Elohim Bijbel

Lucas 23

123456789101112131415161718192021222324

Yeshua voor Pilatus en Herodes, de kruisiging, de dood en het graf

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yeshua voor Pilatus

1Toen stond hun hele menigte op en zij brachten Hem naar Pilatus.
Καὶ
(Kai)
en
ἀναστὰν
(anastan)
opgestaan
ἅπαν
(hapan)
hele
τὸ
(to)
de
πλῆθος
(plethos)
menigte
αὐτῶν
(auton)
hun
ἤγαγον
(egagon)
brachten
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸν
(ton)
de
Πιλᾶτον
(Pilaton)
Pilatus
Bron: SBLGNT
Uitleg

Πιλᾶτος (Pilatos), ‘Pilatus’: de Romeinse stadhouder over Judea.

Zie ook Matt. 27:1–2, 27:11–14; Mark. 15:1–5; Joh. 18:28–38.

2Zij begonnen Hem te beschuldigen en zeiden: „Wij hebben gevonden dat Hij ons volk op een dwaalspoor brengt. Hij verbiedt belasting aan de keizer te betalen en zegt dat Hij zelf de Messias is, een koning.”
ἤρξαντο
(erxanto)
zij begonnen
δὲ
(de)
en
κατηγορεῖν
(kategorein)
te beschuldigen
αὐτοῦ
(autou)
Hem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τοῦτον
(Touton)
deze
εὕραμεν
(heuramen)
vonden wij
διαστρέφοντα
(diastrephonta)
op een dwaalspoor brengend
τὸ
(to)
het
ἔθνος
(ethnos)
volk
ἡμῶν
(hemon)
ons
καὶ
(kai)
en
κωλύοντα
(kolyonta)
verbiedend
φόρους
(phorous)
belasting
Καίσαρι
(Kaisari)
aan de keizer
διδόναι
(didonai)
te betalen
καὶ
(kai)
en
λέγοντα
(legonta)
zeggend
αὑτὸν
(hauton)
zichzelf
χριστὸν
(christon)
Messias
βασιλέα
(basilea)
koning
εἶναι
(einai)
te zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Καῖσαρ (Kaisar), ‘keizer’: de Romeinse keizer.

Alleen Lucas noemt deze drie beschuldigingen.

Vergelijk de vraag over belasting aan de keizer in Luc. 20:22–25. διαστρέφω (diastrefo), ‘op een dwaalspoor brengen’: letterlijk ‘verdraaien, van de weg afbrengen’.

3Pilatus vroeg Hem: „Bent U de koning van de Joden?” Hij antwoordde hem: „Jij zegt het.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
ἠρώτησεν
(erotesen)
vroeg
αὐτὸν
(auton)
Hem
λέγων
(legon)
zeggend
Σὺ
(Sy)
U
εἶ
(ei)
bent
ὁ
(ho)
de
βασιλεὺς
(basileus)
koning
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
ὁ
(ho)
Hij
δὲ
(de)
maar
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
αὐτῷ
(auto)
hem
ἔφη
(ephe)
zei
Σὺ
(Sy)
jij
λέγεις
(legeis)
zegt
Bron: SBLGNT
Uitleg

Σὺ λέγεις (Sy legeis), ‘Jij zegt het’: dezelfde woorden als in Matt. 27:11 en Mark. 15:2.

Het Grieks zegt letterlijk ‘Jij zegt’; hoe het antwoord bedoeld is, laat de tekst open.

4Pilatus zei tegen de hogepriesters en de menigten: „Ik vind geen schuld in deze man.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
ὄχλους
(ochlous)
menigten
Οὐδὲν
(Ouden)
niets
εὑρίσκω
(heurisko)
vind ik
αἴτιον
(aition)
schuld
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
man
τούτῳ
(touto)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἴτιον (aition), ‘schuld’: een reden om iemand te beschuldigen.

Pilatus zegt dit drie keer: 23:4, 23:14 en 23:22.

5Maar zij hielden aan: „Hij brengt het volk in beroering door te onderwijzen in heel Judea, beginnend in Galilea, tot hier.”
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
ἐπίσχυον
(epischyon)
hielden aan
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Ἀνασείει
(Anaseiei)
brengt in beroering
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
διδάσκων
(didaskon)
onderwijzend
καθ’
(kath’)
door
ὅλης
(holes)
hele
τῆς
(tes)
de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
καὶ
(kai)
en
ἀρξάμενος
(arxamenos)
beginnend
ἀπὸ
(apo)
vanaf
τῆς
(tes)
de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
ἕως
(heos)
tot
ὧδε
(hode)
hier
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Uitleg

ἀνασείω (anaseio), ‘in beroering brengen’: letterlijk ‘schudden, ophitsen’.

Yeshua voor Herodes

6Toen Pilatus dat hoorde, vroeg hij of de man een Galileeër was.
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
δὲ
(de)
maar
ἀκούσας
(akousas)
horend
ἐπηρώτησεν
(eperotesen)
vroeg
εἰ
(ei)
of
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
Γαλιλαῖός
(Galilaios)
Galileeër
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
7Toen hij vernam dat Hij onder het gezag van Herodes viel, stuurde hij Hem door naar Herodes. Die was in die dagen ook zelf in Jeruzalem.
καὶ
(kai)
en
ἐπιγνοὺς
(epignous)
te weten gekomen
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
het
ἐξουσίας
(exousias)
gezag
Ἡρῴδου
(Herodou)
van Herodes
ἐστὶν
(estin)
is
ἀνέπεμψεν
(anepempsen)
stuurde door
αὐτὸν
(auton)
Hem
πρὸς
(pros)
naar
Ἡρῴδην
(Heroden)
Herodes
ὄντα
(onta)
zijnde
καὶ
(kai)
ook
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐν
(en)
in
Ἱεροσολύμοις
(Hierosolymois)
Jeruzalem
ἐν
(en)
in
ταύταις
(tautais)
deze
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Herodes is hier de heerser over Galilea (Luc. 3:1). ἀναπέμπω (anapempo), ‘doorsturen’: Pilatus stuurt Hem naar Herodes, omdat Galilea onder diens gezag viel.

Zie ookLuc 3:1
8Toen Herodes Yeshua zag, was hij zeer blij. Want al lange tijd wilde hij Hem zien, omdat hij over Hem gehoord had. Hij hoopte een teken te zien dat door Hem gedaan werd.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
ἰδὼν
(idon)
ziende
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ἐχάρη
(echare)
was blij
λίαν
(lian)
zeer
ἦν
(en)
was
γὰρ
(gar)
want
ἐξ
(ex)
uit
ἱκανῶν
(hikanon)
lange
χρόνων
(chronon)
tijden
θέλων
(thelon)
willend
ἰδεῖν
(idein)
zien
αὐτὸν
(auton)
Hem
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
het
ἀκούειν
(akouein)
horen
περὶ
(peri)
over
αὐτοῦ
(autou)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἤλπιζέν
(elpizen)
hoopte
τι
(ti)
een
σημεῖον
(semeion)
teken
ἰδεῖν
(idein)
te zien
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
γινόμενον
(ginomenon)
gedaan wordend
Bron: SBLGNT
Uitleg

σημεῖον (semeion), ‘teken’.

Vergelijk Luc. 9:7–9, waar Herodes ook over Hem hoort en Hem wil zien.

9Herodes stelde Hem veel vragen, maar Hij antwoordde hem niets.
ἐπηρώτα
(eperota)
ondervroeg
δὲ
(de)
maar
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐν
(en)
met
λόγοις
(logois)
woorden
ἱκανοῖς
(hikanois)
veel
αὐτὸς
(autos)
Hij
δὲ
(de)
maar
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἀπεκρίνατο
(apekrinato)
antwoordde
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
10De hogepriesters en de schriftgeleerden stonden erbij en beschuldigden Hem heftig.
εἱστήκεισαν
(heistekeisan)
stonden
δὲ
(de)
maar
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
εὐτόνως
(eutonos)
heftig
κατηγοροῦντες
(kategorountes)
beschuldigend
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
11Herodes verachtte Hem met zijn soldaten en bespotte Hem. Daarna deed hij Hem een schitterend gewaad om en stuurde Hem terug naar Pilatus.
ἐξουθενήσας
(exouthenesas)
verachtend
δὲ
(de)
maar
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
σὺν
(syn)
met
τοῖς
(tois)
de
στρατεύμασιν
(strateumasin)
soldaten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἐμπαίξας
(empaixas)
bespottend
περιβαλὼν
(peribalon)
omdoend
ἐσθῆτα
(estheta)
gewaad
λαμπρὰν
(lampran)
schitterend
ἀνέπεμψεν
(anepempsen)
stuurde terug
αὐτὸν
(auton)
Hem
τῷ
(to)
aan de
Πιλάτῳ
(Pilato)
Pilatus
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘verachten’: als niets beschouwen. ἐσθὴς λαμπρά (esthes lampra), ‘schitterend gewaad’.

12Herodes en Pilatus werden op die dag vrienden van elkaar. Want eerder waren zij met elkaar in vijandschap geweest.
ἐγένοντο
(egenonto)
werden
δὲ
(de)
maar
φίλοι
(philoi)
vrienden
ὅ
(ho)
die
τε
(te)
zowel
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
καὶ
(kai)
als
ὁ
(ho)
de
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
ἐν
(en)
op
αὐτῇ
(aute)
dezelfde
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
μετ’
(met’)
met
ἀλλήλων
(allelon)
elkaar
προϋπῆρχον
(prouperchon)
waren eerder
γὰρ
(gar)
want
ἐν
(en)
in
ἔχθρᾳ
(echthra)
vijandschap
ὄντες
(ontes)
zijnde
πρὸς
(pros)
tegen
αὑτούς
(hautous)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

De tekst zegt niet waardoor Herodes en Pilatus eerder vijanden waren.

Het vonnis van Pilatus

13Pilatus riep de hogepriesters, de leiders en het volk bijeen
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
δὲ
(de)
maar
συγκαλεσάμενος
(synkalesamenos)
bijeengeroepen hebbend
τοὺς
(tous)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
ἄρχοντας
(archontas)
leiders
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄρχοντες (archontes), ‘leiders’: de leiders van het volk.

14en zei tegen hen: „Jullie hebben mij deze man gebracht als iemand die het volk afvallig maakt. En zie: ik heb Hem in jullie aanwezigheid onderzocht en in deze man geen enkele schuld gevonden van wat jullie tegen Hem aanvoeren.
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Προσηνέγκατέ
(Prosenenkate)
jullie hebben gebracht
μοι
(moi)
mij
τὸν
(ton)
de
ἄνθρωπον
(anthropon)
man
τοῦτον
(touton)
deze
ὡς
(hos)
als
ἀποστρέφοντα
(apostrephonta)
afvallig makend
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἐγὼ
(ego)
ik
ἐνώπιον
(enopion)
in aanwezigheid
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἀνακρίνας
(anakrinas)
onderzocht hebbend
οὐθὲν
(outhen)
niets
εὗρον
(heuron)
vond ik
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
man
τούτῳ
(touto)
deze
αἴτιον
(aition)
schuld
ὧν
(hon)
van wat
κατηγορεῖτε
(kategoreite)
jullie beschuldigen
κατ’
(kat’)
tegen
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποστρέφω (apostrefo), ‘afvallig maken’: letterlijk ‘afwenden’.

Dit is een ander woord dan in 23:2. ἀνακρίνω (anakrino), ‘onderzoeken’: een rechterlijk onderzoek houden.

15Maar ook Herodes niet, want hij heeft Hem naar ons teruggestuurd. En zie: door Hem is niets gedaan dat de dood waard is.
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐδὲ
(oude)
ook niet
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
ἀνέπεμψεν
(anepempsen)
stuurde terug
γὰρ
(gar)
want
αὐτὸν
(auton)
Hem
πρὸς
(pros)
naar
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἄξιον
(axion)
waard
θανάτου
(thanatou)
van de dood
ἐστὶν
(estin)
is
πεπραγμένον
(pepragmenon)
gedaan
αὐτῷ
(auto)
door Hem
Bron: SBLGNT
16Ik zal Hem dus tuchtigen en vrijlaten.”
παιδεύσας
(paideusas)
tuchtigend
οὖν
(oun)
dus
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἀπολύσω
(apolyso)
zal ik vrijlaten
Bron: SBLGNT
Uitleg

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgt hier een vers dat in de oudste handschriften ontbreekt; wij vertalen het niet.

παιδεύω (paideuo), ‘tuchtigen’: straffen met slagen. Dit is een ander woord dan ‘geselen’ in Mark. 15:15.

Zie ookMar 15:15
18Maar zij schreeuwden allen tegelijk: „Weg met Hem! Laat ons Barabbas vrij.”
Ἀνέκραγον
(Anekragon)
zij schreeuwden
δὲ
(de)
maar
παμπληθεὶ
(pamplethei)
allen tegelijk
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Αἶρε
(Aire)
weg ermee
τοῦτον
(touton)
deze
ἀπόλυσον
(apolyson)
laat vrij
δὲ
(de)
maar
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
τὸν
(ton)
de
Βαραββᾶν
(Barabban)
Barabbas
Bron: SBLGNT
Uitleg

Βαραββᾶς (Barabbas): zie ook Matt. 27:15–26; Mark. 15:6–15; Joh. 18:39–40.

19Die was wegens een opstand in de stad en wegens moord in de gevangenis geworpen.
ὅστις
(hostis)
die
ἦν
(en)
was
διὰ
(dia)
vanwege
στάσιν
(stasin)
opstand
τινὰ
(tina)
een zekere
γενομένην
(genomenen)
geschied zijnde
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
πόλει
(polei)
stad
καὶ
(kai)
en
φόνον
(phonon)
moord
βληθεὶς
(bletheis)
geworpen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
φυλακῇ
(phylake)
gevangenis
Bron: SBLGNT
20Pilatus sprak hen opnieuw toe, omdat hij Yeshua wilde vrijlaten.
πάλιν
(palin)
opnieuw
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
προσεφώνησεν
(prosephonesen)
sprak toe
θέλων
(thelon)
willend
ἀπολῦσαι
(apolysai)
vrijlaten
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
21Maar zij riepen: „Kruisig, kruisig Hem!”
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
ἐπεφώνουν
(epephonoun)
riepen
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Σταύρου
(Staurou)
kruisig
σταύρου
(staurou)
kruisig
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
22Voor de derde keer zei hij tegen hen: „Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan? Ik heb in Hem geen schuld gevonden die de dood verdient. Ik zal Hem dus tuchtigen en vrijlaten.”
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
maar
τρίτον
(triton)
voor de derde keer
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Τί
(Ti)
wat
γὰρ
(gar)
want
κακὸν
(kakon)
kwaad
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
οὗτος
(houtos)
deze
οὐδὲν
(ouden)
niets
αἴτιον
(aition)
schuld
θανάτου
(thanatou)
van de dood
εὗρον
(heuron)
vond ik
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
παιδεύσας
(paideusas)
tuchtigend
οὖν
(oun)
dus
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἀπολύσω
(apolyso)
zal ik vrijlaten
Bron: SBLGNT
Uitleg

τρίτον (triton), ‘voor de derde keer’: Pilatus sprak hen eerder toe in 23:4 en 23:14–16, en opnieuw in 23:20.

De tekst zegt niet welke keren hij telt.

23Maar zij hielden aan met luide stemmen en eisten dat Hij gekruisigd werd, en hun stemmen wonnen het.
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
ἐπέκειντο
(epekeinto)
hielden aan
φωναῖς
(phonais)
met stemmen
μεγάλαις
(megalais)
luide
αἰτούμενοι
(aitoumenoi)
eisend
αὐτὸν
(auton)
Hem
σταυρωθῆναι
(staurothenai)
gekruisigd te worden
καὶ
(kai)
en
κατίσχυον
(katischyon)
wonnen
αἱ
(hai)
de
φωναὶ
(phonai)
stemmen
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
24Pilatus besloot dat hun eis ingewilligd werd.
καὶ
(kai)
en
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
ἐπέκρινεν
(epekrinen)
besloot
γενέσθαι
(genesthai)
te geschieden
τὸ
(to)
het
αἴτημα
(aitema)
verzoek
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
25Pilatus liet degene vrij die wegens opstand en moord in de gevangenis was geworpen en om wie zij vroegen. Maar Yeshua leverde hij over aan hun wil.
ἀπέλυσεν
(apelysen)
liet vrij
δὲ
(de)
maar
τὸν
(ton)
degene
διὰ
(dia)
vanwege
στάσιν
(stasin)
opstand
καὶ
(kai)
en
φόνον
(phonon)
moord
βεβλημένον
(beblemenon)
geworpen
εἰς
(eis)
in
φυλακὴν
(phylaken)
gevangenis
ὃν
(hon)
die
ᾐτοῦντο
(etounto)
zij vroegen
τὸν
(ton)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
παρέδωκεν
(paredoken)
leverde over
τῷ
(to)
aan de
θελήματι
(thelemati)
wil
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT

De weg naar de kruisiging

26Terwijl zij Hem wegvoerden, grepen zij een zekere Simon van Cyrene, die van het veld kwam. Zij legden hem het kruis op om het achter Yeshua aan te dragen.
Καὶ
(Kai)
en
ὡς
(hos)
toen
ἀπήγαγον
(apegagon)
wegvoerden
αὐτόν
(auton)
Hem
ἐπιλαβόμενοι
(epilabomenoi)
grijpend
Σίμωνά
(Simona)
Simon
τινα
(tina)
een zekere
Κυρηναῖον
(Kyrenaion)
Cyreneeër
ἐρχόμενον
(erchomenon)
komend
ἀπ’
(ap’)
van
ἀγροῦ
(agrou)
veld
ἐπέθηκαν
(epethekan)
legden op
αὐτῷ
(auto)
hem
τὸν
(ton)
het
σταυρὸν
(stauron)
kruis
φέρειν
(pherein)
te dragen
ὄπισθεν
(opisthen)
achter
τοῦ
(tou)
de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Cyrene: Cyrene was de hoofdstad van Cyrenaica, in het noordoosten van het huidige Libië.

Er woonde een grote Joodse gemeenschap.

Uitleg

Κυρηναῖος (Kyrenaios), ‘van Cyrene’: Cyrene is een stad in Noord-Afrika, nu in Libië.

Lucas zegt niet meer over Simon dan zijn naam en zijn herkomst.

Zie ook Matt. 27:32; Mark. 15:21.

27Een grote menigte van het volk volgde Hem, ook vrouwen die zich op de borst sloegen en over Hem klaagden.
Ἠκολούθει
(Ekolouthei)
volgde
δὲ
(de)
maar
αὐτῷ
(auto)
Hem
πολὺ
(poly)
veel
πλῆθος
(plethos)
menigte
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
καὶ
(kai)
en
γυναικῶν
(gynaikon)
van vrouwen
αἳ
(hai)
die
ἐκόπτοντο
(ekoptonto)
zich op de borst sloegen
καὶ
(kai)
en
ἐθρήνουν
(ethrenoun)
klaagden
αὐτόν
(auton)
om Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

κόπτω (kopto), ‘zich op de borst slaan’: een teken van rouw.

Alleen Lucas vertelt over de vrouwen die over Hem klaagden en over de woorden van Yeshua tot hen (23:28–31).

28Yeshua draaide zich naar hen om en zei: „Dochters van Jeruzalem, huil niet over Mij, maar huil over jullie zelf en over jullie kinderen.
στραφεὶς
(strapheis)
zich omgedraaid hebbend
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὰς
(autas)
hen
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
Θυγατέρες
(Thygateres)
dochters
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
μὴ
(me)
niet
κλαίετε
(klaiete)
huil
ἐπ’
(ep’)
over
ἐμέ
(eme)
Mij
πλὴν
(plen)
maar
ἐφ’
(eph’)
over
ἑαυτὰς
(heautas)
jullie zelf
κλαίετε
(klaiete)
huil
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
over
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

29Want zie, er komen dagen waarin men zal zeggen: ‘Gelukkig de onvruchtbare vrouwen, de baarmoeders die niet baarden en de borsten die niet zoogden.’
ὅτι
(hoti)
dat
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἔρχονται
(erchontai)
komen
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
ἐν
(en)
in
αἷς
(hais)
welke
ἐροῦσιν
(erousin)
zal men zeggen
Μακάριαι
(Makariai)
gelukkig
αἱ
(hai)
de
στεῖραι
(steirai)
onvruchtbaren
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
κοιλίαι
(koiliai)
baarmoeders
αἳ
(hai)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγέννησαν
(egennesan)
baarden
καὶ
(kai)
en
μαστοὶ
(mastoi)
borsten
οἳ
(hoi)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἔθρεψαν
(ethrepsan)
zoogden
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: zoals in de zaligsprekingen in Matt. 5:3–12.

Hier wordt het omgekeerd: gelukkig zijn zij die geen kinderen hebben.

30Dan zullen zij beginnen te zeggen tegen de bergen: ‘Val op ons!’ en tegen de heuvels: ‘Bedek ons!’
τότε
(tote)
toen
ἄρξονται
(arxontai)
zullen beginnen
λέγειν
(legein)
te zeggen
τοῖς
(tois)
aan de
ὄρεσιν
(oresin)
bergen
Πέσετε
(Pesete)
val
ἐφ’
(eph’)
op
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
βουνοῖς
(bounois)
heuvels
Καλύψατε
(Kalypsate)
bedek
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Hos. 10:8: ‘En zij zeggen tegen de bergen: „Bedek ons!” en tegen de heuvels: „Val op ons!”’ Lucas heeft de volgorde omgekeerd.

Zie ook Openb. 6:16.

31Want als men dit doet met het groene hout, wat zal er dan gebeuren met het droge?”
ὅτι
(hoti)
dat
εἰ
(ei)
als
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ὑγρῷ
(hygro)
groene
ξύλῳ
(xylo)
hout
ταῦτα
(tauta)
dit
ποιοῦσιν
(poiousin)
zij doen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ξηρῷ
(xero)
droge
τί
(ti)
wat
γένηται
(genetai)
zal gebeuren
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is een spreekwoord; wat Yeshua ermee zegt, zegt de tekst niet met zoveel woorden.

Vergelijk Ezech. 21:3 (in de Nederlandse telling 20:47): een vuur dat ‘elke groene boom’ en ‘elke droge boom’ verteert.

Zie ookEzech 21:3
32Er werden ook twee anderen, misdadigers, met Hem meegevoerd om gedood te worden.
Ἤγοντο
(Egonto)
werden meegevoerd
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἕτεροι
(heteroi)
anderen
κακοῦργοι
(kakourgoi)
misdadigers
δύο
(dyo)
twee
σὺν
(syn)
met
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἀναιρεθῆναι
(anairethenai)
om gedood te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

κακοῦργος (kakourgos), ‘misdadiger’: Matteüs en Markus hebben hier een ander woord, λῃστής (lestes), ‘rover’.

De kruisiging

33Toen zij op de plaats kwamen die Schedel genoemd wordt, kruisigden zij Hem daar en ook de misdadigers, de een rechts en de ander links.
καὶ
(kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἦλθον
(elthon)
kwamen
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
τὸν
(ton)
de
καλούμενον
(kaloumenon)
genoemde
Κρανίον
(Kranion)
Schedel
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἐσταύρωσαν
(estaurosan)
kruisigden zij
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
κακούργους
(kakourgous)
misdadigers
ὃν
(hon)
de een
μὲν
(men)
wel
ἐκ
(ek)
uit
δεξιῶν
(dexion)
rechts
ὃν
(hon)
de ander
δὲ
(de)
maar
ἐξ
(ex)
uit
ἀριστερῶν
(aristeron)
links
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Golgota (Plaats van de Schedel; ligging onzeker): De plaats die Schedel genoemd wordt (Golgota) lag buiten de stadsmuur van Jeruzalem.

De traditie zoekt haar bij de Heilig-Grafkerk in de oude stad.

Dit is niet zeker.

Uitleg

Κρανίον (Kranion), ‘Schedel’: het Griekse woord voor de plaats.

Matteüs, Markus en Johannes geven ook de Aramese naam Golgota.

Zie ook Matt. 27:33–38; Mark. 15:22–28; Joh. 19:17–24.

34Yeshua zei: „Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen.” Zij verdeelden Zijn kleren onder elkaar en wierpen er loten over.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἔλεγεν
(elegen)
zei
Πάτερ
(Pater)
Vader
ἄφες
(aphes)
vergeef
αὐτοῖς
(autois)
hun
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
οἴδασιν
(oidasin)
weten zij
τί
(ti)
wat
ποιοῦσιν
(poiousin)
doen zij
διαμεριζόμενοι
(diamerizomenoi)
verdelend
δὲ
(de)
en
τὰ
(ta)
de
ἱμάτια
(himatia)
kleren
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἔβαλον
(ebalon)
wierpen
κλήρους
(klerous)
loten
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Ps. 22:19 (in de Nederlandse telling is dit 22:18): ‘Zij verdelen mijn kleren onder zich en over mijn gewaad werpen zij het lot.’

Lezing

De woorden ‘Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen’ ontbreken in sommige oude handschriften.

Wij vertalen ze zoals de SBLGNT.

Zie ookPs 22:19
35Het volk stond toe te kijken. De leiders spotten ook en zeiden: „Anderen heeft Hij gered. Laat Hij Zichzelf redden, als Hij de Messias van Elohim is, de Uitverkorene.”
καὶ
(kai)
en
εἱστήκει
(heistekei)
stond
ὁ
(ho)
het
λαὸς
(laos)
volk
θεωρῶν
(theoron)
kijkend
ἐξεμυκτήριζον
(exemykterizon)
spotten
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἄρχοντες
(archontes)
leiders
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἄλλους
(Allous)
anderen
ἔσωσεν
(esosen)
heeft gered
σωσάτω
(sosato)
laat redden
ἑαυτόν
(heauton)
Zichzelf
εἰ
(ei)
als
οὗτός
(houtos)
deze
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
χριστὸς
(christos)
Messias
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὁ
(ho)
de
ἐκλεκτός
(eklektos)
uitverkorene
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκλεκτός (eklektos), ‘uitverkorene’: vergelijk Jes. 42:1 (‘Mijn uitverkorene, in wie Mijn ziel behagen heeft’).

Vergelijk Ps. 22:8 (in de Nederlandse telling is dit 22:7): ‘Allen die mij zien, bespotten mij.’

Zie ook Matt. 27:39–44; Mark. 15:29–32.

36Ook de soldaten bespotten Hem. Zij kwamen naar Hem toe, boden Hem azijn aan
ἐνέπαιξαν
(enepaixan)
bespotten
δὲ
(de)
maar
αὐτῷ
(auto)
Hem
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
στρατιῶται
(stratiotai)
soldaten
προσερχόμενοι
(proserchomenoi)
naderend
ὄξος
(oxos)
azijn
προσφέροντες
(prospherontes)
aanbiedend
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὄξος (oxos), ‘azijn’: zure wijn.

Vergelijk Ps. 69:22 (in de Nederlandse telling is dit 69:21): ‘voor mijn dorst lieten ze mij azijn drinken’.

Zie ookPs 69:22
37en zeiden: „Als U de koning van de Joden bent, red Uzelf.”
καὶ
(kai)
en
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Εἰ
(Ei)
als
σὺ
(sy)
U
εἶ
(ei)
bent
ὁ
(ho)
de
βασιλεὺς
(basileus)
koning
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
σῶσον
(soson)
red
σεαυτόν
(seauton)
Uzelf
Bron: SBLGNT
38Boven Hem was ook een opschrift: „Dit is de koning van de Joden.”
ἦν
(en)
was
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἐπιγραφὴ
(epigraphe)
opschrift
ἐπ’
(ep’)
boven
αὐτῷ
(auto)
Hem
Ὁ
(Ho)
de
βασιλεὺς
(basileus)
koning
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
οὗτος
(houtos)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιγραφή (epigrafe), ‘opschrift’: de aanklacht boven het kruis.

Zie ook Matt. 27:37; Mark. 15:26; Joh. 19:19–22.

39Een van de misdadigers die daar hingen, lasterde Hem: „Bent U niet de Messias? Red Uzelf en ons.”
Εἷς
(Heis)
een
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
van de
κρεμασθέντων
(kremasthenton)
opgehangen
κακούργων
(kakourgon)
misdadigers
ἐβλασφήμει
(eblasphemei)
lasterde
αὐτόν
(auton)
Hem
λέγων
(legon)
zeggend
Οὐχὶ
(Ouchi)
niet
σὺ
(sy)
U
εἶ
(ei)
bent
ὁ
(ho)
de
χριστός
(christos)
Messias
σῶσον
(soson)
red
σεαυτὸν
(seauton)
Uzelf
καὶ
(kai)
en
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
40De ander bestrafte hem en zei: „Vrees jij Elohim zelfs niet, terwijl je onder hetzelfde oordeel staat?
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
ἕτερος
(heteros)
ander
ἐπιτιμῶν
(epitimon)
bestraffend
αὐτῷ
(auto)
hem
ἔφη
(ephe)
zei
Οὐδὲ
(Oude)
ook niet
φοβῇ
(phobe)
vreest
σὺ
(sy)
jij
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
αὐτῷ
(auto)
zelfde
κρίματι
(krimati)
oordeel
εἶ
(ei)
bent
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίμα (krima), ‘oordeel’: hier de straf die beiden ondergaan, de kruisiging.

41En wij terecht, want wij krijgen wat onze daden waard zijn. Maar deze heeft niets verkeerds gedaan.”
καὶ
(kai)
en
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
μὲν
(men)
wel
δικαίως
(dikaios)
terecht
ἄξια
(axia)
waardig
γὰρ
(gar)
want
ὧν
(hon)
wat
ἐπράξαμεν
(epraxamen)
wij deden
ἀπολαμβάνομεν
(apolambanomen)
ontvangen wij
οὗτος
(houtos)
deze
δὲ
(de)
maar
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἄτοπον
(atopon)
verkeerds
ἔπραξεν
(epraxen)
deed
Bron: SBLGNT
42En hij zei: „Yeshua, denk aan mij wanneer U in Uw koninkrijk komt.”
καὶ
(kai)
en
ἔλεγεν
(elegen)
zei
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
μνήσθητί
(mnestheti)
denk aan
μου
(mou)
mij
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἔλθῃς
(elthes)
U komt
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
βασιλείᾳ
(basileia)
koninkrijk
σου
(sou)
Uw
Bron: SBLGNT
43Yeshua zei tegen hem: „Voorwaar, Ik zeg je: vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn.”
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Ἀμήν
(Amen)
voorwaar
σοι
(soi)
je
λέγω
(lego)
Ik zeg
σήμερον
(semeron)
vandaag
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἔσῃ
(ese)
zult zijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
παραδείσῳ
(paradeiso)
paradijs
Bron: SBLGNT
Uitleg

παράδεισος (paradeisos), ‘paradijs’: letterlijk een omheinde tuin.

Het Grieks heeft geen leestekens: ‘vandaag’ kan bij ‘Ik zeg je’ of bij ‘zul je zijn’ horen.

Wij volgen de woordvolgorde en verbinden het met ‘zul je zijn’.

De dood van Yeshua

44Het was al ongeveer het zesde uur, en er kwam duisternis over het hele land tot het negende uur.
Καὶ
(Kai)
en
ἦν
(en)
was
ἤδη
(ede)
al
ὡσεὶ
(hosei)
ongeveer
ὥρα
(hora)
uur
ἕκτη
(hekte)
zesde
καὶ
(kai)
en
σκότος
(skotos)
duisternis
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἐφ’
(eph’)
over
ὅλην
(holen)
hele
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
ἕως
(heos)
tot
ὥρας
(horas)
uur
ἐνάτης
(enates)
negende
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὥρα ἕκτη (hora hekte), ‘zesde uur’: bij de Joodse dagtelling vanaf zonsopgang is dat ongeveer 12 uur ’s middags; het negende uur is ongeveer 3 uur ’s middags. γῆ (ge), ‘land’: ook ‘aarde’.

Zie ook Matt. 27:45–56; Mark. 15:33–41.

45De zon gaf geen licht meer, en de voorhang van het heiligdom scheurde in het midden.
τοῦ
(tou)
de
ἡλίου
(heliou)
zon
ἐκλιπόντος
(eklipontos)
ophoudend
ἐσχίσθη
(eschisthe)
scheurde
δὲ
(de)
maar
τὸ
(to)
de
καταπέτασμα
(katapetasma)
voorhang
τοῦ
(tou)
van het
ναοῦ
(naou)
heiligdom
μέσον
(meson)
midden
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταπέτασμα (katapetasma), ‘voorhang’: de voorhang in het heiligdom, die het heilige van het hoogheilige scheidt (Exod. 26:31–33).

Lucas vertelt de scheuring vóór Yeshua’s dood; Matteüs en Markus erna. τοῦ ἡλίου ἐκλιπόντος (tou heliou eklipontos), ‘de zon gaf geen licht meer’: letterlijk ‘de zon ophield, uitviel’.

46Yeshua riep met luide stem: „Vader, in Uw handen vertrouw Ik Mijn geest toe.” Toen Hij dit gezegd had, blies Hij Zijn laatste adem uit.
καὶ
(kai)
en
φωνήσας
(phonesas)
roepend
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
Πάτερ
(Pater)
Vader
εἰς
(eis)
in
χεῖράς
(cheiras)
handen
σου
(sou)
Uw
παρατίθεμαι
(paratithemai)
vertrouw ik toe
τὸ
(to)
de
πνεῦμά
(pneuma)
geest
μου
(mou)
Mijn
τοῦτο
(touto)
dit
δὲ
(de)
maar
εἰπὼν
(eipon)
zeggend
ἐξέπνευσεν
(exepneusen)
blies de laatste adem uit
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit zijn de woorden van Ps. 31:6 (in de Nederlandse telling is dit 31:5): ‘In Uw hand vertrouw ik mijn geest toe.’ παρατίθεμαι (paratithemai), ‘toevertrouwen’. ἐξέπνευσεν (exepneusen), ‘blies de laatste adem uit’: letterlijk ‘ademde uit’.

Zie ook Matt. 27:50; Mark. 15:37.

47Toen de centurio zag wat er gebeurd was, verheerlijkte hij Elohim en zei: „Werkelijk, deze mens was rechtvaardig.”
Ἰδὼν
(Idon)
ziende
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
ἑκατοντάρχης
(hekatontarches)
centurio
τὸ
(to)
het
γενόμενον
(genomenon)
gebeurde
ἐδόξαζεν
(edoxazen)
verheerlijkte
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
λέγων
(legon)
zeggend
Ὄντως
(Ontos)
werkelijk
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
οὗτος
(houtos)
deze
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardig
ἦν
(en)
was
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἑκατοντάρχης (hekatontarches), ‘centurio’: een Romeinse officier over ongeveer 100 soldaten. δίκαιος (dikaios), ‘rechtvaardig’: het kan ook ‘onschuldig’ betekenen.

Matteüs en Markus hebben hier ‘Zoon van Elohim’ (Matt. 27:54; Mark. 15:39).

48Alle menigten die voor dit schouwspel waren samengekomen, zagen wat er gebeurd was, sloegen zich op de borst en keerden terug.
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
alle
οἱ
(hoi)
de
συμπαραγενόμενοι
(symparagenomenoi)
samengekomen
ὄχλοι
(ochloi)
menigten
ἐπὶ
(epi)
voor
τὴν
(ten)
het
θεωρίαν
(theorian)
schouwspel
ταύτην
(tauten)
dit
θεωρήσαντες
(theoresantes)
aanschouwd hebbend
τὰ
(ta)
het
γενόμενα
(genomena)
gebeurde
τύπτοντες
(typtontes)
slaand
τὰ
(ta)
de
στήθη
(stethe)
borsten
ὑπέστρεφον
(hypestrephon)
keerden terug
Bron: SBLGNT
49Al Zijn bekenden stonden van veraf, ook de vrouwen die Hem uit Galilea gevolgd waren. Zij zagen dit.
εἱστήκεισαν
(heistekeisan)
stonden
δὲ
(de)
maar
πάντες
(pantes)
alle
οἱ
(hoi)
de
γνωστοὶ
(gnostoi)
bekenden
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
μακρόθεν
(makrothen)
van veraf
καὶ
(kai)
en
γυναῖκες
(gynaikes)
vrouwen
αἱ
(hai)
die
συνακολουθοῦσαι
(synakolouthousai)
meegevolgd waren
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἀπὸ
(apo)
vanaf
τῆς
(tes)
de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
ὁρῶσαι
(horosai)
ziende
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Uitleg

Zie ook Matt. 27:55–56; Mark. 15:40–41; Joh. 19:25.

De begrafenis

50En zie: er was een man met de naam Jozef, lid van de Raad, een goed en rechtvaardig man.
Καὶ
(Kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἀνὴρ
(aner)
man
ὀνόματι
(onomati)
met de naam
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
βουλευτὴς
(bouleutes)
lid van de Raad
ὑπάρχων
(hyparchon)
zijnde
ἀνὴρ
(aner)
man
ἀγαθὸς
(agathos)
goed
καὶ
(kai)
en
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardig
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier een lange zin die pas in 23:52 verdergaat (‘Deze ging naar Pilatus’); wij splitsen hem en voegen ‘er was’ toe. βουλευτής (bouleutes), ‘lid van de Raad’: een raadslid, hier van het hoogste Joodse gerechtshof in Jeruzalem.

Zie ook Matt. 27:57–61; Mark. 15:42–47; Joh. 19:38–42.

51Deze man had niet ingestemd met hun besluit en hun daad. Hij was afkomstig uit Arimatea, een stad van de Joden, en verwachtte het koninkrijk van Elohim.
οὗτος
(houtos)
deze
οὐκ
(ouk)
niet
ἦν
(en)
was
συγκατατεθειμένος
(synkatatetheimenos)
ingestemd hebbend
τῇ
(te)
met het
βουλῇ
(boule)
besluit
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
de
πράξει
(praxei)
daad
αὐτῶν
(auton)
hun
ἀπὸ
(apo)
van
Ἁριμαθαίας
(Harimathaias)
Arimatea
πόλεως
(poleos)
stad
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
ὃς
(hos)
die
προσεδέχετο
(prosedecheto)
verwachtte
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Arimatea (Ramataim?; ligging onzeker): De ligging van Arimatea is onbekend.

Vaak wordt het gelijkgesteld met Ramataim-Sofim (Rama), ongeveer bij Rentis, ten noordoosten van Lod.

Dit is niet zeker.

Uitleg

Ἁριμαθαία (Arimathaia), ‘Arimatea’: de ligging is onzeker. βουλή (boule), ‘besluit’: het besluit van de Raad om Yeshua ter dood te brengen. προσδέχομαι (prosdechomai), ‘verwachten’: wachten op, uitzien naar.

52Deze man ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Yeshua.
οὗτος
(houtos)
deze
προσελθὼν
(proselthon)
naderend
τῷ
(to)
aan de
Πιλάτῳ
(Pilato)
Pilatus
ᾐτήσατο
(etesato)
vroeg
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
τοῦ
(tou)
van de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
53Jozef nam het af, wikkelde het in een linnen doek en legde Hem in een graf dat in de rots uitgehouwen was. Daarin was nog nooit iemand gelegd.
καὶ
(kai)
en
καθελὼν
(kathelon)
afgenomen hebbend
ἐνετύλιξεν
(enetylixen)
wikkelde
αὐτὸ
(auto)
het
σινδόνι
(sindoni)
linnen doek
καὶ
(kai)
en
ἔθηκεν
(etheken)
legde
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐν
(en)
in
μνήματι
(mnemati)
graf
λαξευτῷ
(laxeuto)
uitgehouwen
οὗ
(hou)
waar
οὐκ
(ouk)
niet
ἦν
(en)
was
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
οὔπω
(oupo)
nog nooit
κείμενος
(keimenos)
gelegd
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Graf van Jozef van Arimatea (graf van Yeshua; ligging onzeker): Het graf lag in een rots, buiten Jeruzalem, bij de plek van de kruisiging.

De traditie zoekt het in de Heilig-Grafkerk.

Dit is niet zeker.

Uitleg

σινδών (sindon), ‘linnen doek’. λαξευτός (laxeutos), ‘uitgehouwen’: uit de rots gehouwen.

54Het was de voorbereidingsdag, en de sabbat brak aan.
καὶ
(kai)
en
ἡμέρα
(hemera)
dag
ἦν
(en)
was
παρασκευῆς
(paraskeues)
van voorbereiding
καὶ
(kai)
en
σάββατον
(sabbaton)
sabbat
ἐπέφωσκεν
(epephosken)
brak aan
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρασκευή (paraskeue), ‘voorbereidingsdag’: de dag voor de sabbat, vrijdag.

De Joodse dag begint bij het vallen van de avond; ἐπέφωσκεν (epefosken), letterlijk ‘gaf licht’, wordt gebruikt voor het aanbreken van een nieuwe dag.

55De vrouwen die met Hem uit Galilea waren meegekomen, gingen erachteraan. Zij bekeken het graf en hoe Zijn lichaam werd neergelegd.
κατακολουθήσασαι
(katakolouthesasai)
gevolgd hebbend
δὲ
(de)
maar
αἱ
(hai)
de
γυναῖκες
(gynaikes)
vrouwen
αἵτινες
(haitines)
die
ἦσαν
(esan)
waren
συνεληλυθυῖαι
(synelelythuiai)
meegekomen
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἐθεάσαντο
(etheasanto)
aanschouwden
τὸ
(to)
het
μνημεῖον
(mnemeion)
graf
καὶ
(kai)
en
ὡς
(hos)
hoe
ἐτέθη
(etethe)
werd gelegd
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Zie Graf van Jozef van Arimatea (graf van Yeshua; ligging onzeker): Het graf lag in een rots, buiten Jeruzalem, bij de plek van de kruisiging.

De traditie zoekt het in de Heilig-Grafkerk.

Dit is niet zeker.

56Daarna keerden zij terug en maakten specerijen en zalfolie klaar. Op de sabbat rustten zij volgens het gebod.
ὑποστρέψασαι
(hypostrepsasai)
teruggekeerd
δὲ
(de)
maar
ἡτοίμασαν
(hetoimasan)
maakten klaar
ἀρώματα
(aromata)
specerijen
καὶ
(kai)
en
μύρα
(myra)
zalfolie
Καὶ
(Kai)
en
τὸ
(to)
de
μὲν
(men)
wel
σάββατον
(sabbaton)
sabbat
ἡσύχασαν
(hesychasan)
rustten
κατὰ
(kata)
volgens
τὴν
(ten)
het
ἐντολήν
(entolen)
gebod
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρώματα (aromata), ‘specerijen’; μύρα (myra), ‘zalfolie’.

De sabbatsrust komt uit Exod. 20:8–11.