1 Timotheüs 5
Ouderen en jongeren, de zorg voor weduwen, de ouderen van de gemeente en raad aan Timoteüs
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Ouderen en jongeren
πρεσβύτερος (presbyteros), ‘oudere’: hier eenvoudig een oudere man, tegenover de ‘jongere’ (νεώτερος); in vers 17 en 19 gaat het om de ouderen die in de gemeente leiding geven.
Het Griekse woord is hetzelfde.
Wij houden ‘oudere’ aan en laten de context bepalen; de tekst zegt niet waar het ene in het andere overgaat. ἐπιπλήσσω (epiplesso), ‘hard toespreken’: iemand scherp aanvallen met woorden. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: hier gewone broers; zie ook 4:6.
Zie ook Lev. 19:32; 1 Tim. 4:6; 1 Petr. 5:1.
ἁγνεία (hagneia), ‘zuiverheid’: zoals in 4:12.
De vier groepen volgen elkaar als gezinsleden: vaders, broers, moeders, zusters.
De weduwen
χήρα (chera), ‘weduwe’. τιμάω (timao), ‘eren’: ook ‘waarderen, vergoeden’; dit blijkt uit de volgende verzen, waar het om onderhoud gaat. ὄντως χήρα (ontos chera), ‘echte weduwe’: een weduwe die niemand heeft om voor haar te zorgen (vers 5).
Zie ook Hand. 6:1; Exod. 22:21–23; Deut. 10:18.
ἔκγονα (ekgona), ‘kleinkinderen’: nakomelingen. εὐσεβέω (eusebeo), ‘vroom behandelen’: vroomheid betonen; verwant met εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’. πρόγονοι (progonoi), ‘voorouders’: wie eerder kwam, hier ouders en grootouders. ἀμοιβή (amoibe), ‘vergelding’: wat men terugbetaalt.
Het Grieks zegt niet wie ‘die’ zijn: de kinderen en kleinkinderen leren zorgen voor de weduwe, hun moeder of grootmoeder. ἀπόδεκτος (apodektos), ‘aanvaardbaar’: zoals in 2:3.
Zie ook 1 Tim. 2:3; Exod. 20:12.
μεμονωμένη (memonomene), ‘alleen achtergebleven’: zonder familie. ἤλπικεν (elpiken), ‘heeft gehoopt’: haar hoop is gevestigd en blijft; zoals in 4:10. προσμένω (prosmeno), ‘blijven’: volhouden. δέησις (deesis), ‘smeking’, en προσευχή (proseuche), ‘gebed’: zoals in 2:1.
Vergelijk Anna in Luc. 2:37.
Zie ook Luc. 2:37; 1 Tim. 4:10.
Bij ‘Elohim’ (θεόν) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
σπαταλάω (spatalao), ‘zich aan genot overgeven’: losbandig en weelderig leven.
‘Dood terwijl zij leeft’: het Grieks heeft ‘levend is zij gestorven’ (ζῶσα τέθνηκεν), in de voltooide tijd.
De tekst zegt niet in welke zin zij dood is.
ἀνεπίλημπτος (anepilemptos), ‘onberispelijk’: zoals in 3:2 en 6:14.
Wie met ‘zij’ bedoeld wordt, zegt het Grieks niet: de weduwen, hun familie of beide.
Zie ook 1 Tim. 3:2; 1 Tim. 6:14.
προνοέω (pronoeo), ‘zorgen voor’: vooruit denken aan. οἰκεῖοι (oikeioi), ‘huisgenoten’: wie tot het huis hoort. ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’: loochenen, zich afkeren van. ἄπιστος (apistos), ‘ongelovige’: ook ‘onbetrouwbare’.
Bij ‘vooral’ (μάλιστα) en bij ‘zorgt’ (προνοεῖ) markeert de SBLGNT varianten.
Wij volgen de SBLGNT.
καταλέγω (katalego), ‘op de lijst zetten’: in een register opnemen.
De tekst zegt niet waarvoor de lijst dient: voor onderhoud of voor een taak in de gemeente. ἑνὸς ἀνδρὸς γυνή (henos andros gyne), ‘vrouw van één man’: spiegelt ‘man van één vrouw’ in 3:2.
Ook hier doet het Grieks geen keuze: één huwelijk, of trouw in het huwelijk.
Zie ook 1 Tim. 3:2; 1 Tim. 3:12.
τεκνοτροφέω (teknotrofeo), ‘kinderen grootbrengen’; ξενοδοχέω (xenodocheo), ‘gastvrij zijn’; ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de gelovigen; ἐπαρκέω (eparkeo), ‘bijstaan’: helpen; θλίβω (thlibo), ‘benauwen’: wie in nood zit.
De voeten wassen is een dienst die bij gastvrijheid hoort; vergelijk Joh. 13:5–14.
Zie ook Joh. 13:5; Luc. 7:44.
καταστρηνιάω (katastreniao), ‘zinnelijk worden tegen’: het werkwoord heeft de Messias in de tweede naamval; wij vertalen ‘tegen de Messias in’: het zinnelijke verlangen komt in botsing met hun toewijding aan Hem.
De tekst zegt niet dat trouwen zelf verkeerd is (zie vers 14).
Zie ook 1 Tim. 5:14.
κρίμα (krima), ‘oordeel’. πρώτη πίστις (prote pistis), ‘eerste geloof’: het Griekse woord πίστις kan ook ‘trouw, belofte’ betekenen.
Het kan dus gaan om wat zij eerst beloofden of beleden; de tekst zegt niet wat die belofte was. ἀθετέω (atheteo), ‘verwerpen’: terzijde schuiven, ongeldig verklaren.
ἀργός (argos), ‘werkloos’: letterlijk ‘zonder werk’. φλύαρος (fluaros), ‘babbelziek’: wie onzin praat. περίεργος (periergos), ‘bemoeizuchtig’: letterlijk ‘rondom werkend’, zich met andermans zaken bemoeiend.
Het Grieks heeft bij ‘werkloos’ geen werkwoord ‘zijn’: ἀργαὶ μανθάνουσιν (argai manthanousin), ‘werkloos leren zij’; wij vullen ‘te zijn’ aan.
οἰκοδεσποτέω (oikodespoteo), ‘het huis besturen’: de leiding hebben over het huishouden. ὁ ἀντικείμενος (ho antikeimenos), ‘de tegenstander’: ook ‘de opponent’ of ‘de Tegenstander’ (Satan, zie vers 15); de tekst zegt niet welke. ἀφορμή (aformē), ‘aanleiding’. λοιδορία (loidoria), ‘laster, smaad’.
Zie ook 1 Tim. 5:15; 1 Tim. 6:1.
ἐκτρέπομαι (ektrepomai), ‘afwijken’: zoals in 1:6. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: de tegenstander; zie 1:20.
Zie ook 1 Tim. 1:6; 1 Tim. 1:20.
βαρέω (bareo), ‘belasten’: zwaar maken. ἐπαρκέω (eparkeo), ‘ondersteunen’: zoals in vers 10. πιστή (piste) is vrouwelijk: ‘een gelovige vrouw’.
Bij ‘een’ (τις) en bij ‘laat zij ondersteunen’ (ἐπαρκείτω) markeert de SBLGNT varianten.
Wij volgen de SBLGNT.
De ouderen van de gemeente
προΐστημι (proistemi), ‘leiding geven’: zoals in 3:4. διπλῆ τιμή (diple time), ‘dubbele eer’: ‘eer’ kan ook ‘vergoeding, onderhoud’ betekenen; het Grieks zegt niet hoeveel ‘dubbel’ is.
Het volgende vers noemt een loon. κοπιάω (kopiao), ‘zich inspannen’: zoals in 4:10.
Zie ook 1 Tim. 4:10; Hand. 14:23; Hand. 20:17; Tit. 1:5.
Aanhaling van Deut. 25:4.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Je mag een stier niet muilbanden als hij aan het dorsen is.’
De Griekse tekst heeft ‘Een dorsende stier zul je niet muilbanden’.
Paulus gebruikt hetzelfde vers in 1 Kor. 9:9.
Het tweede citaat, ‘De arbeider is zijn loon waard’, staat in Luc. 10:7 en lijkt op Matt. 10:10.
De inleiding ‘de Schrift zegt’ (λέγει ἡ γραφή) staat voor beide aanhalingen; de tekst noemt geen bron voor het tweede.
Het werkwoord in het eerste citaat is een toekomende tijd (‘je zult niet muilbanden’).
Zie ook Deut. 25:4; 1 Kor. 9:9; Luc. 10:7; Matt. 10:10.
κατηγορία (kategoria), ‘beschuldiging’. παραδέχομαι (paradechomai), ‘aannemen’: in behandeling nemen.
De regel van twee of drie getuigen komt uit Deut. 19:15.
Zie ook Deut. 19:15; Matt. 18:16; 2 Kor. 13:1.
ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’: ook ‘overtuigen, aan het licht brengen’. ἐνώπιον πάντων (enopion panton), ‘ten overstaan van allen’: de tekst zegt niet of de gemeente of alle betrokkenen bedoeld zijn. φόβος (fobos), ‘vrees’.
Zie ook Matt. 18:15–17.
Bij ‘wie’ (τοὺς) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘betuigen’: plechtig verklaren met getuigen erbij.
‘De uitverkoren engelen’: ἐκλεκτοὶ ἄγγελοι (eklektoi angeloi); de tekst zegt niet wie bedoeld wordt. πρόκριμα (prokrima), ‘vooroordeel’: een oordeel vooraf. πρόσκλισις (prosklisis), ‘vooringenomenheid’: neiging naar één kant.
Zie ook Deut. 1:17; Luc. 9:26.
Bij ‘Yeshua de Messias’ markeert de SBLGNT een variant.
Wij vertalen steeds ‘Yeshua de Messias’.
Zuiver blijven
De ‘oplegging van de handen’ (ἐπιτίθημι χεῖρας) kan hier voor een aanstelling staan, zoals in 4:14, of voor een andere handeling; de tekst zegt het niet. κοινωνέω (koinoneo), ‘deelnemen’. ἁγνός (hagnos), ‘zuiver’.
Zie ook 1 Tim. 4:14; 2 Tim. 1:6.
ὑδροποτέω (hydropoteo), ‘water drinken’: alleen water gebruiken.
‘Een weinig wijn’ (οἴνῳ ὀλίγῳ): geen aansporing tot veel drinken (zie 3:3; 3:8). στόμαχος (stomachos), ‘maag’. ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’: ook ‘ziekte’.
De tekst zegt niet welke klachten Timoteüs had.
Zie ook 1 Tim. 3:3; 1 Tim. 3:8.
Bij ‘maag’ (στόμαχον) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
πρόδηλος (prodelos), ‘duidelijk zichtbaar’. προάγω (proago), ‘voorgaan’; ἐπακολουθέω (epakoloutheo), ‘achteraan komen’.
Het beeld is dat sommige zonden het oordeel vooruitgaan en andere erachteraan komen.
ἔργα τὰ καλά (erga ta kala), ‘de goede werken’.
De goede werken zijn net als de zonden uit vers 24 uiteindelijk niet te verbergen.
Bij ‘de goede werken’ (ἔργα τὰ καλά) en bij ‘duidelijk zichtbaar’ (πρόδηλα) markeert de SBLGNT varianten.
Wij volgen de SBLGNT.