond van het zwaard’; wij schrijven ‘de scherpte van het zwaard’, zoals in Gen. 34:26.

καιροὶ ἐθνῶν (kairoi ethnon), ‘tijden van de volken’: de tekst zegt niet hoe lang die tijd duurt.

Zie ookGen 34:26

De komst van de Mensenzoon

25Er zullen tekenen zijn in de zon, de maan en de sterren. Op de aarde zal benauwdheid zijn onder de volken, in radeloosheid door het geluid van de zee en de deining.
Καὶ
(Kai)
en
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
σημεῖα
(semeia)
tekenen
ἐν
(en)
in
ἡλίῳ
(helio)
zon
καὶ
(kai)
en
σελήνῃ
(selene)
maan
καὶ
(kai)
en
ἄστροις
(astrois)
sterren
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
συνοχὴ
(synoche)
benauwdheid
ἐθνῶν
(ethnon)
van volken
ἐν
(en)
in
ἀπορίᾳ
(aporia)
radeloosheid
ἤχους
(echous)
geluid
θαλάσσης
(thalasses)
van zee
καὶ
(kai)
en
σάλου
(salou)
deining
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Jes. 13:10 en Jes. 34:4 (zon, maan en sterren).

Zie ook Matt. 24:29; Mark. 13:24–25.

26Mensen zullen bezwijken van angst en van verwachting van wat over de bewoonde wereld komt. Want de krachten van de hemelen zullen wankelen.
ἀποψυχόντων
(apopsychonton)
bezwijkend
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἀπὸ
(apo)
van
φόβου
(phobou)
angst
καὶ
(kai)
en
προσδοκίας
(prosdokias)
verwachting
τῶν
(ton)
van wat
ἐπερχομένων
(eperchomenon)
komt
τῇ
(te)
over de
οἰκουμένῃ
(oikoumene)
bewoonde wereld
αἱ
(hai)
de
γὰρ
(gar)
want
δυνάμεις
(dynameis)
krachten
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
σαλευθήσονται
(saleuthesontai)
zullen wankelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’: heel de aarde waar mensen wonen. δυνάμεις (dynameis), ‘krachten’: wat hier bedoeld is, zegt de tekst niet.

27Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk, met kracht en veel heerlijkheid.
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
ὄψονται
(opsontai)
zullen zien
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ἐρχόμενον
(erchomenon)
komend
ἐν
(en)
op
νεφέλῃ
(nephele)
wolk
μετὰ
(meta)
met
δυνάμεως
(dynameos)
kracht
καὶ
(kai)
en
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
πολλῆς
(polles)
veel
Bron: SBLGNT
Uitleg

υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου (huios tou anthropou), ‘de Mensenzoon’: zie 5:24.

In Dan. 7:13 komt iemand als een mensenzoon met de wolken van de hemel.

Zie ook Matt. 24:30; Mark. 13:26.

28Wanneer dit begint te gebeuren, richt jullie op en hef jullie hoofden omhoog, want jullie bevrijding nadert.”
ἀρχομένων
(archomenon)
beginnend
δὲ
(de)
maar
τούτων
(touton)
dit
γίνεσθαι
(ginesthai)
te gebeuren
ἀνακύψατε
(anakypsate)
richt op
καὶ
(kai)
en
ἐπάρατε
(eparate)
hef op
τὰς
(tas)
de
κεφαλὰς
(kephalas)
hoofden
ὑμῶν
(hymon)
jullie
διότι
(dioti)
omdat
ἐγγίζει
(engizei)
nadert
ἡ
(he)
de
ἀπολύτρωσις
(apolytrosis)
bevrijding
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘bevrijding’: letterlijk ‘vrijkoping’.

Het woord is verwant aan λύτρον (lytron), ‘losgeld’, in Mark. 10:45.

Zie ookMar 10:45

De gelijkenis van de vijgenboom

29Hij vertelde hun een gelijkenis: „Kijk naar de vijgenboom en alle bomen.
Καὶ
(Kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
παραβολὴν
(parabolen)
gelijkenis
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ἴδετε
(Idete)
kijk
τὴν
(ten)
naar de
συκῆν
(syken)
vijgenboom
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
δένδρα
(dendra)
bomen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 24:32–35; Mark. 13:28–31.

30Zodra zij uitlopen en jullie dat zien, weten jullie zelf dat de zomer al nabij is.
ὅταν
(hotan)
wanneer
προβάλωσιν
(probalosin)
zij uitlopen
ἤδη
(ede)
al
βλέποντες
(blepontes)
ziend
ἀφ’
(aph’)
van
ἑαυτῶν
(heauton)
zichzelf
γινώσκετε
(ginoskete)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἤδη
(ede)
al
ἐγγὺς
(engys)
nabij
τὸ
(to)
de
θέρος
(theros)
zomer
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
31Zo ook jullie: wanneer jullie dit zien gebeuren, weten jullie dat het koninkrijk van Elohim nabij is.
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἴδητε
(idete)
jullie zien
ταῦτα
(tauta)
dit
γινόμενα
(ginomena)
gebeurend
γινώσκετε
(ginoskete)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγγύς
(engys)
nabij
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
32Voorwaar, Ik zeg jullie: deze generatie zal beslist niet voorbijgaan, totdat alles gebeurt.
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οὐ
(ou)
beslist
μὴ
(me)
niet
παρέλθῃ
(parelthe)
zal voorbijgaan
ἡ
(he)
de
γενεὰ
(genea)
generatie
αὕτη
(haute)
deze
ἕως
(heos)
totdat
ἂν
(an)
ooit
πάντα
(panta)
alles
γένηται
(genetai)
gebeurt
Bron: SBLGNT
Uitleg

γενεά (genea), ‘generatie’: de mensen die tegelijk leven.

Welke gebeurtenissen ‘alles’ omvat, zegt het Grieks niet.

33De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen beslist niet voorbijgaan.
ὁ
(ho)
de
οὐρανὸς
(ouranos)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γῆ
(ge)
aarde
παρελεύσονται
(pareleusontai)
zullen voorbijgaan
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
λόγοι
(logoi)
woorden
μου
(mou)
Mijn
οὐ
(ou)
beslist
μὴ
(me)
niet
παρελεύσονται
(pareleusontai)
zullen voorbijgaan
Bron: SBLGNT

Blijf wakker

34Let op jullie zelf, dat jullie harten niet bezwaard worden door braspartijen, dronkenschap en de zorgen van het leven. Anders komt die dag plotseling over jullie
Προσέχετε
(Prosechete)
let op
δὲ
(de)
maar
ἑαυτοῖς
(heautois)
jullie zelf
μήποτε
(mepote)
opdat niet
βαρηθῶσιν
(barethosin)
bezwaard worden
ὑμῶν
(hymon)
jullie
αἱ
(hai)
de
καρδίαι
(kardiai)
harten
ἐν
(en)
door
κραιπάλῃ
(kraipale)
braspartij
καὶ
(kai)
en
μέθῃ
(methe)
dronkenschap
καὶ
(kai)
en
μερίμναις
(merimnais)
zorgen
βιωτικαῖς
(biotikais)
van het leven
καὶ
(kai)
en
ἐπιστῇ
(episte)
komt
ἐφ’
(eph’)
over
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
αἰφνίδιος
(aiphnidios)
plotseling
ἡ
(he)
die
ἡμέρα
(hemera)
dag
ἐκείνη
(ekeine)
die
Bron: SBLGNT
Uitleg

κραιπάλη (kraipale), ‘braspartij’: te veel eten en drinken. μέριμνα βιωτική (merimna biotike), ‘zorgen van het leven’: de zorgen om het dagelijks bestaan.

35als een valstrik. Want hij zal komen over allen die op heel de aarde wonen.
ὡς
(hos)
als
παγίς
(pagis)
valstrik
ἐπεισελεύσεται
(epeiseleusetai)
zal komen
γὰρ
(gar)
want
ἐπὶ
(epi)
over
πάντας
(pantas)
alle
τοὺς
(tous)
de
καθημένους
(kathemenous)
wonenden
ἐπὶ
(epi)
op
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
πάσης
(pases)
van heel
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Jes. 24:17 (‘Schrik, kuil en strik zijn over je, bewoner van de aarde’).

Zie ookJes 24:17
36Blijf wakker en smeek op elk moment, zodat jullie de kracht hebben te ontkomen aan alles wat gaat gebeuren en te staan voor de Mensenzoon.”
ἀγρυπνεῖτε
(agrypneite)
blijf wakker
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
op
παντὶ
(panti)
elk
καιρῷ
(kairo)
moment
δεόμενοι
(deomenoi)
smekend
ἵνα
(hina)
opdat
κατισχύσητε
(katischysete)
jullie de kracht hebben
ἐκφυγεῖν
(ekphygein)
te ontkomen aan
ταῦτα
(tauta)
dit
πάντα
(panta)
alles
τὰ
(ta)
wat
μέλλοντα
(mellonta)
op het punt staat
γίνεσθαι
(ginesthai)
te gebeuren
καὶ
(kai)
en
σταθῆναι
(stathenai)
te staan
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τοῦ
(tou)
de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγρυπνέω (agrypneo), ‘wakker blijven’, zoals in Mark. 13:33. δέομαι (deomai), ‘smeken’: dringend bidden.

Zie ook Mark. 13:33.

Zie ookMar 13:33

Yeshua onderwijst in de tempel

37Overdag onderwees Hij in de tempel. ’s Nachts ging Hij naar buiten en overnachtte op de berg die Olijfberg heet.
Ἦν
(En)
Hij was
δὲ
(de)
maar
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
διδάσκων
(didaskon)
onderwijzend
τὰς
(tas)
de
δὲ
(de)
maar
νύκτας
(nyktas)
nachten
ἐξερχόμενος
(exerchomenos)
naar buiten gaand
ηὐλίζετο
(eylizeto)
overnachtte
εἰς
(eis)
op
τὸ
(to)
de
ὄρος
(oros)
berg
τὸ
(to)
de
καλούμενον
(kaloumenon)
genoemde
Ἐλαιῶν
(Elaion)
Olijven
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Olijfberg: De Olijfberg ligt ten oosten van Jeruzalem, aan de overkant van het Kidrondal.

Uitleg

αὐλίζομαι (aulizomai), ‘overnachten’: zoals in Matt. 21:17. Ἐλαιῶν (Elaion), ‘Olijven’: de Olijfberg ligt ten oosten van Jeruzalem.

Zie ookMat 21:17
38Heel het volk kwam vroeg in de morgen naar Hem toe in de tempel om naar Hem te luisteren.
καὶ
(kai)
en
πᾶς
(pas)
heel
ὁ
(ho)
het
λαὸς
(laos)
volk
ὤρθριζεν
(orthrizen)
kwam vroeg
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
ἀκούειν
(akouein)
om te luisteren
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT