Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De vrouw en de draak
1Er werd een groot teken gezien in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van 12 sterren.
Καὶ
(Kai)
en
σημεῖον
(semeion)
teken
μέγα
(mega)
groot
ὤφθη
(ophthe)
werd gezien
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
γυνὴ
(gyne)
vrouw
περιβεβλημένη
(peribeblemene)
bekleed
τὸν
(ton)
de
ἥλιον
(helion)
zon
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
σελήνη
(selene)
maan
ὑποκάτω
(hypokato)
onder
τῶν
(ton)
de
ποδῶν
(podon)
voeten
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
het
κεφαλῆς
(kephales)
hoofd
αὐτῆς
(autes)
haar
στέφανος
(stephanos)
kroon
ἀστέρων
(asteron)
van sterren
δώδεκα
(dodeka)
12
Bron: SBLGNT
Uitleg
σημεῖον (semeion), ‘teken’: een teken dat naar iets anders wijst. περιβάλλω (periballo), ‘bekleden’.
De tekst zegt niet wie de vrouw is.
Zie ook Gen. 37:9–10 (zon, maan en sterren) en Jes. 66:7.
3Er werd een ander teken gezien in de hemel: zie, een grote, vuurrode draak met 7 koppen en 10 hoorns, en op zijn koppen 7 diademen.
καὶ
(kai)
en
ὤφθη
(ophthe)
werd gezien
ἄλλο
(allo)
een ander
σημεῖον
(semeion)
teken
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
δράκων
(drakon)
draak
μέγας
(megas)
grote
πυρρός
(pyrros)
vuurrode
ἔχων
(echon)
hebbend
κεφαλὰς
(kephalas)
koppen
ἑπτὰ
(hepta)
7
καὶ
(kai)
en
κέρατα
(kerata)
hoorns
δέκα
(deka)
10
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὰς
(tas)
de
κεφαλὰς
(kephalas)
koppen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἑπτὰ
(hepta)
7
διαδήματα
(diademata)
diademen
Bron: SBLGNT
Uitleg
δράκων (drakon), ‘draak’: in 12:9 wordt hij ‘de oude slang, de duivel en de Satan’ genoemd. διάδημα (diadema), ‘diadeem’: een koninklijke hoofdband; een ander woord dan στέφανος (stephanos), ‘kroon’, in 12:1.
Zie ook Dan. 7:7; Openb. 13:1; 17:3.
Lezing
De SBLGNT markeert de woorden μέγας πυρρός (megas pyrrhos), ‘grote, vuurrode’, als variant.
4Zijn staart sleept het derde deel van de sterren van de hemel mee, en hij wierp hen op de aarde. De draak stond voor de vrouw die op het punt stond te baren, zodat hij, zodra zij baarde, haar kind zou opeten.
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
οὐρὰ
(oura)
staart
αὐτοῦ
(autou)
zijn
σύρει
(syrei)
sleept
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τῶν
(ton)
van de
ἀστέρων
(asteron)
sterren
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἔβαλεν
(ebalen)
wierp
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
δράκων
(drakon)
draak
ἕστηκεν
(hesteken)
stond
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τῆς
(tes)
de
γυναικὸς
(gynaikos)
vrouw
τῆς
(tes)
die
μελλούσης
(mellouses)
op het punt staat
τεκεῖν
(tekein)
te baren
ἵνα
(hina)
opdat
ὅταν
(hotan)
zodra
τέκῃ
(teke)
zij baart
τὸ
(to)
het
τέκνον
(teknon)
kind
αὐτῆς
(autes)
haar
καταφάγῃ
(kataphage)
zou opeten
Bron: SBLGNT
Uitleg
τρίτον (triton), ‘het derde deel’: zie 8:7.
Zie ook Dan. 8:10 (een deel van de sterren wordt op de aarde geworpen).
5Zij beviel van een zoon, een mannelijk kind, die alle volken zal weiden met een ijzeren staf. Haar kind werd weggerukt naar Elohim en naar Zijn troon.
καὶ
(kai)
en
ἔτεκεν
(eteken)
beviel
υἱόν
(huion)
zoon
ἄρσεν
(arsen)
mannelijk
ὃς
(hos)
die
μέλλει
(mellei)
gaat
ποιμαίνειν
(poimainein)
weiden
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἐν
(en)
met
ῥάβδῳ
(rhabdo)
staf
σιδηρᾷ
(sidera)
ijzeren
καὶ
(kai)
en
ἡρπάσθη
(herpasthe)
werd weggerukt
τὸ
(to)
het
τέκνον
(teknon)
kind
αὐτῆς
(autes)
haar
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
θρόνον
(thronon)
troon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄρσεν (arsen) is onzijdig: ‘een mannelijk (kind)’.
Wij vullen ‘kind’ aan. ποιμαίνω (poimaino), ‘weiden’: als herder leiden.
Ps. 2:9 heeft in ons Hebreeuwse bestand ‘Je zult hen breken met een ijzeren staf’; de Griekse tekst gebruikt hier ‘weiden’.
Zie ook Ps. 2:8–9 en Openb. 2:27; 19:15.
ἁρπάζω (harpazo), ‘wegrukken’, zoals in 1 Tess. 4:17 en 2 Kor. 12:2.
6De vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft die door Elohim is klaargemaakt, zodat men haar daar 1260 dagen zou voeden.
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἔφυγεν
(ephygen)
vluchtte
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
ἔρημον
(eremon)
woestijn
ὅπου
(hopou)
waar
ἔχει
(echei)
heeft zij
ἐκεῖ
(ekei)
daar
τόπον
(topon)
plaats
ἡτοιμασμένον
(hetoimasmenon)
klaargemaakt
ἀπὸ
(apo)
door
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἵνα
(hina)
opdat
ἐκεῖ
(ekei)
daar
τρέφωσιν
(trephosin)
zij zouden voeden
αὐτὴν
(auten)
haar
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
χιλίας
(chilias)
duizend
διακοσίας
(diakosias)
tweehonderd
ἑξήκοντα
(hexekonta)
zestig
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἔρημος (eremos), ‘woestijn’. 1260 dagen zijn 42 maanden (11:2; 13:5) en evenveel als ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ in 12:14.
Het meervoud τρέφωσιν (trephosin), ‘zij zouden voeden’, heeft geen onderwerp; wij schrijven ‘men’.
Lezing
De SBLGNT markeert bij ἀπό (apo), ‘door’, en bij τρέφωσιν een variant.
Oorlog in de hemel
7Er brak oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen gingen oorlog voeren tegen de draak. De draak en zijn engelen voerden ook oorlog,
Καὶ
(Kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
πόλεμος
(polemos)
oorlog
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
ὁ
(ho)
de
Μιχαὴλ
(Michael)
Michaël
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἄγγελοι
(angeloi)
engelen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τοῦ
(tou)
om
πολεμῆσαι
(polemesai)
te strijden
μετὰ
(meta)
tegen
τοῦ
(tou)
de
δράκοντος
(drakontos)
draak
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
δράκων
(drakon)
draak
ἐπολέμησεν
(epolemesen)
voerde oorlog
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἄγγελοι
(angeloi)
engelen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
Μιχαήλ (Michael), ‘Michaël’.
Zie ook Dan. 10:13, 10:21 en 12:1.
Het Grieks heeft ‘Michaël en zijn engelen om te strijden met de draak’, zonder werkwoord; wij vullen ‘gingen’ aan. μετά (meta) met de genitief kan ‘met’ of ‘tegen’ betekenen; wij vertalen ‘tegen’.
Lezing
De SBLGNT markeert bij τοῦ (tou), voor ‘om te strijden’, een variant.
8maar hij was niet sterk genoeg, en er werd voor hen geen plaats meer gevonden in de hemel.
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἴσχυσεν
(ischysen)
was sterk
οὐδὲ
(oude)
noch
τόπος
(topos)
plaats
εὑρέθη
(heurethe)
werd gevonden
αὐτῶν
(auton)
voor hen
ἔτι
(eti)
meer
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft ‘hij was niet sterk genoeg’ in het enkelvoud (de draak); de SBLGNT markeert daar een variant (zie Lezing).
Lezing
De SBLGNT markeert bij ἴσχυσεν (ischysen), ‘hij was sterk’, en bij αὐτῶν (auton), ‘voor hen’, een variant.
9En de grote draak werd geworpen, de oude slang, die de duivel en de Satan wordt genoemd, die heel de bewoonde wereld misleidt. Hij werd op de aarde geworpen, en zijn engelen werden met hem geworpen.
καὶ
(kai)
en
ἐβλήθη
(eblethe)
werd geworpen
ὁ
(ho)
de
δράκων
(drakon)
draak
ὁ
(ho)
de
μέγας
(megas)
grote
ὁ
(ho)
de
ὄφις
(ophis)
slang
ὁ
(ho)
de
ἀρχαῖος
(archaios)
oude
ὁ
(ho)
die
καλούμενος
(kaloumenos)
wordt genoemd
Διάβολος
(Diabolos)
duivel
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
Σατανᾶς
(Satanas)
Satan
ὁ
(ho)
die
πλανῶν
(planon)
misleidt
τὴν
(ten)
de
οἰκουμένην
(oikoumenen)
bewoonde wereld
ὅλην
(holen)
hele
ἐβλήθη
(eblethe)
werd geworpen
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἄγγελοι
(angeloi)
engelen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἐβλήθησαν
(eblethesan)
werden geworpen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὄφις (ophis), ‘slang’: zie Gen. 3:1. Διάβολος (Diabolos), ‘duivel’; Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: Hebreeuws שָׂטָן (satan), ‘tegenstander’. πλανάω (planao), ‘misleiden’. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’, zoals in Luc. 2:1.
Zie ook Zach. 3:1–2; Luc. 10:18; Joh. 12:31.
Lezing
De SBLGNT markeert bij ὁ (ho), ‘de’, voor ‘Satan’ een variant.
10Ik hoorde een luide stem in de hemel. Die zei: „Nu zijn de redding en de kracht en het koninkrijk van onze Elohim gekomen, en het gezag van Zijn Messias. Want de aanklager van onze broers is geworpen, hij die hen dag en nacht aanklaagt voor onze Elohim.
11Zij zelf hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis. Zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood toe.
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zijzelf
ἐνίκησαν
(enikesan)
overwonnen
αὐτὸν
(auton)
hem
διὰ
(dia)
door
τὸ
(to)
het
αἷμα
(haima)
bloed
τοῦ
(tou)
van het
ἀρνίου
(arniou)
Lam
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
door
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τῆς
(tes)
van het
μαρτυρίας
(martyrias)
getuigenis
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἠγάπησαν
(egapesan)
hadden lief
τὴν
(ten)
het
ψυχὴν
(psychen)
leven
αὐτῶν
(auton)
hun
ἄχρι
(achri)
tot
θανάτου
(thanatou)
dood
Bron: SBLGNT
Uitleg
νικάω (nikao), ‘overwinnen’. ψυχή (psyche), ‘ziel, leven’: hier ‘leven’, zoals in Joh. 12:25. μαρτυρία (martyria), ‘getuigenis’.
12Wees daarom vrolijk, hemelen, en jullie die daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is naar jullie afgedaald. Hij heeft grote woede, omdat hij weet dat hij weinig tijd heeft.”
διὰ
(dia)
daarom
τοῦτο
(touto)
dit
εὐφραίνεσθε
(euphrainesthe)
wees vrolijk
οἱ
(hoi)
de
οὐρανοὶ
(ouranoi)
hemelen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
σκηνοῦντες
(skenountes)
wonen
οὐαὶ
(ouai)
wee
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
ὅτι
(hoti)
omdat
κατέβη
(katebe)
is afgedaald
ὁ
(ho)
de
διάβολος
(diabolos)
duivel
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἔχων
(echon)
hebbend
θυμὸν
(thymon)
woede
μέγαν
(megan)
grote
εἰδὼς
(eidos)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
ὀλίγον
(oligon)
weinig
καιρὸν
(kairon)
tijd
ἔχει
(echei)
heeft hij
Bron: SBLGNT
Uitleg
σκηνόω (skenoo), ‘wonen’: letterlijk ‘een tent hebben’, hetzelfde werkwoord als in Joh. 1:14. θυμός (thymos), ‘woede’.
Na οὐαί (ouai), ‘wee’, staat de accusatief, zoals in 8:13.
Zie ook Openb. 8:13.
Lezing
De SBLGNT markeert bij οἱ (hoi), ‘de’, voor ‘hemelen’, en de woorden τὴν γῆν καὶ τὴν θάλασσαν (ten gen kai ten thalassan), ‘de aarde en de zee’, als variant.
13Toen de draak zag dat hij op de aarde geworpen was, vervolgde hij de vrouw die het mannelijke kind had gebaard.
Καὶ
(Kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
εἶδεν
(eiden)
zag
ὁ
(ho)
de
δράκων
(drakon)
draak
ὅτι
(hoti)
dat
ἐβλήθη
(eblethe)
werd geworpen
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
ἐδίωξεν
(edioxen)
vervolgde
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
ἥτις
(hetis)
die
ἔτεκεν
(eteken)
beviel
τὸν
(ton)
de
ἄρσενα
(arsena)
mannelijke
Bron: SBLGNT
14Aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven, zodat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats. Daar wordt zij een tijd, tijden en een halve tijd gevoed, uit het gezicht van de slang.
καὶ
(kai)
en
ἐδόθησαν
(edothesan)
werden gegeven
τῇ
(te)
aan de
γυναικὶ
(gynaiki)
vrouw
αἱ
(hai)
de
δύο
(dyo)
twee
πτέρυγες
(pteryges)
vleugels
τοῦ
(tou)
van de
ἀετοῦ
(aetou)
arend
τοῦ
(tou)
de
μεγάλου
(megalou)
grote
ἵνα
(hina)
opdat
πέτηται
(petetai)
zij zou vliegen
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
ἔρημον
(eremon)
woestijn
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
αὐτῆς
(autes)
haar
ὅπου
(hopou)
waar
τρέφεται
(trephetai)
wordt zij gevoed
ἐκεῖ
(ekei)
daar
καιρὸν
(kairon)
tijd
καὶ
(kai)
en
καιροὺς
(kairous)
tijden
καὶ
(kai)
en
ἥμισυ
(hemisy)
half
καιροῦ
(kairou)
tijd
ἀπὸ
(apo)
van
προσώπου
(prosopou)
gezicht
τοῦ
(tou)
van de
ὄφεως
(opheos)
slang
Bron: SBLGNT
Uitleg
καιρός (kairos), ‘tijd’: ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ is 3½ tijd; zie Dan. 7:25 en 12:7 en Openb. 11:2; 12:6. ἀπὸ προσώπου (apo prosopou), ‘van het gezicht’, lijkt op een Hebreeuwse uitdrukking voor ‘weg van, uit de nabijheid van’.
Zie ook Exod. 19:4 (arendsvleugels).
Lezing
De SBLGNT markeert bij αἱ (hai), ‘de’, voor ‘twee vleugels’, en de woorden ὅπου τρέφεται (hopou trephetai), ‘waar zij gevoed wordt’, als variant.
17De draak werd toornig op de vrouw. Hij ging weg om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, zij die de geboden van Elohim onderhouden en het getuigenis van Yeshua hebben.
καὶ
(kai)
en
ὠργίσθη
(orgisthe)
werd toornig
ὁ
(ho)
de
δράκων
(drakon)
draak
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
de
γυναικί
(gynaiki)
vrouw
καὶ
(kai)
en
ἀπῆλθεν
(apelthen)
ging weg
ποιῆσαι
(poiesai)
om te voeren
πόλεμον
(polemon)
oorlog
μετὰ
(meta)
tegen
τῶν
(ton)
de
λοιπῶν
(loipon)
overigen
τοῦ
(tou)
van het
σπέρματος
(spermatos)
nageslacht
αὐτῆς
(autes)
haar
τῶν
(ton)
die
τηρούντων
(terounton)
onderhouden
τὰς
(tas)
de
ἐντολὰς
(entolas)
geboden
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ἐχόντων
(echonton)
hebben
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg
σπέρμα (sperma), ‘nageslacht’: letterlijk ‘zaad’; zie Gen. 3:15. τηρέω (tereo), ‘onderhouden’ (de geboden).
‘Het getuigenis van Yeshua’ (μαρτυρία Ἰησοῦ): de genitief kan ‘het getuigenis dat Yeshua gaf’ of ‘het getuigenis over Yeshua’ betekenen.