Elohim Bijbel

Romeinen 1

12345678910111213141516

Aanhef en dankzegging, de gerechtigheid van Elohim en de toorn van Elohim over de afgoderij

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aanhef

1Paulus, knecht van de Messias Yeshua, geroepen apostel, afgezonderd voor de goede boodschap van Elohim,
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
δοῦλος
(doulos)
knecht
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
κλητὸς
(kletos)
geroepen
ἀπόστολος
(apostolos)
apostel
ἀφωρισμένος
(aphorismenos)
afgezonderd
εἰς
(eis)
voor
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’, iemand die geheel aan zijn heer toebehoort. κλητός (kletos), ‘geroepen’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἀφορίζω (aforizo), ‘afzonderen’. Χριστός (Christos), ‘Messias’: ‘gezalfde’, Hebreeuws mashiach.

De aanhef van de brief loopt door tot en met vers 7.

Zie ook Gal. 1:1–5.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘Messias Yeshua’; wij volgen de SBLGNT.

2die Hij tevoren beloofd heeft door Zijn profeten in heilige Schriften,
ὃ
(ho)
die
προεπηγγείλατο
(proepengeilato)
tevoren beloofde
διὰ
(dia)
door
τῶν
(ton)
de
προφητῶν
(propheton)
profeten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐν
(en)
in
γραφαῖς
(graphais)
Schriften
ἁγίαις
(hagiais)
heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

προεπηγγείλατο (proepengeilato), ‘tevoren beloofd’. γραφαὶ ἅγιαι (grafai hagiai), ‘heilige Schriften’: de heilige geschriften van Israël; het Grieks heeft hier geen lidwoord.

3over Zijn Zoon, die uit het zaad van David geworden is naar het vlees,
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τοῦ
(tou)
die
γενομένου
(genomenou)
geworden is
ἐκ
(ek)
uit
σπέρματος
(spermatos)
zaad
Δαυὶδ
(Dauid)
David
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπέρμα (sperma), ‘zaad’: afstammeling.

Ons Hebreeuws in 2 Sam. 7:12 heeft ‘nageslacht’ (zera). κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: naar menselijke afstamming. σάρξ (sarx), ‘vlees’, is in deze brief ook de zwakke, aardse kant van de mens (zie Gal. 3:3). γίνομαι (ginomai), ‘geworden’: ook ‘geboren’.

Zie ook 2 Sam. 7:12–14; Matt. 1:1; Luc. 1:32.

4die in kracht is aangewezen als Zoon van Elohim, volgens de Geest van heiligheid, door de opstanding uit de doden: Yeshua de Messias, onze Heer.
τοῦ
(tou)
die
ὁρισθέντος
(horisthentos)
aangewezen is
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐν
(en)
in
δυνάμει
(dynamei)
kracht
κατὰ
(kata)
volgens
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ἁγιωσύνης
(hagiosynes)
van heiligheid
ἐξ
(ex)
door
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
νεκρῶν
(nekron)
van doden
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁρίζω (horizo), ‘aanwijzen’: ook ‘vaststellen, bestemmen’.

De Griekse vorm is lijdend en noemt niet wie Hem aanwees. ἐν δυνάμει (en dynamei), ‘in kracht’: het kan bij ‘Zoon van Elohim’ horen (‘Zoon van Elohim in kracht’) of bij ‘aangewezen’. πνεῦμα ἁγιωσύνης (pneuma hagiosynes), ‘Geest van heiligheid’: een ander woord dan ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’.

Het kan de Heilige Geest bedoelen of de heilige geest van Yeshua zelf; wij schrijven ‘Geest’ met een hoofdletter. ἐξ ἀναστάσεως νεκρῶν (ex anastaseos nekron), ‘door de opstanding uit de doden’: ἐξ kan ‘door’ of ‘vanaf’ betekenen.

In de verzen 3 en 4 staan twee kanten van de Zoon naast elkaar: afstamming naar het vlees, aanwijzing naar de Geest.

Zie ook Ps. 2:7; Hand. 13:33.

5Door Hem hebben wij genade en apostelschap ontvangen, tot gehoorzaamheid van het geloof onder alle volken, voor Zijn naam.
δι’
(di’)
door
οὗ
(hou)
wie
ἐλάβομεν
(elabomen)
ontvingen wij
χάριν
(charin)
genade
καὶ
(kai)
en
ἀποστολὴν
(apostolen)
apostelschap
εἰς
(eis)
tot
ὑπακοὴν
(hypakoen)
gehoorzaamheid
πίστεως
(pisteos)
van geloof
ἐν
(en)
onder
πᾶσιν
(pasin)
alle
τοῖς
(tois)
de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τοῦ
(tou)
de
ὀνόματος
(onomatos)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλάβομεν (elabomen), ‘wij ontvingen’: Paulus spreekt hier over zichzelf; het Grieks heeft ‘wij’. ἀποστολή (apostole), ‘apostelschap’: de zending van een apostel. ὑπακοὴ πίστεως (hypakoe pisteos), ‘gehoorzaamheid van het geloof’: de genitief kan ‘gehoorzaamheid aan het geloof’ of ‘gehoorzaamheid die uit het geloof komt’ betekenen. ἔθνη (ethne), ‘volken’: de niet-Joodse volken.

6Onder hen zijn ook jullie, geroepenen van Yeshua de Messias,
ἐν
(en)
onder
οἷς
(hois)
wie
ἐστε
(este)
zijn
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
κλητοὶ
(kletoi)
geroepenen
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

κλητοὶ Ἰησοῦ Χριστοῦ (kletoi Iesou Christou), ‘geroepenen van Yeshua de Messias’: de genitief kan ‘door Yeshua geroepen’ of ‘die Yeshua toebehoren’ betekenen.

7aan allen die in Rome zijn, geliefden van Elohim, geroepen heiligen. Genade en vrede voor jullie van Elohim, onze Vader, en van de Heer Yeshua de Messias.
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
τοῖς
(tois)
die
οὖσιν
(ousin)
zijn
ἐν
(en)
in
Ῥώμῃ
(Rhome)
Rome
ἀγαπητοῖς
(agapetois)
geliefden
θεοῦ
(theou)
van Elohim
κλητοῖς
(kletois)
geroepen
ἁγίοις
(hagiois)
heiligen
χάρις
(charis)
genade
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
καὶ
(kai)
en
εἰρήνη
(eirene)
vrede
ἀπὸ
(apo)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
πατρὸς
(patros)
Vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
καὶ
(kai)
en
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië.

Uitleg

ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: ‘de toegewijden’, mensen die aan Elohim zijn toegewijd. ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’.

Rome (Ῥώμη, Rhome) was de hoofdstad van het Romeinse rijk.

‘Genade en vrede’: χάρις (charis) is de Griekse groet, εἰρήνη (eirene) vertaalt het Hebreeuwse shalom.

Zie ook Gal. 1:3.

Zie ookGal 1:3

Dankzegging en verlangen naar Rome

8Eerst dank ik mijn Elohim door Yeshua de Messias voor jullie allen, omdat jullie geloof in heel de wereld wordt verkondigd.
Πρῶτον
(Proton)
eerst
μὲν
(men)
inderdaad
εὐχαριστῶ
(eucharisto)
dank ik
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
μου
(mou)
mijn
διὰ
(dia)
door
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
περὶ
(peri)
voor
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὅτι
(hoti)
omdat
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καταγγέλλεται
(katangelletai)
wordt verkondigd
ἐν
(en)
in
ὅλῳ
(holo)
heel
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’. καταγγέλλω (katangello), ‘verkondigen’: het geloof van de Romeinen wordt overal besproken. κόσμος (kosmos), ‘wereld’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het voorzetsel ‘voor’ (περί); wij volgen de SBLGNT.

9Want Elohim is mijn getuige, Hem die ik met mijn geest dien in de goede boodschap van Zijn Zoon, hoe ik jullie onophoudelijk gedenk,
μάρτυς
(martys)
getuige
γάρ
(gar)
want
μού
(mou)
mijn
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
ᾧ
(ho)
die
λατρεύω
(latreuo)
ik dien
ἐν
(en)
met
τῷ
(to)
de
πνεύματί
(pneumati)
geest
μου
(mou)
mijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
εὐαγγελίῳ
(euangelio)
goede boodschap
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὡς
(hos)
hoe
ἀδιαλείπτως
(adialeiptos)
onophoudelijk
μνείαν
(mneian)
gedachtenis
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ποιοῦμαι
(poioumai)
maak ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

λατρεύω (latreuo), ‘dienen’: ook ‘in de eredienst dienen’. ἐν τῷ πνεύματί μου (en to pneumati mou), ‘met mijn geest’: de menselijke geest van Paulus, daarom met een kleine letter. μνείαν ποιοῦμαι (mneian poioumai), ‘gedenken’: letterlijk ‘gedachtenis maken’. ἀδιαλείπτως (adialeiptos), ‘onophoudelijk’.

10altijd in mijn gebeden. Ik vraag of mij misschien nu eindelijk eens, in de wil van Elohim, de weg gebaand wordt om naar jullie te komen.
πάντοτε
(pantote)
altijd
ἐπὶ
(epi)
bij
τῶν
(ton)
de
προσευχῶν
(proseuchon)
gebeden
μου
(mou)
mijn
δεόμενος
(deomenos)
biddend
εἴ
(ei)
of
πως
(pos)
misschien
ἤδη
(ede)
nu
ποτὲ
(pote)
eindelijk
εὐοδωθήσομαι
(euodothesomai)
de weg gebaand wordt
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
θελήματι
(thelemati)
wil
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐοδόω (euodoo), ‘de weg gebaand krijgen’: het woord hoort bij een voorspoedige reis.

Paulus bidt of hij eindelijk naar Rome mag komen.

Wij splitsen de lange Griekse zin.

Zie ook Rom. 15:22–24; Hand. 19:21; Hand. 28:14–16.

11Want ik verlang ernaar jullie te zien, om jullie enige geestelijke genadegave mee te delen, zodat jullie versterkt worden.
ἐπιποθῶ
(epipotho)
verlang ik
γὰρ
(gar)
want
ἰδεῖν
(idein)
te zien
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἵνα
(hina)
opdat
τι
(ti)
enige
μεταδῶ
(metado)
ik meedeel
χάρισμα
(charisma)
genadegave
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
πνευματικὸν
(pneumatikon)
geestelijke
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
στηριχθῆναι
(sterichthenai)
versterkt worden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρισμα πνευματικόν (charisma pneumatikon), ‘geestelijke genadegave’: χάρισμα komt van χάρις (charis), ‘genade’. στηρίζω (sterizo), ‘versterken’.

12Dat wil zeggen: onder jullie samen bemoedigd worden door het geloof dat in elkaar is, zowel van jullie als van mij.
τοῦτο
(touto)
dit
δέ
(de)
maar
ἐστιν
(estin)
is
συμπαρακληθῆναι
(symparaklethenai)
samen bemoedigd te worden
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
het
ἐν
(en)
in
ἀλλήλοις
(allelois)
elkaar
πίστεως
(pisteos)
geloof
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
als
ἐμοῦ
(emou)
van mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

συμπαρακαλέω (symparakaleo), ‘samen bemoedigd worden’: het werkwoord παρακαλέω (parakaleo) betekent ook ‘troosten’ en ‘aansporen’ (zie 2 Kor. 1:3–7).

Paulus zegt dat ook hijzelf door het geloof van de Romeinen bemoedigd wil worden.

13Ik wil niet dat jullie onwetend zijn, broers: ik heb mij vaak voorgenomen naar jullie te komen, en ben tot nu toe verhinderd. Ik wilde ook onder jullie enige vrucht hebben, zoals ook onder de overige volken.
οὐ
(ou)
niet
θέλω
(thelo)
wil ik
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀγνοεῖν
(agnoein)
onwetend zijn
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ὅτι
(hoti)
dat
πολλάκις
(pollakis)
vaak
προεθέμην
(proethemen)
ik mij voornam
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
ἐκωλύθην
(ekolythen)
ik werd verhinderd
ἄχρι
(achri)
tot
τοῦ
(tou)
het
δεῦρο
(deuro)
nu toe
ἵνα
(hina)
opdat
τινὰ
(tina)
enige
καρπὸν
(karpon)
vrucht
σχῶ
(scho)
ik heb
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
λοιποῖς
(loipois)
overige
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. προτίθεμαι (protithemai), ‘zich voornemen’. κωλύω (koluo), ‘verhinderen’. ἵνα (hina), ‘opdat’ geeft het doel van het komen; wij splitsen de lange Griekse zin. καρπός (karpos), ‘vrucht’. ἔθνη (ethne), ‘volken’.

Zie ook Rom. 15:22–24.

14Zowel aan Grieken als aan barbaren, zowel aan wijzen als aan onverstandigen ben ik een schuldenaar.
Ἕλλησίν
(Hellesin)
aan Grieken
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
als
βαρβάροις
(barbarois)
aan barbaren
σοφοῖς
(sophois)
aan wijzen
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
als
ἀνοήτοις
(anoetois)
aan onverstandigen
ὀφειλέτης
(opheiletes)
schuldenaar
εἰμί
(eimi)
ben ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἕλληνες (Hellenes), ‘Grieken’, en βάρβαροι (barbaroi), ‘barbaren’: de Grieken noemden zo wie geen Grieks sprak. ὀφειλέτης (ofeletes), ‘schuldenaar’: iemand die iets verschuldigd is.

Paulus bedoelt dat hij hun de goede boodschap verschuldigd is.

15Zo ben ik, wat mij betreft, bereid ook aan jullie die in Rome zijn de goede boodschap te brengen.
οὕτως
(houtos)
zo
τὸ
(to)
het
κατ’
(kat’)
wat
ἐμὲ
(eme)
mij
πρόθυμον
(prothymon)
bereid
καὶ
(kai)
ook
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
τοῖς
(tois)
die
ἐν
(en)
in
Ῥώμῃ
(Rhome)
Rome
εὐαγγελίσασθαι
(euangelisasthai)
de goede boodschap te brengen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië.

Uitleg

Het Grieks heeft geen werkwoord ‘zijn’: τὸ κατ᾽ ἐμὲ πρόθυμον (to kat eme prothymon) is ‘wat mij betreft bereid’. εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’.

De kracht van de goede boodschap

16Want ik schaam mij niet voor de goede boodschap. Zij is een kracht van Elohim tot redding voor ieder die gelooft, voor de Jood eerst en ook voor de Griek.
Οὐ
(Ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἐπαισχύνομαι
(epaischynomai)
schaam ik mij
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
δύναμις
(dynamis)
kracht
γὰρ
(gar)
want
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐστιν
(estin)
is
εἰς
(eis)
tot
σωτηρίαν
(soterian)
redding
παντὶ
(panti)
aan ieder
τῷ
(to)
die
πιστεύοντι
(pisteuonti)
gelooft
Ἰουδαίῳ
(Ioudaio)
aan de Jood
τε
(te)
zowel
πρῶτον
(proton)
eerst
καὶ
(kai)
als
Ἕλληνι
(Helleni)
aan de Griek
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπαισχύνομαι (epaischynomai), ‘zich schamen’. δύναμις θεοῦ (dynamis theou), ‘kracht van Elohim’. σωτηρία (soteria), ‘redding’. Ἰουδαῖος τε πρῶτον καὶ Ἕλληνι (Ioudaios te proton kai Helleni), ‘de Jood eerst en ook de Griek’: ‘Griek’ staat hier voor de volken.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘goede boodschap’; wij volgen de SBLGNT.

17Want daarin wordt de gerechtigheid van Elohim onthuld, uit geloof tot geloof, zoals geschreven staat: „De rechtvaardige zal uit geloof leven.”
δικαιοσύνη
(dikaiosyne)
gerechtigheid
γὰρ
(gar)
want
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
haar
ἀποκαλύπτεται
(apokalyptetai)
wordt onthuld
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
εἰς
(eis)
tot
πίστιν
(pistin)
geloof
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
Ὁ
(Ho)
de
δὲ
(de)
maar
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardige
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
ζήσεται
(zesetai)
zal leven
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαιοσύνη θεοῦ (dikaiosyne theou), ‘gerechtigheid van Elohim’: de genitief kan betekenen dat dit de gerechtigheid is die Elohim zelf heeft, of de rechtvaardigheid die Elohim geeft. ἀποκαλύπτω (apokalypto), ‘onthullen’. ἐκ πίστεως εἰς πίστιν (ek pisteos eis pistin), ‘uit geloof tot geloof’: het Grieks zegt niet meer dan deze woorden.

Aanhaling van Hab. 2:4.

Ons Hebreeuws heeft: ‘de rechtvaardige zal leven door zijn trouw’.

Het Hebreeuwse אֱמוּנָה (emunah) betekent ‘trouw’, het Griekse πίστις (pistis) ‘geloof’.

‘Uit geloof’ kan bij ‘de rechtvaardige’ horen of bij ‘zal leven’; wij kiezen het tweede, zoals in Gal. 3:11.

In Habakuk spreekt Yahweh deze woorden; hier haalt Paulus ze aan, daarom zwart.

Zie ook Hab. 2:4; Gal. 3:11.

De toorn van Elohim wordt onthuld

18Want de toorn van Elohim wordt uit de hemel onthuld over alle goddeloosheid en onrechtvaardigheid van mensen die de waarheid in onrechtvaardigheid onderdrukken.
Ἀποκαλύπτεται
(Apokalyptetai)
wordt onthuld
γὰρ
(gar)
want
ὀργὴ
(orge)
toorn
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἀπ’
(ap’)
uit
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἐπὶ
(epi)
over
πᾶσαν
(pasan)
alle
ἀσέβειαν
(asebeian)
goddeloosheid
καὶ
(kai)
en
ἀδικίαν
(adikian)
onrechtvaardigheid
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
τῶν
(ton)
die
τὴν
(ten)
de
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
ἐν
(en)
in
ἀδικίᾳ
(adikia)
onrechtvaardigheid
κατεχόντων
(katechonton)
onderdrukken
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀργή (orge), ‘toorn’. ἀσέβεια (asebeia), ‘goddeloosheid’; ἀδικία (adikia), ‘onrechtvaardigheid’. κατέχω (katecho), ‘onderdrukken’: letterlijk ‘vasthouden, tegenhouden’.

Het werkwoord ‘wordt onthuld’ staat ook in vers 17: de gerechtigheid én de toorn van Elohim worden onthuld.

Zie ookRom 1:17
19Want wat van Elohim te kennen is, is onder hen openbaar. Elohim heeft het hun immers geopenbaard.
διότι
(dioti)
omdat
τὸ
(to)
het
γνωστὸν
(gnoston)
kenbare
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
φανερόν
(phaneron)
openbaar
ἐστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
onder
αὐτοῖς
(autois)
hen
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
γὰρ
(gar)
want
αὐτοῖς
(autois)
hun
ἐφανέρωσεν
(ephanerosen)
heeft geopenbaard
Bron: SBLGNT
Uitleg

γνωστόν (gnoston), ‘kenbaar’: wat van Elohim te kennen is. ἐν αὐτοῖς (en autois), ‘onder hen’: ook ‘in hen’. φανερόω (fanerooo), ‘openbaar maken’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘Elohim … want’; wij volgen de SBLGNT.

20Want wat van Hem onzichtbaar is, wordt sinds de schepping van de wereld aan de gemaakte dingen doorzien en gezien. Dat zijn Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Zo zijn zij niet te verontschuldigen.
τὰ
(ta)
de
γὰρ
(gar)
want
ἀόρατα
(aorata)
onzichtbare dingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀπὸ
(apo)
sinds
κτίσεως
(ktiseos)
schepping
κόσμου
(kosmou)
van wereld
τοῖς
(tois)
aan de
ποιήμασιν
(poiemasin)
gemaakte dingen
νοούμενα
(nooumena)
doorzien
καθορᾶται
(kathoratai)
worden gezien
ἥ
(he)
de
τε
(te)
zowel
ἀΐδιος
(aidios)
eeuwige
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
δύναμις
(dynamis)
kracht
καὶ
(kai)
en
θειότης
(theiotes)
goddelijkheid
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
εἶναι
(einai)
zijn
αὐτοὺς
(autous)
zij
ἀναπολογήτους
(anapologetous)
niet te verontschuldigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀόρατα (aorata), ‘onzichtbare dingen’. νοέω (noeo), ‘met het verstand doorzien’. θειότης (theiotes), ‘goddelijkheid’: het goddelijke wezen. ἀναπολόγητος (anapologetos), ‘zonder verontschuldiging’.

Zie ook Ps. 19:2–5 (in de Nederlandse telling 19:1–4).

21Want hoewel zij Elohim kenden, hebben zij Hem niet als Elohim verheerlijkt en niet gedankt. Zij zijn zinloos geworden in hun overleggingen, en hun onverstandige hart is verduisterd.
διότι
(dioti)
omdat
γνόντες
(gnontes)
kennend
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
οὐχ
(ouch)
niet
ὡς
(hos)
als
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐδόξασαν
(edoxasan)
verheerlijkten zij
ἢ
(e)
of
ηὐχαρίστησαν
(eycharistesan)
dankten zij
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐματαιώθησαν
(emataiothesan)
werden zinloos
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
διαλογισμοῖς
(dialogismois)
overleggingen
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ἐσκοτίσθη
(eskotisthe)
werd verduisterd
ἡ
(he)
het
ἀσύνετος
(asynetos)
onverstandige
αὐτῶν
(auton)
hun
καρδία
(kardia)
hart
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’. εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’. ματαιόω (mataioo), ‘zinloos worden’. διαλογισμοί (dialogismoi), ‘overleggingen’, redeneringen. σκοτίζω (skotizo), ‘verduisteren’.

22Terwijl zij zeiden wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden.
φάσκοντες
(phaskontes)
zeggend
εἶναι
(einai)
te zijn
σοφοὶ
(sophoi)
wijs
ἐμωράνθησαν
(emoranthesan)
werden dwaas
Bron: SBLGNT
23Zij hebben de heerlijkheid van de onvergankelijke Elohim verruild voor een gelijkenis van een beeld van een vergankelijk mens, en van vogels, viervoetige dieren en kruipende dieren.
καὶ
(kai)
en
ἤλλαξαν
(ellaxan)
verruilden zij
τὴν
(ten)
de
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
τοῦ
(tou)
van de
ἀφθάρτου
(aphthartou)
onvergankelijke
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐν
(en)
voor
ὁμοιώματι
(homoiomati)
gelijkenis
εἰκόνος
(eikonos)
van beeld
φθαρτοῦ
(phthartou)
vergankelijk
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
καὶ
(kai)
en
πετεινῶν
(peteinon)
vogels
καὶ
(kai)
en
τετραπόδων
(tetrapodon)
viervoetige dieren
καὶ
(kai)
en
ἑρπετῶν
(herpeton)
kruipende dieren
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀλλάσσω (allasso), ‘verruilen’. ὁμοίωμα (homoioma), ‘gelijkenis’; εἰκών (eikon), ‘beeld’. ἄφθαρτος (afthartos), ‘onvergankelijk’; φθαρτός (fthartos), ‘vergankelijk’.

Zie ook Ps. 106:20; Deut. 4:16–18.

Elohim gaf hen over

24Daarom heeft Elohim hen in de begeerten van hun harten overgegeven aan onreinheid, zodat hun lichamen onder elkaar onteerd worden.
Διὸ
(Dio)
daarom
παρέδωκεν
(paredoken)
gaf over
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἐπιθυμίαις
(epithymiais)
begeerten
τῶν
(ton)
van de
καρδιῶν
(kardion)
harten
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰς
(eis)
aan
ἀκαθαρσίαν
(akatharsian)
onreinheid
τοῦ
(tou)
dat
ἀτιμάζεσθαι
(atimazesthai)
onteerd worden
τὰ
(ta)
de
σώματα
(somata)
lichamen
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐν
(en)
onder
αὐτοῖς
(autois)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’: het werkwoord staat driemaal, in de verzen 24, 26 en 28; wij vertalen het steeds met ‘overgeven’. ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’. ἐν αὐτοῖς (en autois), ‘onder elkaar’: ook ‘in hen’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘Daarom’ en bij ‘onder elkaar’; wij volgen de SBLGNT.

25Zij hebben de waarheid van Elohim verruild voor de leugen. Zij hebben het geschapene vereerd en gediend, boven de Schepper, die geprezen is tot in de eeuwen. Amen.
οἵτινες
(hoitines)
die
μετήλλαξαν
(metellaxan)
verruilden
τὴν
(ten)
de
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐν
(en)
voor
τῷ
(to)
de
ψεύδει
(pseudei)
leugen
καὶ
(kai)
en
ἐσεβάσθησαν
(esebasthesan)
vereerden
καὶ
(kai)
en
ἐλάτρευσαν
(elatreusan)
dienden
τῇ
(te)
het
κτίσει
(ktisei)
geschapene
παρὰ
(para)
boven
τὸν
(ton)
de
κτίσαντα
(ktisanta)
Schepper
ὅς
(hos)
die
ἐστιν
(estin)
is
εὐλογητὸς
(eulogetos)
geprezen
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
ἀμήν
(amen)
amen
Bron: SBLGNT
Uitleg

μεταλλάσσω (metallasso), ‘verruilen’. σεβάζομαι (sebazomai), ‘vereren’; λατρεύω (latreuo), ‘dienen’. κτίσις (ktisis), ‘het geschapene’; ὁ κτίσας (ho ktisas), ‘de Schepper’, letterlijk ‘die geschapen heeft’. εὐλογητός (eulogetos), ‘geprezen’. ἀμήν (amen), ‘amen’: Hebreeuws, ‘zo is het’.

26Daarom heeft Elohim hen overgegeven aan hartstochten van oneer. Want hun vrouwen hebben het natuurlijke gebruik verruild voor wat tegen de natuur is.
Διὰ
(Dia)
daarom
τοῦτο
(touto)
dit
παρέδωκεν
(paredoken)
gaf over
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
εἰς
(eis)
aan
πάθη
(pathe)
hartstochten
ἀτιμίας
(atimias)
van oneer
αἵ
(hai)
de
τε
(te)
zowel
γὰρ
(gar)
want
θήλειαι
(theleiai)
vrouwen
αὐτῶν
(auton)
hun
μετήλλαξαν
(metellaxan)
verruilden
τὴν
(ten)
het
φυσικὴν
(physiken)
natuurlijke
χρῆσιν
(chresin)
gebruik
εἰς
(eis)
voor
τὴν
(ten)
het
παρὰ
(para)
tegen
φύσιν
(physin)
natuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

Wij vertalen de verzen 26 en 27 zo woordelijk mogelijk. θήλεια (thelia), ‘vrouwelijk’, hier ‘vrouwen’; ἄρσην (arsen), ‘mannelijk’, hier ‘mannen’. φυσικὴ χρῆσις (fysike chresis), ‘het natuurlijke gebruik’ en παρὰ φύσιν (para fysin), ‘tegen de natuur’. πάθος (pathos), ‘hartstocht’.

Het Grieks zegt in vers 26 niet uitdrukkelijk waarmee de vrouwen het natuurlijke gebruik verruilden; wij vullen niets aan.

27Evenzo hebben ook de mannen het natuurlijke gebruik van de vrouw verlaten. Zij zijn in hun begeerte naar elkaar ontbrand, mannen met mannen. Zij bedrijven de schaamteloosheid en ontvangen in zichzelf de vergelding voor hun dwaling die nodig was.
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἄρσενες
(arsenes)
mannen
ἀφέντες
(aphentes)
verlaten hebbend
τὴν
(ten)
het
φυσικὴν
(physiken)
natuurlijke
χρῆσιν
(chresin)
gebruik
τῆς
(tes)
van de
θηλείας
(theleias)
vrouw
ἐξεκαύθησαν
(exekauthesan)
ontbrandden
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ὀρέξει
(orexei)
begeerte
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰς
(eis)
naar
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἄρσενες
(arsenes)
mannen
ἐν
(en)
met
ἄρσεσιν
(arsesin)
mannen
τὴν
(ten)
de
ἀσχημοσύνην
(aschemosynen)
schaamteloosheid
κατεργαζόμενοι
(katergazomenoi)
bedrijvend
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ἀντιμισθίαν
(antimisthian)
vergelding
ἣν
(hen)
die
ἔδει
(edei)
nodig was
τῆς
(tes)
voor de
πλάνης
(planes)
dwaling
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐν
(en)
in
ἑαυτοῖς
(heautois)
zichzelf
ἀπολαμβάνοντες
(apolambanontes)
ontvangend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσχημοσύνη (aschemosyne), ‘schaamteloosheid’: iets wat onbetamelijk is. ἀντιμισθία (antimisthia), ‘vergelding’, letterlijk ‘tegenloon’. πλάνη (plane), ‘dwaling’: letterlijk ‘het ronddwalen’. ἔδει (edei), ‘het was nodig’.

De Griekse zin is lang; wij splitsen hem.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘in zichzelf’; wij volgen de SBLGNT.

28En zoals zij het niet goed vonden Elohim te erkennen, heeft Elohim hen overgegeven aan een afgekeurd verstand, om te doen wat niet betaamt.
Καὶ
(Kai)
en
καθὼς
(kathos)
zoals
οὐκ
(ouk)
niet
ἐδοκίμασαν
(edokimasan)
vonden zij goed
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἔχειν
(echein)
te houden
ἐν
(en)
in
ἐπιγνώσει
(epignosei)
erkenning
παρέδωκεν
(paredoken)
gaf over
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
εἰς
(eis)
aan
ἀδόκιμον
(adokimon)
afgekeurd
νοῦν
(noun)
verstand
ποιεῖν
(poiein)
te doen
τὰ
(ta)
wat
μὴ
(me)
niet
καθήκοντα
(kathekonta)
betaamt
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοκιμάζω (dokimazo), ‘goedkeuren, het goed vinden’; ἀδόκιμος (adokimos), ‘afgekeurd’: een woordspel in het Grieks. ἔχειν ἐν ἐπιγνώσει (echein en epignosei), ‘in erkenning houden’: wij vertalen ‘erkennen’. ἐπίγνωσις (epignosis) is ‘erkenning, kennis’. νοῦς (nous), ‘verstand’. τὰ μὴ καθήκοντα (ta me kathekonta), ‘wat niet betaamt’.

29Zij zijn vervuld met alle onrechtvaardigheid, slechtheid, hebzucht en boosheid; vol afgunst, moord, twist, bedrog en kwaadwilligheid; fluisteraars,
πεπληρωμένους
(pepleromenous)
vervuld
πάσῃ
(pase)
met alle
ἀδικίᾳ
(adikia)
onrechtvaardigheid
πονηρίᾳ
(poneria)
slechtheid
πλεονεξίᾳ
(pleonexia)
hebzucht
κακίᾳ
(kakia)
boosheid
μεστοὺς
(mestous)
vol
φθόνου
(phthonou)
afgunst
φόνου
(phonou)
moord
ἔριδος
(eridos)
twist
δόλου
(dolou)
bedrog
κακοηθείας
(kakoetheias)
kwaadwilligheid
ψιθυριστάς
(psithyristas)
fluisteraars
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Griekse zin loopt van vers 28 tot en met vers 31 als een rij met woorden die de mensen beschrijven; wij vullen ‘Zij zijn’ aan. ἀδικία (adikia), ‘onrechtvaardigheid’; πονηρία (poneria), ‘slechtheid’; πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’; κακία (kakia), ‘boosheid’; ψιθυριστής (psithyristes), ‘fluisteraar’, iemand die heimelijk kwaad spreekt.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘onrechtvaardigheid’; wij volgen de SBLGNT.

30kwaadsprekers, haters van Elohim, hoonaars, hoogmoedigen, opscheppers, bedenkers van kwaad, ongehoorzaam aan ouders,
καταλάλους
(katalalous)
kwaadsprekers
θεοστυγεῖς
(theostygeis)
haters van Elohim
ὑβριστάς
(hybristas)
hoonaars
ὑπερηφάνους
(hyperephanous)
hoogmoedigen
ἀλαζόνας
(alazonas)
opscheppers
ἐφευρετὰς
(epheuretas)
bedenkers
κακῶν
(kakon)
van kwaad
γονεῦσιν
(goneusin)
aan ouders
ἀπειθεῖς
(apeitheis)
ongehoorzamen
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεοστυγής (theostyges), ‘hater van Elohim’: het woord kan ook ‘door Elohim gehaat’ betekenen. ὑβριστής (hybristes), ‘hoonaar’. ἀλαζών (alazon), ‘opschepper’.

31onverstandig, trouweloos, zonder genegenheid, meedogenloos.
ἀσυνέτους
(asynetous)
onverstandigen
ἀσυνθέτους
(asynthetous)
trouwelozen
ἀστόργους
(astorgous)
zonder genegenheid
ἀνελεήμονας
(aneleemonas)
meedogenlozen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσύνθετος (asynthetos), ‘trouweloos’: iemand die afspraken niet nakomt. ἄστοργος (astorgos), ‘zonder genegenheid’: zonder de natuurlijke liefde, bijvoorbeeld van familie.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘zonder genegenheid’; wij volgen de SBLGNT.

32Zij kennen het rechtsvoorschrift van Elohim: wie zulke dingen doen, zijn de dood waard. Toch doen zij ze niet alleen zelf, maar zij stemmen ook in met hen die ze doen.
οἵτινες
(hoitines)
die
τὸ
(to)
het
δικαίωμα
(dikaioma)
rechtsvoorschrift
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐπιγνόντες
(epignontes)
kennend
ὅτι
(hoti)
dat
οἱ
(hoi)
die
τὰ
(ta)
de
τοιαῦτα
(toiauta)
dergelijke dingen
πράσσοντες
(prassontes)
doen
ἄξιοι
(axioi)
waardig
θανάτου
(thanatou)
van dood
εἰσίν
(eisin)
zijn
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
αὐτὰ
(auta)
die
ποιοῦσιν
(poiousin)
doen zij
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
συνευδοκοῦσιν
(syneudokousin)
stemmen in
τοῖς
(tois)
met de
πράσσουσιν
(prassousin)
doenden
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαίωμα (dikaioma), ‘rechtsvoorschrift’: wat als recht is vastgesteld. συνευδοκέω (syneudokeo), ‘instemmen’.

Vers 32 sluit de rij van de verzen 28–31 af.