De vergadering van Yahweh, het kamp, de gelofte en rente
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Wie niet in de vergadering van Yahweh mag komen
1Een man mag de vrouw van zijn vader niet nemen en de rand van het kleed van zijn vader niet ontbloten.
לֹא
(lo)
niet
יִקַּ֥ח
(yiqach)
zal nemen
אִ֖ישׁ
(ish)
een man
אֶת
(et)
(obj.)
אֵ֣שֶׁת
(eshet)
vrouw van
אָבִ֑יו
(aviv)
zijn vader
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יְגַלֶּ֖ה
(yegale)
zal ontbloten
כְּנַ֥ף
(kenaf)
rand van het kleed van
אָבִֽיו
(aviv)
zijn vader
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Engelse telling is dit vers 22:30.
גִּלָּה כְּנַף (gillah kenaf), ‘de rand van het kleed ontbloten’: letterlijk ‘de vleugel ontbloten’.
Het is een beeld voor het huwelijk met de vrouw van je vader.
2Wie door verbrijzeling gewond is of wiens geslachtsdeel is afgesneden, mag niet komen in de vergadering van Yahweh.
לֹֽא
(lo)
niet
יָבֹ֧א
(yavo)
zal komen
פְצֽוּעַ
(petsua)
gewond
דַּכָּ֛א
(daka)
door verbrijzeling
וּכְר֥וּת
(ukherut)
en afgesneden
שָׁפְכָ֖ה
(shafekha)
geslachtsdeel
בִּקְהַ֥ל
(biqhal)
in de vergadering van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פְּצוּעַ דַּכָּא (petsua dakka), ‘gewond door verbrijzeling’, en כְּרוּת שָׁפְכָה (krut shofkhah), letterlijk ‘afgesneden van de uitstorting’: mannen wier geslachtsdeel verminkt is.
קְהַל יְהוָה (qehal Yahweh), ‘de vergadering van Yahweh’: de samenkomst van het volk voor Yahweh.
3Een kind van een verboden verbintenis mag niet komen in de vergadering van Yahweh. Ook zijn tiende geslacht mag niet komen in de vergadering van Yahweh.
לֹא
(lo)
niet
יָבֹ֥א
(yavo)
zal komen
מַמְזֵ֖ר
(mamzer)
kind van een verboden verbintenis
בִּקְהַ֣ל
(biqhal)
in de vergadering van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
גַּ֚ם
(gam)
ook
דּ֣וֹר
(dor)
geslacht
עֲשִׂירִ֔י
(asiri)
tiende
לֹא
(lo)
niet
יָ֥בֹא
(yavo)
zal komen
ל֖וֹ
(lo)
voor hem
בִּקְהַ֥ל
(biqhal)
in de vergadering van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַמְזֵר (mamzer), ‘kind van een verboden verbintenis’: de betekenis van het woord is niet helemaal zeker.
Het staat verder alleen in Zach. 9:6.
Het gaat vermoedelijk om een kind uit een verbintenis die de wet verbiedt, zoals in Lev. 18.
4Een Ammoniet of Moabiet mag niet komen in de vergadering van Yahweh. Ook hun tiende geslacht mag niet komen in de vergadering van Yahweh, tot in eeuwigheid.
לֹֽא
(lo)
niet
יָבֹ֧א
(yavo)
zal komen
עַמּוֹנִ֛י
(amoni)
Ammoniet
וּמוֹאָבִ֖י
(umoavi)
en Moabiet
בִּקְהַ֣ל
(biqhal)
in de vergadering van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
גַּ֚ם
(gam)
ook
דּ֣וֹר
(dor)
geslacht
עֲשִׂירִ֔י
(asiri)
tiende
לֹא
(lo)
niet
יָבֹ֥א
(yavo)
zal komen
לָהֶ֛ם
(lahem)
voor hen
בִּקְהַ֥ל
(biqhal)
in de vergadering van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
עַד
(ad)
tot
עוֹלָֽם
(olam)
eeuwigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Ammon lag ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman (Jordanië).
Moab lag ten oosten van de Dode Zee (Jordanië).
Uitleg
Ammon en Moab stammen af van Lot (Gen. 19:36–38).
Zij horen niet bij de vergadering, maar worden niet vernietigd.
5Zij zijn je namelijk niet met brood en water tegemoetgekomen op de weg, toen je uit Egypte trok. En hij heeft Bileam, de zoon van Beor, uit Petor in Aram-Naharaim tegen je ingehuurd om je te vervloeken.
עַל
(al)
wegens
דְּבַ֞ר
(devar)
zaak
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
לֹא
(lo)
niet
קִדְּמ֤וּ
(qidemu)
zij kwamen tegemoet
אֶתְכֶם֙
(etkhem)
jullie
בַּלֶּ֣חֶם
(balechem)
met brood
וּבַמַּ֔יִם
(uvamayim)
en met water
בַּדֶּ֖רֶךְ
(baderekh)
op de weg
בְּצֵאתְכֶ֣ם
(betsetkhem)
bij jullie uittocht
מִמִּצְרָ֑יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
וַאֲשֶׁר֩
(vaasher)
en dat
שָׂכַ֨ר
(sakhar)
hij huurde in
עָלֶ֜יךָ
(aleikha)
tegen je
אֶת
(et)
(obj.)
בִּלְעָ֣ם
(bilam)
Bileam
בֶּן
(ben)
zoon van
בְּע֗וֹר
(beor)
Beor
מִפְּת֛וֹר
(mipetor)
uit Petor
אֲרַ֥ם
(aram)
Aram
נַהֲרַ֖יִם
(naharayim)
Naharaim
לְקַֽלְלֶֽךָּ
(leqalleka)
om je te vervloeken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Petor, aan de Eufraat in Aram-Naharaim (noordwesten van Mesopotamië).
Aram-Naharaim betekent ‘Aram van de twee rivieren’; het ligt in het huidige Syrië en Irak.
De ligging van Petor is waarschijnlijk, niet zeker.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
‘Jullie’ en ‘je’ wisselen in dit vers, zoals in de Hebreeuwse tekst.
Het verhaal van Bileam staat in Num. 22–24; de Moabieten zochten hem op.
6Maar Yahweh, je Elohim, wilde niet naar Bileam luisteren. Yahweh, je Elohim, veranderde voor jou de vloek in een zegen, omdat Yahweh, je Elohim, van je hield.
וְלֹֽא
(velo)
en niet
אָבָ֞ה
(ava)
wilde
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
לִשְׁמֹ֣עַ
(lishmoa)
luisteren
אֶל
(el)
naar
בִּלְעָ֔ם
(bilam)
Bileam
וַיַּהֲפֹךְ֩
(vayahafokh)
en veranderde
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֧יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לְּךָ֛
(lekha)
voor jou
אֶת
(et)
(obj.)
הַקְּלָלָ֖ה
(haqelala)
de vloek
לִבְרָכָ֑ה
(livrakha)
in een zegen
כִּ֥י
(ki)
omdat
אֲהֵֽבְךָ֖
(ahevekha)
Hij hield van je
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶֽיךָ
(eloheikha)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Je mag hun vrede en hun welzijn nooit zoeken, al je dagen, tot in eeuwigheid.
לֹא
(lo)
niet
תִדְרֹ֥שׁ
(tidrosh)
zul je zoeken
שְׁלֹמָ֖ם
(shelomam)
hun vrede
וְטֹבָתָ֑ם
(vetovatam)
en hun welzijn
כָּל
(kal)
al
יָמֶ֖יךָ
(yameikha)
je dagen
לְעוֹלָֽם
(leolam)
tot eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׁלֹמָם וְטֹבָתָם (shelomam vetovatam), ‘hun vrede en hun welzijn’: het gaat om het sluiten van verdragen en het zoeken van hun voordeel, niet om haat.
8Je mag een Edomiet niet als gruwel beschouwen, want hij is je broer. Je mag een Egyptenaar niet als gruwel beschouwen, want je was een vreemdeling in zijn land.
לֹֽא
(lo)
niet
תְתַעֵ֣ב
(tetaev)
zul je als gruwel beschouwen
אֲדֹמִ֔י
(adomi)
Edomiet
כִּ֥י
(ki)
want
אָחִ֖יךָ
(achikha)
je broer
ה֑וּא
(hu)
hij
לֹא
(lo)
niet
תְתַעֵ֣ב
(tetaev)
zul je als gruwel beschouwen
מִצְרִ֔י
(mitsri)
Egyptenaar
כִּי
(ki)
want
גֵ֖ר
(ger)
vreemdeling
הָיִ֥יתָ
(hayita)
je was
בְאַרְצֽוֹ
(beartso)
in zijn land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Edom lag ten zuiden van de Dode Zee (zuiden van Jordanië).
Egypte ligt in het noordoosten van Afrika.
Uitleg
תִּתְעֵב (tit’ev), ‘als gruwel beschouwen’: van hetzelfde grondwoord als תּוֹעֵבָה (toevah), ‘gruwel’.
11Wanneer er onder jou een man is die niet rein is door wat er 's nachts gebeurd is. Dan moet hij naar buiten het kamp gaan. Hij mag niet in het kamp komen.
כִּֽי
(ki)
wanneer
יִהְיֶ֤ה
(yihye)
is
בְךָ֙
(bekha)
onder jullie
אִ֔ישׁ
(ish)
een man
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
die
לֹא
(lo)
niet
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
is
טָה֖וֹר
(tahor)
rein
מִקְּרֵה
(miqere)
door voorval van
לָ֑יְלָה
(layela)
nacht
וְיָצָא֙
(veyatsa)
en gaat
אֶל
(el)
naar
מִח֣וּץ
(michuts)
buiten
לַֽמַּחֲנֶ֔ה
(lamachane)
het kamp
לֹ֥א
(lo)
niet
יָבֹ֖א
(yavo)
zal komen
אֶל
(el)
in
תּ֥וֹךְ
(tokh)
het midden van
הַֽמַּחֲנֶֽה
(hamachane)
het kamp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִקְרֵה לָיְלָה (miqre layla), ‘wat er ’s nachts gebeurd is’: een zaadlozing, zie Lev. 15:16.
15Want Yahweh, je Elohim, loopt midden in je kamp om je te redden en je vijanden aan je over te geven. Daarom moet je kamp heilig zijn. Hij mag niets onbehoorlijks bij je zien en zich van je afkeren.
כִּי֩
(ki)
want
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֜יךָ
(eloheikha)
je Elohim
מִתְהַלֵּ֣ךְ
(mithalekh)
loopt rond
בְּקֶ֣רֶב
(beqerev)
in het midden van
מַחֲנֶ֗ךָ
(machanekha)
je kamp
לְהַצִּֽילְךָ֙
(lehatsilekha)
om je te redden
וְלָתֵ֤ת
(velatet)
en om te geven
אֹיְבֶ֨יךָ֙
(oyeveikha)
je vijanden
לְפָנֶ֔יךָ
(lefaneikha)
voor je
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en het zal zijn
מַחֲנֶ֖יךָ
(machaneikha)
je kamp
קָד֑וֹשׁ
(qadosh)
heilig
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יִרְאֶ֤ה
(yire)
zal hij zien
בְךָ֙
(bekha)
bij jou
עֶרְוַ֣ת
(ervat)
naaktheid van
דָּבָ֔ר
(davar)
iets
וְשָׁ֖ב
(veshav)
en zich keren
מֵאַחֲרֶֽיךָ
(meachareikha)
van achter je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Yahweh loopt midden in het kamp (zie ook Lev. 26:12).
עֶרְוַת דָּבָר (ervat davar), letterlijk ‘naaktheid van iets’: iets onbehoorlijks.
17Hij blijft bij je wonen, in je midden, op de plaats die hij kiest in een van je steden, waar het goed voor hem is. Je mag hem niet slecht behandelen.
עִמְּךָ֞
(imekha)
bij jou
יֵשֵׁ֣ב
(yeshev)
blijft hij wonen
בְּקִרְבְּךָ֗
(beqirbekha)
in je midden
בַּמָּק֧וֹם
(bamaqom)
op de plaats
אֲשֶׁר
(asher)
die
יִבְחַ֛ר
(yivchar)
hij kiest
בְּאַחַ֥ד
(beachad)
in een van
שְׁעָרֶ֖יךָ
(sheareikha)
je poorten
בַּטּ֣וֹב
(batov)
waar het goed is
ל֑וֹ
(lo)
voor hem
לֹ֖א
(lo)
niet
תּוֹנֶֽנּוּ
(tonenu)
zul je hem slecht behandelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תּוֹנֶנּוּ (tonennu), ‘slecht behandelen’: zoals in Exod. 22:20.
18Onder de dochters van Israël mag geen tempelhoer zijn en onder de zonen van Israël mag geen mannelijke tempelhoer zijn.
לֹא
(lo)
niet
תִהְיֶ֥ה
(tihye)
zal zijn
קְדֵשָׁ֖ה
(qedesha)
tempelhoer
מִבְּנ֣וֹת
(mibenot)
van de dochters van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
קָדֵ֖שׁ
(qadesh)
mannelijke tempelhoer
מִבְּנֵ֥י
(mibenei)
van de zonen van
יִשְׂרָאֵל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קְדֵשָׁה (qedeshah) en קָדֵשׁ (qadesh), ‘tempelhoer’ en ‘mannelijke tempelhoer’: van het woord ‘heilig’; mensen die aan een god gewijd zijn en zich in zijn dienst prostitueren.
19Je mag het loon van een hoer en de prijs van een hond niet in het huis van Yahweh, je Elohim, brengen. Dit geldt voor welke gelofte ook. Want beide zijn een gruwel voor Yahweh, je Elohim.
לֹא
(lo)
niet
תָבִיא֩
(tavi)
zul je brengen
אֶתְנַ֨ן
(etnan)
loon van
זוֹנָ֜ה
(zona)
een hoer
וּמְחִ֣יר
(umechir)
en prijs van
כֶּ֗לֶב
(kelev)
een hond
בֵּ֛ית
(beit)
huis van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לְכָל
(lekhal)
voor elke
נֶ֑דֶר
(neder)
gelofte
כִּ֧י
(ki)
want
תוֹעֲבַ֛ת
(toavat)
gruwel voor
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
גַּם
(gam)
ook
שְׁנֵיהֶֽם
(sheneihem)
beide
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֶתְנַן (etnan), ‘loon’; מְחִיר כֶּלֶב (mechir kelev), ‘prijs van een hond’: waarschijnlijk wat een mannelijke prostituee verdiend heeft.
21Een buitenlander mag je wel rente laten betalen. Maar je broer mag je geen rente laten betalen. Dan zal Yahweh, je Elohim, je zegenen in alles wat je hand onderneemt. Dat geldt in het land waar je naartoe gaat om het in bezit te nemen.
לַנָּכְרִ֣י
(lanakheri)
aan de buitenlander
תַשִּׁ֔יךְ
(tashikh)
mag je laten betalen
וּלְאָחִ֖יךָ
(uleachikha)
maar aan je broer
לֹ֣א
(lo)
niet
תַשִּׁ֑יךְ
(tashikh)
zul je laten betalen
לְמַ֨עַן
(lemaan)
opdat
יְבָרֶכְךָ֜
(yevarekhkha)
zegent je
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֗יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בְּכֹל֙
(bekhol)
in alles
מִשְׁלַ֣ח
(mishlach)
onderneming van
יָדֶ֔ךָ
(yadekha)
je hand
עַל
(al)
op
הָאָ֕רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
אַתָּ֥ה
(ata)
jij
בָא
(ba)
gaat
שָׁ֖מָּה
(shama)
daarheen
לְרִשְׁתָּֽהּ
(lerishtah)
om het in bezit te nemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נָכְרִי (nokhri), ‘buitenlander’: iemand van een ander volk, zoals in Lev. 22:25.
Hij mag wel rente laten betalen; de verbonden broeder niet.
22Wanneer je een gelofte aflegt aan Yahweh, je Elohim, moet je niet talmen om haar in te lossen. Want Yahweh, je Elohim, zal haar zeker van je eisen en dan rust er zonde op je.
כִּֽי
(ki)
wanneer
תִדֹּ֥ר
(tidor)
je aflegt
נֶ֨דֶר֙
(neder)
gelofte
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
aan Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לֹ֥א
(lo)
niet
תְאַחֵ֖ר
(teacher)
zul je talmen
לְשַׁלְּמ֑וֹ
(leshalemo)
om haar in te lossen
כִּֽי
(ki)
want
דָּרֹ֨שׁ
(darosh)
eisen
יִדְרְשֶׁ֜נּוּ
(yidreshenu)
zal Hij haar eisen
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
מֵֽעִמָּ֔ךְ
(meimakh)
van je
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en het zal zijn
בְךָ֖
(bekha)
op jou
חֵֽטְא
(chete)
zonde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Maar als je ervan afziet een gelofte af te leggen, rust er geen zonde op je.
וְכִ֥י
(vekhi)
en wanneer
תֶחְדַּ֖ל
(techdal)
je afziet
לִנְדֹּ֑ר
(lindor)
van een gelofte
לֹֽא
(lo)
niet
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
בְךָ֖
(bekha)
op jou
חֵֽטְא
(chete)
zonde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Wat over je lippen is gekomen, moet je bewaren en doen. Zo heb je Yahweh, je Elohim, een vrijwillige gave beloofd, wat je met je mond hebt gesproken.
מוֹצָ֥א
(motsa)
wat uitgaat van
שְׂפָתֶ֖יךָ
(sefateikha)
je lippen
תִּשְׁמֹ֣ר
(tishmor)
zul je bewaren
וְעָשִׂ֑יתָ
(veasita)
en je zult doen
כַּאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
נָדַ֜רְתָּ
(nadarta)
je beloofde
לַיהוָ֤ה
(laYahweh)
aan Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
נְדָבָ֔ה
(nedava)
vrijwillige gave
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
דִּבַּ֖רְתָּ
(dibarta)
je sprak
בְּפִֽיךָ
(befikha)
met je mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נְדָבָה (nedavah), ‘vrijwillige gave’: een gave die men uit zichzelf brengt, zie Lev. 22:18.