Elohim Bijbel

Markus 14

12345678910111213141516

De zalving in Betanië, het Pesachmaal, Getsemane, de gevangenneming en de verloochening door Petrus

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het plan om Yeshua te doden

1Het was twee dagen voor het Pesach en de ongezuurde broden. De hogepriesters en de schriftgeleerden zochten hoe zij Hem met list konden grijpen en doden.
Ἦν
(En)
was
δὲ
(de)
maar
τὸ
(to)
het
πάσχα
(pascha)
Pesach
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
ἄζυμα
(azyma)
ongezuurde broden
μετὰ
(meta)
na
δύο
(dyo)
twee
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
καὶ
(kai)
en
ἐζήτουν
(ezetoun)
zochten
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
πῶς
(pos)
hoe
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐν
(en)
met
δόλῳ
(dolo)
list
κρατήσαντες
(kratesantes)
grijpend
ἀποκτείνωσιν
(apokteinosin)
zouden doden
Bron: SBLGNT
Uitleg

πάσχα (pascha), ‘Pesach’: het feest ter herinnering aan de uittocht uit Egypte (Exod. 12). ἄζυμα (azyma), ‘ongezuurde broden’: het feest dat op het Pesach volgt (Exod. 12:18).

Het Grieks heeft μετὰ δύο ἡμέρας, letterlijk ‘na twee dagen’.

Zie ook Matt. 26:1–5; Luc. 22:1–2.

2Want zij zeiden: „Niet tijdens het feest, anders ontstaat er oproer onder het volk.”
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
γάρ
(gar)
want
Μὴ
(Me)
niet
ἐν
(en)
tijdens
τῇ
(te)
het
ἑορτῇ
(heorte)
feest
μήποτε
(mepote)
anders
ἔσται
(estai)
zal zijn
θόρυβος
(thorybos)
oproer
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
Bron: SBLGNT

De zalving in Betanië

3Toen Hij in Betanië was, in het huis van Simon de melaatse, en aan tafel lag, kwam er een vrouw. Zij had een alabasten flesje met zalfolie van zuivere, zeer kostbare nardus. Zij brak het flesje open en goot de olie uit over Zijn hoofd.
Καὶ
(Kai)
en
ὄντος
(ontos)
zijnde
αὐτοῦ
(autou)
Hij
ἐν
(en)
in
Βηθανίᾳ
(Bethania)
Betanië
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
Σίμωνος
(Simonos)
van Simon
τοῦ
(tou)
de
λεπροῦ
(leprou)
melaatse
κατακειμένου
(katakeimenou)
aan tafel liggend
αὐτοῦ
(autou)
Hij
ἦλθεν
(elthen)
kwam
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἔχουσα
(echousa)
hebbend
ἀλάβαστρον
(alabastron)
alabasten flesje
μύρου
(myrou)
van zalfolie
νάρδου
(nardou)
van nardus
πιστικῆς
(pistikes)
zuivere
πολυτελοῦς
(polytelous)
kostbare
συντρίψασα
(syntripsasa)
brekend
τὴν
(ten)
het
ἀλάβαστρον
(alabastron)
alabasten flesje
κατέχεεν
(katecheen)
goot uit
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τῆς
(tes)
het
κεφαλῆς
(kephales)
hoofd
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Betanië: Betanië (el-Azariya) lag aan de oostkant van de Olijfberg, ongeveer 3 km ten oosten van Jeruzalem.

Uitleg

Βηθανία (Bethania), ‘Betanië’: een dorp bij Jeruzalem. λεπρός (lepros), ‘melaatse’: iemand met een huidziekte (vergelijk Lev. 13).

μύρον (myron), ‘zalfolie’: een kostbare, geurende olie. νάρδος (nardos), ‘nardus’: een dure, geurige olie. πιστικῆς (pistikes) is een moeilijk woord; het betekent waarschijnlijk ‘echt, zuiver’, maar dat is onzeker.

Bij ‘goot uit’ staat geen voorwerp; wij hebben ‘de olie’ aangevuld.

Zie ook Matt. 26:6–13; Joh. 12:1–8.

4Sommigen waren verontwaardigd en zeiden onder elkaar: „Waarom is de zalfolie zo verspild?
ἦσαν
(esan)
waren
δέ
(de)
maar
τινες
(tines)
sommigen
ἀγανακτοῦντες
(aganaktountes)
verontwaardigd
πρὸς
(pros)
tot
ἑαυτούς
(heautous)
zichzelf
Εἰς
(Eis)
tot
τί
(ti)
wat
ἡ
(he)
de
ἀπώλεια
(apoleia)
verspilling
αὕτη
(haute)
deze
τοῦ
(tou)
van de
μύρου
(myrou)
zalfolie
γέγονεν
(gegonen)
is geschied
Bron: SBLGNT
5Deze zalfolie kon voor meer dan 300 denariën verkocht worden, en de opbrengst kon aan de armen gegeven worden.” En zij snauwden haar toe.
ἠδύνατο
(edynato)
kon
γὰρ
(gar)
want
τοῦτο
(touto)
deze
τὸ
(to)
de
μύρον
(myron)
zalfolie
πραθῆναι
(prathenai)
verkocht worden
ἐπάνω
(epano)
boven
δηναρίων
(denarion)
denariën
τριακοσίων
(triakosion)
300
καὶ
(kai)
en
δοθῆναι
(dothenai)
gegeven worden
τοῖς
(tois)
aan de
πτωχοῖς
(ptochois)
armen
καὶ
(kai)
en
ἐνεβριμῶντο
(enebrimonto)
snauwden
αὐτῇ
(aute)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

δηνάριον (denarion), ‘denarie’: een Romeinse zilveren munt, ongeveer het loon voor een dag werk. 300 denariën is dus het loon voor ongeveer 300 werkdagen.

Het Grieks zegt ‘en gegeven worden aan de armen’; wij hebben ‘de opbrengst’ aangevuld. ἐμβριμάομαι (embrimaomai), ‘toesnauwen’: boos uitvallen tegen iemand.

6Yeshua zei: „Laat haar met rust. Waarom bezorgen jullie haar last? Zij heeft een goed werk aan Mij gedaan.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἄφετε
(Aphete)
laat
αὐτήν
(auten)
haar
τί
(ti)
wat
αὐτῇ
(aute)
haar
κόπους
(kopous)
last
παρέχετε
(parechete)
bezorgen jullie
καλὸν
(kalon)
goed
ἔργον
(ergon)
werk
ἠργάσατο
(ergasato)
heeft gewerkt
ἐν
(en)
aan
ἐμοί
(emoi)
Mij
Bron: SBLGNT
7Want de armen hebben jullie altijd bij je, en wanneer jullie willen, kunnen jullie hun goed doen. Maar Mij hebben jullie niet altijd.
πάντοτε
(pantote)
altijd
γὰρ
(gar)
want
τοὺς
(tous)
de
πτωχοὺς
(ptochous)
armen
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
μεθ’
(meth’)
bij
ἑαυτῶν
(heauton)
jullie zelf
καὶ
(kai)
en
ὅταν
(hotan)
wanneer
θέλητε
(thelete)
jullie willen
δύνασθε
(dynasthe)
jullie kunnen
αὐτοῖς
(autois)
hun
εὖ
(eu)
goed
ποιῆσαι
(poiesai)
doen
ἐμὲ
(eme)
Mij
δὲ
(de)
maar
οὐ
(ou)
niet
πάντοτε
(pantote)
altijd
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Deut. 15:11: ‘de arme zal nooit verdwijnen uit het midden van het land’.

Zie ookDeut 15:11
8Zij heeft gedaan wat zij kon. Zij heeft Mijn lichaam alvast gezalfd voor de begrafenis.
ὃ
(ho)
wat
ἔσχεν
(eschen)
had
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
προέλαβεν
(proelaben)
nam vooruit
μυρίσαι
(myrisai)
zalven
τὸ
(to)
het
σῶμά
(soma)
lichaam
μου
(mou)
Mijn
εἰς
(eis)
tot
τὸν
(ton)
de
ἐνταφιασμόν
(entaphiasmon)
begrafenis
Bron: SBLGNT
Uitleg

προέλαβεν (proelaben), ‘heeft alvast … gedaan’: letterlijk ‘nam vooruit’. ἐνταφιασμός (entaphiasmos), ‘begrafenis’: het klaarmaken van een dode voor het graf.

9Voorwaar, Ik zeg jullie: overal waar de goede boodschap in de hele wereld verkondigd wordt, zal ook gesproken worden over wat zij gedaan heeft. Dat is tot haar gedachtenis.”
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅπου
(hopou)
waar
ἐὰν
(ean)
ook
κηρυχθῇ
(kerychthe)
verkondigd wordt
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
εἰς
(eis)
in
ὅλον
(holon)
hele
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
καὶ
(kai)
ook
ὃ
(ho)
wat
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
αὕτη
(haute)
deze
λαληθήσεται
(lalethesetai)
zal gesproken worden
εἰς
(eis)
tot
μνημόσυνον
(mnemosynon)
gedachtenis
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀμήν (amen), ‘voorwaar’: zie Mark. 13:30.

Zie ookMar 13:30

Judas gaat naar de hogepriesters

10Judas Iskariot, een van de twaalf, ging naar de hogepriesters om Hem aan hen over te leveren.
Καὶ
(Kai)
en
Ἰούδας
(Ioudas)
Judas
Ἰσκαριὼθ
(Iskarioth)
Iskariot
ὁ
(ho)
de
εἷς
(heis)
een
τῶν
(ton)
van de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
ἀπῆλθεν
(apelthen)
ging weg
πρὸς
(pros)
naar
τοὺς
(tous)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
ἵνα
(hina)
opdat
αὐτὸν
(auton)
Hem
παραδοῖ
(paradoi)
hij zou overleveren
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰσκαριώθ (Iskarioth): wat de naam betekent, is onzeker.

οἱ δώδεκα (hoi dodeka), ‘de twaalf’: de kring van twaalf leerlingen die Yeshua uitgekozen heeft.

Zie ook Matt. 26:14–16; Luc. 22:3–6.

11Toen zij dat hoorden, werden zij blij en beloofden hem geld te geven. En hij zocht hoe hij Hem op een gelegen moment kon overleveren.
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
ἀκούσαντες
(akousantes)
horend
ἐχάρησαν
(echaresan)
werden blij
καὶ
(kai)
en
ἐπηγγείλαντο
(epengeilanto)
beloofden
αὐτῷ
(auto)
hem
ἀργύριον
(argyrion)
geld
δοῦναι
(dounai)
te geven
καὶ
(kai)
en
ἐζήτει
(ezetei)
zocht
πῶς
(pos)
hoe
αὐτὸν
(auton)
Hem
εὐκαίρως
(eukairos)
op een gelegen moment
παραδοῖ
(paradoi)
zou overleveren
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀργύριον (argyrion), ‘geld’: letterlijk ‘zilver’.

De voorbereiding van het Pesach

12Op de eerste dag van de ongezuurde broden, wanneer men het Pesach slachtte, zeiden Zijn leerlingen tegen Hem: „Waar wilt U dat wij heen gaan om het klaar te maken, zodat U het Pesach kunt eten?”
Καὶ
(Kai)
en
τῇ
(te)
op de
πρώτῃ
(prote)
eerste
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τῶν
(ton)
van de
ἀζύμων
(azymon)
ongezuurde broden
ὅτε
(hote)
toen
τὸ
(to)
het
πάσχα
(pascha)
Pesach
ἔθυον
(ethyon)
slachtten
λέγουσιν
(legousin)
zeggen
αὐτῷ
(auto)
Hem
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ποῦ
(Pou)
waar
θέλεις
(theleis)
wil U
ἀπελθόντες
(apelthontes)
heengegaan
ἑτοιμάσωμεν
(hetoimasomen)
laten wij voorbereiden
ἵνα
(hina)
opdat
φάγῃς
(phages)
U eet
τὸ
(to)
het
πάσχα
(pascha)
Pesach
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔθυον τὸ πάσχα (ethyon to pascha), ‘het Pesach slachtten’: het Pesachlam werd geslacht op de veertiende dag van de eerste maand, tussen de twee avonden (Exod. 12:6; Lev. 23:5). ἑτοιμάζω (hetoimazo), ‘klaarmaken’: het Grieks heeft hier geen voorwerp; wij schrijven ‘het’.

Zie ook Matt. 26:17–19; Luc. 22:7–13.

13Hij zond twee van Zijn leerlingen eropuit en zei tegen hen: „Ga de stad in. Daar zal een man jullie tegemoetkomen die een kruik water draagt. Volg hem.
καὶ
(kai)
en
ἀποστέλλει
(apostellei)
zendt
δύο
(dyo)
twee
τῶν
(ton)
van de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Ὑπάγετε
(Hypagete)
gaat
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
καὶ
(kai)
en
ἀπαντήσει
(apantesei)
zal tegemoetkomen
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
κεράμιον
(keramion)
kruik
ὕδατος
(hydatos)
van water
βαστάζων
(bastazon)
dragend
ἀκολουθήσατε
(akolouthesate)
volgt
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
14Waar hij ook binnengaat, zeg tegen de eigenaar van het huis: ‘De leraar zegt: „Waar is Mijn gastenkamer, waar Ik het Pesach met Mijn leerlingen kan eten?”’
καὶ
(kai)
en
ὅπου
(hopou)
waar
ἐὰν
(ean)
ook
εἰσέλθῃ
(eiselthe)
hij binnengaat
εἴπατε
(eipate)
zegt
τῷ
(to)
aan de
οἰκοδεσπότῃ
(oikodespote)
eigenaar van het huis
ὅτι
(hoti)
dat
Ὁ
(Ho)
de
διδάσκαλος
(didaskalos)
leraar
λέγει
(legei)
zegt
Ποῦ
(Pou)
waar
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
κατάλυμά
(katalyma)
gastenkamer
μου
(mou)
Mijn
ὅπου
(hopou)
waar
τὸ
(to)
het
πάσχα
(pascha)
Pesach
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
μου
(mou)
Mijn
φάγω
(phago)
Ik eet
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατάλυμα (katalyma), ‘gastenkamer’: een plaats om te overnachten of te eten; het kan ook ‘herberg’ betekenen.

De leraar spreekt hier over Zichzelf.

15Die man zal jullie zelf een grote bovenzaal laten zien, ingericht en klaar. Maak het daar voor ons klaar.”
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
hij zelf
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
δείξει
(deixei)
zal laten zien
ἀνάγαιον
(anagaion)
bovenzaal
μέγα
(mega)
grote
ἐστρωμένον
(estromenon)
ingericht
ἕτοιμον
(hetoimon)
klaar
καὶ
(kai)
en
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἑτοιμάσατε
(hetoimasate)
maak klaar
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνάγαιον (anagaion), ‘bovenzaal’: een kamer op de verdieping.

16De leerlingen gingen weg en kwamen in de stad. Zij vonden het zoals Hij hun gezegd had en maakten het Pesach klaar.
καὶ
(kai)
en
ἐξῆλθον
(exelthon)
gingen uit
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
καὶ
(kai)
en
ἦλθον
(elthon)
kwamen
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
καὶ
(kai)
en
εὗρον
(heuron)
vonden
καθὼς
(kathos)
zoals
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
καὶ
(kai)
en
ἡτοίμασαν
(hetoimasan)
maakten klaar
τὸ
(to)
het
πάσχα
(pascha)
Pesach
Bron: SBLGNT

De maaltijd met de twaalf

17Toen het avond geworden was, kwam Hij met de twaalf.
Καὶ
(Kai)
en
ὀψίας
(opsias)
avond
γενομένης
(genomenes)
geworden
ἔρχεται
(erchetai)
komt
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
Bron: SBLGNT
18Terwijl zij aan tafel lagen en aten, zei Yeshua: „Voorwaar, Ik zeg jullie: een van jullie zal Mij overleveren, een die met Mij eet.”
καὶ
(kai)
en
ἀνακειμένων
(anakeimenon)
aan tafel liggend
αὐτῶν
(auton)
zij
καὶ
(kai)
en
ἐσθιόντων
(esthionton)
etend
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
εἷς
(heis)
een
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
παραδώσει
(paradosei)
zal overleveren
με
(me)
Mij
ὁ
(ho)
die
ἐσθίων
(esthion)
etende
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Ps. 41:10 (in de Nederlandse telling is dit 41:9): ‘die mijn brood at, heeft de hiel groot gemaakt tegen mij’.

Zie ook Matt. 26:20–25; Luc. 22:21–23; Joh. 13:21–30.

19Zij begonnen bedroefd te worden en één voor één tegen Hem te zeggen: „Ik toch niet?”
ἤρξαντο
(erxanto)
begonnen
λυπεῖσθαι
(lypeisthai)
bedroefd te worden
καὶ
(kai)
en
λέγειν
(legein)
te zeggen
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
εἷς
(heis)
een
κατὰ
(kata)
na
εἷς
(heis)
een
Μήτι
(Meti)
toch niet
ἐγώ
(ego)
ik
Bron: SBLGNT
20Hij zei tegen hen: „Een van de twaalf, die met Mij in de schaal doopt.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Εἷς
(Heis)
een
τῶν
(ton)
van de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
ὁ
(ho)
die
ἐμβαπτόμενος
(embaptomenos)
indoopt
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
τρύβλιον
(tryblion)
schaal
Bron: SBLGNT
21Want de Mensenzoon gaat heen, zoals over Hem geschreven staat. Maar wee die man door wie de Mensenzoon wordt overgeleverd. Het zou beter voor hem zijn geweest als die man niet geboren was.”
ὅτι
(hoti)
want
ὁ
(ho)
de
μὲν
(men)
enerzijds
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ὑπάγει
(hypagei)
gaat heen
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
er staat geschreven
περὶ
(peri)
over
αὐτοῦ
(autou)
Hem
οὐαὶ
(ouai)
wee
δὲ
(de)
maar
τῷ
(to)
aan de
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
mens
ἐκείνῳ
(ekeino)
die
δι’
(di’)
door
οὗ
(hou)
wie
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
παραδίδοται
(paradidotai)
wordt overgeleverd
καλὸν
(kalon)
goed
αὐτῷ
(auto)
voor hem
εἰ
(ei)
als
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγεννήθη
(egennethe)
werd geboren
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ἐκεῖνος
(ekeinos)
die
Bron: SBLGNT
Uitleg

υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου (huios tou anthropou), ‘de Mensenzoon’: zie Mark. 13:26. ὑπάγει (hypagei), ‘gaat heen’.

Welke Schriftplaatsen met ‘zoals over Hem geschreven staat’ bedoeld zijn, zegt de tekst niet.

Zie ookMar 13:26

Het brood en de beker

22Terwijl zij aten, nam Hij brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan hen. Hij zei: „Neem, dit is Mijn lichaam.”
Καὶ
(Kai)
en
ἐσθιόντων
(esthionton)
etend
αὐτῶν
(auton)
zij
λαβὼν
(labon)
nemend
ἄρτον
(arton)
brood
εὐλογήσας
(eulogesas)
zegenend
ἔκλασεν
(eklasen)
brak
καὶ
(kai)
en
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτοῖς
(autois)
hun
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Λάβετε
(Labete)
neem
τοῦτό
(touto)
dit
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
σῶμά
(soma)
lichaam
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐλογέω (eulogeo), ‘de zegen uitspreken’: hier over het brood, zoals bij een maaltijd gebruikelijk was.

Zie ook Matt. 26:26–29; Luc. 22:15–20; 1 Kor. 11:23–25.

23Hij nam een beker, dankte en gaf hem aan hen, en zij dronken er allen uit.
καὶ
(kai)
en
λαβὼν
(labon)
nemend
ποτήριον
(poterion)
beker
εὐχαριστήσας
(eucharistesas)
dankend
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτοῖς
(autois)
hun
καὶ
(kai)
en
ἔπιον
(epion)
dronken
ἐξ
(ex)
uit
αὐτοῦ
(autou)
hem
πάντες
(pantes)
allen
Bron: SBLGNT
24Hij zei tegen hen: „Dit is Mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt uitgegoten.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Τοῦτό
(Touto)
dit
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
αἷμά
(haima)
bloed
μου
(mou)
Mijn
τῆς
(tes)
van het
διαθήκης
(diathekes)
verbond
τὸ
(to)
dat
ἐκχυννόμενον
(ekchynnomenon)
uitgegoten wordt
ὑπὲρ
(hyper)
voor
πολλῶν
(pollon)
velen
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: het Hebreeuwse בְּרִית (berit).

De woorden ‘het bloed van het verbond’ komen uit Exod. 24:8, waar Mozes het bloed over het volk sprenkelt.

πολλοί (polloi), ‘velen’: vergelijk Jes. 53:12 (‘de zonde van velen’).

25Voorwaar, Ik zeg jullie: Ik zal beslist niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot die dag. Dan drink Ik het nieuw in het koninkrijk van Elohim.”
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker
πίω
(pio)
Ik drink
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
γενήματος
(genematos)
vrucht
τῆς
(tes)
van de
ἀμπέλου
(ampelou)
wijnstok
ἕως
(heos)
tot
τῆς
(tes)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ἐκείνης
(ekeines)
die
ὅταν
(hotan)
wanneer
αὐτὸ
(auto)
het
πίνω
(pino)
Ik drink
καινὸν
(kainon)
nieuw
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
βασιλείᾳ
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT

Yeshua kondigt de verloochening aan

26Nadat zij een lofzang hadden gezongen, gingen zij naar de Olijfberg.
Καὶ
(Kai)
en
ὑμνήσαντες
(hymnesantes)
lofzang gezongen hebbend
ἐξῆλθον
(exelthon)
gingen uit
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
Ὄρος
(Oros)
Berg
τῶν
(ton)
van de
Ἐλαιῶν
(Elaion)
Olijven
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Olijfberg: De Olijfberg ligt ten oosten van Jeruzalem, aan de overkant van het Kidrondal.

Uitleg

ὑμνέω (hymneo), ‘een lofzang zingen’: bij het Pesachmaal zong men gewoonlijk de Hallel, Ps. 113–118.

De tekst noemt de psalmen niet.

27Yeshua zei tegen hen: „Jullie zullen allemaal struikelen. Want er staat geschreven: ‘Ik zal de herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.’
Καὶ
(Kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὅτι
(hoti)
dat
Πάντες
(Pantes)
allen
σκανδαλισθήσεσθε
(skandalisthesesthe)
jullie zullen struikelen
ὅτι
(hoti)
want
γέγραπται
(gegraptai)
er staat geschreven
Πατάξω
(Pataxo)
Ik zal slaan
τὸν
(ton)
de
ποιμένα
(poimena)
herder
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
πρόβατα
(probata)
schapen
διασκορπισθήσονται
(diaskorpisthesontai)
zullen verstrooid worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Zach. 13:7.

Het Hebreeuws heeft ‘Zwaard, ontwaak tegen Mijn herder … Sla de herder, dan worden de schapen verstrooid’; de Griekse tekst heeft ‘Ik zal de herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden’.

σκανδαλίζω (skandalizo), ‘struikelen’: hier de lijdende vorm van ‘laten struikelen’ (zie 9:42); het gaat om ten val komen en afvallen.

Zie ook Matt. 26:31–35; Luc. 22:31–34; Joh. 13:36–38.

28Maar nadat Ik opgewekt ben, zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.”
ἀλλὰ
(alla)
maar
μετὰ
(meta)
na
τὸ
(to)
het
ἐγερθῆναί
(egerthenai)
opgewekt worden
με
(me)
Mij
προάξω
(proaxo)
zal voorgaan
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Γαλιλαίαν
(Galilaian)
Galilea
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Uitleg

Zie ook Mark. 16:7.

Zie ookMar 16:7
29Petrus zei tegen Hem: „Al zullen allen struikelen, ik niet.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Πέτρος
(Petros)
Petrus
ἔφη
(ephe)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
Εἰ
(Ei)
als
καὶ
(kai)
ook
πάντες
(pantes)
allen
σκανδαλισθήσονται
(skandalisthesontai)
zullen struikelen
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγώ
(ego)
ik
Bron: SBLGNT
30Yeshua zei tegen hem: „Voorwaar, Ik zeg je: vandaag, in deze nacht, voordat een haan twee keer kraait, zul jij Mij drie keer verloochenen.”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
σοι
(soi)
je
ὅτι
(hoti)
dat
σὺ
(sy)
jij
σήμερον
(semeron)
vandaag
ταύτῃ
(taute)
deze
τῇ
(te)
de
νυκτὶ
(nykti)
nacht
πρὶν
(prin)
voordat
ἢ
(e)
of
δὶς
(dis)
tweemaal
ἀλέκτορα
(alektora)
haan
φωνῆσαι
(phonesai)
kraaien
τρίς
(tris)
driemaal
με
(me)
Mij
ἀπαρνήσῃ
(aparnese)
zult verloochenen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπαρνέομαι (aparneomai), ‘verloochenen’: zeggen dat je iemand niet kent.

Zie ook 14:72.

31Maar hij zei met grote nadruk: „Al moet ik met U sterven, ik zal U beslist niet verloochenen.” Zo zeiden zij ook allemaal.
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
maar
ἐκπερισσῶς
(ekperissos)
met nadruk
ἐλάλει
(elalei)
zei
Ἐὰν
(Ean)
als
δέῃ
(dee)
het nodig is
με
(me)
mij
συναποθανεῖν
(synapothanein)
samen te sterven
σοι
(soi)
met U
οὐ
(ou)
niet
μή
(me)
zeker
σε
(se)
U
ἀπαρνήσομαι
(aparnesomai)
zal verloochenen
ὡσαύτως
(hosautos)
evenzo
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
πάντες
(pantes)
allen
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
Bron: SBLGNT

Getsemane

32Zij kwamen bij een stuk land dat Getsemane heette. Hij zei tegen Zijn leerlingen: „Blijf hier zitten, totdat Ik gebeden heb.”
Καὶ
(Kai)
en
ἔρχονται
(erchontai)
komen
εἰς
(eis)
naar
χωρίον
(chorion)
stuk land
οὗ
(hou)
waar
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
Γεθσημανί
(Gethsemani)
Getsemane
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
τοῖς
(tois)
aan de
μαθηταῖς
(mathetais)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Καθίσατε
(Kathisate)
ga zitten
ὧδε
(hode)
hier
ἕως
(heos)
totdat
προσεύξωμαι
(proseuxomai)
Ik bid
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Getsemane (ligging onzeker): Getsemane was een stuk land aan de voet van de Olijfberg, over het Kidrondal, ten oosten van Jeruzalem.

De precieze plek is niet vast te stellen.

Uitleg

Γεθσημανί (Getsemane) betekent waarschijnlijk ‘oliepers’ (Aramees).

Het Grieks noemt het χωρίον (chorion), ‘een stuk land’.

Zie ook Matt. 26:36–46; Luc. 22:39–46.

33Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met Zich mee en begon ontzet en beklemd te worden.
καὶ
(kai)
en
παραλαμβάνει
(paralambanei)
neemt mee
τὸν
(ton)
de
Πέτρον
(Petron)
Petrus
καὶ
(kai)
en
Ἰάκωβον
(Iakobon)
Jakobus
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἤρξατο
(erxato)
begon
ἐκθαμβεῖσθαι
(ekthambeisthai)
ontzet te worden
καὶ
(kai)
en
ἀδημονεῖν
(ademonein)
beklemd te zijn
Bron: SBLGNT
34Hij zei tegen hen: „Mijn ziel is diep bedroefd, tot de dood toe. Blijf hier en waak.”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Περίλυπός
(Perilypos)
diep bedroefd
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
ψυχή
(psyche)
ziel
μου
(mou)
Mijn
ἕως
(heos)
tot
θανάτου
(thanatou)
dood
μείνατε
(meinate)
blijf
ὧδε
(hode)
hier
καὶ
(kai)
en
γρηγορεῖτε
(gregoreite)
waak
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχή (psyche), ‘ziel’: het eigen leven en wezen.

Vergelijk Ps. 42:6 (in de Nederlandse telling is dit 42:5): ‘Waarom ben je terneergeslagen, mijn ziel?’

γρηγορέω (gregoreo), ‘waken’: zie 13:33.

Zie ookPs 42:6
35Hij ging een eindje verder, viel op de grond en bad dat, als het mogelijk was, het uur aan Hem voorbij zou gaan.
καὶ
(kai)
en
προελθὼν
(proelthon)
verder gaand
μικρὸν
(mikron)
een weinig
ἔπιπτεν
(epipten)
viel
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
προσηύχετο
(proseycheto)
bad
ἵνα
(hina)
opdat
εἰ
(ei)
als
δυνατόν
(dynaton)
mogelijk
ἐστιν
(estin)
is
παρέλθῃ
(parelthe)
voorbijga
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ἡ
(he)
het
ὥρα
(hora)
uur
Bron: SBLGNT
36Hij zei: „Abba, Vader, voor U is alles mogelijk. Neem deze beker van Mij weg. Toch niet wat Ik wil, maar wat U wilt.”
καὶ
(kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
Αββα
(Abba)
Abba
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
πάντα
(panta)
alles
δυνατά
(dynata)
mogelijk
σοι
(soi)
voor U
παρένεγκε
(parenenke)
neem weg
τὸ
(to)
de
ποτήριον
(poterion)
beker
τοῦτο
(touto)
deze
ἀπ’
(ap’)
van
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἀλλ’
(all’)
toch
οὐ
(ou)
niet
τί
(ti)
wat
ἐγὼ
(ego)
Ik
θέλω
(thelo)
wil
ἀλλὰ
(alla)
maar
τί
(ti)
wat
σύ
(sy)
U
Bron: SBLGNT
Uitleg

Αββα (Abba) is Aramees voor ‘vader’.

Markus vertaalt het zelf met ὁ πατήρ (ho pater), ‘de Vader’.

ποτήριον (poterion), ‘beker’: in de Schrift een beeld voor het lot dat Elohim toedeelt, bijvoorbeeld Jes. 51:17 (de beker van Zijn woede).

Zie ookJes 51:17
37Hij kwam en trof hen slapend aan. Hij zei tegen Petrus: „Simon, slaap je? Kon je niet één uur waken?
καὶ
(kai)
en
ἔρχεται
(erchetai)
komt
καὶ
(kai)
en
εὑρίσκει
(heuriskei)
vindt
αὐτοὺς
(autous)
hen
καθεύδοντας
(katheudontas)
slapend
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
τῷ
(to)
aan de
Πέτρῳ
(Petro)
Petrus
Σίμων
(Simon)
Simon
καθεύδεις
(katheudeis)
slaap je
οὐκ
(ouk)
niet
ἴσχυσας
(ischysas)
had je kracht
μίαν
(mian)
één
ὥραν
(horan)
uur
γρηγορῆσαι
(gregoresai)
te waken
Bron: SBLGNT
38Waak en bid, opdat jullie niet in beproeving komen. De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.”
γρηγορεῖτε
(gregoreite)
waakt
καὶ
(kai)
en
προσεύχεσθε
(proseuchesthe)
bidt
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ἔλθητε
(elthete)
jullie komt
εἰς
(eis)
in
πειρασμόν
(peirasmon)
beproeving
τὸ
(to)
de
μὲν
(men)
wel
πνεῦμα
(pneuma)
geest
πρόθυμον
(prothymon)
gewillig
ἡ
(he)
het
δὲ
(de)
maar
σὰρξ
(sarx)
vlees
ἀσθενής
(asthenes)
zwak
Bron: SBLGNT
Uitleg

πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: van hetzelfde woord als πειράζω, ‘op de proef stellen’ (Matt. 4:1).

Het kan ook ‘verleiding’ betekenen.

πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier de geest van de mens; daarom met kleine letter.

Zie ookMat 4:1
39Hij ging opnieuw weg en bad met dezelfde woorden.
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἀπελθὼν
(apelthon)
weggaand
προσηύξατο
(proseyxato)
bad
τὸν
(ton)
het
αὐτὸν
(auton)
zelfde
λόγον
(logon)
woord
εἰπών
(eipon)
zeggend
Bron: SBLGNT
40Toen Hij opnieuw kwam, trof Hij hen slapend aan, want hun ogen waren zwaar. En zij wisten niet wat zij Hem moesten antwoorden.
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἐλθὼν
(elthon)
komend
εὗρεν
(heuren)
vond
αὐτοὺς
(autous)
hen
καθεύδοντας
(katheudontas)
slapend
ἦσαν
(esan)
waren
γὰρ
(gar)
want
αὐτῶν
(auton)
hun
οἱ
(hoi)
de
ὀφθαλμοὶ
(ophthalmoi)
ogen
καταβαρυνόμενοι
(katabarynomenoi)
verzwaard
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ᾔδεισαν
(edeisan)
wisten
τί
(ti)
wat
ἀποκριθῶσιν
(apokrithosin)
zij zouden antwoorden
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
41Hij kwam voor de derde keer en zei tegen hen: „Slapen jullie nog en rusten jullie? Het is genoeg. Het uur is gekomen. Zie, de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de zondaars.
καὶ
(kai)
en
ἔρχεται
(erchetai)
komt
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Καθεύδετε
(Katheudete)
slapen jullie
τὸ
(to)
het
λοιπὸν
(loipon)
nog
καὶ
(kai)
en
ἀναπαύεσθε
(anapauesthe)
rusten jullie
ἀπέχει
(apechei)
het is genoeg
ἦλθεν
(elthen)
is gekomen
ἡ
(he)
het
ὥρα
(hora)
uur
ἰδοὺ
(idou)
zie
παραδίδοται
(paradidotai)
wordt overgeleverd
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
τῶν
(ton)
van de
ἁμαρτωλῶν
(hamartolon)
zondaars
Bron: SBLGNT
Uitleg

καθεύδετε τὸ λοιπὸν καὶ ἀναπαύεσθε (katheudete to loipon kai anapauesthe): het Grieks kan een vraag zijn (‘Slapen jullie nog en rusten jullie?’, zoals in Matt. 26:45) of een bevel (‘Slaap nu maar verder en rust uit’).

Wij lezen het als vraag. ἀπέχει (apechei), ‘het is genoeg’: de betekenis van dit woord is hier onzeker.

Zie ookMat 26:45
42Sta op, laten wij gaan. Zie, hij die Mij overlevert, is nabij gekomen.”
ἐγείρεσθε
(egeiresthe)
sta op
ἄγωμεν
(agomen)
laten wij gaan
ἰδοὺ
(idou)
zie
ὁ
(ho)
de
παραδιδούς
(paradidous)
overleverende
με
(me)
Mij
ἤγγικεν
(engiken)
is nabij gekomen
Bron: SBLGNT

De gevangenneming

43Meteen, terwijl Hij nog sprak, kwam Judas, een van de twaalf, eraan. Met hem was een menigte met zwaarden en knuppels, gestuurd door de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten.
Καὶ
(Kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἔτι
(eti)
nog
αὐτοῦ
(autou)
Hij
λαλοῦντος
(lalountos)
sprekend
παραγίνεται
(paraginetai)
komt aan
Ἰούδας
(Ioudas)
Judas
εἷς
(heis)
een
τῶν
(ton)
van de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
καὶ
(kai)
en
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
ὄχλος
(ochlos)
menigte
μετὰ
(meta)
met
μαχαιρῶν
(machairon)
zwaarden
καὶ
(kai)
en
ξύλων
(xylon)
knuppels
παρὰ
(para)
van
τῶν
(ton)
de
ἀρχιερέων
(archiereon)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
γραμματέων
(grammateon)
schriftgeleerden
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
πρεσβυτέρων
(presbyteron)
oudsten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ξύλον (xylon), ‘knuppel’: letterlijk ‘hout’. πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘oudsten’: de oudere leiders van het volk.

Zie ook Matt. 26:47–56; Luc. 22:47–53; Joh. 18:2–12.

44Degene die Hem overleverde, had hun een afgesproken teken gegeven en gezegd: „Wie ik kus, die is Hij. Grijp Hem en voer Hem veilig weg.”
δεδώκει
(dedokei)
had gegeven
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
παραδιδοὺς
(paradidous)
overleverende
αὐτὸν
(auton)
Hem
σύσσημον
(syssemon)
teken
αὐτοῖς
(autois)
hun
λέγων
(legon)
zeggend
Ὃν
(Hon)
wie
ἂν
(an)
ook
φιλήσω
(phileso)
ik kus
αὐτός
(autos)
Hij
ἐστιν
(estin)
is
κρατήσατε
(kratesate)
grijp
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἀπάγετε
(apagete)
voer weg
ἀσφαλῶς
(asphalos)
veilig
Bron: SBLGNT
Uitleg

σύσσημον (syssemon), ‘afgesproken teken’. ἀσφαλῶς (asphalos), ‘veilig’: zodat Hij niet kan ontsnappen; de precieze bedoeling is niet zeker.

45Toen hij kwam, ging hij meteen naar Hem toe en zei: „Rabbi!” En hij kuste Hem.
καὶ
(kai)
en
ἐλθὼν
(elthon)
komend
εὐθὺς
(euthys)
meteen
προσελθὼν
(proselthon)
naderend
αὐτῷ
(auto)
Hem
λέγει
(legei)
zegt
Ῥαββί
(Rhabbi)
Rabbi
καὶ
(kai)
en
κατεφίλησεν
(katephilesen)
kuste
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ῥαββί (rhabbi), ‘rabbi’: zie 9:5.

46Zij sloegen de handen aan Hem en grepen Hem.
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
ἐπέβαλαν
(epebalan)
wierpen op
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
αὐτῷ
(auto)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἐκράτησαν
(ekratesan)
grepen
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
47Een van de omstanders trok zijn zwaard, sloeg de knecht van de hogepriester en hieuw hem het oor af.
εἷς
(heis)
een
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
τῶν
(ton)
van de
παρεστηκότων
(parestekoton)
omstaanders
σπασάμενος
(spasamenos)
trekkend
τὴν
(ten)
het
μάχαιραν
(machairan)
zwaard
ἔπαισεν
(epaisen)
sloeg
τὸν
(ton)
de
δοῦλον
(doulon)
knecht
τοῦ
(tou)
van de
ἀρχιερέως
(archiereos)
hogepriester
καὶ
(kai)
en
ἀφεῖλεν
(apheilen)
hieuw af
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὸ
(to)
het
ὠτάριον
(otarion)
oor
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 26:51–54; Luc. 22:49–51; Joh. 18:10–11.

48Yeshua antwoordde en zei tegen hen: „Zijn jullie er als tegen een rover op uitgetrokken, met zwaarden en knuppels, om Mij te grijpen?
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Ὡς
(Hos)
als
ἐπὶ
(epi)
tegen
λῃστὴν
(lesten)
rover
ἐξήλθατε
(exelthate)
gingen jullie uit
μετὰ
(meta)
met
μαχαιρῶν
(machairon)
zwaarden
καὶ
(kai)
en
ξύλων
(xylon)
knuppels
συλλαβεῖν
(syllabein)
te grijpen
με
(me)
Mij
Bron: SBLGNT
49Elke dag was Ik bij jullie in de tempel en onderwees Ik, en jullie hebben Mij niet gegrepen. Maar dit gebeurt opdat de Schriften vervuld worden.”
καθ’
(kath’)
per
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἤμην
(emen)
was
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
διδάσκων
(didaskon)
onderwijzend
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἐκρατήσατέ
(ekratesate)
grepen jullie
με
(me)
Mij
ἀλλ’
(all’)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
πληρωθῶσιν
(plerothosin)
vervuld worden
αἱ
(hai)
de
γραφαί
(graphai)
Schriften
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier geen werkwoord: ‘maar opdat de Schriften vervuld worden’.

Wij hebben ‘dit gebeurt’ aangevuld.

50Zij lieten Hem achter en vluchtten allen.
καὶ
(kai)
en
ἀφέντες
(aphentes)
verlatend
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἔφυγον
(ephygon)
vluchtten
πάντες
(pantes)
allen
Bron: SBLGNT
51Een jongeman volgde Hem, met alleen een linnen doek om zijn blote lichaam. Zij grepen hem.
Καὶ
(Kai)
en
νεανίσκος
(neaniskos)
jongeman
τις
(tis)
een
συνηκολούθει
(synekolouthei)
volgde
αὐτῷ
(auto)
Hem
περιβεβλημένος
(peribeblemenos)
gekleed
σινδόνα
(sindona)
linnen doek
ἐπὶ
(epi)
op
γυμνοῦ
(gymnou)
bloot lichaam
καὶ
(kai)
en
κρατοῦσιν
(kratousin)
grijpen
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

σινδών (sindon), ‘linnen doek’: een fijn lijnwaden kleed.

Wie de jongeman is, zegt de tekst niet.

52Maar hij liet de linnen doek achter en vluchtte naakt weg.
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
maar
καταλιπὼν
(katalipon)
achterlatend
τὴν
(ten)
de
σινδόνα
(sindona)
doek
γυμνὸς
(gymnos)
naakt
ἔφυγεν
(ephygen)
vluchtte
Bron: SBLGNT

Yeshua voor de Raad

53Zij voerden Yeshua weg naar de hogepriester. Alle hogepriesters, oudsten en schriftgeleerden kwamen bijeen.
Καὶ
(Kai)
en
ἀπήγαγον
(apegagon)
voerden weg
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
ἀρχιερέα
(archierea)
hogepriester
καὶ
(kai)
en
συνέρχονται
(synerchontai)
komen samen
πάντες
(pantes)
alle
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
oudsten
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
Bron: SBLGNT
Uitleg

De hogepriesters, oudsten en schriftgeleerden vormen samen de Raad (συνέδριον, synedrion) in Jeruzalem; zie 14:55 en 15:1.

Zie ook Matt. 26:57–68; Luc. 22:54, 22:66–71; Joh. 18:12–14, 18:19–24.

54Petrus volgde Hem van veraf, tot binnen op de binnenplaats van de hogepriester. Hij zat bij de bedienden en warmde zich bij het vuur.
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
ἀπὸ
(apo)
van
μακρόθεν
(makrothen)
veraf
ἠκολούθησεν
(ekolouthesen)
volgde
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἕως
(heos)
tot
ἔσω
(eso)
binnen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
αὐλὴν
(aulen)
binnenplaats
τοῦ
(tou)
van de
ἀρχιερέως
(archiereos)
hogepriester
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
συγκαθήμενος
(synkathemenos)
meezittend
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
ὑπηρετῶν
(hypereton)
bedienden
καὶ
(kai)
en
θερμαινόμενος
(thermainomenos)
zich warmend
πρὸς
(pros)
bij
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Huis van de hogepriester (Jeruzalem; ligging onzeker): De binnenplaats hoorde bij het huis van de hogepriester in Jeruzalem.

De ligging is niet bekend; de traditie zoekt het op de Sionsheuvel.

Uitleg

αὐλή (aule), ‘binnenplaats’: de open ruimte binnen het huis, ook in 14:66.

Het Grieks heeft φῶς (phos), ‘licht’; wij schrijven ‘vuur’, omdat het om een vuur gaat waaraan men zich warmt.

55De hogepriesters en de hele Raad zochten een getuigenis tegen Yeshua om Hem ter dood te brengen, maar zij vonden niets.
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
ὅλον
(holon)
hele
τὸ
(to)
de
συνέδριον
(synedrion)
Raad
ἐζήτουν
(ezetoun)
zochten
κατὰ
(kata)
tegen
τοῦ
(tou)
de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
εἰς
(eis)
om
τὸ
(to)
het
θανατῶσαι
(thanatosai)
ter dood te brengen
αὐτόν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
οὐχ
(ouch)
niet
ηὕρισκον
(heyriskon)
vonden
Bron: SBLGNT
56Velen legden namelijk vals getuigenis tegen Hem af, maar hun getuigenissen kwamen niet overeen.
πολλοὶ
(polloi)
velen
γὰρ
(gar)
want
ἐψευδομαρτύρουν
(epseudomartyroun)
legden vals getuigenis af
κατ’
(kat’)
tegen
αὐτοῦ
(autou)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἴσαι
(isai)
gelijk
αἱ
(hai)
de
μαρτυρίαι
(martyriai)
getuigenissen
οὐκ
(ouk)
niet
ἦσαν
(esan)
waren
Bron: SBLGNT
57Enkelen stonden op en legden vals getuigenis tegen Hem af. Zij zeiden:
καί
(kai)
en
τινες
(tines)
sommigen
ἀναστάντες
(anastantes)
opgestaan
ἐψευδομαρτύρουν
(epseudomartyroun)
legden vals getuigenis af
κατ’
(kat’)
tegen
αὐτοῦ
(autou)
Hem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Bron: SBLGNT
58„Wij hebben Hem horen zeggen: ‘Ik zal dit heiligdom dat met handen gemaakt is afbreken, en in drie dagen zal Ik een ander bouwen dat niet met handen gemaakt is.’”
ὅτι
(hoti)
dat
Ἡμεῖς
(Hemeis)
wij
ἠκούσαμεν
(ekousamen)
hoorden
αὐτοῦ
(autou)
Hem
λέγοντος
(legontos)
zeggen
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐγὼ
(Ego)
Ik
καταλύσω
(katalyso)
zal afbreken
τὸν
(ton)
het
ναὸν
(naon)
heiligdom
τοῦτον
(touton)
dit
τὸν
(ton)
het
χειροποίητον
(cheiropoieton)
met handen gemaakte
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
binnen
τριῶν
(trion)
drie
ἡμερῶν
(hemeron)
dagen
ἄλλον
(allon)
ander
ἀχειροποίητον
(acheiropoieton)
niet met handen gemaakt
οἰκοδομήσω
(oikodomeso)
zal bouwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ναός (naos), ‘heiligdom’: het gebouw zelf, anders dan ἱερόν (hieron), ‘tempel’, het hele terrein. χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’.

Markus noemt dit getuigenis vals (14:56–57); zie ook 15:29 en Joh. 2:19–21.

59Maar ook zo kwam hun getuigenis niet overeen.
καὶ
(kai)
en
οὐδὲ
(oude)
ook niet
οὕτως
(houtos)
zo
ἴση
(ise)
gelijk
ἦν
(en)
was
ἡ
(he)
de
μαρτυρία
(martyria)
getuigenis
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
60De hogepriester stond op, ging in het midden staan en vroeg Yeshua: „Antwoordt U niets? Wat getuigen dezen tegen U?”
καὶ
(kai)
en
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
εἰς
(eis)
in
μέσον
(meson)
midden
ἐπηρώτησεν
(eperotesen)
vroeg
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
λέγων
(legon)
zeggend
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἀποκρίνῃ
(apokrine)
antwoordt U
οὐδέν
(ouden)
niets
τί
(ti)
wat
οὗτοί
(houtoi)
dezen
σου
(sou)
tegen U
καταμαρτυροῦσιν
(katamartyrousin)
getuigen
Bron: SBLGNT
61Maar Hij zweeg en antwoordde niets. Opnieuw vroeg de hogepriester Hem: „Bent U de Messias, de Zoon van de Gezegende?”
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
maar
ἐσιώπα
(esiopa)
zweeg
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἀπεκρίνατο
(apekrinato)
antwoordde
οὐδέν
(ouden)
niets
πάλιν
(palin)
opnieuw
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
ἐπηρώτα
(eperota)
vroeg
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
Σὺ
(Sy)
U
εἶ
(ei)
bent
ὁ
(ho)
de
χριστὸς
(christos)
Messias
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
εὐλογητοῦ
(eulogetou)
Gezegende
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐλογητός (eulogetos), ‘de Gezegende’: een omschrijving voor Elohim.

62Yeshua zei: „Ik ben het. En jullie zullen de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Kracht en komen met de wolken van de hemel.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἐγώ
(Ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben
καὶ
(kai)
en
ὄψεσθε
(opsesthe)
zullen zien
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ἐκ
(ek)
aan
δεξιῶν
(dexion)
rechterhand
καθήμενον
(kathemenon)
zittend
τῆς
(tes)
van de
δυνάμεως
(dynameos)
Kracht
καὶ
(kai)
en
ἐρχόμενον
(erchomenon)
komend
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
νεφελῶν
(nephelon)
wolken
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγώ εἰμι (ego eimi), ‘Ik ben het’: letterlijk ‘Ik ben’. ἡ δύναμις (he dynamis), ‘de Kracht’: een omschrijving voor Elohim.

De woorden ‘zitten aan de rechterhand’ komen uit Ps. 110:1 en ‘komen met de wolken van de hemel’ uit Dan. 7:13; zie ook Mark. 13:26.

Zie ook Matt. 26:63–66; Luc. 22:66–71.

63De hogepriester scheurde zijn kleren en zei: „Waarvoor hebben wij nog getuigen nodig?
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
διαρρήξας
(diarrexas)
scheurend
τοὺς
(tous)
de
χιτῶνας
(chitonas)
gewaden
αὐτοῦ
(autou)
zijn
λέγει
(legei)
zegt
Τί
(Ti)
wat
ἔτι
(eti)
nog
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχομεν
(echomen)
hebben wij
μαρτύρων
(martyron)
getuigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

χιτών (chiton), ‘gewaad’: het onderkleed.

Het scheuren van de kleren was een teken van ontzetting en verontwaardiging (vergelijk Num. 14:6).

Zie ookNum 14:6
64Jullie hebben de lastering gehoord. Wat denken jullie?” Allen veroordeelden Hem als schuldig aan de dood.
ἠκούσατε
(ekousate)
jullie hoorden
τῆς
(tes)
de
βλασφημίας
(blasphemias)
lastering
τί
(ti)
wat
ὑμῖν
(hymin)
jullie
φαίνεται
(phainetai)
lijkt
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
πάντες
(pantes)
allen
κατέκριναν
(katekrinan)
veroordeelden
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἔνοχον
(enochon)
schuldig
εἶναι
(einai)
te zijn
θανάτου
(thanatou)
aan de dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

βλασφημία (blasphemia), ‘lastering’: oneerbiedig spreken over Elohim.

65Sommigen begonnen op Hem te spugen, Zijn gezicht te bedekken en Hem met vuisten te slaan. Zij zeiden tegen Hem: „Profeteer!” En de bedienden sloegen Hem.
καὶ
(kai)
en
ἤρξαντό
(erxanto)
begonnen
τινες
(tines)
sommigen
ἐμπτύειν
(emptyein)
te spugen
αὐτῷ
(auto)
op Hem
καὶ
(kai)
en
περικαλύπτειν
(perikalyptein)
te bedekken
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
καὶ
(kai)
en
κολαφίζειν
(kolaphizein)
met vuisten te slaan
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
λέγειν
(legein)
te zeggen
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
Προφήτευσον
(Propheteuson)
profeteer
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ὑπηρέται
(hyperetai)
bedienden
ῥαπίσμασιν
(rhapismasin)
met slagen
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἔλαβον
(elabon)
namen aan
Bron: SBLGNT
Uitleg

κολαφίζω (kolaphizo), ‘met vuisten slaan’. ῥάπισμα (rapisma), ‘slag’: het is onzeker of het om stokslagen of om klappen met de hand gaat.

Vergelijk Jes. 50:6.

Zie ookJes 50:6

Petrus verloochent Yeshua

66Terwijl Petrus beneden op de binnenplaats was, kwam een van de dienstmeisjes van de hogepriester.
Καὶ
(Kai)
en
ὄντος
(ontos)
zijnde
τοῦ
(tou)
de
Πέτρου
(Petrou)
Petrus
κάτω
(kato)
beneden
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
αὐλῇ
(aule)
binnenplaats
ἔρχεται
(erchetai)
komt
μία
(mia)
een
τῶν
(ton)
van de
παιδισκῶν
(paidiskon)
dienstmeisjes
τοῦ
(tou)
van de
ἀρχιερέως
(archiereos)
hogepriester
Bron: SBLGNT
67Toen zij Petrus zich zag warmen, keek zij hem aan en zei: „Ook jij was bij de Nazarener, bij Yeshua.”
καὶ
(kai)
en
ἰδοῦσα
(idousa)
ziende
τὸν
(ton)
de
Πέτρον
(Petron)
Petrus
θερμαινόμενον
(thermainomenon)
zich warmend
ἐμβλέψασα
(emblepsasa)
aankijkend
αὐτῷ
(auto)
hem
λέγει
(legei)
zegt
Καὶ
(Kai)
ook
σὺ
(sy)
jij
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
de
Ναζαρηνοῦ
(Nazarenou)
Nazarener
ἦσθα
(estha)
was
τοῦ
(tou)
de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ναζαρηνός (Nazarenos), ‘Nazarener’: uit Nazaret.

68Maar hij ontkende het: „Ik weet niet en ik begrijp niet wat jij zegt.” Hij ging naar buiten, naar de voorhof, en een haan kraaide.
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
maar
ἠρνήσατο
(ernesato)
ontkende
λέγων
(legon)
zeggend
Οὔτε
(Oute)
noch
οἶδα
(oida)
ik weet
οὔτε
(oute)
noch
ἐπίσταμαι
(epistamai)
ik begrijp
σὺ
(sy)
jij
τί
(ti)
wat
λέγεις
(legeis)
zegt
καὶ
(kai)
en
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
ἔξω
(exo)
naar buiten
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
προαύλιον
(proaulion)
voorhof
καὶ
(kai)
en
ἀλέκτωρ
(alektor)
haan
ἐφώνησεν
(ephonesen)
kraaide
Bron: SBLGNT
Uitleg

προαύλιον (proaulion), ‘voorhof’: de ruimte tussen de binnenplaats en de straat.

69Het dienstmeisje zag hem en begon opnieuw tegen de omstanders te zeggen: „Deze is een van hen.”
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
παιδίσκη
(paidiske)
dienstmeisje
ἰδοῦσα
(idousa)
ziend
αὐτὸν
(auton)
hem
ἤρξατο
(erxato)
begon
πάλιν
(palin)
opnieuw
λέγειν
(legein)
te zeggen
τοῖς
(tois)
aan de
παρεστῶσιν
(parestosin)
omstanders
ὅτι
(hoti)
dat
Οὗτος
(Houtos)
deze
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
70Maar hij ontkende opnieuw. Even later zeiden de omstanders opnieuw tegen Petrus: „Werkelijk, jij bent een van hen. Want je bent ook een Galileeër, en je spraak lijkt erop.”
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
maar
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἠρνεῖτο
(erneito)
ontkende
καὶ
(kai)
en
μετὰ
(meta)
na
μικρὸν
(mikron)
kort
πάλιν
(palin)
opnieuw
οἱ
(hoi)
de
παρεστῶτες
(parestotes)
omstanders
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
τῷ
(to)
aan de
Πέτρῳ
(Petro)
Petrus
Ἀληθῶς
(Alethos)
waarlijk
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῶν
(auton)
hen
εἶ
(ei)
ben je
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
Γαλιλαῖος
(Galilaios)
Galileeër
εἶ
(ei)
ben je
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
λαλιά
(lalia)
spraak
σου
(sou)
je
ὁμοιάζει
(homoiazei)
lijkt erop
Bron: SBLGNT
71Maar hij begon te vervloeken en te zweren: „Ik ken die man niet over wie jullie spreken.”
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
maar
ἤρξατο
(erxato)
begon
ἀναθεματίζειν
(anathematizein)
te vervloeken
καὶ
(kai)
en
ὀμνύναι
(omnynai)
te zweren
ὅτι
(hoti)
dat
Οὐκ
(Ouk)
niet
οἶδα
(oida)
ik ken
τὸν
(ton)
de
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
τοῦτον
(touton)
deze
ὃν
(hon)
die
λέγετε
(legete)
jullie zeggen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναθεματίζω (anathematizo), ‘vervloeken’: hier waarschijnlijk zichzelf vervloeken als hij niet de waarheid spreekt.

72Meteen kraaide een haan voor de tweede keer. Petrus herinnerde zich het woord dat Yeshua tegen hem gezegd had: „Voordat een haan twee keer kraait, zul je Mij drie keer verloochenen.” Hij brak ineen en huilde.
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἐκ
(ek)
uit
δευτέρου
(deuterou)
tweede
ἀλέκτωρ
(alektor)
haan
ἐφώνησεν
(ephonesen)
kraaide
καὶ
(kai)
en
ἀνεμνήσθη
(anemnesthe)
herinnerde zich
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
τὸ
(to)
het
ῥῆμα
(rhema)
woord
ὡς
(hos)
zoals
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὅτι
(hoti)
dat
Πρὶν
(Prin)
voordat
ἀλέκτορα
(alektora)
haan
φωνῆσαι
(phonesai)
kraait
δὶς
(dis)
tweemaal
τρίς
(tris)
driemaal
με
(me)
Mij
ἀπαρνήσῃ
(aparnese)
zult verloochenen
καὶ
(kai)
en
ἐπιβαλὼν
(epibalon)
zich werpend
ἔκλαιεν
(eklaien)
huilde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιβαλών (epibalon): de betekenis van dit woord is hier onzeker.

Wij vertalen ‘hij brak ineen’.

Zie ook Matt. 26:69–75; Luc. 22:54–62; Joh. 18:15–18, 18:25–27.