Elohim Bijbel

Lucas 12

123456789101112131415161718192021222324

Wees niet bang, de rijke dwaas, wees niet bezorgd en waak, vuur en verdeeldheid

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Pas op voor de huichelarij

1Intussen waren tienduizenden uit de menigte bijeengekomen, zodat zij elkaar vertrapten. Hij begon eerst tegen Zijn leerlingen te zeggen: „Neem jullie in acht voor het zuurdesem van de Farizeeën, dat is huichelarij.
Ἐν
(En)
in
οἷς
(hois)
welke
ἐπισυναχθεισῶν
(episynachtheison)
bijeengekomen
τῶν
(ton)
de
μυριάδων
(myriadon)
tienduizenden
τοῦ
(tou)
van de
ὄχλου
(ochlou)
menigte
ὥστε
(hoste)
zodat
καταπατεῖν
(katapatein)
vertrappen
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἤρξατο
(erxato)
begon
λέγειν
(legein)
te zeggen
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
μαθητὰς
(mathetas)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
πρῶτον
(proton)
eerst
Προσέχετε
(Prosechete)
neem in acht
ἑαυτοῖς
(heautois)
zichzelf
ἀπὸ
(apo)
voor
τῆς
(tes)
het
ζύμης
(zymes)
zuurdesem
ἥτις
(hetis)
dat
ἐστὶν
(estin)
is
ὑπόκρισις
(hypokrisis)
huichelarij
τῶν
(ton)
van de
Φαρισαίων
(Pharisaion)
Farizeeën
Bron: SBLGNT
Uitleg

μυριάς (myrias), ‘tienduizendtal’: het meervoud wijst op een enorme menigte. ζύμη (zyme), ‘zuurdesem’: oud deeg dat zuur geworden is en een heel deeg doet rijzen; zie Matt. 16:6 en Mark. 8:15.

Hier legt Lucas uit wat het is: ὑπόκρισις (hypokrisis), ‘huichelarij’.

Zie ook Matt. 16:6; Mark. 8:15.

2Er is niets bedekt wat niet onthuld zal worden, en niets verborgen wat niet bekend zal worden.
οὐδὲν
(ouden)
niets
δὲ
(de)
maar
συγκεκαλυμμένον
(synkekalymmenon)
bedekt
ἐστὶν
(estin)
is
ὃ
(ho)
wat
οὐκ
(ouk)
niet
ἀποκαλυφθήσεται
(apokalyphthesetai)
onthuld zal worden
καὶ
(kai)
en
κρυπτὸν
(krypton)
verborgen
ὃ
(ho)
wat
οὐ
(ou)
niet
γνωσθήσεται
(gnosthesetai)
bekend zal worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 10:26; Mark. 4:22.

3Daarom: alles wat jullie in het donker gezegd hebben, zal in het licht gehoord worden. En wat jullie in de binnenkamers in het oor gesproken hebben, zal vanaf de daken verkondigd worden.
ἀνθ’
(anth’)
daarom
ὧν
(hon)
omdat
ὅσα
(hosa)
alles wat
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
σκοτίᾳ
(skotia)
donker
εἴπατε
(eipate)
jullie zeiden
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
φωτὶ
(photi)
licht
ἀκουσθήσεται
(akousthesetai)
zal gehoord worden
καὶ
(kai)
en
ὃ
(ho)
wat
πρὸς
(pros)
in
τὸ
(to)
het
οὖς
(ous)
oor
ἐλαλήσατε
(elalesate)
jullie spraken
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
ταμείοις
(tameiois)
binnenkamers
κηρυχθήσεται
(kerychthesetai)
zal verkondigd worden
ἐπὶ
(epi)
op
τῶν
(ton)
de
δωμάτων
(domaton)
daken
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνθ’ ὧν (anth’ hon), ‘daarom’: letterlijk ‘in ruil voor wat’. ταμεῖον (tameion), ‘binnenkamer’: zie Matt. 6:6.

Zie ook Matt. 10:27.

Wees niet bang voor mensen

4Ik zeg jullie, Mijn vrienden: wees niet bang voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen.
Λέγω
(Lego)
Ik zeg
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
τοῖς
(tois)
de
φίλοις
(philois)
vrienden
μου
(mou)
Mijn
μὴ
(me)
niet
φοβηθῆτε
(phobethete)
wees bang
ἀπὸ
(apo)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀποκτεινόντων
(apokteinonton)
dodenden
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
καὶ
(kai)
en
μετὰ
(meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
μὴ
(me)
niet
ἐχόντων
(echonton)
hebbend
περισσότερόν
(perissoteron)
meer
τι
(ti)
iets
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

φίλος (philos), ‘vriend’: zie Joh. 15:14–15.

Zie ook Matt. 10:28.

5Ik zal jullie laten zien voor wie jullie bang moeten zijn. Wees bang voor Hem die, nadat Hij gedood heeft, het gezag heeft om in de Gehenna te werpen. Ja, Ik zeg jullie: wees bang voor Hem.
ὑποδείξω
(hypodeixo)
Ik zal tonen
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
τίνα
(tina)
wie
φοβηθῆτε
(phobethete)
jullie bang moeten zijn
φοβήθητε
(phobethete)
wees bang
τὸν
(ton)
voor degene
μετὰ
(meta)
na
τὸ
(to)
het
ἀποκτεῖναι
(apokteinai)
gedood hebben
ἔχοντα
(echonta)
hebbend
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἐμβαλεῖν
(embalein)
te werpen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
γέενναν
(geennan)
Gehenna
ναί
(nai)
ja
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
τοῦτον
(touton)
voor deze
φοβήθητε
(phobethete)
wees bang
Bron: SBLGNT
Uitleg

γέεννα (geenna), ‘Gehenna’: van het Hebreeuwse גֵּי הִנֹּם (ge-hinnom), het dal van Hinnom ten zuiden van Jeruzalem (Joz. 15:8; Jer. 7:31).

Het is een beeld van het oordeel.

‘Hem die het gezag heeft’ is Elohim.

Zie ook Matt. 10:28.

6Worden 5 mussen niet voor 2 assaria verkocht? En niet één van hen is vergeten voor het oog van Elohim.
οὐχὶ
(ouchi)
toch niet
πέντε
(pente)
vijf
στρουθία
(strouthia)
mussen
πωλοῦνται
(polountai)
worden verkocht
ἀσσαρίων
(assarion)
voor assaria
δύο
(dyo)
twee
καὶ
(kai)
en
ἓν
(hen)
één
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῶν
(auton)
hen
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἐπιλελησμένον
(epilelesmenon)
vergeten
ἐνώπιον
(enopion)
in het oog van
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσσάριον (assarion): een kleine koperen munt, ongeveer een zestiende deel van een denarie.

Een denarie was ongeveer het loon voor een dag werk; 2 assaria zijn dus ongeveer een achtste van een dagloon. στρουθίον (strouthion), ‘mus’: een klein vogeltje.

Zie ook Matt. 10:29.

Zie ookMat 10:29
7Zelfs alle haren van jullie hoofd zijn geteld. Wees niet bang: jullie zijn meer waard dan veel mussen.
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
αἱ
(hai)
de
τρίχες
(triches)
haren
τῆς
(tes)
van het
κεφαλῆς
(kephales)
hoofd
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πᾶσαι
(pasai)
alle
ἠρίθμηνται
(erithmentai)
zijn geteld
μὴ
(me)
niet
φοβεῖσθε
(phobeisthe)
wees bang
πολλῶν
(pollon)
veel
στρουθίων
(strouthion)
mussen
διαφέρετε
(diapherete)
jullie zijn meer waard
Bron: SBLGNT

Belijden of verloochenen

8Ik zeg jullie: ieder die Mij belijdt voor de mensen, ook de Mensenzoon zal hem belijden voor de engelen van Elohim.
Λέγω
(Lego)
Ik zeg
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
πᾶς
(pas)
ieder
ὃς
(hos)
wie
ἂν
(an)
ook
ὁμολογήσῃ
(homologese)
belijdt
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ὁμολογήσει
(homologesei)
zal belijden
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Letterlijk ‘belijdt in Mij’; dat is een Semitische manier van zeggen, zoals in Matt. 10:32.

Zie ook Matt. 10:32–33.

Zie ookMat 10:32
9Maar wie Mij verloochent voor de mensen, die zal verloochend worden voor de engelen van Elohim.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἀρνησάμενός
(arnesamenos)
verloochenende
με
(me)
Mij
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἀπαρνηθήσεται
(aparnethesetai)
zal verloochend worden
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
10En ieder die een woord spreekt tegen de Mensenzoon, hem zal het vergeven worden. Maar wie tegen de Heilige Geest lastert, hem zal het niet vergeven worden.
καὶ
(kai)
en
πᾶς
(pas)
ieder
ὃς
(hos)
wie
ἐρεῖ
(erei)
zal spreken
λόγον
(logon)
woord
εἰς
(eis)
tegen
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ἀφεθήσεται
(aphethesetai)
zal vergeven worden
αὐτῷ
(auto)
aan hem
τῷ
(to)
aan de
δὲ
(de)
maar
εἰς
(eis)
tegen
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
βλασφημήσαντι
(blasphemesanti)
lasterende
οὐκ
(ouk)
niet
ἀφεθήσεται
(aphethesetai)
zal vergeven worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

βλασφημέω (blasphemeo), ‘lasteren’: kwaadspreken, vooral over Elohim.

Zie ook Matt. 12:31–32; Mark. 3:28–30.

De Heilige Geest zal jullie leren

11Wanneer men jullie voor de synagogen, de overheden en de gezagsdragers brengt, maak je dan geen zorgen over hoe of waarmee jullie je moeten verdedigen, of wat jullie moeten zeggen.
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
εἰσφέρωσιν
(eispherosin)
zij brengen binnen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐπὶ
(epi)
voor
τὰς
(tas)
de
συναγωγὰς
(synagogas)
synagogen
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
ἀρχὰς
(archas)
overheden
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
ἐξουσίας
(exousias)
gezagsdragers
μὴ
(me)
niet
μεριμνήσητε
(merimnesete)
maak je zorgen
πῶς
(pos)
hoe
ἢ
(e)
of
τί
(ti)
wat
ἀπολογήσησθε
(apologesesthe)
jullie je verdedigen
ἢ
(e)
of
τί
(ti)
wat
εἴπητε
(eipete)
jullie zeggen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχή (arche), ‘overheid’, en ἐξουσία (exousia), ‘gezag’, in het meervoud ‘gezagsdragers’: bestuurders die het gezag hebben.

Zie ook Matt. 10:17–20; Mark. 13:9–11.

12Want de Heilige Geest zal jullie op datzelfde uur leren wat jullie moeten zeggen.”
τὸ
(to)
de
γὰρ
(gar)
want
ἅγιον
(hagion)
Heilige
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
διδάξει
(didaxei)
zal onderwijzen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
op
αὐτῇ
(aute)
datzelfde
τῇ
(te)
het
ὥρᾳ
(hora)
uur
ἃ
(ha)
wat
δεῖ
(dei)
nodig is
εἰπεῖν
(eipein)
te zeggen
Bron: SBLGNT

De rijke dwaas

13Iemand uit de menigte zei tegen Hem: „Leraar, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij verdeelt.”
Εἶπεν
(Eipen)
zei
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
ὄχλου
(ochlou)
menigte
αὐτῷ
(auto)
tegen Hem
Διδάσκαλε
(Didaskale)
Leraar
εἰπὲ
(eipe)
zeg
τῷ
(to)
aan de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
μου
(mou)
mijn
μερίσασθαι
(merisasthai)
te verdelen
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
mij
τὴν
(ten)
de
κληρονομίαν
(kleronomian)
erfenis
Bron: SBLGNT
14Hij zei tegen hem: „Mens, wie heeft Mij aangesteld als rechter of verdeler over jullie?”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Ἄνθρωπε
(Anthrope)
mens
τίς
(tis)
wie
με
(me)
Mij
κατέστησεν
(katestesen)
stelde aan
κριτὴν
(kriten)
rechter
ἢ
(e)
of
μεριστὴν
(meristen)
verdeler
ἐφ’
(eph’)
over
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Exod. 2:14: ‘Wie heeft jou aangesteld als leider en rechter over ons?’ μεριστής (meristes), ‘verdeler’: iemand die een erfenis verdeelt.

Zie ookEx 2:14
15Hij zei tegen hen: „Let op en pas op voor elke hebzucht. Want het leven van een mens bestaat niet in de overvloed van wat hij bezit.”
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Ὁρᾶτε
(Horate)
let op
καὶ
(kai)
en
φυλάσσεσθε
(phylassesthe)
pas op
ἀπὸ
(apo)
voor
πάσης
(pases)
elke
πλεονεξίας
(pleonexias)
hebzucht
ὅτι
(hoti)
want
οὐκ
(ouk)
niet
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
περισσεύειν
(perisseuein)
overvloed hebben
τινὶ
(tini)
aan iemand
ἡ
(he)
het
ζωὴ
(zoe)
leven
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐστιν
(estin)
is
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
ὑπαρχόντων
(hyparchonton)
bezittingen
αὐτῷ
(auto)
aan hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’.

Het Grieks is hier beknopt: letterlijk ‘niet in het overvloed hebben van iemand is zijn leven uit wat hem toebehoort’.

Wij vertalen: het leven van een mens bestaat niet in de overvloed van wat hij bezit.

16Hij vertelde hun een gelijkenis: „Het land van een rijke man bracht veel op.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
παραβολὴν
(parabolen)
gelijkenis
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτοὺς
(autous)
hen
λέγων
(legon)
zeggend
Ἀνθρώπου
(Anthropou)
van mens
τινὸς
(tinos)
een
πλουσίου
(plousiou)
rijke
εὐφόρησεν
(euphoresen)
bracht veel op
ἡ
(he)
het
χώρα
(chora)
land
Bron: SBLGNT
Uitleg

Deze gelijkenis staat alleen bij Lucas. χώρα (chora), ‘land’: het bouwland van de man.

17Hij overlegde bij zichzelf: ‘Wat zal ik doen, want ik heb geen plaats om mijn vruchten op te slaan?’
καὶ
(kai)
en
διελογίζετο
(dielogizeto)
overlegde
ἐν
(en)
bij
ἑαυτῷ
(heauto)
zichzelf
λέγων
(legon)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
ποιήσω
(poieso)
zal ik doen
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχω
(echo)
ik heb
ποῦ
(pou)
waar
συνάξω
(synaxo)
ik zal opslaan
τοὺς
(tous)
de
καρπούς
(karpous)
vruchten
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
18Hij zei: ‘Dit zal ik doen: ik breek mijn schuren af en bouw grotere. Daar zal ik al mijn graan en mijn goederen opslaan.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Τοῦτο
(Touto)
dit
ποιήσω
(poieso)
zal ik doen
καθελῶ
(kathelo)
zal ik afbreken
μου
(mou)
mijn
τὰς
(tas)
de
ἀποθήκας
(apothekas)
schuren
καὶ
(kai)
en
μείζονας
(meizonas)
grotere
οἰκοδομήσω
(oikodomeso)
zal ik bouwen
καὶ
(kai)
en
συνάξω
(synaxo)
zal ik opslaan
ἐκεῖ
(ekei)
daar
πάντα
(panta)
al
τὸν
(ton)
het
σῖτον
(siton)
graan
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
ἀγαθά
(agatha)
goederen
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
19En ik zal tegen mijn ziel zeggen: „Ziel, je hebt veel goederen liggen voor vele jaren. Rust uit, eet, drink en wees vrolijk.”’
καὶ
(kai)
en
ἐρῶ
(ero)
zal ik zeggen
τῇ
(te)
aan de
ψυχῇ
(psyche)
ziel
μου
(mou)
mijn
Ψυχή
(Psyche)
ziel
ἔχεις
(echeis)
je hebt
πολλὰ
(polla)
veel
ἀγαθὰ
(agatha)
goederen
κείμενα
(keimena)
liggend
εἰς
(eis)
voor
ἔτη
(ete)
jaren
πολλά
(polla)
vele
ἀναπαύου
(anapauou)
rust uit
φάγε
(phage)
eet
πίε
(pie)
drink
εὐφραίνου
(euphrainou)
wees vrolijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχή (psyche), ‘ziel’: de man spreekt tegen zichzelf.

In vers 22–23 vertalen wij ψυχή met ‘leven’.

Vergelijk Pred. 8:15 en Jes. 22:13: ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we!’

20Maar Elohim zei tegen hem: ‘Dwaas! In deze nacht eisen zij je ziel van je terug. Van wie zal zijn wat je hebt klaargemaakt?’
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
Ἄφρων
(Aphron)
dwaas
ταύτῃ
(taute)
in deze
τῇ
(te)
de
νυκτὶ
(nykti)
nacht
τὴν
(ten)
de
ψυχήν
(psychen)
ziel
σου
(sou)
je
ἀπαιτοῦσιν
(apaitousin)
eisen terug
ἀπὸ
(apo)
van
σοῦ
(sou)
je
ἃ
(ha)
wat
δὲ
(de)
maar
ἡτοίμασας
(hetoimasas)
je hebt klaargemaakt
τίνι
(tini)
van wie
ἔσται
(estai)
zal zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄφρων (aphron), ‘dwaas’: iemand zonder inzicht; hetzelfde woord als in 11:40. ἀπαιτέω (apaiteo), ‘terugeisen’.

Het Grieks heeft een meervoud zonder genoemd onderwerp (‘zij eisen’).

21Zo gaat het met wie schatten voor zichzelf verzamelt en niet rijk is voor Elohim.”
οὕτως
(houtos)
zo
ὁ
(ho)
de
θησαυρίζων
(thesaurizon)
schatten verzamelende
ἑαυτῷ
(heauto)
voor zichzelf
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
εἰς
(eis)
voor
θεὸν
(theon)
Elohim
πλουτῶν
(plouton)
rijk zijnde
Bron: SBLGNT

Wees niet bezorgd

22Hij zei tegen Zijn leerlingen: „Daarom zeg Ik jullie: wees niet bezorgd over het leven, over wat jullie zullen eten, en niet over het lichaam, over wat jullie zullen aantrekken.
Εἶπεν
(Eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
μαθητὰς
(mathetas)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Διὰ
(Dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μὴ
(me)
niet
μεριμνᾶτε
(merimnate)
wees bezorgd
τῇ
(te)
over het
ψυχῇ
(psyche)
leven
τί
(ti)
wat
φάγητε
(phagete)
jullie zullen eten
μηδὲ
(mede)
noch
τῷ
(to)
over het
σώματι
(somati)
lichaam
τί
(ti)
wat
ἐνδύσησθε
(endysesthe)
jullie zullen aantrekken
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχή (psyche), ‘leven’: het Hebreeuwse נֶפֶשׁ (nefesh).

Zie ook Matt. 6:25–34.

23Want het leven is meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding.
ἡ
(he)
het
γὰρ
(gar)
want
ψυχὴ
(psyche)
leven
πλεῖόν
(pleion)
meer
ἐστιν
(estin)
is
τῆς
(tes)
dan het
τροφῆς
(trophes)
voedsel
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
τοῦ
(tou)
dan de
ἐνδύματος
(endymatos)
kleding
Bron: SBLGNT
24Bekijk goed de raven: zij zaaien niet en oogsten niet, zij hebben geen voorraadkamer en geen schuur, en Elohim voedt hen. Hoeveel meer zijn jullie waard dan de vogels!
κατανοήσατε
(katanoesate)
bekijk goed
τοὺς
(tous)
de
κόρακας
(korakas)
raven
ὅτι
(hoti)
dat
οὐ
(ou)
niet
σπείρουσιν
(speirousin)
zij zaaien
οὐδὲ
(oude)
en niet
θερίζουσιν
(therizousin)
zij oogsten
οἷς
(hois)
voor wie
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ταμεῖον
(tameion)
voorraadkamer
οὐδὲ
(oude)
en niet
ἀποθήκη
(apotheke)
schuur
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τρέφει
(trephei)
voedt
αὐτούς
(autous)
hen
πόσῳ
(poso)
hoeveel
μᾶλλον
(mallon)
meer
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
διαφέρετε
(diapherete)
zijn waard
τῶν
(ton)
dan de
πετεινῶν
(peteinon)
vogels
Bron: SBLGNT
Uitleg

κόραξ (korax), ‘raaf’: vergelijk Ps. 147:9 en Job 38:41, waar Elohim de raven voedt. ταμεῖον (tameion): elders ‘binnenkamer’ (vers 3 en Matt. 6:6); hier is het een opslagplaats, daarom ‘voorraadkamer’. ἀποθήκη (apotheke), ‘schuur’.

Zie ook Matt. 6:26.

25Wie van jullie kan, door zich zorgen te maken, een el aan zijn lengte toevoegen?
τίς
(tis)
wie
δὲ
(de)
maar
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μεριμνῶν
(merimnon)
zich zorgen makend
δύναται
(dynatai)
kan
ἐπὶ
(epi)
aan
τὴν
(ten)
de
ἡλικίαν
(helikian)
lengte
αὐτοῦ
(autou)
zijn
προσθεῖναι
(prostheinai)
toevoegen
πῆχυν
(pechyn)
el
Bron: SBLGNT
Uitleg

πῆχυς (pechys), ‘el’: ongeveer 45 centimeter. ἡλικία (helikia) kan ‘lengte’ en ‘levensduur’ betekenen; wij kiezen ‘lengte’, zoals in Matt. 6:27.

Zie ookMat 6:27
26Als jullie dus zelfs het geringste niet kunnen, waarom zijn jullie dan bezorgd over de rest?
εἰ
(ei)
als
οὖν
(oun)
dus
οὐδὲ
(oude)
zelfs niet
ἐλάχιστον
(elachiston)
het geringste
δύνασθε
(dynasthe)
jullie kunnen
τί
(ti)
waarom
περὶ
(peri)
over
τῶν
(ton)
de
λοιπῶν
(loipon)
overige dingen
μεριμνᾶτε
(merimnate)
zijn jullie bezorgd
Bron: SBLGNT
27Bekijk goed de lelies, hoe zij groeien. Zij zwoegen niet en spinnen niet. Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo was in al zijn heerlijkheid niet gekleed als een van deze.
κατανοήσατε
(katanoesate)
bekijk goed
τὰ
(ta)
de
κρίνα
(krina)
lelies
πῶς
(pos)
hoe
αὐξάνει
(auxanei)
zij groeien
οὐ
(ou)
niet
κοπιᾷ
(kopia)
zij zwoegen
οὐδὲ
(oude)
en niet
νήθει
(nethei)
zij spinnen
λέγω
(lego)
Ik zeg
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
jullie
οὐδὲ
(oude)
zelfs niet
Σολομὼν
(Solomon)
Salomo
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
al
τῇ
(te)
de
δόξῃ
(doxe)
heerlijkheid
αὐτοῦ
(autou)
zijn
περιεβάλετο
(periebaleto)
was gekleed
ὡς
(hos)
als
ἓν
(hen)
één
τούτων
(touton)
van deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίνον (krinon), ‘lelie’: zie Matt. 6:28.

Zie ook Matt. 6:28–29.

Zie ookMat 6:28
28Het gras is vandaag in het veld en wordt morgen in de oven geworpen. Als Elohim dat zo kleedt, hoeveel meer zal Hij jullie dan kleden, kleingelovigen!
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
ἀγρῷ
(agro)
veld
τὸν
(ton)
het
χόρτον
(chorton)
gras
ὄντα
(onta)
zijnde
σήμερον
(semeron)
vandaag
καὶ
(kai)
en
αὔριον
(aurion)
morgen
εἰς
(eis)
in
κλίβανον
(klibanon)
oven
βαλλόμενον
(ballomenon)
geworpen wordend
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
οὕτως
(houtos)
zo
ἀμφιέζει
(amphiezei)
kleedt
πόσῳ
(poso)
hoeveel
μᾶλλον
(mallon)
meer
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὀλιγόπιστοι
(oligopistoi)
kleingelovigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het werkwoord bij ‘hoeveel meer jullie’ ontbreekt in het Grieks; wij schrijven ‘zal Hij jullie kleden’. κλίβανος (klibanos), ‘oven’: zie Matt. 6:30.

Vergelijk Jes. 40:6–8 en Ps. 103:15–16, waar de mens als gras is.

Zie ook Matt. 6:30.

29En jullie, zoek niet naar wat jullie zullen eten en wat jullie zullen drinken, en wees niet onrustig.
καὶ
(kai)
en
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
μὴ
(me)
niet
ζητεῖτε
(zeteite)
zoek
τί
(ti)
wat
φάγητε
(phagete)
jullie zullen eten
καὶ
(kai)
en
τί
(ti)
wat
πίητε
(piete)
jullie zullen drinken
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
μετεωρίζεσθε
(meteorizesthe)
wees onrustig
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετεωρίζομαι (meteorizomai), ‘onrustig zijn’: letterlijk ‘in de lucht hangen’, dus heen en weer geslingerd worden door zorg of twijfel.

Het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor.

30Want al deze dingen jagen de volken van de wereld na. Maar jullie Vader weet dat jullie ze nodig hebben.
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
γὰρ
(gar)
want
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἐπιζητοῦσιν
(epizetousin)
jagen na
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
οἶδεν
(oiden)
weet
ὅτι
(hoti)
dat
χρῄζετε
(chrezete)
jullie nodig hebben
τούτων
(touton)
van deze
Bron: SBLGNT
31Zoek liever Zijn koninkrijk, en dit zal jullie erbij gegeven worden.
πλὴν
(plen)
maar
ζητεῖτε
(zeteite)
zoek
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
προστεθήσεται
(prostethesetai)
zal erbij gegeven worden
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Zijn koninkrijk’ is het koninkrijk van Elohim.

In Matt. 6:33 staat ‘het koninkrijk en Zijn gerechtigheid’.

Zie ookMat 6:33

Een schat in de hemelen

32Wees niet bang, kleine kudde, want jullie Vader heeft er behagen in jullie het koninkrijk te geven.
Μὴ
(Me)
niet
φοβοῦ
(phobou)
wees bang
τὸ
(to)
de
μικρὸν
(mikron)
kleine
ποίμνιον
(poimnion)
kudde
ὅτι
(hoti)
omdat
εὐδόκησεν
(eudokesen)
had behagen
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
δοῦναι
(dounai)
te geven
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐδοκέω (eudokeo), ‘behagen hebben’: zoals in Matt. 3:17. ποίμνιον (poimnion), ‘kudde’: een kleine kudde schapen.

Zie ookMat 3:17
33Verkoop jullie bezittingen en geef aalmoezen. Maak voor jullie geldbuidels die niet verslijten, een onuitputtelijke schat in de hemelen, waar geen dief in de buurt komt en geen mot iets vernietigt.
πωλήσατε
(polesate)
verkoop
τὰ
(ta)
de
ὑπάρχοντα
(hyparchonta)
bezittingen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
δότε
(dote)
geef
ἐλεημοσύνην
(eleemosynen)
aalmoes
ποιήσατε
(poiesate)
maak
ἑαυτοῖς
(heautois)
voor jullie
βαλλάντια
(ballantia)
geldbuidels
μὴ
(me)
niet
παλαιούμενα
(palaioumena)
verslijtend
θησαυρὸν
(thesauron)
schat
ἀνέκλειπτον
(anekleipton)
onuitputtelijke
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
ὅπου
(hopou)
waar
κλέπτης
(kleptes)
dief
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγγίζει
(engizei)
nadert
οὐδὲ
(oude)
noch
σὴς
(ses)
mot
διαφθείρει
(diaphtheirei)
vernietigt
Bron: SBLGNT
Uitleg

βαλλάντιον (ballantion), ‘geldbuidel’: zie 10:4.

Zie ook Matt. 6:19–21.

34Want waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.
ὅπου
(hopou)
waar
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
θησαυρὸς
(thesauros)
schat
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐκεῖ
(ekei)
daar
καὶ
(kai)
ook
ἡ
(he)
het
καρδία
(kardia)
hart
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἔσται
(estai)
zal zijn
Bron: SBLGNT

Wees klaar en waak

35Laat jullie lendenen omgord zijn en jullie lampen branden.
Ἔστωσαν
(Estosan)
laten zijn
ὑμῶν
(hymon)
jullie
αἱ
(hai)
de
ὀσφύες
(osphyes)
lendenen
περιεζωσμέναι
(periezosmenai)
omgord
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
λύχνοι
(lychnoi)
lampen
καιόμενοι
(kaiomenoi)
brandend
Bron: SBLGNT
Uitleg

De lendenen omgorden: de lange kleding met een gordel opschorten, om klaar te staan voor het werk of de reis.

Vergelijk Exod. 12:11 en 2 Kon. 4:29.

36En jullie, wees als mensen die op hun heer wachten wanneer hij van de bruiloft terugkeert, zodat zij hem meteen opendoen als hij komt en klopt.
καὶ
(kai)
en
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὅμοιοι
(homoioi)
gelijk aan
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
προσδεχομένοις
(prosdechomenois)
wachtend op
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
heer
ἑαυτῶν
(heauton)
hun eigen
πότε
(pote)
wanneer
ἀναλύσῃ
(analyse)
hij terugkeert
ἐκ
(ek)
van
τῶν
(ton)
de
γάμων
(gamon)
bruiloft
ἵνα
(hina)
opdat
ἐλθόντος
(elthontos)
gekomen zijnde
καὶ
(kai)
en
κρούσαντος
(krousantos)
kloppend
εὐθέως
(eutheos)
meteen
ἀνοίξωσιν
(anoixosin)
zij opendoen
αὐτῷ
(auto)
voor hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft geen werkwoord: letterlijk ‘en jullie gelijk aan mensen’.

Wij lezen: ‘wees als’.

37Gelukkig die knechten die de heer, wanneer hij komt, wakend vindt. Voorwaar, Ik zeg jullie: hij zal zich omgorden, hen laten aanliggen, langskomen en hen dienen.
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
de
δοῦλοι
(douloi)
knechten
ἐκεῖνοι
(ekeinoi)
die
οὓς
(hous)
wie
ἐλθὼν
(elthon)
gekomen
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
εὑρήσει
(heuresei)
zal vinden
γρηγοροῦντας
(gregorountas)
wakend
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὅτι
(hoti)
dat
περιζώσεται
(perizosetai)
zal zich omgorden
καὶ
(kai)
en
ἀνακλινεῖ
(anaklinei)
zal laten aanliggen
αὐτοὺς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
παρελθὼν
(parelthon)
langsgekomen
διακονήσει
(diakonesei)
zal dienen
αὐτοῖς
(autois)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’; zie Matt. 24:45. ἀνακλίνω (anaklino), ‘laten aanliggen’: aan tafel laten gaan liggen.

Zie ookMat 24:45
38Of hij nu in de tweede of in de derde nachtwake komt en hen zo vindt: gelukkig zijn zij.
κἂν
(kan)
en als
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
δευτέρᾳ
(deutera)
tweede
κἂν
(kan)
en als
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
τρίτῃ
(trite)
derde
φυλακῇ
(phylake)
nachtwake
ἔλθῃ
(elthe)
hij komt
καὶ
(kai)
en
εὕρῃ
(heure)
hij vindt
οὕτως
(houtos)
zo
μακάριοί
(makarioi)
gelukkig
εἰσιν
(eisin)
zijn
ἐκεῖνοι
(ekeinoi)
die
Bron: SBLGNT
Uitleg

φυλακή (phylake), ‘nachtwake’: een deel van de nacht; zie Matt. 24:43.

Zie ookMat 24:43
39Maar dit weten jullie: als de heer van het huis had geweten op welk uur de dief komt, had hij zijn huis niet laten openbreken.
Τοῦτο
(Touto)
dit
δὲ
(de)
maar
γινώσκετε
(ginoskete)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
εἰ
(ei)
als
ᾔδει
(edei)
wist
ὁ
(ho)
de
οἰκοδεσπότης
(oikodespotes)
heer van het huis
ποίᾳ
(poia)
op welk
ὥρᾳ
(hora)
uur
ὁ
(ho)
de
κλέπτης
(kleptes)
dief
ἔρχεται
(erchetai)
komt
οὐκ
(ouk)
niet
ἂν
(an)
zou
ἀφῆκεν
(apheken)
hebben toegelaten
διορυχθῆναι
(diorychthenai)
doorgraven te worden
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

διορύσσω (diorysso), ‘openbreken’: door de muur van het huis heen graven; vergelijk Exod. 22:1.

Zie ook Matt. 24:42–44.

40Wees ook jullie klaar. Want op een uur waarop jullie het niet verwachten, komt de Mensenzoon.”
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
γίνεσθε
(ginesthe)
wees
ἕτοιμοι
(hetoimoi)
klaar
ὅτι
(hoti)
omdat
ᾗ
(he)
op welk
ὥρᾳ
(hora)
uur
οὐ
(ou)
niet
δοκεῖτε
(dokeite)
verwachten jullie
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
Mens
ἔρχεται
(erchetai)
komt
Bron: SBLGNT

De trouwe en de ontrouwe beheerder

41Petrus zei: „Heer, zegt U deze gelijkenis tegen ons, of ook tegen allen?”
Εἶπεν
(Eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
Κύριε
(Kyrie)
Heer
πρὸς
(pros)
tegen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
τὴν
(ten)
de
παραβολὴν
(parabolen)
gelijkenis
ταύτην
(tauten)
deze
λέγεις
(legeis)
zegt U
ἢ
(e)
of
καὶ
(kai)
ook
πρὸς
(pros)
tegen
πάντας
(pantas)
allen
Bron: SBLGNT
42De Heer zei: „Wie is dan de trouwe en verstandige beheerder die zijn heer over zijn huispersoneel zal aanstellen om hun op tijd het voedselrantsoen te geven?
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
Τίς
(Tis)
wie
ἄρα
(ara)
dan
ἐστὶν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
πιστὸς
(pistos)
trouwe
οἰκονόμος
(oikonomos)
beheerder
ὁ
(ho)
de
φρόνιμος
(phronimos)
verstandige
ὃν
(hon)
die
καταστήσει
(katastesei)
zal aanstellen
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
ἐπὶ
(epi)
over
τῆς
(tes)
het
θεραπείας
(therapeias)
huispersoneel
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τοῦ
(tou)
om
διδόναι
(didonai)
te geven
ἐν
(en)
op
καιρῷ
(kairo)
tijd
τὸ
(to)
het
σιτομέτριον
(sitometrion)
voedselrantsoen
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκονόμος (oikonomos), ‘beheerder’: wie het huishouden van zijn heer beheert. θεραπεία (therapeia), ‘huispersoneel’: de bedienden van het huis; in Matt. 24:45 staat οἰκετεία (oiketeia). σιτομέτριον (sitometrion), ‘voedselrantsoen’: het afgemeten voedsel voor het huispersoneel; dit woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor.

Zie ook Matt. 24:45–51.

Zie ookMat 24:45
43Gelukkig die knecht die zijn heer, wanneer hij komt, zo bezig vindt.
μακάριος
(makarios)
gelukkig
ὁ
(ho)
de
δοῦλος
(doulos)
knecht
ἐκεῖνος
(ekeinos)
die
ὃν
(hon)
wie
ἐλθὼν
(elthon)
gekomen
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εὑρήσει
(heuresei)
zal vinden
ποιοῦντα
(poiounta)
doend
οὕτως
(houtos)
zo
Bron: SBLGNT
44Werkelijk, Ik zeg jullie: hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen.
ἀληθῶς
(alethos)
werkelijk
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἐπὶ
(epi)
over
πᾶσιν
(pasin)
alle
τοῖς
(tois)
de
ὑπάρχουσιν
(hyparchousin)
bezittingen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καταστήσει
(katastesei)
zal aanstellen
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
45Maar als die knecht in zijn hart zegt: ‘Mijn heer blijft lang weg’, en hij begint de knechten en de dienaressen te slaan, en te eten, te drinken en dronken te worden,
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
εἴπῃ
(eipe)
zegt
ὁ
(ho)
de
δοῦλος
(doulos)
knecht
ἐκεῖνος
(ekeinos)
die
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Χρονίζει
(Chronizei)
talmt
ὁ
(ho)
de
κύριός
(kyrios)
heer
μου
(mou)
mijn
ἔρχεσθαι
(erchesthai)
te komen
καὶ
(kai)
en
ἄρξηται
(arxetai)
begint
τύπτειν
(typtein)
te slaan
τοὺς
(tous)
de
παῖδας
(paidas)
knechten
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
παιδίσκας
(paidiskas)
dienaressen
ἐσθίειν
(esthiein)
te eten
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
en
πίνειν
(pinein)
te drinken
καὶ
(kai)
en
μεθύσκεσθαι
(methyskesthai)
dronken te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

παῖς (pais), ‘knecht’, en παιδίσκη (paidiske), ‘dienares’: de bedienden in het huis, mannen en vrouwen.

46dan zal de heer van die knecht komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een uur waarop hij het niet weet. Hij zal hem in tweeën houwen en zijn deel bij de ontrouwen plaatsen.
ἥξει
(hexei)
zal komen
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
τοῦ
(tou)
van de
δούλου
(doulou)
knecht
ἐκείνου
(ekeinou)
die
ἐν
(en)
op
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ᾗ
(he)
waarop
οὐ
(ou)
niet
προσδοκᾷ
(prosdoka)
hij verwacht
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
op
ὥρᾳ
(hora)
uur
ᾗ
(he)
waarop
οὐ
(ou)
niet
γινώσκει
(ginoskei)
hij weet
καὶ
(kai)
en
διχοτομήσει
(dichotomesei)
zal in tweeën houwen
αὐτὸν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
μέρος
(meros)
deel
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
ἀπίστων
(apiston)
ontrouwen
θήσει
(thesei)
zal plaatsen
Bron: SBLGNT
Uitleg

διχοτομέω (dichotomeo), ‘in tweeën houwen’: letterlijk ‘doormidden snijden’; het kan ook beeldspraak zijn voor een zware straf, zoals in Matt. 24:51. ἄπιστος (apistos), ‘ontrouw’: ook ‘ongelovig’; het is het tegenovergestelde van de ‘trouwe’ (πιστός) beheerder in vers 42.

In Matt. 24:51 staan ‘huichelaars’.

47Die knecht die de wil van zijn heer kende en zich niet heeft voorbereid of niet naar zijn wil heeft gehandeld, zal veel slagen krijgen.
ἐκεῖνος
(ekeinos)
die
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
δοῦλος
(doulos)
knecht
ὁ
(ho)
die
γνοὺς
(gnous)
gekend hebbend
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
heer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ἑτοιμάσας
(hetoimasas)
voorbereid hebbend
ἢ
(e)
of
ποιήσας
(poiesas)
gedaan hebbend
πρὸς
(pros)
naar
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
αὐτοῦ
(autou)
zijn
δαρήσεται
(daresetai)
zal geslagen worden
πολλάς
(pollas)
veel
Bron: SBLGNT
48Maar wie het niet kende en dingen deed die slagen verdienen, zal er weinig krijgen. Van ieder aan wie veel gegeven is, zal veel gevraagd worden. En van degene aan wie veel is toevertrouwd, zal men nog meer eisen.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
μὴ
(me)
niet
γνοὺς
(gnous)
gekend hebbend
ποιήσας
(poiesas)
gedaan hebbend
δὲ
(de)
maar
ἄξια
(axia)
waardige dingen
πληγῶν
(plegon)
van slagen
δαρήσεται
(daresetai)
zal geslagen worden
ὀλίγας
(oligas)
weinig
παντὶ
(panti)
aan ieder
δὲ
(de)
maar
ᾧ
(ho)
aan wie
ἐδόθη
(edothe)
is gegeven
πολύ
(poly)
veel
πολὺ
(poly)
veel
ζητηθήσεται
(zetethesetai)
zal gevraagd worden
παρ’
(par’)
van
αὐτοῦ
(autou)
hem
καὶ
(kai)
en
ᾧ
(ho)
aan wie
παρέθεντο
(parethento)
zij vertrouwden toe
πολύ
(poly)
veel
περισσότερον
(perissoteron)
meer
αἰτήσουσιν
(aitesousin)
zullen zij eisen
αὐτόν
(auton)
van hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

δέρω (dero), ‘slaan’: met een stok of zweep slaan.

Het Grieks heeft in vers 47–48 alleen ‘veel’ en ‘weinig’; wij schrijven ‘slagen’.

Het laatste werkwoord (‘zullen zij eisen’) heeft geen genoemd onderwerp; wij schrijven ‘men’.

Vuur en verdeeldheid

49Ik ben gekomen om vuur op de aarde te werpen. Hoe graag wil Ik dat het al is aangestoken!
Πῦρ
(Pyr)
vuur
ἦλθον
(elthon)
Ik kwam
βαλεῖν
(balein)
te werpen
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
τί
(ti)
wat
θέλω
(thelo)
wil Ik
εἰ
(ei)
als
ἤδη
(ede)
al
ἀνήφθη
(anephthe)
is aangestoken
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft letterlijk ‘en wat wil Ik, als het al is aangestoken?’

Wij lezen dit als een verlangen: ‘Hoe graag wil Ik dat het al is aangestoken!’

Andere uitleggingen zijn mogelijk.

50Maar Ik heb een doop waarmee Ik gedoopt moet worden, en hoe word Ik beklemd totdat die volbracht is!
βάπτισμα
(baptisma)
doop
δὲ
(de)
maar
ἔχω
(echo)
Ik heb
βαπτισθῆναι
(baptisthenai)
gedoopt te worden
καὶ
(kai)
en
πῶς
(pos)
hoe
συνέχομαι
(synechomai)
word Ik beklemd
ἕως
(heos)
tot
ὅτου
(hotou)
wanneer
τελεσθῇ
(telesthe)
volbracht is
Bron: SBLGNT
Uitleg

βάπτισμα (baptisma), ‘doop’: hier een beeld voor het lijden dat Yeshua te wachten staat, zoals in Mark. 10:38. συνέχομαι (synechomai), ‘beklemd worden’: vastgehouden of benauwd zijn. τελέω (teleo), ‘volbrengen’.

Zie ookMar 10:38
51Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede op de aarde te geven? Nee, Ik zeg jullie, maar verdeeldheid.
δοκεῖτε
(dokeite)
denken jullie
ὅτι
(hoti)
dat
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
παρεγενόμην
(paregenomen)
Ik kwam
δοῦναι
(dounai)
te geven
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
γῇ
(ge)
aarde
οὐχί
(ouchi)
nee
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀλλ’
(all’)
maar
ἢ
(e)
of
διαμερισμόν
(diamerismon)
verdeeldheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαμερισμός (diamerismos), ‘verdeeldheid’: in Matt. 10:34 staat ‘het zwaard’.

Zie ook Matt. 10:34–36.

Zie ookMat 10:34
52Want van nu af zullen er 5 in één huis verdeeld zijn: 3 tegen 2 en 2 tegen 3.
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
γὰρ
(gar)
want
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
νῦν
(nyn)
nu
πέντε
(pente)
vijf
ἐν
(en)
in
ἑνὶ
(heni)
één
οἴκῳ
(oiko)
huis
διαμεμερισμένοι
(diamemerismenoi)
verdeeld
τρεῖς
(treis)
drie
ἐπὶ
(epi)
tegen
δυσὶν
(dysin)
twee
καὶ
(kai)
en
δύο
(dyo)
twee
ἐπὶ
(epi)
tegen
τρισίν
(trisin)
drie
Bron: SBLGNT
53Vader zal tegen zoon verdeeld zijn en zoon tegen vader, moeder tegen dochter en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter en schoondochter tegen schoonmoeder.”
διαμερισθήσονται
(diameristhesontai)
zullen verdeeld worden
πατὴρ
(pater)
vader
ἐπὶ
(epi)
tegen
υἱῷ
(huio)
zoon
καὶ
(kai)
en
υἱὸς
(huios)
zoon
ἐπὶ
(epi)
tegen
πατρί
(patri)
vader
μήτηρ
(meter)
moeder
ἐπὶ
(epi)
tegen
θυγατέρα
(thygatera)
dochter
καὶ
(kai)
en
θυγάτηρ
(thygater)
dochter
ἐπὶ
(epi)
tegen
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
πενθερὰ
(penthera)
schoonmoeder
ἐπὶ
(epi)
tegen
τὴν
(ten)
de
νύμφην
(nymphen)
schoondochter
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
νύμφη
(nymphe)
schoondochter
ἐπὶ
(epi)
tegen
τὴν
(ten)
de
πενθεράν
(pentheran)
schoonmoeder
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Micha 7:6: ‘de zoon veracht zijn vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder’.

Zie ook Matt. 10:35–36.

De tijd beoordelen

54Hij zei ook tegen de menigten: „Wanneer jullie een wolk in het westen zien opkomen, zeggen jullie meteen: ‘Er komt een regenbui’, en zo gebeurt het.
Ἔλεγεν
(Elegen)
Hij zei
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
τοῖς
(tois)
tegen de
ὄχλοις
(ochlois)
menigten
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
ἴδητε
(idete)
jullie zien
νεφέλην
(nephelen)
wolk
ἀνατέλλουσαν
(anatellousan)
opkomend
ἐπὶ
(epi)
in
δυσμῶν
(dysmon)
het westen
εὐθέως
(eutheos)
meteen
λέγετε
(legete)
jullie zeggen
ὅτι
(hoti)
dat
Ὄμβρος
(Ombros)
regenbui
ἔρχεται
(erchetai)
komt
καὶ
(kai)
en
γίνεται
(ginetai)
gebeurt
οὕτως
(houtos)
zo
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὄμβρος (ombros), ‘regenbui’.

‘In het westen’ (ἐπὶ δυσμῶν, letterlijk ‘bij ondergang’): de kant van de Middellandse Zee, vanwaar de regen komt.

Zie ook Matt. 16:2–3.

55En wanneer de zuidenwind waait, zeggen jullie: ‘Er komt hitte’, en het gebeurt.
καὶ
(kai)
en
ὅταν
(hotan)
wanneer
νότον
(noton)
zuidenwind
πνέοντα
(pneonta)
waaiend
λέγετε
(legete)
jullie zeggen
ὅτι
(hoti)
dat
Καύσων
(Kauson)
hitte
ἔσται
(estai)
zal zijn
καὶ
(kai)
en
γίνεται
(ginetai)
gebeurt
Bron: SBLGNT
56Huichelaars! Het aanzien van de aarde en de hemel weten jullie te beoordelen. Maar deze tijd, hoe weten jullie die niet te beoordelen?
ὑποκριταί
(hypokritai)
huichelaars
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
aanzien
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
δοκιμάζειν
(dokimazein)
te beoordelen
τὸν
(ton)
de
δὲ
(de)
maar
καιρὸν
(kairon)
tijd
τοῦτον
(touton)
deze
πῶς
(pos)
hoe
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
δοκιμάζειν
(dokimazein)
te beoordelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοκιμάζω (dokimazo), ‘beoordelen’: iets toetsen en erover oordelen. καιρός (kairos), ‘tijd’: een bepaald, beslissend moment; zie Mark. 1:15.

Zie ookMar 1:15

De tegenpartij op weg naar de overheid

57En waarom oordelen jullie niet zelf wat rechtvaardig is?
Τί
(Ti)
waarom
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἀφ’
(aph’)
van
ἑαυτῶν
(heauton)
jezelf
οὐ
(ou)
niet
κρίνετε
(krinete)
jullie oordelen
τὸ
(to)
het
δίκαιον
(dikaion)
rechtvaardige
Bron: SBLGNT
58Want als je met je tegenpartij naar een overheid gaat, doe dan onderweg moeite om van hem af te komen. Anders sleept hij je naar de rechter, de rechter levert je uit aan de gerechtsdienaar en de gerechtsdienaar werpt je in de gevangenis.
ὡς
(hos)
als
γὰρ
(gar)
want
ὑπάγεις
(hypageis)
je gaat
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
de
ἀντιδίκου
(antidikou)
tegenpartij
σου
(sou)
je
ἐπ’
(ep’)
naar
ἄρχοντα
(archonta)
overheid
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ὁδῷ
(hodo)
weg
δὸς
(dos)
geef
ἐργασίαν
(ergasian)
moeite
ἀπηλλάχθαι
(apellachthai)
verlost te zijn
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
hem
μήποτε
(mepote)
opdat niet
κατασύρῃ
(katasyre)
hij sleept
σε
(se)
je
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
κριτήν
(kriten)
rechter
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κριτής
(krites)
rechter
σε
(se)
je
παραδώσει
(paradosei)
zal uitleveren
τῷ
(to)
aan de
πράκτορι
(praktori)
gerechtsdienaar
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πράκτωρ
(praktor)
gerechtsdienaar
σε
(se)
je
βαλεῖ
(balei)
zal werpen
εἰς
(eis)
in
φυλακήν
(phylaken)
gevangenis
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄρχων (archon), ‘overheid’: een bestuurder die recht spreekt. ἀντίδικος (antidikos), ‘tegenpartij’; κριτής (krites), ‘rechter’; πράκτωρ (praktor), ‘gerechtsdienaar’: iemand die de uitspraak uitvoert; in Matt. 5:25 staat ὑπηρέτης (hyperetes), ‘gerechtsdienaar’. ἐργασίαν δός (ergasian dos), ‘doe moeite’: letterlijk ‘geef werk’.

Zie ook Matt. 5:25–26.

Zie ookMat 5:25
59Ik zeg je: je komt daar zeker niet uit, totdat je ook de laatste kleine munt hebt betaald.”
λέγω
(lego)
Ik zeg
σοι
(soi)
je
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker niet
ἐξέλθῃς
(exelthes)
je komt uit
ἐκεῖθεν
(ekeithen)
vandaar
ἕως
(heos)
totdat
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
de
ἔσχατον
(eschaton)
laatste
λεπτὸν
(lepton)
kleine munt
ἀποδῷς
(apodos)
je betaalt
Bron: SBLGNT
Uitleg

λεπτόν (lepton), ‘kleine munt’: de kleinste koperen munt.

Twee kleine munten zijn samen een kwadrant (zie Matt. 5:26 en Mark. 12:42), ongeveer 1/64 van een denarie; een kleine munt is dus ongeveer 1/128 van een denarie.