Elohim Bijbel

1 Petrus 2

12345

De levende steen en het heilig volk; onderschikking; het voorbeeld van de Messias

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Verlangen naar de melk van het woord

1Leg dan alle slechtheid en alle bedrog af, ook huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij.
Ἀποθέμενοι
(Apothemenoi)
afgelegd hebbend
οὖν
(oun)
dan
πᾶσαν
(pasan)
alle
κακίαν
(kakian)
slechtheid
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alle
δόλον
(dolon)
bedrog
καὶ
(kai)
en
ὑποκρίσεις
(hypokriseis)
huichelarijen
καὶ
(kai)
en
φθόνους
(phthonous)
afgunst
καὶ
(kai)
en
πάσας
(pasas)
alle
καταλαλιάς
(katalalias)
kwaadsprekerij
Bron: SBLGNT
Uitleg

κακία (kakia), ‘slechtheid’; ὑπόκρισις (hypokrisis), ‘huichelarij’; καταλαλιά (katalalia), ‘kwaadsprekerij’: dezelfde stam als καταλαλέω in Jak. 4:11.

Het Grieks begint met een deelwoord (‘afgelegd hebbend’); wij geven het als opdracht.

Lezing

Bij ‘huichelarijen’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jak. 4:11.

Zie ookJak 4:11
2Verlang als pasgeboren baby's naar de redelijke, onvervalste melk, zodat jullie daardoor opgroeien tot redding,
ὡς
(hos)
als
ἀρτιγέννητα
(artigenneta)
pasgeboren
βρέφη
(brephe)
baby's
τὸ
(to)
de
λογικὸν
(logikon)
redelijke
ἄδολον
(adolon)
onvervalste
γάλα
(gala)
melk
ἐπιποθήσατε
(epipothesate)
verlang
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
daardoor
αὐτῷ
(auto)
die
αὐξηθῆτε
(auxethete)
jullie opgroeien
εἰς
(eis)
tot
σωτηρίαν
(soterian)
redding
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρτιγέννητος (artigennetos), ‘pasgeboren’: net geboren. λογικός (logikos), ‘redelijk’: het woord hangt samen met λόγος (logos), ‘woord’ of ‘verstand’.

Het kan ook ‘geestelijk’ of ‘bij het woord horend’ betekenen; zo vertalen wij ook in Rom. 12:1 ‘redelijke eredienst’. ἄδολος (adolos), ‘onvervalst’: zonder δόλος (dolos), ‘bedrog’, het woord uit vers 1.

Lezing

Bij ‘tot redding’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 12:1.

3als jullie hebben geproefd dat de Heer goed is.
εἰ
(ei)
als
ἐγεύσασθε
(egeusasthe)
jullie hebben geproefd
ὅτι
(hoti)
dat
χρηστὸς
(chrestos)
goed
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρηστός (chrestos), ‘goed’: vriendelijk, goedgunstig.

De zin lijkt op Ps. 34:9 (in de Nederlandse telling 34:8): ‘Proef en zie dat Yahweh goed is.’

Vers 4 gaat verder met ‘tot wie’, dus ‘de Heer’ is hier Yeshua; het Grieks gebruikt voor Hem woorden die in de psalm over Yahweh gaan.

Lezing

Bij ‘als’ (εἰ) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ps. 34:9.

De levende steen en het heilige volk

4Jullie komen tot Hem, de levende steen, die door mensen wel is verworpen, maar bij Elohim uitverkoren en kostbaar is.
Πρὸς
(Pros)
tot
ὃν
(hon)
wie
προσερχόμενοι
(proserchomenoi)
komend
λίθον
(lithon)
steen
ζῶντα
(zonta)
levende
ὑπὸ
(hypo)
door
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
μὲν
(men)
wel
ἀποδεδοκιμασμένον
(apodedokimasmenon)
verworpen
παρὰ
(para)
bij
δὲ
(de)
maar
θεῷ
(theo)
Elohim
ἐκλεκτὸν
(eklekton)
uitverkoren
ἔντιμον
(entimon)
kostbaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

λίθος ζῶν (lithos zon), ‘levende steen’. ἀποδοκιμάζω (apodokimazo), ‘verwerpen’: na onderzoek afkeuren. ἔντιμος (entimos), ‘kostbaar’: van grote waarde.

De steen is bij mensen verworpen, bij Elohim uitverkoren; zie de aanhalingen in vers 6–8.

Zie ook Ps. 118:22; Jes. 28:16.

5Ook jullie zelf worden, als levende stenen, opgebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap. Zo kunnen jullie geestelijke offers opdragen die Elohim welkom zijn, door Yeshua de Messias.
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
ὡς
(hos)
als
λίθοι
(lithoi)
stenen
ζῶντες
(zontes)
levende
οἰκοδομεῖσθε
(oikodomeisthe)
worden opgebouwd
οἶκος
(oikos)
huis
πνευματικὸς
(pneumatikos)
geestelijk
εἰς
(eis)
tot
ἱεράτευμα
(hierateuma)
priesterschap
ἅγιον
(hagion)
heilig
ἀνενέγκαι
(anenenkai)
om op te dragen
πνευματικὰς
(pneumatikas)
geestelijke
θυσίας
(thysias)
offers
εὐπροσδέκτους
(euprosdektous)
welkome
θεῷ
(theo)
aan Elohim
διὰ
(dia)
door
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκοδομεῖσθε (oikodomeisthe), ‘worden opgebouwd’: de vorm kan ook een opdracht zijn: ‘laat jullie opbouwen’. πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: bepaald door de Geest. ἱεράτευμα (hierateuma), ‘priesterschap’: een groep priesters; zie vers 9. θυσία (thysia), ‘offer’.

Lezing

Bij ‘tot’ en bij ‘welkome’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Exod. 19:6.

6Want er staat in de Schrift: „Zie, Ik leg in Sion een steen, een uitverkoren, kostbare hoeksteen, en wie op hem gelooft, zal beslist niet beschaamd worden.”
διότι
(dioti)
omdat
περιέχει
(periechei)
staat er
ἐν
(en)
in
γραφῇ
(graphe)
de Schrift
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
τίθημι
(tithemi)
Ik leg
ἐν
(en)
in
Σιὼν
(Sion)
Sion
λίθον
(lithon)
steen
ἀκρογωνιαῖον
(akrogoniaion)
hoeksteen
ἐκλεκτὸν
(eklekton)
uitverkoren
ἔντιμον
(entimon)
kostbaar
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
wie
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτῷ
(auto)
hem
οὐ
(ou)
beslist
μὴ
(me)
niet
καταισχυνθῇ
(kataischynthe)
beschaamd wordt
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem.

Uitleg

Het citaat is Jes. 28:16.

Daar spreekt Yahweh in de eerste persoon (‘Ik ben het die in Sion een steen legt’); daarom staat het rood.

Ons Hebreeuws heeft: ‘een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, een hecht fundament.

Wie gelooft, zal zich niet haasten.’

De Griekse tekst heeft: ‘een uitverkoren, kostbare hoeksteen’ en ‘zal beslist niet beschaamd worden’. ἀκρογωνιαῖος (akrogoniaios), ‘hoeksteen’: de steen in de hoek die het gebouw draagt. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’.

Lezing

Bij ‘in’ en bij ‘hoeksteen, uitverkoren’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jes. 28:16; Rom. 9:33.

7Voor jullie die geloven is Hij dus de kostbaarheid. Maar voor hen die niet geloven geldt: „De steen die de bouwers verwierpen, die is tot hoeksteen geworden.”
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
οὖν
(oun)
dus
ἡ
(he)
de
τιμὴ
(time)
kostbaarheid
τοῖς
(tois)
voor wie
πιστεύουσιν
(pisteuousin)
geloven
ἀπιστοῦσιν
(apistousin)
voor wie niet geloven
δὲ
(de)
maar
λίθος
(lithos)
steen
ὃν
(hon)
die
ἀπεδοκίμασαν
(apedokimasan)
verwierpen
οἱ
(hoi)
de
οἰκοδομοῦντες
(oikodomountes)
bouwers
οὗτος
(houtos)
die
ἐγενήθη
(egenethe)
is geworden
εἰς
(eis)
tot
κεφαλὴν
(kephalen)
hoofd
γωνίας
(gonias)
van de hoek
Bron: SBLGNT
Uitleg

τιμή (time), ‘kostbaarheid’: ook ‘eer’ of ‘waarde’; dezelfde stam als ἔντιμος in vers 4 en 6.

In het Grieks staat alleen ‘de kostbaarheid’; ‘Hij’ (de steen) vullen wij aan. ἀπιστέω (apisteo), ‘niet geloven’: ook ‘ongehoorzaam zijn’.

Het citaat is Ps. 118:22; het Grieks zegt letterlijk ‘tot hoofd van de hoek’, wij houden ‘hoeksteen’ zoals in Ps. 118:22 in ons bestand.

Het citaat is een woord van een psalmdichter en staat zwart.

Lezing

Bij ‘voor wie niet geloven’ en bij ‘steen’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ps. 118:22; Matt. 21:42; Mark. 12:10; Luc. 20:17; Hand. 4:11.

8En: „een steen om aan te stoten en een rots om over te struikelen.” Zij stoten zich aan het woord, ongehoorzaam als zij zijn. Daartoe zijn zij ook gesteld.
καὶ
(kai)
en
λίθος
(lithos)
steen
προσκόμματος
(proskommatos)
van aanstoot
καὶ
(kai)
en
πέτρα
(petra)
rots
σκανδάλου
(skandalou)
van struikeling
οἳ
(hoi)
die
προσκόπτουσιν
(proskoptousin)
zich stoten
τῷ
(to)
aan het
λόγῳ
(logo)
woord
ἀπειθοῦντες
(apeithountes)
ongehoorzaam zijnd
εἰς
(eis)
tot
ὃ
(ho)
wat
καὶ
(kai)
ook
ἐτέθησαν
(etethesan)
zijn gesteld
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Jes. 8:14.

Daar staat: ‘Hij zal een heiligdom zijn, een steen om aan te stoten en een rots om over te struikelen.’

In de aangehaalde woorden komt geen ‘Ik’ voor, daarom staat het zwart. πρόσκομμα (proskomma), ‘aanstoot’ en σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’. τῷ λόγῳ (to logo), ‘aan het woord’: de datief kan bij ‘zich stoten’ horen (‘zij stoten zich aan het woord’) of bij ‘ongehoorzaam’ (‘ongehoorzaam aan het woord’). εἰς ὃ καὶ ἐτέθησαν (eis ho kai etethesan), ‘daartoe zijn zij ook gesteld’: het Grieks zegt niet of ‘daartoe’ het struikelen of het ongehoorzaam zijn is.

Zie ook Jes. 8:14; Rom. 9:33.

9Maar jullie zijn een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk tot eigendom. Zo kunnen jullie de deugden verkondigen van Hem die jullie uit de duisternis heeft geroepen tot Zijn wonderbaarlijke licht.
Ὑμεῖς
(Hymeis)
jullie
δὲ
(de)
maar
γένος
(genos)
geslacht
ἐκλεκτόν
(eklekton)
uitverkoren
βασίλειον
(basileion)
koninklijk
ἱεράτευμα
(hierateuma)
priesterschap
ἔθνος
(ethnos)
volk
ἅγιον
(hagion)
heilig
λαὸς
(laos)
volk
εἰς
(eis)
tot
περιποίησιν
(peripoiesin)
eigendom
ὅπως
(hopos)
opdat
τὰς
(tas)
de
ἀρετὰς
(aretas)
deugden
ἐξαγγείλητε
(exangeilete)
jullie verkondigen
τοῦ
(tou)
van Hem die
ἐκ
(ek)
uit
σκότους
(skotous)
duisternis
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καλέσαντος
(kalesantos)
heeft geroepen
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
θαυμαστὸν
(thaumaston)
wonderbaarlijke
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
φῶς
(phos)
licht
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers neemt woorden uit Exod. 19:5–6 over (ons Hebreeuws: ‘een koninkrijk van priesters en een heilig volk’; het Grieks heeft βασίλειον ἱεράτευμα, ‘koninklijk priesterschap’) en uit Jes. 43:20–21.

Het Grieks heeft twee woorden voor ‘volk’: ἔθνος (ethnos) bij ‘heilig volk’ en λαός (laos) bij ‘volk tot eigendom’. περιποίησις (peripoiesis), ‘eigendom’: wat iemand voor zichzelf houdt. ἀρετή (arete), ‘deugd’: voortreffelijkheid.

In Jes. 43:21 staat daar ‘Mijn lof’.

Hetzelfde woord staat in 2 Petr. 1:3 en 1:5.

Zie ook Exod. 19:5–6; Jes. 43:20–21.

10Eens waren jullie geen volk, maar nu zijn jullie het volk van Elohim. Eens hadden jullie geen ontferming ontvangen, maar nu hebben jullie ontferming ontvangen.
οἵ
(hoi)
die
ποτε
(pote)
eens
οὐ
(ou)
geen
λαὸς
(laos)
volk
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
λαὸς
(laos)
volk
θεοῦ
(theou)
van Elohim
οἱ
(hoi)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἠλεημένοι
(eleemenoi)
ontferming ontvangen hadden
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
ἐλεηθέντες
(eleethentes)
ontferming ontvangen hebbend
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers verwijst naar Hosea: het kind ‘Lo-Ammi’ (‘niet Mijn volk’) en ‘Lo-Ruchama’ (‘niet ontfermd’), en de belofte dat zij weer ‘Mijn volk’ en ‘ontfermd’ zullen heten. ἐλεέω (eleeo), ‘ontferming ontvangen’.

Zie ook Hos. 1:6; Hos. 1:9; Hos. 2:25 (in de Nederlandse telling 2:23); Rom. 9:25–26.

Een goede levenswandel onder de volken

11Geliefden, ik roep jullie op als bijwoners en vreemdelingen: onthoud jullie van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel.
Ἀγαπητοί
(Agapetoi)
geliefden
παρακαλῶ
(parakalo)
ik roep op
ὡς
(hos)
als
παροίκους
(paroikous)
bijwoners
καὶ
(kai)
en
παρεπιδήμους
(parepidemous)
vreemdelingen
ἀπέχεσθαι
(apechesthai)
je te onthouden
τῶν
(ton)
van de
σαρκικῶν
(sarkikon)
vleselijke
ἐπιθυμιῶν
(epithymion)
begeerten
αἵτινες
(haitines)
die
στρατεύονται
(strateuontai)
strijd voeren
κατὰ
(kata)
tegen
τῆς
(tes)
de
ψυχῆς
(psyches)
ziel
Bron: SBLGNT
Uitleg

πάροικος (paroikos), ‘bijwoner’: iemand die ergens woont zonder burgerrecht, en παρεπίδημος (parepidemos), ‘vreemdelingen’ (zie 1:1).

Vergelijk Gen. 23:4 en Ps. 39:13. στρατεύομαι (strateuomai), ‘strijd voeren’: als een soldaat te velde trekken. σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’: bepaald door het ‘vlees’; zie Gal. 5:16–17. ψυχή (psyche), ‘ziel’: het eigen leven.

Zie ook Gen. 23:4; Ps. 39:13; Gal. 5:16–17; Jak. 4:1.

12Houd jullie levenswandel onder de volken goed. Zij praten nu kwaad over jullie als over kwaaddoeners. Maar door jullie goede werken die zij aanschouwen zullen zij Elohim verheerlijken op de dag van het bezoek.
τὴν
(ten)
de
ἀναστροφὴν
(anastrophen)
levenswandel
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
ἔχοντες
(echontes)
houdend
καλήν
(kalen)
goed
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wat
καταλαλοῦσιν
(katalalousin)
zij praten kwaad over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὡς
(hos)
als over
κακοποιῶν
(kakopoion)
kwaaddoeners
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
καλῶν
(kalon)
goede
ἔργων
(ergon)
werken
ἐποπτεύοντες
(epopteuontes)
aanschouwend
δοξάσωσι
(doxasosi)
zij zullen verheerlijken
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐν
(en)
op
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ἐπισκοπῆς
(episkopes)
van het bezoek
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de mensen die niet tot het volk van de verbondsgelovigen behoren. ἐπισκοπή (episkope), ‘bezoek’: de dag waarop Elohim naar mensen omkijkt; vergelijk Luc. 19:44, ‘het tijdstip van je bezoek’, met hetzelfde woord.

Het Grieks laat open of het bezoek tot heil of tot oordeel is. ἐποπτεύω (epopteuo), ‘aanschouwen’: nauwkeurig toekijken.

De zin is lang; wij hebben hem gedeeld en de volgorde omgezet.

Lezing

Bij ‘goed’ (καλήν) en bij ‘aanschouwend’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Luc. 19:44.

Zie ookLuc 19:44

Onderschikking aan het gezag

13Onderschik jullie aan elke menselijke instelling, omwille van de Heer: of het de koning is, als hogergeplaatste,
Ὑποτάγητε
(Hypotagete)
onderschik je
πάσῃ
(pase)
aan elke
ἀνθρωπίνῃ
(anthropine)
menselijke
κτίσει
(ktisei)
instelling
διὰ
(dia)
omwille van
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
εἴτε
(eite)
of
βασιλεῖ
(basilei)
koning
ὡς
(hos)
als
ὑπερέχοντι
(hyperechonti)
hogergeplaatste
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’: zoals in Ef. 5:21. κτίσις (ktisis), ‘instelling’: letterlijk ‘schepping’; ἀνθρωπίνη κτίσις is wat door mensen is ingesteld of tot stand gebracht. ὑπερέχω (hyperecho), ‘hoger staan’.

‘De Heer’ is hier Yeshua.

Het Grieks noemt ‘de koning’; wie hij is zegt de tekst niet.

Lezing

Bij ‘onderschik jullie’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 13:1–7; Spr. 24:21.

14of de stadhouders, als door hem gestuurd om kwaaddoeners te straffen en goeddoeners te prijzen.
εἴτε
(eite)
of
ἡγεμόσιν
(hegemosin)
stadhouders
ὡς
(hos)
als
δι’
(di’)
door
αὐτοῦ
(autou)
hem
πεμπομένοις
(pempomenois)
gestuurd
εἰς
(eis)
tot
ἐκδίκησιν
(ekdikesin)
straf
κακοποιῶν
(kakopoion)
van kwaaddoeners
ἔπαινον
(epainon)
lof
δὲ
(de)
maar
ἀγαθοποιῶν
(agathopoion)
van goeddoeners
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡγεμών (hegemon), ‘stadhouder’: een door de koning of keizer gestuurde bestuurder, zoals in Hand. 23:24. ἐκδίκησις (ekdikesis), ‘straf’: het uitvoeren van het recht.

‘Door hem’ wijst terug naar de koning van vers 13.

Zie ook Rom. 13:3–4; Hand. 23:24.

15Want zo is de wil van Elohim: door goed te doen de onwetendheid van onverstandige mensen de mond te snoeren.
ὅτι
(hoti)
want
οὕτως
(houtos)
zo
ἐστὶν
(estin)
is
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἀγαθοποιοῦντας
(agathopoiountas)
goed doend
φιμοῦν
(phimoun)
de mond snoeren
τὴν
(ten)
de
τῶν
(ton)
van de
ἀφρόνων
(aphronon)
onverstandige
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἀγνωσίαν
(agnosian)
onwetendheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

φιμόω (fimoo), ‘de mond snoeren’: letterlijk een muilband aanleggen. ἀγνωσία (agnosia), ‘onwetendheid’: het niet-kennen; ἄφρων (afron), ‘onverstandig’.

16Leef als vrije mensen, niet als mensen die de vrijheid als dekmantel voor slechtheid gebruiken, maar als knechten van Elohim.
ὡς
(hos)
als
ἐλεύθεροι
(eleutheroi)
vrije mensen
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ὡς
(hos)
als
ἐπικάλυμμα
(epikalymma)
dekmantel
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
τῆς
(tes)
van de
κακίας
(kakias)
slechtheid
τὴν
(ten)
de
ἐλευθερίαν
(eleutherian)
vrijheid
ἀλλ’
(all’)
maar
ὡς
(hos)
als
θεοῦ
(theou)
van Elohim
δοῦλοι
(douloi)
knechten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπικάλυμμα (epikalymma), ‘dekmantel’: een bedekking die iets verbergt. ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’; vergelijk Gal. 5:13.

Zowel ‘vrij’ als ‘knecht van Elohim’ (δοῦλος) staat in de zin.

Lezing

Bij ‘Elohim’ en ‘knechten’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Gal. 5:13.

Zie ookGal 5:13
17Eer allen. Heb de broederschap lief. Vrees Elohim. Eer de koning.
πάντας
(pantas)
allen
τιμήσατε
(timesate)
eer
τὴν
(ten)
de
ἀδελφότητα
(adelphoteta)
broederschap
ἀγαπᾶτε
(agapate)
heb lief
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
φοβεῖσθε
(phobeisthe)
vrees
τὸν
(ton)
de
βασιλέα
(basilea)
koning
τιμᾶτε
(timate)
eer
Bron: SBLGNT
Uitleg

De vier opdrachten staan kort achter elkaar. τιμάω (timao), ‘eren’, φοβέομαι (fobeomai), ‘vrezen’: ‘vrezen’ geldt alleen voor Elohim. ἀδελφότης (adelfotes), ‘broederschap’: de gemeenschap van de broers (en zusters) in het geloof; zie ook 5:9.

Vergelijk Spr. 24:21: ‘Vrees Yahweh, mijn zoon, en de koning’.

Lezing

Bij ‘heb lief’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Spr. 24:21.

Zie ookSpr 24:21

Huisknechten

18Huisknechten, onderschik jullie met alle vrees aan jullie heren, niet alleen aan de goede en milde, maar ook aan de onrechtvaardige.
Οἱ
(Hoi)
de
οἰκέται
(oiketai)
huisknechten
ὑποτασσόμενοι
(hypotassomenoi)
onderschikt zijnd
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alle
φόβῳ
(phobo)
vrees
τοῖς
(tois)
aan de
δεσπόταις
(despotais)
heren
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
τοῖς
(tois)
aan de
ἀγαθοῖς
(agathois)
goede
καὶ
(kai)
en
ἐπιεικέσιν
(epieikesin)
milde
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
τοῖς
(tois)
aan de
σκολιοῖς
(skoliois)
onrechtvaardige
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκέτης (oiketes), ‘huisknecht’: iemand die in het huis dient. δεσπότης (despotes), ‘heer’: een meester met volledig gezag. σκολιός (skolios), ‘onrechtvaardig’: letterlijk ‘krom, verdraaid’. ἐπιεικής (epieikes), ‘mild’: redelijk, vriendelijk.

De brief richt zich tot de huisknechten; er staat hier geen opdracht aan de heren.

Zie ook Ef. 6:5–8; Kol. 3:22.

19Want dit levert dank op: als iemand vanwege zijn geweten voor Elohim smarten verdraagt, terwijl hij onterecht lijdt.
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
χάρις
(charis)
dank
εἰ
(ei)
als
διὰ
(dia)
vanwege
συνείδησιν
(syneidesin)
geweten
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ὑποφέρει
(hypopherei)
verdraagt
τις
(tis)
iemand
λύπας
(lypas)
smarten
πάσχων
(paschon)
lijdend
ἀδίκως
(adikos)
onterecht
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις (charis), ‘dank’: hier niet ‘genade’ maar wat dank of waardering verdient; vergelijk Luc. 6:32–34, waar wij ‘dank’ hebben. συνείδησις θεοῦ (syneidesis theou), ‘geweten van Elohim’: de genitief kan betekenen ‘het geweten tegenover Elohim’ of ‘het bewustzijn van Elohim’.

Wij schrijven ‘geweten voor Elohim’. λύπη (lype), ‘smart’.

Zie ook Luc. 6:32–34.

20Want wat voor roem is het als jullie volharden terwijl jullie zondigen en geslagen worden? Maar als jullie volharden terwijl jullie goed doen en lijden, dan levert dat dank op bij Elohim.
ποῖον
(poion)
wat voor
γὰρ
(gar)
want
κλέος
(kleos)
roem
εἰ
(ei)
als
ἁμαρτάνοντες
(hamartanontes)
zondigend
καὶ
(kai)
en
κολαφιζόμενοι
(kolaphizomenoi)
geslagen wordend
ὑπομενεῖτε
(hypomeneite)
jullie volharden
ἀλλ’
(all’)
maar
εἰ
(ei)
als
ἀγαθοποιοῦντες
(agathopoiountes)
goed doend
καὶ
(kai)
en
πάσχοντες
(paschontes)
lijdend
ὑπομενεῖτε
(hypomeneite)
jullie volharden
τοῦτο
(touto)
dit
χάρις
(charis)
dank
παρὰ
(para)
bij
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

κλέος (kleos), ‘roem’. κολαφίζω (kolafizo), ‘met de vuist slaan’: hetzelfde werkwoord als in Matt. 26:67. ὑπομένω (hypomeno), ‘volharden’: vergelijk ὑπομονή, ‘volharding’, in Jak. 1:3.

Zie ook Matt. 26:67.

Het voorbeeld van de Messias

21Want hiertoe zijn jullie geroepen: ook de Messias heeft voor jullie geleden. Hij liet jullie een voorbeeld na, zodat jullie in Zijn voetsporen volgen.
εἰς
(eis)
tot
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
ἐκλήθητε
(eklethete)
zijn jullie geroepen
ὅτι
(hoti)
omdat
καὶ
(kai)
ook
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἔπαθεν
(epathen)
leed
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὑπολιμπάνων
(hypolimpanon)
achterlatend
ὑπογραμμὸν
(hypogrammon)
voorbeeld
ἵνα
(hina)
opdat
ἐπακολουθήσητε
(epakolouthesete)
jullie volgen
τοῖς
(tois)
de
ἴχνεσιν
(ichnesin)
voetsporen
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπογραμμός (hypogrammos), ‘voorbeeld’: een model om na te volgen. ἴχνος (ichnos), ‘voetspoor’.

Lezing

Bij ‘voor jullie’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

22Hij heeft geen zonde gedaan, en er werd geen bedrog in Zijn mond gevonden.
ὃς
(hos)
die
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
οὐκ
(ouk)
niet
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
οὐδὲ
(oude)
en niet
εὑρέθη
(heurethe)
werd gevonden
δόλος
(dolos)
bedrog
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
στόματι
(stomati)
mond
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

De woorden komen uit Jes. 53:9.

Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Toch had hij geen geweld gedaan, en er was geen bedrog in zijn mond.’

Het Grieks heeft hier ‘geen zonde’ in plaats van ‘geen geweld’.

Zie ook Jes. 53:9.

Zie ookJes 53:9
23Toen Hij werd uitgescholden, schold Hij niet terug. Toen Hij leed, dreigde Hij niet, maar Hij gaf het over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
ὃς
(hos)
die
λοιδορούμενος
(loidoroumenos)
uitgescholden wordend
οὐκ
(ouk)
niet
ἀντελοιδόρει
(anteloidorei)
schold terug
πάσχων
(paschon)
lijdend
οὐκ
(ouk)
niet
ἠπείλει
(epeilei)
dreigde
παρεδίδου
(paredidou)
gaf over
δὲ
(de)
maar
τῷ
(to)
aan Hem die
κρίνοντι
(krinonti)
oordeelt
δικαίως
(dikaios)
rechtvaardig
Bron: SBLGNT
Uitleg

λοιδορέω (loidoreo), ‘uitschelden’; ἀπειλέω (apeileo), ‘dreigen’; παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’.

Het Grieks noemt geen voorwerp: wij schrijven ‘het’.

Vergelijk Jes. 53:7.

Zie ook Jes. 53:7.

Zie ookJes 53:7
24Hij heeft Zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout gedragen, zodat wij, de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zullen leven. Door Zijn striem zijn jullie genezen.
ὃς
(hos)
die
τὰς
(tas)
de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonden
ἡμῶν
(hemon)
onze
αὐτὸς
(autos)
Zelf
ἀνήνεγκεν
(anenenken)
heeft gedragen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
σώματι
(somati)
lichaam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
ξύλον
(xylon)
hout
ἵνα
(hina)
opdat
ταῖς
(tais)
aan de
ἁμαρτίαις
(hamartiais)
zonden
ἀπογενόμενοι
(apogenomenoi)
afgestorven zijnd
τῇ
(te)
aan de
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
ζήσωμεν
(zesomen)
wij zouden leven
οὗ
(hou)
van wie
τῷ
(to)
door de
μώλωπι
(molopi)
striem
ἰάθητε
(iathete)
jullie zijn genezen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναφέρω (anafero), ‘dragen’: letterlijk ‘omhoog brengen’, ook ‘offeren op het altaar’; zo staat het in Jak. 2:21.

Ons Hebreeuws heeft in Jes. 53:12 ‘Hij heeft de zonde van velen gedragen’ (vergelijk 53:4). ξύλον (xylon), ‘hout’: ook ‘boom’ of ‘paal’; vergelijk Deut. 21:23, Hand. 5:30 en Gal. 3:13. ἀπογίνομαι (apoginomai), ‘afsterven aan’: er niets meer mee te maken hebben. μώλωψ (molops), ‘striem’: in het Grieks enkelvoud; ons Hebreeuws heeft in Jes. 53:5 ‘striemen’.

Met ‘jullie’ spreekt het Grieks weer de lezers aan.

Lezing

Bij ‘striem’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jes. 53:4–5; Jes. 53:12; Deut. 21:23; Hand. 5:30; Gal. 3:13.

25Want jullie waren als dwalende schapen, maar nu zijn jullie teruggekeerd naar de herder en opziener van jullie zielen.
ἦτε
(ete)
waren
γὰρ
(gar)
want
ὡς
(hos)
als
πρόβατα
(probata)
schapen
πλανώμενοι
(planomenoi)
dwalend
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐπεστράφητε
(epestraphete)
zijn teruggekeerd
νῦν
(nyn)
nu
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸν
(ton)
de
ποιμένα
(poimena)
herder
καὶ
(kai)
en
ἐπίσκοπον
(episkopon)
opziener
τῶν
(ton)
van de
ψυχῶν
(psychon)
zielen
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

De woorden doen denken aan Jes. 53:6: ‘Wij allen dwaalden af als schapen.’ ποιμήν (poimen), ‘herder’; ἐπίσκοπος (episkopos), ‘opziener’: iemand die toeziet; zie Hand. 20:28.

‘De herder en opziener van jullie zielen’ is hier Yeshua.

Lezing

Bij ‘dwalend’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jes. 53:6; Hand. 20:28.