Elohim Bijbel

1 Timotheüs 5

123456

Ouderen en jongeren, de zorg voor weduwen, de ouderen van de gemeente en raad aan Timoteüs

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Ouderen en jongeren

1Een oudere moet je niet hard toespreken, maar spoor hem aan als een vader, jongere mannen als broers,
Πρεσβυτέρῳ
(Presbytero)
aan een oudere
μὴ
(me)
niet
ἐπιπλήξῃς
(epiplexes)
spreek hard toe
ἀλλὰ
(alla)
maar
παρακάλει
(parakalei)
spoor aan
ὡς
(hos)
als
πατέρα
(patera)
vader
νεωτέρους
(neoterous)
jongere mannen
ὡς
(hos)
als
ἀδελφούς
(adelphous)
broers
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρεσβύτερος (presbyteros), ‘oudere’: hier eenvoudig een oudere man, tegenover de ‘jongere’ (νεώτερος); in vers 17 en 19 gaat het om de ouderen die in de gemeente leiding geven.

Het Griekse woord is hetzelfde.

Wij houden ‘oudere’ aan en laten de context bepalen; de tekst zegt niet waar het ene in het andere overgaat. ἐπιπλήσσω (epiplesso), ‘hard toespreken’: iemand scherp aanvallen met woorden. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: hier gewone broers; zie ook 4:6.

Zie ook Lev. 19:32; 1 Tim. 4:6; 1 Petr. 5:1.

2oudere vrouwen als moeders, jongere vrouwen als zusters, in alle zuiverheid.
πρεσβυτέρας
(presbyteras)
oudere vrouwen
ὡς
(hos)
als
μητέρας
(meteras)
moeders
νεωτέρας
(neoteras)
jongere vrouwen
ὡς
(hos)
als
ἀδελφὰς
(adelphas)
zusters
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
alle
ἁγνείᾳ
(hagneia)
zuiverheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγνεία (hagneia), ‘zuiverheid’: zoals in 4:12.

De vier groepen volgen elkaar als gezinsleden: vaders, broers, moeders, zusters.

De weduwen

3Eer de weduwen die echt weduwen zijn.
Χήρας
(Cheras)
weduwen
τίμα
(tima)
eer
τὰς
(tas)
de
ὄντως
(ontos)
echte
χήρας
(cheras)
weduwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

χήρα (chera), ‘weduwe’. τιμάω (timao), ‘eren’: ook ‘waarderen, vergoeden’; dit blijkt uit de volgende verzen, waar het om onderhoud gaat. ὄντως χήρα (ontos chera), ‘echte weduwe’: een weduwe die niemand heeft om voor haar te zorgen (vers 5).

Zie ook Hand. 6:1; Exod. 22:21–23; Deut. 10:18.

4Maar als een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, laten die eerst leren hun eigen huis vroom te behandelen en hun voorouders terug te betalen. Want dat is aanvaardbaar in het oog van Elohim.
εἰ
(ei)
als
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
een
χήρα
(chera)
weduwe
τέκνα
(tekna)
kinderen
ἢ
(e)
of
ἔκγονα
(ekgona)
kleinkinderen
ἔχει
(echei)
heeft
μανθανέτωσαν
(manthanetosan)
laten ze leren
πρῶτον
(proton)
eerst
τὸν
(ton)
het
ἴδιον
(idion)
eigen
οἶκον
(oikon)
huis
εὐσεβεῖν
(eusebein)
vroom te behandelen
καὶ
(kai)
en
ἀμοιβὰς
(amoibas)
vergelding
ἀποδιδόναι
(apodidonai)
te geven
τοῖς
(tois)
aan de
προγόνοις
(progonois)
voorouders
τοῦτο
(touto)
dit
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ἀπόδεκτον
(apodekton)
aanvaardbaar
ἐνώπιον
(enopion)
in het oog
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔκγονα (ekgona), ‘kleinkinderen’: nakomelingen. εὐσεβέω (eusebeo), ‘vroom behandelen’: vroomheid betonen; verwant met εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’. πρόγονοι (progonoi), ‘voorouders’: wie eerder kwam, hier ouders en grootouders. ἀμοιβή (amoibe), ‘vergelding’: wat men terugbetaalt.

Het Grieks zegt niet wie ‘die’ zijn: de kinderen en kleinkinderen leren zorgen voor de weduwe, hun moeder of grootmoeder. ἀπόδεκτος (apodektos), ‘aanvaardbaar’: zoals in 2:3.

Zie ook 1 Tim. 2:3; Exod. 20:12.

5Maar de echte weduwe, die alleen is achtergebleven, heeft haar hoop gevestigd op Elohim en blijft nacht en dag in smekingen en gebeden.
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
ὄντως
(ontos)
echte
χήρα
(chera)
weduwe
καὶ
(kai)
en
μεμονωμένη
(memonomene)
alleen achtergebleven
ἤλπικεν
(elpiken)
heeft gehoopt
ἐπὶ
(epi)
op
θεὸν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
προσμένει
(prosmenei)
blijft
ταῖς
(tais)
in de
δεήσεσιν
(deesesin)
smekingen
καὶ
(kai)
en
ταῖς
(tais)
in de
προσευχαῖς
(proseuchais)
gebeden
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
καὶ
(kai)
en
ἡμέρας
(hemeras)
dag
Bron: SBLGNT
Uitleg

μεμονωμένη (memonomene), ‘alleen achtergebleven’: zonder familie. ἤλπικεν (elpiken), ‘heeft gehoopt’: haar hoop is gevestigd en blijft; zoals in 4:10. προσμένω (prosmeno), ‘blijven’: volhouden. δέησις (deesis), ‘smeking’, en προσευχή (proseuche), ‘gebed’: zoals in 2:1.

Vergelijk Anna in Luc. 2:37.

Zie ook Luc. 2:37; 1 Tim. 4:10.

Lezing

Bij ‘Elohim’ (θεόν) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

6Maar de weduwe die zich aan genot overgeeft, is dood terwijl zij leeft.
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
σπαταλῶσα
(spatalosa)
die zich aan genot overgeeft
ζῶσα
(zosa)
levend
τέθνηκεν
(tethneken)
is dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπαταλάω (spatalao), ‘zich aan genot overgeven’: losbandig en weelderig leven.

‘Dood terwijl zij leeft’: het Grieks heeft ‘levend is zij gestorven’ (ζῶσα τέθνηκεν), in de voltooide tijd.

De tekst zegt niet in welke zin zij dood is.

7Draag ook dit op, opdat zij onberispelijk zijn.
καὶ
(kai)
en
ταῦτα
(tauta)
dit
παράγγελλε
(parangelle)
draag op
ἵνα
(hina)
opdat
ἀνεπίλημπτοι
(anepilemptoi)
onberispelijk
ὦσιν
(osin)
zij zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνεπίλημπτος (anepilemptos), ‘onberispelijk’: zoals in 3:2 en 6:14.

Wie met ‘zij’ bedoeld wordt, zegt het Grieks niet: de weduwen, hun familie of beide.

Zie ook 1 Tim. 3:2; 1 Tim. 6:14.

8Maar als iemand niet zorgt voor zijn eigen mensen, en vooral niet voor die van zijn huis, heeft hij het geloof verloochend. Hij is erger dan een ongelovige.
εἰ
(ei)
als
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
τῶν
(ton)
voor de
ἰδίων
(idion)
eigen
καὶ
(kai)
en
μάλιστα
(malista)
vooral
οἰκείων
(oikeion)
huisgenoten
οὐ
(ou)
niet
προνοεῖ
(pronoei)
zorgt
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
ἤρνηται
(ernetai)
heeft verloochend
καὶ
(kai)
en
ἔστιν
(estin)
is
ἀπίστου
(apistou)
dan een ongelovige
χείρων
(cheiron)
erger
Bron: SBLGNT
Uitleg

προνοέω (pronoeo), ‘zorgen voor’: vooruit denken aan. οἰκεῖοι (oikeioi), ‘huisgenoten’: wie tot het huis hoort. ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’: loochenen, zich afkeren van. ἄπιστος (apistos), ‘ongelovige’: ook ‘onbetrouwbare’.

Lezing

Bij ‘vooral’ (μάλιστα) en bij ‘zorgt’ (προνοεῖ) markeert de SBLGNT varianten.

Wij volgen de SBLGNT.

9Een weduwe moet op de lijst worden opgenomen als zij niet minder dan 60 jaar oud is, vrouw van één man,
Χήρα
(Chera)
weduwe
καταλεγέσθω
(katalegestho)
laat op de lijst worden gezet
μὴ
(me)
niet
ἔλαττον
(elatton)
minder
ἐτῶν
(eton)
dan jaren
ἑξήκοντα
(hexekonta)
60
γεγονυῖα
(gegonuia)
zijnde
ἑνὸς
(henos)
van één
ἀνδρὸς
(andros)
man
γυνή
(gyne)
vrouw
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταλέγω (katalego), ‘op de lijst zetten’: in een register opnemen.

De tekst zegt niet waarvoor de lijst dient: voor onderhoud of voor een taak in de gemeente. ἑνὸς ἀνδρὸς γυνή (henos andros gyne), ‘vrouw van één man’: spiegelt ‘man van één vrouw’ in 3:2.

Ook hier doet het Grieks geen keuze: één huwelijk, of trouw in het huwelijk.

Zie ook 1 Tim. 3:2; 1 Tim. 3:12.

10met een getuigenis van goede werken: of zij kinderen heeft grootgebracht, gastvrij is geweest, de voeten van heiligen heeft gewassen, benarden heeft bijgestaan en elk goed werk is nagegaan.
ἐν
(en)
in
ἔργοις
(ergois)
werken
καλοῖς
(kalois)
goede
μαρτυρουμένη
(martyroumene)
getuigenis hebbend
εἰ
(ei)
of
ἐτεκνοτρόφησεν
(eteknotrophesen)
kinderen heeft grootgebracht
εἰ
(ei)
of
ἐξενοδόχησεν
(exenodochesen)
gastvrij was
εἰ
(ei)
of
ἁγίων
(hagion)
van heiligen
πόδας
(podas)
voeten
ἔνιψεν
(enipsen)
wies
εἰ
(ei)
of
θλιβομένοις
(thlibomenois)
benarden
ἐπήρκεσεν
(eperkesen)
bijstond
εἰ
(ei)
of
παντὶ
(panti)
aan elk
ἔργῳ
(ergo)
werk
ἀγαθῷ
(agatho)
goed
ἐπηκολούθησεν
(epekolouthesen)
is nagegaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

τεκνοτροφέω (teknotrofeo), ‘kinderen grootbrengen’; ξενοδοχέω (xenodocheo), ‘gastvrij zijn’; ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de gelovigen; ἐπαρκέω (eparkeo), ‘bijstaan’: helpen; θλίβω (thlibo), ‘benauwen’: wie in nood zit.

De voeten wassen is een dienst die bij gastvrijheid hoort; vergelijk Joh. 13:5–14.

Zie ook Joh. 13:5; Luc. 7:44.

11Wijs jongere weduwen af. Want zodra zij zich, tegen de Messias in, door zinnelijke drang laten leiden, willen zij trouwen,
νεωτέρας
(neoteras)
jongere
δὲ
(de)
maar
χήρας
(cheras)
weduwen
παραιτοῦ
(paraitou)
wijs af
ὅταν
(hotan)
wanneer
γὰρ
(gar)
want
καταστρηνιάσωσιν
(katastreniasosin)
zinnelijk worden tegen
τοῦ
(tou)
de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
γαμεῖν
(gamein)
trouwen
θέλουσιν
(thelousin)
willen ze
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταστρηνιάω (katastreniao), ‘zinnelijk worden tegen’: het werkwoord heeft de Messias in de tweede naamval; wij vertalen ‘tegen de Messias in’: het zinnelijke verlangen komt in botsing met hun toewijding aan Hem.

De tekst zegt niet dat trouwen zelf verkeerd is (zie vers 14).

Zie ook 1 Tim. 5:14.

Zie ook1 Tim 5:14
12en zo komt er een oordeel over hen, omdat zij hun eerste geloof hebben verworpen.
ἔχουσαι
(echousai)
hebbend
κρίμα
(krima)
oordeel
ὅτι
(hoti)
omdat
τὴν
(ten)
het
πρώτην
(proten)
eerste
πίστιν
(pistin)
geloof
ἠθέτησαν
(ethetesan)
hebben verworpen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίμα (krima), ‘oordeel’. πρώτη πίστις (prote pistis), ‘eerste geloof’: het Griekse woord πίστις kan ook ‘trouw, belofte’ betekenen.

Het kan dus gaan om wat zij eerst beloofden of beleden; de tekst zegt niet wat die belofte was. ἀθετέω (atheteo), ‘verwerpen’: terzijde schuiven, ongeldig verklaren.

13Tegelijk leren zij ook werkloos te zijn, rondgaand van huis tot huis. En niet alleen werkloos, maar ook babbelziek en bemoeizuchtig, sprekend over wat niet past.
ἅμα
(hama)
tegelijk
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἀργαὶ
(argai)
werkloos
μανθάνουσιν
(manthanousin)
leren zij
περιερχόμεναι
(perierchomenai)
rondgaand
τὰς
(tas)
de
οἰκίας
(oikias)
huizen
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
δὲ
(de)
maar
ἀργαὶ
(argai)
werkloos
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
φλύαροι
(phlyaroi)
babbelziek
καὶ
(kai)
en
περίεργοι
(periergoi)
bemoeizuchtig
λαλοῦσαι
(lalousai)
sprekend
τὰ
(ta)
wat
μὴ
(me)
niet
δέοντα
(deonta)
past
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀργός (argos), ‘werkloos’: letterlijk ‘zonder werk’. φλύαρος (fluaros), ‘babbelziek’: wie onzin praat. περίεργος (periergos), ‘bemoeizuchtig’: letterlijk ‘rondom werkend’, zich met andermans zaken bemoeiend.

Het Grieks heeft bij ‘werkloos’ geen werkwoord ‘zijn’: ἀργαὶ μανθάνουσιν (argai manthanousin), ‘werkloos leren zij’; wij vullen ‘te zijn’ aan.

14Ik wil dus dat de jongere vrouwen trouwen, kinderen baren en het huis besturen, en de tegenstander geen enkele aanleiding geven tot laster.
βούλομαι
(boulomai)
ik wil
οὖν
(oun)
dus
νεωτέρας
(neoteras)
jongere vrouwen
γαμεῖν
(gamein)
te trouwen
τεκνογονεῖν
(teknogonein)
kinderen te baren
οἰκοδεσποτεῖν
(oikodespotein)
het huis te besturen
μηδεμίαν
(medemian)
geen enkele
ἀφορμὴν
(aphormen)
aanleiding
διδόναι
(didonai)
te geven
τῷ
(to)
aan de
ἀντικειμένῳ
(antikeimeno)
tegenstander
λοιδορίας
(loidorias)
van laster
χάριν
(charin)
wegens
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκοδεσποτέω (oikodespoteo), ‘het huis besturen’: de leiding hebben over het huishouden. ὁ ἀντικείμενος (ho antikeimenos), ‘de tegenstander’: ook ‘de opponent’ of ‘de Tegenstander’ (Satan, zie vers 15); de tekst zegt niet welke. ἀφορμή (aformē), ‘aanleiding’. λοιδορία (loidoria), ‘laster, smaad’.

Zie ook 1 Tim. 5:15; 1 Tim. 6:1.

15Want sommigen zijn al afgeweken, achter Satan aan.
ἤδη
(ede)
al
γάρ
(gar)
want
τινες
(tines)
sommigen
ἐξετράπησαν
(exetrapesan)
zijn afgeweken
ὀπίσω
(opiso)
achter
τοῦ
(tou)
de
Σατανᾶ
(Satana)
Satan
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκτρέπομαι (ektrepomai), ‘afwijken’: zoals in 1:6. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: de tegenstander; zie 1:20.

Zie ook 1 Tim. 1:6; 1 Tim. 1:20.

16Als een gelovige vrouw weduwen heeft, laat zij hen ondersteunen, en laat de gemeente niet belast worden, opdat zij de echte weduwen kan ondersteunen.
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
een
πιστὴ
(piste)
gelovige vrouw
ἔχει
(echei)
heeft
χήρας
(cheras)
weduwen
ἐπαρκείτω
(eparkeito)
laat ondersteunen
αὐταῖς
(autais)
hen
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
βαρείσθω
(bareistho)
laat belast worden
ἡ
(he)
de
ἐκκλησία
(ekklesia)
gemeente
ἵνα
(hina)
opdat
ταῖς
(tais)
aan de
ὄντως
(ontos)
echte
χήραις
(cherais)
weduwen
ἐπαρκέσῃ
(eparkese)
zij ondersteunt
Bron: SBLGNT
Uitleg

βαρέω (bareo), ‘belasten’: zwaar maken. ἐπαρκέω (eparkeo), ‘ondersteunen’: zoals in vers 10. πιστή (piste) is vrouwelijk: ‘een gelovige vrouw’.

Lezing

Bij ‘een’ (τις) en bij ‘laat zij ondersteunen’ (ἐπαρκείτω) markeert de SBLGNT varianten.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ook1 Tim 5:10

De ouderen van de gemeente

17De ouderen die goed leiding geven, moeten dubbele eer waardig geacht worden, vooral zij die zich inspannen in het woord en het onderwijs.
Οἱ
(Hoi)
de
καλῶς
(kalos)
goed
προεστῶτες
(proestotes)
leiding gevende
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
ouderen
διπλῆς
(diples)
van dubbele
τιμῆς
(times)
eer
ἀξιούσθωσαν
(axiousthosan)
laten waardig geacht worden
μάλιστα
(malista)
vooral
οἱ
(hoi)
de
κοπιῶντες
(kopiontes)
zich inspannende
ἐν
(en)
in
λόγῳ
(logo)
woord
καὶ
(kai)
en
διδασκαλίᾳ
(didaskalia)
onderwijs
Bron: SBLGNT
Uitleg

προΐστημι (proistemi), ‘leiding geven’: zoals in 3:4. διπλῆ τιμή (diple time), ‘dubbele eer’: ‘eer’ kan ook ‘vergoeding, onderhoud’ betekenen; het Grieks zegt niet hoeveel ‘dubbel’ is.

Het volgende vers noemt een loon. κοπιάω (kopiao), ‘zich inspannen’: zoals in 4:10.

Zie ook 1 Tim. 4:10; Hand. 14:23; Hand. 20:17; Tit. 1:5.

18Want de Schrift zegt: „Je mag een dorsende stier niet muilbanden”, en: „De arbeider is zijn loon waard.”
λέγει
(legei)
zegt
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
de
γραφή
(graphe)
Schrift
Βοῦν
(Boun)
stier
ἀλοῶντα
(aloonta)
dorsende
οὐ
(ou)
niet
φιμώσεις
(phimoseis)
zul je muilbanden
καί
(kai)
en
Ἄξιος
(Axios)
waard
ὁ
(ho)
de
ἐργάτης
(ergates)
arbeider
τοῦ
(tou)
van het
μισθοῦ
(misthou)
loon
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Deut. 25:4.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Je mag een stier niet muilbanden als hij aan het dorsen is.’

De Griekse tekst heeft ‘Een dorsende stier zul je niet muilbanden’.

Paulus gebruikt hetzelfde vers in 1 Kor. 9:9.

Het tweede citaat, ‘De arbeider is zijn loon waard’, staat in Luc. 10:7 en lijkt op Matt. 10:10.

De inleiding ‘de Schrift zegt’ (λέγει ἡ γραφή) staat voor beide aanhalingen; de tekst noemt geen bron voor het tweede.

Het werkwoord in het eerste citaat is een toekomende tijd (‘je zult niet muilbanden’).

Zie ook Deut. 25:4; 1 Kor. 9:9; Luc. 10:7; Matt. 10:10.

19Neem geen beschuldiging aan tegen een oudere, behalve op grond van twee of drie getuigen.
κατὰ
(kata)
tegen
πρεσβυτέρου
(presbyterou)
een oudere
κατηγορίαν
(kategorian)
beschuldiging
μὴ
(me)
niet
παραδέχου
(paradechou)
neem aan
ἐκτὸς
(ektos)
behalve
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ἐπὶ
(epi)
op grond van
δύο
(dyo)
twee
ἢ
(e)
of
τριῶν
(trion)
drie
μαρτύρων
(martyron)
getuigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατηγορία (kategoria), ‘beschuldiging’. παραδέχομαι (paradechomai), ‘aannemen’: in behandeling nemen.

De regel van twee of drie getuigen komt uit Deut. 19:15.

Zie ook Deut. 19:15; Matt. 18:16; 2 Kor. 13:1.

20Wie zondigen, wijs terecht ten overstaan van allen, opdat ook de anderen vrees hebben.
τοὺς
(tous)
die
ἁμαρτάνοντας
(hamartanontas)
zondigen
ἐνώπιον
(enopion)
ten overstaan van
πάντων
(panton)
allen
ἔλεγχε
(elenche)
wijs terecht
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
λοιποὶ
(loipoi)
anderen
φόβον
(phobon)
vrees
ἔχωσιν
(echosin)
hebben
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’: ook ‘overtuigen, aan het licht brengen’. ἐνώπιον πάντων (enopion panton), ‘ten overstaan van allen’: de tekst zegt niet of de gemeente of alle betrokkenen bedoeld zijn. φόβος (fobos), ‘vrees’.

Zie ook Matt. 18:15–17.

Lezing

Bij ‘wie’ (τοὺς) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

21Ik betuig ten overstaan van Elohim, Yeshua de Messias en de uitverkoren engelen dat je dit onderhoudt zonder vooroordeel en niets doet uit vooringenomenheid.
διαμαρτύρομαι
(diamartyromai)
ik betuig
ἐνώπιον
(enopion)
ten overstaan van
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
ἐκλεκτῶν
(eklekton)
uitverkoren
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
ἵνα
(hina)
opdat
ταῦτα
(tauta)
dit
φυλάξῃς
(phylaxes)
je onderhoudt
χωρὶς
(choris)
zonder
προκρίματος
(prokrimatos)
vooroordeel
μηδὲν
(meden)
niets
ποιῶν
(poion)
doend
κατὰ
(kata)
uit
πρόσκλισιν
(prosklisin)
vooringenomenheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘betuigen’: plechtig verklaren met getuigen erbij.

‘De uitverkoren engelen’: ἐκλεκτοὶ ἄγγελοι (eklektoi angeloi); de tekst zegt niet wie bedoeld wordt. πρόκριμα (prokrima), ‘vooroordeel’: een oordeel vooraf. πρόσκλισις (prosklisis), ‘vooringenomenheid’: neiging naar één kant.

Zie ook Deut. 1:17; Luc. 9:26.

Lezing

Bij ‘Yeshua de Messias’ markeert de SBLGNT een variant.

Wij vertalen steeds ‘Yeshua de Messias’.

Zuiver blijven

22Leg niemand haastig de handen op, en neem geen deel aan de zonden van anderen. Houd jezelf zuiver.
χεῖρας
(cheiras)
handen
ταχέως
(tacheos)
haastig
μηδενὶ
(medeni)
aan niemand
ἐπιτίθει
(epitithei)
leg op
μηδὲ
(mede)
noch
κοινώνει
(koinonei)
neem deel
ἁμαρτίαις
(hamartiais)
aan zonden
ἀλλοτρίαις
(allotriais)
van anderen
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
ἁγνὸν
(hagnon)
zuiver
τήρει
(terei)
houd
Bron: SBLGNT
Uitleg

De ‘oplegging van de handen’ (ἐπιτίθημι χεῖρας) kan hier voor een aanstelling staan, zoals in 4:14, of voor een andere handeling; de tekst zegt het niet. κοινωνέω (koinoneo), ‘deelnemen’. ἁγνός (hagnos), ‘zuiver’.

Zie ook 1 Tim. 4:14; 2 Tim. 1:6.

23Drink niet langer alleen water, maar gebruik een weinig wijn, vanwege je maag en je veelvuldige zwakheden.
μηκέτι
(meketi)
niet meer
ὑδροπότει
(hydropotei)
drink water
ἀλλὰ
(alla)
maar
οἴνῳ
(oino)
wijn
ὀλίγῳ
(oligo)
weinig
χρῶ
(chro)
gebruik
διὰ
(dia)
wegens
τὸν
(ton)
de
στόμαχον
(stomachon)
maag
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
πυκνάς
(pyknas)
veelvuldige
σου
(sou)
van jou
ἀσθενείας
(astheneias)
zwakheden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑδροποτέω (hydropoteo), ‘water drinken’: alleen water gebruiken.

‘Een weinig wijn’ (οἴνῳ ὀλίγῳ): geen aansporing tot veel drinken (zie 3:3; 3:8). στόμαχος (stomachos), ‘maag’. ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’: ook ‘ziekte’.

De tekst zegt niet welke klachten Timoteüs had.

Zie ook 1 Tim. 3:3; 1 Tim. 3:8.

Lezing

Bij ‘maag’ (στόμαχον) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

24De zonden van sommige mensen zijn duidelijk te zien en gaan hen voor naar het oordeel. Bij anderen volgen ze achteraan.
Τινῶν
(Tinon)
van sommige
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
αἱ
(hai)
de
ἁμαρτίαι
(hamartiai)
zonden
πρόδηλοί
(prodeloi)
duidelijk zichtbaar
εἰσιν
(eisin)
zijn
προάγουσαι
(proagousai)
voorafgaand
εἰς
(eis)
naar
κρίσιν
(krisin)
oordeel
τισὶν
(tisin)
bij sommigen
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἐπακολουθοῦσιν
(epakolouthousin)
volgen ze achteraan
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρόδηλος (prodelos), ‘duidelijk zichtbaar’. προάγω (proago), ‘voorgaan’; ἐπακολουθέω (epakoloutheo), ‘achteraan komen’.

Het beeld is dat sommige zonden het oordeel vooruitgaan en andere erachteraan komen.

25Zo zijn ook de goede werken duidelijk te zien, en wat anders is, kan niet verborgen blijven.
ὡσαύτως
(hosautos)
evenzo
καὶ
(kai)
ook
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
τὰ
(ta)
de
καλὰ
(kala)
goede
πρόδηλα
(prodela)
duidelijk zichtbaar
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
wat
ἄλλως
(allos)
anders
ἔχοντα
(echonta)
zich verhoudt
κρυβῆναι
(krybenai)
verborgen te blijven
οὐ
(ou)
niet
δύνανται
(dynantai)
kunnen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔργα τὰ καλά (erga ta kala), ‘de goede werken’.

De goede werken zijn net als de zonden uit vers 24 uiteindelijk niet te verbergen.

Lezing

Bij ‘de goede werken’ (ἔργα τὰ καλά) en bij ‘duidelijk zichtbaar’ (πρόδηλα) markeert de SBLGNT varianten.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ook1 Tim 5:24