Tessalonica, Beroea, Athene en de rede op de Areopaag
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Paulus en Silas in Tessalonica
1Zij reisden door Amfipolis en Apollonia en kwamen in Tessalonica. Daar was een synagoge van de Joden.
Διοδεύσαντες
(Diodeusantes)
doorgereisd zijnde
δὲ
(de)
nu
τὴν
(ten)
de
Ἀμφίπολιν
(Amphipolin)
Amfipolis
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
Ἀπολλωνίαν
(Apollonian)
Apollonia
ἦλθον
(elthon)
kwamen
εἰς
(eis)
naar
Θεσσαλονίκην
(Thessaloniken)
Tessalonica
ὅπου
(hopou)
waar
ἦν
(en)
was
συναγωγὴ
(synagoge)
synagoge
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Amfipolis (ligging ongeveer): Amfipolis lag aan de rivier de Strymon in Macedonië, aan de Via Egnatia tussen Filippi en Tessalonica.
Zie Apollonia (ligging onzeker): Apollonia lag in Macedonië, aan de weg tussen Amfipolis en Tessalonica.
De precieze ligging is onzeker; dit punt is bij benadering.
Zie Tessalonica (nu Thessaloniki): Tessalonica was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië, aan de Thermaïsche Golf in het noorden van Griekenland.
De stad heet nu Thessaloniki.
Zij lag aan de grote weg van oost naar west, de Via Egnatia.
Uitleg
Het Grieks heeft hier geen onderwerp, alleen een werkwoord in het meervoud (‘zij reisden door’).
Uit vers 4 blijkt dat het om Paulus en Silas gaat.
2Zoals hij gewend was, ging Paulus bij hen naar binnen. Op drie sabbatten sprak hij met hen vanuit de Schriften.
κατὰ
(kata)
volgens
δὲ
(de)
nu
τὸ
(to)
het
εἰωθὸς
(eiothos)
gebruikelijke
τῷ
(to)
voor de
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
πρὸς
(pros)
bij
αὐτοὺς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
gedurende
σάββατα
(sabbata)
sabbatten
τρία
(tria)
drie
διελέξατο
(dielexato)
sprak
αὐτοῖς
(autois)
met hen
ἀπὸ
(apo)
vanuit
τῶν
(ton)
de
γραφῶν
(graphon)
Schriften
Bron: SBLGNT
3Hij opende ze en toonde aan dat de Messias moest lijden en uit de doden moest opstaan. Hij zei: „Deze Yeshua, die ik jullie verkondig, is de Messias.”
διανοίγων
(dianoigon)
openend
καὶ
(kai)
en
παρατιθέμενος
(paratithemenos)
voorleggend
ὅτι
(hoti)
dat
τὸν
(ton)
de
χριστὸν
(christon)
Messias
ἔδει
(edei)
moest
παθεῖν
(pathein)
lijden
καὶ
(kai)
en
ἀναστῆναι
(anastenai)
opstaan
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
οὗτός
(houtos)
deze
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
χριστός
(christos)
Messias
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὃν
(hon)
die
ἐγὼ
(ego)
ik
καταγγέλλω
(katangello)
verkondig
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
διανοίγων (dianoigon), ‘openen’: zoals in Luc. 24:32.
Het Grieks noemt niet wat er geopend wordt; het gaat om de Schriften uit vers 2. παρατίθεμαι (paratithemai), ‘aantonen’: letterlijk ‘voorleggen’. χριστός (christos), ‘gezalfde’, is het Griekse woord voor het Hebreeuwse מָשִׁיחַ (mashiach), ‘Messias’; wij vertalen het overal met ‘Messias’.
Het Grieks heeft voor de woorden over Yeshua alleen ὅτι (‘dat’); wij zetten ze tussen aanhalingstekens en schrijven ‘Hij zei’.
4Enkelen van hen lieten zich overtuigen en sloten zich aan bij Paulus en Silas. Dat deden ook een grote menigte godvrezende Grieken en niet weinig van de voornaamste vrouwen.
καί
(kai)
en
τινες
(tines)
sommigen
ἐξ
(ex)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐπείσθησαν
(epeisthesan)
lieten zich overtuigen
καὶ
(kai)
en
προσεκληρώθησαν
(proseklerothesan)
sloten zich aan
τῷ
(to)
bij de
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
bij de
Σιλᾷ
(Sila)
Silas
τῶν
(ton)
van de
τε
(te)
ook
σεβομένων
(sebomenon)
godvrezende
Ἑλλήνων
(Hellenon)
Grieken
πλῆθος
(plethos)
menigte
πολὺ
(poly)
grote
γυναικῶν
(gynaikon)
vrouwen
τε
(te)
en
τῶν
(ton)
van de
πρώτων
(proton)
voornaamsten
οὐκ
(ouk)
niet
ὀλίγαι
(oligai)
weinige
Bron: SBLGNT
Uitleg
σεβόμενοι (sebomenoi), ‘godvrezenden’: niet-Joden die Elohim van Israël vereerden en de synagoge bezochten, zonder helemaal tot het volk Israël toe te treden.
Wij vertalen σεβόμενοι en φοβούμενοι τὸν θεόν (‘die Elohim vrezen’) overal met ‘godvrezenden’. προσκληρόω (proskleroo), ‘zich aansluiten’: letterlijk ‘toegewezen worden’. πρῶτοι (protoi), ‘voornaamsten’: de vrouwen uit de eerste kringen van de stad.
De onrust die de Joden veroorzaken
5Maar de Joden werden jaloers. Zij haalden enkele slechte mannen van de markt erbij, veroorzaakten een oploop en brachten de stad in onrust. Zij kwamen bij het huis van Jason en zochten hen om hen voor de volksvergadering te brengen.
ζηλώσαντες
(zelosantes)
jaloers geworden
δὲ
(de)
nu
οἱ
(hoi)
de
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
καὶ
(kai)
en
προσλαβόμενοι
(proslabomenoi)
erbij genomen hebbend
τῶν
(ton)
van de
ἀγοραίων
(agoraion)
marktlopers
ἄνδρας
(andras)
mannen
τινὰς
(tinas)
enkele
πονηροὺς
(ponerous)
slechte
καὶ
(kai)
en
ὀχλοποιήσαντες
(ochlopoiesantes)
een oploop veroorzaakt hebbend
ἐθορύβουν
(ethoryboun)
brachten in onrust
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
καὶ
(kai)
en
ἐπιστάντες
(epistantes)
voor gekomen
τῇ
(te)
het
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
Ἰάσονος
(Iasonos)
van Jason
ἐζήτουν
(ezetoun)
zochten
αὐτοὺς
(autous)
hen
προαγαγεῖν
(proagagein)
naar voren te brengen
εἰς
(eis)
voor
τὸν
(ton)
de
δῆμον
(demon)
volksvergadering
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀγοραῖος (agoraios), ‘iemand van de markt’. δῆμος (demos), ‘volksvergadering’: de vergadering van de burgers van de stad.
6Toen zij hen niet vonden, sleepten zij Jason en enkele broers mee naar de stadsoversten. Zij riepen: „Deze mensen, die de bewoonde wereld op zijn kop hebben gezet, zijn nu ook hier,
μὴ
(me)
niet
εὑρόντες
(heurontes)
gevonden hebbend
δὲ
(de)
nu
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἔσυρον
(esyron)
sleepten
Ἰάσονα
(Iasona)
Jason
καί
(kai)
en
τινας
(tinas)
enkele
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
ἐπὶ
(epi)
naar
τοὺς
(tous)
de
πολιτάρχας
(politarchas)
stadsoversten
βοῶντες
(boontes)
roepend
ὅτι
(hoti)
dat
Οἱ
(Hoi)
zij die
τὴν
(ten)
de
οἰκουμένην
(oikoumenen)
bewoonde wereld
ἀναστατώσαντες
(anastatosantes)
op zijn kop hebben gezet
οὗτοι
(houtoi)
deze
καὶ
(kai)
ook
ἐνθάδε
(enthade)
hier
πάρεισιν
(pareisin)
zijn gekomen
Bron: SBLGNT
Uitleg
πολιτάρχης (politarches), ‘stadsoverste’: de titel van de bestuurders van Tessalonica.
Wij onderscheiden hem van στρατηγός (strategos), ‘stadsbestuurder’, zoals in Filippi (Hand. 16:20). ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: zo noemen de gelovigen elkaar. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’: zie Luc. 2:1. ἀναστατόω (anastatoo), ‘op zijn kop zetten’: letterlijk ‘doen opstaan’, in beroering brengen.
8Zo brachten zij de menigte en de stadsoversten, die dit hoorden, in verwarring.
ἐτάραξαν
(etaraxan)
brachten in verwarring
δὲ
(de)
nu
τὸν
(ton)
de
ὄχλον
(ochlon)
menigte
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
πολιτάρχας
(politarchas)
stadsoversten
ἀκούοντας
(akouontas)
die hoorden
ταῦτα
(tauta)
dit
Bron: SBLGNT
9Zij namen van Jason en de anderen een borgsom aan en lieten hen gaan.
καὶ
(kai)
en
λαβόντες
(labontes)
genomen hebbend
τὸ
(to)
het
ἱκανὸν
(hikanon)
voldoende
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
Ἰάσονος
(Iasonos)
Jason
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
λοιπῶν
(loipon)
anderen
ἀπέλυσαν
(apelysan)
lieten gaan
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg
τὸ ἱκανόν (to hikanon), letterlijk ‘het voldoende’: een borgsom of zekerheid dat Jason geen onrust zou laten ontstaan.
Wat de zekerheid precies was, zegt de tekst niet.
Paulus en Silas in Beroea
10De broers stuurden Paulus en Silas meteen in de nacht weg naar Beroea. Toen zij daar aankwamen, gingen zij naar de synagoge van de Joden.
Οἱ
(Hoi)
de
δὲ
(de)
nu
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
εὐθέως
(eutheos)
meteen
διὰ
(dia)
door
νυκτὸς
(nyktos)
de nacht
ἐξέπεμψαν
(exepempsan)
stuurden weg
τόν
(ton)
de
τε
(te)
zowel
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
Σιλᾶν
(Silan)
Silas
εἰς
(eis)
naar
Βέροιαν
(Beroian)
Beroea
οἵτινες
(hoitines)
die
παραγενόμενοι
(paragenomenoi)
aangekomen
εἰς
(eis)
bij
τὴν
(ten)
de
συναγωγὴν
(synagogen)
synagoge
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
ἀπῄεσαν
(apeesan)
gingen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Beroea (nu Veria): Beroea lag in het zuidwesten van Macedonië, ten westen van Tessalonica.
De stad heet nu Veria.
11Zij waren edeler dan zij in Tessalonica. Zij ontvingen het woord met alle bereidheid en onderzochten elke dag de Schriften om te zien of dit zo was.
οὗτοι
(houtoi)
deze
δὲ
(de)
nu
ἦσαν
(esan)
waren
εὐγενέστεροι
(eugenesteroi)
edeler
τῶν
(ton)
dan zij
ἐν
(en)
in
Θεσσαλονίκῃ
(Thessalonike)
Tessalonica
οἵτινες
(hoitines)
die
ἐδέξαντο
(edexanto)
ontvingen
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
μετὰ
(meta)
met
πάσης
(pases)
alle
προθυμίας
(prothymias)
bereidheid
τὸ
(to)
het
καθ’
(kath’)
per
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἀνακρίνοντες
(anakrinontes)
onderzoekend
τὰς
(tas)
de
γραφὰς
(graphas)
Schriften
εἰ
(ei)
of
ἔχοι
(echoi)
het zo zou zijn
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
οὕτως
(houtos)
zo
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Tessalonica (nu Thessaloniki): Tessalonica was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië, aan de Thermaïsche Golf in het noorden van Griekenland.
De stad heet nu Thessaloniki.
Zij lag aan de grote weg van oost naar west, de Via Egnatia.
Uitleg
εὐγενής (eugenes), ‘edel’: letterlijk ‘van goede afkomst’; hier gaat het om hun houding. ἀνακρίνω (anakrino), ‘onderzoeken’: nauwkeurig nagaan, zoals een rechter doet.
12Velen van hen geloofden dus, en ook niet weinigen van de Griekse vrouwen van aanzien en van de mannen.
πολλοὶ
(polloi)
velen
μὲν
(men)
immers
οὖν
(oun)
dus
ἐξ
(ex)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐπίστευσαν
(episteusan)
geloofden
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
Ἑλληνίδων
(Hellenidon)
Griekse
γυναικῶν
(gynaikon)
vrouwen
τῶν
(ton)
de
εὐσχημόνων
(euschemonon)
voorname
καὶ
(kai)
en
ἀνδρῶν
(andron)
mannen
οὐκ
(ouk)
niet
ὀλίγοι
(oligoi)
weinigen
Bron: SBLGNT
13Toen de Joden uit Tessalonica merkten dat het woord van Elohim ook in Beroea door Paulus verkondigd werd, kwamen zij ook daar. Zij hitsten de menigten op en brachten ze in verwarring.
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἔγνωσαν
(egnosan)
wisten
οἱ
(hoi)
de
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
de
Θεσσαλονίκης
(Thessalonikes)
Tessalonica
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Βεροίᾳ
(Beroia)
Beroea
κατηγγέλη
(katengele)
verkondigd werd
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
Παύλου
(Paulou)
Paulus
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἦλθον
(elthon)
kwamen
κἀκεῖ
(kakei)
ook daar
σαλεύοντες
(saleuontes)
ophitsend
καὶ
(kai)
en
ταράσσοντες
(tarassontes)
in verwarring brengend
τοὺς
(tous)
de
ὄχλους
(ochlous)
menigten
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Tessalonica (nu Thessaloniki): Tessalonica was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië, aan de Thermaïsche Golf in het noorden van Griekenland.
De stad heet nu Thessaloniki.
Zij lag aan de grote weg van oost naar west, de Via Egnatia.
Zie Beroea (nu Veria): Beroea lag in het zuidwesten van Macedonië, ten westen van Tessalonica.
De stad heet nu Veria.
14Toen zonden de broers Paulus meteen weg, zodat hij tot aan de zee zou gaan. Silas en Timoteüs bleven daar achter.
εὐθέως
(eutheos)
meteen
δὲ
(de)
nu
τότε
(tote)
toen
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
ἐξαπέστειλαν
(exapesteilan)
zonden weg
οἱ
(hoi)
de
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
πορεύεσθαι
(poreuesthai)
om te gaan
ἕως
(heos)
tot
ἐπὶ
(epi)
aan
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
ὑπέμεινάν
(hypemeinan)
bleven achter
τε
(te)
en
ὅ
(ho)
de
τε
(te)
zowel
Σιλᾶς
(Silas)
Silas
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
Τιμόθεος
(Timotheos)
Timoteüs
ἐκεῖ
(ekei)
daar
Bron: SBLGNT
Paulus in Athene
15Zij die Paulus begeleidden, brachten hem tot in Athene. Zij kregen de opdracht mee voor Silas en Timoteüs dat die zo snel mogelijk naar hem toe moesten komen. Daarna vertrokken zij.
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
nu
καθιστάνοντες
(kathistanontes)
die begeleidden
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
ἤγαγον
(egagon)
brachten
ἕως
(heos)
tot
Ἀθηνῶν
(Athenon)
Athene
καὶ
(kai)
en
λαβόντες
(labontes)
ontvangen hebbend
ἐντολὴν
(entolen)
opdracht
πρὸς
(pros)
voor
τὸν
(ton)
de
Σιλᾶν
(Silan)
Silas
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
Τιμόθεον
(Timotheon)
Timoteüs
ἵνα
(hina)
opdat
ὡς
(hos)
zo
τάχιστα
(tachista)
snel mogelijk
ἔλθωσιν
(elthosin)
zij zouden komen
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐξῄεσαν
(exeesan)
vertrokken
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Athene: Athene was de grote cultuurstad van Griekenland, in de Romeinse provincie Achaje.
16Terwijl Paulus in Athene op hen wachtte, werd zijn geest in hem verontwaardigd toen hij de stad vol afgodsbeelden zag.
Ἐν
(En)
in
δὲ
(de)
nu
ταῖς
(tais)
de
Ἀθήναις
(Athenais)
Athene
ἐκδεχομένου
(ekdechomenou)
wachtend op
αὐτοὺς
(autous)
hen
τοῦ
(tou)
de
Παύλου
(Paulou)
Paulus
παρωξύνετο
(paroxyneto)
werd verontwaardigd
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
θεωροῦντος
(theorountos)
ziend
κατείδωλον
(kateidolon)
vol afgodsbeelden
οὖσαν
(ousan)
zijnde
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Athene: Athene was de grote cultuurstad van Griekenland, in de Romeinse provincie Achaje.
17Hij sprak dus in de synagoge met de Joden en de godvrezenden, en elke dag op de markt met wie er toevallig waren.
διελέγετο
(dielegeto)
sprak
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
συναγωγῇ
(synagoge)
synagoge
τοῖς
(tois)
met de
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
Joden
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
met de
σεβομένοις
(sebomenois)
godvrezenden
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ἀγορᾷ
(agora)
markt
κατὰ
(kata)
elke
πᾶσαν
(pasan)
hele
ἡμέραν
(hemeran)
dag
πρὸς
(pros)
met
τοὺς
(tous)
degenen
παρατυγχάνοντας
(paratynchanontas)
die toevallig aanwezig waren
Bron: SBLGNT
18Ook enkele Epicurische en Stoïsche filosofen gingen met hem in gesprek. Sommigen zeiden: „Wat wil deze praatjesmaker toch zeggen?” Anderen zeiden: „Hij lijkt een verkondiger van vreemde goden te zijn.” Hij bracht namelijk de goede boodschap van Yeshua en de opstanding.
τινὲς
(tines)
enkelen
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
ook
τῶν
(ton)
van de
Ἐπικουρείων
(Epikoureion)
Epicurische
καὶ
(kai)
en
Στοϊκῶν
(Stoikon)
Stoïsche
φιλοσόφων
(philosophon)
filosofen
συνέβαλλον
(syneballon)
gingen in gesprek
αὐτῷ
(auto)
met hem
καί
(kai)
en
τινες
(tines)
sommigen
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
Τί
(Ti)
wat
ἂν
(an)
toch
θέλοι
(theloi)
zou willen
ὁ
(ho)
de
σπερμολόγος
(spermologos)
praatjesmaker
οὗτος
(houtos)
deze
λέγειν
(legein)
zeggen
οἱ
(hoi)
de
δέ
(de)
nu
Ξένων
(Xenon)
van vreemde
δαιμονίων
(daimonion)
goden
δοκεῖ
(dokei)
lijkt
καταγγελεὺς
(katangeleus)
verkondiger
εἶναι
(einai)
te zijn
ὅτι
(hoti)
want
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ἀνάστασιν
(anastasin)
opstanding
εὐηγγελίζετο
(euengelizeto)
bracht de goede boodschap
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἐπικούρειοι (Epikoureioi), ‘Epicurische’, en Στοϊκοί (Stoikoi), ‘Stoïsche’: twee scholen van Griekse filosofen. σπερμολόγος (spermologos), ‘praatjesmaker’: letterlijk ‘zaadpikker’, een vogel die zaadjes oppikt; hier iemand die losse stukjes kennis oppikt en doorvertelt. δαιμόνιον (daimonion), ‘god’: in de evangeliën vertalen wij het met ‘demon’, maar de Atheners gebruiken het voor goddelijke wezens.
De opstanding (ἀνάστασις, anastasis) wordt hier genoemd naast Yeshua.
19Zij namen hem mee en brachten hem naar de Areopaag. Zij zeiden: „Kunnen wij weten wat deze nieuwe leer is waarover jij spreekt?
ἐπιλαβόμενοί
(epilabomenoi)
aangegrepen hebbend
τε
(te)
en
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸν
(ton)
de
Ἄρειον
(Areion)
van Ares
Πάγον
(Pagon)
heuvel
ἤγαγον
(egagon)
brachten
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Δυνάμεθα
(Dynametha)
kunnen wij
γνῶναι
(gnonai)
weten
τίς
(tis)
wat
ἡ
(he)
de
καινὴ
(kaine)
nieuwe
αὕτη
(haute)
deze
ἡ
(he)
de
ὑπὸ
(hypo)
door
σοῦ
(sou)
jou
λαλουμένη
(laloumene)
gesproken wordt
διδαχή
(didache)
leer
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Areopaag (Athene; ligging ongeveer): De Areopaag is de rotsheuvel van Ares, ten westen van de Akropolis in Athene.
De naam wordt ook gebruikt voor de raad die er bijeenkwam.
Uitleg
Ἄρειος Πάγος (Areios Pagos), ‘Areopaag’: letterlijk ‘heuvel van Ares’.
Het was een heuvel in Athene en ook de naam van de raad die daar bijeenkwam.
Het Grieks laat open of Paulus naar de heuvel of naar de raad wordt gebracht. διδαχή (didache), ‘leer’.
20Je laat ons immers vreemde dingen horen. Wij willen dus weten wat dit moet betekenen.”
ξενίζοντα
(xenizonta)
vreemde
γάρ
(gar)
want
τινα
(tina)
dingen
εἰσφέρεις
(eisphereis)
breng je
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
ἀκοὰς
(akoas)
oren
ἡμῶν
(hemon)
van ons
βουλόμεθα
(boulometha)
willen wij
οὖν
(oun)
dus
γνῶναι
(gnonai)
weten
τίνα
(tina)
wat
θέλει
(thelei)
wil
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
εἶναι
(einai)
zijn
Bron: SBLGNT
21Alle Atheners en de vreemdelingen die daar verbleven, hadden voor niets anders tijd dan om iets nieuws te zeggen of te horen.
Ἀθηναῖοι
(Athenaioi)
Atheners
δὲ
(de)
nu
πάντες
(pantes)
allen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἐπιδημοῦντες
(epidemountes)
verblijvende
ξένοι
(xenoi)
vreemdelingen
εἰς
(eis)
voor
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἕτερον
(heteron)
anders
ηὐκαίρουν
(eykairoun)
hadden tijd
ἢ
(e)
dan
λέγειν
(legein)
te zeggen
τι
(ti)
iets
ἢ
(e)
of
ἀκούειν
(akouein)
te horen
τι
(ti)
iets
καινότερον
(kainoteron)
nieuwers
Bron: SBLGNT
De rede op de Areopaag
22Paulus ging midden op de Areopaag staan en zei: „Mannen van Athene, ik zie dat jullie in alle opzichten zeer godsdienstig zijn.
Σταθεὶς
(Statheis)
gaan staan zijnde
δὲ
(de)
nu
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
het midden
τοῦ
(tou)
van de
Ἀρείου
(Areiou)
van Ares
Πάγου
(Pagou)
heuvel
ἔφη
(ephe)
zei
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
Ἀθηναῖοι
(Athenaioi)
Atheners
κατὰ
(kata)
in
πάντα
(panta)
alle opzichten
ὡς
(hos)
als
δεισιδαιμονεστέρους
(deisidaimonesterous)
zeer godsdienstigen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
θεωρῶ
(theoro)
zie ik
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Areopaag (Athene; ligging ongeveer): De Areopaag is de rotsheuvel van Ares, ten westen van de Akropolis in Athene.
De naam wordt ook gebruikt voor de raad die er bijeenkwam.
Zie Athene: Athene was de grote cultuurstad van Griekenland, in de Romeinse provincie Achaje.
Uitleg
δεισιδαιμονέστερος (deisidaimonesteros), ‘zeer godsdienstig’: letterlijk ‘bevreesd voor goddelijke machten’.
Het woord kan lof of verwijt zijn; de tekst zegt niet welke van de twee Paulus bedoelt.
23Want toen ik rondging en de voorwerpen van jullie verering bekeek, vond ik ook een altaar met het opschrift: ‘Aan een onbekende god’. Wat jullie dus vereren zonder het te kennen, dat verkondig ik jullie.
διερχόμενος
(dierchomenos)
doorgaand
γὰρ
(gar)
want
καὶ
(kai)
en
ἀναθεωρῶν
(anatheoron)
bekijkend
τὰ
(ta)
de
σεβάσματα
(sebasmata)
voorwerpen van verering
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
εὗρον
(heuron)
vond ik
καὶ
(kai)
ook
βωμὸν
(bomon)
altaar
ἐν
(en)
op
ᾧ
(ho)
welke
ἐπεγέγραπτο
(epegegrapto)
was geschreven
Ἀγνώστῳ
(Agnosto)
aan een onbekende
θεῷ
(theo)
god
ὃ
(ho)
wat
οὖν
(oun)
dus
ἀγνοοῦντες
(agnoountes)
niet wetend
εὐσεβεῖτε
(eusebeite)
vereren jullie
τοῦτο
(touto)
dit
ἐγὼ
(ego)
ik
καταγγέλλω
(katangello)
verkondig
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
σεβάσματα (sebasmata), ‘voorwerpen van verering’: de beelden en altaren die zij vereerden.
Het opschrift heeft θεῷ (theo), ‘god’, zonder lidwoord; wij schrijven kleine letter, omdat de Atheners geen bepaalde god bedoelen. καταγγέλλω (katangello), ‘verkondigen’: hier en in 17:3 en 17:13; ook κηρύσσω (kerysso) vertalen wij met ‘verkondigen’.
24Elohim, die de wereld en alles daarin gemaakt heeft, Hij, de Heer van hemel en aarde, woont niet in heiligdommen die met handen gemaakt zijn.
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ὁ
(ho)
die
ποιήσας
(poiesas)
gemaakt heeft
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alles
τὰ
(ta)
wat
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
haar
οὗτος
(houtos)
Hij
οὐρανοῦ
(ouranou)
van hemel
καὶ
(kai)
en
γῆς
(ges)
aarde
ὑπάρχων
(hyparchon)
zijnde
κύριος
(kyrios)
Heer
οὐκ
(ouk)
niet
ἐν
(en)
in
χειροποιήτοις
(cheiropoietois)
met handen gemaakte
ναοῖς
(naois)
heiligdommen
κατοικεῖ
(katoikei)
woont
Bron: SBLGNT
Uitleg
κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier als titel van Elohim, zoals in Matt. 11:25 en Luc. 10:21. ναός (naos), ‘heiligdom’: zie het gebed van Salomo in 1 Kon. 8:27 en Jes. 66:1–2 (‘Welk huis zouden jullie voor Mij bouwen?’).
Vergelijk Gen. 14:19; 14:22: ‘El, de Allerhoogste, de bezitter van hemel en aarde’.
26Uit één mens heeft Hij elk volk van mensen gemaakt, om te wonen op heel het aardoppervlak. Hij heeft vastgestelde tijden bepaald en ook de grenzen van hun woonplaats,
ἐποίησέν
(epoiesen)
maakte
τε
(te)
en
ἐξ
(ex)
uit
ἑνὸς
(henos)
één
πᾶν
(pan)
elk
ἔθνος
(ethnos)
volk
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
κατοικεῖν
(katoikein)
om te wonen
ἐπὶ
(epi)
op
παντὸς
(pantos)
heel
προσώπου
(prosopou)
het oppervlak
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
ὁρίσας
(horisas)
bepaald hebbend
προστεταγμένους
(prostetagmenous)
vastgestelde
καιροὺς
(kairous)
tijden
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
ὁροθεσίας
(horothesias)
grenzen
τῆς
(tes)
van de
κατοικίας
(katoikias)
woonplaats
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft alleen ‘uit één’ (ἐξ ἑνός); wij vullen ‘mens’ aan.
Vergelijk Gen. 1:27–28. ὁροθεσία (horothesia), ‘grens’: de grens van een woongebied; vergelijk Deut. 32:8 (‘Hij stelde de grenzen van de volken vast’). καιροί (kairoi), ‘tijden’: de tekst zegt niet of seizoenen of tijdperken van volken bedoeld zijn.
Lezing
In sommige latere handschriften staat ‘uit één bloed’ in plaats van ‘uit één’.
28Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij. Zoals ook enkele van jullie dichters gezegd hebben: ‘Want wij zijn ook van Zijn geslacht.’
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
γὰρ
(gar)
want
ζῶμεν
(zomen)
leven wij
καὶ
(kai)
en
κινούμεθα
(kinoumetha)
bewegen wij
καὶ
(kai)
en
ἐσμέν
(esmen)
zijn wij
ὡς
(hos)
zoals
καί
(kai)
ook
τινες
(tines)
enkele
τῶν
(ton)
van de
καθ’
(kath’)
onder
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ποιητῶν
(poieton)
dichters
εἰρήκασιν
(eirekasin)
hebben gezegd
Τοῦ
(Tou)
van Hem
γὰρ
(gar)
want
καὶ
(kai)
ook
γένος
(genos)
geslacht
ἐσμέν
(esmen)
zijn wij
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘Want wij zijn ook van Zijn geslacht’ komt uit het werk van Griekse dichters; Paulus zegt ‘enkele van jullie dichters’ en past de regel toe op Elohim.
Welke dichters hij bedoelt, zegt de tekst niet. γένος (genos), ‘geslacht’: ook ‘afstamming’.
29Wij zijn dus een geslacht van Elohim. Daarom mogen wij niet denken dat het goddelijke gelijk is aan goud, zilver of steen, gevormd door kunst en het bedenken van een mens.
γένος
(genos)
geslacht
οὖν
(oun)
dus
ὑπάρχοντες
(hyparchontes)
zijnde
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὐκ
(ouk)
niet
ὀφείλομεν
(opheilomen)
behoren wij
νομίζειν
(nomizein)
te denken
χρυσῷ
(chryso)
aan goud
ἢ
(e)
of
ἀργύρῳ
(argyro)
zilver
ἢ
(e)
of
λίθῳ
(litho)
steen
χαράγματι
(charagmati)
gevormd
τέχνης
(technes)
door kunst
καὶ
(kai)
en
ἐνθυμήσεως
(enthymeseos)
bedenken
ἀνθρώπου
(anthropou)
van een mens
τὸ
(to)
het
θεῖον
(theion)
goddelijke
εἶναι
(einai)
te zijn
ὅμοιον
(homoion)
gelijk
Bron: SBLGNT
Uitleg
χάραγμα (charagma), ‘gevormd’: iets dat gegraveerd of gemaakt is, zoals een beeld. θεῖον (theion), ‘het goddelijke’: de goddelijke natuur.
30De tijden van onwetendheid heeft Elohim over het hoofd gezien. Nu gebiedt Hij alle mensen, overal, zich te bekeren.
31Hij heeft namelijk een dag vastgesteld waarop Hij de bewoonde wereld in gerechtigheid zal oordelen, door een man die Hij daarvoor bepaald heeft. Daarvan heeft Hij aan allen zekerheid gegeven door Hem uit de doden op te wekken.”
καθότι
(kathoti)
omdat
ἔστησεν
(estesen)
heeft vastgesteld
ἡμέραν
(hemeran)
een dag
ἐν
(en)
in
ᾗ
(he)
welke
μέλλει
(mellei)
Hij zal
κρίνειν
(krinein)
oordelen
τὴν
(ten)
de
οἰκουμένην
(oikoumenen)
bewoonde wereld
ἐν
(en)
in
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
ἐν
(en)
door
ἀνδρὶ
(andri)
een man
ᾧ
(ho)
die
ὥρισεν
(horisen)
heeft bepaald
πίστιν
(pistin)
zekerheid
παρασχὼν
(paraschon)
gegeven hebbend
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
ἀναστήσας
(anastesas)
opgewekt hebbend
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀνήρ (aner), ‘man’: het Grieks noemt zijn naam niet; gezien het slot van het vers bedoelt Paulus Yeshua. πίστις (pistis), ‘zekerheid’: hier niet ‘geloof’, maar het bewijs of de waarborg die Elohim geeft.
Vergelijk Ps. 9:9; 96:13; 98:9 (Elohim oordeelt de wereld in gerechtigheid).
32Toen zij hoorden over de opstanding van doden, spotten sommigen ermee. Anderen zeiden: „Wij willen je hierover nog eens horen.”
Ἀκούσαντες
(Akousantes)
gehoord hebbend
δὲ
(de)
nu
ἀνάστασιν
(anastasin)
opstanding
νεκρῶν
(nekron)
van doden
οἱ
(hoi)
de
μὲν
(men)
enen
ἐχλεύαζον
(echleuazon)
spotten
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
anderen
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Ἀκουσόμεθά
(Akousometha)
wij zullen horen
σου
(sou)
jou
περὶ
(peri)
over
τούτου
(toutou)
dit
καὶ
(kai)
ook
πάλιν
(palin)
weer
Bron: SBLGNT
33Zo ging Paulus uit hun midden weg.
οὕτως
(houtos)
zo
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging weg
ἐκ
(ek)
uit
μέσου
(mesou)
het midden
αὐτῶν
(auton)
van hen
Bron: SBLGNT
34Enkele mannen sloten zich bij hem aan en geloofden. Onder hen waren Dionysius, lid van de Areopaag, een vrouw met de naam Damaris, en anderen met hen.
τινὲς
(tines)
enkele
δὲ
(de)
nu
ἄνδρες
(andres)
mannen
κολληθέντες
(kollethentes)
zich aangesloten hebbend
αὐτῷ
(auto)
bij hem
ἐπίστευσαν
(episteusan)
geloofden
ἐν
(en)
onder
οἷς
(hois)
wie
καὶ
(kai)
ook
Διονύσιος
(Dionysios)
Dionysius
ὁ
(ho)
de
Ἀρεοπαγίτης
(Areopagites)
Areopagiet
καὶ
(kai)
en
γυνὴ
(gyne)
een vrouw
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Δάμαρις
(Damaris)
Damaris
καὶ
(kai)
en
ἕτεροι
(heteroi)
anderen
σὺν
(syn)
met
αὐτοῖς
(autois)
hen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Areopaag (Athene; ligging ongeveer): De Areopaag is de rotsheuvel van Ares, ten westen van de Akropolis in Athene.
De naam wordt ook gebruikt voor de raad die er bijeenkwam.
Uitleg
Ἀρεοπαγίτης (Areopagites), ‘lid van de Areopaag’: iemand van de raad van Athene (zie vers 19).